Regeling van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 9 september 2024 nr. 5657622, houdende wijziging van de Regeling algemene onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren in verband met indexering

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

Gelet op artikel 7, zesde lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren en artikel 1 van de Regeling algemene onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling algemene onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt na ‘jaarlijks’ ingevoegd ‘per 1 januari’.

B

Artikel 2 vervalt.

C

De bijlage bij de Regeling algemene onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren komt voor 2022 als volgt te luiden:

Bijlage als bedoeld in artikel 3 van de Regeling algemene onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren

Functie

Totaal

Toga-

vergoeding

Vakliteratuur

Kleine

consumpties

Representatie

president Hoge Raad

procureur-generaal Hoge Raad

€ 5.492

€ 102

€ 1.009

€ 150

€ 4.231

procureurs-generaal die het College van PG’s vormen

€ 5.324

€ 102

€ 1.009

€ 150

€ 4.063

plaatsvervangend procureur-generaal bij de Hoge Raad

€ 3.070

€ 102

€ 1.009

€ 150

€ 1.809

landelijk hoofdadvocaat-generaal

hoofdadvocaat-generaal

hoofdofficier van justitie

€ 2.903

€ 102

€ 838

€ 150

€ 1.813

plaatsvervangend hoofdofficier van justitie

€ 2.219

€ 102

€ 1.009

€ 150

€ 958

vice-president van de Hoge Raad

senior raadsheer gerechtshof

senior raadsheer Centrale Raad van Beroep

senior raadsheer College van Beroep voor het Bedrijfsleven

cvp-senior bij de gerechtshoven, CRvB en CBb (overgangsregeling)

€ 2.049

€ 102

€ 1.009

€ 150

€ 788

senior rechter A

senior rechter

advocaat-generaal Hoge Raad

senior advocaat generaal ressortsparket

advocaat-generaal ressortsparket

cvp-senior bij de rechtbanken (overgangsregeling)

€ 1.878

€ 102

€ 838

€ 150

€ 788

senior officier van justitie A

senior officier van justitie

officier van justitie

substituut-officier van justitie

officier enkelvoudige zaken

€ 1.709

€ 102

€ 838

€ 150

€ 619

raadsheer Hoge Raad

raadsheer gerechtshof

rechter

raadsheer Centrale Raad van Beroep

raadsheer College van Beroep voor het Bedrijfsleven

(senior) gerechtsauditeur, tevens raadsheer-plaatsvervanger in een gerechtshof waarbij hij is aangesteld

(senior) gerechtsauditeur, tevens rechter-plaatsvervanger in een rechtbank waarbij hij is aangesteld

€ 1.541

€ 102

€ 1.009

€ 150

€ 280

griffier (+ substituut-griffier) Hoge Raad

€ 862

€ 428

€ 150

€ 284

(senior) gerechtsauditeur

rechter in opleiding

officier in opleiding

€ 620

€ 470

€ 150

D

De bijlage bij de Regeling algemene onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren komt voor 2023 als volgt te luiden:

Bijlage als bedoeld in artikel 3 van de Regeling algemene onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren

Functie

Totaal

Toga-

vergoeding

Vakliteratuur

Kleine

consumpties

Representatie

president Hoge Raad

procureur-generaal Hoge Raad

€ 6.435

€ 120

€ 1.183

€ 176

€ 4.956

procureurs-generaal die het College van PG’s vormen

€ 6.238

€ 120

€ 1.183

€ 176

€ 4.759

plaatsvervangend procureur-generaal bij de Hoge Raad

€ 3.597

€ 120

€ 1.183

€ 176

€ 2.118

landelijk hoofdadvocaat-generaal

hoofdadvocaat-generaal

hoofdofficier van justitie

€ 3.402

€ 120

€ 982

€ 176

€ 2.124

plaatsvervangend hoofdofficier van justitie

€ 2.600

€ 120

€ 1.183

€ 176

€ 1.121

vice-president van de Hoge Raad

senior raadsheer gerechtshof

senior raadsheer Centrale Raad van Beroep

senior raadsheer College van Beroep voor het Bedrijfsleven

cvp-senior bij de gerechtshoven, CRvB en CBb (overgangsregeling)

