Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat | Staatscourant 2024, 38098 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat | Staatscourant 2024, 38098 | ander besluit van algemene strekking |
(KetenID WGK027191)
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
Gelet op artikel 4, derde lid, van het Besluit BDU verkeer en vervoer;
Besluit:
Artikel 3 van de Uitvoeringsregeling en beleidsregel BDU verkeer en vervoer komt te luiden:
Het absolute aandeel bedraagt voor het uitkeringsjaar 2025 het bij de uitkeringsontvanger genoemde bedrag in onderstaande tabel:
|
Uitkeringsontvanger |
Bedrag |
|---|---|
|
Openbaar lichaam als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, onderdeel a, Besluit personenvervoer 2000 |
€ 101.284.037 |
|
Openbaar lichaam als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, onderdeel b, Besluit personenvervoer 2000 |
€ 107.120.268 |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat - Openbaar Vervoer en Milieu, C.A. Jansen
Het Rijk geeft elk jaar aan de Vervoerregio Amsterdam en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag een brede doeluitkering (BDU) voor de voorbereiding en de uitvoering van hun regionaal verkeer- en vervoerbeleid (artikel 3, eerste lid, Wet BDU verkeer en vervoer). De vervoerregio’s gebruiken dit geld voor regionaal openbaar vervoer en infrastructuur. De BDU bestaat uit twee delen: het percentuele aandeel en het absolute aandeel.
Het absolute aandeel van de BDU is bestemd voor de verkeers- en vervoerprojecten waarover de vervoerregio’s aparte afspraken hebben gemaakt met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Vanaf 2025 maken ook de op grond van de motie Bikker1 extra beschikbare middelen deel uit van het absolute aandeel. Deze middelen zijn bedoeld om de in 2024 voorziene prijsstijgingen in het regionaal openbaar vervoer structureel te voorkomen en de beschikbaarheid van het regionaal openbaar vervoer structureel te verbeteren. Het absolute aandeel is daardoor hoger dan in voorgaande jaren.
Deze wijziging stelt de hoogte van het absolute aandeel vast voor het jaar 2025. Op basis van deze wijziging kunnen in december 2024 de BDU-beschikkingen worden gegeven voor de uitkeringen voor 2025.
Deze wijzigingsregeling leidt niet tot een aanmerkelijke verzwaring van de administratieve lasten voor de burgers, het bedrijfsleven of de twee vervoerregio’s. Daarom is de regeling niet ter toetsing voorgelegd aan het Adviescollege toetsing regeldruk. De wijzigingsregeling heeft ook geen gevolgen voor de uitvoeringspraktijk. Op grond van het kabinetsstandpunt over internetconsultatie is daarom afgezien van internetconsultatie.2
Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat verstuurt de BDU-beschikkingen in december van het voorafgaande kalenderjaar (artikel 2, Besluit BDU verkeer en vervoer). De Uitvoeringsregeling en beleidsregel BDU verkeer en vervoer moet daarvoor zijn aangepast. De voor de aanpassing benodigde bedragen zijn pas in november 2024 bekend geworden. Daarom wordt afgeweken van de vaste verandermomenten en minimuminvoeringstermijn die de Aanwijzingen voor de regelgeving voorschrijven. Hiermee worden grote publieke nadelen voorkomen.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat - Openbaar Vervoer en Milieu, C.A. Jansen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-38098.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.