Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2024, 26888 | algemeenverbindendverklaring van cao-bepalingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2024, 26888 | algemeenverbindendverklaring van cao-bepalingen |
Particuliere Kaaspakhuisbedrijf
Fonds collectieve Belangen 2024–2028
Verbindendverklaring cao-bepalingen
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelezen het verzoek van de Vereniging Gemeenschappelijk Zuivelsecretariaat mede namens de overige partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;
Partij ter ener zijde: Vereniging Gemeenschappelijk Zuivelsecretariaat (Gemzu);
Partijen ter andere zijde: FNV en CNV.
Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;
Besluit:
Verklaart algemeen verbindend de navolgende bepalingen van bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, zulks met inachtneming van hetgeen in de dicta II, III, IV en V is bepaald:
In deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt verstaan onder:
ieder, die als ondernemer in een kaaspakhuisonderneming werkzaamheden doet verrichten.
Een (onderdeel van een) onderneming die uitsluitend of in hoofdzaak de groothandel in kaas uitoefent. Dit betekent dat de onderneming tenminste één van de volgende activiteiten uitsluitend of in hoofdzaak uitoefent:
a. Kopen en verkopen van kaas aan anderen dan aan de consument. De consument is de eindgebruiker die de kaas consumeert;
b. Als onderneming tussenpersoon in kaas is;
c. Opslaan en verzorgen van kaas voor derden;
d. Bereiden en/of verhandelen van smeltkaas, smeltkaasproducten, poederkaas of geraspte kaas;
e. Verpakken van kaas voor de eigen onderneming of voor derden;
f. Schonen van kaas voor de eigen onderneming of voor derden.
de perso(o)n(en) man of vrouw in dienst van een werkgever met uitzondering van zogenaamde vakantiewerkers en de niet (langer) ingevolge de verplichte werknemersverzekeringen verzekerde directeuren-grootaandeelhouders, hun echtgeno(o)t(e) en familieleden die evenmin in vorenbedoelde zin verzekerd zijn.
de Stichting Fonds Collectieve Belangen voor het Particuliere Kaaspakhuisbedrijf.
De statuten van de genoemde Stichting.
het in artikel 13 van de statuten bedoelde reglement.
het in artikel 5 van de statuten benoemde bestuur.
de in artikel 6 lid 4 van de statuten bedoelde administrateur.
Deze cao is van toepassing op alle werknemers en werkgevers in een kaaspakhuisonderneming. De statuten en het reglement maken een geïntegreerd onderdeel van deze cao uit.
De Stichting heeft ten doel, overeenkomstig artikel 3 van de statuten, het geheel of gedeeltelijk financieren en subsidiëren van activiteiten die gericht zijn op het bevorderen van goede arbeidsverhoudingen in het Particuliere Kaaspakhuisbedrijf. Deze activiteiten bestaan binnen het doel van de Stichting uit het bevorderen van:
1. Het geven van voorlichting en informatie over de rechtsgevolgen die voortvloeien uit de collectieve arbeidsovereenkomsten voor het Particuliere Kaaspakhuisbedrijf en/of andere wettelijke voorschriften die op het terrein van de arbeidsvoorwaarden liggen.
2. Het verrichten en publiceren van onderzoek ten behoeve van het tot stand brengen en uitvoeren van maatregelen ter verbetering van de arbeidsomstandigheden van de werknemers in het Particulier Kaaspakhuisbedrijf.
3. Het verrichten en publiceren van onderzoek naar de gevolgen van door partijen bij het C.A.O.-overleg gemaakte afspraken dat ten dienste staat van het georganiseerd overleg, met het doel de belangen te dienen van alle werkgevers en werknemers in het Particulier Kaaspakhuisbedrijf.