€ 2.401

€ 120

€ 1.183

€ 176

€ 922

senior rechter A

senior rechter

advocaat-generaal Hoge Raad

senior advocaat generaal ressortsparket

advocaat-generaal ressortsparket

cvp-senior bij de rechtbanken (overgangsregeling)

€ 2.201

€ 120

€ 982

€ 176

€ 923

senior officier van justitie A

senior officier van justitie

officier van justitie

substituut-officier van justitie

officier enkelvoudige zaken

€ 2.003

€ 120

€ 982

€ 176

€ 725

raadsheer Hoge Raad

raadsheer gerechtshof

rechter

raadsheer Centrale Raad van Beroep

raadsheer College van Beroep voor het Bedrijfsleven

(senior) gerechtsauditeur, tevens raadsheer-plaatsvervanger in een gerechtshof waarbij hij is aangesteld

(senior) gerechtsauditeur, tevens rechter-plaatsvervanger in een rechtbank waarbij hij is aangesteld

€ 1.806

€ 120

€ 1.183

€ 176

€ 327

griffier (+ substituut-griffier) Hoge Raad

€ 1.010

€ 502

€ 176

€ 332

(senior) gerechtsauditeur

rechter in opleiding

officier in opleiding

€ 727

€ 551

€ 176

E

De bijlage bij de Regeling algemene onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren komt voor 2024 als volgt te luiden:

Bijlage als bedoeld in artikel 3 van de Regeling algemene onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren

Functie

Totaal

Toga-

vergoeding

Vakliteratuur

Kleine

consumpties

Representatie

president Hoge Raad

procureur-generaal Hoge Raad

€ 6.346

€ 119

€ 1.167

€ 174

€ 4.886

procureurs-generaal die het College van PG’s vormen

€ 6.152

€ 119

€ 1.167

€ 174

€ 4.692

plaatsvervangend procureur-generaal bij de Hoge Raad

€ 3.547

€ 119

€ 1.167

€ 174

€ 2.087

landelijk hoofdadvocaat-generaal

hoofdadvocaat-generaal

hoofdofficier van justitie

€ 3.355

€ 119

€ 969

€ 174

€ 2.093

plaatsvervangend hoofdofficier van justitie

€ 2.564

€ 119

€ 1.167

€ 174

€ 1.104

vice-president van de Hoge Raad

senior raadsheer gerechtshof

senior raadsheer Centrale Raad van Beroep

senior raadsheer College van Beroep voor het Bedrijfsleven

cvp-senior bij de gerechtshoven, CRvB en CBb (overgangsregeling)

€ 2.368

€ 119

€ 1.167

€ 174

€ 908

senior rechter A

senior rechter

advocaat-generaal Hoge Raad

senior advocaat generaal ressortsparket

advocaat-generaal ressortsparket

cvp-senior bij de rechtbanken (overgangsregeling)

€ 2.171

€ 119

€ 969

€ 174

€ 909

senior officier van justitie A

senior officier van justitie

officier van justitie

substituut-officier van justitie

officier enkelvoudige zaken

€ 1.976

€ 119

€ 969

€ 174

€ 714

raadsheer Hoge Raad

raadsheer gerechtshof

rechter

raadsheer Centrale Raad van Beroep

raadsheer College van Beroep voor het Bedrijfsleven

(senior) gerechtsauditeur, tevens raadsheer-plaatsvervanger in een gerechtshof waarbij hij is aangesteld

(senior) gerechtsauditeur, tevens rechter-plaatsvervanger in een rechtbank waarbij hij is aangesteld

€ 1.781

€ 119

€ 1.167

€ 174

€ 321

griffier (+ substituut-griffier) Hoge Raad

€ 996

€ 495

€ 174

€ 327

(senior) gerechtsauditeur

rechter in opleiding

officier in opleiding

€ 717

€ 543

€ 174

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat:

