De Minister van Klimaat en Groene Groei,
Overwegende, dat Hynetwork Services het voornemen heeft om een hogedruk buisleidingennetwerk
voor het transport van waterstof te realiseren in de gemeente Ommen, welk voornemen
hierna wordt aangeduid als Waterstofnetwerk Drenthe Overijssel, en voor de realisatie
van Waterstofnetwerk Drenthe Overijssel voorbereidende werkzaamheden aan het aardgasnetwerk
nodig zijn door Gasunie Transport Services;
Dat Waterstofnetwerk Drenthe Overijssel deel uitmaakt van het landelijk transportnet
voor waterstofgas, waarvoor het kabinet de bevoegdheid voor de ruimtelijke inpassing
bij het rijk heeft gelegd middels het Besluit Toepassing van de rijkscoördinatieregeling
op de landelijke infrastructuur voor het transport van waterstofgas, Staatscourant 11156 d.d. 22 april 2022, zodat op de aanleg van dit project artikel 3.35, eerste lid,
aanhef en onder c, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) van toepassing is;
Dat het verzoek dat ten grondslag ligt aan dit besluit is ingediend op 12 juni 2023,
en dat daardoor op grond van artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet het oude
recht nog van toepassing is op dit besluit;
Dat dit onder meer betekent dat de voorbereiding en bekendmaking van diverse voor
het project benodigde besluiten worden gecoördineerd, overeenkomstig artikel 3.35,
eerste lid, aanhef en onder b, van de Wro, waarbij de Minister van Klimaat en Groene
Groei met deze coördinatie is belast;
Dat Hynetwork Services voornemens is omgevingsvergunningen op grond van artikel 5.1,
lid 1 a en artikel 5.3 Omgevingswet aan te vragen voor het afkoppelen van bestaande
aansluiting van leiding A-619-01 nabij compressorstation Ommen van leiding A-619,
het aansluiten van leiding A-619-01 nabij compressorstation Ommen realiseren op leiding
A-519 en het aanbrengen van een passtuk, omdat deze werkzaamheden benodigd voor de
instandhouding van het huidige aardgasnetwerk en tevens om het huidige netwerk voorbereiden
op het transport van waterstof;
Dat in de bijlage van het besluit Toepassing van de rijkscoördinatieregeling op de
landelijke infrastructuur voor het transport van waterstofgas van 22 april 2022, de
besluiten zijn aangewezen die voor projecten als deze in ieder geval besluiten zijn
als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onder b van de Wro en zodoende
worden meegenomen in de hiervoor bedoelde gecoördineerde voorbereiding;
Dat een besluit als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a, b en c Wet algemene
bepalingen omgevingsrecht (nu artikel 5.1, lid 1 a, artikel 5.2 lid 2 a, en artikel 5.3
Omgevingswet) besluiten zijn als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onder b
van de Wro en daarom worden meegenomen in de hiervoor bedoelde gecoördineerde voorbereiding;
Dat op grond van artikel 3:22, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna:
Awb), een coördinerend bestuursorgaan de taak heeft om een doelmatige en samenhangende
voorbereiding van besluiten te bevorderen, en dat dit betekent dat van een coördinerend
bestuursorgaan een actieve houding wordt verwacht, zowel wat betreft het proces als
wat betreft de inhoud;
Dat de Minister van Klimaat en Groene Groei als coördinerend bestuursorgaan kan beslissen
om bepaalde besluiten buiten de coördinatie van besluiten als bedoeld in artikel 3.35,
eerste lid, aanhef en onder b, van de Wro te houden, indien deze niet bijdragen aan
de versnelling van de besluitvorming.
Dat het mee coördineren van de bovengenoemde besluiten de procedure zou belemmeren
of ernstig bemoeilijken en onnodig tot vertraging zou leiden, omdat in dat geval de
voor de genoemde besluiten geëigende reguliere (kortere) voorbereidingsprocedures
niet zouden kunnen worden doorlopen;
Dat het, gelet op het voorgaande, wenselijk is de hiervoor bedoelde besluiten, apart
voor te bereiden van de overige benodigde besluiten.
Gelet op: Het Besluit Toepassing van de rijkscoördinatieregeling op de landelijke
infrastructuur voor het transport van waterstofgas, d.d. 22 april 2022, in samenhang
met artikel 3:22, eerste lid, van de Awb;
Besluit: