Vernieuwing Bibliotheekconvenant 2024–2027, Koninklijke Bibliotheek

Convenant houdende afspraken over de bijdrage van de bibliotheekvoorziening in Nederland aan maatschappelijke opgaven

De Staat der Nederlanden, het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Koninklijke Bibliotheek, de Stichting Samenwerkende POI’s Nederland, de Vereniging van Openbare Bibliotheken sluiten een convenant, waarbij zij vertegenwoordigd worden door:

  • 1. de Staat der Nederlanden, te dezen vertegenwoordigd door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Eppo Bruins, hierna te noemen ‘de minister’,

  • 2. het Interprovinciaal Overleg, waarvan de zetel is gevestigd in Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door Sjaak Simonse, hierna te noemen ‘IPO’,

  • 3. de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, waarvan de zetel is gevestigd in Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door Nathalie Kramers, hierna te noemen ‘VNG’.

Gezamenlijk aan te duiden als: ‘de overheidspartijen’

En,

  • 4. de Koninklijke Bibliotheek, waarvan de zetel is gevestigd in Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door Wilma van Wezenbeek, hierna te noemen ‘KB’,

  • 5. de Stichting Samenwerkende POI’s Nederland, waarvan de zetel is gevestigd in Hoofddorp, te dezen vertegenwoordigd door Annelies Bakelaar, hierna te noemen ‘SPN’,

  • 6. de Vereniging van Openbare Bibliotheken, waarvan de zetel is gevestigd in Utrecht, te dezen vertegenwoordigd door Klaas Gravesteijn, hierna te noemen ‘VOB’,

gezamenlijk dan wel afzonderlijk aan te duiden als: ‘de bibliotheekpartijen’

Alle ondertekenende partijen gezamenlijk zullen in dit convenant worden aangeduid als: ‘partijen”.

Inleiding

In dit convenant worden de uitgangspunten en de wijze waarop partijen met elkaar om wensen te gaan, vastgelegd. Partijen werken met elkaar samen op basis van wederzijds vertrouwen, begrip en transparantie.

Het convenant bevat de overkoepelende ambities van bovengenoemde partijen alsmede doelen en opgaven waar zij zich de komende jaren voor in zullen zetten. Ook is per opgave een aantal concrete acties geformuleerd voor één of meerdere van de partijen. De beschreven acties in dit convenant zijn niet uitputtend. In de netwerkagenda worden de afspraken uit het convenant uitgewerkt door de bibliotheekpartijen. De overheidspartijen worden betrokken bij de totstandkoming van de netwerkagenda.

De overheidspartijen (gemeente, provincie en Rijk) dragen gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het stelsel van openbare bibliotheken in Nederland, waarbij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stelselverantwoordelijk is. De rol van de overheidspartijen in dit convenant is het bevorderen van een goede aansluiting tussen beleid en praktijk, waarbij informatie die voortkomt uit de samenwerking tussen de bibliotheekpartijen actief wordt meegenomen in de beleidsvorming. Overheidspartijen zetten zich in om de afspraken tussen de partijen beleidsmatig te verduurzamen en verankeren in beleidsplannen.

De rol van de bibliotheekpartijen in dit convenant is bij te dragen aan de uitwerking van de opgaven in de bibliotheekpraktijk waarbij zij de ruimte hebben hun eigen invulling te geven aan het realiseren van de afspraken. Daarnaast communiceren ze actief met overheidspartijen over ontwikkelingen en behoeften uit de praktijk.

1. Algemene uitgangspunten

  • a. De partijen werken samen opgavegericht in het gehele netwerk.

  • b. Het convenant regelt welke opgaven de partijen samen oppakken waarbij er verschillende rollen zijn voor de overheidspartijen en de bibliotheekpartijen die passend zijn bij hun (wettelijke) taak.

  • c. De afspraken in dit convenant liggen in het verlengde van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob). De publieke waarden uit artikel 4 van de Wsob vormen het uitgangspunt: ‘Een openbare bibliotheekvoorziening heeft een publieke taak die zij voor het algemene publiek vervult op basis van de waarden onafhankelijkheid, betrouwbaarheid, toegankelijkheid, pluriformiteit en authenticiteit.’ Partijen zijn zich ervan bewust dat de Wsob tijdens de looptijd van dit convenant zal worden gewijzigd. Vanaf dat moment vormt de gewijzigde Wsob het uitgangspunt.

