Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2025, 12139 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2025, 12139 | overige overheidsinformatie |
ronde 2025–2026
Exacte en Natuurwetenschappen
2025–2026
|
1 |
Inleiding |
1 |
|
1.1 Achtergrond |
1 |
|
|
1.2 Beschikbaar budget |
2 |
|
|
1.3 Indieningsdeadline(s) |
2 |
|
|
2 |
Doel |
2 |
|
2.1 Doelstelling van het programma |
2 |
|
|
2.2 Maatschappelijke impact |
2 |
|
|
3 |
Voorwaarden voor aanvragers |
3 |
|
3.1 Wie kan aanvragen |
3 |
|
|
3.2 Wat kan worden aangevraagd |
4 |
|
|
3.3 Het opstellen en indienen van de vooraanmelding en aanvraag |
5 |
|
|
3.4 Indieningsvoorwaarden |
6 |
|
|
3.5 Subsidievoorwaarden |
6 |
|
|
4 |
Beoordelingsprocedure |
7 |
|
4.1 De San Francisco Declaration (DORA) |
8 |
|
|
4.2 Procedure |
8 |
|
|
4.3 Criteria |
12 |
|
|
5 |
Subsidieverplichtingen |
13 |
|
5.1 Aanvullende voorwaarden |
14 |
|
|
6 |
Contact en overige informatie |
15 |
|
6.1 Contact |
15 |
|
|
6.2 Overige informatie |
15 |
|
|
7 |
Bijlagen |
15 |
|
7.1 Toelichting op budgetmodules |
15 |
|
|
7.2 Indexering |
18 |
|
|
7.3 Overzicht van ENW-onderzoeksgebieden |
18 |
In deze Call for proposals leest u hoe de aanvraagprocedure is ingericht voor de subsidieronde ‘Open Competitie ENW-XL ronde 2025–2026’. Deze Call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).
U vindt in deze Call for proposals achtereenvolgens informatie over het doel van dit programma (hoofdstuk 2), de voorwaarden voor de subsidieaanvraag (hoofdstuk 3) en hoe uw aanvraag wordt beoordeeld (hoofdstuk 4). Deze informatie heeft u nodig om een aanvraag voor subsidie te kunnen indienen. In hoofdstuk 5 vindt u de subsidieverplichtingen die van toepassing zijn in geval van toewijzing. In hoofdstuk 6 staan de contactgegevens en in hoofdstuk 7 de bijlagen.
NWO bevordert wetenschappelijk onderzoek van wereldklasse. Wetenschappelijk onderzoek – fundamenteel, toegepast en praktijkgericht – levert een zeer belangrijke bijdrage aan onze maatschappij. Door het doen van onafhankelijk en betrouwbaar onderzoek van wereldklasse verleggen onderzoekers met hun creativiteit en vasthoudendheid de grenzen van wat we weten en kunnen.
NWO-domein Exacte en Natuurwetenschappen (ENW) wil ruimte scheppen voor de verwondering, de ontdekking, de onverwachte verbanden, en de inspiratie. Binnen de Open Competitie van het NWO- domein ENW financiert NWO vrij en ongebonden onderzoek binnen de onderzoeksgebieden van ENW. Het onderwerp is van eigen keuze, zónder thematische randvoorwaarden.
ENW kent drie financieringsvormen in de NWO Open Competitie-ENW: XS, M en XL. Elke financieringsvorm heeft een specifieke doelstelling en voorwaarden. Zo kan een veelbelovend idee snel verkend worden met ENW-XS-financiering en kan het verder uitgebouwd worden met ENW-M- financiering. Met ENW-XL financiering kan het onderzoeksidee uitgroeien tot een uitdagende en innovatieve onderzoekslijn van wereldklasse, waarbij onderzoeksgroepen expertises en krachten bundelen en samenwerken in een consortium. Voor meer informatie over het aanvragen van ENW-XS- en ENW-M-financiering verwijzen we u naar de betreffende Calls for proposals op de webpagina van NWO.
Het subsidieplafond voor deze Call for proposals bedraagt in totaal € 49.300.000. Binnen deze Call for proposals worden naar verwachting maximaal 16 aanvragen toegewezen, gelijk verdeeld over drie clusters, van ongeveer gelijke grootte, met elk een deelsubsidieplafond van € 16.433.333.
Bij het indienen van uw aanvraag in ISAAC dient u ook online nog gegevens in te voeren. Begin daarom ten minste één dag vóór de deadline van deze Call for proposals met het indienen van uw aanvraag.
Aanvragen die na de deadline worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.
De deadline voor het indienen van een verzoek tot toetsing van buitenlandse organisaties van medeaanvragers (zie paragraaf 7.1.1) is 2 september 2025 voor 14:00:00 CEST (voor vooraanmeldingen) en 26 mei 2026 voor 14:00:00 CEST (voor aanvragen).
De deadline voor het indienen van vooraanmeldingen is dinsdag 16 september 2025, voor 14:00:00 CEST.
De deadline voor het indienen van aanvragen is dinsdag 9 juni 2026, voor 14:00:00 CEST.
Dit hoofdstuk beschrijft de doelstelling van het programma en de maatschappelijke impact.
De ENW-XL-financiering is bedoeld voor het uitvoeren van nieuwsgierigheidsgedreven fundamenteel wetenschappelijk onderzoek dat impact heeft. Onder impact wordt zowel wetenschappelijke als maatschappelijke impact verstaan, en in dit programma kunt u kiezen voor wetenschappelijke impact, maatschappelijke impact, of beide; zie de beoordelingscriteria in paragraaf 4.3.1. In paragraaf 2.2 wordt toegelicht hoe maatschappelijke impact geïnterpreteerd wordt binnen een programma dat gericht is op nieuwsgierigheidsgedreven fundamenteel wetenschappelijk onderzoek.
De ENW-XL-subsidies zijn bedoeld voor consortia waarin onderzoeksgroepen door samenwerking (gecoördineerde bundeling van expertises en krachten) een meerwaarde creëren ten opzichte van afzonderlijke kleinere projecten, zoals bijvoorbeeld ENW-M-subsidies. De ENW-XL-subsidies geven onderzoekers gelegenheid en vrijheid om samen grensverleggende, uitdagende en innovatieve onderzoekslijnen van wereldklasse te starten, te versterken of uit te breiden.
Dit programma staat open voor onderzoeksvoorstellen met een vraagstelling in het (grens)gebied van Aard- en milieuwetenschappen, astronomie, chemie, informatica, levenswetenschappen, natuurkunde en wiskunde. Onderzoeksvoorstellen kunnen monodisciplinair, multidisciplinair of interdisciplinair van aard zijn. Voor aanvragen met een (deels) domein-overstijgende en/of ZonMw component dient de kern van de onderzoeksvraag binnen één of meerdere van de bovengenoemde zeven ENW-disciplines en daartoe behorende ENW-onderzoeksgebieden te liggen, zie paragraaf 3.3.1. De ENW-disciplines en ENW-onderzoeksgebieden staan beschreven in paragraaf 7.3.
Nieuwe kennis en inzichten vanuit wetenschappelijk onderzoek kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken van vandaag én morgen. Denk aan de energietransitie, gezondheid en zorg, of klimaatverandering. Door interactie en afstemming tussen onderzoekers en mogelijke kennisgebruikers, neemt de kans op het toepassen van kennis toe en daarmee ook de kans op maatschappelijke impact. Maatschappelijke impact staat hier voor veranderingen die (mede) het gevolg zijn van door onderzoek gegenereerde kennis en kunde. Deze veranderingen dragen bij aan het welzijn van mens, planeet en maatschappij voor deze en toekomstige generaties. Via haar beleid op impact bevordert NWO de mogelijke bijdrage vanuit onderzoek aan maatschappelijke vraagstukken door het stimuleren van productieve interacties met maatschappelijke belanghebbenden. Zowel tijdens de ontwikkeling als in de uitvoering van het onderzoek. Dit doet zij op een manier die past bij het doel van het financieringsinstrument. NWO stimuleert onderzoekers om met een brede blik te kijken naar de mogelijke gewenste en ongewenste impact van hun onderzoek.
Afhankelijk van het doel van het financieringsinstrument kiest NWO een bijbehorende benadering die de kans op maatschappelijke impact optimaal ondersteunt. Het primaire doel van het financieringsinstrument bepaalt de keuze voor de benadering die NWO inzet om kennisbenutting in verschillende fases van het project (aanvraag, uitvoering, na afloop) te bevorderen en de inspanning die van aanvrager(s) en partners gevraagd wordt.
In dit programma wordt de Impact Outlook benadering toegepast. Onderzoekers kunnen hierbij kiezen op welk soort impact ze hun eigen focus willen leggen, en er wordt proportioneel gekeken naar wat er kan voor de overige impact.
