Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2024, 21990 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2024, 21990 | overige overheidsinformatie |
November 2024
Nationaal Regieorgaan
Praktijkgericht onderzoek SIA
(onderdeel van NWO)
|
1. |
Inleiding |
1 |
|
|
1.1 |
Achtergrond |
1 |
|
|
1.2 |
Beschikbaar budget |
2 |
|
|
1.3 |
Indieningsdeadline |
2 |
|
|
2. |
Doel |
2 |
|
|
2.1 |
Doelstelling van het programma |
2 |
|
|
2.2 |
Doelstelling van de regeling |
2 |
|
|
2.3 |
Maatschappelijke impact |
2 |
|
|
3. |
Voorwaarden voor aanvragers |
2 |
|
|
3.1 |
Wie kan aanvragen |
2 |
|
|
3.2 |
Wat kan aangevraagd worden |
2 |
|
|
3.3 |
Het opstellen en indienen van de aanvraag |
3 |
|
|
3.4 |
Indieningsvoorwaarden |
3 |
|
|
3.5 |
Subsidievoorwaarden |
4 |
|
|
3.6 |
Financiële voorwaarden |
6 |
|
|
3.7 |
Aanvullende informatie |
8 |
|
|
4. |
Beoordelingsprocedure |
9 |
|
|
4.1 |
De San Francisco Declaration (DORA) |
9 |
|
|
4.2 |
Procedure |
9 |
|
|
4.3 |
Criteria |
11 |
|
|
5. |
Subsidieverplichtingen |
12 |
|
|
5.1 |
Uitvoering van het project |
12 |
|
|
6. |
Contact en overige informatie |
14 |
|
|
6.1 |
Contact |
14 |
|
|
6.2 |
ISAAC-helpdesk |
14 |
|
|
6.3 |
Overige informatie |
14 |
|
In deze call for proposals leest u hoe de aanvraagprocedure is ingericht voor RAAK-publiek, indieningsronde november 2024.
Deze call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA (hierna Regieorgaan SIA). Regieorgaan SIA stimuleert de kwaliteit en de impact van het praktijkgericht onderzoek van hogescholen en is onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).
U vindt in deze call for proposals achtereenvolgens informatie over het doel van het RAAK-programma, het doel van deze RAAK-regeling en de maatschappelijke impact (hoofdstuk 2), de voorwaarden voor de subsidieaanvraag (hoofdstuk 3) en hoe uw aanvraag wordt beoordeeld (hoofdstuk 4). Deze informatie heeft u nodig om een aanvraag voor subsidie te kunnen indienen. In hoofdstuk 5 vindt u de subsidieverplichtingen die van toepassing zijn in geval van toekenning, in hoofdstuk 6 vindt u contactgegevens.
Met RAAK-publiek zet Regieorgaan SIA in op de professionalisering en kwaliteitsversterking van het praktijkgericht onderzoek van hogescholen. Dit past bij onze strategische uitgangspunten om netwerkvorming te bevorderen en hoogwaardig onderzoek van hogescholen met doorwerking in onderwijs en praktijk te stimuleren.
Op regionaal niveau is er behoefte aan kennisinstellingen die intensief samenwerken met het veranderende werkveld en in continue verbinding staan met de maatschappij. Hogescholen zijn bij uitstek in staat om onderwijs, onderzoek en de (regionale) beroepspraktijk met elkaar te verbinden. Gezamenlijk kunnen zij tot kennis en innovaties komen die bijdragen aan de oplossing van maatschappelijke vraagstukken.
Het subsidieplafond voor deze ronde bedraagt € 5.172.272. Binnen deze ronde worden naar verwachting maximaal 17 aanvragen toegekend.
De sluitingsdatum voor het indienen van aanvragen is 19 november 2024, voor 14:00:00 uur CET.
Bij het indienen van uw aanvraag in ISAAC voert u online gegevens in. Begin ten minste één dag vóór de sluitingsdatum van deze call for proposals met het indienen van uw aanvraag. Aanvragen die na de sluitingsdatum worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.
Dit hoofdstuk beschrijft de doelstelling van het programma, de doelstelling van de regeling en maatschappelijke impact.
Met het RAAK-programma wil Regieorgaan SIA de samenwerking bevorderen tussen hogescholen, het (inter)nationale kennisnetwerk en het beroepenveld van hbo-professionals die werkzaam zijn in de publieke sector of het mkb. Regieorgaan SIA voert daartoe drie regelingen uit: RAAK-publiek, RAAK-mkb en RAAK-PRO.
De RAAK-publiek-regeling richt zich op het bevorderen van samenwerking tussen hogescholen en het beroepenveld van hbo-professionals die werkzaam zijn in de publieke sector. Gestuurd door een vraag vanuit het beroepenveld wordt in netwerken van hogescholen, kennisinstellingen en het beroepenveld praktijkgericht onderzoek uitgevoerd.
Het resultaat van het onderzoek is praktisch toepasbare kennis voor de beroepspraktijk in de publieke sector.
Het onderzoek uitgevoerd met RAAK-publiek-financiering draagt bij aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. Zo worden bijvoorbeeld instrumenten en ontwerpprincipes voor duurzame steden ontwikkeld en protocollen opgesteld om de zorg te verbeteren. Dit soort innovaties hebben een directe impact op mens en samenleving.
Dit hoofdstuk bevat de voorwaarden die gelden voor uw subsidieaanvraag. Eerst wordt beschreven wie subsidie kan aanvragen (paragraaf 3.1) en hoeveel u kunt aanvragen (paragraaf 3.2). Vervolgens vindt u de voorwaarden voor het opstellen en indienen van de aanvraag (paragrafen 3.3 en 3.4), de subsidievoorwaarden (paragraaf 3.5), financiële voorwaarden (paragraaf 3.6) en aanvullende informatie (paragraaf 3.7).
Alleen door de overheid bekostigde hogescholen kunnen een aanvraag indienen. Dit zijn hogescholen zoals bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW).
De persoon die de aanvraag indient in ISAAC wordt geacht hiertoe te zijn gemachtigd door het College van Bestuur van de aanvragende hogeschool.
In deze call for proposals kunt u maximaal € 300.000 aanvragen. De kosten die u kunt opvoeren in uw aanvraag vindt u in paragraaf 3.6.
U kunt uw aanvraag alleen indienen via ISAAC. Aanvragen die niet via ISAAC zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen.
Voor het opstellen van uw aanvraag doorloopt u de volgende stappen:
• download het aanvraagformulier en het consortiumpartnerformulier vanuit het online aanvraagsysteem ISAAC;
• vul het aanvraagformulier in;
• vul het consortiumpartnerformulier in;
• sla het aanvraagformulier en het consortiumpartnerformulier op als één pdf en upload het in ISAAC;
• vul de online in ISAAC gevraagde gegevens in.
Voorzie uw aanvraag van de volgende verplichte bijlagen:
• het projectvoorstel (pdf);
• de begroting (excel) met aangevraagde subsidie, financiële bijdrage van partners en kostenonderbouwing;
• verklaring de-minimissteun (indien van toepassing: verplicht voor iedere consortiumpartner). Elke verklaring die u wilt toevoegen, uploadt u apart als bijlage in ISAAC;
– In het geval de consortiumpartner eerder beperkte de-minimissteun is verleend: Een kopie van de stukken toevoegen aan de verklaring waaruit het verlenen van de steun blijkt.
• een overzicht van betrokken projectgroepleden (excel) voor de toetsing van de Code omgang met persoonlijke belangen van NWO.
Andere bijlagen dan hierboven genoemd zijn niet toegestaan.
Het is verplicht uw aanvraag in het Nederlands of Engels op te stellen. Binnen het aanvraag- en beoordelingsproces correspondeert Regieorgaan SIA altijd in het Nederlands, ook als u uw aanvraag in het Engels opstelt.
U bent als aanvrager verplicht de aanvraag via uw ISAAC-account in te dienen. Heeft u nog geen ISAAC-account? Maak dan minimaal één werkdag voordat u de aanvraag indient een account aan. Zo kunnen eventuele problemen met aanmelden nog op tijd worden opgelost. Als de aanvrager al een account bij NWO heeft, hoeft deze geen nieuw account aan te maken om een nieuwe aanvraag in te dienen.
• Het inlogscherm ISAAC is bereikbaar via:
• De handleiding ISAAC is bereikbaar via:
• De ISAAC-helpdesk is bereikbaar via:
isaac.helpdesk@nwo.nl
Voor vragen van technische aard verzoeken wij u contact op te nemen met de ISAAC-helpdesk.
Formele voorwaarden voor indiening
Regieorgaan SIA toetst uw aanvraag aan onderstaande voorwaarden. Alleen als uw aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt deze in behandeling genomen. U wordt gevraagd om twee weken na de sluitingsdatum van de subsidieronde beschikbaar te zijn om eventuele administratieve correcties door te voeren en zo (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.
Deze voorwaarden zijn:
• de aanvrager voldoet aan de in paragraaf 3.1 gestelde voorwaarden;
• de aanvraag voldoet aan de DORA-richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.1;
• het aanvraagformulier en de verplichte bijlagen zijn, na eventueel eenmalig verzoek tot aanvulling of wijziging, juist (conform het voorgeschreven format), compleet en volgens de instructies ingevuld en volgens de voorwaarden van deze call for proposals opgesteld en ingediend;
• de aanvraag is ontvangen voor of op de gestelde deadline van de sluitingsdatum;
• de aanvraag is in het Nederlands of Engels opgesteld;
• de begroting is volgens de financiële voorwaarden van deze call for proposals opgesteld;
• het project heeft een looptijd van minimaal 18 en maximaal 24 maanden en start vanaf 1 juni 2025 met een uiterste startdatum van 1 oktober 2025.
Op alle aanvragen is de NWO Subsidieregeling 2017 van toepassing.
Inzet van de subsidie
De subsidie is bestemd voor de aanvragende hogeschool.
De looptijd van het project is minimaal 18 maanden en maximaal 24 maanden. Inzet van de subsidie buiten de looptijd is niet mogelijk.
Uitgesloten van subsidie zijn aanvragen die zich uitsluitend richten op deskundigheidsbevordering van personeel, het ontwikkelen van een nieuwe opleiding/nieuw curriculum voor de hogeschool en/of behoren tot reguliere activiteiten van een hogeschool.
Lector
De aanvraag is opgesteld onder verantwoordelijkheid van een lector, verbonden aan de aanvragende hogeschool. De lector kan als projectleider optreden.
Consortium
De consortiumpartners bevestigen hun deelname aan het consortium door middel van een handtekening op het aanvraagformulier van de subsidieaanvraag.
Het consortium bestaat naast de aanvrager uit minimaal twee publieke partijen.
Tot publieke partijen worden de organisaties gerekend die als doel hebben een publieke, wettelijke, taak uit te voeren, geen winstoogmerk of commercieel belang hebben en (gedeeltelijk) worden bekostigd en/of gesubsidieerd met publiek geld.
Tot publieke organisaties behoren decentrale overheden (gemeenten, provincies, waterschappen), semioverheidsorganisaties en zelfstandige bestuursorganen.
Deze partijen komen onder meer uit de volgende sectoren: zorg en welzijn, kunst en cultuur, veiligheid en leefomgeving, volkshuisvesting, onderwijs.
Bij RAAK-publiek worden non-profitorganisaties die publieke taken uitvoeren tot publieke partijen gerekend, zoals natuur- en milieuorganisaties. Ook zorgaanbieders met een winstoogmerk of commercieel belang, zoals fysiotherapeuten of commerciële ziekenhuizen worden in deze call for proposals tot publieke partijen gerekend, indien het onderzoek zich richt op praktijkprofessionals die hier werkzaam zijn. Kennis- en onderwijsinstellingen, zoals mbo-instellingen, universiteiten of UMC’s, kunnen tevens als publieke partij worden opgevoerd, indien het onderzoek zich richt op praktijkprofessionals die hier werkzaam zijn.
Private partijen, kennisinstellingen, koepel- of brancheorganisaties en beroepsverenigingen kunnen in het consortium zitting nemen. Daarnaast kunnen internationale partners ook deel uitmaken van het consortium.
De consortiumpartners worden opgenomen in de begroting. Partijen die niet op de begroting staan, kunt u aangeven in het aanvraagformulier onder overige betrokken partijen.
Datamanagement
Resultaten van wetenschappelijk onderzoek moeten kunnen worden gerepliceerd, geverifieerd en gefalsifieerd. In het digitale tijdperk betekent dit dat behalve publicaties ook onderzoeksdata zo veel mogelijk vrij toegankelijk moeten zijn.
Regieorgaan SIA verwacht dat de onderzoeksdata die voortkomen uit projecten die door Regieorgaan SIA zijn gefinancierd zo veel mogelijk vrij beschikbaar komen voor hergebruik door andere onderzoekers. Regieorgaan SIA hanteert daarbij het principe: “zo open als mogelijk, beschermd indien nodig”.
Van onderzoekers wordt verwacht dat zij ten minste die data en/of niet-numerieke resultaten die ten grondslag liggen aan de conclusies van binnen het project gepubliceerde werken openbaar maken, gelijktijdig met de publicatie zelf. Eventuele kosten die hiervoor worden gemaakt, kunnen worden meegenomen in de begroting.
Onderzoekers maken kenbaar hoe met data voortkomend uit het project wordt omgegaan aan de hand van de datamanagementparagraaf in de aanvraag, en eventueel het datamanagementplan na toekenning van subsidie.
Datamanagementparagraaf
De datamanagementparagraaf maakt deel uit van de aanvraag. Onderzoekers wordt gevraagd reeds voor aanvang van het onderzoek te bedenken hoe de verzamelde data geordend en gecategoriseerd moeten worden zodat zij vrij beschikbaar kunnen worden gesteld.
Vaak zullen al vóór het tot stand komen van de data en de analyse daarvan maatregelen getroffen moeten worden om opslag en deling later mogelijk te maken.
Indien niet alle data voortkomende uit het project openbaar gemaakt kunnen worden, bijvoorbeeld om redenen van privacy, ethiek of valorisatie, dient de aanvrager dit beargumenteerd kenbaar te maken in de datamanagementparagraaf.
De datamanagementparagraaf wordt niet beoordeeld en daarom ook niet meegewogen in de beslissing om een aanvraag al dan niet toe te kennen. De beoordelingscommissie kan wel advies geven met betrekking tot de datamanagementparagraaf.
Wetenschappelijke integriteit
Het project dat Regieorgaan SIA financiert moet, conform de NWO Subsidieregeling 2017, uitgevoerd worden in overeenstemming met de nationaal en internationaal aanvaarde normen van wetenschappelijk handelen zoals neergelegd in de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit (2018). Met het indienen van de aanvraag committeert de aanvrager zich aan deze code.
In geval van (mogelijke) schending van deze normen bij een door Regieorgaan SIA gefinancierd project, dient de aanvrager Regieorgaan SIA hiervan onverwijld op de hoogte te stellen en dient deze alle ter zake relevante documenten aan Regieorgaan SIA te overleggen. Meer informatie over de gedragscode en het beleid op het gebied van wetenschappelijke integriteit vindt u op de website: www.nwo.nl/integriteit.
Ethische verklaring of vergunning
Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde project een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is. De aanvrager dient er voor te zorgen dat deze tijdig wordt verkregen bij de relevante instelling of ethische commissie. Het wel of niet hebben van een ethische verklaring of vergunning op het moment van het aanvraagproces heeft geen invloed op de beoordeling van de aanvraag.
Indien een ethische verklaring of vergunning nodig is voor (een deel van) het onderzoek verstrekt de penvoerder een kopie van de verklaring of vergunning aan Regieorgaan SIA nadat het project is toegewezen, in ieder geval uiterlijk voordat de uitvoering van het onderdeel van het project waarvoor de verklaring nodig is, van start gaat. Het deel van het project waarvoor de verklaring en/of vergunning vereist is, kan uiteraard (nog) niet worden uitgevoerd zolang er geen verklaring of vergunning is verstrekt
Nagoya Protocol
Het Nagoya Protocol zorgt voor een eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit het gebruik van genetische rijkdommen (Access and Benefit Sharing; ABS). Onderzoekers die voor hun onderzoek gebruikmaken van genetische bronnen in/uit het buitenland dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (www.absfocalpoint.nl). Regieorgaan SIA gaat ervan uit dat zij de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen.
Nationale leidraad kennisveiligheid
Wetenschap van wereldklasse kan profiteren van internationale samenwerking. De Nationale leidraad kennisveiligheid (hierna: de Leidraad) helpt kennisinstellingen ervoor te zorgen dat internationale samenwerking veilig kan plaatsvinden. Bij kennisveiligheid gaat het om ongewenste overdracht van gevoelige kennis en technologie die de nationale veiligheid aantast; om heimelijke beïnvloeding van onderwijs en onderzoek door statelijke actoren, en daarmee de academische vrijheid en de sociale veiligheid in gevaar brengt; en om ethische kwesties die kunnen spelen in de samenwerking met landen die de grondrechten niet respecteren.
Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of het project in lijn is en blijft met de Leidraad. Met het indienen van de aanvraag committeert de aanvrager zich aan de overwegingen in deze Leidraad. In geval van het vermoeden van schending van de Leidraad bij een bij Regieorgaan SIA ingediende aanvraag voor projectfinanciering of een door Regieorgaan SIA gefinancierd project, kan Regieorgaan SIA de aanvrager verzoeken om een risicoafweging te overleggen waaruit blijkt dat de overwegingen uit de Leidraad zijn gevolgd.
Indien de aanvrager niet aan het verzoek van Regieorgaan SIA voldoet of als de risicoafweging klaarblijkelijk een schending van de Leidraad behelst, kan dit gevolgen hebben voor de subsidieverlening of vaststelling door Regieorgaan SIA. Ook kan Regieorgaan SIA in een voorkomend geval nadere voorwaarden opnemen in de toewijzingsbrief.
De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de Rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.
Financiering van (deel)activiteiten die al zijn gefinancierd vanuit andere subsidies, is niet mogelijk.
