Call for proposals, KIC Langetermijnprogramma’s 2024, Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

Strategiegedreven consortia met impact

2024

Inhoudsopgave

1

Inleiding

1

 

1.1

Achtergrond

1

 

1.2

Beschikbaar budget

2

 

1.3

Indieningsdeadline(s)

2

 

1.4

Aanvullende definities LTP

2

2

Doel

3

 

2.1

Doelstelling van het langetermijnprogramma

3

 

2.2

Samen werken aan maatschappelijke impact

4

3

Voorwaarden voor aanvragers

5

 

3.1

Wie kan aanvragen

5

 

3.2

Wat kan worden aangevraagd

7

 

3.3

Het opstellen en indienen van de aanvraag

8

 

3.4

Indieningsvoorwaarden

9

 

3.5

Subsidievoorwaarden

10

4

Beoordelingsprocedure

14

 

4.1

De San Francisco Declaration (DORA)

14

 

4.2

Procedure

14

 

4.3

Criteria

17

5

Subsidieverplichtingen

18

6

Contact en overige informatie

21

 

6.1

Contact

21

 

6.2

Overige informatie

21

7

Bijlagen

22

 

7.1

Budgetmodules en tarieven

22

1 Inleiding

In deze Call for proposals leest u hoe de aanvraagprocedure is ingericht voor de subsidieronde ‘KIC Langetermijnprogramma’s 2024’. Deze Call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

U vindt in deze Call for proposals achtereenvolgens informatie over het doel van dit programma (hoofdstuk 2), de voorwaarden voor de subsidieaanvraag (hoofdstuk 3) en hoe uw aanvraag wordt beoordeeld (hoofdstuk 4). Deze informatie heeft u nodig om een aanvraag voor subsidie te kunnen indienen. In hoofdstuk 5 vindt u de subsidieverplichtingen die van toepassing zijn in geval van toewijzing. In hoofdstuk 6 staan de contactgegevens en in hoofdstuk 7 de bijlagen.

1.1 Achtergrond

Deze Call for proposals is onderdeel van de NWO programmering voor het Kennis- en Innovatie Convenant (KIC) 2024–2027 ten behoeve van het missiegedreven innovatiebeleid van de Nederlandse overheid.

NWO ontwikkelt innovatieprogramma’s in het KIC gericht op de maatschappelijke uitdagingen van Nederland om impact te realiseren voor economie, mens en samenleving. De nadruk ligt opsamenwerking tussen onderzoeksorganisaties, private partijen en overheid. De resultaten dragen daarmee bij aan het realiseren van economische kansen. Essentieel is daarom dat bedrijven investeren in elk onderzoeksproject.

Thematische focus

In de KIC periode 2024–2027 staan acht Kennis- en Innovatieagenda’s (KIA’s) centraal:

  • Klimaat en Energie

  • Circulaire Economie

  • Landbouw, Water, Voedsel

  • Veiligheid

  • Gezondheid & Zorg

  • Sleuteltechnologieën

  • Digitalisering

  • Maatschappelijk Verdienvermogen

Deze KIA’s zijn te vinden op: Missies voor de toekomst | Topsectoren.

NWO en het KIC: onderzoek brengt oplossingen dichterbij

NWO investeert jaarlijks circa 138 miljoen euro in haar programmering voor het KIC 2024–2027. De onderzoeks- en innovatieprogramma’s van NWO voor het KIC dragen bij aan de antwoorden op de onderzoeks- en ontwikkelvragen die nodig zijn om de huidige maatschappelijke uitdagingen te kunnen adresseren. Dit is in lijn met de missie van NWO: Missie | NWO.

Hoofdstuk 2 licht de (thematische) doelstelling van deze Call for proposals toe en beschrijft welke aanpak NWO binnen haar KIC programmering hanteert om tot de beoogde maatschappelijke impact te komen.

Meer informatie over de KIC programmering van NWO is te vinden via de website: KIC 2024–2027 | NWO.

1.1.1 Veranderingen ten opzichte van de vorige Call for proposals

Ten opzichte van de Call for proposals KIC Langetermijnprogramma’s 2022 zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd in deze Call for proposals. Deze wijzigingen betreffen:

  • Wijziging in de beoordelingscriteria: het beoordelingscriterium ‘additionaliteit’ vervalt in beoordeling van aanvragen.

  • De maximering van het aantal keer dat een onderzoeksorganisatie een aanvraag mag indienen is gewijzigd. De onderzoeksorganisaties genoemd in paragraaf 3.1 kunnen maximaal tweemaal een aanvraag indienen in deze Call for proposals als hoofdaanvrager. Er is geen maximering op deelname van deze onderzoeksorganisaties als medeaanvrager.

  • De voorwaarden met betrekking tot cofinanciering zijn gewijzigd en het verplichte percentage private cash cofinanciering wordt losgelaten. Er wordt wel een minimum percentage van 25% cash voor het totaal aan cofinanciering gehandhaafd.

  • De werkwijze omtrent het verzoek tot voortzetting voor de tweede periode van vijf jaar is gewijzigd.

Neemt u zorgvuldig kennis van de gewijzigde voorwaarden, deze staan nader uitgewerkt in de betreffende paragrafen in deze Call for proposals.

1.2 Beschikbaar budget

Het subsidieplafond voor deze Call for proposals bedraagt in totaal € 50.000.000. Binnen deze Call for proposals worden naar verwachting maximaal 5 aanvragen toegewezen.

1.3 Indieningsdeadline(s)

Bij het indienen van uw aanvraag in ISAAC dient u ook online nog gegevens in te voeren. Begin daarom ten minste één dag vóór de deadline van deze Call for proposals met het indienen van uw aanvraag.

Aanvragen die na de deadline worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

De deadline voor het indienen van initiatieven is dinsdag 15 april 2025, voor 14:00:00 CEST.

De deadline voor het indienen van aanvragen is dinsdag 14 oktober 2025, voor 14:00:00 CEST.

1.4 Aanvullende definities LTP

In deze paragraaf worden de aanvullende definities, relevant om de samenstelling van een langetermijnprogramma (LTP) uiteen te zetten, toegelicht. Er wordt binnen het LTP onderscheid gemaakt tussen de bijdrage van NWO en de bijdragen van andere partijen. De bijdrage van NWO wordt verstrekt voor activiteiten die passen binnen de NWO Subsidieregeling 2024 (zie paragraaf 3.5), namelijk het onderzoeksproject. In deze call worden voor dit onderscheid de volgende definities

gehanteerd:

Langetermijnprogramma (LTP): een coherente set van afzonderlijke delen (waaronder het onderzoeksproject waarvoor bij NWO subsidie wordt aangevraagd) die gezamenlijk bijdragen aan het behalen van de programmadoelstelling(en) van de LTP. Het langetermijnprogramma wordt uitgevoerd door alle consortiumpartners, zie ook 3.1. Het voorgestelde langetermijnprogramma heeft een wezenlijke en aantoonbare programmatische meerwaarde en heeft een duidelijk onderscheidend karakter ten opzichte van andere, individuele initiatieven en/of netwerken.

Project: het geheel van activiteiten waarvoor op grond van deze Call for proposals subsidie wordt verleend aan hoofd- en medeaanvragers aan onderzoeksorganisaties, ook wel het onderzoeksproject genoemd. In de aanvraag wordt het project beschreven. Zowel het langetermijnprogramma als het project hebben een looptijd van tien jaar. Alleen voor het project kan subsidie van NWO worden aangevraagd. NWO financiert het gehele project, met een minimum van € 9.000.000 en een maximum van € 25.000.000. Daarbij geldt dat het bij NWO aangevraagde bedrag – het projectbudget – maximaal 30% van de begroting van het LTP bedraagt.

Medefinanciering: financiering van het LTP door partijen anders dan NWO. Medefinanciering loopt niet via NWO. NWO is met maximaal 30% financiering van de begroting een minderheidsfinancier bij het LTP. Een LTP vereist minimaal 70% van het totale budget van het programma als medefinanciering. Binnen de context van deze Call for proposals maken we voor medefinanciering onderscheid tussen ‘cofinanciering’ en ‘eigen bijdrage van onderzoeksorganisatie’. De voorwaarden ten aanzien van de begroting en verplichte medefinanciering en de hierbij gehanteerde definities worden beschreven in paragraaf 3.5.6. De overige subsidievoorwaarden staan beschreven in paragraaf 3.5.

2 Doel

Dit hoofdstuk beschrijft de doelstelling van het programma en de maatschappelijke impact. Het doel van dit financieringsinstrument is het stimuleren van maatschappelijk-wetenschappelijke samenwerking om gezamenlijk kennis en innovatie te realiseren, die zullen leiden tot impact voor economie, mens en samenleving.

2.1 Doelstelling van het langetermijnprogramma

Om dit doel te bereiken, worden langetermijnprogramma’s gefinancierd, welke passen binnen het missiegedreven innovatiebeleid van het KIC en aansluiting hebben bij een of meerdere Kennis-en Innovatieagenda’s. Daarmee heeft NWO een faciliterende rol in de ontwikkeling van strategische consortia die een tienjarige samenwerking tussen onderzoekers en private en publieke partijen zullen opzetten of doorontwikkelen. De tienjarige samenwerking binnen het LTP is een startpunt van het langjarig, krachtig en duurzaam stimuleren van innovatie en van de nationale ontwikkeling van een wetenschappelijke veld in Nederland. Een langetermijnprogramma wordt geïnitieerd met de bedoeling en opzet om ook na afronding van het tienjarige onderzoeksproject zelfstandig voort te bestaan.

Daarmee zullen de resultaten van het langetermijnprogramma vervolg vinden en blijvend strategische meerwaarde realiseren.

2.1.1 Maatschappelijke uitdaging

In het NWO-KIC richten de onderzoeksprogramma’s zich op innovatief onderzoek met als doel samen met maatschappelijke partners oplossingen te ontwikkelen voor maatschappelijke vraagstukken en daarbij economische kansen te creëren. De langetermijnprogramma’s streven naar impact op zowel de kortere als de langere termijn, gedurende de looptijd van het programma, en ook daarna.

2.1.2 Doel van de Call for proposals

Om de programmadoelstellingen van de hoofdlijn Strategie te behalen, faciliteert NWO met deze Call for proposals de realisatie van de langetermijnprogramma’s. NWO financiert zo de onderzoeksprojecten die onder de langetermijnprogramma’s vallen. De langetermijnprogramma’s hebben een looptijd van tien jaar en een grote (financiële) bijdrage van private en publieke medefinanciers. Een onderzoeksproject binnen een LTP heeft als strategisch doel om de ontwikkeling van een wetenschappelijk veld in Nederland, gericht op een maatschappelijk thema en/of sleuteltechnologie(ën), langjarig en krachtig te stimuleren. NWO wijst subsidie toe voor het onderzoeksproject van het LTP. Het onderzoeksproject vormt het wetenschappelijk fundament van het langetermijnprogramma en is noodzakelijk om de samenwerking van de grond te krijgen of door te ontwikkelen.

De opzet van de LTP vereist een strategische en gezamenlijke aanpak van de betrokken consortiumpartners uit de wetenschap, publieke sector en het bedrijfsleven om tot passende kennis en innovatie te komen. Hierbij wordt toegewerkt naar antwoorden op de kennisvragen die leiden tot impact voor economie, mens en samenleving. Hoe binnen het LTP aan deze samenwerking invulling wordt gegeven is bepalend voor het potentiële succes in het behalen van de programmadoelstellingen, zowel gedurende de looptijd van het langetermijnprogramma als daarna. NWO hecht eraan dat onderzoeksthema’s in openheid en dialoog worden opgezet waarbij bij voorkeur ook nieuwe partners worden betrokken. Om co-design tussen onderzoekers en andere relevante stakeholders in (nieuwe) publiek-private samenwerkingen (PPS) te faciliteren en de toegankelijkheid van de LTP’s te vergroten, vraagt NWO dat alle potentiële aanvragers een initiatief indienen. Deze zal worden gepubliceerd op de NWO-website (zie paragraaf 4.2.1).

Met de LTP biedt NWO mogelijkheden aan veelbelovende PPS-onderzoeksinitiatieven om door te groeien naar robuuste samenwerkingsverbanden. Het is de bedoeling dat een LTP na tien jaar zelfstandig kan voortbestaan en onafhankelijk van de financiering van NWO doorgang kan vinden. Het is belangrijk dat hier bij het opstellen van de aanvraag aandacht voor is en hier gedurende de looptijd van het programma naartoe wordt gewerkt.