NWO biedt een e-learning module aan die geïnteresseerden op weg kan helpen via Online impact workshops | NWO. Voor meer informatie over het kennisbenuttingsbeleid van NWO zie de website: Kennisbenutting | NWO.
Dit hoofdstuk bevat de voorwaarden die gelden voor uw subsidieaanvraag. Eerst wordt beschreven wie subsidie kan aanvragen (paragraaf 3.1) en waarvoor u subsidie kunt aanvragen (paragraaf 3.2). Vervolgens vindt u de voorwaarden voor het opstellen en indienen van de aanvraag (paragrafen 3.3 en 3.4) en specifieke subsidievoorwaarden (paragraaf 3.5).
Onderzoekers mogen een aanvraag indienen als zij in vaste dienst zijn (en derhalve een bezoldigd dienstverband voor onbepaalde tijd hebben) of een tenure track overeenkomst hebben bij één van de onderstaande onderzoeksorganisaties:
− universiteiten zoals bedoeld in artikel 1.8 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en
− wetenschappelijk onderzoek en de universiteiten genoemd in de Beleidsregel Universiteiten in het Koninkrijk der Nederlanden;
− universitair medische centra, waarmee wordt bedoeld de academische ziekenhuizen zoals bedoeld in artikel 1.13 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
− KNAW- en NWO-instituten;
− het Nederlands Kanker Instituut;
− het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek te Nijmegen;
− NCB Naturalis;
− Advanced Research Centre for NanoLithography (ARCNL);
− Prinses Máxima Centrum;
− Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut;
− IHE Delft Institute for Water Education.
Personen met een nuluren-arbeidsovereenkomst of met een dienstverband voor bepaalde tijd (anders dan een tenure track) zijn uitgesloten van indiening.
Het kan voorkomen dat de tenure track overeenkomst van een aanvrager1 eindigt vóór de beoogde afrondingsdatum van het project waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, of dat vóór die datum het vaste dienstverband van een aanvrager eindigt wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. In dat geval voegt de aanvrager een verklaring van diens werkgever bij, waarin de betreffende onderzoeksorganisatie garandeert dat het project en alle op het project werkzame personen voor wie subsidie wordt aangevraagd adequaat zullen worden begeleid voor de volledige duur van het project.
Aanvragers met een deeltijd dienstverband dienen garant te staan voor adequate begeleiding van het project en van alle op het project werkzame personen voor wie subsidie wordt aangevraagd.
Aanvullende voorwaarden (van toepassing op zowel hoofdaanvrager als medeaanvragers):
– een vooraanmelding en een aanvraag hebben één hoofdaanvrager en minimaal één medeaanvrager;
– een onderzoeker mag in de ronde 2025–2026 bij slechts één ENW-XL-aanvraag betrokken zijn in de rol van hoofd- of medeaanvrager;
– in een ENW-XL-project werken aanvragers samen van minimaal twee verschillende onderzoeksorganisaties uit de lijst hierboven. Voorbeeld: in een ENW-XL-project werken onderzoekers van twee verschillende universitair medische centra samen.
De hoofdaanvrager dient de aanvraag in via ISAAC, het elektronische indiensysteem van NWO. Tijdens het beoordelingsproces communiceert NWO met de hoofdaanvrager.
Na toewijzing van een aanvraag wordt de hoofdaanvrager projectleider en aanspreekpunt voor NWO. De onderzoeksorganisatie van de hoofdaanvrager is hoofdbegunstigde en wordt penvoerder.
Medeaanvragers hebben een actieve rol bij de uitvoering van het project. De (deel)projectleider(s) en begunstigde(n) zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele project.
Naast hoofd- en medeaanvragers kunnen ook consortiumpartners in het consortium worden opgenomen. Consortiumpartners zijn betrokken bij het project maar ontvangen geen financiering. De in 3.1 genoemde voorwaarden voor aanvragers gelden niet voor consortiumpartners.
Consortiumpartners worden vermeld in de vooraanmelding en aanvraag, maar hoeven niet in ISAAC opgenomen te worden.
Per project is minimaal € 1.000.000 en maximaal € 3.000.000 subsidie aan te vragen. De maximale looptijd van het voorgestelde project is zes jaar. De aanvragers kunnen kosten opvoeren voor personeel, materieel, investeringen en kennisbenutting. De beschikbare budgetmodules (inclusief de maximale bedragen) staan hieronder vermeld. Vraag alleen datgene aan wat essentieel is om het project uit te voeren. De tarieven en een toelichting op deze budgetmodules staan in bijlage 7.1.
Voor personeel dat een bijdrage levert aan het project, kan subsidie voor de loonkosten worden aangevraagd. Het bedrag hiervoor is afhankelijk van het type aanstelling en de organisatie waar het personeel werkt.
Voor personeel dat werkzaam is bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, universitair medisch centrum (umc) of een andere onderzoeksorganisatie, genoemd in paragraaf 3.1, kunnen loonkosten worden opgevoerd voor de volgende functies: promovendus, postdoc en niet- wetenschappelijk personeel (NWP).
Er dienen minimaal vier tijdelijke wetenschappelijke posities (promovendus en postdoc) te worden aangevraagd. Er kan maximaal € 700.000 worden aangevraagd voor niet-wetenschappelijk personeel (NWP).
Het is mogelijk om loonkosten van buitenlandse onderzoeksorganisaties op te voeren voor de volgende functies: promovendus, postdoc en niet-wetenschappelijk personeel (NWP). Er kan maximaal 50% van het subsidiebedrag voor personeel worden aangevraagd voor personeel bij onderzoeksorganisaties in het buitenland.
Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke materiële kosten. Voor deze kosten geldt een maximum van 25% van het NWO subsidiebedrag. Van het materiële budget aangevraagd bij NWO mag maximaal 50% worden ingezet voor werk door derden.
Er kan maximaal 50% van het subsidiebedrag voor materieel worden aangevraagd voor onderzoeksorganisaties in het buitenland.
Financiering kan worden aangevraagd voor investeringen in apparatuur, infrastructuur en andere onderzoeksmiddelen die na afloop van het project economische waarde hebben of kunnen worden hergebruikt. Loonkosten van personeel dat de apparatuur, infrastructuur en andere onderzoeksmiddelen in staat van gereedheid brengt, kunnen worden opgevoerd als onderdeel van de investering. Investeringen kunnen alleen worden gedaan bij onderzoeksorganisaties genoemd in paragraaf 3.1.
Er kan maximaal € 500.000 worden aangevraagd voor investeringen.
Financiering kan worden aangevraagd voor activiteiten die bevorderen dat kennis uit het onderzoek wordt benut,2 om zo de maatschappelijke impact van het onderzoek te vergroten.
Het is mogelijk om maximaal 5% van het subsidiebedrag in te zetten voor deze module. Er kan maximaal 50% van het subsidiebedrag voor kennisbenutting worden aangevraagd voor onderzoeksorganisaties in het buitenland. Het is niet verplicht om van deze module gebruik te maken.
Voor het opstellen van uw vooraanmelding en aanvraag doorloopt u de volgende stappen:
– download het vooraanmelding- dan wel aanvraagformulier vanuit het online aanvraagsysteem ISAAC of vanaf de website van NWO (op de website van het betreffende financieringsinstrument);
– vul het vooraanmelding- dan wel aanvraagformulier in;
– sla het formulier op als pdf en dien het met de eventueel verplichte bijlage(n) in ISAAC in;
– vul de online in ISAAC gevraagde gegevens in.
Verplichte bijlage(n):
– begroting (niet bij de vooraanmelding);
– overzicht lopende projecten en subsidieaanvragen (niet bij de vooraanmelding);
Optionele bijlage(n) uitsluitend:
– verklaring aanstelling en projectbegeleiding;
De bijlagen dienen conform het door NWO aangeboden template opgesteld te worden. Bijlagen dienen los van de aanvraag in ISAAC geüpload te worden. Alle bijlagen, met uitzondering van de begroting, dienen als pdf-bestand (zonder beveiliging) te worden ingediend. De begroting moet als Excel-bestand worden ingediend in ISAAC. Andere bijlagen dan hierboven vermelde bijlagen zijn niet toegestaan.
Het is verplicht uw vooraanmelding en aanvraag in het Engels op te stellen.
Het indienen van een vooraanmelding en aanvraag kan alleen via het online aanvraagsysteem ISAAC. Vooraanmeldingen en aanvragen die niet via ISAAC zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen. U bent als hoofdaanvrager verplicht een vooraanmelding en aanvraag via het eigen persoonlijke ISAAC-account in te dienen.
Het is belangrijk om tijdig te beginnen met uw vooraanmelding en aanvraag in ISAAC:
– indien u nog geen ISAAC-account heeft, dient deze op tijd te worden aangemaakt om eventuele aanmeldproblemen te voorkomen;
– nieuwe onderzoeksorganisaties moeten eventueel nog door NWO toegevoegd worden aan ISAAC;
– u moet ook online nog gegevens invoeren.
