Beleidsregel nevenwerkzaamheden politie 2024

20240216

De korpschef van politie:

Stelt hierbij de volgende regels vast ten aanzien van de melding, registratie en openbaarmaking van nevenwerkzaamheden en in welke situaties bepaalde nevenwerkzaamheden niet zijn toegestaan.

Standpunt politie als werkgever

De politie staat positief ten opzichte van medewerkers die naast hun functie bij de politie nevenwerkzaamheden verrichten. De wisselwerking tussen markt, maatschappij en overheid biedt veel kansen en voordelen. Meestal zullen deze nevenwerkzaamheden geen problemen opleveren voor het werk bij de politie. In sommige gevallen kunnen de nevenwerkzaamheden echter op gespannen voet staan met het werk bij de politie. In die situatie zijn deze nevenwerkzaamheden niet toegestaan. Om te voorkomen dat hier onnodige risico’s ontstaan voor de politie en de medewerker kent onze rechtspositie in dergelijke gevallen een meldplicht voor deze nevenwerkzaamheden. Met deze beleidsregel wordt aan medewerkers en hun leidinggevende een handreiking gegeven hoe hier mee om te gaan.

Deze beleidsregel is vastgesteld na overeenstemming met de Centrale Ondernemingsraad Politie d.d. 17 mei 2024.

Definities

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Atw:

Arbeidstijdenwet;

Aw:

Ambtenarenwet 2017;

Barp:

Besluit algemene rechtspositie politie;

bevoegd gezag:

het bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder l, Barp;

medewerker:

de (vrijwillige) ambtenaar als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder i, alsmede ss tot en met ww, Barp;

melding:

de opgave als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onderdeel a, Aw;

nevenwerkzaamheden:

alle werkzaamheden die je naast je werk als politiemedewerker verricht, betaald of onbetaald en ongeacht de omvang, duur en vorm waarin je dit doet. Een neventaak binnen de dienstbetrekking bij de politie valt niet onder de definitie. nevenwerkzaamheden (bijvoorbeeld vertrouwenspersoon, bedrijfshulpverlener etc.).

Wpbr:

Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus.

KADERS EN AFWEGINGEN

Wettelijk kader

  • Artikel 5, eerste lid, onderdeel b en c, Ambtenarenwet 2017 (registratieplicht werkgever inzake nevenwerkzaamheden en verplichting werkgever tot openbaarmaking van geregistreerde nevenwerkzaamheden van bepaalde ambtenaren);

  • Artikel 8, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onder a, Ambtenarenwet 2017 (verbod op verrichten bepaalde nevenwerkzaamheden en meldplicht ambtenaar van bepaalde nevenwerkzaamheden);

  • Artikel 55a, eerste tot en met derde lid, Besluit algemene rechtspositie politie (meldplicht ambtenaar van bepaalde nevenwerkzaamheden, verplichting werkgever tot openbaarmaking van geregistreerde nevenwerkzaamheden van bepaalde ambtenaren en bevoegdheid werkgever nadere regels te stellen omtrent het verbod als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, Ambtenarenwet 2017);

  • Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement (onverenigbaar je functie als (politie)ambtenaar te combineren met het lidmaatschap van de Eerste of Tweede Kamer of het Europees Parlement);

  • Artikel 13 Gemeentewet (raadslid van de gemeente en onverenigbaarheden);

  • Kieswet (lidmaatschap Eerste en Tweede Kamer of Europees Parlement);

  • Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (beperking werkzaamheden te verrichten voor een beveiligingsorganisatie of recherchebureau);

  • Arbeidstijdenwet.

Meldplicht en weging integriteitsrisico

Er geldt een meld- en registratieplicht voor nevenwerkzaamheden die in relatie tot de ambtelijke functievervulling de belangen van de dienst kunnen raken. Aangezien nevenwerkzaamheden behoren tot de privésfeer van de medewerker, dien je in de eerste plaats zelf te beoordelen of de betreffende nevenwerkzaamheden onder de meldplicht vallen of niet. Nevenwerkzaamheden die op geen enkele manier het dienstbelang kunnen raken, hoeven niet te gemeld te worden. In sommige gevallen is dit niet altijd direct duidelijk. Bestaat er twijfel, dan is het raadzaam dat je de nevenwerkzaamheden bespreekt met je leidinggevende. De leidinggevende kan zich tot de HR-adviseur wenden voor advies.