Uitsluitend project specifieke loon- en materiële kosten komen in aanmerking voor financiering en mogen dan ook worden opgenomen in de begroting. De aangevraagde subsidiebedragen per begrotingspost (loon- en materiële kosten) in de ingediende begroting gelden als maxima.
Toelichting op de begroting
De kosten die u kunt opvoeren in de begroting zijn loonkosten en materiële kosten. Alle op te voeren kosten zijn exclusief btw, tenzij het niet-verrekenbare btw betreft.
Bij toewijzing van de aanvraag geldt het tarief voor de loonkosten dat op het moment van toewijzing van toepassing is. Dat betekent dat Regieorgaan SIA zo nodig de ingediende begroting aanpast.
Loonkosten hogescholen
Voor de loonkosten worden de uurtarieven gehanteerd conform de Handleiding overheidstarieven (HOT) die op het moment van toewijzing van toepassing is (tabel ‘Integrale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘uurtarief productieve uren, excl. btw’).
Gebruik de meest actuele HOT-tarieven. Als de HOT-tarieven wijzigen in de periode tussen het indienen en het toekennen van de aanvraag dan indexeert Regieorgaan SIA het subsidiebedrag eenmalig op basis van de nieuwste HOT-tarieven.
Deze tarieven zijn integraal toepasbaar en u kunt deze tarieven zonder verdere onderbouwing toepassen. Het tarief van een medewerker wordt bepaald op basis van de inschaling van de betreffende medewerker uit de cao hoger beroepsonderwijs. Hogere tarieven dan de HOT zijn niet toegestaan.
Loonkosten universiteiten en overige kennisinstellingen
Bij de loonkosten van promovendi, postdocs en niet-wetenschappelijk personeel aan universiteiten, UMC’s en kennisinstellingen genoemd in artikel 1.1, eerste lid, van de NWO subsidieregeling wordt uitgegaan van de werkelijke brutosalarissen en de opslagen zoals opgenomen in het meeste recente Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek (www.nwo.nl/salaristabellen). Voor overige wetenschappelijke functies gelden dezelfde tarieven als voor hogescholen, dus de HOT-tabel.
Loonkosten buitenlandse kennisinstellingen
Kosten voor personeel van buitenlandse kennisinstellingen worden beschouwd als loonkosten. Money Follows Corporation (MFC) geeft de mogelijkheid om een deel van het project aan een kennisinstelling met een publieke taak buiten Nederland uit te voeren.
De aanvrager moet overtuigend onderbouwen op welke wijze de onderzoeker van de buitenlandse kennisinstelling specifieke expertise aan het project bijdraagt die in Nederland niet op het voor het project noodzakelijke niveau beschikbaar is. Dit zal worden beoordeeld door de beoordelingscommissie als onderdeel van het beoordelingscriterium Netwerkvorming (zie paragraaf 4.3).
De participerende buitenlandse kennisinstelling dient aan de in artikel 1.1 lid 3 van de NWO Subsidieregeling gestelde vereisten voor organisaties te voldoen, met uitzondering van de voorwaarde dat de organisatie binnen het Koninkrijk der Nederlanden gevestigd dient te zijn. Een onderbouwing is niet nodig indien NWO een bilaterale overeenkomst omtrent Money follows Cooperation heeft gesloten met de nationale onderzoeksfinancier van het land waar de buitenlandse kennisinstelling zich bevindt. Op Money Follows Cooperation | NWO staat met welke onderzoeksfinanciers NWO een dergelijke overeenkomst heeft gesloten.
Gebruik de tarieven van de Universiteiten van Nederland gecorrigeerd voor de landencorrectiecoëfficiënten. Deze tarieven zijn maxima.
De aanvrager ontvangt de subsidie en is verantwoordelijk voor het overmaken van subsidiemiddelen aan de buitenlandse kennisinstelling en voor de financiële verantwoording van de besteding van het MFC-deel van de subsidie. Het wisselkoersrisico ligt bij de aanvrager. Baten of lasten door wisselkoersen zijn derhalve niet subsidiabel.
Regieorgaan SIA verstrekt geen subsidie aan consortiumpartners in het buitenland die vallen onder toepasselijke sanctiewetgeving.
Loonkosten andere consortiumpartners
Voor overige onderwijsinstellingen, TO2-instellingen, overheden en overige door de Rijksoverheid gefinancierde instellingen gelden dezelfde tarieven als voor hogescholen.
Projectmanagement
In de HOT zit al een opslag voor overhead. Voor projectmanagement mag de aanvrager maximaal 10% van de totale projectkosten in de begroting als kosten opvoeren.