2.2 Samen werken aan maatschappelijke impact

De maatschappelijke uitdagingen die centraal staan in het missiegedreven innovatiebeleid zijn complex en veelomvattend. Maatschappelijke impact1 ontstaat alleen wanneer alle partijen die nodig zijn om tot innovatieve oplossingen te komen hun krachten bundelen. De aansluiting van deze innovaties op economie, mens en samenleving is belangrijk. Daarom stimuleert NWO in haar KIC programmering samenwerking tussen veel verschillende partijen.

Het gaat hierin om samenwerking tussen onderzoekers over de grenzen van disciplines2 onderzoeksorganisaties, regio’s en landen. Daarnaast is ook de samenwerking tussen deze onderzoekers en de samenleving cruciaal om tot innovatieve oplossingen te komen. Bedrijven, maatschappelijke organisaties, (beroeps)onderwijs en (eind-)gebruikers leveren een belangrijke bijdrage aan te vormen consortia en onderzoeksvoorstellen. Meer informatie en voorbeelden zijn te vinden op de website: KIC 2024–2027 | NWO.

De samenwerking tussen deze partijen betreft niet alleen uitwerking van het langetermijnprogramma, maar ook expliciet de voorbereidingen van het onderzoeksproject. De uiteenlopende kennis, vaardigheden en expertise van de partijen zijn nodig voor het formuleren van een goede probleemstelling, adequate onderzoeksvragen, en een doordachte route naar impact (co-design). Bij de uitvoering van het voorgestelde onderzoek wordt de samenwerking in het consortium vervolgd door uitwisseling van nieuwe kennis en het gezamenlijk creëren van nieuwe inzichten (co-creatie). De kennis en innovaties die uit het onderzoek voortkomen, worden uiteindelijk gedeeld en in de samenleving geïmplementeerd. Op deze manier wordt maatschappelijke impact een gezamenlijk doel; een coproductie.

Consortia vergroten de kans op het bereiken van de beoogde maatschappelijke impact door voldoende aandacht te besteden aan de mensen die gaan werken met de innovaties die uit het onderzoek voortkomen. Goed geschoold en onderlegd personeel kan innovaties verder helpen, implementatie op grote schaal versnellen, en zo transities en veranderingen bewerkstellingen. Dit stelt eisen aan opleiding en training, inclusief eventuele omscholing, van personeel. Human Capital, in de vorm van lerende, innoverende mensen, kan op verschillende manieren een plaats krijgen in een onderzoeksvoorstel binnen het NWO-KIC programma. Bijvoorbeeld via publiek-private leer-werkpraktijken (learning communities) die onderzoeken, innoveren, werken en leren nauw met elkaar verbinden. Op deze manier wordt nieuwe kennis geïntegreerd in de (onderwijs- en werk)praktijk. Meer informatie en voorbeelden zijn te vinden op de website Human Capital | NWO.

Binnen het NWO programma KIC Langetermijnprogramma’s 2024 wordt het bereiken van maatschappelijke impact gestimuleerd en gefaciliteerd door gebruik van een Impact Plan benadering en aandacht voor consortium vorming.

2.2.1 Impact op maat

Afhankelijk van het doel van het financieringsinstrument kiest NWO een bijbehorende benadering die de kans op maatschappelijke impact optimaal ondersteunt. Het primaire doel van het financieringsinstrument bepaalt de keuze voor de benadering die NWO inzet om kennisbenutting in verschillende fases van het project (aanvraag, uitvoering, na afloop) te bevorderen en de inspanning die van aanvrager(s) en partners gevraagd wordt.

In dit programma wordt de Impact Plan benadering toegepast. Hiermee faciliteert NWO de ontwikkeling van een geïntegreerde strategie door onderzoekers en partners om doelgericht de kans op de gewenste maatschappelijk impact te vergroten.

Het geeft het consortium inzicht in welk onderzoek noodzakelijk is voor bijdrage aan de beoogde maatschappelijke impact en maakt tegelijkertijd expliciet welke partijen hiervoor nodig zijn, wat hun belang en rol is, en welke aannames er worden gedaan. Het Impact Plan laat de samenhang zien tussen de maatschappelijke uitdaging, de route(s) naar de beoogde impact en het daarvoor benodigde onderzoek. Gedurende het onderzoek (en daarna) faciliteert het Impact Plan de reflectie op al deze elementen.

NWO biedt e-learning aan om consortia op weg te helpen via Online impact workshops | NWO. NWO raadt ten zeerste aan om samen met de partijen in het consortium e-learning voor Impact Plan te volgen. Meer informatie is te vinden op de website Impact Plan benadering | NWO.

3 Voorwaarden voor aanvragers

Dit hoofdstuk bevat de voorwaarden die gelden voor uw subsidieaanvraag. De subsidieaanvraag betreft het onderzoeksproject, dat onderdeel is van het beoogde langetermijnprogramma. Eerst wordt beschreven wie subsidie kan aanvragen (paragraaf 3.1) en waarvoor u subsidie kunt aanvragen (paragraaf 3.2). Vervolgens vindt u de voorwaarden voor het opstellen en indienen van de aanvraag (paragrafen 3.3 en 3.4) en specifieke subsidievoorwaarden (paragraaf 3.5).

3.1 Wie kan aanvragen

Aanvragen worden ingediend door een hoofdaanvrager en twee of meer medeaanvragers. Een aanvraag wordt opgesteld door een consortium, waarin naast de aanvragers ook andere deelnemers zijn betrokken.

Er worden vier categorieën van deelnemers aan een consortium onderscheiden:

  • 1. Hoofdaanvrager

  • 2. Medeaanvrager(s)

  • 3. Medefinancier(s)

  • 4. Samenwerkingspartner(s)

3.1.1 Hoofd- en medeaanvragers

Onderzoekers mogen een aanvraag indienen als zij in vaste dienst zijn (en derhalve een bezoldigd dienstverband voor onbepaalde tijd hebben) of een tenure track overeenkomst hebben bij één van de onderstaande onderzoeksorganisaties:

  • Universiteiten en hogescholen zoals bedoeld in artikel 1.8 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de universiteiten genoemd in de Beleidsregel Universiteiten in het Koninkrijk der Nederlanden;

  • universitair medische centra, waarmee wordt bedoeld de academische ziekenhuizen zoals bedoeld in artikel 1.13 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • KNAW- en NWO-instituten;

  • het Nederlands Kanker Instituut;

  • het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek te Nijmegen;

  • NCB Naturalis;

  • Advanced Research Centre for NanoLithography (ARCNL);

  • Prinses Máxima Centrum.

Personen met een nul uren-arbeidsovereenkomst of met een dienstverband voor bepaalde tijd (anders dan een tenure track) zijn uitgesloten van indiening.

Het kan voorkomen dat de tenure track overeenkomst van de aanvrager eindigt vóór de beoogde afrondingsdatum van het project waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, of dat vóór die datum het vaste dienstverband van de aanvrager eindigt wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. In dat geval voegt de aanvrager een verklaring van diens werkgever bij, waarin de betreffende onderzoeksorganisatie garandeert dat het project en alle op het project werkzame personen voor wie subsidie wordt aangevraagd adequaat zullen worden begeleid voor de volledige duur van het project.

Aanvragers met een deeltijd dienstverband dienen garant te staan voor adequate begeleiding van het project en van alle op het project werkzame personen voor wie subsidie wordt aangevraagd.

Aanvullende voorwaarden

  • De hoofd- en medeaanvrager(s) moeten het aangevraagde onderzoek uitvoeren binnen een consortium met daarin naast henzelf altijd twee of meer cofinanciers, mogelijk aangevuld met één of meer samenwerkingspartners (zie paragraaf 3.1.2). Voor alle consortiumpartners geldt dat zij een actieve rol dienen te spelen bij het formuleren van de onderzoeksvragen en bij de opzet en de uitvoering van het project.

  • Het consortium wordt verondersteld interdisciplinair samengesteld te zijn (zie ook paragraaf 2.2).

  • Indien dit niet het geval is, dient het consortium in de aanvraag te motiveren waarom zij een interdisciplinaire samenstelling niet noodzakelijk achten.

  • Een onderzoeksorganisatie mag in maximaal twee aanvragen binnen deze Call for proposals deelnemen als organisatie van een hoofdaanvrager 3 .

  • Een individuele hoofdaanvrager 4 mag slechts één aanvraag binnen deze Call for proposals indienen in de hoedanigheid van hoofdaanvrager. Een hoofdaanvrager mag daarnaast binnen deze Call for proposals maximaal één keer als medeaanvrager deelnemen aan een ander consortium.

  • Een individuele medeaanvrager 5 mag binnen deze Call for proposals in maximaal twee consortia als medeaanvrager deelnemen.

De hoofdaanvrager dient de aanvraag in via ISAAC, het elektronische indiensysteem van NWO. Tijdens het beoordelingsproces communiceert NWO met de hoofdaanvrager.

Na toewijzing van een aanvraag wordt de hoofdaanvrager projectleider en aanspreekpunt voor NWO. De onderzoeksorganisatie van de hoofdaanvrager is hoofdbegunstigde en wordt penvoerder.

Medeaanvragers hebben een actieve rol bij de uitvoering van het project. De (deel)projectleider(s) en begunstigde(n) zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele project.

3.1.2 Medefinanciers

Medefinanciers zijn ofwel cofinanciers ofwel onderzoeksorganisaties met een eigen bijdrage aan het LTP. De medefinanciers dienen netto minimaal 70% van het totale budget van het LTP bijeen te brengen (zie paragraaf 3.5.6.).

Cofinanciers

Een cofinancier is een partij die deelneemt aan het consortium en cash en/of in kind bijdraagt aan het LTP. De bijdrage van de cofinancier wordt bekend gemaakt door middel van een verklaring cofinanciering en is een netto bijdrage aan het project. Voorts wordt er in deze Call for proposals onderscheid gemaakt tussen private en publieke cofinanciers. Het is verplicht om zowel private als publieke cofinanciering op te voeren op de begroting en het staat het consortium vrij om zelf een keuze te maken betreffende de meest passende verdeling. Tevens zijn de gestelde eisen voor toegezegde cofinanciering verschillend voor de eerste en tweede periode van vijf jaar. Voor de gehanteerde definities en de verdere specifieke cofinanciersingsvoorwaarden die gelden in deze Call for proposals, zie paragraaf 3.5.6.

Onderzoeksorganisaties als medefinancier

De onderzoeksorganisaties van de hoofd-en medeaanvragers dienen netto minimaal 10% van het totale budget van het LTP bijeen te brengen, zie ook paragraaf 3.5.6. Deze bijdrage kan zowel in cash als in kind worden toegezegd en mag worden gedragen door meerdere onderzoeksorganisaties. De eigen bijdrage van de onderzoeksorganisaties wordt bevestigd door middel van een verklaring eigen bijdrage onderzoeksorganisatie.

3.1.3 Samenwerkingspartner(s)

Een samenwerkingspartner is een partij die geen subsidie ontvangt en geen cofinanciering bijdraagt aan de aanvraag, maar wel nauw betrokken is bij de uitvoering van het onderzoek en/of de kennisbenutting. Hierbij kan gedacht worden aan bedrijven, publieke en private organisaties, en overige instellingen. De rol die deze partijen spelen bij de voorbereiding, uitvoering, en vertaling van het onderzoek naar de maatschappij dient in het onderzoeksvoorstel beschreven te worden.

Let op: voor personeel van organisaties die als samenwerkingspartner deelnemen aan het consortium kan geen subsidie voor salaris- of onderzoekskosten als medeaanvrager worden aangevraagd. Wel is het mogelijk kosten te vergoeden door deze organisaties als derden in te huren via de modules ‘materiele kosten’, ‘kennisbenutting’ of ‘projectmanagement (zie paragraaf 3.2 en bijlage 7.1.5).

3.2 Wat kan worden aangevraagd

Voor een aanvraag in deze Call for proposals kan in totaal minimaal € 9.000.000 en maximaal € 25.000.000 worden aangevraagd aan NWO-financiering. Daarmee financiert NWO maximaal 30% van het totale LTP budget; de rest van het programmabudget wordt ingebracht via de verplichte medefinanciering (zie paragraaf 3.5).