  • d. Het convenant sluit aan bij maatschappelijke opgaven waar de overheid en andere publieke organisaties aan werken. Door te werken aan de maatschappelijke opgaven geven partijen invulling aan de duurzame ontwikkelingsdoelen rond geletterdheid, een leven lang leren en het tegengaan van ongelijkheid.1 Partijen hebben aandacht voor recente rapporten waarin de opgaven expliciet zijn verwoord.2

  • e. In dit convenant wordt uitgegaan van een inspanningsverplichting voor alle partijen om de geformuleerde doelen te realiseren. De afspraken in dit convenant zijn niet afdwingbaar.

  • f. Er komen geen nieuwe financiële verplichtingen voort uit dit convenant voor betrokken partijen en er worden geen financiële middelen beschikbaar gesteld bij dit convenant.

Partijen komen het volgende overeen:

2. Doelen en reikwijdte

Met het sluiten van dit convenant beogen partijen bibliotheken beter in staat te stellen bij te dragen aan actuele maatschappelijke opgaven. Bibliotheken willen van betekenis blijven voor inwoners. Daartoe leggen zij nu de focus op drie grote maatschappelijke opgaven: het bevorderen van de geletterde samenleving, het bevorderen van participatie in de (informatie)samenleving en het bevorderen van een leven lang ontwikkelen.

Partijen realiseren zich dat de maatschappelijke opgaven niet binnen de looptijd van het convenant zijn opgelost. Met het sluiten van het convenant willen de partijen gezamenlijk blijven bijdragen aan de maatschappelijke opgaven. Ter concretisering van de in dit convenant genoemde ambities zien partijen erop toe dat afspraken worden opgenomen in de te verschijnen netwerkagenda om te borgen dat partijen van ambitie naar realisatie komen.

Dit convenant heeft betrekking op de openbare bibliotheekvoorzieningen in Nederland. Het convenant betreft zowel de fysieke als de digitale dienstverlening van de bibliotheekvoorzieningen.

3. Focus op drie actuele maatschappelijke opgaven

Opgave 1: Geletterde samenleving – Bevorderen geletterdheid en leesplezier

Partijen vinden het van belang dat de bibliotheek vanaf de vroegste jeugd een essentiële partner is bij het stimuleren van het lezen. De bibliotheken doen dit op grond van de algemene wettelijke bibliotheektaken, maar ook via speciale programma’s als de Bibliotheek op school (dBos) en BoekStart. Hierbij wordt ingezet op de doorgaande leeslijn waarbij de gezinsaanpak een belangrijke rol speelt.

Onder andere de volgende acties zullen uitgevoerd worden binnen deze opgave:

  • Partijen onderzoeken op welke wijze ieder kind automatisch lid kan worden van de bibliotheek om kansengelijkheid te bevorderen.

  • De bibliotheekpartijen intensiveren de nauwe samenwerking met scholen en streven op termijn naar een volledige dekking in aanbod vanuit de bibliotheken van de Bibliotheek op school (dBos) voor het primair en voortgezet onderwijs. Het Ministerie van OCW onderzoekt op landelijk niveau of de samenwerking tussen bibliotheken en scholen op leesbevordering verbeterd en verduurzaamd kan worden binnen zowel het bibliotheek- als het onderwijsstelsel daarbij wordt met de andere overheidspartijen samengewerkt en gebruik gemaakt van bestaande onderzoeken.

  • De bibliotheekpartijen breiden het ondersteunende en verrijkende aanbod voor jeugd uit in elke bibliotheek.

Opgave 2: Participatie in de (informatie)samenleving – Digitale inclusie, democratie en burgerschap

Partijen vinden het van belang dat iedereen kan meedoen in de (informatie)samenleving. De samenleving wordt steeds complexer. Bibliotheken stellen kennis en informatie beschikbaar. Ze spelen een stimulerende rol bij het ontsluiten, delen en activeren van informatie. Ze dragen bij aan het versterken van de democratie en burgerschap. Bibliotheken bieden hulp aan mensen bij vragen over digitale informatie. Zo kunnen ook niet of minder digitaal vaardige mensen mee blijven doen. Daarnaast zetten bibliotheken in op het vergroten van zelfredzaamheid. Dat begint bij basisvaardigheden: kunnen lezen, schrijven en digitaal basisvaardig zijn. Digitaal burgerschap betekent ook dat mensen zich actief, vaardig en weerbaar kunnen bewegen in de online samenleving. Ook zetten bibliotheken zich in om het onderwijs te ondersteunen op het gebied van digitale geletterdheid.

