Wijziging Voorlopige voorziening uitvoeringsregeling AMAR

16 december 2024

Nr. BS/2024040535

De Staatssecretaris van Defensie

Gelet op de Voorlopige Voorziening Uitvoeringsregeling AMAR;

Besluit:

ARTIKEL I

De Voorlopige voorziening uitvoeringsregeling AMAR wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2:4, eerste lid, vervalt ‘-arts, ’.

B

Na het derde lid, wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Voor officieren-arts die voor 1 februari 2025 als officier-arts bij het beroepspersoneel zijn aangesteld dan wel voor 1 februari 2025 zijn geworven waarbij de aanstelling aanvangt na 1 februari 2025, blijft de aan hen opgelegde dan wel toegezegde verplichting om deel uit te maken van het beroepspersoneel gehandhaafd.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 februari 2025.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Defensie voor deze De Hoofddirecteur Personeel J. Legein Generaal-majoor

TOELICHTING

Algemeen deel

Defensie leidt al jaren basisartsen op tot Algemeen Militair Arts (AMA). Op grond van artikel 7, tweede lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) is in artikel 2:4 van de Voorlopige Voorziening Uitvoeringsregeling AMAR (VV URAMAR) voor deze categorie voorzien in een afwijkende (en kortere) aan de aanstelling verbonden verplichting om deel uit te maken van het beroepspersoneel (hierna: dienverplichting): gedurende de initiële opleiding en aansluitend een periode van drie jaar. Dit betekent de facto dat de AMA na de initiële opleiding inzetbaar is voor een periode van drie jaar; daarna verlaten de meeste AMA’s vervolgens Defensie. Gelet op de noodzakelijke (langdurige) interne opleidingen om operationeel als AMA inzetbaar te zijn, is het huidige rendement met een dienverplichting van drie jaar te kort. Met onderhavige wijziging van de VV URAMAR wordt beoogd de afwijkende dienverplichting niet meer van toepassing te laten zijn op de AMA, als gevolg waarvan zij terugvallen op de reguliere dienverplichting conform artikel 7, eerste lid, van het AMAR: gedurende de initiële opleiding en aansluitend een periode van vier jaar.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I, onderdeel A

Door de officieren-arts niet meer als categorie te noemen in eerste lid, onderdeel b, van artikel 2:4 van de VV URAMAR geldt voor hen vanaf 1 februari 2025 niet meer de afwijkende dienverplichting van drie jaar, maar vallen zij terug op de dienverplichting van artikel 7, eerste lid van het AMAR: gedurende de initiële opleiding en aansluitend een periode van vier jaar. Deze wijziging heeft uitsluitend betrekking op de AMA en niet op de officieren-apotheker of de officieren-tandarts.

Artikel I, onderdeel B

In dit lid is een overgangsbepaling opgenomen voor de AMA die voor 1 februari 2025 is aangesteld en een dienverplichting op grond van het oude artikel 2:4 van de VV URAMAR heeft opgelegd gekregen en voor de AMA die voor 1 februari 2025 is geworven voor een aanstelling die na 1 februari 2025 aanvangt en dus op grond van het oude artikel 2:4 van de VV URAMAR is voorgelicht over de duur van de dienverplichting. Voor hen geldt dus nog steeds de dienverplichting: gedurende de initiële opleiding en aansluitend een periode van drie jaar.

De Staatssecretaris van Defensie voor deze De Hoofddirecteur Personeel J. Legein Generaal-majoor

Naar boven