Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2024, 31680 | algemeenverbindendverklaring van cao-bepalingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2024, 31680 | algemeenverbindendverklaring van cao-bepalingen |
Contractcateringbranche VVU 2024/2025
Verbindendverklaring cao-bepalingen
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelezen het verzoek van Wissenraet van Spaendonck (Stichting FBA contractcatering) namens de partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;
Partij ter ener zijde: Vereniging Nederlandse Cateringorganisaties (Veneca);
Partijen ter andere zijde: FNV Horecabond, CNV en De Unie.
Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;
Besluit:
Verklaart algemeen verbindend de navolgende bepalingen van bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, zulks met inachtneming van hetgeen in de dicta II, III, IV en V is bepaald:
1. In deze cao wordt verstaan onder:
iedere natuurlijke persoon met uitzondering van stagiairs waarmee de werkgever een arbeidsovereenkomst is aangegaan en wiens functie is ingedeeld in de cao voor de Contractcateringbranche genoemde salarisgroepen en die op locatie werkzaam is. De eis van het op locatie werkzaam zijn geldt uit de aard der activiteiten niet indien er sprake is van productiekeukens.
natuurlijke of rechtspersoon die al of niet in hoofdzaak een bedrijf maakt van het aanbieden en verrichten van contractcateringactiviteiten met uitzondering van offshore-contractcateringactiviteiten.
de Stichting Vrijwillig Vervroegd Uittreden voor de Contractcateringbranche II. De statuten van de SUCON II en het reglement maken integraal onderdeel uit van deze cao.
iedere werknemer niet zijnde regiomedewerker waarmee een overeenkomst is gesloten met betrekking tot het verrichten van contractcateringactiviteiten voor minder dan de normale arbeidsduur.
• De persoon met wie de (gewezen) RVU-uitkeringsgerechtigde vóór de ingangsdatum RVU is gehuwd;
• Indien de (gewezen) RVU-uitkeringsgerechtigde ongehuwd is, de ongehuwde persoon die vóór de ingangsdatum RVU als zijn partner is geregistreerd in de registers van de Burgerlijke Stand op grond van de Wet op het geregistreerd partnerschap;
• Indien de (gewezen) RVU-uitkeringsgerechtigde ongehuwd is, de ongehuwde persoon, niet zijnde een bloed- of aanverwant in de rechte lijn dan wel tweede graad zijlijn, met wie de (gewezen) RVU-uitkeringsgerechtigde vóór de ingangsdatum RVU een gezamenlijke huishouding voert zoals blijkt uit een door een notaris opgestelde akte én met wie de (gewezen) RVU-uitkeringsgerechtigde zoals blijkt uit de inschrijving in de Basis Registratie Personen op hetzelfde adres woont. Als aanvangsdatum van de gezamenlijke huishouding geldt de datum van verlijden van de notariële akte. Als einddatum van de gezamenlijke huishouding geldt de datum van inschrijving hiervan in de Basis Registratie Personen.
iedere werknemer die geen vaste formatieplaats bezet en op verschillende locaties werkzaamheden verricht of kan verrichten.
de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen
de Werkloosheidswet
de ziektewet
de pensioengerechtigde leeftijd zoals bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet.
degene die op grond van de onderhavige cao recht heeft op een uitkering.
de dag waarop de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en zijn werkgever op verzoek van de werknemer feitelijk is beëindigd.
De Stichting SUCON II.
met werkzaam wordt bedoeld dat er voor de werknemer recht op loon bestaat.
2. De onderhavige Collectieve Arbeidsovereenkomst Vrijwillig Vervroegde Uittreding
Contractcateringbranche is van toepassing op de dienstbetrekkingen tussen werkgevers (iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon) die zich bezighouden met het verrichten van contractcateringactiviteiten en hun werknemers (inclusief regiomedewerkers en parttime werknemers) die in het kader van hun arbeidsovereenkomst betrokken zijn bij activiteiten van hun werkgever op het gebied van contractcatering.
Voor een werknemer met een werkweek van minder dan de normale arbeidsduur worden de in de CAO opgenomen arbeidsvoorwaarden naar evenredigheid toegepast. Hierbij wordt waar nodig uitgegaan van een arbeidstijd voor werknemers in vaste dienst van 40 uur gemiddeld per week.
3. Voor Contractcateringactiviteiten waarop deze collectieve arbeidsovereenkomst
van toepassing is, is karakteristiek het verlenen van restauratieve diensten ten behoeve van personen met wie de opdrachtgever een durende band heeft anders dan die strekkende tot dat verlenen, en die diensten worden verleend in directe relatie tot die band.
Onder Contractcateringactiviteiten dienen tevens te worden begrepen voedselbereidingsactiviteiten die plaats vinden buiten de besloten kring van het bedrijf of de instelling van de opdrachtgever -hieronder met name aparte rechtspersonen te verstaan- voor zover deze worden verricht ten behoeve van het verlenen van restauratieve diensten in de besloten kring van het bedrijf of de instelling van de opdrachtgever.
Tevens is sprake van contractcateringactiviteiten indien de restauratieve diensten door een opdrachtgever (bedrijf of instelling), binnen dat bedrijf of die instelling zijn ondergebracht in een aparte rechtspersoon. Deze aparte rechtspersoon wordt dan aangemerkt als werkgever in de zin van deze CAO.