De looptijd van het voorgestelde project is tien jaar. De NWO middelen dienen evenwichtig verdeeld te worden over de looptijd van het project: ofwel lineair verdeeld ofwel in een verdeling over de twee periodes van vijf jaar waarbij er tot maximaal 60% voor de eerste vijf jaar ingezet mag worden. De hoofd- en medeaanvragers kunnen kosten opvoeren voor personeel, materieel, investeringen en kennisbenutting. De beschikbare budgetmodules (inclusief de maximale bedragen) staan hieronder vermeld. Vraag alleen datgene aan wat essentieel is om het onderzoeksproject binnen het voorgestelde programma uit te voeren. De tarieven en een toelichting op deze budgetmodules staan in bijlage 7.1.

3.2.1 Personeel

Voor personeel dat een bijdrage levert aan het project, kan subsidie voor de loonkosten worden aangevraagd. Het bedrag hiervoor is afhankelijk van het type aanstelling en de organisatie waar het personeel werkt.

Stijging personeelstarieven

NWO past voor deze call geen ambtshalve indexering van de salariskosten toe. Het consortium dient in de programmabegroting middelen te reserveren om de indexering van de salariskosten te financieren. Deze reservering geldt alleen voor personeelsposities die in het NWO project worden gefinancierd.

NWO zal daartoe in het begrotingsformat een percentage opnemen als handreiking. Eenzelfde reservering geldt eveneens voor de begroting van de tweede termijn van 5 jaar.

Indien de reservering onvoldoende blijkt om de indexering van salariskosten te financieren, compenseert de aanvrager de indexering uit andere begrotingsposten waarbij het substantieel inhoudelijk wijzigen van de aanvraag niet is toegestaan.

3.2.1.1 Personeel bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, umc of een onderzoeksorganisatie

Voor personeel dat werkzaam is bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, universitair medisch centrum (umc) of een andere onderzoeksorganisatie, genoemd in artikel 1.1, eerste lid, sub c tot en met h van de NWO Subsidieregeling kunnen loonkosten worden opgevoerd voor de volgende functies: promovendus, Engineering Doctorate, postdoc, arts-onderzoeker, niet-wetenschappelijk personeel (NWP) en voor de vervanging van de aanvrager. Er kan voor een onbeperkt aantal posities worden aangevraagd voor dit type functie. Er kan voor ten hoogste 5% van het subsidiebedrag vervanging worden aangevraagd.

Financiering voor de functie van een Engineering Doctorate (EngD) kan alleen worden aangevraagd als er ook financiering voor een promovendus of postdoc wordt aangevraagd.

3.2.1.2 Personeel van hogescholen

Het is mogelijk om loonkosten op te voeren van personeel van hogescholen. Er kan voor een onbeperkt aantal posities worden aangevraagd voor dit type functie.

3.2.1.3 Studenten

Het is mogelijk om studenten in te zetten voor het project als ze studeren aan een onderzoeksorganisatie genoemd in paragraaf 3.1. De kosten hiervan kunt u binnen het project opvoeren als materiële kosten. Er is geen maximum aan het aantal studenten dat kan meewerken in het project.

3.2.1.4 Wetenschappelijk personeel bij een onderzoeksorganisatie in het buitenland

Het is mogelijk om loonkosten van buitenlandse onderzoeksorganisaties op te voeren voor wetenschappelijk personeel. Er kan maximaal 25% van het subsidiebedrag worden aangevraagd voor personeel bij onderzoeksorganisaties in het buitenland.

3.2.2 Materieel

Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke materiële kosten. Voor deze kosten geldt een maximum van 25% van het subsidiebedrag dat gealloceerd is voor personele kosten.

3.2.3 Investeringen

Financiering kan worden aangevraagd voor investeringen in apparatuur, infrastructuur en andere onderzoeksmiddelen die na afloop van het project economische waarde hebben of kunnen worden hergebruikt. Loonkosten van personeel dat de apparatuur, infrastructuur en andere onderzoeksmiddelen in staat van gereedheid brengt, kan worden opgevoerd als onderdeel van de investering. De tarieven en voorwaarden van Personeel zijn hierbij van toepassing en de kosten zijn op te voeren als personele kosten. Investeringen kunnen alleen worden gedaan bij onderzoeksorganisaties genoemd in paragraaf 3.1.

Er kan ten minste € 150.000 en ten hoogste € 1.500.000 worden aangevraagd voor investeringen. NWO financiert tot maximaal 75% van de investeringen.

3.2.4 Kennisbenutting

Financiering kan worden aangevraagd voor activiteiten die bevorderen dat kennis uit het onderzoek wordt benut,6 om zo de maatschappelijke impact van het onderzoek te vergroten.

Het is verplicht om een bedrag op te voeren voor kennisbenutting. Deze kosten zijn ten minste 5% en maximaal 20% van het subsidiebedrag.

3.2.5 Projectmanagement

Het is mogelijk om maximaal 5% van het totale subsidiebedrag in te zetten voor projectmanagement. Het is niet verplicht om hiervan gebruik te maken.

3.3 Het opstellen en indienen van de aanvraag

Het is verplicht uw aanvraag in het Engels op te stellen.

Het indienen van een aanvraag kan alleen via het online aanvraagsysteem ISAAC. Aanvragen die niet via ISAAC zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen.

U bent als hoofdaanvrager verplicht een aanvraag via het eigen persoonlijke ISAAC-account in te dienen.

Het is belangrijk om tijdig te beginnen met uw aanvraag in ISAAC:

  • indien u nog geen ISAAC-account heeft, dient deze op tijd te worden aangemaakt om eventuele aanmeldproblemen te voorkomen;

  • nieuwe onderzoeksorganisaties moeten eventueel nog door NWO toegevoegd worden aan ISAAC;

  • u moet ook online nog gegevens invoeren.

Aanvragen die na de deadline worden ingediend, neemt NWO niet in behandeling.

Voor vragen van technische aard verzoeken wij u contact op te nemen met de ISAAC-helpdesk, zie contact (hoofdstuk 6).

Werkt een hoofd- en/of medeaanvrager bij een organisatie die niet is opgenomen in de database van ISAAC? U kunt dit dan melden via relatiebeheer@nwo.nl zodat de organisatie kan worden toegevoegd. Hier zijn enige dagen voor nodig. Daarom is het van belang dit uiterlijk een week voor de deadline te melden.

NWO gaat er vanuit dat de aanvrager de onderzoeksorganisatie waar zij/hij werkzaam is heeft geïnformeerd over het indienen van de aanvraag en dat de onderzoeksorganisatie de subsidievoorwaarden van deze Call for proposals aanvaardt.

3.3.1 Opstellen van een initiatief

Het indienen van een initiatief door de beoogde hoofdaanvrager is verplicht. De hoofdaanvrager dient het initiatief in via een invulformulier op de financieringspagina voor deze Call for proposals op de NWO-website. U dient uw initiatief ingediend te hebben voor de deadline aangegeven in 1.3.

Voor het opstellen van uw initiatief doorloopt u de volgende stappen:

  • Ga naar de website van het financieringsinstrument ’KIC Langetermijnprogramma’s 2024’

  • Vul alle gegevens in het online invulformulier in.

3.3.2 Het opstellen en indienen van de aanvraag

De hoofdaanvrager dient de aanvraag in via ISAAC.

Voor het opstellen van uw aanvraag doorloopt u de volgende stappen:

  • download het aanvraagformulier vanuit het online aanvraagsysteem ISAAC of vanaf de website van NWO (op de website van het betreffende financieringsinstrument);

  • vul het aanvraagformulier in;

  • sla het formulier op als pdf en dien het met de verplichte bijlagen in ISAAC in;

  • vul de online in ISAAC gevraagde gegevens in.

Verplichte bijlagen:

  • begroting;

  • verklaringen cofinanciering van cofinanciers jaren 1-5 (zie paragraaf 3.1.2 en 3.5.6);

  • intentieverklaringen cofinanciering van cofinanciers jaren 6-10 (zie paragraaf 3.1.2 en 3.5.6);

  • verklaring eigen bijdrage onderzoeksorganisaties

  • steunbrief onderzoeksorganisatie van de hoofdaanvrager voor coördinatie jaren 6-10

  • garantstelling voor continuïteit in de projectbegeleiding (alleen indien van toepassing, zie paragraaf 3.1.1);

  • bevestiging van eigen bijdrage aan investeringen (alleen indien van toepassing, zie paragraaf 3.2.3);

  • formulier ‘Statements and signature’.

De bijlagen dienen conform het door NWO aangeboden templates opgesteld te worden. Bijlagen dienen los van de aanvraag in ISAAC geüpload te worden. Alle bijlagen, met uitzondering van de begroting, dienen als pdf-bestand (zonder beveiliging) te worden ingediend. De begroting moet als Excel-bestand worden ingediend in ISAAC.

Andere bijlagen dan hierboven vermelde bijlagen zijn niet toegestaan.

3.4 Indieningsvoorwaarden

3.4.1 Formele voorwaarden voor indiening

NWO toetst uw aanvraag op alle in deze Call for proposals gestelde voorwaarden, inclusief onderstaande voorwaarden. Alleen als uw aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt deze toegelaten tot de beoordelingsprocedure. U wordt gevraagd om na indiening van een aanvraag beschikbaar te zijn om eventuele administratieve correcties door te voeren en zo (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.

Deze voorwaarden zijn:

  • het consortium voldoet aan de in paragraaf 3.1 gestelde voorwaarden;

  • de aanvraag voldoet aan de DORA-richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.1;

  • het aanvraagformulier is, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, compleet en volgens de instructies ingevuld;

  • de vereiste cofinanciering is, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, correct en conform de gestelde eisen toegezegd middels verklaringen cofinanciering (zie paragraaf 3.5.6);

  • alle vereiste bijlagen zijn, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, compleet en volgens de instructies ingevuld en conform de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld en ingediend;

  • de aanvraag is ingediend via het ISAAC-account van de hoofdaanvrager;

  • de aanvraag is ontvangen voor de gestelde deadline;

  • de aanvraag is in het Engels opgesteld;

  • de aanvraagbegroting is volgens de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld;

  • het voorgestelde project heeft een looptijd van tien jaar.

3.5 Subsidievoorwaarden

Op alle aanvragen zijn de NWO Subsidieregeling en het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek van toepassing.

3.5.1 Naleving Nationale leidraad kennisveiligheid

Wetenschap van wereldklasse kan profiteren van internationale samenwerking. De Nationale leidraad kennisveiligheid (hierna: de Leidraad) helpt kennisinstellingen ervoor te zorgen dat internationale samenwerking veilig kan plaatsvinden. Bij kennisveiligheid gaat het om ongewenste overdracht van gevoelige kennis en technologie die de nationale veiligheid aantast; om heimelijke beïnvloeding van onderwijs en onderzoek door statelijke actoren, en daarmee de academische vrijheid en de sociale veiligheid in gevaar brengt; en om ethische kwesties die kunnen spelen in de samenwerking met landen die de grondrechten niet respecteren.

Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of het project in lijn is en blijft met de Leidraad. Met het indienen van de aanvraag committeert de aanvrager zich aan de overwegingen in deze Leidraad. In geval van het vermoeden van schending van de Leidraad bij een bij NWO ingediende aanvraag voor projectfinanciering of een door NWO gefinancierd project, kan NWO de aanvrager verzoeken om een risicoafweging te overleggen waaruit blijkt dat de overwegingen uit de Leidraad zijn gevolgd. Indien de aanvrager niet aan het verzoek van NWO voldoet of als de risicoafweging klaarblijkelijk een schending van de Leidraad behelst, kan dit gevolgen hebben voor de subsidieverlening of vaststelling door NWO. Ook kan NWO in een voorkomend geval nadere voorwaarden opnemen in de toewijzingsbrief.

De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.

3.5.2 Datamanagement

Resultaten van wetenschappelijk onderzoek moeten kunnen worden gerepliceerd, geverifieerd en gefalsifieerd. In het digitale tijdperk betekent dit dat behalve publicaties ook onderzoeksdata zo veel mogelijk vrij toegankelijk moeten zijn. NWO verwacht dat de onderzoeksdata die voortkomen uit projecten die door NWO zijn gefinancierd zo veel mogelijk vrij beschikbaar komen voor hergebruik door andere onderzoekers. NWO hanteert daarbij het principe: “zo open als mogelijk, beschermd indien nodig”. Van onderzoekers wordt verwacht dat zij ten minste die data en/of niet-numerieke resultaten die ten grondslag liggen aan de conclusies van binnen het project gepubliceerde werken openbaar maken, gelijktijdig met de publicatie zelf. Eventuele kosten die hiervoor worden gemaakt, kunnen worden meegenomen in de projectbegroting. Onderzoekers maken kenbaar hoe met data voortkomend uit het project wordt omgegaan aan de hand van de datamanagementparagraaf in de aanvraag, en het datamanagementplan na toewijzing van subsidie.

