Afbouw 2024/2025

Verbindendverklaring gewijzigde cao-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 10 september 2024 tot wijziging van het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst Afbouw

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelezen het verzoek van het Technisch Bureau Afbouw namens partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeenverbindendverklaring van gewijzigde bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;

Partij ter ener zijde: Nederlandse Ondernemersvereniging voor Afbouwbedrijven (NOA);

Partijen ter andere zijde: FNV en CNV.

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

Dictum I

Het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst Afbouw1 wordt met inachtneming van dictum II als volgt gewijzigd:

A

De onder dictum I opgenomen bepalingen worden als volgt gewijzigd:

Aan artikel 89 worden leden 6 en 7 toegevoegd en komen te luiden:

Artikel 89 Vakopleiding via samenwerkingsverbanden

  • ‘6. De eerste 12 weken van de bbl-opleiding ontvangt de bbl-leerling het wettelijk minimumloon voor bbl-leerlingen. Vanaf de 13de week ontvangt de bbl-leerling het leerlingenloon bbl als bedoeld in artikel 47. Dit lid treedt in werking met ingang van het schooljaar 2024–2025.

  • 7. De bbl-leerling betaalt vanaf het schooljaar 2024–2025 niet voor de leermiddelen (boeken, readers, etc.), materialen (kleding, gereedschap, etc.) en de cursus VCA. De kosten van leermiddelen, materialen en de cursus VCA komen vanaf het schooljaar 2024–2025 voor rekening van de samenwerkingsverbanden. De bbl-leerling van 18 jaar of ouder betaalt zelf het cursusgeld voor de bbl-opleiding.’

Dictum II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en heeft geen terugwerkende kracht.

’s-Gravenhage, 10 september 2024

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, De directeur Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving, P.S. Nanhekhan

Naar boven