Binnen deze opgave zullen onder andere de volgende acties opgepakt worden:

  • Partijen benadrukken het belang van digitale inclusie van burgers. Bibliotheekpartijen dragen hieraan bij door Informatiepunten Digitale Overheid (IDO’s) een vaste plek te geven in de bibliotheek. De ambitie is om het bereik van IDO’s te vergroten en de opdracht te verbreden. De VNG ondersteunt gemeenten bij het invullen van hun regiefunctie met betrekking tot de IDO’s. Het Ministerie van OCW onderhoudt intensief contact met het Ministerie van Binnenlandse Zaken, waar de IDO’s financieel gezien onder vallen, om de opzet van de IDO’s aan te laten sluiten bij de bibliotheekpraktijk.

  • Het Ministerie van OCW onderzoekt of de samenwerking tussen bibliotheken en onderwijs op digitale geletterdheid verder ontwikkeld kan worden.

  • Partijen gaan de rol van bibliotheken op het gebied van het versterken van de democratie en digitaal burgerschap uitbouwen en bestendigen.

Opgave 3: Leven lang ontwikkelen – vaardigheden en blijvende inzetbaarheid

Bibliotheekvoorzieningen bieden voor iedereen een openbare, neutrale en laagdrempelige leer-, ontmoetings- en ontwikkelplek. Partijen vinden het van belang dat iedereen op een zelfgekozen manier en tempo mee kan blijven doen, kan blijven leren en nieuwe inzichten kan opdoen. Het gaat zowel over non-formeel als informeel leren, over ontmoeting en over toegang tot kunst en cultuur. Ook gaat het om het opdoen van basisvaardigheden (zoals lezen, rekenen, digitale vaardigheden) én om het door ontwikkelen van vaardigheden die bijdragen aan blijvende inzetbaarheid. Partijen delen de wens om het bereik van bibliotheekvoorzieningen onder inwoners van Nederland te vergroten.

Er wordt ingezet op deze opgave met onder andere de volgende acties:

  • Partijen onderzoeken hoe het bereik en gebruik van bibliotheken te vergroten, bijvoorbeeld door in gemeenten het gratis lidmaatschap voor de lokale bibliotheek te verruimen.

  • Partijen delen de ambitie om de kwaliteit van taalhuizen te versterken en de continuïteit te borgen. Bibliotheekpartijen spannen zich in om, op basis van de aanbevelingen uit onderzoek3 naar Taalhuizen en inzichten vanuit de certificering, een kwaliteitsslag te maken met taalhuizen in bibliotheken. De kwaliteitsslag gaat ook om het beter bereiken van de doelgroep NT1.4

  • Partijen verkennen de komende periode welke activiteiten passend zijn bij de rol van de bibliotheek als plek voor leven lang ontwikkelen. Onderdeel daarvan is samen programmeren met de gemeenschap.

  • De bibliotheekpartijen werken aan het opbouwen van een collectie en programmering rond educatieve content en informatiebronnen (fysiek en digitaal), die laagdrempelig toegankelijk wordt gemaakt voor mensen die willen leren en hun begeleiders.

4. Basis garanderen

Om een bijdrage te kunnen leveren aan de hierboven genoemde drie actuele maatschappelijke opgaven is het van belang dat de bibliotheek een robuuste organisatie is. Dat kan door in te zetten op een aantal randvoorwaarden.

Om deze randvoorwaarden te realiseren worden onder andere de volgende acties opgepakt:

  • Het Ministerie van OCW werkt aan de nieuwe Wsob waarin vastgelegd wordt dat elke gemeente minimaal één volwaardige bibliotheekvestiging moet hebben. Partijen werken samen aan de realisatie hiervan.

  • De bibliotheekpartijen onderstrepen het belang van investeren in het opleiden en ontwikkelen van medewerkers en vrijwilligers van bibliotheken. Dat betekent in ieder geval dat er een brancheopleiding wordt ontwikkeld.

