Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie | Staatscourant 2025, 10390 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie | Staatscourant 2025, 10390 | ander besluit van algemene strekking |
Het bestuur van stichting Fonds voor Cultuurparticipatie,
gelet op artikel 10, vierde lid, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;
gelet op artikel 4:23, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht;
gelet op het Algemeen Subsidiereglement van het Fonds voor Cultuurparticipatie;
met goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 januari 2022; en voor de gewijzigde versie op 27 maart 2023;
besluit:
1. In deze regeling worden onderstaande begrippen gebruikt
een specifieke handeling of bezigheid die door de aanvrager wordt gestart. Bijvoorbeeld brainstorms, repetities, coachingsessies, bijeenkomsten en presentaties. Deze activiteit wordt door, of met, de doelgroep (een persoon, groep of organisatie) uitgevoerd om een specifiek effect te bereiken.
een interne of externe adviescommissie zoals bedoeld in het Huishoudelijk Reglement van het Fonds 2019.
de landen Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de drie openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
de drie openbare lichamen van het land Nederland, zijnde de eilanden: Bonaire, Sint Eustatius en Saba
persoon die zich via informele routes heeft ontwikkeld als coach voor talenten, en aantoonbaar minstens 3 jaar actief talenten in informele netwerken begeleidt.
Code Diversiteit & Inclusie, Fair Practice Code, Governance Code Cultuur.
het dynamische geheel van onder andere normen, waarden, tradities, regels, kunst, erfgoed en identiteiten van een volk, gemeenschap of groep. Cultuur ontstaat door sociale en artistieke processen.
het actief beoefenen van of betrokken zijn bij het maken van cultuur in de vrije tijd, door cultuureducatie, co-creatie of amateurkunst. Dit wordt ook wel cultuurparticipatie genoemd.
een rechtspersoon die zich inzet binnen de cultuursector en ook zo staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel of vergelijkbare organisatie.
Nederland, zonder het Caribisch deel van het Koninkrijk.
Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie.
netwerken die spontaan ontstaan en waarbinnen specifieke regels, beeld, taal en waarden gelden, vrijwel los van verbinding met formele opleidingstrajecten.
Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland, inclusief de drie openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
kosten voor de aanschaf van materialen voor een project die aanvrager na dat project nog langere tijd kan gebruiken.
kosten voor aanschaf van materialen zonder welke het project niet kan worden uitgevoerd.
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
een krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersoon.
een natuurlijk persoon die
(1) ten minste een parttime aanstelling bij een organisatie heeft,
(2) vakbekwaam is door afgestudeerd te zijn aan een erkende opleiding,
(3) als zelfstandige minimaal drie jaar als ondernemer wordt beschouwd door de Belastingdienst en staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel of een vergelijkbare organisatie, en/of
(4) financiering ontvangt van op professionals gerichte instanties zoals rijkscultuurfondsen.
tijdelijke en doelgerichte activiteiten die de aanvrager onderneemt om een of meerdere specifieke effecten te bereiken. Projecten worden gekenmerkt door een begin- en einddatum, een duidelijk omschreven doel, en activiteiten, instrumenten en processen die moeten worden ingezet om het doel te behalen.
een privaatrechtelijke rechtspersoon die is opgericht door een overheidslichaam, een privaatrechtelijke rechtspersoon waarvan een overheidslichaam voor meer dan 50% van de aandelen bezit, of een privaatrechtelijke rechtspersoon waar een overheidslichaam direct of indirect voor meer dan 50% zeggenschap over het bestuur heeft.
het totaalbedrag binnen een regeling of hoofdstuk dat het Fonds beschikbaar heeft om toe te kennen aan aanvragers.
een amateur, vanaf acht jaar oud, die
(1) een sterke behoefte heeft om zichzelf te ontwikkelen in het maken van kunst met de ambitie om professional te worden, en/of
(2) door een instelling voor talentontwikkeling gezien wordt als talent.
projecten die zijn gericht op het herkennen, selecteren, begeleiden en ontwikkelen van talent. Deze projecten bereiden talenten voor op eventuele deelname aan het kunstvakonderwijs, of zijn onderdeel van een alternatieve opleidingsroute.
2. In de volgende hoofdstukken staan de definities van de begrippen die bij het desbetreffende hoofdstuk horen.
Met deze regeling stimuleert het Fonds het ontwikkelen en uitvoeren van projecten die talentontwikkeling binnen informele netwerken versterken.
Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden aangevraagd door een in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde culturele instelling.
1. Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf 2 april 2025 13:00 uur tot en met 30 augustus 2028 17:00 uur. De tijdsaanduiding is de tijd die geldt in het Europees deel van Nederland.
2. Wanneer het budgetplafond per jaar of in totaal bereikt is, kan het Fonds besluiten de mogelijkheid tot indiening vervroegd te sluiten.
3. Het Fonds kan indieningstermijnen hanteren die van het eerste lid afwijken. Als dat gebeurt, worden de afwijkende indieningstermijnen op de website van het Fonds gepubliceerd.
1. De subsidieplafonds staan vermeld vanaf hoofdstuk 2. Het Fonds kan besluiten de subsidieplafonds te wijzigen. Deze wijzigingen kunnen ook op specifieke categorieën van projecten zijn of gelden voor bepaalde tijdvakken, thema’s, doelgroepen en regio’s.
2. Ook kan het Fonds besluiten om de subsidiehoogte en het tijdvak waarbinnen kan worden aangevraagd, aan te passen.
3. Een besluit op grond van het eerste of tweede lid wordt gepubliceerd op de website van het Fonds.
1. Het Fonds weigert subsidie als:
a. voor dezelfde projecten al subsidie is of zal worden verleend:
1° door het Fonds;
2° door een van de andere rijkscultuurfondsen;
3° op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid; of
4° op grond van de Erfgoedwet.
b. het project waarvoor subsidie wordt gevraagd, op het moment van de aanvraag al wordt uitgevoerd;
c. de aanvraag is bedoeld voor een seriële productie, waaronder een project dat niet eenmalig door één instelling of persoon wordt georganiseerd, maar een serie is van gelijksoortige producties, waardoor het unieke en experimentele karakter van het project niet meer aanwezig is;
d. de aanvraag wordt ingediend door een uitgeverij of omroeporganisatie;
e. de aanvraag wordt ingediend namens een overheidslichaam of semi-overheidslichaam;
f. de aanvrager failliet is verklaard of redelijkerwijs te verwachten is dat dit binnenkort gebeurt;
g. de aanvraag onvoldoende aansluit bij het doel van de regeling of de doelstellingen van het Fonds; of
h. de aanvrager een rechtspersoon is die niet voldoet aan de verplichtingen met betrekking tot de culturele codes zoals bedoeld in artikel 1.6, vijfde lid.
2. Het Fonds weigert subsidie aan derden als die in opdracht werken van natuurlijke personen of rechtspersonen die niet aanmerking komen voor subsidie.
3. Het Fonds kan subsidie weigeren als aanvragers, voorafgaand aan de aanvraag, subsidie van het Fonds hebben ontvangen en toen niet, of niet helemaal, hebben voldaan aan de subsidieverplichtingen.
4. Het Fonds kan weigeren om subsidie te verstrekken als de aanvraag op enige wijze niet in overeenstemming is met de regeling.
1. Alleen kosten die direct verband houden met de projecten komen in aanmerking voor subsidiëring.
2. Het Fonds verstrekt alleen subsidie als de aanvrager:
a. aantoont dat er een begrotingstekort is, en dat ondersteuning van het Fonds nodig is voor een sluitende begroting;
b. de mogelijkheid van andere inkomsten dan de gevraagde subsidie onderzoekt, rekening houdend met de aard van het project; en
c. aannemelijk maakt dat de financiële middelen, samen met de subsidie van het Fonds, voldoende zijn om het project uit te voeren.
