De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Gelet op artikel 2 van de Wet geneesmiddelenprijzen;
Besluit:
ARTIKEL I
De bijlage behorende bij artikel 1 van de Regeling maximumprijzen geneesmiddelen wordt
als volgt gewijzigd:
a. bij productgroep ‘FONDAPARINUX-2,5-MG-INJ.VLOEISTOF, WWSP’ wordt de maximumprijs
van ‘4,871365 per stuk’ vervangen door ‘5,60207 per stuk’;
b. bij productgroep ‘NADROPARIN-3800-IE-INJ.VLOEISTOF, WWSP’ wordt de maximumprijs van
‘3,172454 per stuk’ vervangen door ‘3,648322 per stuk’;
c. bij productgroep ‘NADROPARIN-15200-IE-INJ.VLOEISTOF, WWSP’ wordt de maximumprijs
van ‘10,453090 per stuk’ vervangen door ‘12,021053 per stuk’;
d. bij productgroep ‘NADROPARIN-19000-IE-INJ.VLOEISTOF, WWSP’ wordt de maximumprijs
van ‘11,281115 per stuk’ vervangen door ‘12,973282 per stuk’;
e. bij productgroep ‘NADROPARIN-9500-IE-INJ.VLOEISTOF, WWSP’ wordt de maximumprijs van
‘5,774389 per stuk’ vervangen door ‘6,640548 per stuk’.
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2025.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M. Agema
TOELICHTING
Algemeen
Op grond van de Wet geneesmiddelenprijzen (Wgp) zijn bij ministeriële regeling maximumprijzen
voor geneesmiddelen vastgesteld. De onderhavige regeling betreft een wijziging van
de bijlage bij de Regeling maximumprijzen geneesmiddelen (Rmg), zoals vastgesteld
bij regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, houdende wijziging
van de bijlage bij de Rmg in verband met het actualiseren van de maximumprijzen voor
geneesmiddelen (Stcrt. 2025, 6900). Met die wijziging, die op 1 april 2025 in werking treedt, worden de maximumprijzen
voor de 56e keer geactualiseerd. In die 56e herijking zijn ook de gehonoreerde verzoeken op grond van de Tijdelijke beleidsregel
maximumprijzen geneesmiddelen 2024 (hierna: Tijdelijke beleidsregel) verwerkt die
tijdens de eerste vijf weken van de terinzagelegging van de ontwerpregeling (Scrt. 2024, 40360) zijn ingediend.
Met deze wijzigingsregeling wordt een gehonoreerd verzoek op grond van de Tijdelijks
beleidsregel die een aantal dagen na de eerste vijf weken van de terinzagelegging
van de ontwerpregeling is ingediend wegens bijzondere omstandigheden meegenomen met
de 56e herijking. Hierbij wordt toepassing gegeven aan het evenredigheidsbeginsel uit artikel 4:84
Awb. Reden hiervoor is dat het verzoek op grond van de Tijdelijke beleidsregel betrekking
heeft op productgroepen die zijn ontstaan naar aanleiding van een zienswijze. Doordat
ik gedurende een groot deel van de vijf weken periode, waarin het verzoek ingediend
had moeten worden, in gesprek was met de leverancier over de zienswijze, had de leverancier
in de praktijk een zeer korte termijn om het verzoek in te dienen. Voor één productgroep
geldt bovendien dat deze nieuwe productgroep voortkomt uit een splitsing van een productgroep
waarvoor reeds een verzoek op grond van de Tijdelijke beleidsregel was gehonoreerd.
Ik vind de nadelige gevolgen voor de leverancier, namelijk het gedurende enkele maanden
niet kunnen voeren van de verhoogde maximumprijs, in dit specifieke geval daarom zwaarder
wegen dan het toepassen van de termijnen uit artikel 6 van de Tijdelijke beleidsregel.
Met deze wijzigingsregeling wordt de opslag van 15% voor de vijf betreffende productgroepen
verwerkt in de 56e herijking.
Deze regeling treedt op 1 april 2025 in werking, direct nadat de wijzigingsregeling
voor de 56e herijking (Stcrt. 2025, 6900) in werking is getreden, en wijzigt daarmee vijf maximumprijzen uit de daarin opgenomen
bijlage.
Beroepsmogelijkheid
Uit bijlage 2, artikel 4, Awb volgt dat tegen een besluit tot vaststelling van een
maximumprijs beroep kan worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven
(CBb), te Den Haag. Degene wiens belang rechtstreeks is betrokken bij deze regeling
kan daartegen dus binnen zes weken na de dag waarop deze regeling tot wijziging van
de Rmg in de Staatscourant is geplaatst, beroep instellen bij het CBb. Het beroepschrift
moet zijn ondertekend en dient ten minste te bevatten de naam en adres van de indiener,
de dagtekening, de omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht en
de gronden waarop het beroep berust. Van de indiener van een beroepschrift wordt griffierecht
geheven. Nadere informatie over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betalen
wordt door de griffie van het CBb verstrekt.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M. Agema