De melding van nevenwerkzaamheden doe je digitaal in het daarvoor bestemde HR-systeem. De verplichting om nevenwerkzaamheden te melden geldt zowel bij indiensttreding als daarna. Denk hierbij aan een functiewijziging of een wijziging van de plaats van tewerkstelling. Het is verstandig om de nevenwerkzaamheden van te voren met elkaar te bespreken zodat er geen misverstanden over kunnen ontstaan. Denk er aan om de nevenwerkzaamheden ook weer af te melden als je deze niet meer uitoefent.

Alleen nevenwerkzaamheden als het kan

De melding en registratie van nevenwerkzaamheden maken het jouw leidinggevende mogelijk om de toelaatbaarheid van jouw nevenwerkzaamheden vooraf te toetsen. Daarmee kunnen risico’s tijdig worden ondervangen en worden zowel de organisatie als jijzelf beschermd. Samen met jouw leidinggevende onderzoek je in hoeverre zich daadwerkelijk een integriteitsrisico voordoet en welke maatregelen jijzelf of jouw leidinggevende daartegen kan nemen. Zo nodig worden er voorwaarden opgelegd voor het vervullen van je nevenwerkzaamheden. Het is van belang om hier regelmatig aandacht aan te besteden en bij gewijzigde omstandigheden (in jouw nevenwerkzaamheden of jouw functie bij de politie) het risico en de maatregelen of voorwaarden opnieuw te beoordelen. Je kunt hiervoor, naast de formele gesprekken binnen de R&O-cyclus, natuurlijk ook de reguliere overlegmomenten met je leidinggevende benutten.

Nevenwerkzaamheden die niet zijn toegestaan en maatwerkafspraken

Nevenwerkzaamheden die het goed functioneren van jou als politiemedewerker of het goed functioneren van de dienst kunnen beïnvloeden zijn niet toegestaan. Bijvoorbeeld als jouw beschikbaarheid en inzetbaarheid voor je functie, jouw imago als politieambtenaar of het imago van de politie kan worden beïnvloed en dit niet met minder vergaande maatregelen dan een verbod is te ondervangen. Minder vergaande maatregelen zijn te vinden in maatwerkafspraken, bijvoorbeeld door afspraken te maken over de arbeidstijden in jouw nevenwerkzaamheden.

Is maatwerk niet mogelijk, dan kunnen de nevenwerkzaamheden niet worden verricht en krijg je hierover een afwijzend besluit. Je kunt tegen dit besluit bezwaar aantekenen. Als je ondanks een verbod de nevenwerkzaamheden toch verricht, of je ongewenste nevenwerkzaamheden verricht zonder deze te hebben gemeld, kan er sprake zijn van plichtsverzuim. De politie kan dan, als jouw werkgever, een disciplinaire maatregel opleggen.

TOETSINGSKADER NEVENWERKZAAMHEDEN

Drie toetsingscriteria

Bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van nevenwerkzaamheden is jouw functie bij de politie altijd leidend. Dit geldt ook voor de vrijwillige politieambtenaar. De vraag of jouw nevenwerkzaamheden toelaatbaar zijn, kan vanuit drie aandachtsvelden worden beantwoord:

  • 1. is er sprake van (de schijn van) ontoelaatbare belangenverstrengeling?

  • 2. kunnen de nevenwerkzaamheden een negatieve invloed hebben op de goede vervulling van de functie bij de politie of schade toebrengen aan het aanzien van het politieambt?

  • 3. leveren de werkzaamheden een overtreding van de Atw op?

1. Ontoelaatbare belangenverstrengeling

Belangenverstrengeling is denkbaar wanneer er een te nauwe band is tussen jouw functie bij de politie en jouw nevenwerkzaamheden. De nevenwerkzaamheden kunnen dan van invloed zijn op deze functie en deze zelfs belemmeren. Ook wanneer dit feitelijk niet het geval is, kan zelfs de schijn van belangenverstrengeling een goede vervulling van jouw functie bij de politie in de weg staan. In dit kader is het bijvoorbeeld niet toegestaan om je voor nevenwerkzaamheden in te laten huren door de politie. Ook niet wanneer dit geschiedt zonder betaling.

2. Goede vervulling van de functie of schade aan het aanzien van het politieambt

Vanzelfsprekend mogen nevenwerkzaamheden niet bestaan uit strafbare activiteiten. Maar ook als de activiteiten niet strafbaar zijn, maar maatschappelijk onbetamelijk of op gespannen voet staan met de doelstellingen van de politie, kunnen zij schade opleveren voor het aanzien van de politie en zijn zij dus niet toegestaan. Dit geldt ook wanneer de nevenwerkzaamheden worden verricht in een branche of omgeving die op gespannen voet staat met de doelstellingen van de politie.

