Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2025, 13477 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2025, 13477 | overige overheidsinformatie |
Exacte en Natuurwetenschappen
Sociale en Geesteswetenschappen
Toegepaste en Technische Wetenschappen
Zon Mw
2025
|
1 |
Inleiding |
1 |
|
|
1.1 |
Achtergrond |
1 |
|
|
1.2 |
Beschikbaar budget |
2 |
|
|
1.3 |
Indieningsdeadline(s) |
2 |
|
|
2 |
Doel |
2 |
|
|
2.1 |
Doelstelling van het programma |
2 |
|
|
2.2 |
Maatschappelijke impact |
3 |
|
|
3 |
Voorwaarden voor aanvragers |
3 |
|
|
3.1 |
Wie kan aanvragen |
4 |
|
|
3.2 |
Wat kan worden aangevraagd |
6 |
|
|
3.3 |
Het opstellen en indienen van de aanvraag |
7 |
|
|
3.4 |
Indieningsvoorwaarden |
9 |
|
|
3.5 |
Subsidievoorwaarden |
9 |
|
|
4 |
Beoordelingsprocedure |
13 |
|
|
4.1 |
De San Francisco Declaration (DORA) |
13 |
|
|
4.2 |
Procedure |
14 |
|
|
4.3 |
Criteria |
17 |
|
|
5 |
Subsidieverplichtingen |
18 |
|
|
5.1 |
Aanvullende voorwaarden |
18 |
|
|
6 |
Contact en overige informatie |
20 |
|
|
6.1 |
Contact |
20 |
|
|
6.2 |
Overige informatie |
21 |
|
|
7 |
Bijlagen |
21 |
|
|
7.1 |
Tabel 1 Toegewezen GWI-projecten in Calls for proposals gerelateerd aan de Roadmap 2008, 2012, 2016 en 2021 |
21 |
|
|
7.2 |
Definities kostensoorten |
22 |
|
|
7.3 |
Relevante passages Kaderregeling O&O&I |
25 |
|
|
7.4 |
Overzicht van de negen Groepen op de Roadmap 2021 |
27 |
|
In deze Call for proposals leest u hoe de aanvraagprocedure is ingericht voor de subsidieronde ‘Grootschalige Wetenschappelijke Infrastructuur (GWI) – Opwaardering 2025’. Deze Call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).
U vindt in deze Call for proposals achtereenvolgens informatie over het doel van dit programma (hoofdstuk 2), de voorwaarden voor de subsidieaanvraag (hoofdstuk 3) en hoe uw aanvraag wordt beoordeeld (hoofdstuk 4). Deze informatie heeft u nodig om een aanvraag voor subsidie te kunnen indienen. In hoofdstuk 5 vindt u de subsidieverplichtingen die van toepassing zijn in geval van toewijzing. In hoofdstuk 6 staan de contactgegevens en in hoofdstuk 7 de bijlagen.
Inleiding
Hoogwaardige, grootschalige wetenschappelijke infrastructuur is essentieel voor een robuust onderzoeksstelsel. Brede toegankelijkheid en structurele financiering zijn daarbij randvoorwaarden. NWO stimuleert het opzetten en verbeteren van wetenschappelijke infrastructuur, waardoor Nederland internationaal haar prominente positie kan innemen en behouden.
Nationale Roadmap voor Grootschalige Wetenschappelijke Infrastructuur (GWI)
NWO streeft naar een toekomstbestendig ecosysteem voor GWI en een coherent pakket aan investeringen in GWI’s die nationaal gedragen worden. Om dit te faciliteren publiceert NWO elke 5 jaar een Nationale Roadmap voor Grootschalige Wetenschappelijke Infrastructuur (vanaf hier: Roadmap). In de huidige Roadmap 20211 zijn de meest prioritaire, bestaande en nog te realiseren GWI-plannen opgenomen die van groot belang zijn voor de Nederlandse onderzoeksgemeenschap om wetenschappelijke vernieuwing en doorbraken mogelijk te maken. Het gaat hier zowel om Nederlandse GWI als om initiatieven voor een Nederlandse deelname aan internationale GWI- projecten. De GWI-plannen zijn samengebracht in negen Groepen met inhoudelijke, thematische en/of technische raakvlakken. Zie bijlage 7.4 voor meer informatie over deze negen Groepen.
Structureel budget en strategische inzet tijdelijke, aanvullende middelen voor GWI
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) stelt jaarlijks aan NWO een structureel budget ter beschikking voor GWI’s die onderdeel zijn van de Roadmap.
In aanvulling op het structurele budget voor de Roadmap stelt het Ministerie van OCW voor de periode 2022 – 2031 jaarlijks aanvullende middelen beschikbaar. Een deel hiervan wordt via deze Call for proposals ingezet voor de opwaardering van bestaande GWI. Alleen Roadmap-consortia die zijn geassocieerd aan een GWI-project dat is toegewezen door NWO in een financieringsronde gerelateerd aan één van de hierna genoemde Roadmaps, Roadmap 2008, 2012, 2016 of 2021, worden in de gelegenheid gesteld om financiering aan te vragen voor de opwaardering van hun operationele GWI.
Het subsidieplafond voor deze Call for proposals bedraagt in totaal € 30.000.000.
Het aanvragende consortium levert een eigen bijdrage van ten minste 25% van de totale omvang van het budget voor de GWI-opwaarderingsaanvraag (zie paragraaf 3.5.8).
Bij het indienen van uw aanvraag in ISAAC dient u ook online nog gegevens in te voeren. Begin daarom ten minste één dag vóór de deadline van deze Call for proposals met het indienen van uw aanvraag.
Aanvragen die na de deadline worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.
De deadline voor het indienen van intentieverklaringen en steunbrieven is dinsdag 12 juni 2025, voor 14:00:00 CEST.
De deadline voor het indienen van aanvragen is dinsdag 16 september 2025, voor 14:00:00 CEST.
Houdt er rekening mee dat NWO u binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.
Dit hoofdstuk beschrijft de doelstelling van het programma en de maatschappelijke impact.
Doel: Opwaardering van bestaande Grootschalige Wetenschappelijke Infrastructuur
Via dit instrument wordt strategisch geïnvesteerd in opwaardering van operationele GWI’s gerelateerd2 aan de nationale Roadmap GWI, die zijn ingebed bij de aanvragende onderzoeksorganisaties. Hiermee wordt de GWI naar (beyond) state-of-the-art gebracht met als doel de operationele levensduur van deze GWI te verlengen. Opwaardering betreft hier investeringen in vernieuwing van GWI en/of investeringen in (onderlinge) strategische verbinding van GWI’s.
Vergroening3 van GWI kan onderdeel zijn van de investeringen.
GWI’s waarvoor een opwaarderingsinvestering wordt aangevraagd, dienen operationeel te zijn en ingebed bij de aanvragende onderzoeksorganisaties. In het beoordelingsproces wordt getoetst in hoeverre dat het geval is.
Voorbeelden van opwaarderingsinvesteringen:
Opwaarderingsinvesteringen kunnen (beyond) state-of-the-art wetenschappelijk onderzoek mogelijk maken, de gebruikersgroep van GWI vergroten en samenwerking tussen bestaande GWI’s bewerkstelligen, met bredere impact en schaalvoordelen als gevolg. Bijdragen aan vergroening van een GWI kunnen onderdeel zijn van de investering. Bijvoorbeeld door vergroening te integreren in de opwaarderingsinvestering of door deze deels te richten op vergroening. Voorbeelden van opwaarderingsinvesteringen zijn investeringen in:
• ontwikkeling en/of aanschaf/bouw van de nieuwste state-of-the-art apparatuur voor de GWI;
• uitbreiding en verrijking van data- en monsterverzamelingen;
• toegang tot en/of ontwikkeling van de meest recente AI- en dataverwerkingstechnieken;
• het koppelen of integreren van bestaande complementaire GWI’s, verbinden van nieuwe gebruikersgroepen en/of het opzetten van een gezamenlijke e-infrastructuur;
• aanpassingen van bestaande GWI die nodig zijn voor het verkleinen van de ecologische voetafdruk van de GWI.
Nieuwe kennis en inzichten vanuit wetenschappelijk onderzoek kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken van vandaag én morgen. Denk aan de energietransitie, gezondheid en zorg, of klimaatverandering. Door interactie en afstemming tussen onderzoekers en mogelijke kennisgebruikers, neemt de kans op het toepassen van kennis toe en daarmee ook de kans op maatschappelijke impact. Maatschappelijke impact staat hier voor veranderingen die (mede) het gevolg zijn van door onderzoek gegenereerde kennis en kunde. Deze veranderingen dragen bij aan het welzijn van mens, planeet en maatschappij voor deze en toekomstige generaties. Via haar beleid op impact bevordert NWO de mogelijke bijdrage vanuit onderzoek aan maatschappelijke vraagstukken door het stimuleren van productieve interacties met maatschappelijke belanghebbenden. Zowel tijdens de ontwikkeling als in de uitvoering van het onderzoek. Dit doet zij op een manier die past bij het doel van het financieringsinstrument. NWO stimuleert onderzoekers om met een brede blik te kijken naar de mogelijke gewenste en ongewenste impact van hun onderzoek.
Afhankelijk van het doel van het financieringsinstrument kiest NWO een bijbehorende benadering die de kans op maatschappelijke impact optimaal ondersteunt. Het primaire doel van het financieringsinstrument bepaalt de keuze voor de benadering die NWO inzet om kennisbenutting in verschillende fases van het project (aanvraag, uitvoering, na afloop) te bevorderen en de inspanning die van aanvrager(s) en partners gevraagd wordt.
In dit programma wordt de Impact Outlook benadering toegepast. Onderzoekers kunnen hierbij kiezen op welk soort impact ze hun eigen focus willen leggen en er wordt proportioneel gekeken naar wat er kan voor de overige impact.
NWO biedt een e-learning module aan die geïnteresseerden op weg kan helpen via Online impact workshops | NWO. Voor meer informatie over het kennisbenuttingsbeleid van NWO zie de website: Kennisbenutting | NWO.
Dit hoofdstuk bevat de voorwaarden die gelden voor uw subsidieaanvraag. Eerst wordt beschreven wie subsidie kan aanvragen (paragraaf 3.1) en waarvoor u subsidie kunt aanvragen (paragraaf 3.2). Vervolgens vindt u de voorwaarden voor het opstellen en indienen van de aanvraag (paragrafen 3.3 en 3.4) en specifieke subsidievoorwaarden (paragraaf 3.5).
Een hoofdaanvrager dient namens het consortium de intentieverklaring en volledige aanvraag in. Er zijn vier categorieën van deelnemers binnen een consortium (zie ook paragrafen 3.1.1 – 3.1.3):
1. Hoofdaanvrager
2. Medeaanvrager(s)
3. Samenwerkingspartner(s) (optioneel)
4. Cofinancier(s) (optioneel)
In de aanvraag wordt voor elke deelnemer beschreven:
– de rol van de deelnemer in het consortium;
– de bijdrage van de deelnemer aan het voorgestelde opwaarderingsproject.
Aanvullende voorwaarden
Opwaarderingssubsidie kan alleen worden aangevraagd door consortia geassocieerd aan GWI waarvoor de volgende cumulatieve voorwaarden gelden:
– voor de realisatie van (een deel van) de GWI is een GWI-project toegewezen in een Call for proposals gerelateerd aan de Roadmap 2008, 2012, 2016 of 2021 (zie bijlage 7.1 voor de volledige lijst van projecten die aan deze voorwaarde voldoen)4;
– de GWI is opgenomen in het GWI-landschap (https://onderzoeksfaciliteiten.nl/);
– de GWI is langjarig en toekomstbestendig ingebed bij de aanvragende onderzoeksorganisatie(s) (blijkend uit aanvraag en bijlagen in paragraaf 3.3.2);
– de GWI is operationeel (zie drempelcriteria in paragraaf 4.3.1).
Er kan maximaal één aanvraag voor opwaarderingssubsidie worden ingediend per GWI-project, toegewezen binnen de financieringsronden gerelateerd aan de Roadmap 2008, 2012, 2016 of 2021 (hierna: ‘toegewezen GWI-project’).
Let op: Aanvragen die worden ingediend binnen deze Call for proposals zullen worden uitgesloten voor indiening binnen de eerstvolgende Call for proposals binnen het programma Wetenschappelijke infrastructuur: nationale consortia (WInc).
Bevestiging associatie
In het aanvraagformulier wordt het dossiernummer vermeld van het aan de Roadmap gerelateerde toegewezen GWI-project (vanaf hier: toegewezen GWI-project) waaraan het consortium van het voorgestelde opwaarderingsproject is geassocieerd.
De projectleider van het toegewezen GWI-project, of diens formele opvolger, bevestigt in een door hem/haar ondertekende steunbrief de associatie. De steunbrief dient los van de intentieverklaring als pdf-bestand (zonder beveiliging) aan LSRIupgrade@nwo.nl ge-maild te worden.