Vooraanmeldingen en aanvragen die na de deadline worden ingediend, neemt NWO niet in behandeling. Voor vragen van technische aard verzoeken wij u contact op te nemen met de ISAAC- helpdesk, zie contact (hoofdstuk 6).
Werkt een hoofd- en/of medeaanvrager bij een onderzoeksorganisatie die niet is opgenomen in de database van ISAAC? U kunt dit dan melden via relatiebeheer@nwo.nl zodat de onderzoeksorganisatie kan worden toegevoegd. Hier zijn enige dagen voor nodig. Daarom is het van belang dit uiterlijk een week voor de deadline te melden.
NWO gaat er vanuit dat de aanvrager de onderzoeksorganisatie waar zij/hij werkzaam is heeft geïnformeerd over het indienen van de aanvraag en dat de onderzoeksorganisatie de subsidievoorwaarden van deze Call for proposals aanvaardt.
Voor deze Call for proposals geldt dat uw aanvraag moet passen binnen het NWO-domein ENW. Bedenk daarom tijdig of uw aanvraag inhoudelijk past. Twijfelt u hierover, bijvoorbeeld omdat uw aanvraag een (deels) domein-overstijgend en/of ZonMw karakter heeft, neem dan ruim voor de deadline contact op met de contactpersoon van het programma. Deze persoon kan u adviseren over de inhoudelijke aansluiting van uw aanvraag bij deze Call for proposals. U maakt echter zelf de definitieve keuze. Voor contactgegevens zie paragraaf 6.1.1.
NWO toetst uw aanvraag op alle in deze Call for proposals gestelde voorwaarden, inclusief onderstaande voorwaarden. Alleen als uw aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt deze toegelaten tot de beoordelingsprocedure. U wordt gevraagd om na indiening van een aanvraag beschikbaar te zijn om eventuele administratieve correcties door te voeren en zo (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.
Deze voorwaarden zijn:
– de hoofdaanvrager en medeaanvrager(s) voldoen aan de in paragraaf 3.1 gestelde voorwaarden;
– het aanvraagformulier en bijlagen zijn, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, compleet en volgens de instructies ingevuld;
– de aanvraag voldoet aan de DORA-richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.1;
– de aanvraag is ingediend via het ISAAC-account van de hoofdaanvrager;
– de aanvraag is ontvangen voor de gestelde deadline;
– de aanvraag is in het Engels opgesteld;
– de begroting in de aanvraag is volgens de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld (gebruikmakend van het beschikbaar gestelde format dat de meest recente tarieven bevat). NB: bij de vooraanmelding hoeft geen begroting als bijlage te worden bijgevoegd;
– het voorgestelde project heeft een looptijd van maximaal zes jaar.
Alle vereiste bijlagen zijn, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, compleet en volgens de instructies ingevuld en conform de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld en ingediend.
Op alle aanvragen zijn de NWO Subsidieregeling en het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek van toepassing.
Wetenschap van wereldklasse kan profiteren van internationale samenwerking. De Nationale leidraad kennisveiligheid (hierna: de Leidraad) helpt kennisinstellingen ervoor te zorgen dat internationale samenwerking veilig kan plaatsvinden. Bij kennisveiligheid gaat het om ongewenste overdracht van gevoelige kennis en technologie die de nationale veiligheid aantast; om heimelijke beïnvloeding van onderwijs en onderzoek door statelijke actoren, en daarmee de academische vrijheid en de sociale veiligheid in gevaar brengt; en om ethische kwesties die kunnen spelen in de samenwerking met landen die de grondrechten niet respecteren.
Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of het project in lijn is en blijft met de Leidraad. Met het indienen van de aanvraag committeert de aanvrager zich aan de overwegingen in deze Leidraad. In geval van het vermoeden van schending van de Leidraad bij een bij NWO ingediende aanvraag voor projectfinanciering of een door NWO gefinancierd project, kan NWO de aanvrager verzoeken om een risicoafweging te overleggen waaruit blijkt dat de overwegingen uit de Leidraad zijn gevolgd. Indien de aanvrager niet aan het verzoek van NWO voldoet of als de risicoafweging klaarblijkelijk een schending van de Leidraad behelst, kan dit gevolgen hebben voor de subsidieverlening of vaststelling door NWO. Ook kan NWO in een voorkomend geval nadere voorwaarden opnemen in de toewijzingsbrief.
De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de Rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.
Resultaten van wetenschappelijk onderzoek moeten kunnen worden gerepliceerd, geverifieerd en gefalsifieerd. In het digitale tijdperk betekent dit dat behalve publicaties ook onderzoeksdata zo veel mogelijk vrij toegankelijk moeten zijn. NWO verwacht dat de onderzoeksdata die voortkomen uit projecten die door NWO zijn gefinancierd zo veel mogelijk vrij beschikbaar komen voor hergebruik door andere onderzoekers. NWO hanteert daarbij het principe: “zo open als mogelijk, beschermd indien nodig”. Van onderzoekers wordt verwacht dat zij ten minste die data en/of niet-numerieke resultaten die ten grondslag liggen aan de conclusies van binnen het project gepubliceerde werken openbaar maken, gelijktijdig met de publicatie zelf. Eventuele kosten die hiervoor worden gemaakt, kunnen worden meegenomen in de projectbegroting. Onderzoekers maken kenbaar hoe met data voortkomend uit het project wordt omgegaan aan de hand van de datamanagementparagraaf in de aanvraag, en het datamanagementplan na toewijzing van subsidie.
Datamanagementparagraaf
De datamanagementparagraaf maakt deel uit van de aanvraag. Onderzoekers wordt gevraagd reeds voor aanvang van het onderzoek te bedenken hoe de verzamelde data geordend en gecategoriseerd moeten worden zodat zij vrij beschikbaar kunnen worden gesteld. Vaak zullen al vóór het tot stand komen van de data en de analyse daarvan maatregelen getroffen moeten worden om opslag en deling later mogelijk te maken. Indien niet alle data voortkomende uit het project openbaar gemaakt kunnen worden, bijvoorbeeld om redenen van privacy, ethiek of valorisatie, dient de aanvrager dit beargumenteerd kenbaar te maken in de datamanagementparagraaf.
De datamanagementparagraaf wordt niet beoordeeld en daarom ook niet meegewogen in de beslissing om een aanvraag al dan niet toe te wijzen. Zowel de referenten als de commissie kunnen wel advies geven met betrekking tot de datamanagementparagraaf.
Het project dat NWO financiert moet, conform de NWO Subsidieregeling, uitgevoerd worden in overeenstemming met de nationaal en internationaal aanvaarde normen van wetenschappelijk handelen zoals neergelegd in de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit. Met het indienen van de aanvraag committeert de aanvrager zich aan deze code. In geval van (mogelijke) schending van deze normen bij een door NWO gefinancierd project, dient de aanvrager NWO hiervan onverwijld op de hoogte te stellen en dient deze alle ter zake relevante documenten aan NWO te overleggen. Meer informatie over de gedragscode en het beleid op het gebied van wetenschappelijke integriteit vindt u op de website: Wetenschappelijke integriteit | NWO.
Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde project een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is. De aanvrager dient er voor te zorgen dat deze tijdig wordt verkregen bij de relevante instelling of ethische commissie. Het wel of niet hebben van een ethische verklaring of vergunning op het moment van het aanvraagproces heeft geen invloed op de beoordeling van de aanvraag. Bij toewijzing wordt de subsidie verleend onder de voorwaarde dat de benodigde ethische verklaring of vergunning vóór de uiterste startdatum van het project is verkregen. Het project kan pas starten nadat NWO een kopie van de ethische verklaring of vergunning heeft ontvangen.
Het Nagoya Protocol zorgt voor een eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit het gebruik van genetische rijkdommen (Access and Benefit Sharing; ABS). Onderzoekers die voor hun onderzoek gebruikmaken van genetische bronnen in/uit het buitenland dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (Home - ABS Focal Point). NWO gaat er vanuit dat zij de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen.
Dit hoofdstuk beschrijft allereerst de beoordeling volgens de DORA-principes (paragraaf 4.1) en hoe de beoordelingsprocedure verloopt (paragraaf 4.2). Vervolgens somt het de criteria op waaraan de beoordelingscommissie uw aanvraag toetst (paragraaf 4.3).
Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken NWO-medewerkers is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing (Code persoonlijke belangen | NWO) .
NWO streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (Diversiteit en inclusie | NWO). NWO stimuleert referenten en leden van een beoordelingscommissie actief om zich bewust te worden van impliciete associaties en te proberen deze te minimaliseren. NWO voorziet hen van informatie over concrete manieren om de beoordeling van een aanvraag te verbeteren.