4. Het verrichten en subsidiëren van vakopleidingen en opleiding en vormingsactiviteiten ten behoeve van alle werknemers en werkgevers in het Particuliere – Kaaspakhuisbedrijf in het kader van:
a. Het verrichten van scholingsactiviteiten en vormings- en ontwikkelingswerk ten behoeve van werknemers teneinde een goede werking van de arbeidsmarkt in de sector te bewerkstelligen en de employability van werknemers in de sector te verbeteren.
b. Het opzetten en organiseren van opleidingen en/of cursussen die gericht zijn op het bijblijven of verbreden dan wel verdiepen van kennis en/of vaardigheden van de werknemer, die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van zijn huidige functie en/of toekomstige functie in de bedrijfstak.
c. Het stimuleren en subsidiëren van onderzoeksactiviteiten op het gebied van opleiding van werknemers in het kader van hun inzetbaarheid, arbeidsvoorwaarden, arbeidsverhoudingen en de arbeidsmarkt gericht op het bevorderen van goede arbeidsverhoudingen in de bedrijfstak.
5. Algemene publiciteit aangaande de arbeidsvoorwaarden in het Particuliere Kaaspakhuisbedrijf. Het promoten van bedrijfstakberoepen in- en buiten de bedrijfstak.
De uitvoering van deze overeenkomst geschiedt volgens de bepalingen van de statuten en reglementen van de Stichting. De uitvoering is aan de Stichting opgedragen. De Stichting kan de uitvoering mandateren aan een administrateur onder verantwoordelijkheid van het bestuur van de Stichting. Ten behoeve van de vorenbedoelde uitvoering is de werkgever verplicht alle gegevens en inlichtingen te verschaffen alsmede iedere medewerking te verlenen, die noodzakelijk of gewenst worden geacht door personen of instellingen die, door of namens de Stichting, zijn belast met de inning van de subsidie en de controle op de naleving van het gestelde in de statuten en de reglementen van de Stichting en de toetsing van de bedrijfsactiviteiten van de werkgever aan het gestelde in deze CAO.
Werkgevers zijn gehouden de door de Stichting in het kader van de doelstelling gevraagde gegevens te verstrekken en de bijdragen te betalen die zij aan de Stichting verschuldigd zijn, overeenkomstig datgene wat te dezer zake in de statuten en de reglementen van de Stichting is of wordt bepaald en zullen zich ook overigens moeten houden aan het bepaalde in de statuten en de reglementen van de Stichting. Indien de werkgever, ook na aanmaning, niet aan zijn verplichtingen voldoet, is de Stichting bevoegd de noodzakelijke gegevens naar beste weten vast te stellen.
De werkgever is verplicht aan de Stichting een bijdrage af te dragen in overeenstemming met artikel 2 lid 1 van het Reglement Fonds Collectieve Belangen voor het Particuliere Kaaspakhuisbedrijf. De hoogte van de bijdrage is vijfentwintig euro (€ 25,–) per fulltime werknemer per jaar. Voor een deeltijd werknemer is, het door de werkgever verschuldigde bedrag, het bedrag naar rato.
De stichting draagt de naam: Stichting Fonds Collectieve Belangen voor het Particuliere Kaaspakhuisbedrijf, verder te noemen de Stichting. De Stichting is gevestigd in de gemeente 's-Gravenhage.
een rechtspersoon die voldoet aan de definitie onder artikel 2, lid 2 en tenminste één van de daar genoemde activiteiten uitoefent.
een (onderdeel van een) onderneming – die uitsluitend of in hoofdzaak de groothandel in kaas uitoefent. Dit betekent dat de onderneming tenminste één van de volgende activiteiten uitsluitend of in hoofdzaak uitoefent:
1. kopen en verkopen van kaas aan anderen dan aan de consument. De consument is de eindgebruiker die de kaas consumeert;
2. als onderneming tussenpersoon in kaas zijn;
3. opslaan en verzorgen van kaas voor derden;
4. bereiden en/of verhandelen van smeltkaas, smeltkaasproducten, poederkaas of geraspte kaas;
5. verpakken van kaas voor de eigen onderneming of voor derden;
6. schonen van kaas voor de eigen onderneming of voor derden. -
perso(o)n(en) in dienst van een werkgever met uitzondering van zogenaamde vakantiewerkers en de niet (langer) ingevolge de verplichte werknemersverzekeringen verzekerde directeuren-grootaandeelhouders, hun echtgeno(o)t(e) en familieleden die evenmin in vorenbedoelde zin verzekerd zijn.