3. Aanvragers gevestigd in het Caribisch deel van het Koninkrijk kunnen de benodigde kosten voor het omwisselen van valuta voor het uitvoeren van het project opnemen in de subsidieaanvraag.
1. Met deelname aan deze regeling geeft de aanvrager toestemming aan het Fonds om gegevens uit de aanvraag en de eventuele verantwoording in te zetten voor kennisdeling en onderzoeksdoeleinden. Als het ten dienste staat aan het behalen van de doelstelling van de regeling, kan het Fonds de aanvrager verplichten tot deelname aan een bijeenkomst of begeleidingstraject.
2. Het project:
a. start niet eerder dan dertien weken na het indienen van de aanvraag;
b. heeft een looptijd van maximaal twee jaar;
c. start binnen zes maanden na het honoreren van de aanvraag.
Het Fonds kan bij besluit van deze termijnen afwijken.
3. De begroting:
a. bevat geen post voor onvoorziene kosten;
b. bevat geen arbeids- en reiskosten voor een vlucht, als de afstand binnen acht uur over land kan worden afgelegd;
c. bevat maximaal 10% aan materiële investeringskosten.
4. De aanvrager is gevestigd in het Koninkrijk der Nederlanden en beschikt over een bankrekening in een van de landen binnen het Koninkrijk der Nederlanden of de Europese Unie.
5. De aanvrager voldoet aan de culturele codes zoals is bepaald in de toelichting van deze regeling.
6. Het Fonds moedigt aanvragers aan om een nulmeting met betrekking tot de eigen ecologische voetafdruk te doen.
7. De activiteiten van de aanvrager zijn toegankelijk voor mensen met speciale behoeften. Daaronder vallen in ieder geval mensen met een beperkte mobiliteit.
8. Gehonoreerde aanvragers zijn verplicht mee te werken aan monitoring en evaluatie door of namens het Fonds.
1. Aanvragen worden ingediend via een volledig ingevuld digitaal aanvraagformulier in de online aanvraagomgeving Mijn Fonds, via de website van het Fonds.
2. Aanvragen worden in ieder geval voorzien van:
a. een projectplan over de gehele looptijd van het project. Het projectplan wordt aangeleverd overeenkomstig het door het Fonds beschikbaar gestelde format;
b. een sluitende begroting. De begroting mag geen tekort of overschot bevatten. De begroting wordt aangeleverd overeenkomstig het door het Fonds beschikbaar gestelde format.
1. Het Fonds beoordeelt de aanvragen overeenkomstig de regeling.
2. Als de aanvraag compleet is, neemt het Fonds deze in behandeling en neemt het een beslissing over de aanvraag.
3. Als een onvolledige aanvraag wordt aangevuld, dan geldt de datum dat het Fonds de aanvulling ontvangt als moment van het indienen van de aanvraag.
4. Aanvragen voor een subsidie tot en met € 25.000 en die voldoen aan de eisen van de regeling, worden door een interne adviescommissie beoordeeld.
5. Aanvragen voor een subsidie van meer dan € 25.000 en die voldoen aan de eisen van de regeling, worden aan een externe adviescommissie voorgelegd voor advies.
6. Aanvragen die niet voldoen aan de regeling kunnen worden afgewezen zonder de adviescommissie om advies te vragen.
7. De aanvragen worden op volgorde van ontvangst beoordeeld, tenzij anders in deze regeling is bepaald.
8. De aanvraag moet op alle beoordelingscriteria een voldoende scoren om voor subsidieverstrekking in aanmerking te komen, behalve als anders in deze regeling is bepaald.
9. Op de aanvraag wordt binnen uiterlijk dertien weken beslist.
1. Voor subsidie tot en met € 25.000 en die niet direct wordt vastgesteld, verleent het Fonds een voorschot van 100% van het subsidiebedrag.
2. Voor subsidie van meer dan € 25.000 betaalt het Fonds een voorschot van 90%. Dit doet het Fonds zo spoedig mogelijk na het verzenden van het subsidieverleningsbesluit.
3. Als bij de vaststelling is gebleken dat het project in overeenstemming met de aanvraag is uitgevoerd en de begrootte kosten zijn gemaakt, wordt de resterende 10% betaald. Dit doet het Fonds zo spoedig mogelijk na het verzenden van het vaststellingsbesluit. Het Fonds kan de bevoorschotting, al dan niet tijdelijk, stoppen als aanvragers hun subsidieverplichtingen onvoldoende nakomen. Dat kan het Fonds ook doen wanneer de omstandigheden zodanig zijn veranderd dat het aannemelijk is dat de activiteiten of projecten niet op dezelfde manier kunnen worden voortgezet.
1. Subsidieontvangers die achteraf verantwoording dienen af te leggen over de activiteiten of projecten, doen dit door middel van een activiteitenverslag en een financieel verslag.
2. Afhankelijk van de hoogte van de subsidie voldoet de verslaglegging aan de eisen van de artikelen 25, 26 of 27 van het Algemeen Subsidiereglement.
De artikelen in dit hoofdstuk zijn verbijzonderde bepalingen ten aanzien van de artikelen in hoofdstuk 1. Bij meerdere artikelen is in de toelichting een aanvullende uitleg gegeven. Op grond van dit hoofdstuk wordt uitsluitend subsidie verstrekt voor ontwikkeltrajecten van personen.
In aanvulling op artikel 1.4 kunnen in dit hoofdstuk naast culturele instellingen ook professionals aanvragen die als zelfstandige minimaal drie jaar actief zijn op het gebied van cultuurparticipatie of -educatie. De professional dient daarbij in elk geval te voldoen aan het bepaalde in artikel 1.1, onder s, onder 3, van deze regeling.
Een aanvraag in hoofdstuk 2 wordt namens het talent, de coach of groep talenten gedaan door een culturele instelling of professional.
Met deze paragraaf stimuleert het Fonds het ontwikkelen en uitvoeren van projecten die gericht zijn op ontwikkeltrajecten van individuele talenten die actief zijn binnen informele netwerken. Deze projecten dragen bij aan het effect: Talentontplooiing.
Subsidie kan worden aangevraagd voor een individueel ontwikkeltraject waarin talenten zich als autodidactisch maker kunnen ontwikkelen onder begeleiding van professionals. Het ontwikkeltraject is primair gericht op een artistieke ontwikkeling; persoonlijke en zakelijke ontwikkeldoelen zijn secundair.
Voor een project in paragraaf 2:
a. Kan minimaal € 10.000 tot maximaal € 25.000 worden aangevraagd; en
b. bedraagt de subsidie maximaal 100% van de totale projectkosten als de aanvrager in Europees Nederland gevestigd is en maximaal 100% van de totale projectkosten als de aanvrager in het Caribisch deel van het Koninkrijk gevestigd is.
Het subsidieplafond voor projecten in paragraaf 2 is € 421.970 per kalenderjaar.
Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria, waarvan in de toelichting is uiteengezet op welke wijze die worden getoetst:
a. inhoudelijke kwaliteit; en
b. organisatorische kwaliteit.
Met deze paragraaf stimuleert het Fonds het ontwikkelen en uitvoeren van projecten die gericht zijn op ontwikkelings- en professionaliseringstrajecten van individuele coaches actief binnen informele netwerken. Deze projecten dragen bij aan het effect: Professionalisering.
Subsidie kan worden aangevraagd voor een individueel ontwikkeltraject waarin coaches hun coachingsvaardigheden kunnen professionaliseren. Het ontwikkeltraject is primair gericht op de ontwikkeling van de inhoudelijke aanpak van de coaching.
