Houthandel

Onderzoek Opleiding Arbeidsverhoudingen 2025

Verbindendverklaring gewijzigde cao-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 13 november 2024 tot wijziging van het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst inzake de Stichting Fonds voor Onderzoek, Opleiding en Arbeidsverhoudingen in de Houthandel

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelezen het verzoek van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Houtondernemingen mede namens de overige partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeenverbindendverklaring van gewijzigde bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;

Partij ter ener zijde: Koninklijke Vereniging van Nederlandse Houtondernemingen;

Partijen ter andere zijde: FNV en CNV.

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

Dictum I

Het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst inzake de Stichting Fonds voor Onderzoek, Opleiding en Arbeidsverhoudingen in de Houthandel1 wordt met inachtneming van dictum II als volgt gewijzigd:

A

De onder dictum I opgenomen bepalingen worden als volgt gewijzigd:

Artikel 4 komt te luiden:

‘Artikel 4 Premieheffing

De werkgever betaalt, met uitzondering van de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025, een premie van 0,35% aan de Stichting van het totale loon op jaarbasis. Voor werkgevers die een polis van een ongevallenverzekering kunnen overleggen die gelijkwaardig is aan de door de Stichting t.b.v. het houtbedrijf afgesloten collectieve ongevallenverzekering bedraagt de premie 0,33%. Uitsluitend over de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025 is een premie verschuldigd van 0,40% respectievelijk 0,38%. Het premiepercentage kan jaarlijks worden bijgesteld op basis van een door sociale partners vast te stellen begroting.

Onder loon wordt verstaan het per 1 januari van ieder jaar voor de werknemer geldende vaste salaris in geld, daaronder begrepen vakantietoeslag, vaste eindejaarsuitkeringen, vaste gratificaties, plus die onderdelen van het inkomen die volgens de normale werktijd tot het vaste loon behoren tot een maximum gelijk aan het maximale premieloon voor de sociale verzekeringen. Niet tot loon wordt gerekend de werkgeversbijdrage in de kosten van de particuliere ziektekostenverzekering.’

Dictum II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2025 en heeft geen terugwerkende kracht.

’s-Gravenhage, 13 november 2024

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, De directeur Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving, P.S. Nanhekhan


X Noot
1

Stcrt. 2021, nr. 7362, laatstelijk gewijzigd bij Stcrt. 2022, nr. 26453.

Naar boven