Regeling van de Minister van Asiel en Migratie van 8 oktober 2024, nummer 5747149, tot wijziging van de Bekostigingsregeling eerste opvang ontheemden Oekraïne door Regionale openbare lichamen

De Minister van Asiel en Migratie,

Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet;

Besluit:

ARTIKEL I

De Bekostigingsregeling eerste opvang ontheemden Oekraïne door Regionale openbare lichamen wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onderdeel f komt te luiden:

f. minister:

de Minister van Asiel en Migratie.

B

In artikel 2, derde lid wordt ‘31 december 2024’ vervangen door ‘31 december 2025’.

C

Artikel 3, tweede lid komt te luiden:

  • 2. Een aanvraag voor de periode van 1 januari 2024, of een later moment vanaf welk de werkzaamheden worden uitgevoerd, tot en met 31 december 2024, dient vóór 1 oktober 2024 te worden gedaan. Een aanvraag voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025, dient vóór 1 oktober 2025 te worden gedaan.

D

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘artikel 2, tweede lid’ vervangen door ‘artikel 2, derde lid’ en vervalt de zinsnede ‘, inclusief btw’.

2. In het tweede lid wordt ‘Een gemeente’ vervangen door ‘Een gemeente, provincie of veiligheidsregio’.

3. In het derde lid wordt ‘Een gemeentelijke gezondheidsdienst en de geneeskundige hulpverleningsorganisatie’ vervangen door ‘Een gemeentelijke gezondheidsdienst, de geneeskundige hulpverleningsorganisatie of een ander gemeentelijk samenwerkingsverband’.

4. In het vierde lid, onderdeel b, wordt de zinsnede ‘kosten van activiteiten’ vervangen door ‘btw’.

E

Artikel 7, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Nadat de minister de verantwoordingsinformatie, als bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, heeft ontvangen van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, stelt de minister de uitkering binnen 22 weken vast.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt ten aanzien van artikel I, onderdelen D en E terug tot en met 1 januari 2024.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 8 oktober 2024

De Minister voor Asiel en Migratie, M.H.M. Faber-van de Klashorst

TOELICHTING

Algemeen

De Bekostigingsregeling eerste opvang ontheemden Oekraïne door Regionale openbare lichamen (hierna: Beoo) is bekendgemaakt op 8 januari 2024 (2024, 325). De Beoo voorziet in een specifieke uitkering aan het regionaal openbaar lichaam, de provincie of de gemeente voor de daadwerkelijk gemaakte kosten (meerkosten) die aanvullend worden gemaakt ten behoeve van de coördinatie en eerste opvang van ontheemden uit Oekraïne voor de periode vanaf 1 januari 2024 t/m 31 december 2024. Bij de totstandkoming van de regeling was nog niet goed te voorzien hoe het conflict in Oekraïne en de situatie met betrekking tot de ontheemden zich verder zouden ontwikkelen. Inmiddels is gebleken dat in 2025 een voortzetting van de taken noodzakelijk is.

Deze regeling tot wijziging van Beoo verlengt het in artikel 2, derde lid van de bekostigingsregeling vermelde bestedingstijdvak tot en met 31 december 2025. De Beoo behoudt zijn eenmalige karakter en kan derhalve, gebaseerd blijven op artikel 17, vijfde lid, van die Financiële-verhoudingswet.

Voorts bevat deze regeling tot wijziging van de Beoo een drietal correcties.

In de eerste plaats was in huidige regeling een aantal organisatievormen en soorten samenwerkingsverbanden niet opgenomen, terwijl zij wel activiteiten uitvoeren en kosten maken waar deze Bekostigingsregeling op ziet. Door deze organisaties op te nemen in de tekst van de regeling kunnen zij hun kosten rechtmatig vergoed krijgen.

Daarnaast wordt met deze wijziging verduidelijkt welke kosten ten aanzien van omzetbelasting en btw (niet) vergoed worden op basis van deze regeling.

Tot slot wordt een foutieve verwijzing gecorrigeerd.

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdeel A

Met ingang van 2 juli 2024 is de Minister van Asiel en Migratie verantwoordelijk voor de onderwerpen in deze regeling.

Onderdeel B en C (artikel 2, derde lid en artikel 3, tweede lid)

Artikel 2 en 3 regelen de verstrekking en voorwaarden van de specifieke uitkering aan het regionale openbare lichaam de provincie of de gemeente, die door de gemeenten zijn gemachtigd. De wijziging van artikel 2, derde lid, en artikel 3, tweede lid, verlengt de periode waarin de specifiek uitkering wordt verstrekt tot en met 31 december 2025. Een aanvraag voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025, dient vóór 1 oktober 2025 te worden gedaan.

Onderdeel D (artikel 5, eerste lid, aanhef, tweede, derde en vierde lid, onderdeel b)

In de aanhef van artikel 5 eerste lid wordt een foutieve verwijzing gecorrigeerd. Daarnaast wordt in deze aanhef met het schrappen van de zinssnede ‘inclusief btw’ een strijdigheid met artikel 5, vierde lid, onderdeel b opgeheven. Bepaalde btw wordt niet vergoed op basis van de Bekostigingsregeling, omdat deze reeds op andere wijze wordt vergoed. Welke btw dit betreft is opgenomen in artikel 5, vierde lid, onderdeel b.

In het tweede en derde lid worden de provincies, veiligheidsregio’s en andere gemeentelijke samenwerkingsverbanden toegevoegd als medeoverheden die namens het regionaal openbaar lichaam activiteiten kunnen uitvoeren en kosten kunnen maken. Deze werden in de huidige regeling abusievelijk niet in de tekst opgenomen. Door deze organisaties toe te voegen kunnen zij hun kosten rechtmatig verantwoorden richting het regionale openbare lichaam.

In het vierde lid, onderdeel b, wordt de zinsnede ‘Kosten van activiteiten’ vervangen door ‘Btw’. Uit de formulering in de huidige regeling volgt dat de gehele activiteit niet wordt vergoed, terwijl bedoeld was te regelen dat alleen de btw die betaald is over die activiteiten niet wordt vergoed wanneer die btw reeds op een andere wijze wordt vergoed. Dit is met de onderhavige wijziging dan ook gecorrigeerd.

Onderdeel E (artikel 7, eerste lid)

Bij de regeling wordt gebruik gemaakt van de verantwoordingsmethode Single Informatie Single Audit (SiSa) tussen medeoverheden. Door gebruikmaking van SiSa tussen medeoverheden is pas in juli van het jaar 2026 alle informatie beschikbaar om af te rekenen over het jaar 2024. In de huidige regeling staat opgenomen dat de Minister de uitkering uiterlijk vaststelt op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar van verlening. Aan deze formulering kan dus geen uitvoering worden gegeven. Met de aanpassing in artikel 7, eerste lid, wordt geregeld dat de vaststelling uiterlijk 22 weken nadat alle verantwoordingsinformatie is ontvangen zal plaatsvinden.

Artikel II

De invoeringstermijn bedraagt minder dan twee maanden en de inwerkingtreding valt niet op een vast verandermoment. Daarmee wijkt de inwerkingtreding af van het kabinetsbeleid van vaste verandermomenten. Deze regeling betreft een aantal begunstigende aanpassingen, waarvoor afwijking is toegestaan, omdat de betreffende doelgroep daarbij gebaat is. Dit brengt ook mee dat aan de onderdelen B en C van de regeling terugwerkende kracht kan worden verleend zonder in strijd te komen met het vertrouwensbeginsel.

Naar boven