De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
Gelet op de artikelen 70 en 71, eerste en vierde lid, van het Schepenbesluit 2004,
60 en 61 van de Regeling veiligheid zeeschepen, 37 en 38 van de Regeling veiligheid
Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen en 19 van de Regeling vervoer gevaarlijke
stoffen met zeeschepen;
MAAKT BEKEND:
Op 23 mei 2024 heeft de Maritieme veiligheidscommissie (MSC) van de Internationale
Maritieme Organisatie de volgende resolutie aangenomen:
De bij resolutie MSC.556(108) vastgestelde wijzigingen van de IMDG-Code treden internationaal
in werking met ingang van 1 januari 2026. De Maritieme Veiligheidscommissie geeft
de Verdragsluitende Partijen bij het SOLAS-verdrag de mogelijkheid de gewijzigde IMDG-Code
gedeeltelijk of in zijn geheel vanaf 1 januari 2025 in werking te laten treden.
De bij resolutie MSC.556(108) vastgestelde wijzigingen van de IMDG-Code, liggen ter
inzage bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het Ministerie van
Infrastructuur en Waterstaat, Rijnstraat 8, 2515 XP te Den Haag.
BESLUIT:
ARTIKEL I
Met ingang van 1 januari 2025 gaan de bij resolutie MSC.556(108) vastgestelde wijzigingen
van de IMDG-Code gelden voor de toepassing van de Regeling veiligheid zeeschepen,
de Regeling veiligheid Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen en de Regeling
vervoer gevaarlijke stoffen met zeeschepen, met dien verstande dat tot en met 31 december
2025 tevens de voorschriften van de IMDG-Code zoals die luidden op 31 december 2024
mogen worden toegepast.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, B. Madlener
TOELICHTING
Met dit besluit wordt een internationaal besluit met betrekking tot de veiligheid
van zeeschepen bekendgemaakt. Het betreft hier wijzigingen van een internationale
Code waarvan de bekendmaking in het Tractatenblad op grond van de Rijkswet goedkeuring
en bekendmaking verdragen nog niet heeft plaatsgevonden. Met de onderhavige bekendmaking
wordt voldaan aan de artikelen 70 en 71 van het Schepenbesluit 2004, 60 en 61 van
de Regeling veiligheid zeeschepen, 37 en 38 van de Regeling veiligheid Arubaanse,
Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen en artikel 19, vierde lid, van de Regeling
vervoer gevaarlijke stoffen met zeeschepen. Verder wordt besloten op welk moment de
wijzigingen van de Code voor de toepassing van de genoemde regelingen gaan gelden.
De bekendmaking betreft de door de Maritieme Veiligheidscommissie (MSC) van de Internationale
Maritieme Organisatie (IMO) aangenomen wijzigingen van de Internationale Code voor
het vervoer van gevaarlijke stoffen over zee (International Maritime Dangerous Goods
Code; IMDG-Code).
De IMDG-Code ziet op het vervoer van gevaarlijke, verpakte lading met zeeschepen en
wordt elke twee jaar herzien. De bij resolutie MSC.556(108) vastgestelde wijzigingen
van de IMDG-Code treden internationaal in werking met ingang van 1 januari 2026. Het
SOLAS-verdrag en de Code bieden echter de mogelijkheid om de gewijzigde regels gedeeltelijk
of in zijn geheel al op 1 januari 2025 op nationaal niveau in werking te laten treden.
Nederland maakt van deze mogelijkheid gebruik. Eerdere inwerkingtreding heeft namelijk
als voordeel dat de sector al eerder kan aansluiten bij soortgelijke veiligheidseisen
die voor andere vervoersmodaliteiten reeds gelden of met ingang van 1 januari 2025
zijn gaan gelden. De eerdere toepassing van de gewijzigde IMDG-Code geschiedt door
de sector op vrijwillige basis. Tot en met 31 december 2025 mogen tevens de voorschriften
van de IMDG-Code zoals die luidden op 31 december 2024 nog worden toegepast. Van de
met resolutie MSC.556(108) vastgestelde wijzigingen van de IMDG-Code zal, voordat
deze wijzigingen op 1 januari 2026 internationaal in werking treden, in het Tractatenblad
mededeling worden gedaan. Omdat de wijzigingen op nationaal niveau al eerder in werking
treden, worden deze vóór de internationale inwerkingtreding op 1 januari 2026 tevens
in de Staatscourant, de Landscourant van Aruba, de Curaçaose Courant en de Landscourant
van Sint Maarten bekendgemaakt.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, B. Madlener