de Stichting Fonds Collectieve Belangen voor het Particulier Kaaspakhuisbedrijf.
het in artikel 5 benoemde bestuur.
de in artikel 6 lid 4 bedoelde administrateur.
het in artikel 13 bedoelde reglement.
collectieve arbeidsovereenkomst Fonds Collectieve Belangen voor het Particuliere Kaaspakhuisbedrijf.
De Stichting heeft ten doel het geheel of gedeeltelijk financieren en subsidiëren van activiteiten die gericht zijn op het bevorderen van goede arbeidsverhoudingen binnen het Particuliere Kaaspakhuisbedrijf. Deze activiteiten bestaan binnen het doel van de Stichting uit het bevorderen van:
a. het geven van voorlichting en informatie over de rechtsgevolgen die voortvloeien uit de collectieve arbeidsovereenkomsten voor het Particuliere Kaaspakhuisbedrijf en/of andere wettelijke voorschriften die op het terrein van de arbeidsvoorwaarden liggen; -
b. het verrichten en publiceren van onderzoek ten behoeve van het tot stand brengen en uitvoeren van maatregelen ter verbetering van de – arbeidsomstandigheden van de werknemers in het Particuliere Kaaspakhuisbedrijf;
c. het verrichten en publiceren van onderzoek naar de gevolgen van door partijen bij het C.A.O.-overleg gemaakte afspraken dat ten dienste staat van het georganiseerd overleg, met het doel de belangen te dienen van alle werkgevers en werknemers in het Particulier Kaaspakhuisbedrijf;
d. Het verrichten en subsidiëren van vakopleidingen en opleiding en vormingsactiviteiten ten behoeve van alle werknemers en werkgevers in het Particuliere – Kaaspakhuisbedrijf in het kader van:
1. Het verrichten van scholingsactiviteiten en vormings- en ontwikkelingswerk ten behoeve van werknemers teneinde een goede werking van de arbeidsmarkt in de sector te bewerkstelligen en de employability van werknemers in de sector te verbeteren.
2. Het opzetten en organiseren van opleidingen en/of cursussen die gericht zijn op het bijblijven of verbreden dan wel verdiepen van kennis en/of vaardigheden van de werknemer, die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van zijn huidige functie en/of toekomstige functie in de bedrijfstak.
3. Het stimuleren en subsidiëren van onderzoeksactiviteiten op het gebied van opleiding van werknemers in het kader van hun inzetbaarheid, arbeidsvoorwaarden, arbeidsverhoudingen en de arbeidsmarkt gericht op het bevorderen van goede arbeidsverhoudingen in de bedrijfstak.
e. algemene publiciteit aangaande de arbeidsvoorwaarden in het Particuliere Kaaspakhuisbedrijf. Het promoten van bedrijfstakberoepen in- en buiten de bedrijfstak.
1. De inkomsten van de Stichting bestaan uit:
a. bijdragen van werkgevers;
b. bijdragen van de overheid;
c. de te kweken rente;
d. schenkingen, legaten en erfstellingen;
e. al hetgeen op andere wijze wordt verworven.
2. Erfstellingen kunnen slechts worden aanvaard onder het voorrecht – van boedelbeschrijving.
3. De uitgaven van de Stichting bestaan uit:
a. de uitgaven voortvloeiend uit de realisatie van in artikel 3 omschreven doel;
b. de overige uitgaven.
1. Het bestuur van de Stichting bestaat uit vier (4) leden, waarvan worden aangewezen (benoemd):
– twee (2) leden door de vereniging: Gemzu Vereniging Gemeenschappelijk Zuivelsecretariaat, gevestigd te 's-Gravenhage;
– één (1) lid door Vereniging FNV, gevestigd te Utrecht;
– één (1) lid door CNV, gevestigd te Utrecht.