3. De Atw

Als je naast je baan bij de politie nevenwerkzaamheden verricht, zorgt dat voor extra belasting. Om te voorkomen dat je te zwaar belast wordt, regelt de Atw de maximale werktijden en minimale rusttijden die zowel jij als je werkgever in acht moeten nemen. De Atw heeft tot doel werknemers te beschermen tegen te lange werkdagen. De toegestane tijden worden berekend per werknemer. Dit betekent dat twee dienstverbanden van een werknemer die ieder voor zich binnen de kaders van de Atw blijven, toch een Atw-overtreding kunnen opleveren. Dit kan betekenen dat gemelde nevenwerkzaamheden wegens strijd met de Atw ontoelaatbaar moeten worden geacht. Mogelijk kan dit worden opgelost in overleg met je leidinggevende en de planning. In dat geval hebben jullie samen de verantwoordelijkheid om te bewaken (bijvoorbeeld binnen de R&O-cyclus) dat jouw inzet binnen de toegestane kaders blijft. Indien de inzet niet binnen de grenzen van Atw kan worden gebracht, zijn de nevenwerkzaamheden ontoelaatbaar.

BIJZONDERE NEVENWERKZAAMHEDEN

Politieke functies

De politie staat als werkgever positief ten opzichte van maatschappelijke betrokkenheid en deelname aan het democratisch proces. Met de aanvaarding van en/of benoeming in een openbare politieke functie wordt invulling gegeven aan het passief kiesrecht en wordt daarmee tevens een waardevolle bijdrage geleverd aan onze democratische rechtstaat. Omdat het de uitoefening betreft van een grondrecht is een verbod op deze nevenwerkzaamheden niet aan de orde. Wel kan er tussen de politieke functie en de werkzaamheden bij de politie sprake zijn van onverenigbaarheden. Om die reden is het nodig een (voorgenomen) vervulling van deze functie te melden als nevenwerkzaamheid en deze tijdig met de leidinggevende te bespreken. Het besluit dat het bevoegd gezag vervolgens neemt, zal positief zijn, de toestemming wordt verleend, eventueel onder voorwaarden. De voorwaarden kunnen geen betrekking hebben op de inhoud van de raadswerkzaamheden.

Onverenigbaarheid

Je kunt als (politie)ambtenaar je functie niet combineren met het lidmaatschap van de Eerste of Tweede Kamer of het Europees Parlement. Dit is wettelijk onverenigbaar gesteld in de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement. Andere politieke functies – zoals lidmaatschap van de gemeenteraad, provinciale staten of een waterschap – zijn niet uitgesloten naast je werk bij de politie. Ditzelfde geldt voor bestuursfuncties bij een vakbond.

Volgens de Gemeentewet worden de andere functies van een gemeenteraadslid openbaar gemaakt.

In artikel 13 eerste lid van de Gemeentewet wordt een aantal functies genoemd die de wetgever onverenigbaar acht met het zijn van raadslid, waaronder ambtenaar van politie, de zogenaamde incompatibiliteit. Uit de toelichting van de wetgever en uit jurisprudentie is duidelijk dat dit betrekking heeft op de executieve politieambtenaar, die op grond van de Politiewet 2012 bij de handhaving van de openbare orde en veiligheid onder het gezag van de burgemeester staat van de gemeente waar hij deze werkzaamheden verricht. Omdat de gemeenteraad de burgemeester controleert op de uitoefening van zijn openbare orde bevoegdheden, zou een executief politieambtenaar die in zijn eigen werkgebied tevens raadslid is, de burgemeester onder wiens gezag hij werkzaam is, moeten controleren. Dat heeft de wetgever niet toegestaan.

De reikwijdte van deze bepaling wordt zo opgevat, dat bepalend is of de politieambtenaar ingezet kan worden in een bepaalde gemeente voor het handhaven van de openbare orde. Dit betekent dat het zijn van executief politieambtenaar in het werkgebied van een basisteam onverenigbaar is met het raadslidmaatschap in een gemeente in dat werkgebied. Afhankelijk van de functie kan ook het werkgebied van een district of zelfs eenheid of het land bepalend zijn voor de vraag of er sprake is van onverenigbaarheid. De gemeenteraad beslist of er sprake is van een incompatibiliteit voordat nieuwe raadsleden worden geïnstalleerd. Dit is bepaald in de Kieswet. De medewerker die hiermee geconfronteerd wordt, kan het beste tijdig in overleg met de leidinggevende bezien of aanpassingen in de werkzaamheden als politieambtenaar nodig zijn om (het risico op) een onverenigbaarheid weg te nemen. De politie wil dit als werkgever faciliteren. Denk aan verplaatsing naar een ander district, het wijzigen van werkzaamheden, een werkafspraak dat betrokkene nooit zal worden ingezet in de gemeente waar hij raadslid is of het beëindigen van ME taken. Het is maatwerk, afhankelijk van de individuele situatie.