Voor een project in paragraaf 3:
a. Kan minimaal € 25.000 tot maximaal € 50.000 worden aangevraagd; en
b. bedraagt de subsidie maximaal 80% van de totale projectkosten als de aanvrager in Europees Nederland gevestigd is en maximaal 100% van de totale projectkosten als de aanvrager in het Caribisch deel van het Koninkrijk gevestigd is.
Het subsidieplafond voor projecten in paragraaf 3 is € 187.542 per kalenderjaar.
Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria, waarvan in de toelichting is uiteengezet op welke wijze die worden getoetst:
a. inhoudelijke kwaliteit; en
b. organisatorische kwaliteit.
Met deze paragraaf stimuleert het Fonds het ontwikkelen en uitvoeren van projecten die gericht zijn op ontwikkeltrajecten van groepen talenten actief binnen informele netwerken. Deze projecten dragen bij aan de effecten: Talentontplooiing en Talentontwikkeling.
Subsidie kan worden aangevraagd voor een ontwikkeltraject in waarin meerdere talenten zich binnen de informele netwerken van cultuurbeoefening verder kunnen ontwikkelen onder begeleiding van professionals. Het ontwikkeltraject is primair gericht op een artistieke ontwikkeling van de talenten; persoonlijke en zakelijke ontwikkeldoelen zijn secundair.
Voor een project in paragraaf 4:
a. Kan minimaal € 25.000 tot maximaal € 75.000 worden aangevraagd; en
b. bedraagt de subsidie maximaal 80% van de totale projectkosten als de aanvrager in Europees Nederland gevestigd is en maximaal 100% van de totale projectkosten als de aanvrager in het Caribisch deel van het Koninkrijk gevestigd is.
Het subsidieplafond voor projecten in paragraaf 4 bedraagt € 797.054 totaal per kalenderjaar.
Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria, waarvan in de toelichting is uiteengezet op welke wijze die worden getoetst:
c. inhoudelijke kwaliteit; en
d. organisatorische kwaliteit.
De artikelen in dit hoofdstuk zijn verbijzonderde bepalingen ten aanzien van de artikelen in hoofdstuk 1. Bij meerdere artikelen is in de toelichting een aanvullende uitleg gegeven.
In aanvulling op artikel 1.1 worden in dit hoofdstuk onderstaande begrippen gebruikt
een omschreven en doelgerichte werkwijze om in een bepaalde situatie een bepaald vraagstuk op te lossen met betrekking tot de ontwikkeling van talenten in informele netwerken. Een methode geeft richting aan het handelen door middel van aanwijzingen voor het gebruik van instrumenten en technieken.
een systematische manier van handelen om kennis te vergaren of een geheel van te volgen, vaste, weldoordachte werkwijzen om talenten in informele netwerken verder te ontwikkelen.
Met deze paragraaf stimuleert het Fonds het ontwikkelen en uitvoeren van projecten die gericht zijn methodiekontwikkeling op het gebied van talentontwikkeling binnen informele netwerken. Projecten in deze paragraaf dragen bij aan het effect Talentontwikkeling.
Subsidie kan worden aangevraagd voor het (door)ontwikkelen en implementeren van methodes waarmee een impuls aan de ontwikkeling en doorstroom van talenten in de informele netwerken wordt gerealiseerd.
Voor een project in paragraaf 2:
a. Kan minimaal € 25.000 tot maximaal € 50.000 worden aangevraagd; en
b. bedraagt de subsidie maximaal 80% van de totale projectkosten als de aanvrager in Europees Nederland gevestigd is en maximaal 100% van de totale projectkosten als de aanvrager in het Caribisch deel van het Koninkrijk gevestigd is.
Het subsidieplafond voor projecten in paragraaf 2 is € 187.542 per kalenderjaar.
Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria, waarvan in de toelichting is uiteengezet op welke wijze die worden getoetst:
a. inhoudelijke kwaliteit; en
b. organisatorische kwaliteit.
Met deze paragraaf stimuleert het Fonds het ontwikkelen en uitvoeren van projecten die gericht zijn op het verder professionaliseren van instellingen gericht op talentontwikkeling binnen informele netwerken. Projecten in deze paragraaf dragen bij aan ten minste drie van de beschreven effecten in de toelichting op dit artikel.
Subsidie kan worden aangevraagd voor projecten die bijdragen aan professionalisering van de instelling voor talentontwikkeling op het vlak van bijvoorbeeld bedrijfsvoering, governance en beleidsvorming zodat de talentketen van informele netwerken is versterkt.
Voor een project in paragraaf 3:
a. Kan minimaal € 50.000 tot maximaal € 125.000 worden aangevraagd; en
b. bedraagt de subsidie maximaal 80% van de totale projectkosten als de aanvrager in Europees Nederland gevestigd is en maximaal 100% van de totale projectkosten als de aanvrager in het Caribisch deel van het Koninkrijk gevestigd is.
Het subsidieplafond voor projecten in paragraaf 3 is € 656.398 per kalenderjaar.
Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria, waarvan in de toelichting is uiteengezet op welke wijze die worden getoetst:
a. inhoudelijke kwaliteit; en
b. organisatorische kwaliteit.
Het Fonds kan afwijken van de rechten en plichten in deze regeling. Dat kan alleen in het voordeel van de aanvrager en in bijzondere gevallen die een onredelijke uitwerking hebben waarmee geen rekening is gehouden bij het opstellen van deze regeling.
1. Deze regeling treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt gepubliceerd.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 31 december 2033. Deze regeling blijft van toepassing op bezwaar- en beroepsprocedures die op dat moment nog niet zijn afgerond.
Deze regeling is gebaseerd op artikel 10, vierde lid, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid, artikel 4:23, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, en het Algemeen Subsidiereglement van het Fonds voor Cultuurparticipatie. Bovengenoemde wettelijke regelingen zijn van toepassing op deze regeling en op de besluiten die op grond van deze regeling worden genomen, behalve wanneer uitdrukkelijk wordt afgeweken van bovengenoemde regelingen.
Hoofdstuk 1 omvat een algemeen kader voor het aanvragen en verstrekken van subsidie op grond van deze regeling. Van de bepalingen van hoofdstuk 1 kan in hoofdstuk 2 worden afgeweken. Dat is alleen het geval als dit uitdrukkelijk zo is bepaald.
Met de regeling Talentontwikkeling 2025–2028 geeft het Fonds invulling aan de opdracht van OCW om bij te dragen aan de toegankelijkheid van talentontwikkeling. We sluiten met deze regeling aan op de specifieke wens van voormalig staatsecretaris Uslu van OCW in haar meerjarenbrief van dd. 22 november 2022, om blijvende aandacht te geven voor de ontwikkeling van talent dat tegenwoordig langs verschillende wegen vorm krijgt. De loopbaan van makers verloopt niet enkel langs gebaande paden. Veel talentvolle cultuurmakers beperken zich niet tot een discipline, weer anderen ontwikkelen zich autodidact tot professional. De regeling is een vervolg op de regeling Talentontwikkeling 2022-2024.
Met deze regeling stimuleren we talentontwikkeling in informele netwerken. Voor talenten in deze netwerken is het namelijk niet vanzelfsprekend om zich richting professioneel maker te kunnen ontwikkelen. Bijvoorbeeld omdat het aanbod ontbreekt, er geen erkenning is voor hun artistieke kwaliteit of omdat zij zich op informele wijze (willen) ontwikkelen. Met deze regeling ondersteunen we projecten die talenten, coaches en instellingen in en rondom informele netwerken helpen stappen te zetten in hun artistieke ontwikkeling en/of professionaliteit. Daarmee continueren we de impuls aan het versterken van de talentketen binnen de sector.