Datamanagementparagraaf

De datamanagementparagraaf maakt deel uit van de aanvraag. Onderzoekers wordt gevraagd reeds voor aanvang van het onderzoek te bedenken hoe de verzamelde data geordend en gecategoriseerd moeten worden zodat zij vrij beschikbaar kunnen worden gesteld. Vaak zullen al vóór het tot stand komen van de data en de analyse daarvan maatregelen getroffen moeten worden om opslag en deling later mogelijk te maken. Indien niet alle data voortkomende uit het project openbaar gemaakt kunnen worden, bijvoorbeeld om redenen van privacy, ethiek of valorisatie, dient de aanvrager dit beargumenteerd kenbaar te maken in de datamanagementparagraaf.

De datamanagementparagraaf wordt niet beoordeeld en daarom ook niet meegewogen in de beslissing om een aanvraag al dan niet toe te wijzen. Zowel de referenten als de commissie kunnen wel advies geven met betrekking tot de datamanagementparagraaf.

3.5.3 Wetenschappelijke integriteit

Het project dat NWO financiert moet, conform de NWO Subsidieregeling, uitgevoerd worden in overeenstemming met de nationaal en internationaal aanvaarde normen van wetenschappelijk handelen zoals neergelegd in de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit (2018). Met het indienen van de aanvraag committeert de aanvrager zich aan deze code. In geval van (mogelijke) schending van deze normen bij een door NWO gefinancierd project, dient de aanvrager NWO hiervan onverwijld op de hoogte te stellen en dient deze alle ter zake relevante documenten aan NWO te overleggen. Meer informatie over de gedragscode en het beleid op het gebied van wetenschappelijke integriteit vindt u op de website: Wetenschappelijke integriteit | NWO.

3.5.4 Ethische verklaring of vergunning

Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde project een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is. De aanvrager dient er voor te zorgen dat deze tijdig wordt verkregen bij de relevante instelling of ethische commissie. Het wel of niet hebben van een ethische verklaring of vergunning op het moment van het aanvraagproces heeft geen invloed op de beoordeling van de aanvraag. Bij toewijzing wordt de subsidie verleend onder de voorwaarde dat de benodigde ethische verklaring of vergunning vóór de uiterste startdatum van het project is verkregen. Het project kan pas starten nadat NWO een kopie van de ethische verklaring of vergunning heeft ontvangen.

3.5.5 Nagoya Protocol

Het Nagoya Protocol zorgt voor een eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit het gebruik van genetische rijkdommen (Access and Benefit Sharing; ABS). Onderzoekers die voor hun onderzoek gebruikmaken van genetische bronnen in/uit het buitenland dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (Home | ABS Focal Point). NWO gaat er vanuit dat zij de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen.

3.5.6 Medefinanciering

Op alle aanvragen is, voor zover er sprake is van cofinanciering, de Regeling Cofinanciering van toepassing.

Dit onderzoeksprogramma vereist minimaal 70% van het totale budget van de aanvraag als medefinanciering op projectniveau. NWO is een minderheidsfinancier bij het LTP. De medefinanciering is voor een deel cofinanciering (zoals gedefinieerd voor NWO programma’s) én eigen bijdragen van de onderzoeksorganisaties, zie ook paragraaf 3.1.2.

De voorwaarden ten aanzien van begroting en verplichte medefinanciering en de hierbij gehanteerde definities worden beschreven in deze paragraaf.

Relevante definities:

  • Medefinanciering: optelsom van de eigen bijdrage onderzoeksorganisaties en cofinanciering (in kind en cash) van zowel de private als de publieke partijen.

  • Cofinanciering in kind: gekapitaliseerde personele en/of materiële bijdragen van gebruikers;

  • Cash cofinanciering wordt gebruikt ter dekking van een deel van de totale projectkosten en vormt samen met de door NWO verstrekte subsidie de benodigde financiële middelen.

3.5.6.1 Medefinancieringseis

Medefinanciering is in deze Call for proposals verplicht. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende vormen van medefinanciering

  • Eigen bijdrage van de onderzoeksorganisaties (cash of in kind);

  • cofinanciering cash, dient als dekking voor de begroting van de projectactiviteiten;

  • cofinanciering in kind, die kan bestaan uit personele en/of materiële inbreng van de betreffende betrokken organisatie(s).

De gestelde medefinancieringseis in deze Call for proposals is een minimale vereiste bijdrage.

Dit onderzoeksprogramma vereist minimaal 70% van het totale budget van het langetermijnprogramma. Daarbij geldt dat minimaal 10% door de aanvragende onderzoeksorganisaties wordt bijgedragen en daarbij tenminste 25% cash cofinanciering wordt ingezet. Naast deze twee voorwaarden, staat het de consortia vrij om de medefinanciering invulling te geven op een manier die het meest passend is voor het betreffende langetermijnprogramma (verdeling cash/in kind/publiek/privaat).

Eigen bijdrage aanvragende onderzoeksorganisaties 10%

Een speciale categorie van medefinanciering is de vereiste eigen bijdrage door de aanvragende onderzoeksorganisaties. De aan het LTP deelnemende onderzoeksorganisaties moeten minimaal 10% in kind en/of cash bijdragen aan het LTP. Dit moet worden opgenomen op de begroting. Het moet gaan om kosten die rechtstreeks aan het langetermijnprogramma toe te schrijven zijn en moet duidelijk gespecificeerd worden in de aanvraag. Deze bijdrage moet besteed worden aan de onderzoeksorganisatie. Voor de eerste periode van vijf jaar moet een verklaring eigen bijdrage worden ingediend, voor de tweede periode van vijf jaar moet een intentieverklaring eigen bijdrage worden ingediend, voor beide periodes voor tenminste 10% van de begroting over die periode.

Cofinanciering cash 25%

De totale begroting van het langetermijnprogramma dient voor tenminste 60% opgebouwd te zijn uit cofinanciering, waarvan minimaal 25% cash cofinanciering. De cofinanciering mag zowel door private als ook door publieke partijen worden toegezegd. 25% cash is een minimumvereiste, afhankelijk van de werkplannen kan een hoger percentage wenselijk zijn. Houd er ook rekening mee dat deze cash

financiering doelmatig wordt ingezet over de gehele periode van 10 jaar.

3.5.6.2 Vereisten medefinanciering ten tijde van indienen aanvraag en gedurende de looptijd van het langetermijnprogramma

Eigen bijdrage onderzoeksorganisaties

Bij het indienen van de aanvraag dient de eigen bijdrage van de onderzoeksorganisaties bevestigd te worden voor de eerste periode van 5 jaar middels een verklaring eigen bijdrage. Voor de tweede periode van 5 jaar wordt door de onderzoeksorganisaties een intentieverklaring eigen bijdrage aangeleverd.

Daarnaast moet voor de tweede periode van vijf jaar door de indienende onderzoeksorganisatie een steunbrief worden ingediend waarin de organisatie van de hoofdaanvrager bevestigt dat zij het LTP voor de tweede periode van vijf jaar zullen coördineren en ondersteunen.

Cofinanciering

Bij het indienen van de aanvraag dient minimaal 20% van de toegezegde cofinanciering (publiek/privaat, cash/in kind) voor de eerste periode van 5 jaar van het LTP middels verklaringen cofinanciering te worden bevestigd.

Voor de tweede periode van vijf jaar moeten er door de cofinanciers intentieverklaringen voor een minimale cash bijdrage van € 1.000.000,– over vijf jaar worden aangeleverd.

Na toewijzing

In geval van toewijzing dienen alle vereiste financiële bijdragen (publiek/privaat, cash/in kind) voor de eerste periode van vijf jaar van het LTP middels verklaringen cofinanciering en verklaringen eigen bijdrage onderzoeksorganisaties te worden bevestigd binnen een termijn van negen maanden na datering van de voorwaardelijke toewijzingsbrief en dient iedere cofinancier zijn bijdrage(n) te bevestigen in de consortiumovereenkomst. In deze overeenkomst worden ook verdere afspraken gemaakt tussen alle consortiumpartners (de cofinancier(s), de aanvrager(s) en de samenwerkingspartners (zie paragraaf 5.1.4).

(Intentie)verklaringen cofinanciering deelnemende cofinanciers

NWO stelt twee formulieren beschikbaar, namelijk een voor verklaring cofinanciering en een voor een intentieverklaring cofinanciering. Het eerste formulier wordt gebruikt om toezegging van cofinanciering voor de eerste periode van 5 jaar te bevestigen. Het tweede formulier intentieverklaring mag worden gebruikt om de beoogde toezegging voor de tweede periode van 5 jaar te bevestigen.

In een verklaring cofinanciering spreekt de cofinancier zowel inhoudelijke als financiële steun uit aan het project en bevestigt deze de toegezegde cofinanciering. Ook verklaart de cofinancier in de verklaring cofinanciering of de toegezegde bijdrage een private of een publieke bijdrage is.

Verklaringen cofinanciering van cofinanciers genoemd in de aanvraag zijn verplichte bijlagen bij de aanvraag. Deze moeten zijn ondertekend door een tekenbevoegd persoon van de cofinancier. (Intentie)verklaringen eigen bijdrage onderzoeksorganisaties In een verklaring eigen bijdrage spreken de onderzoeksorganisaties zowel inhoudelijke als financiële steun uit aan het LTP en bevestigt deze de toegezegde eigen bijdrage. Verklaringen eigen bijdrage onderzoeksorganisatie genoemd in de aanvraag zijn verplichte bijlagen bij de aanvraag. Deze moeten zijn ondertekend door een tekenbevoegd persoon van de onderzoeksorganisatie. Hiervoor gebruiken de kennisinstellingen dezelfde formulieren gebruiken als verklaringen cofinanciering.

3.5.6.3 Waardebepaling en toelaatbare inzet van medefinanciers

Toelaatbaar als in kind cofinanciering en als eigen bijdrage onderzoeksorganisaties

Personele inzet en materiële bijdragen, op voorwaarde dat de waarde ervan bepaald wordt en dat deze bijdragen volledig onderdeel uitmaken van het project. Diensten en knowhow mogen bij de aanvrager niet reeds beschikbaar of voorhanden zijn. In kind bijdragen worden alleen geaccepteerd onder de voorwaarde dat het gedeelte dat door de cofinancier en/of onderzoeksorganisatie wordt ingebracht integraal onderdeel is van het werkplan en als identificeerbare inspanning kan worden gevolgd.

Waardebepaling in-kind cofinanciering en eigen bijdrage onderzoeksorganisaties

  • Personele inzet wordt gewaardeerd op uren x tarief, waarbij het uurtarief is gebaseerd op de daadwerkelijke salarislasten (incl. een opslag voor sociale- en werkgeverslasten). Daarnaast wordt bij de berekening van het uurtarief uitgegaan van een standaard productief aantal uur van 1.400 per jaar. Dit uurtarief is gemaximeerd op € 125,– per uur;

  • De waarde voor materiële in kind bijdragen wordt bepaald op basis van kostprijs voor verbruiksgoederen. De waarde van investeringen/apparatuur wordt bepaald op basis van reguliere afschrijvingen, rekening houdend met intensiteit van gebruik en de reeds gedane afschrijvingen volgens van toepassing zijnde verslaggrondslagen;

  • Voor in kind bijdragen in de vorm van diensten of knowhow (kennis, software, toegang tot databases of cellijnen) geldt dat de waarde in het economisch verkeer vastgesteld moet zijn en dat alleen de werkelijke kosten die direct toe te rekenen zijn aan het project mogen worden meegeteld als cofinanciering en/of eigen bijdrage. Dit is te allen tijde zonder winstopslag. Daarnaast geldt dat de dienst of knowhow niet al bij de aanvrager beschikbaar of voorhanden is.

Cofinanciers dienen de opbouw en hoogte van de opgevoerde in kind-bijdragen incl. de uurtarieven te motiveren in de verklaring cofinanciering. NWO kan verzoeken om onderbouwing en bewijsstukken van de gehanteerde tarieven en eveneens om aanpassing.

