De minister van Infrastructuur en Waterstaat geeft, ingevolge artikel 12 van de Bekendmakingswet, kennis van een besluit op grond van de Omgevingswet.
Op 27 mei 2024 is door Rijkswaterstaat Zee en Delta een aanvraag tot wijziging van een watervergunning ontvangen van Dow Benelux B.V., gevestigd aan de Herbert H. Dowweg 5,4542 te Terneuzen. De aanvraag heeft betrekking op het toepassen van de hulpstof Suez BD 1500.
De beoogde verandering leidt niet tot andere of grotere nadelige gevolgen voor de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen dan volgens de geldende vergunning reeds zijn toegestaan.
Terinzagelegging
Het besluit is van 5 december 2024 tot en met 17 januari 2025 in te zien via het Rijkswaterstaat Publicatie Platform: https://open.rijkswaterstaat.nl/ter-inzage/vergunningen/. De vergunningaanvraag is op te vragen via zd-vergunningen@rws.nl
Inlichtingen
Voor vragen over dit besluit of over de terinzagelegging kunt u contact opnemen met Rijkswaterstaat Zee en Delta via zd-vergunningen@rws.nl
Beroep
Tegen het besluit kan tot en met 17 januari 2024 beroep worden ingesteld door:
a. belanghebbenden die een zienswijze hebben ingebracht op het ontwerp;
b. de adviseurs die gebruik hebben gemaakt van de gelegenheid advies uit te brengen over het ontwerp;
c. belanghebbenden aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten geen zienswijze te hebben ingebracht op het ontwerp.
Het gemotiveerde beroepschrift dient te worden gezonden aan de rechtbank (sector Bestuursrecht) in het rechtsgebied waarvan de indiener van het beroepsschrift zijn woonplaats heeft, met tenminste een vermelding van de naam en het adres van de indiener, de dagtekening van het beroepschrift, een vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en de datum en het kenmerk van het besluit.
Op grond van artikel 6:16 van de Algemene wet bestuursrecht schorst het beroep de werking van dit besluit niet. Gelet hierop kan, indien tegen dit besluit beroep wordt ingesteld, gedurende de beroepstermijn tevens een verzoek om een voorlopige voorziening worden ingediend. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzieningenrechter van de rechtbank in het rechtsgebied waarvan de indiener van het beroepschrift zijn woonplaats heeft.