• Onder bedrijfscatering wordt verstaan die activiteit waarbij restauratieve diensten worden verleend in bedrijven, overheidsinstellingen en overige instellingen niet bedoeld in de institutionele of onderwijssectoren.
• Onder institutionele catering wordt verstaan die activiteit waarbij direct danwel indirect restauratieve diensten in gevangenissen, ziekenhuizen en verzorgingshuizen of verpleeghuizen worden verleend alsmede direct danwel indirect maaltijden worden verzorgd aan onder meer thuiswonende bejaarden of gehandicapten en asielzoekerscentra.
• Onder inflightcatering wordt verstaan die activiteit waarbij restauratieve diensten in de ruimste zin des woords – ondersteunende diensten voorzover in hoofdzaak ten behoeve van bevoorrading van vliegtuigen uitgevoerd daaronder mede begrepen – worden verleend ten behoeve van passagiers van de opdrachtgever.
In geval er sprake is van activiteiten op het gebied van inflightcatering en het bedrijf waarbinnen die activiteiten worden uitgevoerd ressorteert onder een andere bedrijfstak-CAO, dan behoeft de onderhavige CAO niet verplicht te worden toegepast. Onder andere bedrijfstak-CAO valt niet te verstaan de CAO voor het Horecabedrijf.
• Onder onderwijscatering wordt verstaan die activiteit waarbij restauratieve diensten op onderwijsinstellingen worden verleend.
4. De onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst is niet van toepassing op de werknemer die per week voor meer dan 50% van de met hem overeengekomen wekelijkse arbeidsduur werkzaamheden verricht bij een werkgever op wie de cao voor het Horecabedrijf van toepassing is.
5. Het in deze CAO genoemde en daarbij behorende reglement en statuten wordt geacht deel uit te maken van de CAO.
De uitvoering wordt opgedragen aan SUCON II, die onder haar verantwoordelijkheid de uitvoering kan delegeren aan een nader aan te wijzen uitvoeringsorganisatie.
1. Recht op een uitkering, onder de voorwaarden als uitgewerkt in deze cao, heeft de werknemer die:
A. in de periode vanaf 1 juni 2021 op uittredingsdatum een leeftijd heeft bereikt die maximaal drie jaar voor zijn AOW-gerechtigde leeftijd ligt, tenzij de aanvraag op grond van artikel 6 niet meer in behandeling kan worden genomen;
B. direct voorafgaand aan de uittredingsdatum werknemer is;
C. in de periode van 15 jaar direct voorafgaand aan de uittredingsdatum ten minste 15 jaar ononderbroken werkzaam is geweest bij een werkgever vallend onder de werkingssfeer van deze cao als werknemer in de zin van de cao. Een of meerdere periodes van niet en/of elders werken mogen gezamenlijk maximaal 6 maanden bedragen en tellen dan mee voor de bepaling van de referteperiode van 15 jaar. Bedragen de periodes gezamenlijk meer dan 6 maanden, dan wordt niet voldaan aan de referteperiode van 15 jaar.
2. Er wordt pas tot uitkering overgegaan als vóór de uittredingsdatum een verklaring omtrent einde dienstverband, getekend door werknemer en werkgever, door de uitvoeringsorganisatie is ontvangen.
3. Eventuele verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd na de datum van uittreden leiden niet tot een verlengde duur van de uitkering.
4. Geen recht op een uitkering heeft degene:
A. die recht heeft op een IVA-uitkering, WW-uitkering, ZW-uitkering of volledige WGA-uitkering (80–100%) die samenhangt met het dienstverband bij een werkgever in de zin van de deze cao;
B. die met pensioen is gegaan en gestopt met werken en die vervolgens weer gaat werken.
1. Aan de uitkeringsgerechtigde wordt een maandelijkse uitkering in de zin van deze regeling toegekend met ingang van de uittredingsdatum. De uitkering wordt voor maximaal 36 maanden toegekend.
2. De maandelijkse bruto uitkering bedraagt vanaf 1 januari 2024 € 2.182,–. Dit geldt voor de uitkeringsgerechtigde die voorafgaand aan de uittredingsdatum werkzaam was op basis van een arbeidsovereenkomst met een arbeidsduur van 40 uur per week.
De uitkering wordt maandelijks door de uitvoeringsorganisatie aan de uitkeringsgerechtigde betaald, onder aftrek van de wettelijk verplichte inhoudingen. De uitkeringsgerechtigde ontvangt jaarlijks een specificatie van de betaalde uitkering.
3. De uitkeringsgerechtigde die voorafgaand aan de uitredingsdatum gedeeltelijk arbeidsgeschikt was, heeft recht op een uitkering naar rato van het gedeelte dat hij arbeidsgeschikt is.
4. De uitkeringsgerechtigde die voorafgaand aan de uittredingsdatum een parttime dienstverband had, heeft recht op een uitkering naar rato van zijn arbeidsduur. Hierbij is maatgevend het gemiddelde parttime percentage in de 12 maanden voorafgaand aan de RVU-uitkering.