De hoofdaanvrager dient de aanvraag in via ISAAC, het elektronische indiensysteem van NWO. Tijdens het beoordelingsproces communiceert NWO met de hoofdaanvrager.
Na toewijzing van een aanvraag wordt de hoofdaanvrager projectleider en aanspreekpunt voor NWO. De onderzoeksorganisatie van de hoofdaanvrager is hoofdbegunstigde en wordt penvoerder.
Medeaanvragers hebben een actieve rol bij de uitvoering van het opwaarderingsproject. De (deel)projectleider(s) en begunstigde(n) zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele opwaarderingsproject (hierna: ‘project’).
Hoogleraren, universitair (hoofd)docenten en andere onderzoekers met een vergelijkbare functie5 mogen een aanvraag indienen of als medeaanvrager deelnemen als zij in vaste dienst zijn (en derhalve een bezoldigd dienstverband voor onbepaalde tijd hebben) of een tenure track overeenkomst hebben bij één van de onderstaande onderzoeksorganisaties:
– universiteiten zoals bedoeld in artikel 1.8 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de universiteiten genoemd in de Beleidsregel Universiteiten in het Koninkrijk der Nederlanden;
– universitair medische centra, waarmee wordt bedoeld de academische ziekenhuizen zoals bedoeld in artikel 1.13 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
– KNAW- en NWO-instituten;
– het Nederlands Kanker Instituut;
– het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek te Nijmegen;
– NCB Naturalis;
– Advanced Research Centre for NanoLithography (ARCNL);
– Prinses Máxima Centrum.
Medeaanvragers mogen ook in dienst zijn bij de volgende organisaties:
– Hogescholen als bedoeld in artikel 1.8 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
– Rijkskennisinstellingen6 (zie Rijkskennisinstellingen (RKI) | Contact | Rijksoverheid.nl);
– TO2-instellingen7 (zie TO2 > TO2: de schakel tussen kennis en innovatieve impact).
Personen met een nuluren-arbeidsovereenkomst of met een dienstverband voor bepaalde tijd (anders dan een tenure track) zijn uitgesloten van indiening.
Het kan voorkomen dat de tenure track overeenkomst van de aanvrager eindigt vóór de beoogde afrondingsdatum van het project waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, of dat vóór die datum het vaste dienstverband van de aanvrager eindigt wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. In dat geval voegt de aanvrager een verklaring van diens werkgever bij, waarin de betreffende onderzoeksorganisatie garandeert dat het project en alle op het project werkzame personen voor wie subsidie wordt aangevraagd adequaat zullen worden begeleid voor de volledige duur van het project.
Voorwaarden TO2-instellingen en RKI
Medeaanvragers kunnen verbonden zijn aan een TO2-instelling of een RKI indien de organisatie voldoet aan de volgende cumulatieve voorwaarden.
De organisatie dient:
– in Nederland gevestigd te zijn;
– een stichting, vereniging of publiekrechtelijke rechtspersoon te zijn;
– zich in de hoofdzaak zelf bezig te houden met het op onafhankelijke wijze verrichten van fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling of met het met het breed verspreiden van de resultaten van die activiteiten door middel van onderwijs, publicaties of kennisoverdracht;
– te kunnen verklaren dat de organisatie een gescheiden boekhouding voert ten aanzien van economische/niet-economische activiteiten en dat ondernemingen met een beslissende invloed op de organisatie geen preferente toegang krijgen tot de onderzoeksresultaten van de organisatie.
NWO financiert onder deze Call for proposals geen onderzoeksorganisaties die zich in de hoofdzaak bezighouden met het breed verspreiden van de resultaten van die activiteiten door middel van onderwijs, publicaties of kennisoverdracht.
Let op: Voorafgaand aan het indienen van een aanvraag wordt door NWO aan de hand van bovengenoemde voorwaarden getoetst of een organisatie aan artikel 1.1, lid 4, van de NWO Subsidieregeling 2024 voldoet en dus als medeaanvrager mag deelnemen. NWO voert deze toets mede uit om te controleren of er geen sprake is van het verlenen van verboden staatssteun. Deze toets dient ook uitgevoerd te worden als een organisatie binnen een ander NWO programma is getoetst en werd toegestaan als medeaanvrager.
De organisatie van de beoogde medeaanvrager levert ten behoeve van deze toetsing uiterlijk 10 werkdagen voor de deadline van indiening per e-mail aan LSRIupgrade@nwo.nl (dus uiterlijk 2 september 2025 14:00:00 CEST) de volgende documenten aan:
– een recent uittreksel van de kamer van koophandel;
– de oprichtingsakte en/of actuele statuten;
– de laatst beschikbare jaarrekening voorzien van een controleverklaring8
– de ingevulde Verklaring Onderzoeksorganisatie, beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals.
Het is toegestaan om andere relevante documentatie toe te voegen. Tevens kan NWO om aanvullende informatie vragen als bovenstaande documenten niet voldoende uitsluitsel bieden om te bepalen of de organisatie mag optreden als medeaanvrager.
Indien de organisatie van de beoogde medeaanvrager de voor de toets op de voorwaarden benodigde stukken niet op tijd aanlevert, kan NWO de betreffende organisatie niet als medeaanvrager accepteren.
Cofinanciers zijn partijen die deelnemen aan het consortium en cash en/of in-kind bijdragen aan het project. Cofinanciers ontvangen nooit subsidie van NWO. De voorwaarden omtrent cash en/of in-kind bijdragen zijn gespecificeerd in paragraaf 3.5.8. Het is voor een aanvraag niet verplicht om cofinanciers te hebben.
Een samenwerkingspartner is een partij die geen subsidie ontvangt en geen cofinanciering bijdraagt aan de aanvraag, maar wel nauw betrokken is bij de uitvoering van het project en/of de impact. Hierbij kan gedacht worden aan partijen die betrokken zijn door middel van deelname aan een advies-, begeleidings-of gebruikerscommissie, of partijen die op voorhand niet in staat zijn om hun bijdrage te kapitaliseren. Het is voor een aanvraag niet verplicht om samenwerkingspartners te hebben.
Per project wordt minimaal € 1.000.000,– en maximaal € 3.500.000,– subsidie (NWO-bijdrage) aangevraagd. De looptijd van het voorgestelde project is 5 jaar. De verplichte eigen bijdrage van het aanvragende consortium is ten minste 25% van het totale budget voor de projectaanvraag (NWO- bijdrage + eigen bijdrage aan het project9; zie voorwaarden paragraaf 3.5.8). Het totale budget van een projectaanvraag is dus minimaal € 1.333.333.
Uitsluitend project specifieke kosten komen voor subsidie in aanmerking. De financiering is niet bedoeld voor onderzoek dat met de GWI wordt uitgevoerd. Paragraaf 7.2 geeft een overzicht van subsidiabele en niet-subsidiabele kosten (paragrafen 7.2.1 en 7.2.2) en een beschrijving van de verschillende kostensoorten (paragrafen 7.2.3-7.2.7).
Binnen de totale investering kan onderscheid gemaakt worden tussen de twee kostencategorieën (A) kapitaalinvesteringen en (B) aanvullende operationele kosten.
De eigen bijdrage, welke ten minste 25% van het totale budget voor de projectaanvraag bedraagt, mag niet alleen uit aanvullende operationele kosten bestaan. De eigen bijdrage aan de kapitaalinvestering moet minimaal 16,7% van de totale NWO-bijdrage betreffen. De eigen bijdrage aan de kapitaalinvestering is dus minimaal € 167.000.
A. Kapitaalinvesteringen
Onder kapitaalinvesteringen vallen kosten voor de ontwikkeling en/of aanschaf/bouw/vergroening van de beoogde GWI, dan wel kosten voor een dusdanige aanpassing van een bestaande GWI dat hiermee wetenschappelijke doorbraken kunnen worden bereikt.
Onder de kapitaalinvestering kunnen de volgende kostensoorten vallen:
– Investeringen
– IT-kosten
– Materiële kosten
– Personele kosten
B. Aanvullende operationele kosten
Onder aanvullende operationele kosten vallen kosten nodig voor het operationeel houden van de GWI en het faciliteren van externe gebruikers. Aanvullende operationele kosten zijn aantoonbaar gerelateerd aan de opwaarderingsinvestering in de vorm van kosten voor ondersteunend/technisch personeel noodzakelijk voor de implementatie van de opwaarderingsinvestering.
Onder de aanvullende operationele kosten kunnen de volgende kostensoorten vallen:
– Personele kosten
– Materiële kosten
– IT-kosten
Voor alle aangevraagde kosten is een onderbouwing in de aanvraag noodzakelijk.
Projectduur
De duur van de subsidieperiode, waarbinnen de NWO-bijdrage geheel moet zijn uitgegeven, is 5 jaar. De gehele opwaarderingsprojectduur bedraagt 5 jaar. In de aanvraag dient een 5-jarige begroting opgenomen te worden die zowel de NWO-bijdrage als de eigen bijdrage omvat. Gedurende de 5-jarige opwaarderingsprojectduur dient elke twee jaar financieel en inhoudelijk verantwoording te worden afgelegd (zie paragraaf 5.1.5).
Voorafgaand aan het indienen van een aanvraag dient de hoofdaanvrager verplicht het initiatief digitaal aan te kondigen via indiening van een intentieverklaring in ISAAC. De intentieverklaring wordt niet beoordeeld.
Een intentieverklaring bestaat uit:
– titel van de aanvraag;
– naam van de hoofdaanvrager;
– een indicatie van de samenstelling van het aanvragende consortium;
– het dossiernummer van het toegewezen GWI-project waaraan het consortium is geassocieerd (zie bijlage 7.1 voor in aanmerking komende toegewezen GWI-projecten);
– de relevante disciplinecode(s), zie Disciplinecodes | NWO;
– een korte toelichting op de opwaarderingsaanvraag;
– de naam van de contactpersoon (incl. e-mailadres).
De intentieverklaring dient te worden opgesteld in het Engels en is maximaal 500 woorden. Deze intentieverklaring heeft geen formulier, u vult alle bovenstaande informatie in ISAAC in de velden Titel en Samenvatting.
NWO publiceert de ingediende intentieverklaringen op de programmapagina en deelt ze actief met de negen Groepen van de Roadmap 2021 en de Permanente Commissie GWI (PC-GWI). De persoonsgegevens in de intentieverklaring worden niet gepubliceerd.
Verplichte steunbrief
Naast de intentieverklaring dient er verplicht een ondertekende steunbrief te worden aangeleverd van de projectleider of diens formele opvolger, van het toegewezen GWI-project waaraan de opwaardering is geassocieerd. Aanvragen gericht op strategische verbinding van GWI’s vereisen een steunbrief per geassocieerd GWI-project.
De steunbrief dient los van de intentieverklaring als pdf-bestand (zonder beveiliging) aan LSRIupgrade@nwo.nl gemaild te worden. Andere bijlagen zijn niet toegestaan. Een verplicht te gebruiken format voor deze steunbrief is te vinden op de NWO-financieringspagina voor deze Call for proposals.
Voor het opstellen van uw aanvraag doorloopt u de volgende stappen:
– download het aanvraagformulier vanuit het online aanvraagsysteem ISAAC of vanaf de website van NWO (op de website van het betreffende financieringsinstrument);
– vul het aanvraagformulier in;
– sla het formulier op als pdf en dien het met de verplichte bijlagen in ISAAC in; dit moet in ISAAC als vervolgstap van de ingediende intentieverklaring;
– vul de online in ISAAC gevraagde gegevens in.
Verplichte bijlagen:
– het ingevulde begrotingsformat in Excel;
– de ingevulde en getekende aanbiedingsbrief van het hoogste bestuur van de penvoerder van het consortium (letter of commitment);
– per instelling van hoofdaanvrager of medeaanvrager een verklaring van de eigen bijdrage (garantiebrief);
– per cofinancier een Verklaring Cofinanciering;
– indien noodzakelijk, verklaring aanstelling en projectbegeleiding.
Aanbiedingsbrief
In de aanbiedingsbrief verklaart het indienende bestuur zich te committeren aan het project. Daarnaast vermeldt de brief de financiële bijdragen van alle deelnemende organisaties van alle categorieën consortiumpartners zoals gespecificeerd in paragraaf 3.1. Het indienende bestuur geeft in de aanbiedingsbrief tevens aan hoe de investering als nationale wetenschappelijke infrastructuur past in het beleid van de betrokken instelling(en). De reden hiervoor is dat de GWI vaak voor een langdurige periode gezichtsbepalend zal zijn voor de instelling. Daarnaast is het van groot belang dat de instelling maximale voorwaarden schept voor een optimale duurzame operationalisering van de GWI, ook na afloop van de projectduur. In de aanbiedingsbrief verklaart het indienende bestuur bovendien de subsidievoorwaarden van deze Call for proposals te aanvaarden.
Internationale GWI
Voor projecten die onder internationale organisaties vallen waarvan Nederland lid is (bijv. ESA, ESO, CERN, EMBL/EMBC), kan alleen financiering worden gevraagd voor onderdelen van de GWI die niet via de reguliere middelen van de council van de betreffende internationale organisatie of de nationale bijdragen gefinancierd kunnen worden. Dat dit het geval is moet duidelijk blijken uit de aanbiedingsbrief die als bijlage bij de aanvraag wordt ingediend.