Eerstbedoelde twee leden worden hierna ook aangeduid als ‘werkgeverslid’ en de laatstbedoelde twee leden worden ook aangeduid als ‘werknemerslid’.
2. De benoeming van een bestuurslid geschiedt voor onbepaalde tijd. –
3. De organisatie die een bestuurslid benoemde, kan te allen tijde die – benoeming intrekken en een ander in zijn plaats tot bestuurslid benoemen. Ook is zij bevoegd voor een door haar aangewezen bestuurslid tijdelijk een plaatsvervanger aan te wijzen.
4. Het bestuurslidmaatschap eindigt:
a. door overlijden;
b. door schriftelijk te bedanken;
c. door onder curatele stelling of faillissement;
d. door ontslag door het bestuur van de organisatie die het betreffende bestuurslid benoemde;
e. door ontslag door de rechtbank op grond van artikel 2:298 van het Burgerlijk Wetboek.
5. Bij belet of ontstentenis van een of meer bestuurders zijn de overige bestuurders, of is de enige overgebleven bestuurder, tijdelijk met het bestuur belast.
Bij belet of ontstentenis van alle bestuurders zullen de tot benoeming bevoegde instanties zo spoedig mogelijk voorzien in de – benoeming van tenminste één werkgeverslid en één werknemerslid, al dan niet voor bepaalde duur.
1. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris, een plaatsvervangend voorzitter en een plaatsvervangend secretaris.
2. De functie van voorzitter en plaatsvervangend voorzitter worden in de even kalenderjaren vervuld door werkgeversleden en in de oneven kalenderjaren door werknemersleden.
3. Het bestuur draagt zorg voor de uitvoering van de statuten en het reglement van de Stichting. Het is bevoegd tot alle daden van beheer en beschikking binnen de kring van de doelstelling van de Stichting. Bij de vervulling van hun taak richten de bestuursleden zich naar het belang van de Stichting en de met haar verbonden organisatie.
4. Het bestuur is belast met het administratief en geldelijk beheer waaronder tevens het fondsvermogen. Het bestuur kan het administratief en geldelijk beheer onder verantwoordelijkheid van het bestuur alsmede met inachtneming van een door het bestuur vastgestelde instructie gevoerd door een door het bestuur tot wederopzegging benoemde administrateur laten uitvoeren. Als administrateur treedt op Gemzu Vereniging Gemeenschappelijk Zuivelsecretariaat te 's-Gravenhage. De kosten van dit beheer komen voor rekening van de Stichting.
5. De gelden van de Stichting worden gedeponeerd op een bankrekening ten name van de Stichting.
6. De Stichting wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter en de secretaris gezamenlijk.
1. Het bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter en tenminste één bestuurslid dit nodig oordeelt/oordelen.
2. De wijze en termijn van oproeping worden bij het bestuursbesluit geregeld.
3. Een bestuurslid neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming als hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de Stichting en de met haar verbonden organisatie. Als vanwege het bepaalde in de eerste zin van dit lid geen bestuursbesluit kan worden genomen, dan is de betreffende bestuurder toch bevoegd om deel te nemen aan de beraadslaging en de besluitvorming en is het bestuur bevoegd het besluit op deze wijze te nemen. Het bestuur legt dan schriftelijk vast welke overwegingen aan het besluit ten grondslag liggen.
1. Het bestuur kan geen besluiten nemen indien niet tenminste twee bestuursleden, waarvan tenminste één benoemd door de werkgeversorganisaties en één door de werknemersorganisaties, zoals vermeld in artikel 5, lid 1, aanwezig zijn.
2. Voorzover in deze statuten niet anders is bepaald, kunnen geldige besluiten slechts worden genomen met volstrekte meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen.
3. Elk werkgeverslid heeft evenveel stemmen als het aantal aanwezige – werknemersleden. Elk werknemerslid heeft evenveel stemmen als het aantal aanwezige werkgeversleden. Blanco stemmen en stemmen van onwaarde worden als niet uitgebrachte stemmen beschouwd. Een bestuurslid kan niet meer stemmen uitbrengen dan de andere bestuursleden gezamenlijk.