NWO is ondertekenaar van de San Francisco Declaration on Research Assessment (DORA). DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld te verbeteren. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksinstellingen, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.
DORA richt zich op het terugdringen van het onkritisch gebruik van bibliometrische indicatoren en het wegnemen van onbewuste vooringenomenheid (unconscious bias) bij de beoordeling van onderzoek en onderzoekers. De overkoepelende filosofie van DORA is dat onderzoek moet worden beoordeeld op zijn eigen kwaliteiten en verdiensten in plaats van op basis van afgeleide indicatoren, zoals het tijdschrift waarin het onderzoek wordt gepubliceerd.
NWO gaat bij het beoordelen van het wetenschappelijk track record van aanvragers uit van een brede definitie van wetenschappelijke output.
NWO verzoekt commissieleden en referenten bij de beoordeling van aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de h-index. U mag deze niet vermelden in uw aanvraag. Wel mag u naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten te vermelden, zoals datasets, patenten, software en code enzovoort.
Voor meer informatie over wat NWO doet om de principes van DORA te implementeren zie: DORA | NWO.
De aanvraagprocedure bestaat uit de volgende stappen:
– indiening van de vooraanmelding;
– in behandeling nemen van de vooraanmelding;
– indelen vooraanmeldingen in clusters;
– beoordeling van de vooraanmelding;
– besluit vooraanmelding;
– indiening van de aanvraag;
– in behandeling nemen van de aanvraag;
– indelen aanvragen in clusters;
– peer review door referenten;
– weerwoord;
– preadvisering beoordelingscommissie;
– interview;
– vergadering van de beoordelingscommissie;
– besluitvorming.
Voor deze Call for proposals worden externe, onafhankelijke beoordelingscommissies ingesteld, bestaande uit (internationale) vertegenwoordigers uit de wetenschap met kennis van de onderzoeksgebieden binnen het te beoordelen cluster. De taak van de beoordelingscommissies is om de ingediende vooraanmeldingen en aanvragen en de daarop betrekking hebbende stukken in onderlinge samenhang en op eigen merites te beoordelen op basis van de gegeven beoordelingscriteria in deze Call for proposals.
Vanwege de in de beoordelingscommissies aanwezige expertise heeft NWO besloten om bij de beoordeling van de vooraanmeldingen gebruik te maken van de mogelijkheid gegeven in artikel 2.2.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling om de beoordelingsprocedure uit te voeren zonder referenten in te schakelen.
Voor deze Call for proposals is het indienen van een vooraanmelding verplicht. Een vooraanmelding is een beknopte aanvraag. Voor indiening van de vooraanmelding is een standaardformulier beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NWO website. De door u ingevulde vooraanmelding moet voor de deadline via ISAAC zijn ontvangen (zie paragraaf 1.3). De hoofdaanvrager ontvangt na indiening van de vooraanmelding een ontvangstbevestiging.
Zo snel mogelijk nadat u uw vooraanmelding heeft ingediend, hoort u of NWO uw vooraanmelding in behandeling neemt. NWO bepaalt dit aan de hand van een aantal administratief-technische criteria (zie de formele voorwaarden voor indiening, paragraaf 3.4). Alleen als uw vooraanmelding hieraan voldoet, kan NWO deze in behandeling nemen.
Houd er rekening mee dat NWO u binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. U krijgt één keer de gelegenheid om de correcties door te voeren, hiervoor krijgt u vijf werkdagen de tijd.
Op basis van de door de aanvragers aangegeven onderzoeksgebieden worden de vooraanmeldingen verdeeld in meerdere clusters, van ongeveer gelijke grootte, waarin op elkaar gelijkende onderzoeksgebieden (zie 7.3) samenkomen. Het aantal clusters zal afhangen van de (combinaties van) gekozen onderzoeksgebieden en het totale aantal in behandeling genomen vooraanmeldingen. Voor elk cluster wordt een externe, onafhankelijke beoordelingscommissie samengesteld uit buitenlandse en binnenlandse onderzoekers met expertise op het vlak van de onderzoeksgebieden uit dat cluster. Elke clustercommissie bezit op deze manier tezamen de benodigde expertise om alle vooraanmeldingen in het cluster te beoordelen, maar gevolg is dat niet elk commissielid expert is op het gebied van uw vooraanmelding. Dit betekent dat u ook commissieleden zonder specifieke expertise moet kunnen overtuigen van de kwaliteit van uw vooraanmelding.
Uw vooraanmelding wordt voor commentaar voorgelegd aan de betreffende clustercommissie (de preadviseurs). Zij geven schriftelijk een inhoudelijk en beargumenteerd commentaar op elke vooraanmelding in het cluster. Zij formuleren dit commentaar aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.3.1) en geven de vooraanmelding per beoordelingscriterium een cijfermatige score. Hierbij wordt de NWO scoretabel gehanteerd (op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend).
In een vergadering stellen de clustercommissies een gemotiveerde prioritering op van de vooraanmeldingen die in het cluster behandeld worden. De prioritering komt tot stand door een cijfermatige beoordeling van de beoordelingscriteria via eerder genoemde scoretabel.
Vooraanmeldingen worden enkel beoordeeld op criterium 1 (Wetenschappelijke kwaliteit van de aanvraag) en criterium 3 (Kwaliteit van het consortium). NWO streeft ernaar dat alle clustercommissies een percentueel gelijkwaardig aantal vooraanmeldingen uitnodigen voor verdere uitwerking in een aanvraag. Uitgangspunt hierbij is dat het totaal aantal aanvragen optelt tot ongeveer tweemaal het verwachte aantal toe te kennen projecten. De clustercommissies stellen naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan het bestuur NWO-domein ENW over de kwaliteit en prioritering van de aanvragen per cluster.
Als na de bespreking van de vooraanmeldingen blijkt dat twee of meer vooraanmeldingen op basis van hun gewogen totaalscore niet van elkaar te onderscheiden zijn, dan is er sprake van een ex aequo- situatie (zie paragraaf 4.2.14).
Het bestuur NWO-domein ENW toetst de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissies. Vervolgens stelt het de definitieve kwalificaties vast en besluit het bestuur over het al dan niet mogen uitwerken van een aanvraag.
U kunt alleen een aanvraag indienen als het bestuur NWO-domein ENW positief heeft besloten over uw vooraanmelding. Voor indiening van de aanvraag is een standaardformulier beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NWO website. In uw aanvraag moet u zich houden aan de vragen die in dit formulier staan en aan de werkwijze die in de toelichting staat. Ook moet u zich houden aan de voorwaarden voor het maximale aantal woorden en pagina’s.
Uw volledig ingevulde aanvraagformulier moet voor de deadline via ISAAC zijn ontvangen (zie paragraaf 1.3). Na dit tijdstip kunt u geen aanvraag meer indienen. De hoofdaanvrager ontvangt na indiening van de aanvraag een ontvangstbevestiging.
Zo snel mogelijk nadat u uw aanvraag heeft ingediend, hoort u of NWO uw aanvraag in behandeling neemt. NWO bepaalt dit aan de hand van een aantal administratief-technische criteria (zie de formele voorwaarden voor indiening, paragraaf 3.4). Alleen als uw aanvraag hieraan voldoet, kan NWO deze in behandeling nemen.
Houdt er rekening mee dat NWO u binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. U krijgt één keer de gelegenheid om de correcties door te voeren, hiervoor krijgt u vijf werkdagen de tijd.
Op basis van de door de aanvragers aangegeven onderzoeksgebieden worden de aanvragen heringedeeld in nieuwe clusters van ongeveer gelijke grootte. Aanvragers worden na uitnodiging voor uitwerking (zie paragraaf 4.2.5: besluit vooraanmelding) op hoofdlijnen geïnformeerd over hoe de verschillende ENW onderzoeksgebieden (zie paragraaf 7.3) zijn verdeeld over deze clusters. Leden van een clustercommissie in deze fase van de procedure bestaan uit een afvaardiging van clustercommissieleden uit de vooraanmeldingsfase, aangevuld met andere buitenlandse en binnenlandse deskundigen met expertise op het vlak van de onderzoeksgebieden van het cluster.
Voordat de beoordelingscommissie zich over uw aanvraag buigt, vraagt NWO eerst input van tenminste twee externe referenten. Dit zijn onafhankelijke adviseurs die deskundig zijn op het onderwerp van de aanvraag. Zij beoordelen de aanvraag op basis van de in de Call for proposals genoemde beoordelingscriteria (paragraaf 4.3.1).
Het is mogelijk om (maximaal drie) non-referenten op te geven. Aanvragers kunnen deze non- referenten opgeven in ISAAC, tegelijk met het indienen van de vooraanmelding. Daarna kunnen aanvragers, vóór de deadline voor het indienen van de aanvraag (zie paragraaf 1.3), per e-mail aan enw-xl@nwo.nl eenmalig een wijziging aanbrengen in de drie non-referenten. NWO zal deze non- referenten niet benaderen om als externe referent de aanvraag te beoordelen.