In de voorgaande beleidsperiodes heeft het Fonds stevig ingezet op erfgoedparticipatie. Nu integreren we erfgoed als discipline binnen al onze projectregelingen. Ook aanvragers uit deze richting kunnen in deze regeling een aanvraag doen.
Ook internationale samenwerking kan worden opgenomen in de aanvraag, als dit bijdraagt aan het doel van de regeling. We kijken hierbij of er rekening gehouden wordt met het reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en andere bijzonderheden voor internationaal werken, zoals richtlijnen van het andere land. Ook kijken we of de aanvrager rekening houdt met duurzaamheid ten aanzien van het klimaat.
Met – deze regeling kunnen makers en instellingen nieuwe, informele manieren van maken (door cultuurmakers) en coachen en begeleiden (door instellingen en professionals) ontwikkelen, en de doorstroom bevorderen van talent in informele netwerken. In hoofdstuk 2 richten we ons op de talenten en coaches, in hoofdstuk 3 op de instellingen. Met het ondersteunen van deze aparte onderdelen van de talentketen zetten we in op het versterken van de talentketen in het geheel.
De aanvrager is in alle gevallen een culturele instelling. In hoofdstuk 2 vraagt de culturele instelling aan namens het talent, de coach of de groep talenten. In hoofdstuk 3 vraagt de culturele instelling aan voor zichzelf.
Voor een wijziging is een besluit van de directie van het Fonds nodig. Het gaat hierbij om een zogenoemd concreet besluit van algemene strekking. Deze dient gepubliceerd te worden om in werking te treden. In het artikel is bepaald wijzigingen worden gepubliceerd op de website van het Fonds.
Voor het eerste en tweede lid geldt dat het gaat om verplichte redenen om af te wijzen. Dat betekent dat het Fonds binnen deze weigeringsgronden geen afwegingsruimte heeft. Een aanvraag die niet voldoet aan de voorwaarden van het eerste of tweede lid wordt afgewezen. Voor het derde en vierde lid geldt dat het Fonds de aanvraag kan afwijzen als een van deze afwijzingsgronden zich voordoet. Dat betekent dat het Fonds bij afwijzing altijd een belangenafweging moet maken.
Eerste lid
Alleen projecten die zonder subsidie niet uitgevoerd zouden worden, komen voor subsidie in aanmerking. Daarnaast komen alleen rechtstreeks aan het project toe te rekenen kosten voor subsidie in aanmerking. Daarbij is van belang dat de kosten noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de activiteiten én dat de activiteiten ten dienste staan aan de doelstelling van de regeling. Als dit niet het geval is, dan kunnen deze activiteiten uit het project niet worden gesubsidieerd.
Tweede lid
Het moet aannemelijk worden gemaakt dat het project niet zonder subsidie uitgevoerd kan worden én dat het niet mogelijk is om de financiering rond’ te krijgen zonder de subsidie. Van entiteiten die van de wet een winstoogmerk mogen hebben, kan het Fonds vragen om een verzwaarde motivering van de noodzaak om subsidie verstrekt te krijgen. De entiteit dient zich immers in te zetten binnen de kunst- en/of cultuursector. Als de entiteit winstgevend is, moet worden uitgelegd waarom de winst niet wordt besteed aan het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Ook moet worden uitgelegd waarom het projecttekort gedekt moet worden met een subsidie van het Fonds.
Derde lid
Een begroting kan worden opgesteld in Amerikaanse dollars, Caribische guldens of Antilliaanse guldens. De aanvrager rekent de gebruikte valuta vervolgens om naar euro’s, op basis van de dagkoers die geldt op het moment dat de aanvraag wordt ingediend. Dat bedrag wordt in het aanvraagformulier vermeld. Aanvragers die gevestigd zijn in het Caribisch deel van het Koninkrijk kunnen de kosten voor het omwisselen opnemen in de begroting.
Derde lid
Bij het opstellen van de begroting bij je subsidieaanvraag hou je rekening met een eventuele btw-afdracht als je subsidie ontvangt. Dit hangt af van de activiteiten die je uitvoert. Ben je btw-plichtig, dan kan je de btw die bij je uitgaven is inbegrepen terugvorderen van de Belastingdienst en stel je je begroting exclusief btw op. Kan je de btw niet terugvorderen van de Belastingdienst, dan is deze onderdeel van de projectkosten en stel je de begroting inclusief btw op. Overleg bij twijfel met je financieel adviseur of een belastinginspecteur.
Vijfde lid
Als de aanvrager een natuurlijk persoon is, geldt de verplichting om de Code Diversiteit & Inclusie en de Fair Practice Code toe te passen. Een rechtspersoon dient alle culturele codes op onderstaande manier toe te passen. Voor de Code Diversiteit & Inclusie en de Fair Practice Code geldt dat de aanvrager in het aanvraagformulier toelicht hoe die codes worden toepast. Daarbij gelden de volgende indeling en daarmee samenhangende verplichtingen:
– Aangevraagd bedrag tot € 25.000: onderschrijf de codes, pas ze toe en, als daarvan sprake is, leg uit waar dit nog niet lukt. Fair pay is verplicht.
– Aangevraagd bedrag vanaf € 25.000: onderschrijf de codes, pas ze toe en, als daarvan sprake is, leg uit waar dit nog niet lukt. Benoem de ambities op beide codes en reflecteer hierop achteraf in de verantwoording. Fair pay is verplicht.
Voor de Governance Code Cultuur geldt dat de aanvrager in het aanvraagformulier op grond van al onderstaande onderdelen a tot en met d, aantoont:
a. hoe de principes uit de code worden toegepast;
b. hoe de bij de code behorende aanbevelingen worden opgevolgd;
c. dat er sprake is van een scheiding tussen toezicht, bestuur en uitvoering, in die zin dat:
i. als er sprake is van een raad van toezichtmodel: een raad van toezicht met minimaal drie leden;
ii. als er sprake is van een bestuursmodel: een bestuur met minimaal drie bestuurders;
d. dat de leden van de raad van toezicht of de toezichthoudende bestuurders geen onderdeel uitmaken van de begroting.
Voor aanvragers uit het Caribisch deel van het Koninkrijk geldt dat als er niet volledig voldaan kan worden aan de verplichtingen voor de culturele codes, dit wordt toegelicht volgens het principe ’pas toe of leg uit’.
Aanvragen worden ingediend via de online aanvraagomgeving Mijn Fonds, via de website van het Fonds. Voor het indienen van een aanvraag is een account nodig. Het kan een aantal werkdagen duren voordat een nieuw account is aangemaakt. Het is daarom verstandig om ruim voor de indieningstermijn een account aan te maken.
Een aanvraag bestaat uit een projectplan en een begroting. Gebruik voor het projectplan het format dat beschikbaar is op onze website. Met dit format behandel je de benodigde informatie voor het beoordelen van je aanvraag. In hoofdstuk 2 kunnen nadere eisen worden gesteld aan de vorm en inhoud van het projectplan en aan de begroting. Een begroting bevat nooit een tekort of een overschot. Dat wil zeggen dat het saldo van de begroting, inclusief de gevraagde subsidie, € 0 is.
Aanvragen worden beoordeeld overeenkomstig dit artikel. In hoofdstuk 2 en 3 zijn de voor de aanvragen specifieke beoordelingscriteria opgenomen. De aanvragers – al dan niet samen met de talenten of coach – krijgen de gelegenheid om een mondelinge toelichting op de aanvraag te geven. Het is niet verplicht om van de mondelinge toelichting gebruik te maken.