5. Er vindt geen pensioenopbouw plaats gedurende de uitkeringsperiode.
6. Eenmalige uitkeringen zijn niet mogelijk.
7. Een uitkering kan op zijn laatst ingaan op 31 december 2025 en eindigt uiterlijk op 31 december 2028.
Indien en voor zover de financiële middelen van SUCON II, meegewogen de toekomstige verplichtingen dat toelaten, worden de bestaande en toekomstige uitkeringen jaarlijks per 1 januari geïndexeerd conform het maandbedrag genoemd in artikel 32ba lid 7 Wet op de loonbelasting 1964, voor het eerst per 1 januari 2025. De uitkering bedraagt nooit meer dan het van heffing vrijgestelde bedrag in de zin van voornoemd artikel. Over een indexatie beslist het bestuur van SUCON II.
1. Het recht op uitkering op grond van deze regeling eindigt:
A. met ingang van de dag waarop de uitkeringsgerechtigde de voor hem geldende AOW-gerechtigde leeftijd bereikt;
B. ingeval van overlijden van de uitkeringsgerechtigde met ingang van de dag na de laatste dag van de tweede maand na de maand waarin het overlijden plaatsvond, tenzij er op de datum van overlijden van de uitkeringsgerechtigde sprake is van een partner. In dat laatste geval gaat, wanneer de fiscale wet- en regelgeving dit toestaat, de uitkering over naar de partner van de uitkeringsgerechtigde. De uitkering loopt dan tot maximaal de datum van de AOW-leeftijd die de deelnemer bereikt zou hebben, als genoemd in de toekenningsbrief aan de deelnemer. Een eventuele tussentijdse verhoging van de AOW-leeftijd, verlengt de duur van de uitkering dus niet.
2. Het recht op uitkering eindigt vóór de in het eerste lid bedoelde datum als de uitkeringsgerechtigde:
A. opnieuw een dienstbetrekking aanvaardt, en wel met ingang van de eerste dag waarop hij in die dienstbetrekking werkzaam is;
B. zich als ondernemer vestigt en wel met ingang van de vestigingsdatum.
1. De werknemer die in aanmerking wenst te komen voor een uitkering op grond van deze regeling dient niet eerder dan vier maanden en niet later dan drie maanden vóór de uittredingsdatum een daartoe strekkende aanvraag in.
2. De werknemer die in aanmerking wenst te komen voor de uitkering dient bij de aanvraag alle informatie in waarom wordt gevraagd.
3. De aanvraag wordt ingediend bij de uitvoeringsorganisatie met gebruikmaking van het daartoe bestemde aanvraagformulier, dat volledig en naar waarheid wordt ingevuld en ondertekend, en onder bijvoeging van de gevraagde bewijsstukken.
4. Tevens dient de werknemer die in aanmerking wenst te komen voor de uitkering alle informatie in waarvan hem bekend is dat die relevant is voor het vaststellen van zijn recht op uitkering.
5. De werknemer die in aanmerking wenst te komen voor de uitkering verklaart zich bij zijn aanvraag akkoord met de op hem van toepassing zijnde rechten en verplichtingen die voortvloeien uit deze cao.
6. Binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag wordt een beslissing genomen over de aanvraag en deze wordt schriftelijk naar de werknemer die in aanmerking wenst te komen voor de uitkering gestuurd. Indien het door omstandigheden niet mogelijk is om binnen zes weken een beslissing te nemen, zal de werknemer die in aanmerking wenst te komen voor de uitkering hierover schriftelijk worden geïnformeerd, waarbij tevens de reden van uitstel zal worden meegedeeld, alsmede de periode waarbinnen de beslissing genomen zal worden.
7. Gedurende de looptijd van de uitkering is de uitkeringsgerechtigde verplicht om uit zichzelf dan wel op verzoek van en op de door de stichting voorgeschreven wijze alle informatie aan de stichting te verstrekken waarvan hem redelijkerwijs duidelijk kan zijn dat die van invloed is op het voortbestaan van het recht, de hoogte en de duur van de uitkering.
1. Indien de uitkeringsgerechtigde de op grond van deze regeling gevraagde of uit eigen beweging te verstrekken inlichtingen niet, niet tijdig of onjuist verstrekt, kan een besluit tot toekomstige uitkering, dan wel tot een reeds lopende uitkering, worden ingetrokken en kan betrokkene tevens worden uitgesloten voor iedere toekomstige uitkering vanwege de uitvoeringsorganisatie. Uitkeringsgerechtigde wordt geacht de in dit lid bedoelde inlichtingen niet of niet tijdig te hebben verstrekt, indien de uitvoeringsorganisatie de inlichtingen niet binnen twee maanden na ontvangst van de eerste oproep daartoe of nadat het uit eigen beweging te melden feit bekend is bij uitkeringsgerechtigde, heeft ontvangen.
2. De uitvoeringsorganisatie is bevoegd de door de uitvoeringsorganisatie opgelopen schade als gevolg van door uitkeringsgerechtigde niet, niet tijdig of onjuist verstrekte inlichtingen of anderszins niet voldoen aan de in deze regeling gestelde voorwaarden, al dan niet bestaand uit teveel betaalde uitkeringen, sociale lasten en rente, te verhalen op uitkeringsgerechtigde. Daarbij behoudt de uitvoeringsorganisatie zich het recht voor verhaal te halen door middel van vermindering van de lopende uitkering.
3. Wanneer sprake is van fraude, valsheid in geschrifte of enig ander misdrijf als vermeld in het Wetboek van Strafrecht, dan kan de uitvoeringsorganisatie daarvan aangifte doen. Dat laat onverlet de mogelijkheid om in civielrechtelijke procedures of anderszins eventuele schade, al dan niet in de vorm van onverschuldigde betalingen, op betrokkene te verhalen.