De hoofdaanvrager ontvangt de geanonimiseerde referentenrapporten. U heeft daarna de gelegenheid om een weerwoord te formuleren. U krijgt tien werkdagen de tijd om uw weerwoord via ISAAC in te dienen. Mocht u besluiten de aanvraag in te trekken, dan dient u dit zo snel mogelijk per e-mail aan het bureau te melden en de aanvraag in ISAAC in te trekken. Indien NWO uw weerwoord na de deadline ontvangt, wordt het niet meegenomen in de verdere procedure.
Hierna worden uw aanvraag, de referentenrapporten en uw weerwoord voor commentaar voorgelegd aan de desbetreffende clustercommissie (de preadviseurs). De preadviseurs geven schriftelijk een inhoudelijk en beargumenteerd commentaar op elke aanvraag in het cluster. Zij formuleren dit commentaar aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.3.1) en geven de aanvraag per beoordelingscriterium een cijfermatige score. Hierbij wordt de NWO scoretabel gehanteerd (op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend).
De consortia waarvan de aanvraag in behandeling is genomen worden uitgenodigd voor een interview. Tijdens het interview licht een afvaardiging van maximaal drie leden van het consortium met een korte presentatie de aanvraag toe aan de clustercommissie. Tijdens het interview heeft de beoordelingscommissie de gelegenheid om vragen te stellen betreffende de drie beoordelingscriteria, ook nieuwe vragen die nog niet door de referenten zijn opgeworpen. Het consortium kan hier tijdens het interview in de discussie met de commissie op reageren. Op deze wijze wordt nader hoor- en wederhoor toegepast. Het interview is een belangrijk onderdeel van de beoordeling en kan leiden tot bijstelling van de beoordeling en de score van de aanvraag tot dan toe.
Elke clustercommissie maakt op basis van het beschikbare materiaal een eigen afweging. Hierbij geldt dat de referentenrapporten in belangrijke mate richtinggevend zijn voor de uiteindelijke beoordeling, maar niet per se onverkort worden overgenomen door de beoordelingscommissie. De commissie weegt de argumenten van de referenten (ook onderling) en bekijkt of in het weerwoord en tijdens het interview een goede reactie is geformuleerd op de kritische opmerkingen uit de referentenrapporten en van commissieleden. De commissie heeft bovendien, anders dan de referenten, zicht op de kwaliteit van de overige ingediende aanvragen en weerwoorden. Dit brengt met zich mee dat de commissie tot een andere beoordeling kan komen dan de referenten.
De clustercommissies stellen naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan het bestuur NWO-domein ENW over de kwaliteit en prioritering van de aanvragen. Dit advies baseert zij op de beoordelingscriteria. De gemotiveerde prioritering komt tot stand op basis van een cijfermatig oordeel per beoordelingscriterium. De aanvraag als geheel moet tenminste de kwalificatie ‘zeer goed’ krijgen om in aanmerking te komen voor de subsidie.
Voor meer informatie over de kwalificaties zie NWO | Financiering aanvragen, hoe werkt dat?.
Als na de bespreking van de aanvragen blijkt dat twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen totaalscore niet van elkaar te onderscheiden zijn, dan is er sprake van een ex aequo-situatie (zie paragraaf 4.2.14).
Onder ex aequo verstaat NWO de situatie waarin twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen score niet van elkaar te onderscheiden zijn. Een ex aequo situatie is relevant rondom de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Of er sprake is van een ex aequo situatie wordt als volgt bepaald. Het uitgangspunt is de door de beoordelingscommissie opgestelde prioritering, met eindscores afgerond op 2 decimalen. De referentiescore is de score van de laagst geprioriteerde aanvraag binnen de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens van het betreffende cluster. Alle aanvragen met een score die 0,05 of minder van de referentiescore afliggen, worden in overweging genomen. Zo worden de aanvragen geselecteerd die binnen 0,10 gelijk zijn. De commissie bespreekt deze aanvragen opnieuw. Als deze discussie niet tot een duidelijk onderscheid in beoordeling leidt, dan worden de betreffende aanvragen als ex aequo beschouwd. Indien een ex aequo situatie zich voordoet op de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens, dan zal ter stimulering van het aandeel vrouwen in de wetenschap de aanvraag waarin het percentage vrouwelijke aanvragers het hoogst is als hoogste eindigen. Als de ex aequo situatie daarmee niet wordt doorbroken omdat er twee of meer aanvragen zijn met een gelijk percentage vrouwelijke aanvragers, zal de aanvraag met het hoogste absolute aantal vrouwelijke aanvragers als hoogste eindigen. Als ook dan aanvragen gelijk eindigen bepaalt de beoordelingscommissie met behulp van een (anonieme) meerderheidsstemming de prioritering (conform artikel 2.2.6, vijfde lid van de NWO Subsidieregeling). Als ook stemming geen uitsluitsel biedt, of niet gewenst is, wordt de ex aequo situatie doorgestuurd naar het besluitnemend orgaan, het bestuur NWO-domein ENW.
Tot slot toetst het bestuur NWO-domein ENW de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissies. Vervolgens stelt het de definitieve kwalificaties vast en besluit over toe- en afwijzing van de aanvragen.
Een restbudget ontstaat wanneer binnen een cluster de resterende middelen van het deelsubsidieplafond (zie paragraaf 1.2) onvoldoende zijn om binnen een bepaald cluster de hoogst geprioriteerde aanvraag onder het deelsubsidieplafond toe te wijzen. Indien de restbudgetten van de clusters gezamenlijk wel toereikend zijn om minimaal één extra aanvraag toe te wijzen, worden deze resterende middelen ten behoeve van een zo volledig mogelijke benutting van het budget in deze ronde als volgt verdeeld:
– de hoogst geprioriteerde aanvraag onder het deelsubsidieplafond uit elk van de clusters wordt in overweging genomen, mits deze voldoet aan de criteria van de call en de minimumkwalificatie. Indien hier een ex aequo situatie optreedt omdat er één of meer aanvragen een score hebben die 0,05 of minder afligt van de hoogst gepriotiteerde aanvraag onder het deelsubsidieplafond (zie paragraaf 4.2.14), worden deze ex aequo aanvragen allen in overweging genomen;
– van de in overweging genomen aanvragen wordt/worden degene(n) met het hoogste percentage vrouwelijke aanvragers toegewezen om het aandeel vrouwen in de wetenschap te stimuleren;
– als dit geen uitsluitsel biedt, omdat het resterende budget niet toereikend is om de aanvraag met het hoogste percentage vrouwelijke aanvragers te honoreren of omdat er twee of meer aanvragen zijn met een gelijk percentage vrouwelijke aanvragers en de resterende middelen ontoereikend zijn om deze aanvragen allen toe te wijzen, zal de aanvraag met het hoogste absolute aantal vrouwelijke aanvragers worden toegewezen;
– als ook voor die aanvraag de resterende middelen ontoereikend zijn, of er zijn twee of meer aanvragen met een gelijk absoluut aantal vrouwelijke aanvragers en de resterende middelen zijn ontoereikend om deze aanvragen allen toe te wijzen, zal de aanvraag binnen het ENW- onderzoeksgebied (als bedoeld in paragraaf 7.3) met het kleinste aantal toegekende aanvragen in deze en de drie vorige ENW-XL-rondes (OC ENW-XL rondes 2021-2022, 2023-2024 en 2025- 2026) worden toegewezen;
– als ook dan aanvragen gelijk eindigen, besluit het bestuur NWO-domein ENW op basis van een meerderheidstemming.
Hieronder treft u het tijdpad aan voor deze Call for proposals. Het kan zijn dat NWO het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure nog aanpassingen in het tijdpad van deze Call for proposals aan te brengen. Uiteraard ontvangt u hierover op tijd bericht.
|
16 september 2025 voor 14:00:00 CEST |
Deadline vooraanmeldingen |
|
Januari – februari 2026 |
Commissies beoordelen vooraanmeldingen |
|
Maart 2026 |
Aanvragers ontvangen besluit wel/niet uitwerken vooraanmelding tot een aanvraag |
|
9 juni 2026 voor 14:00:00 CEST |
Deadline aanvragen |
|
Juni – augustus 2026 |
Raadplegen referenten |
|
September 2026 |
Aanvragers kunnen een weerwoord indienen |
|
Midden oktober – midden november 2026 |
Interviews en vergadering beoordelingscommissies |
|
December 2026 |
Besluit bestuur |
De aanvragen die binnen deze Call for proposals worden ingediend worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
Criterium 1: Wetenschappelijke kwaliteit van de aanvraag (Wat)
Hieronder valt:
– helderheid van voorstel, vraagstelling en de projectdoelstellingen;
– wetenschappelijk vernieuwende en/of grensverleggende elementen van het onderzoeksvoorstel;
– de mate waarin het voorgestelde onderzoek het potentieel heeft om een belangrijke bijdrage te leveren aan de vooruitgang van de wetenschap;
– aansluiting bij de doelstelling van het programma zoals beschreven in paragraaf 2.1;
– wetenschappelijke benadering: (uitdaging in) de aanpak en haalbaarheid hiervan;
– doeltreffendheid van de voorgestelde methodologie.