Taal
Het is verplicht uw aanvraag in het Engels op te stellen.
Verdere instructies
De bijlagen dienen conform de door NWO aangeboden templates opgesteld te worden. Bijlagen dienen los van de aanvraag in ISAAC geüpload te worden. Alle bijlagen, met uitzondering van de begroting, dienen als pdf-bestand (zonder beveiliging) te worden ingediend. De begroting moet als Excel-bestand worden ingediend in ISAAC. Andere bijlagen dan hierboven vermelde bijlagen zijn niet toegestaan.
Het indienen van een aanvraag kan alleen via het online aanvraagsysteem ISAAC. Aanvragen die niet via ISAAC zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen.
U bent als hoofdaanvrager verplicht een aanvraag via het eigen persoonlijke ISAAC-account in te dienen.
Het is belangrijk om tijdig te beginnen met uw aanvraag in ISAAC:
– indien u nog geen ISAAC-account heeft, dient deze op tijd te worden aangemaakt om eventuele aanmeldproblemen te voorkomen;
– nieuwe onderzoeksorganisaties moeten eventueel nog door NWO toegevoegd worden aan ISAAC;
– u moet ook online nog gegevens invoeren.
Aanvragen die na de deadline worden ingediend, neemt NWO niet in behandeling.
Voor vragen van technische aard verzoeken wij u contact op te nemen met de ISAAC-helpdesk, zie contact (hoofdstuk 6).
Werkt een hoofd- en/of medeaanvrager bij een onderzoeksorganisatie die niet is opgenomen in de database van ISAAC? U kunt dit dan melden via relatiebeheer@nwo.nl zodat de onderzoeksorganisatie kan worden toegevoegd. Hier zijn enige dagen voor nodig. Daarom is het van belang dit uiterlijk een week voor de deadline te melden.
NWO toetst uw intentieverklaring op onderstaande voorwaarden. Alleen als de intentieverklaring aan deze voorwaarden voldoet, wordt deze in behandeling genomen. Het indienen van een intentieverklaring is een vereiste om een aanvraag te mogen indienen.
Deze voorwaarden zijn:
– de intentieverklaring bevat de informatie omschreven in paragraaf 3.3.1.;
– de intentieverklaring is ingediend via het ISAAC-account van de hoofdaanvrager;
– de intentieverklaring is ontvangen voor de gestelde deadline;
– de intentieverklaring is in het Engels opgesteld;
– de verplichte steunbrief van de projectleider, per toegewezen GWI-project waaraan de aanvraag is geassocieerd, is via LSRIupgrade@nwo.nl ontvangen vóór de gestelde deadline.
NWO toetst uw aanvraag op alle in deze Call for proposals gestelde voorwaarden, inclusief onderstaande voorwaarden. Alleen als uw aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt deze toegelaten tot de beoordelingsprocedure. U wordt gevraagd om na indiening van een aanvraag beschikbaar te zijn om eventuele administratieve correcties door te voeren en zo (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.
Deze voorwaarden zijn:
– de hoofdaanvrager heeft een intentieverklaring en een steunbrief per toegewezen GWI-project waaraan de aanvraag is geassocieerd, ingediend vóór de in paragraaf 1.3 gestelde deadline voor intentieverklaringen;
– de hoofdaanvrager en medeaanvrager(s) voldoen aan de in paragraaf 3.1 gestelde voorwaarden;
– de aanvraag voldoet aan de DORA-richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.1;
– de aanvraag is ingediend via het ISAAC-account van de hoofdaanvrager;
– de aanvraag is ontvangen voor de gestelde deadline;
– de aanvraag is in het Engels opgesteld;
– de begroting in de aanvraag is volgens de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld (gebruikmakend van het beschikbaar gestelde format dat de meest recente tarieven bevat);
– het voorgestelde opwaarderingsproject heeft een looptijd van 5 jaar;
– alle vereiste bijlagen zijn, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, compleet en volgens de instructies en voorwaarden van deze Call for proposals ingevuld, opgesteld en ingediend.
Op alle aanvragen zijn de NWO Subsidieregeling 2024 en het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek van toepassing.
Wetenschap van wereldklasse kan profiteren van internationale samenwerking. De Nationale leidraad kennisveiligheid (hierna: de Leidraad) helpt onderzoeksorganisaties ervoor te zorgen dat internationale samenwerking veilig kan plaatsvinden. Bij kennisveiligheid gaat het om ongewenste overdracht van gevoelige kennis en technologie die de nationale veiligheid aantast; om heimelijke beïnvloeding van onderwijs en onderzoek door statelijke actoren, en daarmee de academische vrijheid en de sociale veiligheid in gevaar brengt; en om ethische kwesties die kunnen spelen in de samenwerking met landen die de grondrechten niet respecteren.
Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of het project in lijn is en blijft met de Leidraad. Met het indienen van de aanvraag committeert de aanvrager zich aan de overwegingen in deze Leidraad. In geval van het vermoeden van schending van de Leidraad bij een bij NWO ingediende aanvraag voor projectfinanciering of een door NWO gefinancierd project, kan NWO de aanvrager verzoeken om een risicoafweging te overleggen waaruit blijkt dat de overwegingen uit de Leidraad zijn gevolgd. Indien de aanvrager niet aan het verzoek van NWO voldoet of als de risicoafweging klaarblijkelijk een schending van de Leidraad behelst, kan dit gevolgen hebben voor de subsidieverlening of vaststelling door NWO. Ook kan NWO in een voorkomend geval nadere voorwaarden opnemen in de toewijzingsbrief.
De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.
Resultaten van wetenschappelijk onderzoek moeten kunnen worden gerepliceerd, geverifieerd en gefalsifieerd. In het digitale tijdperk betekent dit dat behalve publicaties ook onderzoeksdata zo veel mogelijk vrij toegankelijk moeten zijn. NWO verwacht dat de onderzoeksdata die voortkomen uit projecten die door NWO zijn gefinancierd zo veel mogelijk vrij beschikbaar komen voor hergebruik door andere onderzoekers. NWO hanteert daarbij het principe: “zo open als mogelijk, beschermd indien nodig”. Van onderzoekers wordt verwacht dat zij ten minste die data en/of niet-numerieke resultaten die ten grondslag liggen aan de conclusies van binnen het project gepubliceerde werken openbaar maken, gelijktijdig met de publicatie zelf. Eventuele kosten die hiervoor worden gemaakt, kunnen worden meegenomen in de projectbegroting. Onderzoekers maken kenbaar hoe met data voortkomend uit het project wordt omgegaan aan de hand van de datamanagementparagraaf in de aanvraag, en het datamanagementplan na toewijzing van subsidie.
Datamanagementparagraaf
De datamanagementparagraaf maakt deel uit van de aanvraag. Onderzoekers wordt gevraagd reeds voor aanvang van het onderzoek te bedenken hoe de verzamelde data geordend en gecategoriseerd moeten worden zodat zij vrij beschikbaar kunnen worden gesteld. Vaak zullen al vóór het tot stand komen van de data en de analyse daarvan maatregelen getroffen moeten worden om opslag en deling later mogelijk te maken. Indien niet alle data voortkomende uit het project openbaar gemaakt kunnen worden, bijvoorbeeld om redenen van privacy, ethiek of valorisatie, dient de aanvrager dit beargumenteerd kenbaar te maken in de datamanagementparagraaf.
De datamanagementparagraaf wordt niet beoordeeld en daarom ook niet meegewogen in de beslissing om een aanvraag al dan niet toe te wijzen. Zowel de referenten als de commissie kunnen wel advies geven met betrekking tot de datamanagementparagraaf.
Het project dat NWO financiert moet, conform de NWO Subsidieregeling 2024, uitgevoerd worden in overeenstemming met de nationaal en internationaal aanvaarde normen van wetenschappelijk handelen zoals neergelegd in de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit. Met het indienen van de aanvraag committeert de aanvrager zich aan deze code. In geval van (mogelijke) schending van deze normen bij een door NWO gefinancierd project, dient de aanvrager NWO hiervan onverwijld op de hoogte te stellen en dient deze alle ter zake relevante documenten aan NWO te overleggen. Meer informatie over de gedragscode en het beleid op het gebied van wetenschappelijke integriteit vindt u op de website: Wetenschappelijke integriteit | NWO.
Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde project een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is. De aanvrager dient er voor te zorgen dat deze tijdig wordt verkregen bij de relevante instelling of ethische commissie. Het wel of niet hebben van een ethische verklaring of vergunning op het moment van het aanvraagproces heeft geen invloed op de beoordeling van de aanvraag. Bij toewijzing wordt de subsidie verleend onder de voorwaarde dat de benodigde ethische verklaring of vergunning vóór de uiterste startdatum van het project is verkregen. Het project kan pas starten nadat NWO een kopie van de ethische verklaring of vergunning heeft ontvangen.
Het Nagoya Protocol zorgt voor een eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit het gebruik van genetische rijkdommen (Access and Benefit Sharing; ABS). Onderzoekers die voor hun onderzoek gebruikmaken van genetische bronnen in/uit het buitenland dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (Home - ABS Focal Point). NWO gaat er vanuit dat zij de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen.
Op alle aanvragen is de Regeling Cofinanciering van toepassing.
Aanvullende definities:
– cofinanciering in-kind: gekapitaliseerde personele en/of materiële bijdragen van gebruikers;
– cash cofinanciering wordt gebruikt ter dekking van een deel van de totale projectkosten en vormt samen met de door NWO verstrekte subsidie en de eigen bijdrage die geen cofinanciering betreft, de benodigde financiële middelen.
Cofinanciering is in deze Call for proposals niet verplicht. Het is wel mogelijk cofinanciers toe te voegen in de aanvraag. Onderscheid wordt gemaakt tussen cash cofinanciering (te innen door de aanvrager), die dient als dekking voor de begroting van de projectactiviteiten beschreven in de aanvraag, en cofinanciering in-kind, die kan bestaan uit personele en/of materiële inbreng van de betrokken organisaties.
Voor cofinanciering gelden de volgende uitgangspunten:
– NWO is hoofdfinancier van een aanvraag. Aanvragen waarbij de cofinanciering van de cofinanciers meer dan 49% van de totale projectkosten bedraagt, worden niet in behandeling genomen;
– cash cofinanciering, is het netto bedrag dat een cofinancier betaalt aan de aanvrager. De aanvrager factureert cash cofinanciering en eventuele btw aan de cofinancier.
Niet toelaatbaar als cash cofinanciering zijn10:
– door NWO verstrekte subsidie;
– cofinanciering mag niet afkomstig zijn van partijen die op grond van deze Call for proposals een aanvraag bij NWO kunnen indienen.
Verklaring cofinanciering deelnemende cofinanciers
In een verklaring cofinanciering spreekt de cofinancier financiële steun uit aan het project en bevestigt deze de toegezegde cofinanciering. Verklaringen cofinanciering van cofinanciers, welke genoemd worden in de aanvraag, zijn verplicht als bijlagen bij het indienen van de aanvraag. De verklaring cofinanciering moet zijn ondertekend door een tekenbevoegd persoon van de cofinancier. NWO stelt een verplicht format voor de verklaring cofinanciering beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NWO website en in ISAAC.
In geval van toewijzing van de aanvraag dient de cofinancier zijn bijdrage(n) te bevestigen in de consortiumovereenkomst. In deze overeenkomst worden ook verdere afspraken gemaakt tussen de cofinancier(s) en de aanvrager(s).
Verantwoording cofinanciering cash en in-kind
Na afsluiting van een project, wordt het definitieve subsidiebedrag vastgesteld aan hand van de eindverantwoording, de financiële voorwaarden en de verhouding cofinanciering zoals aanwezig in de aanvraagbegroting.
Ambtshalve indexeren als gevolg van andere geldende tarieven na indiening heeft geen invloed op de verhouding en cofinancieringseis voor de NWO-bijdrage. NWO gaat daarvoor uit van de verhouding in de door NWO geaccepteerde aanvraagbegrotingen.
In geval van gedeeltelijk geleverde cofinanciering in cash (door onvoorziene omstandigheden, zoals faillissementen) gaat NWO voor haar bijdrage uit van de oorspronkelijke subsidieverlening, rekening houdend met de wel geleverde cash cofinanciering en de geldende minimale cofinancieringseis, indien deze van toepassing is.
Cash cofinanciering boven de cofinancieringseis heeft invloed op de gehanteerde verhouding tussen cofinanciering en door NWO verstrekte subsidie. Indien een project cash cofinanciering kent boven de cofinancieringseis en er bij vaststelling sprake is van gedeeltelijk geleverde in cash cofinanciering, is de NWO-bijdrage nooit meer dan de oorspronkelijke bijdrage uit de subsidieverlening. De verhouding van de NWO-bijdrage is dan maximaal de bijdrage die volgt uit de cofinancieringseis.