Kosten studenten
U mag studenten, verbonden aan de hogeschool, inzetten voor het project. De kosten hiervan kunt u binnen het project opvoeren.
Per subsidiejaar kunt u het volgende opvoeren:
• de inzet van uren van studenten die als onderdeel van hun opleiding meewerken in het project. Deze studenten krijgen in dit geval ook studiepunten voor hun werkzaamheden. Als kosten kunt u opvoeren de stagevergoeding zoals die binnen uw hogeschool gebruikelijk is met een maximum van € 25 per uur. U mag een student voor maximaal 1.650 uur inzetten en/of;
• de inzet van uren van studenten die extra-curriculair meewerken in het project. Per student kunt u maximaal 250 uur, met een maximum van € 25 per uur, als kosten opvoeren.
In beide situaties geldt: u kunt alleen de werkelijk aan de student uitbetaalde bedragen met een maximumuurtarief van € 25 opvoeren. Uren en uurtarieven boven de gestelde maxima kunt u niet opvoeren. Er is geen maximum gesteld aan het totale aantal studenten dat meewerkt in het project.
Materiële kosten
Tot materiële kosten behoren onder andere verbruiksmaterialen, testopstellingen, publicaties (zie voor de voorwaarden paragraaf 5.1), inhuur derden, citizen science, (inter)nationale reis- en verblijfskosten (economy class), toegang tot grote (inter)nationale faciliteiten en kosten voor vergunningen, softwarelicenties, congressen, veldwerk, gastonderzoekers en datamanagement.
De aanschaf van apparatuur (investeringen) wordt niet tot de projectkosten gerekend. Voor apparatuur kunnen slechts de aan het project toe te rekenen afschrijvingskosten worden opgevoerd. Afschrijvingstermijnen worden berekend op basis van de historische aanschafprijs exclusief financieringskosten, een lineaire afschrijvingsmethode en een reële levensduur. Opvoering van kosten voor gebruik van apparatuur ouder dan vijf jaar is dus niet mogelijk.
Niet subsidiabele kosten zijn kosten die onder organisatie-infrastructuur en overhead vallen, zoals een volledig functionerende werkplek, kantoorautomatisering, andere afschrijvingen dan hierboven genoemd, huisvesting, verzekeringen, administratie en voorzieningen voor archivering.
Subsidiabele kosten van de consortiumpartners
Ten hoogste 25% van het totale subsidiebedrag mag worden besteed aan de kosten van de consortiumpartners, die geen hogescholen zijn. Hieronder vallen alle partners in het koninkrijk der Nederlanden en buitenlandse kennisinstellingen.
Consortiumpartners, die geen kennisinstelling zijn en die niet in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigd zijn, mogen geen subsidie ontvangen. Voor subsidie die bestemd is voor buitenlandse kennisinstellingen moet gebruik gemaakt worden van de Money Follows Cooperation-regeling.
De-minimisdrempel voor consortiumpartners
Consortiumpartners (niet zijnde kennisinstellingen) kunnen via de aanvrager subsidie ontvangen van Regieorgaan SIA op voorwaarde dat de de-minimisdrempel uit de de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Europese Commissie van 13 december 2023) niet wordt overschreden. Op basis van de de-minimisverordening mag een consortiumpartner maximaal € 300.000 overheidssteun ontvangen over een periode van drie jaar.
Consortiumpartners dienen met het invullen van de verklaring de-minimissteun te verklaren dat door het toewijzen van subsidie door Regieorgaan SIA de consortiumpartner in kwestie niet boven de de-minimisgrens uitkomt. Indien een consortiumpartner constateert dat met de subsidie van Regieorgaan SIA de de-minimisgrens wordt overschreden, kan de aanvrager voor deze consortiumpartner geen subsidie aanvragen bij Regieorgaan SIA. De aanvrager dient hiermee bij het opstellen van de projectbegroting rekening te houden en dient dus per consortiumpartner (niet zijnde kennisinstellingen) na te gaan of met het aangevraagde subsidiebedrag de de-minimisdrempel niet wordt overschreden. De door elke consortiumpartner afzonderlijk ingevulde verklaring de-minimissteun maakt onderdeel uit van de aanvraag.
Financiële bijdrage door partners
De consortiumpartners dragen via een financiële bijdrage bij aan de uitvoering van het project. Deze bijdrage is ten minste 50% van de totale projectkosten.
De bijdrage kan in cash en/of in kind (op geld waardeerbare zaken als materiële kosten en uren) plaatsvinden.
De omvang van de in cash en/of in kind bijdrage geeft u bij uw aanvraag aan in de begroting.