4. De vorige leden zijn niet van toepassing, indien de uitkeringsgerechtigde van een gedraging als daar bedoeld redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt, waarvan is uitgesloten een beroep op het niet kennen van de inhoud van deze regeling.
5. De uitvoeringsorganisatie stuurt aan de uitkeringsgerechtigde schriftelijk en gemotiveerd een beslissing van het feit dat een sanctie zoals bedoeld in dit artikel aan de uitkeringsgerechtigde wordt opgelegd, waarbij in ieder geval vermeld zal worden waarom deze sanctie wordt opgelegd en wat de hoogte en duur van de sanctie is.
1. Indien de uitkering geheel of gedeeltelijk onverschuldigd is betaald, kan die uitkering of dat deel van de uitkering door de uitvoeringsorganisatie worden teruggevorderd van de persoon aan wie onverschuldigd is betaald. Geen terugvordering zal plaatsvinden na het verstrijken van een termijn van vijf jaar na de datum waarop de stichting heeft geconstateerd dat de uitkering onverschuldigd is betaald. De uitvoeringsorganisatie doet de betreffende persoon van die constatering onverwijld schriftelijk mededeling.
2. Wanneer blijkt dat een uitkering onverschuldigd is betaald, stuurt de uitvoeringsorganisatie aan degene die de uitkering heeft ontvangen een beslissing, waarin aan deze persoon gemotiveerd wordt meegedeeld dat aan hem onverschuldigd is betaald, alsmede de termijn waarbinnen hij het onverschuldigd betaalde bedrag dient terug te betalen. Deze termijn bedraagt twee weken.
3. Voor zover mogelijk zal de terugvordering worden verrekend met de nog uit te betalen uitkering. De uitvoeringsorganisatie stelt de persoon aan wie onverschuldigd is uitbetaald daarvan schriftelijk op de hoogte in de onder lid 2 bedoelde beslissing.
4. Indien de persoon aan wie onverschuldigd is uitbetaald niet in staat is het nog openstaande bedrag ineens terug te betalen, dan kan hij schriftelijk om een betalingsregeling verzoeken. Hij dient dit verzoek binnen twee weken na dagtekening van de in lid 2 bedoelde beslissing in bij de uitvoeringsorganisatie. De persoon aan wie onverschuldigd is uitbetaald, geeft de uitvoeringsorganisatie volledig inzage in zijn financiële situatie en verstrekt de uitvoeringsorganisatie alle informatie die op de beoordeling van het verzoek van invloed is. De uitvoeringsorganisatie beoordeelt vervolgens of een betalingsregeling overeengekomen kan worden. De uitvoeringsorganisatie houdt daarbij rekening met de beslagvrije voet.
5. Wanneer een betalingsregeling is overeengekomen, bericht de uitvoeringsorganisatie de persoon aan wie onverschuldigd is uitbetaald schriftelijk over de hoogte van het periodiek terug te betalen bedrag en het moment waarop de periodieke betalingen door de uitvoeringsorganisatie dienen te zijn ontvangen.
6. Wanneer de uitvoeringsorganisatie niet tegemoetkomt aan een verzoek tot het treffen van een betalingsregeling, zal de uitvoeringsorganisatie de persoon aan wie onverschuldigd is uitbetaald hiervan schriftelijk mededeling doen. Aan de persoon aan wie onverschuldigd is uitbetaald, wordt dan het verzoek gedaan de onverschuldigd betaalde uitkering alsnog binnen twee weken aan de uitvoeringsorganisatie terug te betalen.
7. Wanneer terugvordering over het lopende kalenderjaar plaatsvindt zal terugvordering van het netto te veel betaalde bedrag plaatsvinden. Vindt terugvordering plaats na afloop van het kalenderjaar waarin de uitkering onverschuldigd is betaald, dan vordert de uitvoeringsorganisatie het bruto te veel betaalde bedrag terug.
8. Wanneer de persoon aan wie onverschuldigd is uitbetaald niet tijdig aan de verplichting tot terugbetaling voldoet, of – in het geval van een betalingsregeling – zijn periodiek niet tijdig betaalt, zal de uitvoeringsorganisatie de persoon aan wie onverschuldigd is uitbetaald eenmaal een herinnering sturen met de mededeling dat de betaling binnen 14 dagen door de uitvoeringsorganisatie moet zijn ontvangen. Wanneer de persoon aan wie onverschuldigd is uitbetaald niet binnen die termijn betaalt of wanneer hij een tweede maal een periodiek mist, zal de gehele vordering zonder verder bericht uit handen worden gegeven aan een incassobureau.
De kosten ter zake van de buitengerechtelijke incassokosten komen, conform de wettelijk maximaal toegestane vergoeding zoals vastgesteld in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten of enige regelgeving die in plaats van dit besluit zal gelden, voor rekening van de persoon aan wie onverschuldigd is uitbetaald.
9. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan het bestuur van SUCON II geheel of gedeeltelijk afzien van terugvordering.
Partijen bij deze cao hebben een maximum budget vastgesteld om de uitkeringen van deze regeling te financieren. De datum van ontvangst van het aanvraagformulier bij de uitvoeringsorganisatie is leidend bij het bepalen van de volgorde. Indien dit maximum is bereikt worden geen nieuwe aanvragen voor een uitkering meer in behandeling genomen. Het bestuur van SUCON II zal hierover tijdig communiceren naar de branche.