Niet toelaatbaar als medefinanciering (zowel cash als in kind)

  • standaard doorbelaste overhead van onderzoeksorganisaties die niet rechtstreeks relateert aan personeel specifiek in het langetermijnprogramma aangesteld;

  • kosten voor aio- en postdoc-posities hoger dan integrale tarieven;

  • door NWO verstrekte subsidie;

  • kortingen op commerciële tarieven, o.a. op materialen, apparaten en diensten;

  • kosten m.b.t. consultancy;

  • kosten voor diensten die voorwaardelijk zijn. Er worden geen voorwaarden gesteld aan de levering van de medefinanciering. De levering van de medefinanciering is niet afhankelijk van het al dan niet bereiken van een bepaald stadium in het onderzoeksplan (bijvoorbeeld go/no-go moment);

  • kosten van apparatuur indien een van de (hoofd)doelen van de aanvraag is verbetering/meerwaarde te creëren van deze apparatuur.

Daarbij geldt ook dat de toegezegde cofinanciering het netto bedrag is dat de aanvrager ontvangt. Als voor toegezegde cofinanciering BTW van toepassing is komt deze bovenop het toegezegde bedrag.

3.5.6.4 Verantwoording medefinanciering

De hoofdaanvrager rapporteert aan NWO over de medefinanciering (in kind en in cash) die hij of zij van een medefinancier heeft ontvangen. De hoofdaanvrager legt conform de NWO Subsidieregeling jaarlijkse verantwoording af. Wanneer een cofinancier of onderzoeksorganisatie zijn verplichtingen ten aanzien van cofinanciering of eigen bijdrage niet of niet geheel nakomt aan de hoofdaanvrager en/of NWO kan dit gevolgen hebben voor de subsidievaststelling.

Daarnaast rapporteert de hoofdaanvrager aan NWO over de medefinanciering in het tussentijds en eindverslag (zie ook paragraaf 5.1.1). In het financieel tussentijds dan wel eindverslag moeten alle bijdragen, publiek en privaat, worden verantwoord.

Te allen tijde dient NWO op de hoogte gesteld worden van problemen in verwachte cofinanciering (cash en/of in kind). Naast financiële gevolgen voor een project, kan NWO ook adequate wijzigingen in een project verlangen als wijzigingsverzoek, zodat het onderzoek naar beste vermogen vervolgd kan worden.

4 Beoordelingsprocedure

Dit hoofdstuk behandelt de beoordelingsprocedure van de subsidieaanvraag voor het onderzoeksproject. Dit hoofdstuk beschrijft allereerst de beoordeling volgens de DORA-principes (paragraaf 4.1) en hoe de beoordelingsprocedure verloopt (paragraaf 4.2). Vervolgens somt het de criteria op waaraan de beoordelingscommissie uw aanvraag toetst (paragraaf 4.3).

Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken NWO- medewerkers is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing (Code persoonlijke belangen | NWO).

NWO streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (Diversiteit en inclusie | NWO). NWO stimuleert referenten en leden van een beoordelingscommissie actief om zich bewust te worden van impliciete associaties en te proberen deze te minimaliseren. NWO voorziet hen van informatie over concrete manieren om de beoordeling van een aanvraag te verbeteren.

4.1 De San Francisco Declaration (DORA)

NWO is ondertekenaar van de San Francisco Declaration on Research Assessment (DORA). DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld te verbeteren. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksinstellingen, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.

DORA richt zich op het terugdringen van het onkritisch gebruik van bibliometrische indicatoren en het wegnemen van onbewuste vooringenomenheid (unconscious bias) bij de beoordeling van onderzoek en onderzoekers. Overkoepelende filosofie van DORA is dat onderzoek moet worden beoordeeld op zijn eigen kwaliteiten en verdiensten in plaats van op basis van afgeleide indicatoren, zoals het tijdschrift waarin het onderzoek wordt gepubliceerd.

NWO gaat bij het beoordelen van het wetenschappelijk track record van aanvragers uit van een brede definitie van wetenschappelijke output.

NWO verzoekt commissieleden en referenten bij de beoordeling van aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de h-index. U mag deze niet vermelden in uw aanvraag. Wel mag u naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten vermelden, zoals datasets, patenten, software en code enzovoort.

Voor meer informatie over wat NWO doet om de principes van DORA te implementeren zie: DORA | NWO.

4.2 Procedure

De aanvraagprocedure bestaat uit de volgende stappen:

  • aanmelden van het initiatief;

  • indiening van de aanvraag;

  • in behandeling nemen van de aanvraag;

  • peer review door referenten;

  • weerwoord;

  • preadvisering beoordelingscommissie;

  • interview en vergadering van de beoordelingscommissie;

  • besluitvorming.

Voor deze Call for proposals wordt een externe, onafhankelijke beoordelingscommissie ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers uit de wetenschap en de praktijk met kennis van het vakgebied. De taak van de beoordelingscommissie is om de ingediende aanvragen en de daarop betrekking hebbende stukken in onderlinge samenhang en op eigen merites te beoordelen op basis van de gegeven beoordelingscriteria in deze call.

4.2.1 Indiening van een initiatief

Voor deze Call for proposals is het indienen van een initiatief verplicht om in een latere fase een aanvraag in te mogen dienen.

NWO hecht eraan dat onderzoeksthema’s in openheid en dialoog worden opgezet waarbij bij voorkeur ook nieuwe partners worden betrokken. Om in aanmerking te komen voor het indienen van een aanvraag is het daarom verplicht vooraf uw LTP-initiatief te publiceren via de NWO-website. Door publicatie van de LTP-initiatieven wil NWO de toegankelijkheid van LTP’s voor nieuwe onderzoeksgroepen mogelijk maken of vergroten en krachtenbundeling bevorderen. Bovendien krijgt NWO hierdoor vóór de daadwerkelijke indiening van de aanvragen inzicht in de diversiteit aan onderzoeksthema’s en in de aanstaande aanvraagdruk en maakt het proactief handelen in de verdere procedure mogelijk.

Voor het opstellen van uw initiatief doorloopt u de volgende stappen:

  • Ga naar de website van het financieringsinstrument ’KIC Langetermijnprogramma’s 2024’.

  • Vul alle gegevens in het online invulformulier in.

Het door u ingediende initiatief moet voor de deadline zijn ontvangen (zie paragraaf 1.3). NWO zal de initiatieven na indiening publiceren op de NWO-website. U ontvangt als hoofdaanvrager een ontvangstbevestiging na het indienen van een initiatief. U kunt een initiatief op elk moment intrekken door een e-mail te sturen aan kic-strategie@NWO.nl.

4.2.2 Indiening van een aanvraag

Voor indiening van de aanvraag is een standaardformulier beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NWO website. In uw aanvraag moet u zich houden aan de vragen die in dit formulier staan en aan de werkwijze die in de toelichting staat. Ook moet u zich houden aan de voorwaarden voor het maximale aantal woorden en pagina’s.

Uw ingevulde aanvraagformulier moet voor de deadline via ISAAC zijn ontvangen (zie paragraaf 1.3). Na dit tijdstip kunt u geen aanvraag meer indienen. De hoofdaanvrager ontvangt na indiening van de aanvraag een ontvangstbevestiging.

4.2.3 In behandeling nemen van de aanvraag

Zo snel mogelijk nadat u uw aanvraag heeft ingediend, hoort u of NWO uw aanvraag in behandeling neemt. NWO bepaalt dit aan de hand van een aantal administratief-technische criteria (zie de formele voorwaarden voor indiening, paragraaf 3.4). Alleen als uw aanvraag hieraan voldoet, kan NWO deze in behandeling nemen.

Houdt er rekening mee dat NWO u binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. U krijgt één keer de gelegenheid om de correcties door te voeren, hiervoor krijgt u vijf werkdagen de tijd.

4.2.4 Peer review door referenten

Voordat de beoordelingscommissie zich over uw aanvraag buigt, vraagt NWO eerst input van tenminste twee externe referenten. Dit zijn onafhankelijke adviseurs die deskundig zijn op het onderwerp van de aanvraag. Zij beoordelen de aanvraag op basis van de in de Call for proposals genoemde beoordelingscriteria (paragraaf 4.3).

Het is mogelijk om (maximaal drie) non-referenten op te geven. Aanvragers kunnen deze non-referenten opgeven in ISAAC, tegelijk met het indienen van de aanvraag. NWO zal deze non-referenten niet benaderen om als externe referent de aanvraag te beoordelen.

4.2.5 Weerwoord

De hoofdaanvrager ontvangt geanonimiseerde referentenrapporten. U heeft daarna de gelegenheid om een weerwoord te formuleren. U krijgt tien werkdagen de tijd om uw weerwoord via ISAAC in te dienen. Mocht u besluiten de aanvraag in te trekken, dan dient u dit zo snel mogelijk per e-mail aan het bureau te melden en de aanvraag in ISAAC in te trekken. Indien NWO uw weerwoord na de deadline ontvangt, wordt het niet meegenomen in de verdere procedure.

4.2.6 Preadvisering beoordelingscommissie

Hierna worden uw aanvraag, de referentenrapporten en uw weerwoord voor commentaar voorgelegd aan enkele leden van de beoordelingscommissie (de preadviseurs). De preadviseurs geven schriftelijk een inhoudelijk en beargumenteerd commentaar op de aanvraag. Zij formuleren dit commentaar aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.3.1) en geven de aanvraag per beoordelingscriterium een cijfermatige score. Hierbij wordt de NWO scoretabel gehanteerd (op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend). De preadviseurs inventariseren daarnaast welke onderdelen tijdens het interview verhelderd, toegelicht of verdiept dienen te worden.

4.2.7 Interviewselectie

In principe worden alle consortia die een aanvraag hebben ingediend uitgenodigd voor een interview met de beoordelingscommissie. Indien het aantal aanvragen driemaal het verwachte aantal toe te kennen aanvragen overschrijdt, dan kan NWO op basis van advies van de beoordelingscommissie besluiten om alleen de consortia van de meest kansrijke aanvragen op interview uit te nodigen.

Om tot deze selectie te komen worden de aanvragen, de referentenrapporten en het weerwoord en de pre-adviezen aan de beoordelingscommissie voorgelegd. De beoordelingscommissie maakt op basis hiervan een eigen afweging die resulteert in een ranglijst. Vervolgens ontvangen de consortia van de hoogst geprioriteerde aanvragen een uitnodiging voor het interview. Dit zal maximaal tweemaal het verwachte aantal toe te wijzen aanvragen betreffen, of zoveel meer/minder indien er binnen vijf aanvragen van dit maximum, zowel naar boven als naar beneden, een significante sprong in voorlopige prioritering te zien is van 0,25 punt tussen twee opeenvolgende aanvragen.

4.2.8 Interview

Tijdens het interview heeft de beoordelingscommissie de gelegenheid om vragen te stellen, ook nieuwe vragen die nog niet door de referenten zijn opgeworpen. Het consortium kan hier tijdens het interview in de discussie met de commissie op reageren. Op deze wijze wordt nader hoor- en wederhoor toegepast. Het interview is een belangrijk onderdeel van de beoordeling en kan leiden tot bijstelling van de beoordeling en de score van de aanvraag tot dan toe.

4.2.9 Vergadering van de beoordelingscommissie

De beoordelingscommissie maakt op basis van het beschikbare materiaal een eigen afweging. Hierbij geldt dat de referentenrapporten in belangrijke mate richtinggevend zijn voor de uiteindelijke beoordeling, maar niet per se onverkort worden overgenomen door de beoordelingscommissie. Decommissie weegt de argumenten van de referenten (ook onderling) en bekijkt of in het weerwoord een goede reactie is geformuleerd op de kritische opmerkingen uit de referentenrapporten. De commissie heeft bovendien, anders dan de referenten, zicht op de kwaliteit van de overige ingediende aanvragen en weerwoorden. Dit brengt met zich mee dat de commissie tot een andere beoordeling kan komen dan de referenten.

De commissie stelt naar aanleiding van de bespreking van de aanvragen tijdens de beoordelingsvergadering een schriftelijk advies op aan de raad van bestuur van NWO over de kwaliteit en prioritering van de aanvragen. Dit advies baseert zij op de beoordelingscriteria. De aanvraag als geheel moet tenminste de kwalificatie ’zeer goed’ krijgen om in aanmerking te komen voor de subsidie. Daarnaast moet de aanvraag tevens op elk van de afzonderlijke beoordelingscriteria tenminste een score van 4,0 (of beter) krijgen.

