Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken | Staatscourant 2024, 35083 | andere vergunning |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken | Staatscourant 2024, 35083 | andere vergunning |
PDGGO-DTDO / V-55184
Rectificatie besluit
1. Aanvraag
Op 18 oktober 2023 heeft de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (hierna: de Staatssecretaris) een aanvraag ontvangen voor een startvergunning voor het opsporen van aardwarmte in het kader van door de centrale overheid te voeren beleid, op grond van artikel 24c van de Mijnbouwwet, van EBN B.V. (hierna: EBN). Op verzoek van de Staatssecretaris heeft EBN op 20 november 2023 en 11 maart 2024 aanvullingen ingediend.
De vergunning is aangevraagd in het kader van de Seismische Campagne Aardwarmte Nederland (hierna: SCAN, zie ook onder andere de brief van de Staatssecretaris aan de Tweede Kamer d.d. 16 juni 2023 (Kamerstukken 31 239, nr. 378)). Het aangevraagde gebied genaamd Eindhoven 3 ligt binnen de gemeenten Oirschot, Best, Eindhoven, Nuenen, Gerwin en Nederwetten en Son en Breugel (provincie Noord-Brabant). Het aangevraagde gebied bevindt zich binnen het verzorgingsgebied van het waterschap De Dommel. Het aangevraagde gebied bestaat uit twee deelgebieden. Binnen deze twee deelgebieden zijn zes mogelijke onderzoekslocaties geïdentificeerd. De oppervlakte van het totaal aangevraagde gebied bedraagt 12,24 km².
EBN heeft per bericht van 18 oktober 2023 een verzoek ingediend om instemming met de aanwijzing van een uitvoerder aardwarmte binnen de aangevraagde startvergunning Eindhoven 3, als bedoeld in artikel 24z, derde lid, van de Mbw.
Sinds 2 juli 2024 is de Minister van Klimaat en Groene Groei (hierna: Minister) het bevoegd gezag.
In verband met het gebruik van een incorrecte gebiedsnaam in de beoordeling bij hoofdstuk 4.2 is het primaire besluit met kenmerk V-55184 hierbij gerectificeerd. De correcte gebiedsnaam wordt nu gehanteerd.
2. Beleid aardwarmte in Nederland
Voor de afbouw van de vraag naar aardgas moeten kansrijke duurzame alternatieven, zoals aardwarmte (ook wel: geothermie), ontwikkeld worden. Aardwarmte heeft de potentie om een belangrijke rol te spelen in de verduurzaming van de warmtevoorziening en daarmee in de transitie naar een CO2-arme energievoorziening. Twee belangrijke onderdelen van de nationale ambitie zijn de Klimaatwet en het Klimaatakkoord (Bijlage 892567 bij Kamerstuk 32 813 nr. 342). Het Klimaatakkoord gaat over vijf sectoren: gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, landbouw en landgebruik, en elektriciteit.
De mijnbouwregelgeving bevat sinds 1 juli 2023 een eigen vergunningensystematiek voor aardwarmte. De verschillende typen aardwarmtevergunningen en bijbehorende procedures die bestaan, kunnen geraadpleegd worden op de website www.mijnbouwvergunningen.nl.
3. Juridisch kader
3.1 Mijnbouwregelgeving
Op grond van artikel 24o, derde lid van de Mijnbouwwet, gaat een aanvraag om een startvergunning aardwarmte vergezeld van een aanvraag om instemming met de aanwijzing van een uitvoerder aardwarmte als bedoeld in artikel 24z, derde lid van de Mijnbouwwet.
Op basis van artikel 24s, eerste lid van de Mijnbouwwet, beslist de Minister op een aanvraag om een startvergunning en het tegelijkertijd ingediende verzoek om instemming met de aanwijzing van een uitvoerder aardwarmte binnen 32 weken na de ontvangst daarvan.
Op grond van artikel 24z, eerste lid, van de Mijnbouwwet is het verrichten van feitelijke werkzaamheden in verband met de opsporing of winning van aardwarmte slechts toegestaan aan één, door de houder van de startvergunning of vervolgvergunning aardwarmte aangewezen uitvoerder aardwarmte. Naast de feitelijke werkzaamheden in verband met het opsporen of winnen van aardwarmte, gaat het hier ook om het verlenen van opdracht tot opsporen of winnen of het buiten gebruik stellen van het boorgat.