Reeds ingegane uitkeringen blijven uitbetaald worden tot de AOW-gerechtigde leeftijd.
In het geval de overheid besluit om de wet- en regelgeving aan te passen en dat gevolgen heeft voor de RVU-regeling, dan beoordelen partijen bij deze cao en het bestuur van SUCON II wat de gevolgen voor de onderhavige regeling zijn. Zo nodig worden de cao en het RVU-reglement aangepast. Dit kan dus betekenen dat de regeling voor de einddatum van 31 december 2025 eindigt.
Het bestuur van SUCON II is bevoegd nadere voorschriften vast te stellen die nodig zijn voor een verantwoorde uitvoering. Deze voorschriften moeten in overeenstemming zijn met de bepalingen in de statuten en in deze cao.
In de gevallen, waarin toepassing van de regeling tot onbillijkheden leidt, kan het bestuur van de SUCON II een beslissing in afwijking van de bepalingen van dit reglement nemen.
1. De uitkeringsgerechtigde die zich niet kan verenigen met een beslissing die hem betreft, kan zich schriftelijk tot het bestuur van SUCON II wenden met het verzoek terug te komen op een beslissing op grond van deze cao.
2. Aan de uitkeringsgerechtigde wordt schriftelijk de beslissing van het bestuur van SUCON II, op grond van deze cao, meegedeeld.
3. Een kennisgeving zoals bedoeld in lid 2 is gemotiveerd en is gedagtekend.
1. De stichting draagt de naam: ‘Stichting Vrijwillig Vervroegde Uittreding voor de Contractcateringbranche II’, hierna te noemen ‘de stichting’.
2. De stichting heeft haar zetel te Tilburg.
De Stichting heeft ten doel:
a. voor werknemers in de contractcatering, op wie de collectieve arbeidsovereenkomst vrijwillig vervroegd uittreden voor de contractcateringbranche van toepassing is, op basis van artikel 32ba van de Wet op de Loonbelasting zoals aangepast in verband met de ‘Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen’, de mogelijkheid te openen tot maximaal 36 maanden voor hun AOW-gerechtigde leeftijd, vrijwillig vervroegd uit het arbeidsproces te treden op basis van de bij de ‘collectieve arbeidsovereenkomst vrijwillig vervroegd uittreden voor de contractcateringbranche getroffen regeling en aan die werknemers uitkeringen te doen krachtens die cao en vastgesteld reglement. Tevens heeft de Stichting ten doel het opvangen van financiële tegenvallers na ontbinding van SUCON I welke direct gerelateerd zijn aan de doelomschrijving van de (voormalige) Stichting SUCON I.
b. aan werkgevers een bijdrage te verstrekken voor werknemers die deelnemen aan de 80–92,5-indicatief 92,5% regeling en die voldoen aan de voorwaarden zoals opgenomen in het generatiepactreglement contractcatering – deel B (bijlage B.VII cao contractcateringbranche).
aan werkgevers een bijdrage te verstrekken voor werknemers die deelnemen aan de 80–95-indicatief 95% regeling en die voldoen aan de voorwaarden zoals opgenomen in het generatiepactreglement contractcatering – inflight (bijlage A.C4) cao contractcateringbranche).
De financiële middelen van de stichting bestaan uit:
a. de door werkgevers en werknemers in het verleden afgedragen premies;
b. eventuele bijdragen van de overheid;
c. eventuele andere baten.
d. eventuele toekomstige premies indien partijen bij de cao Vrijwillig Vervroegd Uittreden voor de Contractcateringbranche dit zijn overeengekomen en deze zijn vastgelegd in die cao.
1. Het bestuur van de stichting bestaat uit tenminste 8 leden.
2.
a. De bestuursleden worden benoemd door partijen bij de CAO vrijwillig vervroegde uittreding voor de contractcateringbranche.
b. Door partijen aan werkgeverszijde en partijen aan werknemerszijde worden evenveel bestuursleden benoemd.
3. De in lid 2 genoemde partijen benoemen voor elk bestuurslid een plaatsvervangend lid, dat in het bestuur zitting zal nemen bij ontstentenis van het zittend bestuurslid.
4. De benoeming van een bestuurslid en een plaatsvervangend bestuurslid geschiedt voor een tijdvak van 3 jaar.
5. Een bestuurslid en een plaatsvervangend bestuurslid zijn terstond herbenoembaar.
6. De in lid 2 genoemde partijen hebben te allen tijde het recht de door haar benoemde bestuursleden en plaatsvervangende bestuursleden te vervangen door anderen.
7. Het bestuurslidmaatschap en het plaatsvervangend bestuurslidmaatschap eindigt door:
a. overlijden;
b. periodiek aftreden;
c. schriftelijk bedanken;
d. onder curatelestelling of faillissement;
e. door ontslag door de partij, die het betreffende bestuurslid heeft benoemd.