Te allen tijde dient NWO op de hoogte gesteld worden van problemen in verwachte cofinanciering (cash en/of in-kind). Naast financiële gevolgen voor een project, kan NWO ook adequate wijzigingen in een project verlangen als wijzigingsverzoek, zodat het onderzoek naar beste vermogen vervolgd kan worden.
Toegangsbeleid
De (opgewaardeerde) GWI dient een breed, transparant en niet-discriminatoir toegangsbeleid te voeren conform het European Charter for Access to Research Infrastructures. De aanvraag dient daarom duidelijk de verwachte gebruikers en capaciteitsverdeling te beschrijven, en wordt beoordeeld op aspecten zoals een duidelijk toegangsbeleid, transparante beoordeling van aanvragen tot toegang, en beschikbare capaciteit buiten het consortium (zie de beoordelingscriteria in paragraaf 4.3).
Verhouding economische en niet-economische activiteiten
Uitgangspunt is dat met de (opgewaardeerde) GWI niet-economische activiteiten zoals bedoeld in punt 20 van de Kaderregeling O&O&I worden uitgevoerd. Wanneer met de (opgewaardeerde) GWI zowel economische als niet-economische activiteiten worden uitgevoerd, verstrekt NWO uitsluitend subsidie voor zover de (opgewaardeerde) GWI voldoet aan hetgeen in punt 21 van de Kaderregeling O&O&I is bepaald.
NWO beschouwt hierbij de verhuur van de (opgewaardeerde) GWI aan onderzoeksorganisaties en andere onderzoeksinfrastructuren (zoals gedefinieerd in punt 16 (ff) en (gg) van de Kaderregeling O&O&I) ten behoeve van onafhankelijk onderzoek en ontwikkeling (O&O), met inbegrip van O&O wanneer de onderzoeksorganisatie of onderzoeksinfrastructuur bij daadwerkelijke samenwerking betrokken is, als niet-economische activiteit van de (opgewaardeerde) GWI (zie punt 20 (a) (ii) van de Kaderregeling O&O&I).
Verhuur van de (opgewaardeerde) GWI aan ondernemingen of de uitvoering van contractonderzoek zijn voorbeelden van economische activiteiten, zie paragraaf 2.1.2 van de Kaderregeling O&O&I.
Deze voorwaarden gelden gedurende de volledige levenscyclus van de (opgewaardeerde) GWI.
De relevante passages uit de Kaderregeling O&O&I treft u aan in bijlage 7.3 van deze Call for proposals.
Het aanvragende consortium dient een eigen bijdrage te leveren van ten minste 25% van de totale omvang van het budget voor de projectaanvraag. De totale omvang wordt gedefinieerd als de NWO- bijdrage + eigen bijdrage aan de projectaanvraag. De eigen bijdrage mag niet alleen uit aanvullende operationele kosten bestaan. De eigen bijdrage aan de kapitaalinvestering moet minimaal 16,7% van de totale NWO-bijdrage betreffen. Aanvragen waarbij de eigen bijdrage meer dan 49% van de totale projectkosten bedraagt, worden niet in behandeling genomen.
De eigen bijdrage bestaat in ieder geval uit een substantiële bijdrage (commitment) van de betrokken instellingen van de hoofd- en medeaanvragers aan de kapitaalinvestering en initiële operationele kosten voor de duur van het project. Deze eigen bijdrage kan zowel cash als in-kind zijn. Cash en/of in- kind bijdragen van eventuele cofinanciers worden ook gerekend tot de eigen bijdrage van het aanvragende consortium.
De bijdragen van de verschillende partners mogen bij elkaar opgeteld worden. Er zijn geen vooraf ingestelde regels met betrekking tot welk type en welk deel van de eigen bijdrage iedere partner moet inbrengen, zolang de totale eigen bijdrage maar voldoet aan de in deze Call for proposals genoemde voorwaarden.
NB. Investeringen of kosten (voor) die onderdeel zijn van een lopend GWI-project (hetzij binnen het NWO-subsidiedeel, hetzij als onderdeel van de eigen bijdrage aan dit project) kunnen niet opgevoerd worden als eigen bijdrage.
Waardebepaling in-kind bijdrage
Voor in-kind bijdragen kunnen alleen kosten worden opgevoerd die onder de subsidiabele kosten vallen zoals omschreven in paragraaf 7.2. Een in-kind bijdrage dient te worden gekwantificeerd in de aanvraagbegroting. Voor het bepalen van de waarde van de in-kind bijdrage dienen de grondslagen te worden gehanteerd omschreven in paragraaf 7.2.7.
Cash bijdragen
Cash bijdragen zijn contante bijdragen aan het project die de hoofdbegunstigde direct int. Indien de hoofdbegunstigde de cash bijdrage levert, dan wordt deze expliciet gereserveerd voor het project. Subsidies met het specifieke doel bij te dragen aan de opwaarderingsaanvraag worden toegestaan als cash bijdrage.
Bevestiging eigen bijdrage
De desbetreffende meefinancierende partijen moeten elk individueel de eigen bijdrage in een brief bevestigen.
Cofinanciers:
Per cofinancier dient een Verklaring Cofinanciering als bijlage bij de aanvraag te worden gevoegd.
Aanvragende instellingen:
Per aanvragende instelling dient één garantiebrief als bijlage bij de aanvraag te worden gevoegd. De garantiebrief moet zijn ondertekend door een tekenbevoegd persoon en op briefpapier van de partner (digitaal) zijn geprint. Deze brief moet in het Engels zijn opgesteld en een motivatie bevatten van de opbouw van de overeengekomen cash en/of personele en/of materiële bijdrage (in-kind bijdragen).
De in de garantiebrief en Verklaring Cofinanciering vermelde bedragen moeten overeenkomen met de bedragen in de aanvraagbegroting. NWO kan verzoeken om aanvullende onderbouwing en bewijsstukken van de gehanteerde tarieven. NWO bepaalt of de tarieven moeten worden aangepast.
Dit hoofdstuk beschrijft allereerst de beoordeling volgens de DORA-principes (paragraaf 4.1) en hoe de beoordelingsprocedure verloopt (paragraaf 4.2). Vervolgens somt het de criteria op waaraan de beoordelingscommissie uw aanvraag toetst (paragraaf 4.3).
Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken NWO- medewerkers is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing (Code persoonlijke belangen | NWO).
NWO streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (Diversiteit en inclusie | NWO). NWO stimuleert referenten en leden van een beoordelingscommissie actief om zich bewust te worden van impliciete associaties en te proberen deze te minimaliseren. NWO voorziet hen van informatie over concrete manieren om de beoordeling van een aanvraag te verbeteren.
NWO is ondertekenaar van de San Francisco Declaration on Research Assessment (DORA). DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld te verbeteren. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksinstellingen, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.
DORA richt zich op het terugdringen van het onkritisch gebruik van bibliometrische indicatoren en het wegnemen van onbewuste vooringenomenheid (unconscious bias) bij de beoordeling van onderzoek en onderzoekers. Overkoepelende filosofie van DORA is dat onderzoek moet worden beoordeeld op zijn eigen kwaliteiten en verdiensten in plaats van op basis van afgeleide indicatoren, zoals het tijdschrift waarin het onderzoek wordt gepubliceerd.
NWO gaat bij het beoordelen van het wetenschappelijk track record van aanvragers uit van een brede definitie van wetenschappelijke output.
NWO verzoekt commissieleden en referenten bij de beoordeling van aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de h-index. U mag deze niet vermelden in uw aanvraag. Wel mag u naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten te vermelden, zoals datasets, patenten, software en code enzovoort.
Voor meer informatie over wat NWO doet om de principes van DORA te implementeren zie: DORA | NWO.
De aanvraagprocedure bestaat uit de volgende stappen:
– indiening van de intentieverklaring;
– indiening van de aanvraag;
– in behandeling nemen van de aanvraag;
– toets drempelcriteria;
– peer review door referenten;
– weerwoord;
– eerste vergadering van de beoordelingscommissie (interviewselectie);
– interview;
– tweede vergadering van de beoordelingscommissie;
– besluitvorming door de raad van bestuur van NWO.
Voor deze Call for proposals wordt een externe, onafhankelijke beoordelingscommissie ingesteld bestaande uit inhoudelijke en technische deskundigen, waaronder ervaren onderzoekers, beleidsmakers en/of (G)WI managers. De gezamenlijke expertise van de commissie omvat een brede kennis van wetenschappelijke ontwikkelingen, ervaring met grote wetenschappelijke consortia/instituten en deskundigheid op het gebied van nationale strategische belangen en de financiële en organisatorische aspecten van GWI.
De taak van de beoordelingscommissie is om de ingediende aanvragen en de daarop betrekking hebbende stukken in onderlinge samenhang en op eigen merites te beoordelen op basis van de gegeven beoordelingscriteria in deze Call for proposals.
Met een intentieverklaring geeft u aan dat u een aanvraag wilt indienen voor deze Call for proposals. Het indienen van een intentieverklaring is verplicht om in een latere fase een aanvraag in te mogen dienen. De intentieverklaring is bedoeld om NWO te informeren over het te verwachten aantal aanvragen. U moet uw intentieverklaring voor de deadline indienen via ISAAC (zie paragraaf 1.3).
Neem in de intentieverklaring de aspecten op zoals beschreven in paragraaf 3.3.1. U ontvangt als hoofdaanvrager een ontvangstbevestiging van de intentieverklaring.
U mag een intentieverklaring intrekken. Dit doet u via uw account in ISAAC.
Publicatie en contact
Ingediende intentieverklaringen plaatst NWO op de programmapagina van deze Call for proposals (zie tijdpad). De persoonsgegevens in de intentieverklaring worden niet gepubliceerd. Indien een hoofdaanvrager binnen deze ronde en/of de trekkers namens de Roadmap GWI Groepen (zoals gedefinieerd in Roadmap 2021, zie bijlage 7.4) overlap zien in de intenties en mogelijke samenwerking willen verkennen, kunnen zij contactgegevens behorend bij andere intentieverklaringen opvragen bij NWO (zie paragraaf 6.1). Door een intentieverklaring in te dienen, gaat u ermee akkoord dat NWO deze informatie op verzoek verstrekt aan hoofdaanvragers en via de trekkers aan de Roadmap GWI Groepen.
Voor indiening van de aanvraag is een standaardformulier beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NWO website. In uw aanvraag moet u zich houden aan de vragen die in dit formulier staan en aan de werkwijze die in de toelichting staat. Ook moet u zich houden aan de voorwaarden voor het maximale aantal woorden en pagina’s.
Uw volledig ingevulde aanvraagformulier moet voor de deadline via ISAAC zijn ontvangen (zie paragraaf 1.3). Na dit tijdstip kunt u geen aanvraag meer indienen. De hoofdaanvrager ontvangt na indiening van de aanvraag een ontvangstbevestiging.
Zo snel mogelijk nadat u uw aanvraag heeft ingediend, hoort u of NWO uw aanvraag in behandeling neemt. NWO bepaalt dit aan de hand van een aantal administratief-technische criteria (zie de formele voorwaarden voor indiening, paragraaf 3.4). Alleen als uw aanvraag hieraan voldoet, kan NWO deze in behandeling nemen.
Houdt er rekening mee dat NWO u binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. U krijgt één keer de gelegenheid om de correcties door te voeren, hiervoor krijgt u tien werkdagen de tijd. U wordt aangeraden om uiterlijk één werkdag voor het via ISAAC insturen van de gevraagde correcties, in het bijzonder wanneer de correcties betrekking hebben tot de begroting, per e-mail contact op te nemen met NWO (LSRIupgrade@nwo.nl).
Indien uw aanvraag in behandeling genomen wordt, toetst NWO eerst of deze voldoet aan de drempelcriteria (zie paragraaf 4.3.1). De aanvraag dient op elk van deze criteria de kwalificatie ‘toereikend’ te behalen. Aanvragen die niet voldoen aan één of meerdere drempelcriteria worden afgewezen zonder verdere beoordeling door de referenten en de beoordelingscommissie.
Voordat de beoordelingscommissie zich over uw aanvraag buigt, vraagt NWO eerst input van tenminste twee externe referenten. Dit zijn onafhankelijke adviseurs die deskundig zijn op het onderwerp van de aanvraag. Zij beoordelen de aanvraag op basis van de in de Call for proposals genoemde beoordelingscriteria (paragraaf 4.3).
Het is mogelijk om (maximaal drie) non-referenten op te geven. Aanvragers kunnen deze non- referenten opgeven in ISAAC, tegelijk met het indienen van de aanvraag. NWO zal deze non-referenten niet benaderen om als externe referent de aanvraag te beoordelen.
De hoofdaanvrager ontvangt geanonimiseerde referentenrapporten. U heeft daarna de gelegenheid om een weerwoord te formuleren. U krijgt tien werkdagen de tijd om uw weerwoord via ISAAC in te dienen. Mocht u besluiten de aanvraag in te trekken, dan dient u dit zo snel mogelijk per e-mail aan het bureau te melden en de aanvraag in ISAAC in te trekken. Indien NWO uw weerwoord na de deadline ontvangt, wordt het niet meegenomen in de verdere procedure.