Criterium 2: Wetenschappelijke en/of maatschappelijke impact (Waarom)
De aanvragers hebben de keuze of ze in het onderzoeksvoorstel focussen op het bereiken van wetenschappelijke impact, maatschappelijke impact, of een combinatie daarvan.
NWO interpreteert wetenschappelijke impact als volgt:
– of het voorstel een ambitieuze visie en passende strategie uitdrukt wat betreft de verspreiding en/of de implementatie van de onderzoeksresultaten in het eigen vakgebied, aanverwante vakgebieden en het bredere wetenschapsveld.
Onder maatschappelijke impact vallen:
– de toegevoegde waarde van het project voor maatschappelijke impact;
– de potentie voor maatschappelijke impact op de korte en lange termijn;
– een visie op de manier(en) waarop het voorgestelde onderzoek tot maatschappelijke impact kan leiden.
Naast bovenstaande weegt de beoordelingscommissie als onderdeel van dit criterium ook mee:
– de motivering voor de focus op wetenschappelijke impact en/of maatschappelijke impact;
– indien de focus primair op wetenschappelijke impact ligt: op welke manier tijdens de looptijd van het project proportionele aandacht gegeven wordt aan het vergroten van (onvoorziene) kansen voor maatschappelijke impact;
– indien de focus primair op maatschappelijke impact ligt: op welke manier tijdens de looptijd van het project proportionele aandacht gegeven wordt aan het vergroten van (onvoorziene) kansen voor wetenschappelijke impact.
Het is mogelijk een goede score te krijgen voor dit criterium als de focus van het voorstel ligt op wetenschappelijke impact, als de focus ligt op maatschappelijke impact, of als de focus verspreid is over beide vormen van impact. De score voor dit criterium is onafhankelijk van de gekozen focus; de ene vorm van impact is niet beter of minder dan de andere.
Criterium 3: Kwaliteit van het consortium (Wie)
Hieronder vallen:
– de toegevoegde waarde van het consortium. Op welke wijze is het geheel van de samenwerking meer dan de som van de individuele onderzoekers? Wat is de meerwaarde van het voorgestelde als één project ten opzichte van het uitvoeren van meerdere kleine projecten?;
– de kwaliteit en wetenschappelijke prestaties van de deelnemende onderzoeksgroepen voor zover relevant voor het succesvol uitvoeren van het ingediende voorstel;
– indien er een medeaanvrager van een buitenlandse onderzoeksorganisatie is uit een land waar geen bilaterale overeenkomst mee is (zie paragraaf 7.1.1): of de specifieke expertise die deze medeaanvrager aan het project bijdraagt niet in Nederland beschikbaar is op het niveau dat voor het project noodzakelijk is;
– voldoende kritische massa;
– de helderheid en effectiviteit van de organisatiestructuur van het consortium;
– de passendheid van de expertise van de betrokken onderzoekers, passende inbedding van het onderzoek en (toegang tot) de benodigde apparatuur;
– diversiteit van het consortium (gender en academische ervaring), afgewogen tegen de verhoudingen in het desbetreffende onderzoeksveld;
In de beoordeling worden de criteria als volgt gewogen:
Vooraanmeldingen
Vooraanmeldingen worden enkel beoordeeld op criteria 1 en 3. Wetenschappelijke kwaliteit van de aanvraag maakt 50% van de eindscore uit; de kwaliteit van het consortium ook 50%.
Aanvragen
Wetenschappelijke kwaliteit van de aanvraag maakt 40% van de eindscore uit, de wetenschappelijke en/of maatschappelijke impact 20% en de kwaliteit van het consortium 40%.
In dit hoofdstuk worden de verschillende subsidieverplichtingen toegelicht die – in aanvulling op de in paragraaf 3.5 genoemde subsidievoorwaarden – van toepassing zijn na toewijzing.
Een ENW–XL project dient binnen zes maanden na toewijzing te starten. Na toewijzing wordt het project in beheer genomen door het NWO-domein Exacte en Natuurwetenschappen (ENW). De hoofdaanvrager is als projectleider verantwoordelijk voor het voortgangs- en eindverslag en draagt de financiële eindverantwoording. Bij het subsidiebesluit wordt u geïnformeerd wie uw contactpersoon is gedurende de looptijd van het project en aan welke verplichtingen u moet voldoen.
Na toewijzing van het project wijst NWO samen met het consortium een externe adviseur aan. De externe adviseur is een onafhankelijke ervaren wetenschapper uit het onderzoeksveld, bijvoorbeeld uit een wetenschappelijke adviescommissie van NWO, die niet betrokken is bij het consortium. De advisering heeft tot doel de wetenschappelijke en/of maatschappelijke impact van het project te maximaliseren. NWO verwacht dat de projectleider en/of het consortium minstens eenmaal per jaar contact heeft met de externe adviseur en de NWO contactpersoon.
Na toewijzing van een aanvraag dient de aanvrager de datamanagementparagraaf uit te werken tot een datamanagementplan. Aanvragers kunnen hierbij gebruik maken van het advies van de referenten en commissie. De aanvrager beschrijft in het plan of gebruik gemaakt wordt van bestaande data of dat het om een nieuwe dataverzameling gaat en hoe de dataverzameling dan FAIR: vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar gemaakt wordt. Het datamanagementplan dient voor indiening te zijn afgestemd met een data steward of vergelijkbare functionaris van de onderzoeksorganisatie waar het project wordt uitgevoerd. NWO beoordeelt het plan zo snel mogelijk. Goedkeuring van het datamanagementplan door NWO is voorwaarde voor de subsidieverlening. Het plan kan tijdens het onderzoek worden bijgesteld.
Meer informatie over het datamanagementprotocol van NWO staat op: Research datamanagement | NWO.
Met betrekking tot de intellectuele eigendom (IE) geldt het NWO IE-beleid. Het NWO IE-beleid is te vinden in hoofdstuk 4 van de NWO Subsidieregeling.
Aanvragers moeten een door NWO gefinancierd project uitvoeren in de tijd dat ze voor de onderzoeksorganisatie werken. Indien een aanvrager of een door NWO gefinancierde onderzoeker bij meerdere werkgevers is aangesteld, dient de andere werkgever ten behoeve van de aanvrager afstand te doen van eventuele IE-rechten die uit het project voortvloeien.
Uit het project kan kennis voortkomen die geschikt is voor toepassing in de maatschappij. Bij het aangaan van afspraken over licentie- en/of overdracht van onder deze Call for proposals ontwikkelde onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de tien principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, zoals opgenomen in het NFU rapport “Maatschappelijk Verantwoord Licenseren ”.
NWO heeft de Berlin Declaration (2003) ondertekend en is lid van cOAlitie S (2018) en zet zich in om de resultaten van wetenschappelijk onderzoek dat door NWO gefinancierd wordt vrij toegankelijk te maken via internet (Open Access). Daarmee geeft NWO invulling aan het beleid van de Nederlandse regering om al het publiek gefinancierde onderzoek Open Access beschikbaar te maken.
Wetenschappelijke publicaties van onderzoek dat is gefinancierd op basis van toewijzingen voortvloeiend uit deze Call for proposals dienen daarom Open Access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access.
Wetenschappelijke artikelen
Voor wetenschappelijke artikelen geldt dat zij direct op het moment van publicatie (zonder embargo) Open Access beschikbaar gesteld moeten worden via één van de volgende routes:
– publicatie in een volledig open access tijdschrift of platform dat is geregistreerd in de DOAJ;
– publicatie in een abonnementstijdschrift en het deponeren van tenminste de auteursversie van het artikel in een Open Access repository die is geregistreerd in OpenDOAR;
– publicatie in een tijdschrift waarvoor een transformatieve Open Access overeenkomst beschikbaar
– is tussen de UNL en een uitgever. Zie daarover: Home | Open access.
Boeken
Voor boeken, boekhoofdstukken en bundels gelden afwijkende voorwaarden. Zie daarover de Beleidsregel Open Access op Open Science | NWO.
CC BY licentie
Met het oog op een optimale verspreiding van publicaties moet tenminste een Creative Commons (CC BY) licentie worden toegepast. Bij de aanwezigheid van zwaarwegende belangen kan de auteur verzoeken om te publiceren onder toepassing van een CC BY-ND licentie. Voor boeken, bundels en boekhoofdstukken staat de keuze van een CC BY licentie vrij.