Rekenvoorbeeld:
Bij een gevraagde subsidie van € 300.000 bedragen de totale projectkosten minimaal € 600.000. De minimale bijdrage hierbij is € 300.000.
Op het aanvraagformulier vragen wij u aan te geven bij welke thema’s en beleidslijnen uw aanvraag aansluit. Deze informatie ondersteunt ons onder meer bij het maken van beleidskeuzes. Meer informatie hierover vindt u op onze webpagina Informatieverzameling en monitoring.
Aansluiting op ‘Thema’s met impact’ (VH) en Onderwijssectoren
Regieorgaan SIA wil graag geïnformeerd worden over hoe de aanvraag zich verhoudt tot de onderzoeksthema’s, gespecificeerd in Praktijkgericht onderzoek als kennisversneller, Strategische onderzoeksagenda hbo 2022 – 2025 van de Vereniging Hogescholen. Op het aanvraagformulier geeft u daarom aan bij welke thema’s uit deze onderzoeksagenda de activiteiten aansluiten.
Daarnaast wenst Regieorgaan SIA geïnformeerd te worden over de aansluiting van het project bij de onderwijssectoren.
Bijdrage aan Missiegedreven Innovatiebeleid
Klimaatverandering, cybersecurity, vergrijzing: onze samenleving staat voor een aantal grote uitdagingen. Deze uitdagingen vragen om baanbrekende innovatieve oplossingen met impact. Dit biedt economische kansen voor publieke en private partijen om samen innovatieve oplossingen te ontwikkelen voor maatschappelijke vraagstukken.
Centraal in het nieuwe Missiegedreven Innovatiebeleid staan een achttal maatschappelijk belangrijke thema’s:
1 Klimaat en Energie
2 Circulaire Economie
3 Landbouw, Water, Voedsel
4 Gezondheid en Zorg
5 Veiligheid
6 Sleuteltechnologieën
7 Digitalisering
8 Maatschappelijk Verdienvermogen
Kijk voor meer informatie op onze webpagina over het Missiegedreven Innovatiebeleid. Indien van toepassing geeft u in de aanvraag aan bij welke Kennis- en Innovatieagenda (KIA) het project aansluit.
Topsectoren
Regieorgaan SIA wil, als dat van toepassing is, ook graag weten tot welke topsector of topsectoren uw project/traject zich verhoudt. Meer informatie over de topsectoren vindt u op topsectoren.nl.
Bijdrage aan NWA
Regieorgaan SIA zet zich actief in om hogescholen optimaal mee te laten doen met praktijkgericht onderzoek binnen de verschillende routes van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA). Indien van toepassing geeft u in de aanvraag daarom aan bij welke NWA-route het project aansluit.
Dit hoofdstuk beschrijft allereerst de beoordeling volgens de DORA-principes (paragraaf 4.1) en vervolgens hoe de beoordelingsprocedure verloopt (paragraaf 4.2). Tot slot leest u de criteria waaraan de beoordelingscommissie uw aanvraag toetst (paragraaf 4.3).
Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing (www.nwo.nl/code).
Regieorgaan SIA streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (www.nwo.nl/diversiteit-en-inclusie).
Regieorgaan SIA stimuleert leden van een beoordelingscommissie actief om zich bewust te worden van impliciete associaties en te proberen deze te minimaliseren. Regieorgaan SIA voorziet hen van informatie over concrete manieren om de beoordeling van een aanvraag te verbeteren.
NWO is ondertekenaar van de San Francisco Declaration on Research Assessment (DORA). DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld te verbeteren. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksinstellingen, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.
DORA richt zich op het terugdringen van het onkritisch gebruik van bibliometrische indicatoren en het wegnemen van onbewuste vooringenomenheid (unconscious bias) bij de beoordeling van onderzoek en onderzoekers. Overkoepelende filosofie van DORA is dat onderzoek moet worden beoordeeld op zijn eigen kwaliteiten en verdiensten in plaats van op basis van afgeleide indicatoren, zoals het tijdschrift waarin het onderzoek wordt gepubliceerd.
Voor Regieorgaan SIA betekent dit dat commissieleden verzocht wordt bij de beoordeling van aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de H-index. U mag deze niet in uw aanvraag vermelden. Wel mag u naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten te vermelden, zoals datasets, patenten, software en code, producten, tools, nieuwe handelingsperspectieven enzovoort.