7. In geval van ontstentenis of belet van één of meer bestuursleden is in afwijking van artikel 11 lid 1 het overblijvende bestuurslid danwel zijn de overblijvende bestuursleden met het gehele bestuur belast. Het bestuur draagt er voor zorg dat een persoon wordt aangewezen die in geval van ontstentenis of belet van alle bestuursleden of van het enige bestuurslid de stichting tijdelijk bestuurt. Onder belet wordt in deze statuten in ieder geval verstaan de situatie dat een bestuurslid zijn functie (tijdelijk) niet kan of mag uitoefenen door schorsing, vermissing of ziekte. Bij belet of ontstentenis van alle bestuursleden is de persoon die het bestuur daartoe aanwijst of heeft aangewezen tijdelijk met het bestuur van de stichting belast. Deze persoon neemt zo spoedig mogelijk maatregelen om definitief in het bestuur te voorzien, met inachtneming van artikel 11 lid 1. Deze persoon kan in afwijking van artikel 11 lid 1 de stichting maximaal zes weken besturen.
1. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.
2. De functie van voorzitter wordt in de even jaren vervuld door een bestuurslid, benoemd door een werkgeversorganisatie en de functie van plaatsvervangend voorzitter door een bestuurslid, benoemd door een werknemersorganisatie, partij bij de CAO; in de oneven jaren geldt het omgekeerde.
3. Het bestuur benoemt een secretaris al dan niet uit zijn midden, het bestuur kan een plaatsvervangend secretaris al dan niet uit zijn midden benoemen.
4. Wanneer de secretaris niet uit het bestuur is benoemd, heeft hij het recht de bestuursvergaderingen bij te wonen; hij heeft een adviserende stem.
1. Het bestuur is binnen de grenzen van het doel van de Stichting zelfstandig bevoegd tot het verrichten van alle handelingen en het sluiten van alle overeenkomsten de Stichting betreffende, gene uitgezonderd.
2. De stichting wordt vertegenwoordigd door het bestuur.
3. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan de voorzitter en de vicevoorzitter gezamenlijk.
4. Het bestuur kan volmacht verlenen aan één of meer bestuursleden, alsook aan derden, om de stichting binnen de grenzen van de volmacht te vertegenwoordigen.
Het administratief en geldelijk beheer wordt onder verantwoordelijkheid van het bestuur en met inachtneming van een door het bestuur vastgestelde instructie gevoerd door een door het bestuur tot wederopzegging benoemde administrateur.
1. De stichting vrijwaart elk (voormalig) (plaatsvervangend) bestuurder van de stichting alsmede van de (voormalige) Stichting SUCON I, voor alle uitgaven (met inbegrip van in redelijkheid gemaakte en onderbouwde honoraria van advocaten, adviseurs, rechtshulpverleners of andere vertegenwoordigers), geldelijke gevolgen van vonnissen, geldboetes en in het kader van schikkingen betaalde bedragen die daadwerkelijk en redelijkerwijs door hem zijn gemaakt in verband met een actie, rechtszaak of procedure voortkomend uit en/of verband houdend met elke (voorgenomen) actie in of buiten rechte ongeacht het feit of dit een reële of beweerde actie betreft wegens een handelen of nalaten in de uitoefening van de functie van een lid van het bestuur of van een andere functie die hij of zij op verzoek van het bestuur vervult.
2. Onverminderd het in lid 1 bepaalde wordt geen vrijwaring gegeven tegen een vordering, geschil of kwestie ten aanzien waarvan door de Nederlandse rechter bij gewijsde wordt vastgesteld dat degene, zoals bedoeld in lid 1 zich schuldig heeft gemaakt aan grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag bij de uitoefening van zijn taken voor de Stichting.
Onverminderd het in lid 1 en de vorige volzin bepaalde, wordt alleen vrijwaring verleend indien degene, zoals bedoeld in lid 1, eerst overgaat tot:
– het betrekken van een adviseur, advocaat, rechtshulpverlener of een vertegenwoordiger;
– het voeren van verweer, het maken van bezwaar dan wel anderszins reageren op een reële of beweerde actie;
– het betalen van (schade)vergoedingen, dan wel het anderszins betalen van geldelijke bedragen;
– het treffen van een (of meerdere) schikking(en) nadat door het bestuur met inachtneming van hetgeen is bepaald in lid 1 en de vorige volzin is beslist ten aanzien van de vrijwaring en de wijze van uitvoering van de hierboven aangegeven zaken en aan degene die het betreft van deze beslissing een schriftelijke bevestiging daarvan is verzonden en degene, zoals bedoeld in lid 1, door ondertekening van deze beslissing ook alle voorwaarden van de stichting onderschrijft en per aangetekende post retour heeft gezonden.
De Stichting stelt in ieder geval de volgende voorwaarden:
– Kosten die worden gemaakt bij de verdediging in een civiele of strafrechtelijke actie, rechtszaak of procedure worden betaald door de stichting vóór de uiteindelijke beslissing in een dergelijke actie, rechtszaak of procedure, na ontvangst van een toezegging van of namens degene zoals bedoeld in lid 1, dat hij het bedrag terugbetaalt, tenzij uiteindelijk wordt vastgesteld dat hij recht heeft op vrijwaring door de stichting volgens lid 1 van dit artikel. De toezegging hiertoe wordt gedaan door ondertekening en retour zending van de hierboven genoemde beslissing;
– Niettegenstaande de overige bepalingen van dit artikel, stelt degene, zoals bedoeld in lid 1, de stichting zonder enige vertraging in kennis, zodra hij zich bewust wordt van een vordering of mogelijke vordering die tegen hem wordt ingesteld en heeft degene, zoals bedoeld in lid 1, de plicht gemaakte kosten te matigen.