Kosten
Eventuele kosten voor publiceren in volledig Open Access tijdschriften kunnen worden begroot in de projectbegroting door gebruikmaking van de budgetmodule ‘materieel’. Kosten voor publicaties in hybride tijdschriften komen niet in aanmerking voor vergoeding door NWO. Voor Open Access boeken kan een beroep gedaan worden op het aparte NWO Open Access boekenfonds.
Voor een nadere toelichting op het Open Access beleid van NWO zie: Open Science | NWO.
Voor inhoudelijke vragen over deze Call for proposals neemt u contact op met:
Dr. Martijn Klaver, tel.: +31 (0)6 5742 9140, email: enw-xl@nwo.nl
Bij technische vragen over het gebruik van ISAAC kunt u contact opnemen met de ISAAC-helpdesk. Raadpleeg eerst de handleiding voordat u de helpdesk om advies vraagt. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.
NWO verwerkt persoonsgegevens die zij in het kader van deze ronde ontvangt conform de NWO privacyverklaring, Privacyverklaring | NWO.
NWO kan aanvragers mogelijk benaderen voor een evaluatie van de procedure en/of het onderzoeksprogramma.
Promovendus
Een promovendus wordt 48 maanden voor 1,0 fte aangesteld bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, umc of onderzoeksorganisatie zoals genoemd in paragraaf 3.1. Het equivalent van 48 voltijdsmaanden, bijvoorbeeld een aanstelling van 60 maanden voor 0,8 fte, is ook mogelijk. Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een promovendus die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.
Gebruik de tarieven van een promovendus in de salaristabellen van UNL en NFU. Voor iedere promovendus is een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar ter stimulering van de wetenschappelijke carrière.
Postdoc
Een postdoc wordt aangesteld bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, umc of onderzoeksorganisatie zoals genoemd in paragraaf 3.1.
Gebruik de tarieven van een senior wetenschappelijk medewerker in de salaristabellen van UNL, en de tarieven van een postdoc bij een umc in de salaristabellen van NFU.
Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een postdoc die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.
Alleen een postdoc positie met een aanstelling van ten minste 12 maanden voor 0,5 fte kwalificeert als een aanstelling waarvoor een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar staat ter stimulering van de wetenschappelijke carrière.
Niet-wetenschappelijk personeel
Financiering kan worden aangevraagd voor niet-wetenschappelijk personeel (NWP) dat nodig is voor de uitvoering van het project. Het kan bijvoorbeeld gaan om programmeurs, technisch assistenten, analisten of projectleiders. De inzet van NWP moet worden beschreven in de aanvraag.
De duur van de aanstelling is niet langer dan de looptijd van het door NWO gefinancierde project. Afhankelijk van het functieniveau wordt gekozen uit de salaristabellen van het UNL of NFU voor NWP- mbo, NWP-hbo en NWP-academisch. Voor NWP is geen persoonsgebonden benchfee beschikbaar.
Wetenschappelijk personeel bij een onderzoeksorganisatie in het buitenland
Financiering kan worden aangevraagd voor loonkosten van personeel (promovendus, postdoc en niet- wetenschappelijk personeel) aan een buitenlandse onderzoeksorganisatie van een medeaanvrager die een bijdrage levert aan het project. De buitenlandse onderzoeksorganisatie moet voldoen aan de definitie van onderzoeksorganisatie zoals bedoeld in artikel 1.1, leden 4 en 5 van de NWO Subsidieregeling 2024 en aan de volgende cumulatieve voorwaarden.
De organisatie dient:
– een stichting, vereniging of publiekrechtelijke rechtspersoon te zijn, althans het equivalent daarvan in het land van vestiging van de buitenlandse organisatie;
– zich in de hoofdzaak zelf bezig te houden met het op onafhankelijke wijze verrichten van fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling of met het met het breed verspreiden van de resultaten van de eigen onderzoeksactiviteiten door middel van onderwijs, publicaties of kennisoverdracht;
– te kunnen verklaren dat de organisatie een gescheiden boekhouding voert ten aanzien van economische/niet-economische activiteiten en dat ondernemingen met een beslissende invloed op de organisatie geen preferente toegang krijgen tot de onderzoeksresultaten van de organisatie.
Let op: Voorafgaand aan het indienen van een aanvraag wordt door NWO aan de hand van bovengenoemde voorwaarden getoetst of de buitenlandse organisatie aan artikel 1.1, leden 4 en 5 van de NWO Subsidieregeling 2024 voldoet en dus als medeaanvrager mag deelnemen.
NWO voert deze toets mede uit om te controleren of er geen sprake is van het verlenen van verboden staatssteun. Deze toets dient ook uitgevoerd te worden als een organisatie binnen een ander NWO programma is getoetst en werd toegestaan als medeaanvrager.
De hoofdaanvrager levert ten behoeve van deze toetsing uiterlijk 10 werkdagen voor de deadline van indiening per e-mail aan enw-xl@nwo.nl (dus uiterlijk 2 september 2025 voor 14:00:00 CEST) de volgende documenten aan van de buitenlandse onderzoeksorganisatie(s):
– een recent uittreksel van de kamer van koophandel, dan wel het equivalent daarvan in het land van vestiging van de buitenlandse organisatie;
– de oprichtingsakte en/of actuele statuten;
– de laatst beschikbare jaarrekening voorzien van een controleverklaring3;
– een door de buitenlandse organisatie ingevulde Verklaring Onderzoeksorganisatie, beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals.
Het is toegestaan om andere relevante documentatie toe te voegen. Tevens kan NWO om aanvullende informatie vragen als bovenstaande documenten niet voldoende uitsluitsel bieden om te bepalen of de organisatie mag optreden als medeaanvrager.
Als de organisatie van de beoogde medeaanvrager binnen een ander NWO programma is getoetst aan deze voorwaarden, neem dan tijdig contact op met NWO via het bovengenoemde e-mailadres om af te stemmen of deze organisatie opnieuw moet worden getoetst.
Indien de hoofdaanvrager de voor de toets op de voorwaarden benodigde stukken niet op tijd aanlevert, kan NWO de betreffende organisatie niet als medeaanvrager accepteren.
Als in de aanvraag nieuwe buitenlandse organisaties worden toegevoegd ten opzichte van de vooraanmelding onder deze budgetmodule en deze nieuwe buitenlandse organisaties niet zijn getoetst op de hierboven omschreven wijze, dient ook voor deze organisatie(s) een toets op de voorwaarden plaats te vinden. Ook hiervoor geldt dat hoofdaanvrager uiterlijk 10 werkdagen voor de deadline van indiening per e-mail (dus uiterlijk 26 mei 2026 voor 14:00:00 CEST) in ieder geval de volgende documenten aanlevert van de buitenlandse onderzoeksorganisatie(s):
– een recent uittreksel van de kamer van koophandel, dan wel het equivalent daarvan in het land van vestiging van de buitenlandse organisatie;
– de oprichtingsakte en/of actuele statuten;
– de laatst beschikbare jaarrekening voorzien van een controleverklaring3;
– een door de buitenlandse organisatie ingevulde Verklaring Onderzoeksorganisatie, beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals.
Een buitenlandse organisatie die voorafgaand aan het indienen van een vooraanmelding is getoetst en is goedgekeurd, hoeft voorafgaand aan het indienen van de aanvraag niet nogmaals getoetst te worden.
Onderbouw overtuigend hoe de medeaanvrager van de buitenlandse onderzoeksorganisatie specifieke expertise aan het project bijdraagt die in Nederland niet beschikbaar is op het niveau dat voor het project noodzakelijk is. De beoordelingscommissie beoordeelt deze onderbouwing als onderdeel van het criterium kwaliteit van het consortium. Deze onderbouwing is niet nodig wanneer NWO een bilaterale overeenkomst omtrent Money follows cooperation heeft gesloten met de nationale onderzoeksfinancier van het land waar de buitenlandse onderzoeksorganisatie zich bevindt. Op de NWO-website staat met welke onderzoeksfinanciers NWO een dergelijke overeenkomst heeft gesloten. NWO verstrekt geen subsidie aan medeaanvragers in het buitenland die vallen onder toepasselijke sanctiewetgeving.
De hoofdaanvrager ontvangt de subsidie en is verantwoordelijk voor het overmaken van subsidiemiddelen aan de buitenlandse onderzoeksorganisatie van de medeaanvrager en voor de financiële verantwoording van de besteding van het buitenlandse deel van de subsidie. Het wisselkoersrisico ligt bij de aanvrager. Baten of lasten door wisselkoersen zijn niet subsidiabel.
Gebruik de UNL-tarieven gecorrigeerd voor de landencorrectiecoëfficiënten. Deze tarieven zijn maxima. Er is geen persoonsgebonden benchfee beschikbaar.