Hierna worden uw aanvraag, de referentenrapporten en uw weerwoord voor commentaar voorgelegd aan enkele leden van de beoordelingscommissie (de preadviseurs). De preadviseurs geven schriftelijk een inhoudelijk en beargumenteerd commentaar op de aanvraag. Zij formuleren dit commentaar aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.3.2 – 4.3.6) en geven de aanvraag per beoordelingscriterium een cijfermatige score. Hierbij wordt de NWO scoretabel gehanteerd (op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend).
De aanvragen, de referentenrapporten en het weerwoord worden aan de beoordelingscommissie voorgelegd. De preadviezen fungeren als startpunt voor de plenaire bespreking van de aanvragen door de beoordelingscommissie. De beoordelingscommissie maakt op basis van het beschikbare materiaal een eigen afweging. Hierbij geldt dat de referentenrapporten in belangrijke mate richtinggevend zijn voor de uiteindelijke beoordeling, maar niet per se onverkort worden overgenomen door de beoordelingscommissie. De beoordelingscommissie weegt de argumenten van de referenten (ook onderling) en bekijkt of in het weerwoord een goede reactie is geformuleerd op de kritische opmerkingen uit de referentenrapporten. De beoordelingscommissie heeft bovendien, anders dan de referenten, zicht op de kwaliteit van de overige ingediende aanvragen en weerwoorden. Dit brengt met zich mee dat de beoordelingscommissie tot een andere beoordeling kan komen dan de referenten.
De beoordelingscommissie beoordeelt de aanvragen aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragrafen 4.3.2–4.3.6) en geeft de aanvraag per beoordelingscriterium een cijfermatige score. Hierbij wordt een 9-puntschaal en het NWO-kwalificatiesysteem gehanteerd. De beoordelingscommissie nodigt vervolgens de hoogst geprioriteerde aanvragen uit voor een interview. Uitgangspunt hierbij is dat de cumulatieve NWO-bijdrage aan de aanvragen die uitgenodigd worden op interview optelt tot maximaal 1,3 keer het beschikbare subsidiebudget.
Tijdens het interview licht een afvaardiging van het consortium de aanvraag toe aan de beoordelingscommissie middels een presentatie. De beoordelingscommissie heeft hierbij de gelegenheid om vragen te stellen, ook nieuwe vragen die nog niet door de referenten zijn opgeworpen. Het consortium kan hier tijdens het interview in de discussie met de commissie op reageren. Op deze wijze wordt hoor- en wederhoor toegepast. Het interview is een belangrijk onderdeel van de beoordeling en kan leiden tot bijstelling van de beoordeling en de score van de aanvraag tot dan toe.
De commissie stelt naar aanleiding van alle schriftelijke input (aanvraag, rapporten, weerwoord) en het interview een schriftelijk advies op aan de raad van bestuur van NWO over de kwaliteit en prioritering van de aanvragen. Dit advies baseert zij op de beoordelingscriteria. Voor deze Call for proposals geldt dat enkel aanvragen met een kwalificatie ‘zeer goed’ of ‘excellent’ voor elk van de vier criteria in aanmerking komen voor toewijzing. Voor meer informatie over de kwalificaties zie NWO | Financiering aanvragen, hoe werkt dat?.
Als na de bespreking van de aanvragen blijkt dat twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen totaalscore niet van elkaar te onderscheiden zijn, dan is er sprake van een ex aequo-situatie (zie paragraaf 4.2.11).
Onder ex aequo verstaat NWO de situatie waarin twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen score niet van elkaar te onderscheiden zijn. Een ex aequo situatie is relevant rondom de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Of er sprake is van een ex aequo situatie wordt als volgt bepaald. Het uitgangspunt is de door de beoordelingscommissie opgestelde prioritering, met eindscores afgerond op 2 decimalen. De referentiescore is de score van de laagst geprioriteerde aanvraag binnen de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Alle aanvragen met een score die 0,05 of minder van de referentiescore afliggen, worden in overweging genomen. Zo worden de aanvragen geselecteerd die binnen 0,10 gelijk zijn. Indien een ex aequo situatie zich voordoet op de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens, dan zal de aanvraag met de hoogste score op het criterium Strategisch belang en impact als hoogste eindigen. Als de ex aequo situatie daarmee niet wordt doorbroken, zal de aanvraag met de hoogste score op het criterium Wetenschappelijk belang als hoogste eindigen. Als ook dan aanvragen gelijk eindigen bepaalt de beoordelingscommissie met behulp van een (anonieme) meerderheidsstemming de prioritering (conform artikel 2.2.6, vijfde lid van de NWO Subsidieregeling 2024). Als ook stemming geen uitsluitsel biedt, of niet gewenst is, wordt de ex aequo situatie doorgestuurd naar het besluitnemend orgaan.
Tot slot toetst de raad van bestuur van NWO de gevolgde procedure en het advies van het NWO- bureau en indien van toepassing, de beoordelingscommissie. Vervolgens stelt het de definitieve kwalificaties vast en besluit over toe- en afwijzing van de aanvragen.
Hieronder treft u het tijdpad aan voor deze Call for proposals. Het kan zijn dat NWO het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure nog aanpassingen in het tijdpad van deze Call for proposals aan te brengen. Uiteraard ontvangt u hierover op tijd bericht.
|
12 juni 2025 14:00:00 CEST |
Deadline intentieverklaringen en steunbrieven |
|
2 september 2025 14:00:00 CEST |
Deadline toetsing aanvragende RKI en TO2 instellingen |
|
16 september 2025 14:00:00 CEST |
Deadline aanvragen |
|
Eind september 2025 |
Toets op voorwaarden voor indiening Toets drempelcriteria |
|
Oktober – december 2025 |
Raadplegen referenten |
|
Januari 2026 |
Aanvragers kunnen een weerwoord indienen |
|
Maart 2026 |
Eerste vergadering beoordelingscommissie |
|
April 2026 |
Interviews en tweede vergadering beoordelingscommissie |
|
Mei/juni 2026 |
Besluit raad van bestuur |
Na in behandeling name van uw aanvraag toetst NWO eerst of deze aanvraag voldoet aan de drempelcriteria voor operationele GWI. De aanvraag dient op elk van deze drempelcriteria de kwalificatie ‘toereikend’ te behalen.
Eventuele ondersteunende documentatie kan worden aangeleverd via e-mail (LSRIupgrade@nwo.nl). De drempelcriteria zijn als volgt:
1. de GWI is vindbaar en benaderbaar via een website of portaal waarop informatie over de GWI te vinden is en waarop duidelijk aangegeven is hoe men in contact kan komen met de GWI;
2. de GWI kan momenteel gebruikt worden door en/of biedt momenteel gespecificeerde diensten aan de (inter)nationale onderzoeksgemeenschap (dus niet beperkt tot een subset van kennisinstellingen);
3. de GWI heeft een breed, niet-discriminatoir en transparant toegangsbeleid conform het European Charter for Access to Research Infrastructures;
4. de GWI heeft een organisatie- en governance-structuur met afspraken (b.v. consortium agreement) over onder meer het financiële commitment van de afzonderlijke partijen, wie verantwoordelijk is voor het nemen van besluiten en het maken van keuzes, de toegang tot de GWI (voor consortiumpartijen en externen) en intellectuele eigendomsrechten.
De aanvragen die binnen deze Call for proposals worden ingediend worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria, met gelijke weging:
1. Wetenschappelijk belang
2. Strategisch belang en impact
3. Inbedding en organisatorische aspecten
4. Technische haalbaarheid
Aspecten die getoetst worden, zijn:
a. Meerwaarde van de opwaarderingsinvestering
mate waarin de opwaardering (zoals gedefinieerd in 2.1) de bestaande GWI in staat stelt om (beyond) state-of-the-art diensten te bieden die grensverleggend onderzoek en wetenschappelijke vernieuwing mogelijk maken.
Meerwaarde kan gerealiseerd worden door:
– opwaardering van bestaande diensten en/of toevoegen nieuwe diensten;
– opwaardering via het verbinden van complementaire GWI’s, versterken van synergie tussen GWI’s, en/of verbinding van nieuwe gebruikersgroepen.
b. passendheid en wetenschappelijke kwaliteit van het aanvragend consortium
– relevantie (en internationale status) van betrokken onderzoeks- en gebruikersgroepen;
– complementariteit van ervaring en expertise van het aanvragend consortium.
Aspecten die getoetst worden, zijn:
a. Strategisch belang van de opwaarderingsinvestering
– mate van belang en urgentie van de opwaardering van de bestaande GWI voor de relevante Nederlandse onderzoeksgemeenschap of voor de versterking van de Nederlandse positie11;
– mate van relevantie voor, en aansluiting bij, de nationale Roadmap 2021;
– mate van relevantie voor, en aansluiting bij de langetermijnstrategie van de kennisinstellingen in het consortium;
– mate van relevantie voor, en aansluiting bij, de langetermijnstrategie van de relevante onderzoeksvelden;
– mate van relevantie voor, en aansluiting, bij andere relevante (inter)nationale kennisagenda’s (Sectorplannen, NWA, Topsectoren & Missiebeleid, Horizon Europe, ESFRI Landscape Analysis en Roadmap, VN Sustainable Development Goals, e.d.).
b. Impact van de opwaarderingsinvestering
– mate waarin de opwaarderingsinvestering bijdraagt aan de verlenging van de levensduur van de GWI;
– mate van potentie voor (lange termijn) impact voor de maatschappij, en voor het bedrijfsleven;
– mate waarin de opwaarderingsinvestering bijdraagt aan het optimaliseren van de beschikbare capaciteit versus de benodigde capaciteit en/of bijdraagt aan het optimaliseren van geleverde diensten aan de onderzoeksgemeenschap;
– indien van toepassing, mate van helderheid en realisme van de geschetste ideeën en begroting betreffende de vergroening van de GWI.
Aspecten die getoetst worden, zijn:
a. Financiële haalbaarheid en inbedding
– passendheid en mate van realisme van de plannen voor langjarige en toekomstbestendige inbedding van de GWI (inbeddingsparagraaf);
– mate van specificatie en relevantie van de meerjarenbegroting van het opwaarderingsproject, voor zowel de NWO-bijdrage als de eigen bijdrage;
– mate van realisme van de meerjarenbegroting van het opwaarderingsproject, voor (a) de duur van het opwaarderingsproject; en (b) de gehele verwachte levensduur van de GWI daarna;
– passendheid van de financiële commitment van de individuele consortiumpartners aan het opwaarderingsproject.
b. Governance & organisatie
– kwaliteit en effectiviteit van de reeds bestaande organisatie en governancestructuur van de GWI;
– effectiviteit van de geplande inbedding van de opwaardering binnen de bestaande organisatie en governancestructuur van de GWI.
c. Financiële en organisatorische risicoanalyse
– passendheid en realisme van de financiële en organisatorische risicoanalyse en de voorgestelde mitigatiestrategie.
Aspecten die getoetst worden, zijn:
a. Technische haalbaarheid van de opwaardering
– bestendigheid van de operatie van de huidige GWI en het effect hierop van de opwaardering;
– passendheid en realisme van het plan voor technische implementatie van de opwaardering;
– passendheid en realisme van het overzicht van technische uitdagingen om gewenste specificaties te behalen.
b. Kwaliteit IT-infrastructuur, inclusief data en software
– passendheid en helderheid van de benodigde IT-infrastructuur;
– beschikbaarheid van garanties voor benodigde externe capaciteit (zoals, bijvoorbeeld, bij SURF);
– doeltreffendheid en realisme van de relevante plannen (e.g. IT-implementatieplan; data managementplan; software managementplan) en in acht neming van FAIR-principes (vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar).
c. Risicoanalyse en mitigatieplan technische haalbaarheid
– passsendheid en realisme van de risicoanalyse en de voorgestelde mitigatiestrategie, waarin wordt aangegeven hoe uitdagingen worden opgelost met aanwezige kunde in het consortium.
In dit hoofdstuk worden de verschillende subsidieverplichtingen toegelicht die – in aanvulling op de in paragraaf 3.5 genoemde subsidievoorwaarden – van toepassing zijn na toewijzing.
Na toewijzing stelt NWO samen met het consortium een externe adviseur aan. De externe adviseur is een onafhankelijke, ervaren wetenschapper uit het onderzoeksveld, bijvoorbeeld uit een wetenschappelijke adviescommissie, die niet betrokken is bij het consortium, of een ervaren onafhankelijke GWI-manager. De advisering heeft tot doel de wetenschappelijke en/of maatschappelijke impact van het project te maximaliseren en de inbedding van de infrastructuur op te volgen. Daartoe heeft de projectleider en/of het consortium jaarlijks ten tijde van de voortgangrapportage, en indien gewenst voor de projectleider ook tussentijds, contact met de externe adviseur, NWO en een afvaardiging van de PC-GWI.