Scorebereik

Kwalificatie

1.0–1.4

Excellent

1.5–3.4

Zeer goed

3.5–5.4

Goed

5.5–9.0

Ontoereikend

Voor meer informatie over de kwalificaties zie Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO.

Als na de bespreking van de aanvragen blijkt dat twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen totaalscore niet van elkaar te onderscheiden zijn, dan is er sprake van een ex aequo-situatie (zie paragraaf 4.2.14).

4.2.10 Ex aequo

Onder ex aequo verstaat NWO de situatie waarin twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen score niet van elkaar te onderscheiden zijn. Een ex aequo situatie is relevant rondom de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Of er sprake is van een ex aequo situatie wordt als volgt bepaald.

Het uitgangspunt is de door de beoordelingscommissie opgestelde prioritering, met eindscores afgerond op twee decimalen. De referentiescore is de score van de laagst geprioriteerde aanvraag binnen de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Alle aanvragen met een score die 0,05 of minder van de referentiescore afliggen, worden in overweging genomen. Zo worden de aanvragen

geselecteerd die binnen 0,10 gelijk zijn. Indien een ex aequo situatie zich voordoet op de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens, dan worden de scores voor criterium 1 en 2 (zie paragraaf 4.3.1) bij elkaar opgeteld. De aanvraag met de laagste som van de scores voor criterium 1 en 2 wordt als hoogste geprioriteerd. Als ook dan aanvragen gelijk eindigen bepaalt de beoordelingscommissie met behulp van een (anonieme) meerderheidsstemming de prioritering (conform artikel 2.2.6, lid 5, sub a, onderdeel iv van de NWO Subsidieregeling). Als ook stemming geen uitsluitsel biedt, of niet gewenst is, wordt de ex aequo situatie doorgestuurd naar de raad van bestuur van NWO.

4.2.11 Besluitvorming

Tot slot toetst de raad van bestuur van NWO de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. Vervolgens stelt de raad van bestuur de definitieve kwalificaties vast en besluit over toe- en afwijzing van de aanvragen.

4.2.12 Tijdpad

Hieronder treft u het tijdpad aan voor deze Call for proposals. Het kan zijn dat NWO het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure nog aanpassingen in het tijdpad van deze Call for proposals aan te brengen. Uiteraard ontvangt u hierover op tijd bericht.

Initiatieven

15 april 2025 voor 14:00:00 CEST

Deadline initiatieven

Aanvragen

14 oktober 2025 voor 14:00:00 CEST

Deadline aanvragen

November 2025

Raadplegen referenten

Januari 2026

Aanvragers kunnen een weerwoord indienen

Maart 2026

Interviewselectie en Interviews

Maart 2026

Vergadering beoordelingscommissie

April 2026

Besluit bestuur

4.3 Criteria

4.3.1 Inhoudelijke beoordelingscriteria

De aanvragen die binnen deze Call for proposals worden ingediend worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

  • 1. Probleemstelling en -analyse en strategisch belang

  • 2. Verwachte impact en route naar impact

  • 3. Kwaliteit van het consortium

  • 4. Kwaliteit van het onderzoek

De vier beoordelingscriteria hebben een gelijke weging van 25%.

Binnen de vier beoordelingscriteria voor aanvragen worden de volgende aspecten onderscheiden:

  • 1. Probleemstelling en -analyse en strategisch belang

    • Helder geformuleerde probleemstelling en resulterende kennisvragen, logisch gerelateerd en bijdragend aan de doelstelling van de Call for proposals.

    • Maatschappelijke en wetenschappelijke urgentie en relevantie van de probleemstelling.

    • Het interdisciplinaire karakter van de gedefinieerde probleemstelling en de kennisvragen is helder geformuleerd; of, indien interdisciplinariteit niet nodig zou zijn bij het geadresseerde probleem, dan is dit overtuigend geformuleerd.

    • Motivatie voor de voor het LTP kenmerkende samenwerkingsvorm tussen wetenschap, private en publieke partijen en de beoogde oplossingsrichting voor het geïdentificeerde probleem.

  • 2. Verwachte impact en route naar impact

    • De beoogde wetenschappelijke en maatschappelijke impact is helder gedefinieerd en volgt logisch uit het/de geïdentificeerde probleem of vraag. Er is voldoende aandacht voor de belangrijkste risico’s op ongewenste maatschappelijke impact en de voorgenomen maatregelen om dit te voorkomen of mitigeren en de kans op gewenste impact te vergroten.

    • De Impact pathway beschrijft een heldere route richting de maatschappelijke, inclusief economische, impact, inclusief de rol van de betrokken partijen. Indien interdisciplinariteit niet nodig zou zijn om de beoogde impact te kunnen realiseren, dan is dit overtuigend geformuleerd.

    • Passende strategische activiteiten ten behoeve van het bereiken van de impact, zoals stakeholder engagement, communicatie, monitoring en evaluatie en capaciteitsontwikkeling, en inzet en gebruik van Human Capital.

  • 3. Kwaliteit van het consortium

    • Samenstelling van het consortium sluit logisch aan bij het beoogde project: passende wetenschappelijke disciplines, betrokkenheid van alle relevante partijen.

    • Complementariteit van de partijen in het consortium voor wat betreft benodigde kennis, vaardigheden en expertise voor de begeleiding en uitvoering van het project.

    • Actieve betrokkenheid van de partijen in het consortium bij de ontwikkeling van het project (co- design), vanaf de articulatie van de probleemstelling en de kennisvragen, en bij de uitvoering (co- creatie).

    • Heldere taak- en rolverdeling binnen het consortium bij regie over en uitvoering van het onderzoek en de governance.

    • Reflecties op de intentie en haalbaarheid van medefinanciering in de tweede periode van vijf jaar en continuering na tienjarige financiering door de betrokken consortiumpartners.

  • 4. Kwaliteit van het onderzoek

    • De wetenschappelijke vraagstelling volgt logisch uit de probleemanalyse en is origineel en vernieuwend voor de betrokken disciplines.

    • De voorgestelde aanpak en methodologie zijn geschikt om de concreet geformuleerde doelstellingen te behalen en de vraagstelling te beantwoorden.

    • Het geïntegreerde karakter van het onderzoek: een effectieve strategie om de kennis en expertise van de onderzoekers en consortiumpartijen te integreren in het onderzoek.

    • Opzet van het voorgestelde onderzoeksplan: helder omschreven werkpakketten in logische samenhang; passende, goed gemotiveerde, begroting; risicoanalyse en zo nodig een back-up plan.

    • Overtuigende reflecties met betrekking tot de tienjarige looptijd van het onderzoeksproject, de samenhang tussen de begroting van het onderzoeksproject en het LTP en verdeling van middelen over de periodes van de eerste vijf jaar en de tweede vijf jaar.

    • Een plan van aanpak om het LTP in tien jaar tot zelfstandigheid te brengen en daar ook gedurende de looptijd van het langetermijnprogramma naartoe te werken.

5 Subsidieverplichtingen

In dit hoofdstuk worden de verschillende subsidieverplichtingen toegelicht die – in aanvulling op de in paragraaf 3.5 genoemde subsidievoorwaarden – van toepassing zijn na toewijzing.

5.1.1 Inhoudelijke monitoring

Monitoring

Tijdens de looptijd van dit programma organiseert NWO mogelijk programmabijeenkomsten. Alle projecten binnen dit Call-thema zullen worden uitgenodigd om hieraan deel te nemen.

Verantwoording tijdens het project

Gedurende het project zal de hoofdaanvrager verantwoordelijk zijn voor jaarlijkse inhoudelijke en financiële rapportages over het project. NWO kan met het oog op monitoring van de voortgang van het project tussentijds inhoudelijk en financiële rapportages opvragen. Meer informatie hierover volgt in de toewijzingsbrief.

Voortzetting met tussentijdse evaluatie (vier jaar na start project):

Vier jaar na de start van het project dient het samenwerkingsverband een verzoek tot voortzetting in bij NWO ten aanzien van de tweede vijf jaar van het LTP. U ontvangt vervolgens van NWO de documenten voor het aanleveren van een inhoudelijk tussentijdsverslag en financieel tussentijdsverslag, inclusief instructies.

Bij de voortzetting verwacht NWO van u:

  • een inhoudelijke rapportage waarin u verslag geeft van de ontplooide activiteiten en bereikte resultaten van de eerste periode van de voorgaande vier jaren;

  • een financieel tussentijdsverslag: financiële verantwoording dan wel accountantsverklaring van de eerste periode van de voorgaande vier jaren en de verwachtingen in het vijfde jaar; in het financieel tussentijdsverslag moeten alle bijdragen, publiek en privaat worden verantwoord;

  • een projectplan voor de tweede periode van vijf jaar: gedetailleerd werkplan voor de tweede periode van vijf jaar, gebruikmakend van het daarvoor door NWO beschikbaar gestelde template;

  • een projectbegroting voor de tweede periode van vijf jaar: gedetailleerde begroting voor de tweede periode van vijf jaar, gebruikmakend van het daarvoor door NWO beschikbaar gestelde budgetformulier. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de geldende tarieven op de verwachtte toewijzingsdatum (die naar verwachting vijf jaar na de startdatum zal liggen). Zo nodig dient er een budgetreservering opgenomen te worden om de indexering van salarissen tussen indiendatum van deze bescheiden en de toewijzingsdatum te bekostigen. Ook dient de medefinanciering voor deze periode te worden bevestigd door de betreffende consortiumpartners.

De beoordeling van uw verzoek tot voortzetting zal plaatsvinden door een onafhankelijke evaluatiecommissie. Deze commissie beoordeelt uw verzoek tot voortzetting aan de hand van de beoordelingscriteria die gelden voor deze Call for proposals. Uw verzoek tot voortzetting moet door de commissie als geheel tenminste beoordeeld worden met de kwalificatie ‘zeer goed’ om in aanmerking te komen voor continuering van de financiering. De commissie stelt naar aanleiding van de beoordeling een schriftelijk advies op aan de raad van bestuur van NWO. Op basis van het advies van de evaluatiecommissie wordt door de raad van bestuur van NWO een besluit genomen over continuering van de financiering.

Conform art. 3.3.1, lid 4, van de NWO Subsidieregeling geldt voor de financiële verslagen: Als de organisatie van de hoofdaanvrager als begunstigde van de NWO subsidie onder het OCW- accountantsprotocol valt, dan kan er worden volstaan met een financieel tussentijds dan wel eindverslag ondertekend door de hoofdaanvrager van het project en het hoofd van de financiële afdeling van de organisatie van de hoofdaanvrager. Indien bij de begunstigde instelling het OCW- accountantsprotocol niet wordt toegepast dan dient de organisatie van de hoofdaanvrager een accountantsverklaring te overleggen, waaruit blijkt dat de middelen gedurende looptijd, conform plan en conform LTP-regels rechtmatig zijn besteed.

Afsluiting van een project

Bij afronding van een project zullen inhoudelijke en financiële eindrapportages worden opgevraagd. Daarna wordt de hoogte van de subsidie vastgesteld door NWO.

5.1.2 Datamanagement

Na toewijzing van een aanvraag dient de aanvrager de datamanagementparagraaf uit te werken tot een datamanagementplan. Aanvragers kunnen hierbij gebruik maken van het advies van de referenten en commissie. De aanvrager beschrijft in het plan of gebruik gemaakt wordt van bestaande data of dat het om een nieuwe dataverzameling gaat en hoe de dataverzameling dan FAIR: vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar gemaakt wordt. Het datamanagementplan dient voor indiening te zijn afgestemd met een data steward of vergelijkbare functionaris van de onderzoeksorganisatie waar het project wordt uitgevoerd. Uiterlijk vier maanden na toewijzing van de aanvraag moet dat plan via ISAAC zijn ingediend bij NWO. NWO beoordeelt het plan zo snel mogelijk. Goedkeuring van het datamanagementplan door NWO is voorwaarde voor de subsidieverlening. Het plan kan tijdens het onderzoek worden bijgesteld.

Meer informatie over het datamanagementprotocol van NWO staat op: Research datamanagement | NWO.

5.1.3 Intellectueel eigendom en consortiumovereenkomst

Met betrekking tot de intellectuele eigendom (IE) geldt het NWO IE-beleid. Het NWO IE-beleid is te vinden in hoofdstuk 4 van de NWO Subsidieregeling.