Geen vrijwaring wordt gegeven indien de betrokken schade is gedekt door een verzekering en de verzekeraar de schade heeft vergoed of indien de betrokken schade door de schuld van degene zoals bedoeld in lid 1 niet door een verzekering is gedekt.
3. De stichting heeft de bevoegdheid een verzekering af te sluiten en te handhaven namens degene, zoals bedoeld in lid 1, tegen diens beweerde of daadwerkelijke aansprakelijkheid in al die hoedanigheden of voortvloeiend uit zijn hoedanigheid als zodanig, ongeacht of de stichting de bevoegdheid heeft hem te vrijwaren tegen dergelijke aansprakelijkheid onder het bepaalde in dit artikel.
1. Het bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of tenminste twee bestuursleden dit nodig oordeelt/oordelen.
2. De wijze en termijn van oproeping worden bij bestuursbesluit geregeld.
3. De leden van het bestuur ontvangen voor elke door hen bijgewoonde vergadering van het bestuur jaarlijks door het bestuur vast te stellen vacatiegeld. Reis- en verblijfkosten, door de leden van het bestuur in hun functie gemaakt, worden vergoed volgens door het bestuur vast te stellen regeling.
1. Het bestuur kan slechts besluiten nemen wanneer tenminste 2 bestuursleden, benoemd door partijen aan werkgeverszijde en 2 bestuursleden, benoemd door partijen aan werknemerszijde, zoals genoemd in artikel 5, lid 2, aanwezig zijn. Indien een besluit niet genomen kan worden wegens het niet aanwezig zijn van het vereiste aantal bestuursleden is het bepaalde in artikel 16, lid 3, van overeenkomstige toepassing.
2. Voor zover in deze statuten niet anders is bepaald kunnen geldige besluiten slechts worden genomen bij gewone meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
3. Elk werkgeverslid heeft evenveel stemmen als het aantal aanwezige werknemersleden; elk werknemerslid heeft evenveel stemmen als het aantal aanwezige werkgeversleden.
4. Over zaken wordt mondeling en over personen wordt schriftelijk gestemd.
5. Bij het bepalen van het aantal geldig uitgebrachte stemmen worden blanco stemmen en ongeldige stemmen niet meegerekend.
6. Bij staking van stemmen wordt in een volgende vergadering opnieuw over hetzelfde onderwerp gestemd; staken de stemmen dan wederom, dan wordt het voorstel geacht te zijn verworpen wanneer het zaken betreft en beslist het lot wanneer de stemming personen betreft.
7. Besluiten kunnen ook buiten vergadering worden genomen mits schriftelijk en met eenparigheid van stemmen van alle bestuursleden.
Een dergelijk besluit staat gelijk met een besluit genomen in een vergadering.
8. Een bestuurslid die een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie, meldt dit terstond aan de overige bestuursleden en verschaft daarover alle relevante informatie. De overige bestuursleden besluiten buiten aanwezigheid van het betrokken bestuurslid of er sprake is van een belang dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. Een bestuurslid neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien het desbetreffende bestuurslid daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit zou kunnen worden genomen, wordt het besluit desalniettemin genomen door het bestuur onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen.
1. Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar.
2. Het eerste boekjaar wordt gerekend van de dag van oprichting van de stichting af tot en met 31 december 1989.
3. Jaarlijks voor 1 januari stelt het bestuur de begroting voor het komende boekjaar vast.
4. De begroting is beschikbaar voor bij het fonds betrokken werkgevers / werknemers.
1. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting zodanige aantekening te (doen) houden, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
2. Jaarlijks na afloop van het boekjaar stelt het bestuur een door een externe registeraccountant of accountant-administratieconsulent met certificerende bevoegdheid gecontroleerde balans, rekening van baten en lasten en verslag over de toestand van de stichting vast, welke stukken binnen drie maanden na afloop van het boekjaar door het bestuur dienen te worden opgemaakt en waaruit moet blijken dat de uitgaven conform het bestedingsdoel zijn gedaan; het bestuur legt daarmee rekenschap af van het gevoerde beleid. Ten blijke van de vaststelling worden voornoemde stukken door de voorzitter en de secretaris van de stichting ondertekend.
3. Het bestuur is verplicht de in de leden 1 en 2 vermelde bescheiden tenminste tien jaar lang te bewaren.
4. De rekening en verantwoording vergezeld van de verklaring van de registeraccountant of accountant-administratieconsulent wordt overeenkomstig de wettelijke bepalingen jaarlijks gepubliceerd en wordt ter inzage neergelegd van de bij de Stichting betrokken werkgevers / werknemers ten kantore van de Stichting en op één of meer door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan te wijzen plaatsen en worden op aanvraag toegezonden aan de bij de Stichting betrokken werkgevers en werknemers, tegen betaling van de daaraan verbonden kosten.
1. De gelden van de stichting worden door het bestuur beheerd.
2. Voor zover gelden van de stichting voor belegging beschikbaar zijn, worden deze gelden door het bestuur belegd, met inachtneming van in redelijkheid daaraan te stellen eisen van liquiditeit, rendement en risicoverdeling.