Na toewijzing van een aanvraag dient de aanvrager de datamanagementparagraaf uit te werken tot een datamanagementplan. Aanvragers kunnen hierbij gebruik maken van het advies van de referenten en commissie. De aanvrager beschrijft in het plan of gebruik gemaakt wordt van bestaande data of dat het om een nieuwe dataverzameling gaat en hoe de dataverzameling dan FAIR: vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar gemaakt wordt. Het datamanagementplan dient voor indiening te zijn afgestemd met een data steward of vergelijkbare functionaris van de onderzoeksorganisatie waar het project wordt uitgevoerd NWO beoordeelt het plan zo snel mogelijk. Goedkeuring van het datamanagementplan door NWO is voorwaarde voor de subsidieverlening. Het plan kan tijdens het project worden bijgesteld.
Meer informatie over het datamanagementprotocol van NWO staat op: Research datamanagement | NWO.
Met betrekking tot de intellectuele eigendom (IE) geldt het NWO IE-beleid. Het NWO IE-beleid is te vinden in hoofdstuk 4 van de NWO Subsidieregeling 2024.
Aanvragers moeten een door NWO gefinancierd project uitvoeren in de tijd dat ze voor de onderzoeksorganisatie werken. Indien een aanvrager of een door NWO gefinancierde onderzoeker bij meerdere werkgevers is aangesteld, dient de andere werkgever ten behoeve van de aanvrager afstand te doen van eventuele IE-rechten die uit het project voortvloeien.
De begunstigde is verantwoordelijk voor het werven van additionele middelen bij andere partijen dan bij NWO, als blijkt dat voor de realisatie van het project meer financiering nodig is.
– Voortgangsverslag: iedere 2 jaar dient de hoofdaanvrager een inhoudelijk en financieel voortgangsverslag in bij NWO.
– Eindverslag: Binnen drie maanden na afloop van de projectduur dient de hoofdaanvrager een inhoudelijk en financieel eindverslag in bij NWO.
Deze verslagen worden ondertekend door zowel de hoofdaanvrager als de begunstigde.
In de inhoudelijke verslagen dient te worden gerapporteerd over het gebruik (utilisatie) van de GWI. In de lijst van gebruikers en hun werkelijke gebruik dient onderscheid gemaakt te worden tussen het economisch en niet-economisch gebruik. Ook moet worden aangegeven wat hiervan de totale procentuele verdeling is.
Een in-kind bijdrage wordt verantwoord conform de in de aanvraagbegroting vermelde waarde. De werkelijke, financiële waarde hoeft dus niet te worden verantwoord. Als de bijdrage voor een deel is geleverd, dan dient het procentuele deel dat is geleverd met het bedrag uit de aanvraagbegroting te worden vermenigvuldigd en de uitkomst te worden vermeld in het financiële verslag. De begunstigde voegt bij het eindverslag aan NWO getekende verklaringen toe van de bijdragende partijen, dat de in- kind bijdrage is geleverd, en van de begunstigde, dat deze is ontvangen. Een gedeeltelijke levering wordt gemotiveerd en toegelicht in de verklaring van de begunstigde.
De begunstigde levert bij het financieel eindverslag een controleverklaring als de instelling van de begunstigde een niet door de rijksoverheid gefinancierde onderwijs- of onderzoeksinstelling is. Bij de controle op de rechtmatigheid is de materialiteitsgrens uit het ‘Controleprotocol OWB’ van het ministerie OCW leidend.
De rechtmatige besteding van subsidies aan door de rijksoverheid gefinancierde onderwijs- en onderzoeksinstellingen wordt gecontroleerd door de instellingsaccountant conform het onderwijsaccountantsprotocol OCW. Dit is van toepassing op de sectoren Primair Onderwijs (PO), Voortgezet Onderwijs (VO) en Hoger Onderwijs (HO). Onder de sector HO vallen ook de UMC’s. Voor deze instellingen is een controleverklaring bij het financieel eindverslag dus geen vereiste. Wel dient de instellingsaccountant deze subsidie onderdeel te maken van de te controleren steekproef, over het jaar waarin deze subsidie (voor GWI) wordt vastgesteld.
Uit het project kan kennis voortkomen die geschikt is voor toepassing in de maatschappij. Bij het aangaan van afspraken over licentie- en/of overdracht van onder deze Call for proposals ontwikkelde onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de tien principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, zoals opgenomen in het NFU rapport “Maatschappelijk Verantwoord Licenseren”.
NWO heeft de Berlin Declaration (2003) ondertekend en is lid van cOAlitie S (2018) en zet zich in om de resultaten van wetenschappelijk onderzoek dat door NWO gefinancierd wordt vrij toegankelijk te maken via internet (Open Access). Daarmee geeft NWO invulling aan het beleid van de Nederlandse regering om al het publiek gefinancierde onderzoek Open Access beschikbaar te maken.
Wetenschappelijke publicaties van onderzoek dat is gefinancierd op basis van toewijzingen voortvloeiend uit deze Call for proposals dienen daarom Open Access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access.
Wetenschappelijke artikelen
Voor wetenschappelijke artikelen geldt dat zij direct op het moment van publicatie (zonder embargo) Open Access beschikbaar gesteld moeten worden via één van de volgende routes:
– publicatie in een volledig open access tijdschrift of platform dat is geregistreerd in de DOAJ;
– publicatie in een abonnementstijdschrift en het deponeren van tenminste de auteursversie van het artikel in een Open Access repository die is geregistreerd in OpenDOAR;
– publicatie in een tijdschrift waarvoor een transformatieve Open Access overeenkomst beschikbaar is tussen de UNL en een uitgever. Zie daarover: Home | Open access.
Boeken
Voor boeken, boekhoofdstukken en bundels gelden afwijkende voorwaarden. Zie daarover de Beleidsregel Open Access op Open Science | NWO.
CC BY licentie
Met het oog op een optimale verspreiding van publicaties moet tenminste een Creative Commons (CC BY) licentie worden toegepast. Bij de aanwezigheid van zwaarwegende belangen kan de auteur verzoeken om te publiceren onder toepassing van een CC BY-ND licentie. Voor boeken, bundels en boekhoofdstukken staat de keuze van een CC BY licentie vrij.
Voor een nadere toelichting op het Open Access beleid van NWO zie: Open Science | NWO.
Voor inhoudelijke vragen over deze Call for proposals neemt u contact op met:
Dr. Jelte Wouda, tel.: +31 (0) 70 344 0687, e-mail: LSRIupgrade@nwo.nl
Dr. Laurens Kirkels, tel.: +31 (0)70 349 4545, e-mail: LSRIupgrade@nwo.nl
Bij technische vragen over het gebruik van ISAAC kunt u contact opnemen met de ISAAC-helpdesk. Raadpleeg eerst de handleiding voordat u de helpdesk om advies vraagt. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.
NWO verwerkt persoonsgegevens die zij in het kader van deze ronde ontvangt conform de NWO privacyverklaring, Privacyverklaring | NWO.
NWO kan aanvragers mogelijk benaderen voor een evaluatie van de procedure en/of het onderzoeksprogramma.
|
Dossier nummer |
Project titel |
|---|---|
|
184.021.003 |
CLARIN-NL |
|
184.021.004 |
KM3NeT: The next generation neutrino telescope |
|
184.021.005 |
ESS-NL: European Social Survey in the Netherlands |
|
184.021.006 |
European Extremely Large Telescope (E-ELT) |
|
184.021.007 |
BBMRI-NL |
|
184.032.201 |
Proteins@Work; A large-scale proteomics research facility for the life sciences |
|
184.032.204 |
The Generations and Gender Programme: A Large-Scale, Longitudinal, Comparative Database for Social Science Analysis |
|
184.032.207 |
An ultra-high field NMR facility for the Netherlands (uNMR-NL) |
|
184.032.209 |
The SAFARI Imaging Spectrometer on the SPICA space observatory; revealing the origins of the universe, from planets to galaxies and beyond. |
|
184.032.303 |
Mouse Clinic for Cancer and Aging research (MCCA) |
|
184.032.306 |
CLARIAH – Common Lab Research Infrastructure for the Arts and Humanities |
|
184.032.307 |
High Field Magnet Laboratory An international research facility for Science in High Magnetic Fields in the Netherlands |
|
184.032.309 |
Towards a consolidated Dutch Biobanking Hub, integrating the Dutch Biobanking Infrastructure in the European ESFRI Roadmap |
|
184.033.101 |
CLARIAH Common Lab Research Infrastructure for the Arts and Humanities |
|
184.033.104 |
NanoLabNL kwantum Electrical Engineering (QuEEn) |
|
184.033.108 |
Dutch contributions to the detector upgrades of the Large Hadron Collider experiments at CERN |
|
184.033.109 |
Square Kilometre Array |
|
184.033.111 |
BBMRI-NL2.0: The NL-Biobank Research Facility |
|
184.033.116 |
High Field Magnet Laboratory: a world-leading research facility in the Netherlands |
|
184.034.002 |
ATHENA, probing the hot and energetic Universe |
|
184.034.005 |
EPOS-NL: The Netherlands contribution to the European Plate Observing System |
|
184.034.010 |
BSL3: safe solutions for research into global threats by infectious diseases |
|
184.034.012 |
The Netherlands Plant Eco-phenotyping Centre (NPEC) |
|
184.034.013 |
KM3NeT 2.0: Neutrino Science in the Deep Sea |
|
184.034.014 |
Netherlands Electron Microscopy Infrastructure (NEMI) |
|
184.034.015 |
The Ruisdael Observatory for atmospheric science |
|
184.034.019 |
Netherlands X-omics Initiative |
|
184.034.022 |
HFML-FELIX: a unique research infrastructure in the Netherlands Matter under extreme conditions of intense infrared radiation and high magnetic fields |
|
184.034.023 |
CLARIAH-PLUS |
|
184.035.002 |
The uNMR-NL Grid: A distributed, state-of-the-art Magnetic Resonance facility for the Netherlands |
|
184.035.004 |
FuSE: Fundamental Sciences E-infrastructure. |
|
184.035.005 |
Netherlands Infrastructure for Ecosystem and Biodiversity Analysis – Authoritative and Rapid Identification System for Essential biodiversity information (NIEBA ARISE) |
|
184.035.007 |
UNLOCK – UNLOCKing Microbial Diversity for Society |
|
184.035.011 |
HFML-FELIX: A Dutch Centre of Excellence for Science under Extreme Conditions |
|
184.035.013 |
Renewal of the National Marine research Facilities; critical research instrumentation |
|
184.035.014 |
ODISSEI: Better Infrastructure, Better Science, Better Society |
|
184.036.003 |
Shivers from the deep Universe / a national infrastructure for gravitational wave research |
|
184.036.004 |
Netherlands Instrumentation for the European Extremely Large Telescope (NL-ELT) |
|
184.036.006 |
Innovative Stem Cell Technology Infrastructure for human organ and disease models |
|
184.036.007 |
EPOS-eNLarge: bridging scales for sustainable use of our subsurface |
|
184.036.008 |
Delta ENIGMA (ENvironmental bioGeoMorphologic Analyser): integrated infrastructure for observation, experiments and modeling of the river-to-coast system – Establishing a supersite for sustainable deltas by Danubius-NL consortium |
|
184.036.009 |
The Dutch National 14 Tesla MRI Initiative in Medical Science (DYNAMIC) |
|
184.036.012 |
NL-BioImaging-AM: An advanced multi-center microscopy infrastructure for the Netherlands |
|
184.036.014 |
LTER-LIFE: a research infrastructure to develop Digital Twins of ecosystems in a changing world |
|
184.036.020 |
Social Science and Humanities Open Cloud for the Netherlands (SSHOC-NL) |
Tabel 1. Uitputtend overzicht van de GWI-projecten toegewezen in aan de Roadmap 2008, 2012, 2016 of 2021 gerelateerde Calls for proposals waarnaar in de aanvullende voorwaarden in sectie 3.1 wordt verwezen. Er kunnen binnen deze Call for proposals enkel aanvragen ingediend worden die zijn gerelateerd aan projecten in deze lijst. De dossiernummers van toegewezen GWI-projecten starten met 184.021.***, 184.032.***, 184.033.***, 184.034.***, 184.035.*** of 184.036.***.
N.B. Projecten die niet in de bovenstaande lijst zijn genoemd, worden niet gerekend tot de GWI-projecten toegewezen in aan de Roadmap 2008, 2012, 2016 of 2021 gerelateerde Calls for proposals.