4. Over zaken wordt mondeling gestemd, over personen wordt schriftelijk gestemd.
5. Bij staking van stemmen wordt het voorstel in de volgende vergadering opnieuw aan de orde gesteld. Staken de stemmen dan opnieuw, dan wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.
6. In afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden kan besluitvorming door het bestuur ook schriftelijk tot stand komen, mits alle bestuursleden hun stem uitbrengen. Blanco stemmen en stemmen van onwaarde worden als niet uitgebrachte stemmen beschouwd. Het bepaalde in de leden 2 en 5 is daarbij van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat bij staking van stemmen het voorstel in de eerst komende vergadering aan de orde gesteld.
1. Jaarlijks uiterlijk binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar stelt het bestuur een jaarrekening op, die een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van het vermogen van het fonds en van de ontwikkelingen daarvan gedurende het boekjaar en een bestuursverslag waarin het bestuur rekenschap aflegt voor het gevoerde beleid.
2. De jaarrekening is gespecificeerd conform de in artikel 3 genoemde doelen en is voorzien van een controleverklaring door een door het bestuur aangewezen externe registeraccountant of accountant-administratie consulent met certificerende bevoegdheden, Uit de stukken moet blijken dat de lasten overeenkomen met de bestedingsdoelstellingen.
De jaarrekening wordt door het bestuur in een vergadering, te houden binnen een maand na het opmaken van de stukken als hiervoor bedoeld, vastgesteld en ten blijke daarvan door alle bestuurders ondertekend. Ontbreekt de handtekening van een bestuurslid, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
3. De jaarrekening, het bestuursverslag en de controleverklaring worden ter inzage van de bij de Stichting betrokken werkgevers en werknemers overlegd:
a. ten kantore van de Stichting;
b. op één of meer door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan te wijzen plaatsen.
4. Het verslag en de accountantsverklaring wordt op aanvraag van de bij de Stichting betrokken werkgevers en werknemers toegezonden – tegen betaling van de daaraan verbonden kosten.
5. Het boekjaar van de Stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
Voorafgaand of tijdens het betreffende boekjaar stelt het bestuur een begroting van inkomsten en uitgaven voor het boekjaar op. De begroting omvat:
a. de inkomsten als bedoeld in artikel 4 lid 1 van de statuten;
b. financiering en subsidiëring van activiteiten als bedoeld in artikel 3;
c. de kosten van administratie en bestuur als bedoeld in artikel 9;
d. eventuele andere lasten. De begroting dient gespecificeerd te zijn volgens de in artikel 3 van de Statuten genoemde bestedingsdoelen – en activiteiten. De begroting wordt ten kantore van de administrateur ter inzage van de bij het fonds betrokken werkgevers en werknemers neergelegd;
e. de begroting is beschikbaar voor betrokken werkgevers en werknemers en wordt tevens ten kantore van de Stichting ter inzage gelegd en zal op verzoek worden toegezonden tegen betaling van de daaraan verbonden kosten.
1. Besluiten tot wijziging van de statuten respectievelijk ontbinding van de Stichting kunnen slechts worden genomen met algemene stemmen in een vergadering waarin tenminste drie bestuursleden aanwezig zijn.
2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 kan de besluitvorming betreffende de wijziging ook schriftelijk tot stand komen, mits alle bestuursleden hun stem uitbrengen en het besluit met algemene stemmen wordt genomen.
3. Het ontbindingsbesluit duidt tevens de bestemming van een eventueel batig saldo van de vereffening aan. De bestemming zal zoveel mogelijk in overeenstemming zijn met het doel van de Stichting.
1. Het bestuur stelt een reglement vast. De bepalingen van het reglement mogen niet in strijd zijn met deze statuten.
2. Ten aanzien van besluiten tot vaststelling of wijziging van het reglement is het bepaalde in artikel 11, eerste en tweede lid van toepassing.
