Overwegingen ten aanzien van het besluit
Vereiste van besluit
Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 moet een verkeersbesluit worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (hierna: BABW) genoemde verkeerstekens voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd.
Op grond van artikel 18, eerste lid, onder a, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: Wvw) ben ik bevoegd dit verkeersbesluit te nemen.
Motivering
Grote delen van de Omringdijk op Marken voldoen niet aan de huidige waterveiligheidseisen. Hierdoor is door Rijkswaterstaat besloten tot dijkversterking in de buitenwaartse richting, voor een planperiode van 50 jaar.
De versterkingswerkzaamheden worden uitgevoerd aan de West- en Zuidkade en op de Noordkade wordt het Kruinpad opnieuw bestraat. De werkzaamheden bestaan uit de herbestrating en versterking van de kades.
Uit het oogpunt van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wvw genoemde belangen is het gewenst het Kruinpand in verband met veiligheidsrisico’s tijdens de werkzaamheden af te sluiten. De werkzaamheden worden gefaseerd uitgevoerd van medio 2024 tot medio 2028.
De desbetreffende werkzaamheden worden gefaseerd uitgevoerd, waarbij bepaalde delen toegankelijk blijven en waarbij in de weekenden deze zo veel als mogelijk weer opengesteld zullen zijn voor wandelaars. Hierbij wordt opgemerkt dat, aan de West en Zuidkade de afsluitingen kunnen variëren van één dag tot langere periodes en ook de weekenden.
Op 1 juli 2024 is er hierom aan Rijkswaterstaat verzocht hiertoe een verkeersbesluit te nemen.
Belangenafweging
Gevolgde procedure
Overeenkomstig artikel 24 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer is overleg gepleegd namens de korpschef van de nationale politie. Deze heeft een positief advies gegeven. Het betrokken weggedeelte is in het beheer bij het Rijk en gelegen binnen de gemeente Waterland.
Mededelingen
Bezwaar- of beroepsclausule
Ingevolge de Algemene wet bestuursrecht kan tegen dit besluit door een
belanghebbende een bezwaarschrift worden ingediend.
Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Infrastructuur en
Waterstaat en ingediend bij de hoofdingenieur-directeur in de directie West Nederland Noord van het directoraat-generaal Rijkswaterstaat, Postbus 2232, 3500 GE Utrecht.
Het bezwaarschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop
dit besluit in de Staatscourant is bekendgemaakt.
Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en dient ten minste te bevatten;
‘de naam en het adres van de indiener;
‘de dagtekening;
‘een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar zich richt;
‘de gronden van het bezwaar.
Indien een bezwaarschrift is ingediend, is het mogelijk om in spoedeisende
gevallen een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen
bij de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de
indiener van het bezwaarschrift zijn woonplaats heeft.
Van de indiener van het verzoekschrift tot het treffen van een voorlopige
voorziening wordt griffierecht geheven.
Omtrent de hoogte van het verschuldigde bedrag, de wijze waarop en de termijn
waarbinnen het bedrag betaald moet worden, kan men zich in verbinding stellen
met de griffier van bovenbedoelde rechtbank.
Afschrift van dit besluit is gezonden aan: Politie Noord Holland | DROS | infrastructuur | Verkeer Postbus 57, 2000 AB Haarlem