Als subsidie wordt verstrekt, wordt in beginsel ook een voorschot toegekend. In dit artikel is de wijze van bevoorschotting bepaald. De bevoorschotting kan worden stopgezet als het de verwachting is dat het project niet of gewijzigd zal worden uitgevoerd. Dit geldt ook als de reden hiervoor buiten de schuld de aanvrager ligt.
Als achteraf verantwoording afgelegd moet worden over de verleende subsidie, dienen de verantwoording en vaststelling in overeenstemming te zijn met het bepaalde in het Algemeen Subsidiereglement van het Fonds.
Inleiding
Op grond van dit hoofdstuk kunnen instellingen subsidie aanvragen voor ontwikkeltrajecten van personen die actief zijn binnen de informele netwerken van talentontwikkeling. Wezenlijk onderdeel van de trajecten is dat de ontwikkelbehoefte van deze personen (individueel of in een groep) het uitgangspunt is. Daarom kent dit hoofdstuk drie afzonderlijke paragrafen: een paragraaf voor talenten, een voor coaches en een voor groepen talenten. Iedere paragraaf kent een eigen subsidieplafond.
Talenten en coaches die zich artistiek willen ontwikkelen binnen informele netwerken, vinden niet vanzelfsprekend aansluiting bij de geformaliseerde infrastructuur van talentketens. Met dit hoofdstuk maken we het mogelijk dat zowel talenten als coaches zich kunnen professionaliseren middels ontwikkeltrajecten op maat. Niet de talenten en coaches zelf zijn aanvrager in dit hoofdstuk; de culturele instellingen die hen begeleiden doen de aanvraag. Hiermee bieden we enerzijds talenten en coaches de mogelijkheid zich te ontplooien, maar versterken we anderzijds ook de talentketens in de informele netwerken.
Deze regeling volgt de regeling Talentontwikkeling uit de beleidsperiode 2021-2024 op. Waar in de vorige regeling urban arts centraal stond, laten we dat nu los. Talentontwikkeling is niet alleen van de grootstedelijke regio’s maar voor alle regio’s. Het Fonds kiest voor het verder stabiliseren van de keten talentontwikkeling en duurzaam te investeren in de instellingen die daarbij betrokken zijn. Het Fonds wil daarmee recht doen aan en mogelijkheden (blijven) bieden voor nieuwe vormen binnen álle informele netwerken, met ook aandacht voor de popcultuur, het nachtleven en the culture. Kenmerkend is dat beoefenaren in deze netwerken werken volgens de each one teach one-filosofie: terwijl ze zichzelf ontwikkelen, dragen ze hun leerervaringen direct over op anderen.
We maken we het in dit hoofdstuk ook mogelijk voor zelfstandige professionals om een aanvraag te doen voor een talent of coach. Dit kan ook als de zelfstandige professional een collectief of netwerk vertegenwoordigt. Hiermee verwachten we meer recht te doen aan de pluriformiteit van de talentketens binnen het informele netwerk.
De aanvrager is een culturele instelling of professional, maar de aanvraag gaat specifiek in op de ontwikkelvragen van de talenten of coach en de subsidie moet minstens voor 90% ten goede komen aan de ontwikkeling van de talenten of coach. De culturele instelling of professional heeft een actieve rol in het begeleiden van het maken van de aanvraag en faciliteert zij het talent bij de uitvoering van het traject. De culturele instelling of zelfstandig professional kan ook een aanvraag doen namens een netwerk of collectief.
We stellen geen grenzen aan de leeftijd van de talenten, maar letten op het ontwikkelniveau. Is het talent al onderdeel van het informele netwerk en is de ambitie aanwezig om door te groeien naar het professionele veld?
Deze paragraaf is bedoeld om het eigenaarschap van een talent te stimuleren, zodat zij als maker een gewenste (multidisciplinaire) stap kunnen zetten. Het talent bepaalt zelf de ontwikkeling die hij wil maken, stelt een ontwikkelplan samen en is eigenaar van het traject en het projectplan. Het talent wordt hierbij actief begeleid door de culturele instelling of professional. Doorstromen naar formele opleidingstrajecten moedigt het Fonds aan.
Het talent en de aanvrager zijn samen het aanspreekpunt voor het Fonds over de aanvraag en de voortgang van het ontwikkeltraject.
Het effect dat in deze paragraaf centraal staat is Talentontplooiing: zelflerende talenten geven invulling aan de behoefte om hun creatieve ontwikkeling een impuls te geven. Ze ontwikkelen zich in hun discipline en/of kunstvorm vanuit unieke vaardigheden en potentieel, onder begeleiding van professionals. Dit is een persoonlijk effect. Bij de beschrijving van hoe de activiteiten in deze aanvraag bijdragen aan dit effect, helpen de volgende vragen voor het talent:
− Waar sta je nu? Welke artistieke ontwikkeling heb je al doorgemaakt, welke vaardigheden beheers je al en in welke netwerken en/of kunstvormen ben je actief?
− Waar wil je naar toe groeien? Waar zie je jezelf over twee jaar en wat kan je dan? Wat voor een nieuwe signatuur heb je voor ogen?
− Beschrijf je ontwikkelvragen. Welke nieuwe vaardigheden wil je leren, wat voor artistieke ontwikkeling wil je doormaken en welke nieuwe omgeving wil je verkennen om actief in te worden? Deze vragen kan je in drie richtingen beschrijven: persoonlijke, artistieke en zakelijke ontwikkeling.
Het project is geslaagd als de voorgenomen activiteiten in de aanvraag hebben bijgedragen aan het effect Talentontplooiing.
Een aanvraag in deze paragraaf is voor een ontwikkeltraject van een individueel talent. Dit traject is gericht op de begeleiding en groei van specifieke vaardigheden van een individu. Een individueel talent kan ook verwijzen naar een kleine, vaste samenstelling van meerdere talenten met een zekere samenhang en continuïteit, zoals een act of duo. De invulling is vaak maatwerk en afgestemd op de behoeften van de persoon, zoals coaching of intensieve trainingen om specifieke kennis en vaardigheden te verbeteren.
Tijdens het ontwikkeltraject werken de talenten op basis van vooraf gestelde leerdoelen aan een eigen vernieuwde artistieke signatuur en delen ze kennis over hun leerervaringen met andere makers die actief zijn binnen informele netwerken.
De subsidiabele activiteiten zijn gericht op de ontwikkeling van talenten die in hun vrije tijd en niet in schoolverband deelnemen.
We toetsen de inhoudelijke kwaliteit van het plan op het doel van deze paragraaf en beoordelen of het traject aansluit op de ontwikkelbehoefte van het talent binnen het informele netwerk. Daarnaast toetsen we of de voorgenomen activiteiten voldoende bijdragen aan het effect: Talentontplooiing.
Bij organisatorische kwaliteit beoordelen we of het projectplan een duidelijke aanpak en planning beschrijft die aansluit bij het doel en de activiteiten. We toetsen of de culturele codes worden toegepast en op welke manier je aandacht besteedt aan monitoring en evaluatie van het project. We beoordelen daarnaast of de begroting inzichtelijk, redelijk en realistisch is en of deze aansluit bij de voorgenomen activiteiten.
Voor deze paragraaf is het verplicht gebruik te maken van het format projectplan en begroting. Gebruik deze formats om er zeker van te zijn dat alle onderdelen, die nodig zijn om deze beoordelingscriteria te toetsen, terugkomen in je plan.