Aanvragers moeten een door NWO gefinancierd project uitvoeren in de tijd dat ze voor de onderzoeksorganisatie werken. Indien een aanvrager of een door NWO gefinancierde onderzoeker bij meerdere werkgevers is aangesteld, dient de andere werkgever ten behoeve van de aanvrager afstand te doen van eventuele IE-rechten die uit het project voortvloeien.

NWO streeft na dat onderzoeksresultaten toepassing kunnen vinden bij de partners die bij het project zijn betrokken. NWO beoogt enerzijds dat de onderzoeksresultaten van door haar gefinancierde projecten publiek toegankelijk zijn, en anderzijds dat de verdere ontwikkeling van de onderzoeksresultaten wordt gestimuleerd door partijen de mogelijkheid te bieden om deze te exploiteren. Daarbij kan het wenselijk zijn om intellectuele eigendomsrechten over te dragen of een licentie te verlenen aan (een van) de bij het project betrokken private partijen. Het uitgangspunt is dat alle onderzoeksresultaten kunnen worden gepubliceerd met inachtneming van afspraken over publicatieprocedures.

Het afsluiten van een consortiumovereenkomst na toewijzing van de aanvraag is één van de voorwaarden voor de start van het project. In deze overeenkomst worden afspraken gemaakt over intellectueel eigendom en publicatie, kennisoverdracht, geheimhouding, betalingen van cofinanciering en voortgangs- en eindverslagen en de rol en werkwijze van de gebruikerscommissie (zie ook paragraaf 5.1.5). Uploaden in ISAAC is noodzakelijk voordat een project kan starten.

De regie om tot de consortiumovereenkomst te komen ligt bij de aanvrager. NWO ondertekent de overeenkomst zelf niet. De modelovereenkomst die NWO beschikbaar stelt op de financieringspagina dient hiervoor gebruikt te worden. Deze modelovereenkomst is opgesteld conform de NWO Subsidieregeling.

Partijen hebben de mogelijkheid om te kiezen voor de standaardtekst van NWO in de modelovereenkomst, maar zij hebben ook de mogelijkheid om op de onderdelen IE en publicatieprocedure eigen afspraken te maken of reeds bestaande afspraken toe te passen. De model consortiumovereenkomst voorziet hierin.

5.1.4 Maatschappelijk verantwoord licentiëren

Uit het project kan kennis voortkomen die geschikt is voor toepassing in de maatschappij. Bij het aangaan van afspraken over licentie- en/of overdracht van onder deze Call for proposals ontwikkelde onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de tien principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, zoals opgenomen in het NFU rapport “Tien principes voor Maatschappelijk Verantwoord Licentiëren | NFU ”.

5.1.5 Commissies

Adviserend orgaan

Voor ieder LTP dient een adviserend orgaan te worden ingesteld dat op strategisch niveau adviseert over het LTP. Dit kan betrekking hebben op zowel de wetenschappelijke strategie en voortgang als op de samenwerking, (internationale) aansluiting en andere onderwerpen. Afhankelijk van eventueel reeds bestaande structuren kan dit orgaan ingesteld worden als adviescommissie, raad van toezicht, of anderszins. Deze commissie wordt bij voorkeur samengesteld uit deskundigen die niet bij het LTP betrokken zijn. In de aanvraag moet worden aangegeven wie in deze commissie plaatsnemen.

Na een eventueel positief besluit over honorering van het LTP zal NWO een medewerker afvaardigen die als toehoorder van het adviserend orgaan zal optreden.

LTP-programmacommissie

Voor het LTP wordt een programmacommissie ingesteld die verantwoordelijk is voor het management van het LTP en de onderlinge samenhang en integratie van de verschillende werkpakketten. De programmacommissie is verantwoordelijk voor de operationele aansturing en het afstemmen van de strategie en aanverwante zaken met het adviserend orgaan. Bij het indienen van de aanvraag moet worden aangegeven hoe de LTP-programmacommissie zodanig wordt ingericht dat integratie van de verschillende activiteiten van het LTP bereikt wordt. Een NWO medewerker neemt als toehoorder deel aan deze commissie.

Gebruikerscommissie

Het wordt aangeraden om gebruikerscommissies in te stellen voor werkpakketten (WP) of combinaties van onderzoeksprojecten binnen het LTP. In een gebruikerscommissie vormen alle relevante betrokken partijen een netwerk dat zorg draagt voor de reflectie op het verloop van het project met daarbij in het bijzonder ook aandacht voor de beoogde impact. Dat wil zeggen, de bijdragen van de WP’s of het project aan de beoogde impact, voortgang op de route naar impact en eventuele bijstelling van het impact plan waar nodig. Ook heeft de gebruikerscommissie een brugfunctie, waarbij zij oog heeft voor de aansluiting van de ontwikkelde kennis bij de behoeften van de praktijk en mogelijkheden voor valorisatie exploreert. De aanvragers bepalen zelf voor welke werkpakketten of (combinaties van) projecten gebruikerscommissies gewenst zijn. Deze gebruikerscommissies hebben tot doel om de publiek-private samenwerking in ieder werkpakket te stimuleren. Bij de aanvraag moet duidelijk aangegeven worden welke gebruikerscommissie(s) worden ingesteld en wie daarin plaats zullen nemen.

5.1.6 Open Access

NWO heeft de Berlin Declaration (2003) ondertekend en is lid van cOAlitie S (2018) en zet zich in om de resultaten van wetenschappelijk onderzoek dat door NWO gefinancierd wordt vrij toegankelijk te maken via internet (Open Access). Daarmee geeft NWO invulling aan het beleid van de Nederlandse regering om al het publiek gefinancierde onderzoek Open Access beschikbaar te maken.

Wetenschappelijke publicaties van onderzoek dat is gefinancierd op basis van toewijzingen voortvloeiend uit deze Call for proposals dienen daarom Open Access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access.

Wetenschappelijke artikelen

Voor wetenschappelijke artikelen geldt dat zij direct op het moment van publicatie (zonder embargo) Open Access beschikbaar gesteld moeten worden via één van de volgende routes:

  • publicatie in een volledig open access tijdschrift of platform dat is geregistreerd in de DOAJ;

  • publicatie in een abonnementstijdschrift en het deponeren van tenminste de auteursversie van het artikel in een Open Access repository die is geregistreerd in OpenDOAR;

  • publicatie in een tijdschrift waarvoor een transformatieve Open Access overeenkomst beschikbaar is tussen de UNL en een uitgever. Zie daarover: Home | Open Access.

Boeken

Voor boeken, boekhoofdstukken en bundels gelden afwijkende voorwaarden. Zie daarover de Beleidsregel Open Access op Open Science | NWO.

CC BY licentie

Met het oog op een optimale verspreiding van publicaties moet tenminste een Creative Commons (CC BY) licentie worden toegepast. Bij de aanwezigheid van zwaarwegende belangen kan de auteur verzoeken om te publiceren onder toepassing van een CC BY-ND licentie. Voor boeken, bundels en boekhoofdstukken staat de keuze van een CC BY licentie vrij.

Kosten

Eventuele kosten voor publiceren in volledig Open Access tijdschriften kunnen worden begroot in de projectbegroting door gebruikmaking van de budgetmodule ‘materieel’. Kosten voor publicaties in hybride tijdschriften komen niet in aanmerking voor vergoeding door NWO. Voor Open Access boeken kan een beroep gedaan worden op het aparte NWO Open Access boekenfonds.

Voor een nadere toelichting op het Open Access beleid van NWO zie: Open Science | NWO.

6 Contact en overige informatie

6.1 Contact

6.1.1 Inhoudelijke vragen

Voor inhoudelijke vragen over deze Call for proposals neemt u contact op met:

Maxime Verbeij

Tel.: 070 349 4105

E-mail: kic-strategie@nwo.nl

Hesham Alghiwi

Tel.: 070 349 4639

E-mail: kic-strategie@nwo.nl

6.1.2 Technische vragen over het elektronisch aanvraagsysteem ISAAC

Bij technische vragen over het gebruik van ISAAC kunt u contact opnemen met de ISAAC-helpdesk.

Raadpleeg eerst de handleiding voordat u de helpdesk om advies vraagt. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600.

U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.

6.2 Overige informatie

NWO verwerkt persoonsgegevens die zij in het kader van deze ronde ontvangt conform de NWO privacyverklaring, Privacyverklaring | NWO.

NWO kan aanvragers mogelijk benaderen voor een evaluatie van de procedure en/of het onderzoeksprogramma.

7 Bijlagen

7.1 Budgetmodules en tarieven

7.1.1 Personeel

Promovendus

Een promovendus wordt 48 maanden voor 1,0 fte aangesteld bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, umc of onderzoeksorganisatie zoals genoemd in artikel 1.1 van de NWO Subsidieregeling. Het equivalent van 48 voltijdsmaanden, bijvoorbeeld een aanstelling van 60 maanden voor 0,8 fte, is ook mogelijk. Het is in bijzondere situaties mogelijk om een kortere aanstellingsduur aan te vragen. Dit moet goed worden gemotiveerd. Hierover wordt geoordeeld door de beoordelingscommissie. Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een promovendus die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.

Gebruik de tarieven van een promovendus in de salaristabellen van UNL en NFU. Voor iedere promovendus is een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar ter stimulering van de wetenschappelijke carrière.

Engineering Doctorate

Een Engineering Doctorate (EngD) wordt ten hoogste 24 maanden voor 1,0 fte aangesteld. De EngD is in dienst van de aanvragende instelling en kan voor bepaalde tijd werkzaamheden binnen het onderzoek bij een industriële partner uitvoeren.

Financiering voor de aanstelling van een EngD kan alleen worden aangevraagd als er ook financiering voor een promovendus of postdoc wordt aangevraagd. Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een EngD die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.

Gebruik de tarieven van een promovendus in de salaristabellen van UNL en NFU. Voor iedere EngD is een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar ter stimulering van de wetenschappelijke carrière.

Postdoc

Een postdoc wordt aangesteld bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, umc of onderzoeksorganisatie zoals genoemd in paragraaf 3.1.

Gebruik de tarieven van een senior wetenschappelijk medewerker in de salaristabellen van UNL en de tarieven van een postdoc bij een umc in de salaristabellen van NFU.

Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een postdoc die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.

Alleen een postdoc positie met een aanstelling van ten minste 12 maanden voor 0,5 fte kwalificeert als een aanstelling waarvoor een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar staat ter stimulering van de wetenschappelijke carrière.

Arts-onderzoeker

Financiering kan worden aangevraagd voor de aanstelling van een basisarts of arts-assistent als arts- onderzoeker voor de uitvoering van wetenschappelijk geneeskundig onderzoek aan een umc. Een arts- onderzoeker wordt minimaal 36 en maximaal 48 maanden voor 1,0 fte aangesteld. Het equivalent van 36 of 48 voltijdsmaanden, bijvoorbeeld een aanstelling van 48 of 60 maanden voor 0,8 fte, is ook mogelijk. Het is in bijzondere situaties mogelijk om een kortere aanstellingsduur aan te vragen. Dit moet goed worden gemotiveerd. Hierover wordt geoordeeld door de beoordelingscommissie

Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een arts-onderzoeker die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.

Gebruik de tarieven van (arts-)onderzoeker in de salaristabellen van NFU. Voor iedere arts- onderzoeker is een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar ter stimulering van de wetenschappelijke carrière.

Niet-wetenschappelijk personeel

Financiering kan worden aangevraagd voor niet-wetenschappelijk personeel (NWP) dat nodig is voor de uitvoering van het project. Het kan bijvoorbeeld gaan om programmeurs, technisch assistenten, analisten of projectleiders. De inzet van NWP moet worden beschreven in de aanvraag.

De duur van de aanstelling is niet langer dan de looptijd van het door NWO gefinancierde project.

Afhankelijk van het functieniveau wordt gekozen uit de salaristabellen van het UNL of NFU voor NWP- mbo, NWP-hbo en NWP-academisch. Voor NWP is geen persoonsgebonden benchfee beschikbaar.

Vervanging van de aanvrager

Met deze budgetmodule kan financiering worden aangevraagd voor de kosten van de te vervangen hoofd- en/of medeaanvrager(s). Hiermee kan de werkgever van de betreffende aanvrager de kosten dekken om die vrij te stellen van onderwijs-, begeleidings-, bestuurs- of beheertaken (niet van onderzoekstaken). De aanvrager mag de tijd die vrijkomt door vervanging alleen inzetten voor werkzaamheden voor het project. In de aanvraag moet beschreven worden welke werkzaamheden in het kader van het project de aanvrager(s) in de vrijgestelde tijd zullen verrichten.