Voor politieambtenaren met een ATH-aanstelling en voor vrijwillige ambtenaren van politie, ook degenen met een executieve status, geldt deze verbodsbepaling niet. Voor hen zijn er dus geen wettelijke belemmeringen om raadslid te worden. Wel gelden ook hier de algemene toetsingscriteria voor nevenwerkzaamheden, zoals (het risico van) belangenverstrengeling en de risico’s voor een goede vervulling van de politiefunctie en het aanzien van het politieambt. Omdat met de aanvaarding van of benoeming in een openbare politieke functie, invulling wordt gegeven aan grondrecht, is een verbod van deze nevenwerkzaamheden niet aan de orde en geldt ook hier dat maatwerk voorop staat.

Samengevat zijn er de nodige faciliteiten aanwezig om een goede en verantwoorde combinatie van het vervullen van het raadslidmaatschap en politiewerk mogelijk te maken. De belangrijkste randvoorwaarde voor het succesvol combineren van beide functies is daarbij de open dialoog tussen medewerker en leidinggevende.

Buitengewoon opsporingsambtenaar

De vraag of je als politieambtenaar met algemene opsporingsbevoegdheid de nevenwerkzaamheden als buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) mag vervullen, kan in het algemeen positief beantwoord worden (denk aan de rechercheur of politieagent die naast zijn hoofdfunctie boswachter is). Het blijft echter een individuele afweging, rekening houdend met de specifieke omstandigheden van betreffende casus. Wanneer toestemming verleend wordt voor de BOA-werkzaamheden als nevenwerkzaamheden, dan dienen in het toekenningsbesluit duidelijke voorwaarden opgenomen te worden met betrekking tot het strikt gescheiden houden van de aan beide functies gekoppelde (gewelds)middelen en bevoegdheden. Daarnaast kunnen er redenen zijn om de BOA-werkzaamheden niet in hetzelfde werkgebied uit te oefenen als waarin de hoofdfunctie wordt uitgevoerd. Mocht dat aan de orde zijn, dan dient deze voorwaarde eveneens opgenomen te worden in het toekenningsbesluit.

Particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus

De Wpbr bepaalt dat een (politie)ambtenaar als bedoeld in de artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering geen werkzaamheden mag verrichten voor een beveiligingsorganisatie of recherchebureau. De ambtenaren bedoeld in artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering zijn de ambtenaren aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de vrijwillige ambtenaren aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de personen die bij bijzondere wetten met de opsporing van de daarin bedoelde strafbare feiten zijn belast, of die bij verordeningen zijn belast met het toezicht op de naleving daarvan (de zogenaamde BOA’s).

REGISTRATIE NEVENWERKZAAMHEDEN

De gemelde nevenwerkzaamheden, het daarop gebaseerde besluit en de eventuele voorwaarden die in dit besluit zijn opgenomen, vormen een terugkerend onderwerp bij de periodieke functionerings- en beoordelingsgesprekken. Dit betekent dat deze gegevens ook worden verwerkt in jouw personeelsdossier. Daarnaast is het verwerken van deze gegevens noodzakelijk voor de uitvoering van de wettelijke plicht tot registratie- en openbaarmaking als bedoeld in artikel 5, eerste lid, aanhef en sub b en c van de Aw 2017. Ten behoeve hiervan, vindt naast registratie van nevenwerkzaamheden in de individuele personeelsdossiers, registratie plaats in een apart register Nevenwerkzaamheden.

OPENBAARMAKING NEVENWERKZAAMHEDEN

Voor een kleine groep medewerkers geldt dat zij zijn aangesteld in een functie waarvoor, ter bescherming van de integriteit van de openbare dienst, openbaarmaking van nevenwerkzaamheden noodzakelijk is (artikel 5 Aw, eerste lid, aanhef en sub c Aw). In artikel 55a, tweede lid, van het Barp is aangegeven welke functies en/of functiegroepen dit betreft. De korpschef is verantwoordelijk voor het openbaar maken van deze nevenwerkzaamheden en de daaraan eventueel gestelde beperkingen.

Naar boven