Besluit tot wijziging van het Mandaat- en volmachtbesluit financieel directeur en afdelingshoofden bureau Raad voor de rechtspraak

De directeur van het Bureau van de Raad voor de rechtspraak,

Gelet op de artikelen 2 en 4 van het Mandaat- en volmachtsbesluit directeur bureau Raad voor de rechtspraak;

Besluit tot wijziging het mandaat- en volmachtbesluit financieel directeur en afdelingshoofden bureau Raad voor de rechtspraak zoals is gepubliceerd in de Staatscourant 2020, 1078.

Het nieuwe mandaat- en volmachtbesluit luidt als volgt:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

1. de Raad:

de Raad voor de rechtspraak, bedoeld in artikel 84 van de Wet op de rechterlijke organisatie;

2. de directeur:

de directeur bureau Raad voor de rechtspraak;

3. de financieel directeur:

de financieel directeur Raad voor de rechtspraak;

4. de afdelingshoofden:

de afdelingshoofden van de afdelingen Strategie, HRM & Organisatieontwikkeling, Communicatie, Bestuursondersteuning, Bedrijfsbureau, bureau BVA en Financiën.

Artikel 2

  • 1. De financieel directeur en de afdelingshoofden zijn bevoegd om namens de Raad besluiten te nemen en stukken af te doen op het taakveld van de afdeling waar zij leiding aan geven.

  • 2. De financieel directeur en de afdelingshoofden zijn bevoegd om namens de Staat der Nederlanden de privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten die nodig zijn voor het functioneren van de afdeling waar zij leiding aan geven.

  • 3. Tot de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en tweede lid, behoren in ieder geval:

    • a. het management op organisatorisch, personeel, financieel en materieel gebied;

    • b. het geven van leiding aan de rechtstreeks onder de financieel directeur en de afdelingshoofden ressorterende functionarissen.

Artikel 3

  • 1. De financieel directeur en de afdelingshoofden hebben de in artikel 2 en artikel 3 lid 2 bedoelde bevoegdheden niet indien bij of krachtens een wettelijk voorschrift anders is bepaald, indien de aard van de uit te oefenen bevoegdheid zich daartegen verzet of indien het uitoefenen van de bevoegdheid het nemen van een principiële beslissing in politiek of maatschappelijk gevoelige aangelegenheden met zich brengt.

  • 2. De financieel directeur en de afdelingshoofden zijn niet bevoegd privaatrechtelijke vorderingen kwijt te schelden of buiten invordering te stellen, met uitzondering van vorderingen op een medewerker van hun afdeling uit hoofde van diens dienstverband.

Artikel 4

  • 1. De uitoefening van bevoegdheden, toegekend bij of krachtens dit besluit, geschiedt overeenkomstig het jaarplan, de projectplannen en andere door de Raad of de directeur vastgestelde kaders en uitsluitend binnen de aan de financieel directeur en de afdelingshoofden toegekende deelbudgetten.

  • 2. De volmacht tot aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen is per handeling beperkt tot een bedrag van € 100.000 en een looptijd van maximaal 1 jaar. Deze beperking geldt niet voor de financieel directeur. Deze beperking geldt ook niet voor het aangaan van een arbeidsovereenkomst.

  • 3. De toekenning van een schadeloosstelling, kostenvergoeding of verlening van een geldelijke tegemoetkoming, in het geval de schadeloosstelling, kostenvergoeding of verlening van een geldelijke tegemoetkoming op jaarbasis meer dan € 20.000,– bedraagt en een overeenkomst in het kader van de beëindiging van een arbeidsovereenkomst met een ambtenaar als bedoeld in artikel 670b, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek behoeft de voorafgaande instemming van de directeur.

  • 4. De financieel directeur en de afdelingshoofden zijn niet bevoegd een arbeidsovereenkomst op te zeggen of een verzoek te doen aan de kantonrechter tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst.

Artikel 5

  • 1. De financieel directeur en de afdelingshoofden zijn, na instemming van de directeur, bevoegd tot het schriftelijk verlenen van ondermandaat en het schriftelijk verlenen van de aan hen verleende volmacht aan onder hen ressorterende functionarissen. De volmacht wordt opgenomen in het register volmachtverlening en is openbaar.

  • 2. De financieel directeur en de afdelingshoofden zijn bevoegd de Staat in rechte te vertegenwoordigen bij aangelegenheden betreffende de arbeidsovereenkomst van een medewerker van hun afdeling.

Artikel 6

  • 1. Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van de financieel directeur worden zijn bevoegdheden ingevolge dit besluit uitgeoefend door de directeur of, wanneer de directeur verhinderd is, door een ander afdelingshoofd.

  • 2. Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd worden zijn bevoegdheden ingevolge dit besluit uitgeoefend door de directeur of een ander afdelingshoofd.

Artikel 7

  • 1. De uitoefening van bevoegdheden ingevolge dit besluit geschiedt met inachtneming van de algemene en bijzondere aanwijzingen die door de directeur zijn gegeven.

  • 2. De financieel directeur en de afdelingshoofden leggen over de uitoefening van hun bevoegdheden ingevolge dit besluit, over de voortgang bij de tenuitvoerlegging van het jaarplan, de projectplannen en andere door de Raad of directeur vastgestelde kaders over de financiële stand van zaken periodiek verantwoording af aan de directeur. Zij verstrekken aan de Raad en de door deze aangewezen functionarissen alle gevraagde inlichtingen.

  • 3. De financieel directeur en de afdelingshoofden leggen mondeling of schriftelijk verantwoording af aan de directeur over de uitoefening van de aan hen verleende bevoegdheden.

Artikel 8

  • 1. Indien ingevolge dit besluit door de financieel directeur respectievelijk de afdelingshoofden respectievelijk functionarissen, bedoeld in artikel 5, besluiten worden genomen en stukken worden afgedaan, geschiedt de ondertekening als volgt:

    De Raad voor de rechtspraak,

    namens deze,

    (handtekening)

    (naam)

    De financieel directeur of afdelingshoofd respectievelijke afdeling of functie functionaris,

  • 2. Indien ingevolge dit besluit door de financieel directeur respectievelijk de afdelingshoofden respectievelijk functionarissen, bedoeld in artikel 5, schriftelijk een privaatrechtelijke rechtshandeling wordt verricht, geschiedt de ondertekening als volgt:

    De Staat der Nederlanden,

    namens deze,

    (handtekening)

    (naam)

    de financieel directeur of afdelingshoofd respectievelijke afdeling of functie functionaris,

  • 3. Indien de financieel directeur de bevoegdheden van de directeur uitoefent, worden bij de ondertekening de handtekening en de naam van de directeur vervangen door die van de financieel directeur en wordt de handtekening voorafgegaan door de vermelding: b/a.

Artikel 9

Het mandaat- en volmachtbesluit financieel directeur en afdelingshoofden bureau Raad voor de rechtspraak van 18 december 2019 en gepubliceerd in de Staatscourant op 3 januari 2020 (nr. 1078) wordt ingetrokken.

Artikel 10

  • 1. Dit besluit wordt geplaatst in de Staatscourant en treedt in werking op 1 januari 2025.

  • 2. Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaat- en volmachtbesluit financieel directeur en afdelingshoofden bureau Raad voor de rechtspraak.

’s-Gravenhage, 19 november 2024

De Raad voor de rechtspraak, namens deze, O.F.J. Welling directeur

Naar boven