Als binnen deze budgetmodule meer dan € 125.000 per organisatie wordt aangevraagd, dan is een controleverklaring nodig bij de financiële eindverantwoording.
Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke kosten met betrekking tot onder meer verbruiksgoederen, inkoop van diensten, materialen, kleine instrumenten, toegang tot (inter)nationale faciliteiten, software en onderzoeksmiddelen die na gebruik geen economische waarde meer hebben. Reis- en verblijfkosten (nationaal en internationaal) voor alle mensen die aan het project werken incl. buitenlandse gastonderzoekers, kosten voor de organisatie van (internationale) workshops en symposia, kosten voor datamanagement, publicaties, en kosten in het kader van citizen science vallen eveneens onder deze module.
Reiskosten (nationaal en internationaal) worden alleen vergoed op basis van tweede klasse/economy class tarieven. Voor publicaties gelden de bepalingen in de paragraaf 5.1.5 Open access. Kosten voor een controleverklaring kunnen alleen worden opgevoerd voor instellingen die niet onderworpen zijn aan het onderwijsaccountantsprotocol van OCW voor maximaal € 5.000 per controleverklaring.
Het is niet toegestaan om kosten op te voeren voor:
– organisatie-infrastructuur en overhead, waaronder een volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening en thuiswerkvergoeding.
– het gebruik en onderhoud van in eigen beheer ontwikkelde wetenschappelijke infrastructuur.
– reguliere onderwijsactiviteiten.
Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke middelen ten behoeve van onderzoek of kosten met betrekking tot bouw of doorontwikkeling van wetenschappelijke infrastructuur die na afronding van het project economische waarde behouden, dan wel kunnen worden hergebruikt. De begunstigde verwerft na afloop van het project het eigendom over deze onderzoeksmiddelen. Indien de begunstigde winst realiseert uit het economisch eigendom van deze onderzoeksmiddelen, dan moeten deze winsten worden geïnvesteerd in primaire activiteiten van de begunstigde zoals bedoeld in artikel 3.1.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling. Het gaat om de aanschaf van apparatuur met restwaarde voor de uitvoering van onderzoek.
De kosten voor investeringen dienen in de aanvraag adequaat gespecificeerd en gemotiveerd te worden.
Subsidiabel zijn:
– kosten voor investeringen in wetenschappelijke apparatuur;
– kosten voor investeringen in datasets;
– loonkosten voor medewerkers met essentiële technische expertise noodzakelijk voor de ontwikkeling of bouw van een investering.
Niet-subsidiabel zijn:
– kosten voor infrastructurele voorzieningen die tot de gebruikelijke infrastructuur gerekend kunnen worden (volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening, thuiswerkvergoeding);
– dataverzamelingen en eventuele bijbehorende software en bibliografieën die reeds op andere wijze beschikbaar zijn;
– overige personeelskosten, waaronder personeelskosten voor de exploitatie en het uitvoeren van onderzoek met de faciliteit;
– kosten voor onderhoud en gebruik van de apparatuur op een project. De kosten voor het gebruik van apparatuur op een project kunnen via het materieel budget aangevraagd worden.
Het aangevraagde budget dient in de aanvraag adequaat gespecificeerd te worden. Gebruik voor de bepaling van de tarieven de bepalingen van Personeel en Materieel.
Het is mogelijk om maximaal 5% van het subsidiebedrag in te zetten voor deze module. Het is niet verplicht om van deze module gebruik te maken. Voorbeelden van mogelijke kosten, maar niet gelimiteerd tot, zijn het maken van een lespakket, een haalbaarheidsstudie naar toepassingsmogelijkheden, kosten voor het indienen van een octrooiaanvraag of het gebruik maken van een business developer.
Het tarief op het moment van de besluitdatum is van toepassing. NWO past bij de toekenning zo nodig eenmalig ambtshalve een indexering toe van de loonkosten. Hierbij wordt de datum gehanteerd dat de tarieven ingaan. Indien de datum van bekendmaking van de tarieven later is dan de ingangsdatum, wordt de datum van bekendmaking gehanteerd. De tarieven van de Universiteiten van Nederland (UNL) gaan doorgaans in op 1 juli, van de Nederlandse Federatie van Universitair medische centra (NFU) op 1 augustus en van de Handleiding Overheidstarieven (HOT) op 1 januari.
Ambtshalve indexering heeft geen invloed op het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag. Het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag blijven ongewijzigd tijdens de beoordelingsprocedure. Bij toewijzing wordt indexering toegepast op het subsidiebedrag.
Voor aanvragen binnen de reikwijdte van deze Call for proposals geldt dat ze op het (grens)gebied van Aard- en milieuwetenschappen, astronomie, chemie, informatica, levenswetenschappen, natuurkunde en wiskunde moeten liggen. In de aanvraag geeft u aan welke van de onderstaande onderzoeksgebieden (minimaal 1) van toepassing zijn, waarbij u voor elk onderzoeksgebied een percentage aangeeft (minimaal 20%, totaal 100%). De aangegeven onderzoeksgebieden gebruikt het bureau van het NWO-domein ENW om de ingediende aanvragen te verdelen over de clustercommissies. Het is vanzelfsprekend dat er verschillende vakgebieden zijn die zich niet laten vangen in een disciplinaire indeling. In onderstaande lijst staan daarom enkele onderzoeksgebieden vermeld onder meerdere disciplines; de disciplines dienen er vooral toe de onderzoeksgebieden goed vindbaar te maken. Per aangegeven discipline staan de onderzoeksgebieden op alfabetische volgorde vermeld.
Astronomy:
Galaxies
Gravity and the universe
High-energy astrophysics
Instrumentation – telescopes, detectors and techniques
Planetary sciences
Stars
Very large databases in astronomy: archiving, handling and analysis
Chemistry:
Analytical chemistry
Biochemistry
Biotechnology
Catalysis
Chemical biology
Chemical technology, process technology
Inorganic chemistry
Macromolecular chemistry, polymer chemistry
Materials chemistry
Molecular biology
Organic chemistry
Physical chemistry
Structural biology
Synthetic biology
Theoretical, computational and qantum chemistry
Computer Science:
Artificial intelligence, expert systems
Algorithms, data structures, complexity, and computability
Bioinformatics
Computer graphics, computer simulation, virtual reality
Computer systems, architectures, networks
Data management, data mining and information theory
Information systems, information storage and retrieval, user interfaces, multimedia
Security & privacy
Software engineering, programming languages, formal methods
Earth- and Environmental Sciences:
Atmosphere sciences
Environmental sciences
Geochemistry
Geophysics
Geodesy, physical geography
Geodynamics, sedimentation, tectonics, geomorphology
Geotechnics
Hydrosphere sciences
Marine sciences
Paleoceanography
Paleoclimate
Paleontology, stratigraphy
Petrology, mineralogy, sedimentology
Planetary sciences
Life Sciences:
Agronomy
Animal sciences, zoology
Biochemistry
Bioinformatics
Biomedical research
Biotechnology
Cell biology
Developmental biology
Ecology
Environmental sciences
Evolutionary biology
Genetics, omics
Immunology
Microbiology, virology, parasitology
Molecular biology
Neurosciences
Nutrition, food
Organismal biology
Pharmaceutics, pharmacology
Physics of life
Physiology
Plant sciences Systems biology
Theoretical biology, modelling
Mathematics:
Algebra, number theory, discrete mathematics Mathematics of data science
Functional analysis, control theory
Dynamical systems, differential equations
Geometry, topology
Logic, set theory
Numerical analysis, scientific computing
Optimization, operations research
Probability, statistics
Physics:
Atomic, molecular and optical physics
Condensed matter, materials and nanophysics
Particle and astroparticle physics
Physics of energy
Physics of fluids and soft matter Physics of life
Physics of technology and instrumentation Plasma physics
Qantum physics and technology
Theoretical and mathematical physics
Met ‘aanvrager’ of ‘aanvragers’ wordt/worden zowel de hoofdaanvrager als medeaanvragers aangeduid.
Alle activiteiten die worden aangevraagd onder deze budgetmodule moeten passen binnen de definitie van "Activiteiten inzake kennisoverdracht" die door de Europese Commissie wordt gehanteerd in de Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (PbEU 2022, C 414).
Organisaties die niet wettelijk verplicht zijn hun jaarrekening te laten controleren, hoeven een dergelijke controleverklaring niet aan te leveren. Zij moeten daarbij wel kunnen aantonen dat deze wettelijke verplichting niet van toepassing is op de betreffende organisatie.
Organisaties die niet wettelijk verplicht zijn hun jaarrekening te laten controleren, hoeven een dergelijke controleverklaring niet aan te leveren. Zij moeten daarbij wel kunnen aantonen dat deze wettelijke verplichting niet van toepassing is op de betreffende organisatie.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-12139.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.