Subsidiabel zijn de volgende project-specifieke kosten:
– kosten voor investeringen in wetenschappelijke apparatuur;
– kosten voor investeringen in datasets;
– kosten voor het koppelen of integreren van bestaande complementaire GWI’s;
– kosten voor verbinding van nieuwe gebruikersgroepen;
– kosten voor het opzetten van een gezamenlijke e-infrastructuur;
– personeelskosten voor het opzetten van databases en de initiële digitalisering van het bibliografisch apparaat, indien deze niet gekocht kunnen worden;
– personeelskosten voor medewerkers met een specifieke en essentiële technische expertise noodzakelijk voor de opwaardering van de GWI indien deze niet gekocht kan worden, én het extern inhuren duurder is;
– reiskosten die noodzakelijk zijn voor opwaardering van de infrastructuur, zoals voor bijeenkomsten van het projectteam en het raadplegen van internationale adviseurs tijdens de ontwerpfase;
– kosten voor gebouwen en voorzieningen of aanpassingen van gebouwen en voorzieningen die integraal onderdeel zijn van de GWI en niet tot de gebruikelijke institutionele voorzieningen gerekend kunnen worden, bijvoorbeeld een kas, trillingsvrije vloeren, GWI-specifieke leidingen of elektriciteitstoevoer. Acceptatie van kosten voor dergelijke aanpassingen is in dit geval niet vanzelfsprekend. Hierover dient de hoofdaanvrager uiterlijk één week voor de deadline van indiening van de aanvraag contact op te nemen met NWO via LSRIupgrade@nwo.nl. NWO bepaalt of deze kosten subsidiabel zijn.
Niet subsidiabel zijn:
– kosten die onderdeel zijn van een lopend GWI-project (hetzij binnen het NWO-subsidiedeel, hetzij als onderdeel van de eigen bijdrage aan dit project);
– kosten die zijn gemaakt of waarvoor verplichtingen zijn aangegaan vóórdat de subsidie is toegewezen tenzij NWO vanwege bijzondere omstandigheden samenhangend met de (gedeeltelijke) eigen bijdrage bij het subsidieverleningsbesluit expliciet anders heeft bepaald;
– kosten die worden gemaakt of waarvoor verplichtingen worden aangegaan voor een periode voorbij de projectduur;
– kosten die eerder zijn gesubsidieerd of op een andere manier zijn bekostigd (zoals bijvoorbeeld al aangekochte apparatuur);
– kosten voor reguliere huisvesting en huisvestingslasten;
– kosten voor institutionele voorzieningen, zoals kosten voor gebouwen en voorzieningen of aanpassingen van gebouwen die tot de gebruikelijke voorzieningen gerekend kunnen worden;
– verzekeringskosten;
– kosten voor regulier beschikbare IT-infrastructuur die de betrokken instellingen bieden, of die reeds landelijk beschikbaar is, bijvoorbeeld via SURF12;
– dataverzamelingen en eventuele bijbehorende software en bibliografieën die reeds op andere wijze beschikbaar zijn;
– kosten voor onderzoek dat met de GWI wordt uitgevoerd;
– operationele kosten (van de op te waarderen GWI) die niet aantoonbaar zijn gerelateerd aan de opwaarderingsinvestering;
– kosten die gemaakt worden door instellingen (waarmee wordt samengewerkt door de aanvragende instelling) die niet subsidiabel zijn op grond van de Call for proposals;
– administratieve kosten, dat wil zeggen, kosten voor de (activiteiten) van een controller of administratief medewerker voor het monitoren en administreren van de financiële gegevens van een organisatie;
– reiskosten anders dan die benodigd zijn voor opwaardering van de GWI (bv. niet toegestaan zijn kosten voor het bezoek van internationale conferenties, en kosten voor het raadplegen van internationale adviseurs tijdens de operationele fase);
– publicatiekosten.
Voor personeel dat een substantiële bijdrage levert aan de opwaardering van de GWI kan subsidie voor de salariskosten worden aangevraagd. De aangevraagde personeelskosten dienen kort te worden onderbouwd in het voorstel. Salariskosten dienen te worden begroot volgens de tarieven uit tabel 2.2, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’ van de meest recent gepubliceerde Handleiding Overheidstarieven (Salaristabellen | NWO) op het moment van indiening. De schaal waarop de onderzoeker of (project)medewerker wordt aangesteld, is daarbij leidend voor het tarief. Als er geen systeem van inschaling van toepassing is, dan dient een kostendekkend tarief te worden gekozen voor zowel de dekking van personeelskosten als overhead. Het toe te schrijven uurtarief is gemaximeerd op schaal 16 conform de HOT-tarieven.
Het tarief op het moment van de besluitdatum is van toepassing. NWO past bij de toekenning zo nodig eenmalig ambtshalve een indexering toe van de loonkosten. Hierbij wordt de datum gehanteerd dat de tarieven ingaan. Indien de datum van bekendmaking van de tarieven later is dan de ingangsdatum, wordt de datum van bekendmaking gehanteerd. HOT-tarieven gaan doorgaans in op 1 januari.
Ambtshalve indexering heeft geen invloed op het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag. Het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag blijven ongewijzigd tijdens de beoordelingsprocedure. Bij toewijzing wordt indexering toegepast op het subsidiebedrag.
Indien cofinanciering is vereist dan wel toegestaan, heeft de ambtshalve indexering geen gevolgen voor de cofinancieringseis, noch voor de IE-rechten die uit de cofinanciering kunnen voortvloeien.
Investeringen zijn voor het project ingezette middelen die na afloop van het project economische waarde hebben dan wel kunnen worden hergebruikt. Dat wil zeggen apparatuur, software met restwaarde, infrastructuur, etc.
Materiele kosten zijn projectspecifieke kosten met betrekking tot onder meer verbruiksgoederen, materialen, kleine instrumenten en andere middelen die na gebruik geen economische waarde meer hebben. Hieronder worden mede begrepen (internationale) reis- en verblijfskosten; kosten voor kennisoverdracht, kennisvalorisatie, internationalisering; kosten voor gebruik van reeds bestaande infrastructuur, data collecties en apparatuur; werk door derden; onderhoudskosten.
Onder informatie technologie (IT)-kosten worden verstaan de kosten voor de realisatie en gebruik van benodigde IT-infrastructuur, voor zover deze bovenop de reeds regulier beschikbare IT-infrastructuur komt die de betrokken instellingen bieden, of die reeds landelijk beschikbaar is, zoals SURF. Er wordt verwacht dat waar van toepassing de benodigde IT-infrastructuur wordt afgestemd en/of geharmoniseerd met SURF.
Onder IT-kosten wordt mede begrepen specifieke analysesoftware (de aanschaf of ontwikkeling daarvan), rekentijd, opslagcapaciteit, en kosten voor repositories en datastewardship voor langdurige opslag van data conform de FAIR principes.
IT-gerelateerde personeelskosten kunnen onder de personeelskosten in de begroting worden opgenomen.
Een in-kind bijdrage dient te worden gekwantificeerd in de aanvraagbegroting. De instelling van de hoofdaanvrager en instellingen van medeaanvragers dienen de hoogte en opbouw van hun bijdragen te motiveren in hun verklaring van eigen bijdrage.
Voor cofinanciers dienen de hoogte en opbouw van de bijdragen in de aanvraag te worden gemotiveerd.
Voor het bepalen van de waarde van de in-kind bijdrage dienen de volgende grondslagen te worden gehanteerd.
Voor personeel:
Tarief x uren, waarbij het uurtarief is gebaseerd op de meest recent gepubliceerde Handleiding Overheidstarieven (HOT) op het moment van indiening. Het HOT-uurtarief (tabel 2.2, inclusief overhead) wordt gebaseerd op de inschaling van een persoon volgens de CAO of het functiehuis van de partner die financieel bijdraagt. Als een systeem van inschaling niet van toepassing is, dan dient een kostendekkend tarief te worden gekozen voor zowel de dekking van personeelskosten als overhead.
Op in-kind bijdragen wordt geen eenmalige ambtshalve indexering van de salariskosten na toewijzing toegepast. Het toe te schrijven uurtarief is gemaximeerd op schaal 16 conform de HOT-tarieven.
Voor materieel:
1. voor verbruiksgoederen op basis van de kostprijs;
2. voor investeringen en apparatuur op basis van:
a. een bij de aanvragende instelling of cofinancier die financieel bijdraagt gebruikelijk tarief voor de doorberekeningen van gebruik van apparatuur en faciliteiten aan derden. Het moet dan aantoonbaar zijn dat het tarief bij derden is toegepast, of:
de afschrijvingslasten die evenredig zijn aan het overeengekomen gebruik;
b. een machine uurtarief (afschrijvingskosten per jaar gedeeld door het aantal operationele uren per jaar) vermenigvuldigd met de gebruiksuren gedurende het project, of:
de kostprijs van het gebruik van de investering en apparatuur als deze niet door de aanvragende instelling of cofinancier die financieel bijdraagt zou zijn geleverd, maar commercieel had moeten worden gekocht.
Toelaatbaar als in-kind bijdrage zijn:
– Personele inzet en materiële bijdragen, op voorwaarde dat deze gekwantificeerd worden in de aanvraagbegroting. Dit wordt duidelijk in de beschrijving en de planning/fasering van het project. Voor toegezegde apparatuur wordt de actuele dagwaarde gehanteerd. Bij materiële bijdragen in de vorm van levering van diensten is voorwaarde dat deze als nieuwe inspanning kan worden geïdentificeerd.
– Het kan voorkomen dat een aanvragende instelling of cofinancier reeds geleverde diensten (bijvoorbeeld een database of software) als in-kind bijdrage wil opvoeren. Acceptatie is in dit geval niet vanzelfsprekend. Hierover dient de hoofdaanvrager uiterlijk één week voor de deadline van indiening van de aanvraag contact op te nemen met NWO via LSRIupgrade@nwo.nl. NWO bepaalt of voor deze levering een concrete waarde is vast te stellen.
– Het is mogelijk dat derden een gedeelte van het werk uitvoeren.
i) voor aanvragende instellingen: Bij personele inzet als materiële bijdrage is de voorwaarde dat de geleverde expertise in de vorm van mensuren niet reeds beschikbaar is op de onderzoeksinstelling(en) en dus specifiek voor het project wordt ingezet bij derden.
ii) voor cofinanciers: Bij personele inzet is voorwaarde dat de geleverde expertise in de vorm van mensuren niet reeds beschikbaar is op de onderzoeksinstelling(en) en dus specifiek voor het project wordt ingezet.
Niet toelaatbaar als eigen bijdrage (zowel cash als in-kind):
i) voor aanvragende instellingen:
– door NWO voor andere doeleinden toegewezen financiering, inclusief investeringen of kosten (voor) die onderdeel zijn van een lopend GWI-project (hetzij binnen het NWO-subsidiedeel, hetzij als onderdeel van de eigen bijdrage aan dit project)
ii) voor aanvragende instellingen en cofinanciers:
– al aangekochte apparatuur;
– voor andere doeleinden verkregen (inter)nationale subsidies;
– PPS-toeslag;
– kortingen op commerciële tarieven, o.a. op materialen, apparaten en diensten;
– kosten voor overhead, begeleiding, consultancy en/of deelname aan de begeleidingscommissie;
– personeelskosten gemaakt of nog te maken voor gerelateerde onderzoeksprojecten;
– kosten voor diensten die voorwaardelijk zijn. De levering van de bijdrage is niet afhankelijk van het al dan niet bereiken van een bepaald stadium in het projectplan (bijv. go/no-go moment);
– kosten die volgens de Call for proposals niet worden vergoed.
Een cofinancier mag geen voorwaarden stellen aan de levering van de bijdrage (zowel cash als in-kind).
De Kaderregeling O&O&I is te vinden op
https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=OJ:C:2022:414:FULL&from=EN.
Hieronder worden een aantal relevante passages geciteerd, echter de Kaderregeling O&O&I dient als geheel in samenhang gelezen te worden.
Overwegingen:
“1.3. Definities
(…)
16. Voor de toepassing van dit steunkader wordt verstaan onder:
(…)
(ff) “organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding” of “onderzoeksorganisatie”: een entiteit (zoals universiteiten of onderzoeksinstellingen, agentschappen voor technologieoverdracht, innovatie- intermediairs, entiteiten voor fysieke of virtuele onderzoeksgerichte samenwerking), ongeacht haar rechtsvorm (publiek- of privaatrechtelijke organisatie) of financieringswijze, die zich in hoofdzaak bezighoudt met het onafhankelijk verrichten van fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling, of met het breed verspreiden van de resultaten van die activiteiten door middel van onderwijs, publicaties of kennisoverdracht. Wanneer dit soort entiteit ook economische activiteiten uitoefent, moet met betrekking tot de financiering van, de kosten van en de inkomsten uit die economische activiteiten een gescheiden boekhouding worden gevoerd. Ondernemingen die een beslissende invloed op dit soort entiteit kunnen uitoefenen in hun hoedanigheid van bijvoorbeeld aandeelhouder of lid van de organisatie, mogen geen preferente toegang tot de door deze entiteit verkregen onderzoeksresultaten genieten;
(gg) “onderzoeksinfrastructuur”: faciliteiten, middelen en verwante diensten die door de wetenschappelijke gemeenschap worden gebruikt om op hun respectieve vakgebied onderzoek te verrichten, zoals wetenschappelijke uitrusting of sets wetenschappelijke instrumenten, kennisgebaseerde hulpbronnen zoals verzamelingen, archieven of gestructureerde wetenschappelijke informatie, ICT-gebaseerde enabling infrastructuur zoals gridnetwerken, computers, software en communicatie, of iedere andere entiteit met een uniek karakter die essentieel is om onderzoek te kunnen verrichten. Dit soort infrastructuur kan zich op één enkele locatie bevinden (single-sited) dan wel verspreid zijn (distributed) (een georganiseerd netwerk van middelen) (…);
(…)
2.1.1. Overheidsfinanciering voor niet-economische activiteiten
19. Wanneer een en dezelfde entiteit zowel economische als niet-economische activiteiten uitoefent, valt de overheidsfinanciering van de niet-economische activiteiten niet onder artikel 107, lid 1, van het Verdrag indien beide soorten activiteiten en de kosten, financiering en inkomsten ervan duidelijk kunnen worden onderscheiden, zodat kruissubsidiëring van de economische activiteiten daadwerkelijk wordt vermeden. Het bewijs van een correcte toerekening van kosten, financiering en inkomsten kan worden geleverd door de financiële jaarrekeningen van de betrokken entiteit.