3. Wijzigingen in het reglement kunnen niet in werking treden alvorens een volledige exemplaar van het reglement onderscheidenlijk van de wijzigingen daarin, door het bestuur ondertekend, voor een ieder ter inzage is neergelegd ter griffie van de rechtbank in het arrondissement waarin het fonds is gevestigd.
1. De werkgevers en werknemers zijn verplicht alle gegevens te verstrekken die het bestuur voor een goede uitvoering van de statuten en het reglement nodig acht.
2. Bij gebreke van de in het eerste lid bedoelde gegevens is het bestuur gerechtigd de betreffende gegevens naar beste weten te schatten.
3. Bij een aanvraag om subsidie dient een begroting betreffende de besteding van de aangevraagde gelden te worden ingezonden. Deze begroting moet zijn gespecificeerd overeenkomstig de activiteiten als genoemd in artikel 3 van de statuten. Jaarlijks zal door de gesubsidieerde instelling aan het bestuur van de Stichting een door een registeraccountant of accounts-administratieconsulent gecontroleerde verantwoording omtrent de besteding van de ontvangen gelden worden afgelegd. Deze verantwoording moet zijn gespecificeerd naar de activiteiten als genoemd in artikel 3 van de statuten. De verantwoording maakt integraal onderdeel uit van de jaarrekening als bedoeld in artikel 9 van deze statuten.
1. Voorzover gelden van de Stichting voor beleggingen beschikbaar zijn, worden deze gelden door het bestuur belegd, met inachtneming van in redelijkheid daaraan te stellen eisen van liquiditeit, rendement en risicoverdeling. Beleggingen kunnen uitsluitend worden gedaan in Nederlandse staatsobligaties dan wel -- in deposito’s bij banken.
2. Gerede gelden worden in rekening-courant gestort bij de administrateur. De effecten en andere waardepapieren aan toonder worden bewaard door een door het bestuur aan te wijzen trustinstelling.
3. Het bestuur zal de kosten van beheer van de geldmiddelen en de wijze van verrekening van die kosten vaststellen.
In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de definities omschreven in artikel 2 van de Statuten.
1. De hoogte van de bijdrage van de werkgever (artikel 4.1.a van de Statuten inzake het Fonds Collectieve Belangen voor het Particuliere Kaaspakhuisbedrijf) is een door de C.A.O.-partijen vast te stellen bedrag per fulltime werknemer. Voor een deeltijd werknemer is het bedrag naar rato. Er wordt geen bedrag ten behoeve van het fonds op het loon van de werknemer ingehouden.
2. De werkgever is verplicht aan de Stichting – op de door de Stichting vast te stellen wijze en tijdstippen – de gegevens te verstrekken welke naar het oordeel van de Stichting nodig zijn ter berekening van de verschuldigde bijdrage. Indien de werkgever niet, niet tijdig of onvolledig de benodigde gegevens aan de Stichting verstrekt, is de Stichting bevoegd de hoogte van de bijdrage naar beste weten zelf vast te stellen. De kosten van het vergaren en verstrekken van de door de Stichting gewenste informatie komen voor rekening van de werkgever.
3. De Stichting deelt het te betalen bedrag van de bijdrage schriftelijk aan de werkgever mede. De werkgever is verplicht de verschuldigde bijdrage binnen 14 dagen na dagtekening van de desbetreffende nota van de stichting te voldoen.
4. De werkgever die nalaat zijn financiële verplichtingen jegens de Stichting op een door het bestuur vastgesteld tijdstip te voldoen, zal voor elke ingaande maand verzuim wegens rentederving het wettelijk rentepercentage als bedoeld in artikel 119 jo 120 boek 6 van het Burgerlijk Wetboek van het niet tijdig betaalde bedrag aan de stichting verschuldigd zijn, tenzij het bestuur daarvan geheel of gedeeltelijk ontheffing verleent.