  • De verplichte certificering van bibliotheken en POI´s blijft een belangrijk instrument om de kwaliteit van de dienstverlening en programma’s hoog te houden.

  • De bibliotheekpartijen zorgen voor monitoring van dienstverlening en programma’s van bibliotheken. De KB geeft daar in afstemming met het bibliotheeknetwerk invulling aan. Het meten van impact en het bijhouden van de financiering van bibliotheken zijn daarin belangrijke onderdelen.

  • De bibliotheekpartijen versterken de samenwerking op het gebied van ICT, bijvoorbeeld door het realiseren van een basisbibliotheeksysteem en aandacht voor informatiebeveiliging en privacy. Hierbij maken ze gebruik van een op elkaar afgestemde infrastructuur.

5. Looptijd, evaluatie en ontbinding

  • a. De afspraken uit dit convenant gelden vanaf 30 september 2024 tot 30 september 2027. Daarmee volgt dit convenant op het ‘Bibliotheekconvenant 2020–2023’, waarvan de looptijd is verlengd met een jaar (namelijk tot 30 september 2024).

  • b. Partijen brengen dit convenant onder de aandacht van hun stakeholders respectievelijk achterban en bevorderen dat ze actief mee werken om de doelstellingen ervan te bereiken.

  • c. Vertegenwoordigers van partijen komen minimaal een keer per jaar op bestuurlijk niveau bij elkaar om de voortgang van de uitvoering van het convenant te bespreken en acties door te nemen op initiatief van de minister.

  • d. Partijen evalueren de samenwerking halverwege de looptijd van dit convenant in een gezamenlijke vergadering. De evaluatie omvat in ieder geval het verkrijgen van inzicht over de stand van zaken rondom de doelstellingen van het convenant. Ten behoeve van de gewenste transparantie verschaffen alle partijen dan (cijfermatig) inzicht rondom monitoring en certificering van kwaliteit. Partijen maken vervolgens een afspraak over het verder monitoren van het convenant. Van de vergadering wordt een verslag gemaakt, waarin afspraken over het verder monitoren worden vastgelegd.

  • e. Als uit de evaluatie blijkt dat een meerderheid van alle partijen van mening is dat dit convenant niet het gewenste effect heeft, spreken partijen elkaar daar op aan om tot een oplossing te komen.

  • f. Als een van de partijen zich niet houdt aan de afspraken in dit convenant, spreken partijen elkaar daar op aan om tot een oplossing te komen.

Slotbepalingen

6. Wijzigingen

  • a. Elke partij kan de andere partijen schriftelijk verzoeken het convenant te wijzigen. De wijziging behoeft de schriftelijke instemming van alle partijen.

  • b. Partijen treden in overleg binnen zes weken nadat een partij de wens daartoe aan de andere partijen schriftelijk heeft medegedeeld.

  • c. Wijzigingen van of aanvullingen op dit convenant dienen schriftelijk tussen partijen te worden afgesproken en vastgelegd en ondertekend door daartoe bevoegde personen.

7. Openbaarmaking

  • a. Binnen één maand na ondertekening van dit convenant wordt de tekst daarvan gepubliceerd in de Staatscourant.

  • b. De tekst van het convenant wordt tevens gepubliceerd op de website van de KB, het IPO, de VNG, de VOB en SPN.

Aldus overeengekomen op de laatste van de hieronder genoemde data en in zesvoud ondertekend:

Den Haag, 10 oktober 2024

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap E.E.W. Bruins

IPO S. Simonse

VNG N. Kramers

KB W. van Wezenbeek

SPN A. Bakelaar

VOB K. Gravesteijn


X Noot
1

Zie: www.sdgnederland.nl/.

X Noot
2

Rli, ROB & RVS (2023). Elke regio telt; Sociaal Cultureel Planbureau (2023). Eigentijdse ongelijkheid. Inspectie van het Onderwijs (2023). De staat van het Onderwijs 2023. Ministerie van BZK (2022). Werkagenda Waardengedreven Digitaliseren.

X Noot
3

Brandenbarg advies (2022). Een geschakeerd en divers landschap: (Digi)Taalhuizen in Nederland.

Inventarisatie ondersteuningsbehoeften Taalhuizen.

X Noot
4

NT1 is Nederlands als eerste taal. Het gaat dan om volwassen mensen met Nederlands als moedertaal.

Naar boven