20. De Commissie is van mening dat de volgende activiteiten doorgaans geen economisch karakter hebben:
(a) primaire activiteiten van onderzoeksorganisaties en onderzoeksinfrastructuren, en met name:
(i) opleiding met het oog op meer en beter gekwalificeerde menselijke hulpbronnen. In lijn met de rechtspraak (…) en de besluitvormingspraktijk van de Commissie (…), en zoals uiteengezet in de mededeling over het begrip “staatssteun” en de mededeling betreffende diensten van algemeen economische belang (DAEB's) (…), wordt openbaar onderwijs dat binnen het nationale onderwijsstelsel in hoofdzaak of volledig wordt gefinancierd door de Staat en onder staatstoezicht staat, als een niet- economische activiteit beschouwd (…);
(ii) onafhankelijke O&O met het oog op meer kennis en een beter inzicht, met inbegrip van O&O in samenwerkingsverband, wanneer de onderzoeksorganisatie of onderzoeksinfrastructuur bij daadwerkelijke samenwerking betrokken is (39);
(iii) brede verspreiding van onderzoeksresultaten op een niet-exclusieve en niet-discriminerende basis, via bijvoorbeeld onderwijs, open access-databases, open access-publicaties of opensource-software;
(b) activiteiten inzake kennisoverdracht, wanneer deze worden uitgevoerd door de onderzoeksorganisatie of onderzoeksinfrastructuur (met inbegrip van afdelingen of dochterondernemingen daarvan) of samen met, of namens andere dergelijke entiteiten, en alle winst uit deze activiteiten opnieuw in de primaire activiteiten van de onderzoeksorganisatie of onderzoeksinfrastructuur wordt geïnvesteerd. Aan het niet-economische karakter van die activiteiten wordt niet afgedaan door het feit dat het verrichten van de overeenkomstige diensten via openbare tenders wordt ingekocht bij derden.
21. Wanneer een onderzoeksorganisatie of onderzoeksinfrastructuur voor zowel economische als niet- economische activiteiten wordt gebruikt, valt de overheidsfinanciering alleen onder de staatssteunregels voor zover daarmee kosten worden gedekt die met de economische activiteiten verband houden (40). Wanneer de onderzoeksorganisatie of onderzoeksinfrastructuur bijna uitsluitend voor een niet-economische activiteit wordt ingezet, kan de financiering ervan volledig buiten het toepassingsgebied van de staatssteunregels vallen (41), mits dat economische gebruik zuiver ondersteunend blijft, d.w.z. overeenstemt met een activiteit die rechtstreeks verband houdt met en noodzakelijk is voor het functioneren van de onderzoeksorganisatie of onderzoeksinfrastructuur of intrinsiek verband houdt met het niet-economische hoofdgebruik ervan, en die beperkt is in omvang. Voor de toepassing van dit steunkader zal de Commissie oordelen dat dit het geval is wanneer de economische activiteiten precies dezelfde input verbruiken (zoals materiaal, uitrusting, arbeid en vast kapitaal) als de niet-economische activiteiten en de jaarlijks voor die economische activiteiten uitgetrokken capaciteit ten hoogste 20% bedraagt van de totale jaarcapaciteit van de betrokken entiteit.
2.1.2. Overheidsfinanciering voor economische activiteiten van onderzoeksorganisaties en onderzoeksinfrastructuren
22. Onverminderd punt 21 zal overheidsfinanciering voor dit soort economische activiteiten, wanneer onderzoeksorganisaties of onderzoeksinfrastructuren economische activiteiten verrichten – zoals de verhuur van uitrusting of laboratoria aan ondernemingen, dienstverlening aan ondernemingen of uitvoering van contractonderzoek -,doorgaans als staatssteun worden beschouwd.
23. Indien de onderzoeksorganisatie of onderzoeksinfrastructuur echter alleen als intermediair fungeert die de volledige overheidsfinanciering en eventuele via die financiering verkregen voordelen aan de uiteindelijke ontvangers doorgeeft, zal de Commissie die onderzoeksorganisatie of onderzoeksinfrastructuur niet beschouwen als een begunstigde van staatssteun. Dit is doorgaans het geval wanneer:
(a) zowel de overheidsfinanciering als via die financiering verkregen voordelen kwantificeerbaar en aantoonbaar zijn, en er een passend mechanisme is dat ervoor zorgt dat de financiering en eventueel daarmee verkregen voordelen volledig worden doorgegeven aan de uiteindelijke ontvangers, bijvoorbeeld via verlaagde tarieven, en
(b) geen verder voordeel wordt toegekend aan de tussenpersoon omdat deze werd geselecteerd via een openbare tenderprocedure of omdat de overheidsfinanciering beschikbaar is voor alle entiteiten die voldoen aan de noodzakelijke objectieve voorwaarden, zodat klanten als uiteindelijke ontvangers het recht hebben om gelijkwaardige diensten te betrekken bij eender welke betrokken intermediair.
24. Wanneer de voorwaarden van punt 23 zijn vervuld, zijn de staatssteunregels van toepassing op het niveau van de uiteindelijke begunstigden.
(…)”
Voetnoten:
“(…)
(39) Het verrichten van O&O-diensten en het uitvoeren van O&O namens ondernemingen wordt niet als onafhankelijke O&O beschouwd.
(40) Wanneer een onderzoeksorganisatie of onderzoeksinfrastructuur zowel uit publieke als uit particuliere middelen wordt gefinancierd, zal de Commissie oordelen dat dit het geval is wanneer de voor een specifieke boekhoudkundige periode aan de betrokken entiteit toegewezen publieke financiering hoger is dan de kosten die in die periode met de niet-economische activiteiten worden gemaakt.
(41) Aangezien de onderzoeksgemeenschap bij het verrichten van ondersteunende economische activiteiten meer en betere expertise en kennis verwerft die gebruikt kan worden om de primaire niet- economische activiteiten van de onderzoeksorganisatie of de onderzoeksinfrastructuur te realiseren ten behoeve van de samenleving.
(…)”
Het Nederlandse onderzoeksveld met plannen voor GWI is op de Roadmap 2021 opgedeeld in negen Groepen. Elke Groep is ondergebracht in één van de drie wetenschappelijke Roadmap Domeinen.
• Domein Technische & Natuurwetenschappen
○ Astronomy and Particle Physics: Groep met GWI-plannen gericht op wetenschappelijke vernieuwing op het gebied van (en raakvlakken tussen) de astronomie en deeltjesfysica.
○ Materials: Groep met GWI-plannen gericht op wetenschappelijke vernieuwing op het gebied van fabricatie en karakterisatie van materialen.
○ Technology: Groep met GWI-plannen gericht op wetenschappelijke vernieuwing op het gebied van technologie in zijn algemeenheid en energie in het bijzonder.
○ Geosciences: Groep met GWI-plannen gericht op wetenschappelijke vernieuwing op het gebied van geowetenschappen met focus op infrastructuur voor onderzoek naar oceaan en atmosfeer, delta’s en diepe ondergrond.
• Domein Levens- & Medische wetenschappen
○ Green Life Sciences: Groep met GWI-plannen gericht op wetenschappelijke vernieuwing op het gebied van biosfeer, met focus op infrastructuur voor onderzoek naar biodiversiteit, ecologie, leefomgeving, biotechnologie en duurzame productie.
○ Health Sciences: Groep met GWI-plannen gericht op wetenschappelijke vernieuwing op het gebied van gezondheidswetenschappen met focus op infrastructuur voor onderzoek met populatie- en patiëntcohorten en digitalisering.
○ Medical Sciences: Groep met GWI-plannen gericht op wetenschappelijke vernieuwing op het gebied van medische wetenschappen met focus op infrastructuur voor medische beeldvorming en levensechte weefselmodellen.
○ Life Sciences & Enabling Technologies: Groep met GWI-plannen gericht op wetenschappelijke vernieuwing op het gebied van levenswetenschappen en chemie met focus op infrastructuur voor onderzoek naar afzonderlijke moleculen en de analyse daarvan in intacte organismen: “Omics”, beeldvorming, technieken en modellen.
• Domein Sociale & Geesteswetenschappen
○ Social Sciences & Humanities: Groep met GWI-plannen gericht op wetenschappelijke vernieuwing op het gebied van de Sociale & Geesteswetenschappen, inclusief het erfgoedonderzoek met een focus op gedistribueerde digitalisering, interoperabiliteit en op technieken voor erfgoedonderzoek.
Voor de realisatie van (een deel van) de GWI is een GWI-project toegewezen in een Call for proposals gerelateerd aan de Roadmap 2008, 2012, 2016 of 2021
Naast vergroening wordt ook wel de term ecologische duurzaamheid gebruikt en internationaal ‘greening’ of ‘environmental sustainability’. Dit gaat om het beperken van impact op klimaat, milieu en leefomgeving (o.a. broeikasgassen, vervuiling, duurzaamheid van grondstoffen en energie) gedurende de verschillende stadia van de levenscyclus van de GWI. Voorkomen, verminderen, efficiëntie van gebruik en duurzame alternatieven van materialen en energie staan hierin centraal.
Let op: Er kunnen geen aanvragen ingediend worden die gerelateerd zijn aan instandhoudingsfinanciering- of overbruggingsfinanciering- projecten (dossiernummers NRGWI.obrug. ***) of andere projecten die niet genoemd zijn in de lijst in bijlage 7.1.
Onder een vergelijkbare functie wordt verstaan dat een onderzoeker aantoonbaar een vergelijkbaar aantal jaren ervaring heeft met het doen van wetenschappelijk onderzoek en het begeleiden van andere onderzoekers als een hoogleraar c.q. universitair (hoofd)docent.
Voorafgaand aan de indiening van een aanvraag dient de organisatie van een beoogde aanvrager werkzaam bij een TO2-instelling of RKI door NWO getoetst te worden volgens de procedure en voorwaarden beschreven in de sectie ‘voorwaarden TO2 -instellingen en RKI’. Als de organisatie van de beoogde aanvrager niet is getoetst door NWO voorafgaand aan indiening van de aanvraag, kan dit resulteren in het niet in behandeling nemen van de aanvraag. Indien de TO2-instelling in een andere NWO Call for proposals is getoetst en toegelaten als aanvrager, neem dan contact op met het Call secretariaat.
Voorafgaand aan de indiening van een aanvraag dient de organisatie van een beoogde aanvrager werkzaam bij een TO2-instelling of RKI door NWO getoetst te worden volgens de procedure en voorwaarden beschreven in de sectie ‘voorwaarden TO2 -instellingen en RKI’. Als de organisatie van de beoogde aanvrager niet is getoetst door NWO voorafgaand aan indiening van de aanvraag, kan dit resulteren in het niet in behandeling nemen van de aanvraag. Indien de TO2-instelling in een andere NWO Call for proposals is getoetst en toegelaten als aanvrager, neem dan contact op met het Call secretariaat.
Organisaties die niet wettelijk verplicht zijn hun jaarrekening te laten controleren, hoeven een dergelijke controleverklaring niet aan te leveren. Zij moeten daarbij wel kunnen aantonen dat deze wettelijke verplichting niet van toepassing is op de betreffende organisatie.
Indien buitenlandse onderzoeksgroepen al een internationaal leidende positie innemen, kunnen er ook andere redenen zijn om een investering te plegen. Bijvoorbeeld om een noodzakelijk geachte positie in te kunnen nemen en zo het nationale belang te versterken. In het geval van Nederlandse participatie in de bouw of in een substantiële aanpassing van een internationale onderzoeksfaciliteit toetst de commissie het belang en de zichtbaarheid van de Nederlandse inbreng in de internationale samenwerking, opzet en kwaliteit van het internationale project waarvan de investering deel gaat uitmaken, en de geschiktheid van de vorm en inzet van de Nederlandse bijdrage.
Op SURF.nl/onderzoek vindt u informatie over nationaal beschikbare dienstverlening voor uw onderzoek, zoals rekenkracht, opslag, datatransport, diensten voor datamanagement en -analyse en de expertise van SURF. Toegang tot rekenkracht en opslag verkrijgen verloopt via de Call Rekentijd Nationale Computersystemen, andere diensten worden aangeboden via (het Digital Competence Center van) uw instelling of rechtstreeks via SURF.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-13477.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.