NWO financiert de vervanging op basis van de op het moment van de op de besluitdatum geldende salaristabellen voor een senior wetenschappelijk medewerker (UNL) of postdoc (NFU).

Personeel van hogescholen

Financiering kan worden aangevraagd voor personeel van hogescholen. De tarieven worden bepaald aan de hand van de Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’. De salarisschaal van de aangevraagde functie bepaalt het tarief uit de HOT-tabel.

Voor organisaties die niet de cao rijksoverheid of vergelijkbaar gebruiken (zoals de cao’s van hbo, mbo, vo en lagere overheden), gelden de volgende salarisschalen uit de HOT: Projectondersteuner: schaal 6. Junior (onderzoeker): schaal 10. Medior (onderzoeker): schaal 12. Senior (onderzoeker): schaal 13. Directeur: schaal 16.

Studenten

In het onderzoek kunnen studenten worden ingezet. Indien de studenten bijdragen als onderdeel van hun curriculum, geldt het tarief volgens de gebruikelijke stagevergoeding van de universiteit of hogeschool.

Indien de studenten als bijbaan naast hun studie als student-assistent bijdragen, geldt het tarief volgens HOT-tabel 2 schaal 1.

Wetenschappelijk personeel bij een onderzoeksorganisatie in het buitenland

Financiering kan worden aangevraagd voor loonkosten van personeel aan een buitenlandse onderzoeksorganisatie dat een bijdrage levert aan het project. De buitenlandse onderzoeksorganisatie moet voldoen aan de definitie van onderzoeksorganisatie van artikel 5.1 sub p van de NWO Subsidieregeling.

Onderbouw overtuigend hoe de onderzoeker van de buitenlandse onderzoeksorganisatie specifieke expertise aan het project bijdraagt die in Nederland niet beschikbaar is op het niveau dat voor het project noodzakelijk is. De beoordelingscommissie beoordeelt deze onderbouwing als onderdeel van het criterium ‘Kwaliteit van het onderzoek’. Deze onderbouwing is niet nodig wanneer NWO een bilaterale overeenkomst omtrent Money follows cooperation heeft gesloten met de nationale onderzoeksfinancier van het land waar de buitenlandse onderzoeksorganisatie zich bevindt. Op de NWO-website staat met welke onderzoeksfinanciers NWO een dergelijke overeenkomst heeft gesloten. NWO verstrekt geen subsidie aan medeaanvragers in het buitenland die vallen onder toepasselijke sanctiewetgeving.

De hoofdaanvrager ontvangt de subsidie en is verantwoordelijk voor het overmaken van subsidiemiddelen aan de buitenlandse onderzoeksorganisatie van de medeaanvrager en voor de financiële verantwoording van de besteding van het buitenlandse deel van de subsidie. Het wisselkoersrisico ligt bij de aanvrager. Baten of lasten door wisselkoersen zijn niet subsidiabel.

Gebruik de UNL-tarieven gecorrigeerd voor de landencorrectiecoëfficiënten. Deze tarieven zijn maxima. Er is geen persoonsgebonden benchfee beschikbaar.

Als binnen deze budgetmodule meer dan € 125.000 per organisatie wordt aangevraagd, dan is een controleverklaring nodig bij de financiële eindverantwoording.

7.1.2 Materieel

Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke kosten met betrekking tot onder meer verbruiksgoederen, inkoop van diensten, materialen, kleine instrumenten, toegang tot (inter)nationale faciliteiten, software en onderzoeksmiddelen die na gebruik geen economische waarde meer hebben. Reis- en verblijfkosten (nationaal en internationaal) voor alle mensen die aan het project werken incl. buitenlandse gastonderzoekers, kosten voor de organisatie van (internationale) workshops en symposia, kosten voor datamanagement, publicaties, en kosten in het kader van citizen science vallen eveneens onder deze module.

Reiskosten (nationaal en internationaal) worden alleen vergoed op basis van tweede klasse/economy class tarieven. Voor publicaties gelden de bepalingen in de paragraaf 5.1.5 Open access. Kosten voor een controleverklaring kunnen alleen worden opgevoerd voor instellingen die niet onderworpen zijn aan het onderwijsaccountantsprotocol van OCW voor maximaal € 5.000 per controleverklaring.

Het is niet toegestaan om kosten op te voeren voor:

  • organisatie-infrastructuur en overhead, waaronder een volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening en thuiswerkvergoeding

  • het gebruik en onderhoud van in eigen beheer ontwikkelde wetenschappelijke infrastructuur.

  • reguliere onderwijsactiviteiten

  • leden van de commissie (zie paragraaf X)

7.1.3 Investeringen

Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke middelen ten behoeve van onderzoek of kosten met betrekking tot bouw of doorontwikkeling van wetenschappelijke infrastructuur die na afronding van het project economische waarde behouden, dan wel kunnen worden hergebruikt. De begunstigde verwerft na afloop van het project het eigendom over deze onderzoeksmiddelen. Indien de begunstigde winst realiseert uit het economisch eigendom van deze onderzoeksmiddelen, dan moeten deze winsten worden geïnvesteerd in primaire activiteiten van de begunstigde zoals bedoeld in artikel 3.1.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling. Het gaat om de aanschaf van apparatuur met restwaarde voor de uitvoering van onderzoek en om investeringen in de opbouw of (verdere) ontwikkeling van wetenschappelijke infrastructuur. Loonkosten als onderdeel van de investering zijn op te voeren als personele kosten.

Indien apparatuur niet tijdens de volledige levensduur daarvan voor het voorgestelde project wordt gebruikt, komen alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het voorgestelde project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, voor subsidiëring in aanmerking.

De kosten voor investeringen dienen in de aanvraag adequaat gespecificeerd en gemotiveerd te worden.

Subsidiabel zijn:

  • kosten voor investeringen in wetenschappelijke apparatuur;

  • kosten voor investeringen in datasets;

  • loonkosten voor medewerkers met essentiële technische expertise noodzakelijk voor de ontwikkeling of bouw van een investering.

Niet-subsidiabel zijn:

  • kosten voor infrastructurele voorzieningen die tot de gebruikelijke infrastructuur gerekend kunnen worden volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening, thuiswerkvergoeding);

  • dataverzamelingen en eventuele bijbehorende software en bibliografieën die reeds op andere wijze beschikbaar zijn;

  • overige personeelskosten, waaronder personeelskosten voor de exploitatie en het uitvoeren van onderzoek met de faciliteit;

  • kosten voor onderhoud en gebruik van de apparatuur op een project. De kosten voor het gebruik van apparatuur op een project kunnen via het materieel budget aangevraagd worden.

7.1.4 Kennisbenutting

Het aangevraagde budget dient in de aanvraag adequaat gespecificeerd te worden. Gebruik voor de bepaling van de tarieven de bepalingen van Personeel en Materieel.

Het is verplicht om bij het opstellen van een aanvraag gebruik te maken van deze module en minimaal 5%, en maximaal 20% van het subsidiebedrag in te zetten.

In de projectbegroting staan binnen deze module in ieder geval kosten voor de volgende activiteiten:

  • Specifieke activiteiten om kennisbenutting naar (intermediaire) partijen die niet in het project gefinancierd worden, zoals bijvoorbeeld kennisplatforms, te bevorderen. Deze activiteiten omvatten onder andere gezamenlijke leeractiviteiten, trainingen en communicatie-activiteiten.

  • Belanghebbenden (‘stakeholders’) betrekken: activiteiten georganiseerd door het consortium gericht op het betrekken van stakeholders, zoals consultatie workshops, expert meetings, ronde tafel bijeenkomsten e.d.

  • Communicatie: activiteiten georganiseerd door het consortium zoals (internationale) learning events, ontwikkeling van video’s, blogs, nieuwsbrieven en andere media uitingen. Het inhuren van communicatie expertise kan hier ook onder vallen.

  • Ontwikkeling van vaardigheden: Activiteiten gericht op het ontwikkelen van vaardigheden die verder gaan dan de niveaus van de individuele studenten, promovendi of postdocs, zoals het ontwikkelen van cursussen voor stakeholders of masterstudenten.

  • Monitoring en evaluatiemomenten waarin kennisbenutting onderwerp van discussie is: zoals bijvoorbeeld de tussentijdse evaluaties en de bijeenkomsten van commissies.

7.1.5 Projectmanagement

De budgetmodule Projectmanagement geeft de mogelijkheid om een post voor projectmanagement aan te vragen tot maximaal 5% van het subsidiebedrag. Deze post kan uitsluitend activiteiten betreffen die zuiver ondersteunend zijn aan het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd. De aanvrager moet deze post adequaat motiveren.

Onder projectmanagement wordt onder andere verstaan het optimaal vormgeven van de organisatiestructuur van het consortium, ondersteuning van het consortium en de hoofdaanvrager, het bewaken van de samenhang, voortgang en eenheid van het project, en de afstemming tussen de deelprojecten binnen het project. Deze taken mogen ook door externe partijen worden uitgevoerd voor zover niet beschikbaar op de onderzoeksorganisatie van de hoofd- en/of medeaanvrager(s).

Onderzoeksorganisaties dienen bij de offerteprocedure tot het selecteren van een derde partij rekening te houden met de inkoopregels van de overheid en waar nodig een Europese aanbestedingsprocedure te volgen. De werkzaamheden van de hoofdaanvrager en medeaanvragers zelf in het kader van het project(management) mogen niet bekostigd worden uit deze budgetmodule.

Het voor projectmanagement aan te vragen budget kan bestaan uit materiële- of uitvoeringskosten en personele kosten. Voor personele kosten kan een maximaal tarief van € 121 per uur worden opgevoerd. Het uurtarief van het aan te stellen personeel dient te zijn gebaseerd op een kostendekkend tarief en wordt berekend op basis van het gehanteerde standaard productief aantal uur van de organisatie. Het kostendekkend tarief omvat:

  • (gemiddeld) brutoloon behorende bij de functie van de medewerker die zal bijdragen aan het project (op basis van de cao-inschaling van de betreffende medewerker);

  • vakantiegeld en 13e maand (indien van toepassing in de geldende cao) naar rato van de inzet in fte;

  • sociale lasten;

  • pensioenlasten;

  • overhead.

Het is toegestaan om taken in het kader van projectmanagement door externe partijen te laten uitvoeren, maar het deel van (commerciële) uurtarieven dat voornoemde tarieven overschrijdt, is niet subsidiabel en kan derhalve niet worden opgenomen in de begroting.


X Noot
1

NWO definitie van maatschappelijke impact: culturele, economische, industriële, ecologische of sociale veranderingen die (mede) het gevolg zijn van door onderzoek gegenereerde kennis en kunde.

X Noot
2

Bij interdisciplinaire samenwerking binnen het KIC gaat het bij om samenwerking tussen onderzoekers uit meerdere

wetenschappelijke disciplines en/of praktijkgerichte domeinen over de grenzen van wetenschapsgebieden – alfa, bèta of gamma –

heen. De samenwerking is passend bij (de beoogde impact van) het voorgestelde onderzoek. Indien interdisciplinaire samenwerking niet nodig zou zijn om de beoogde impact te realiseren, moet dat overtuigend geformuleerd en onderbouwd worden in de aanvraag.

X Noot
3

Ter illustratie: bij organisatie X zijn drie personen die een initiatief hebben aangemeld. Maar NWO hanteert de voorwaarde dat er van iedere organisatie maximaal door twee personen als hoofdaanvrager een subsidieaanvraag ingediend kan worden. Dus één van de drie potentiele subsidieaanvragen kan niet door een persoon werkzaam bij organisatie X als hoofdaanvrager worden ingediend.

X Noot
4

Met ‘individueel’ verwijst NWO naar een persoon die in de hoedanigheid als hoofdaanvrager optreedt.

X Noot
5

Met ‘individueel’ verwijst NWO naar een persoon die in de hoedanigheid als medeaanvrager optreedt.

X Noot
6

Alle activiteiten die worden aangevraagd onder deze budgetmodule moeten passen binnen de definitie van "Activiteiten inzake kennisoverdracht" die door de Europese Commissie wordt gehanteerd in de Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (PbEU 2022, C 414).

Naar boven