Deze paragraaf is gericht op de ontwikkeling van coaches, via een individueel professionaliserings-traject voor het verbeteren van hun coachingsvaardigheden. De subsidie is bedoeld voor selfmade rolmodellen die hun coachingsvaardigheden autodidactisch hebben ontwikkeld en toe zijn aan een beroepsmatige volgende stap als coach. In een ontwikkeltraject kunnen zij kennis en nieuwe vaardigheden opdoen en toepassen op de eigen coachpraktijk, zoals artistieke skills die passen bij de makers die ze begeleiden, soft skills of didactische vaardigheden. Ter ondersteuning van het ontwikkelproces is daarnaast een project voor en met talenten (in de vorm van een eindproduct of tussenproducten) onderdeel van het traject. Hierin past de coach de opgedane kennis en vaardigheden uit het traject toe in de praktijk.
Het effect dat in deze paragraaf centraal staat is Professionalisering: coaches, die talenten in het informele circuit of andere coaches begeleiden en ondersteunen, geven invulling aan de behoefte om zichzelf verder te ontwikkelen in hun kennis en kunde. Dit kan bijvoorbeeld door didactische en artistieke vaardigheden, maar ook door professionalisering op zakelijk vlak.
Dit is een persoonlijk effect. Bij het beschrijven van hoe de activiteiten in deze aanvraag bijdragen aan dit effect helpen de volgende vragen voor de coach:
− Waar sta je nu? Welke ontwikkeling heb je al doorgemaakt, welke coachingsvaardigheden beheers je al en in welke netwerken en/of kunstvormen ben je actief?
− Waar wil je naar toe groeien? Waar zie je jezelf over twee jaar en wat kan je dan?
− Beschrijf je ontwikkelvragen. Welke nieuwe vaardigheden wil je leren, wat voor kennis wil je opdoen en welke nieuwe omgeving wil je verkennen om actief in te worden? Deze vragen kan je in drie richtingen beschrijven: persoonlijke, artistieke en zakelijke ontwikkeling.
Het project is geslaagd als de voorgenomen activiteiten in de aanvraag hebben bijgedragen aan het effect Professionalisering.
Een aanvraag in deze paragraaf is voor een ontwikkeltraject van een coach die actief is binnen de talentontwikkeling in informele netwerken. In de aanvraag staan de behoefte en ambities ten aanzien van de coachingsvaardigheden centraal. De coaches maken hiervoor zelf een relevant professionaliseringstraject, zodat ze passende (multidisciplinaire) ontwikkelstappen zetten als begeleider en coach van talenten.
De activiteiten waarvoor wordt aangevraagd, moeten aantoonbaar voortbouwen op een eerder ingezette professionalisering van de coach. Alleen nieuwe activiteiten komen dus in aanmerking voor subsidie.
Dit traject sluit aan bij een behoefte van de coach om nieuwe vormen te vinden waarmee de opgedane kennis en ervaring kan worden overgedragen aan talenten, en eventueel andere coaches die eenzelfde route volgen. De coaches hebben de ambitie om via dit professionaliseringstraject:
− hun werkwijze te actualiseren;
− verdieping te zoeken in overdrachtsvormen;
− de nieuwe inzichten concreet toe te passen in de praktijk.
De subsidiabele activiteiten zijn gericht op de ontwikkeling van coaches die in hun vrije tijd en niet in schoolverband deelnemen.
We toetsen de inhoudelijke kwaliteit van het plan op het doel van deze paragraaf en beoordelen of het traject aansluit op de ontwikkelbehoefte van de coach binnen het informele netwerk. Daarnaast toetsen we of de voorgenomen activiteiten voldoende bijdragen aan het effect Professionalisering.
Bij organisatorische kwaliteit beoordelen we of het projectplan een duidelijke aanpak en planning beschrijft die aansluit bij het doel en de activiteiten. We toetsen of de culturele codes worden toegepast en op welke manier je aandacht besteedt aan monitoring en evaluatie van het project. We beoordelen daarnaast of de begroting inzichtelijk, redelijk en realistisch is en of deze aansluit bij de voorgenomen activiteiten.
Voor deze paragraaf is het verplicht gebruik te maken van het format projectplan en begroting. Gebruik deze formats om er zeker van te zijn dat alle onderdelen, die nodig zijn om deze beoordelingscriteria te toetsen, terugkomen in je plan.
Deze paragraaf is bedoeld om het eigenaarschap van groepen talenten te stimuleren, zodat zij een gewenste ontwikkelstap als maker kunnen zetten. De talenten bepalen zelf de ontwikkeling die zij door willen maken, ze stellen een ontwikkelplan op maat samen en zijn zelf eigenaar van het traject en het projectplan. Zij worden hierbij actief begeleid door de culturele instelling of professional. Het doorstromen naar formele opleidingstrajecten wordt door het Fonds aangemoedigd. Daarnaast zijn de talenten en aanvrager samen de belangrijkste contactpersoon met het Fonds over de aanvraag en de voortgang van het ontwikkeltraject.
In deze paragraaf staan de effecten Talentontplooiing en Talentontwikkeling centraal. Het effect Talentontplooiing is van toepassing op de groep talenten, het effect Talentontwikkeling slaat op de begeleidende instelling.
a. Talentontplooiing: zelflerende talenten geven invulling aan de behoefte om hun creatieve ontwikkeling een impuls te geven. Ze ontwikkelen zich in hun discipline en/of kunstvorm vanuit unieke vaardigheden en potentieel, onder begeleiding van professionals.
Dit is een persoonlijk effect. Bij het beschrijven van hoe de activiteiten in deze aanvraag bijdragen aan dit effect helpen de volgende vragen voor de talenten:
− Waar staan jullie nu? Welke artistieke ontwikkeling hebben jullie al doorgemaakt, welke vaardigheden beheers je al en in welke netwerken en/of kunstvormen ben je actief?
− Waar willen jullie naar toe groeien? Waar zie je jezelf over 2 jaar en wat kan je dan?
− Beschrijf je ontwikkelvragen. Welke nieuwe vaardigheden willen jullie leren, wat voor artistieke ontwikkeling moet je daarvoor doormaken en welke nieuwe omgeving wil je verkennen om actief in te worden? Deze vragen kan je in 3 richtingen beschrijven: persoonlijke, artistieke en zakelijke ontwikkeling.
b. Talentontwikkeling: de omstandigheden, randvoorwaarden en faciliteiten waarin talenten zich vanuit hun eigen behoefte kunnen verbeteren en ontwikkelen. Talentontwikkeling richt zich op het laten uitblinken van talenten in hun eigen discipline en/of kunstvorm, het laten doorstromen van talenten en het op weg helpen van talenten naar de beroepspraktijk.
Bij het beschrijven van hoe de activiteiten in deze aanvraag bijdragen aan dit effect helpen de volgende vragen:
− Waar sta je nu? Welke omstandigheden, randvoorwaarden en faciliteiten zijn er nu? In welke omgeving ben je actief en welke doelgroepen bedien je nu?
− Waar wil je naar toe groeien? Hoe zie je het talentontwikkelingstraject over 2 jaar en welke betekenis heeft dit voor talenten?
− Beschrijf je ontwikkelvragen: welke nieuwe omstandigheden, randvoorwaarden, faciliteiten wil je inrichten? Welke toegevoegde waarde heeft dit traject voor de organisatie en de informele netwerken waar je je in begeeft.
Het project is geslaagd als de voorgenomen activiteiten in de aanvraag hebben bijgedragen aan zowel het effect Talentontplooiing als het effect Talentontwikkeling.
Een aanvraag in deze paragraaf is voor een relevant talentontwikkelingstraject voor een groep talenten, die binnen de formele talentketen en op hun route richting het professionele circuit drempels ervaren bij hun ontwikkeling. Het traject wordt bij voorkeur in samenwerking met andere (culturele) partijen uitgevoerd en draagt bij aan de bovenlokale infrastructuur voor talentontwikkeling. De subsidiabele activiteiten zijn gericht op de ontwikkeling van talenten die in hun vrije tijd en niet in schoolverband deelnemen. In uitzondering hierop mogen maximaal 50% van de deelnemers kunstvakstudenten zijn.