Op grond van artikel 24z, derde lid, van de Mijnbouwwet kan de Minister aan de instemming met de uitvoerder aardwarmte voorschriften of beperkingen verbinden in verband met de technische en financiële capaciteiten waarover de uitvoerder beschikt. Dit artikel is nader uitgewerkt in artikel 29ab van het Mijnbouwbesluit.
Op grond van artikel 29aa, tweede lid, van het Mijnbouwbesluit betrekt de Minister bij de beoordeling van de technische capaciteiten van de uitvoerder in ieder geval:
• de ervaring met mijnbouwactiviteiten waarover de uitvoerder aardwarmte beschikt;
• de kennis over mijnbouwactiviteiten waarover de uitvoerder aardwarmte beschikt;
• de verantwoordelijkheidszin, waarvan de uitvoerder aardwarmte eerder blijk heeft gegeven bij feitelijke werkzaamheden met betrekking tot mijnbouwactiviteiten onder een eerdere vergunning.
Op grond van artikel 29aa, derde lid, van het Mijnbouwbesluit betrekt de Minister bij de beoordeling van de financiële capaciteiten van de uitvoerder in ieder geval:
• de financiële omstandigheden van de uitvoerder aardwarmte;
• afspraken tussen de aanvrager van de startvergunning of de houder van de startvergunning of vervolgvergunning en de uitvoerder aardwarmte over het dragen van de kosten voor de bij de opsporing of winning behorende aansprakelijkheden, indien deze zijn gemaakt.
In artikel 1.3b.3 van de Mijnbouwregeling is nader uitgewerkt welke gegevens een aanvraag om instemming met de aanwijzing van de uitvoerder aardwarmte moet bevatten.
Toezicht
Op grond van artikel 127 van de Mijnbouwwet heeft Staatstoezicht op de Mijnen (hierna: SodM) de taak om toezicht uit te oefenen op de naleving van de bij of krachtens de Mijnbouwwet gestelde regels. Dit betekent dat SodM erop toeziet of de vergunninghouder zich houdt aan dit besluit en de hieraan verbonden voorschriften en beperkingen in dit besluit in combinatie met de eisen voor de activiteiten uit de Mijnbouwregeling.
3.2 Voorbereidingsprocedure
Op 18 oktober 2023 heeft de Staatssecretaris een aanvraag ontvangen voor een startvergunning voor het opsporen van aardwarmte in het kader van door de centrale overheid te voeren beleid van EBN. Op verzoek van de Staatssecretaris heeft EBN op 20 november 2023 en 11 maart 2024 aanvullingen ingediend. EBN heeft op 18 oktober 2023 een verzoek ingediend om instemming met de aanwijzing van een uitvoerder aardwarmte binnen de aangevraagde startvergunning Eindhoven 3, als bedoeld in artikel 24z, derde lid, van de Mbw.
Tijdens de behandeling van de aanvraag om instemming met de aanwijzing van EBN als uitvoerder aardwarmte voor de startvergunning Eindhoven 3 is advies gevraagd aan:
• SodM op grond van artikel 127 van de Mijnbouwwet;
• de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO) op grond van artikel 123, tweede lid, van de Mijnbouwwet.
In dit hoofdstuk is beschreven welke adviseur een advies heeft uitgebracht en in hoofdstuk 4 op welke wijze dat advies is meegenomen bij de beoordeling van de aanvraag om instemming met de uitvoerder.
Adviezen op de aanvraag
Over de aanvraag om instemming met de aanwijzing van EBN als uitvoerder aardwarmte voor de startvergunning Eindhoven 3 hebben de volgende adviseurs, op verzoek van de Staatssecretaris, advies uitgebracht:
– SodM heeft per brief, ontvangen op 18 maart 2024, advies uitgebracht (kenmerk: ADV-8388);
– De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO) heeft per email, ontvangen op 19 februari 2024, advies uitgebracht (geen kenmerk).
Gelet op:
Artikel 24z, eerste en derde lid, van de Mijnbouwwet en artikel 29aa, eerste lid, en artikel 29ab, eerste lid, van het Mijnbouwbesluit;
Besluit
Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
De Minister van Klimaat en Groene Groei, namens deze: J. Visser MT-lid Directie Transitie Diepe Ondergrond
Tegen dit besluit kan degene, wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen 6 weken na de dag waarop dit besluit is verzonden, een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Klimaat en Groene Groei, directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20401, 2500 EK Den Haag. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-35083-n1.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.