3. Gerede gelden worden in rekening-courant gestort bij de administrateur. De titels betreffende geldleningen op onderhandse schuldbekentenis worden bewaard in de kluis van de administrateur.
4. Effecten en andere geldswaardige papieren worden zoveel mogelijk in bewaring gegeven bij algemene handelsbanken.
5. Het bestuur zal de kosten van beheer van de geldmiddelen en de wijze van verrekening van de kosten vaststellen.
1. Het bestuur kan reglementen vaststellen en wijzigen; deze reglementen mogen geen bepalingen inhouden, welke in strijd zijn met de wet of deze statuten.
2. Ten aanzien van besluiten tot vaststellen van een reglement is het bepaalde in artikel 16 leden 2, 3 en 4 van toepassing.
3. De reglementen alsmede aangebrachte wijzigingen daarin treden niet in werking alvorens een volledig exemplaar van die stukken onderscheidenlijk van de wijzigingen daarin, door het bestuur ondertekend, voor een ieder ter inzage wordt neergelegd ter griffie van de rechtbank in het arrondissement waarin het fonds is gevestigd.
1. Het bestuur is bevoegd tot wijziging van de statuten en tot ontbinding van de stichting.
2. Besluiten tot wijziging van de statuten of tot ontbinding van de stichting kunnen slechts worden genomen met algemene stemmen in een speciaal daartoe bijeen geroepen vergadering waarin tenminste 3/4 der bestuursleden aanwezig is.
3. Wanneer in deze vergadering niet tenminste 3/4 der bestuursleden aanwezig is wordt binnen 4 weken, doch niet eerder dan 2 weken daarna, wederom een vergadering gehouden waarin een besluit tot statutenwijziging kan worden genomen mits met inachtneming van het bepaalde in artikel 11, lid 1, de meerderheid der bestuursleden aanwezig is.
4. Indien de voorzitter van het bestuur dit wenselijk acht en geen der afzonderlijke leden daartegen bezwaar heeft, kan het bestuur, in afwijking van lid 3, het besluit tot statutenwijzigingen schriftelijk nemen. Alle bestuursleden dienen in dat geval hun stem schriftelijk, telegrafisch, per telex of per e-mail uit te brengen. Het besluit wordt alsdan genomen met volstrekte meerderheid van stemmen.
Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen stemmen door de secretaris een relaas opgemaakt dat bij de notulen wordt gevoegd.
5. De statuten alsmede de in de statuten aangebrachte wijzigingen treden niet in werking alvorens een volledig exemplaar van die stukken onderscheidenlijk van de wijzigingen daarin, door het bestuur ondertekend, voor een ieder ter inzage wordt neergelegd ter griffie van de rechtbank in het arrondissement waarin het fonds is gevestigd.
1. Bij ontbinding van de stichting geschiedt de vereffening door het bestuur.
2. Gedurende de vereffening blijven de statuten zoveel mogelijk van kracht.
3. Het besluit tot ontbinding van de stichting moet inhouden de bestemming van een eventueel batig saldo, met dien verstande, dat een batig saldo moet worden bestemd voor een doel, dat het meest overeenkomt met het doel van de stichting.
1. Het bestuur is verplicht de stichting te doen inschrijven in het stichtingenregister, gehouden door de kamer van Koophandel en Fabrieken, binnen welker gebied de stichting haar zetel heeft en een authentiek afschrift van deze akte dan wel authentiek uittreksel van de akte, bevattende de statuten, ten kantore van dat register neer te leggen.
2. Het bestuur draagt zorg dat in bedoeld register steeds wordt ingeschreven de naam, de voornamen, de woonplaats, het adres alsmede de geboortedatum van elk dergenen, die de stichting in en buiten rechte vertegenwoordigt.
De in dictum I opgenomen bepalingen zijn algemeen verbindend verklaard tot en met 31 december 2025.
Voor zover de in dictum I opgenomen bepalingen strijdig zijn met bij of krachtens de wet gestelde of te stellen regelen, prevaleren deze regelen. Dit betekent in het licht van de gelijke behandelingswetgeving dat ten aanzien van bepalingen waarin onderscheid wordt gemaakt terwijl daarvoor een objectieve rechtvaardiging vereist is, partijen in de uitvoeringspraktijk moeten zorgen voor een legitiem doel waarbij de ingezette middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.
Voor gewijzigde wet- en regelgeving door de inwerkingtreding van de Wet invoering minimumuurloon per 1 januari 2024 geldt ook dat bij strijdigheid genoemde gewijzigde wet- en regelgeving prevaleert zoals de regelen in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Dit betekent onder andere dat indien de salarisbedragen lager zijn dan het wettelijk minimum(uur)loon, de wettelijke bedragen van toepassing zijn en dat in de loonopgave ook melding gemaakt moet worden van het voor desbetreffende werknemer van toepassing zijnde minimumuurloon.
Voor zover in de in dictum I opgenomen bepalingen wordt verwezen naar informatie die gepubliceerd is op een website, geldt dat de informatie zoals opgenomen op die website geen onderdeel uit maakt van dit besluit tot algemeenverbindendverklaring. Deze informatie wordt aangemerkt als toepassingspraktijk van cao-bepalingen, zoals bedoeld in paragraaf 3.1. van het Toetsingskader AVV. De inhoud van deze informatie valt niet onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Uitgezonderd zijn de verwijzingen die wettelijk zijn toegestaan.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-31680.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.