De aanvrager kan subsidie aanvragen voor een project dat is gericht op talentontwikkeling in informele netwerken en daaraan gekoppelde presentatiemogelijkheden. Tijdens het ontwikkeltraject werken de talenten op basis van vooraf gestelde leerdoelen aan een eigen artistieke signatuur en delen ze kennis over hun leerervaringen met andere makers die actief zijn binnen informele netwerken
We toetsen de inhoudelijke kwaliteit van het plan op het doel van deze paragraaf en beoordelen of het traject aansluit op de ontwikkelbehoefte van de talenten binnen het informele netwerk. Daarnaast toetsen we of de voorgenomen activiteiten voldoende bijdragen aan de effecten die horen bij deze paragraaf.
Bij organisatorische kwaliteit beoordelen we of het projectplan een duidelijke aanpak en planning beschrijft die aansluit bij het doel en de activiteiten. We toetsen of de culturele codes worden toegepast en op welke manier je aandacht besteedt aan monitoring en evaluatie van het project. We beoordelen daarnaast of de begroting inzichtelijk, redelijk en realistisch is en of deze aansluit bij de voorgenomen activiteiten.
Voor deze paragraaf is het verplicht gebruik te maken van het format projectplan en begroting. Gebruik de ze formats om er zeker van te zijn dat alle onderdelen, die nodig zijn om deze beoordelingscriteria te toetsen, terugkomen in je plan.
Inleiding
Op grond van dit hoofdstuk kunnen instellingen die actief zijn binnen de informele netwerken van talentontwikkeling subsidie aanvragen voor ontwikkeltrajecten. Instellingen kunnen zich verdiepen in de wijze waarop het leerproces van een talent zich vormt en dit methodisch vastleggen. Of organisaties kunnen zich verder professionaliseren op het vlak van bijvoorbeeld bedrijfsvoering, governance of beleidsvorming. Het Fonds heeft als doel zo de talentketen te versterken. Wezenlijk onderdeel van deze versterking is dat er actief wordt gewerkt aan het toekomstbestendig maken van de instellingen en activiteiten voor talenten.
Met dit hoofdstuk ondersteunt het Fonds ontwikkelinstellingen in het informele netwerk om zich verder te professionaliseren, zowel op het zakelijke vlak als op het gebied van methodiekontwikkeling. Zo wil het Fonds recht doen aan de behoefte en leercurve van instellingen, en instellingen voorbereiden op een eventuele stap van projectorganisatie naar een duurzamere organisatie met meerjarenperspectief. De instellingen worden aangemoedigd om samen te werken met relevante partners in de stad en/of regio, oog te hebben voor aansluiting met en doorstroming van vmbo/mbo naar hbo en programma's te ontwikkelen in samenwerking met de talenten en coaches. We stimuleren instellingen om zichzelf te versterken met een goede aansluiting op regionale culturele ecosystemen, hun kennis te delen en onderlinge verbindingen te versterken.
De netwerken van talentontwikkelaars, presentatieplekken en andere culturele organisaties in het informele circuit zijn op een andere manier georganiseerd dan de formele structuren. Centraal staan peer-to-peer-educatie, mentorschap en rolmodellen, waarbij methodes ontstaan door ze gewoonweg in de praktijk te doen. De indicatoren die het succes van een methode bepalen zijn dan ook anders dan in de gevestigde ketens. Het Fonds ziet er waarde in om de variëteit aan deze alternatieve vormen van leren gedegen vast te leggen en hiermee bij te dragen aan de versteviging van de informele talentketen.
Met deze paragraaf stellen we aanvragers in staat om werkwijze te onderzoeken, overdraagbaar te maken, op te schalen en te delen. Daarnaast stimuleren we het structureel inzichtelijk maken van de routes van talenten in informele netwerken naar een professionele beroepspraktijk. Denk hierbij aan de (door)ontwikkeling van toegepaste methodes en talentvolgsystemen, behoefteanalyses onder talenten en relevante stakeholders, en effectevaluaties. Op die manier kunnen instellingen achterhalen hoe succesvol trajecten waren, wat de doorstroomcijfers zijn of welk type talenten veel aandacht vraagt.
Deze paragraaf is gericht op het versterken van de kwaliteit van ontwikkelinstellingen in het informele netwerk. Ontwikkelinstellingen krijgen de mogelijkheid om hun methodieken uit te breiden, door te ontwikkelen of aan te scherpen. Het effect dat in deze paragraaf centraal staat is Talentontwikkeling.
Talentontwikkeling: er zijn omstandigheden, randvoorwaarden en faciliteiten gecreëerd waarin talenten vanuit eigen behoefte kunnen verbeteren en door- ontwikkelen; het kunnen laten uitblinken van (groepen) talenten in hun eigen circuit, het laten doorstromen – eventueel naar kunstvakonderwijs – en hen op weg helpen naar de beroepspraktijk.
Bij het beschrijven van hoe de activiteiten in deze aanvraag bijdragen aan dit effect helpen de volgende vragen:
− Waar sta je nu? Wie is je doelgroep? Welke artistieke groei maken zij door middels jouw instelling? Welke artistieke ontwikkeling heeft je eigen instelling doorgemaakt, en in welke netwerken en/of kunstvormen ben je actief?
− Waar wil je met je instelling naar toe groeien? Waar zie je jezelf over 2 jaar en wat kunnen jullie dan?
− Beschrijf je ontwikkelvragen. Welke nieuwe vaardigheden willen jullie leren, wat voor artistieke ontwikkeling wil je doormaken en welke nieuwe omgeving wil je verkennen om actief in te worden? Deze vragen kan je in 3 richtingen beschrijven: persoonlijke, artistieke en zakelijke ontwikkeling.
Een aanvraag in deze paragraaf is voor instellingen voor talentontwikkeling in informele netwerken, die zich willen verdiepen in de wijze waarop het leerproces van een talent zich vormt en dit methodisch willen vastleggen. Deze aanvragers willen binnen hun informele werkpraktijk de talenten doelgerichter bijstaan in hun ontwikkeling en doorstroming. De instellingen krijgen via deze paragraaf de ruimte om hun expertise en werkwijze uit te diepen en deze gestructureerd te beschrijven en te implementeren.
We toetsen de inhoudelijke kwaliteit van het plan op het doel van deze paragraaf en beoordelen of het traject aansluit op de ontwikkelbehoefte van de instelling binnen het informele netwerk. Daarnaast toetsen we of de voorgenomen activiteiten voldoende bijdragen aan de effecten die horen bij deze paragraaf.
Bij organisatorische kwaliteit beoordelen we of het projectplan een duidelijke aanpak en planning beschrijft die aansluit bij het doel en de activiteiten. We toetsen of de culturele codes worden toegepast en op welke manier je aandacht besteedt aan monitoring en evaluatie van het project. We beoordelen daarnaast of de begroting inzichtelijk, redelijk en realistisch is en of deze aansluit bij de voorgenomen activiteiten.
Voor deze paragraaf is het verplicht gebruik te maken van het format projectplan en begroting. Gebruik de ze formats om er zeker van te zijn dat alle onderdelen, die nodig zijn om deze beoordelingscriteria te toetsen, terugkomen in je plan.