5. Boven en behalve de in het voorgaande lid bedoelde rentevergoeding is de werkgever in geval van nalatigheid verplicht op de eerste vordering aan de Stichting te betalen alle kosten, welke ter invordering van het verschuldigde zijn gemaakt. De buitengerechtelijke invorderingskosten worden gesteld op 15% van het verschuldigde bedrag, met een minimum van euro 34,03.
De Stichting realiseert het in artikel 3 van de statuten genoemde doel door het financieren- of toekennen van subsidies aan instellingen die activiteiten als genoemd in deze doelstelling verrichten.
1. Werkgevers-, werknemersorganisaties en derden kunnen voor het uitvoeren van activiteiten bij de Stichting een aanvraag doen voor financiering dan wel subsidiëring daarvan.
2. De aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 14, lid 3 van de statuten dienen schriftelijk bij het bestuur te worden ingediend en wel:
– voor éénmalige subsidies: spoedig mogelijk na het nemen van het besluit een subsidie aan te vragen;
– voor periodieke subsidies: jaarlijks voor de 1e september voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft
Bij de aanvragen dient een begroting betreffende de besteding van de aangevraagde gelden te worden meegezonden, gespecificeerd volgens de in artikel 3 van de Statuten genoemde bestedingsdoelen en activiteiten.
3. De verantwoording omtrent de besteding van de ontvangen gelden als bedoeld in artikel 14, lid 3 van de Statuten dient schriftelijk bij het bestuur te worden ingediend en wel:
– voor éénmalige subsidies: zo spoedig mogelijk na de besteding van deze gelden;
– voor periodieke subsidies: jaarlijks voor de 1e juli volgend op het jaar waarop de subsidie betrekking had.
De subsidie ontvangende instellingen dienen jaarlijks een door een registeraccountant gecontroleerde verklaring te overleggen over de besteding van de gelden. Deze verklaring moet tenminste zijn gespecificeerd volgens de in artikel 3 van de Statuten genoemde bestedingsdoelen en activiteiten en een geïntegreerd onderdeel uitmaken van het (financieel) jaarverslag.
4. Het bestuur is bevoegd nadere voorschriften te geven waaraan de bij de subsidieaanvraag mee te zenden begroting c.q. de schriftelijke verantwoording dient te voldoen.
5. Op beslissingen van het bestuur omtrent de subsidieaanvraag kan geen beroep worden ingesteld, onverlet de mogelijkheid een nieuwe aanvraag in te dienen.
De in dictum I opgenomen bepalingen zijn algemeen verbindend verklaard tot en met 31 december 2028.
Voor zover de in dictum I opgenomen bepalingen strijdig zijn met bij of krachtens de wet gestelde of te stellen regelen, prevaleren deze regelen.
Dit betekent in het licht van de gelijke behandelingswetgeving dat ten aanzien van bepalingen waarin onderscheid wordt gemaakt terwijl daarvoor een objectieve rechtvaardiging vereist is, partijen in de uitvoeringspraktijk moeten zorgen voor een legitiem doel waarbij de ingezette middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.
Voor gewijzigde wet- en regelgeving door de inwerkingtreding van de Wet invoering minimumuurloon per 1 januari 2024 geldt ook dat bij strijdigheid genoemde gewijzigde wet- en regelgeving prevaleert zoals de regelen in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Dit betekent onder andere dat indien de salarisbedragen lager zijn dan het wettelijk minimum(uur)loon, de wettelijke bedragen van toepassing zijn en dat in de loonopgave ook melding gemaakt moet worden van het voor desbetreffende werknemer van toepassing zijnde minimumuurloon.
Voor zover in de in dictum I opgenomen bepalingen wordt verwezen naar informatie die gepubliceerd is op een website, geldt dat de informatie zoals opgenomen op die website geen onderdeel uit maakt van dit besluit tot algemeenverbindendverklaring. Deze informatie wordt aangemerkt als toepassingspraktijk van cao-bepalingen, zoals bedoeld in paragraaf 3.1. van het Toetsingskader AVV. De inhoud van deze informatie valt niet onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Uitgezonderd zijn de verwijzingen die wettelijk zijn toegestaan.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-26888.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.