Regeling van de Minister van Justitie en Veiligheid van 17 april 2025, nr. 6278778, tot wijziging van de Regeling vergoedingen politievrijwilligers in verband met de bruto-vergoeding voor de vrijwillige ambtenaar die is aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie of die in opleiding is om die opsporingsbevoegdheid te verkrijgen

De Minister van Justitie en Veiligheid,

Gelet op artikel 75bis van het Besluit algemene rechtspositie politie;

Besluit:

ARTIKEL I

A

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het opschrift wordt na ‘vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die opsporingsbevoegdheid bezit’ toegevoegd ‘of die in opleiding is om die opsporingsbevoegdheid te verkrijgen’.

2. In het eerste lid wordt na ‘de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die opsporingsbevoegdheid bezit’ toegevoegd ‘of die in opleiding is om die opsporingsbevoegdheid te verkrijgen’.

B

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het opschrift vervalt ‘die geen opsporingsbevoegdheid bezit’.

2. In het artikel vervalt ‘die geen opsporingsbevoegdheid bezit,’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 mei 2025.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

TOELICHTING

Op grond van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar is het sinds 1 juli 2023 mogelijk om politievrijwilligers aan te wijzen als buitengewoon opsporingsambtenaar (hierna: boa). In artikel 2 van de Regeling vergoedingen politievrijwilligers is vastgelegd dat de politievrijwilliger aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie die opsporingsbevoegdheid bezit (ATH-boa) een bruto vergoeding en een vaste vergoeding ontvangt. Daarnaast ontvangt ATH-politievrijwilliger die een opsporingsbevoegdheid bezit volgens het Besluit reis- verblijf- en verhuiskosten een tegemoetkoming in de reiskosten.

De groep politievrijwilligers die in opleiding is tot boa ontvangt een netto-vergoeding en maken geen aanspraak op een tegemoetkoming in de reiskosten, omdat ze tijdens de opleiding nog niet opsporingsbevoegd zijn. Dit is een onbedoeld negatief gevolg van de formulering in de regeling en een aanpassing hiervan is wenselijk.

Onderdeel A

Aan artikel 2 van de Regeling vergoedingen politievrijwilligers is destijds ‘met opsporingsbevoegdheid’ toegevoegd, om daarmee tot uitdrukking te brengen dat de ATH-boa politievrijwilliger een bruto vergoeding en de vaste vergoeding ontvangt. In artikel 2 wordt de vergoeding bepaald voor de vrijwilliger-aspirant, vrijwillige ambtenaar in opleiding, vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die opsporingsbevoegdheid bezit.

Dit heeft tot gevolg dat de politievrijwilliger tijdens het volgen van de boa-opleiding geen aanspraak maakt op een tegemoetkoming in de reiskosten en een netto vergoeding van € 4,– ontvangt (politievrijwilliger in de ondersteuning zonder opsporingsbevoegdheid) omdat er strikt genomen nog geen sprake is van een opsporingsbevoegdheid waardoor de bruto-vergoeding en vaste vergoeding niet kan worden betaald. Deze vergoedingen zijn gekoppeld aan het in bezit zijn van een opsporingsbevoegdheid.

Formeel bezit de medewerker opsporingsbevoegdheid als de medewerker beschikt over de titel van opsporingsbevoegdheid, de vereiste bekwaamheid en betrouwbaarheid en de akte van beëindiging. Deze doelgroep valt in twee vergoedingenregimes. Tijdens de opleiding geldt de netto-vergoeding en bestaat geen aanspraak op tegemoetkoming van de reiskosten. Na de opleiding geldt de bruto-vergoeding en bestaat wel een aanspraak op tegemoetkoming van de reiskosten.

De ontstane situatie is een onbedoeld neveneffect door de duiding ‘het bezitten van opsporingsbevoegdheid’ die gekoppeld is aan deze doelgroep.

Onderdeel B

In het opschrift en in artikel 3 is ‘die geen opsporingsbevoegdheid bezit’ vervallen. Het onderscheid is niet meer relevant. Deze doelgroep aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie heeft geen opsporingsbevoegdheid en ontvangt de netto-vergoeding.

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

Naar boven