  • a. Artikel I, onder C, terugwerkt tot en met 1 januari 2022;

  • b. Artikel I, onder D, terugwerkt tot en met 1 januari 2023;

  • c. Artikel I, onder E, terugwerkt tot en met 1 januari 2024.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 9 september 2024

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, T.H.D. Struycken

TOELICHTING

Artikel I

Onderdeel A en B

De algemene onkostenvergoeding voor rechterlijke ambtenaren wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd op basis van de afgeleide consumentenprijsindex (CPI). Eerder vond de jaarlijkse indexering plaats aan de hand van de afgeleide CPI over het gehele voorgaande kalenderjaar. Sinds 1 januari 2014 wordt voor de indexering een gewijzigde periode van twaalf maanden aangehouden. Door een technische fout is destijds in de toelichting een verkeerde indexeringsperiode omschreven, te weten oktober tot en met september, die met deze wijziging hersteld wordt. De periode van twaalf maanden die voor de indexering is aangehouden betreft namelijk die van de maanden september tot en met september.

De indexering van de bedragen van de algemene onkostenvergoeding voor het jaar T geschiedt dus op basis van de afgeleide CPI over de periode van september van het jaar T min 2 tot en met september T min 1. Het te hanteren indexeringspercentage is zo vóór de ingangsdatum van 1 januari bekend en herberekeningen en nabetalingen zijn niet nodig. Artikel 2 van de Regeling algemene onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren (hierna: de regeling) kan komen te vervallen, gelet op de terugwerkende kracht die niet meer vereist is.

Nu artikel 2 van de regeling bepaalde dat de indexering per 1 januari plaatsvindt, is dit thans in artikel 1 van de regeling bepaald.

Onderdeel C

Op grond van artikel 1 van de regeling zijn de bedragen, vermeld in de bijlage als bedoeld in artikel 3 van de regeling, per 1 januari 2022 geïndexeerd met 2,57%. Dit is de afgeleide CPI over de periode september 2020 tot en met september 2021 zoals deze volgt uit berekeningen van het CBS.

Onderdeel D

Op grond van artikel 1 van de regeling zijn de bedragen, vermeld in de bijlage als bedoeld in artikel 3 van de regeling, per 1 januari 2023 geïndexeerd met 17,16%. Dit is de afgeleide CPI over de periode september 2021 tot en met september 2022 zoals deze volgt uit berekeningen van het CBS.

Onderdeel E

Op grond van artikel 1 van de regeling zijn de bedragen, vermeld in de bijlage als bedoeld in artikel 3 van de regeling, per 1 januari 2024 geïndexeerd met -1,39%. Dit is de afgeleide CPI over de periode september 2022 tot en met september 2023 zoals deze volgt uit berekeningen van het CBS.

In de bijlage van artikel 3 zijn de volgende bedragen opgenomen: het totaalbedrag op jaarbasis en de bedragen op jaarbasis per deelpost.

Artikel II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt voor onderdeel C terug tot en met 1 januari 2022, voor onderdeel D terug tot en met 1 januari 2023 en voor onderdeel E terug tot en met 1 januari 2024. Dit is voor onderdelen C en D nodig teneinde de geïndexeerde bedragen voor die jaren nog toe te kunnen passen. Voor onderdeel E is de terugwerkende kracht nodig teneinde de nieuwe geïndexeerde bedragen toe te passen voor het gehele jaar 2024. Dit is te rechtvaardigen omdat uit de regeling volgt dat de indexering jaarlijks per 1 januari plaatsvindt. De indexering in de jaren 2022 en 2023 is louter begunstigend voor de rechterlijke ambtenaren. De niet-begunstigende indexering in het jaar 2024 is reeds voorafgaand aan 1 januari 2024 per circulaire bekendgemaakt.

’s-Gravenhage, 9 september 2024

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, T.H.D. Struycken

Naar boven