Makers kunnen autodidact zijn, en ook talentontwikkelaars kunnen zelflerende organisaties zijn. In informele netwerken ontstaan vaak spontaan samenwerkingen om een activiteit te organiseren: tussen talenten onderling of tussen talenten en instellingen. Het succes van deze activiteiten kan leiden tot een voortzetting en uitbreiding ervan. De activiteiten zijn gebaseerd op de behoefte van de deelnemers en ontwikkelen zich door tot een terugkerend activiteitenprogramma. Indien talenten, coaches of instellingen een vervolgstap willen zetten, kunnen zij zich organiseren of een duurzamere samenwerking opstarten – bijvoorbeeld door een stichting op te richten. De betrokkenen maken daarbij vaak intuïtief keuzes, zonder ervoor opgeleid te zijn.
Deze regeling biedt de mogelijkheid om, naast methodiekontwikkeling, te werken aan impact van de eigen organisatie op inhoudelijke kwaliteit, maatschappelijke betekenis, toegankelijkheid en een gezonde bedrijfsvoering. Zo wil het Fonds een impuls geven aan de verduurzaming van informele samenwerkingen en bijdragen aan een steviger informeel netwerk – met tal van organisaties die van groot belang zijn voor de talenten die zij bedienen.
Deze paragraaf is gericht op het versterken van de kwaliteit van ontwikkelinstellingen in het informele netwerk. Ontwikkelinstellingen krijgen de mogelijkheid om zakelijke professionaliteit door te ontwikkelen of aan te scherpen.
De effecten die in deze paragraaf centraal staan zijn Talentontwikkeling, Relevantie, Nabijheid en Toegankelijkheid. Je kiest minstens 3 effecten.
a. Talentontwikkeling: De omstandigheden, randvoorwaarden en faciliteiten waarin talenten zich vanuit hun eigen behoefte kunnen verbeteren en ontwikkelen. Talentontwikkeling richt zich op het laten uitblinken van talenten in hun eigen discipline en/of kunstvorm, het laten doorstromen van talenten en het op weg helpen van talenten naar de beroepspraktijk.
Bij het beschrijven van hoe de activiteiten in deze aanvraag bijdragen aan dit effect helpen de volgende vragen:
− Waar sta je nu? Wie is je doelgroep? Welke artistieke groei maken zij door middels jouw instelling? Welke artistieke ontwikkeling heeft je eigen instelling doorgemaakt, en in welke netwerken en/of kunstvormen ben je actief?
− Waar wil je met je instelling naar toe groeien? Waar zie je jezelf over 2 jaar en wat kunnen jullie dan?
− Beschrijf je ontwikkelvragen. Welke nieuwe vaardigheden willen jullie leren, wat voor artistieke ontwikkeling wil je doormaken en welke nieuwe omgeving wil je verkennen om actief in te worden? Deze vragen kan je in 3 richtingen beschrijven: persoonlijke, artistieke en zakelijke ontwikkeling.
b. Relevantie: ontwikkelinstellingen hebben het vermogen om eigentijds te blijven door zich continu aan te passen aan de huidige tijd, en om de nieuwe artistieke inhoud en organisatievormen te integreren. Instellingen blijven relevant door in te spelen op veranderingen in de manier waarop cultuur wordt beleefd en beoefend. Hierdoor wordt een brede deelname gestimuleerd, die in de omgeving wordt gewaardeerd.
Bij het beschrijven van hoe de activiteiten in deze aanvraag bijdragen aan dit effect helpen de volgende vragen:
− Waar staat de instelling nu qua artistieke inhoud, en organisatievorm?
− Hoe wil de instelling zich de komende jaren ontwikkelen?
Welke aanpassingen in artistieke inhoud en organisatievormen zijn nodig om actueel te blijven en deelname te bevorderen?
c. Nabijheid: individuen kunnen, individueel of in groepsverband, dicht bij hun leefomgeving aan cultuurbeoefening doen, individueel of in groepsverband. Het aanbod sluit aan op de wensen en behoeften van deelnemers, (h)erkent en stimuleert talenten en is toegankelijk, inclusief en sociaal veilig.
Bij het beschrijven van hoe de activiteiten in deze aanvraag bijdragen aan dit effect helpen de volgende vragen:
− Waar sta je nu? Werk je met een doelgroep uit de nabije omgeving? Hoe toegankelijk ben je als instelling, zowel in fysieke zin als ook in of je benaderbaar en inclusief werkt?
− Waar wil je naar toe groeien? Hoe zie jij je instelling het liefst samenwerken met de doelgroep over 2 of 3 jaar?
− Welke aanpassingen zijn nodig om dichtbij je doelgroep te blijven en deelname te bevorderen? Gaat het dan om ander aanbod, een andere werkwijze, of fysieke verbeteringen? En zijn er verbeteringen nodig om de sociale veiligheid te verbeteren?
d. Toegankelijkheid: Het informele netwerk kent een culturele infrastructuur, die gelijkmatig verdeeld is over het Koninkrijk der Nederlanden. Deze infrastructuur biedt kansen aan allerlei soorten deelnemers en vormen die voorheen uitgesloten waren. Het veld is een georganiseerde, sterke en veilige sector met belangenorganisaties en netwerk.
Bij het beschrijven van hoe de activiteiten in deze aanvraag bijdragen aan dit effect helpen de volgende vragen:
− Waar sta je nu? Hoe werk je samen met andere organisaties en professionals in het informele netwerk? Welke positie neem je in in de infrastructuur van de relevante informele netwerken waarin je je begeeft? Hoe draag je binnen jouw organisatie zorg voor sociale veiligheid?
− Waar wil je naar toe groeien? Hoe zie jij je instelling het liefst samenwerken met de zowel de andere partijen in het netwerk als met je doelgroep?
− Welke aanpassingen zijn nodig om meer en andere deelnemers te bereiken en effectiever samen te werken met andere partijen in een veilige omgeving?
Een aanvraag in deze paragraaf is voor projecten die zich richten op een verdere professionalisering van een talentontwikkelinstelling. Deze professionalisering kan bijvoorbeeld plaatsvinden op de volgende onderdelen:
Inhoudelijke kwaliteit met o.a. visie op de positie in de talentketen, een kwalitatief en doelgericht programma, samenwerking met relevante partijen in de ketens en het relevant blijven voor de doelgroepen.
Maatschappelijke betekenis met o.a. heldere doelstellingen, een goede verbinding met de doelgroepen en gemeenschappen en (voortdurende) reflectie.
Toegankelijkheid met o.a heldere visie op de fysieke en digitale toegankelijkheid van de organisatie, de positie t.o.v. collega-instellingen, het kennisdelen en een strategie/beleid op bereik van de doelgroepen.
Gezonde bedrijfsvoering met o.a. beleid gericht op professionalisering van de eigen organisatie, versterken van de positionering, toekomstige financiering of inbedding in lokale context en verbinding met gemeenten e/o andere initiatieven.
De aanvraag kan ook gericht zijn op een combinatie van bovenstaande onderdelen.
We toetsen de inhoudelijke kwaliteit van het plan op het doel van deze paragraaf en beoordelen of het traject aansluit op de ontwikkelbehoefte van de instelling binnen het informele netwerk. Daarnaast toetsen we of de voorgenomen activiteiten voldoende bijdragen aan de effecten die horen bij deze paragraaf.
Bij organisatorische kwaliteit beoordelen we of het projectplan een duidelijke aanpak en planning beschrijft die aansluit bij het doel en de activiteiten. We toetsen of de culturele codes worden toegepast en op welke manier je aandacht besteedt aan monitoring en evaluatie van het project. We beoordelen daarnaast of de begroting inzichtelijk, redelijk en realistisch is en of deze aansluit bij de voorgenomen activiteiten.
Voor deze paragraaf is het verplicht gebruik te maken van het format projectplan en begroting. Gebruik deze formats om er zeker van te zijn dat alle onderdelen, die nodig zijn om deze beoordelingscriteria te toetsen, terugkomen in je plan.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-10390.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.