Voor meer informatie over wat NWO doet om de principes van DORA te implementeren zie: www.nwo.nl/dora
De aanvraagprocedure bestaat uit de volgende stappen:
• Indiening van de aanvraag
• In behandeling nemen van de aanvraag
• Eerste vergadering van de beoordelingscommissie
• Weerwoord
• Tweede vergadering van de beoordelingscommissie
• Besluitvorming
Voor deze call for proposals wordt een externe, onafhankelijke beoordelingscommissie ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers uit de onderzoekswereld en de praktijk met kennis van het vakgebied. De taak van de beoordelingscommissie is om de ingediende aanvragen en de daarop betrekking hebbende stukken in onderlinge samenhang en op eigen merites te beoordelen op basis van de gegeven selectiecriteria in deze call.
Vanwege de in de beoordelingscommissie aanwezige expertise heeft Regieorgaan SIA besloten om bij de beoordeling van de aanvragen gebruik te maken van de mogelijkheid om de beoordelingsprocedure uit te voeren zonder referenten in te schakelen (beschreven in artikel 2.2.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling 2017).
Indiening van de aanvraag
Voor indiening van de aanvraag zijn standaardformulieren beschikbaar in ISAAC. In uw aanvraag moet u zich houden aan de vragen die in deze formulieren staan en aan de werkwijze die in de toelichting staat. Ook moet u zich houden aan de voorwaarden voor het maximale aantal woorden en pagina’s. Uw volledig ingevulde aanvraagformulier (inclusief het consortiumpartnerformulier) en de verplichte bijlagen moeten voor de sluitingsdatum via ISAAC zijn ontvangen (zie paragraaf 1.3). Na de sluitingsdatum kunt u geen aanvraag meer indienen. De aanvrager ontvangt na indiening van de aanvraag een ontvangstbevestiging.
In behandeling nemen van de aanvraag
Zo snel mogelijk nadat u uw aanvraag hebt ingediend, hoort u of Regieorgaan SIA uw aanvraag in behandeling neemt. We bepalen dit aan de hand van de criteria zoals aangegeven in paragraaf 3.4. Alleen als uw aanvraag hieraan voldoet, kan Regieorgaan SIA deze in behandeling nemen. U wordt gevraagd om gedurende twee weken na de sluitingsdatum beschikbaar te zijn om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.
U krijgt één keer de gelegenheid om de correcties door te voeren, hiervoor krijgt u vijf werkdagen de tijd. Als blijkt dat de nieuw ingediende stukken wederom niet volledig en/of juist zijn, nemen wij uw aanvraag niet in behandeling.
Eerste vergadering van de beoordelingscommissie
Wanneer een aanvraag in behandeling is genomen, wordt de aanvraag voorgelegd aan de beoordelingscommissie.
De beoordelingscommissie beoordeelt elke aanvraag afzonderlijk. De commissie beoordeelt op basis van de beoordelingscriteria zoals genoemd in paragraaf 4.3. De commissie komt voor elke aanvraag tot een voorlopige beoordeling.
Weerwoord
De voorlopige beoordeling wordt met inhoudelijk commentaar per e-mail aan de aanvrager medegedeeld. U krijgt 10 werkdagen de tijd om uw weerwoord per e-mail in te dienen. Op deze manier wordt hoor en wederhoor toegepast. Als Regieorgaan SIA uw weerwoord na de deadline
Mocht u besluiten de aanvraag in te trekken, doe dit dan zo snel mogelijk per e-mail aan de programmamanager voor deze call for proposals. Contactgegevens vindt u op de webpagina RAAK-publiek op de website van Regieorgaan SIA. U moet uw aanvraag in ISAAC ook intrekken.
Tweede vergadering van de beoordelingscommissie
De voorlopige beoordeling en het eventuele weerwoord fungeren als startpunt voor de tweede bespreking van de aanvragen door de beoordelingscommissie.
De commissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan het bestuur van Regieorgaan SIA. Het advies komt tot stand op basis van het oordeel van de aanvraag (getoetst aan de beoordelingscriteria zoals genoemd in paragraaf 4.3), de plaats in de rangorde en het maximaal beschikbare budget (subsidieplafond) voor deze call.
Ex aequo
Onder ex aequo verstaat Regieorgaan SIA de situatie waarin twee of meer aanvragen op basis van hun score niet van elkaar te onderscheiden zijn. Een ex aequo-situatie is relevant rondom de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Of er sprake is van een ex aequo-situatie wordt als volgt bepaald. Het uitgangspunt is de door de beoordelingscommissie opgestelde prioritering, met eindscores afgerond op 2 decimalen. De referentiescore is de score van de laagst geprioriteerde aanvraag binnen de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Alle aanvragen met een score die 0.05 of minder van de referentiescore afliggen, worden in overweging genomen. Zo worden de aanvragen geselecteerd die binnen 0.10 gelijk zijn.
Indien een ex aequo-situatie zich voordoet op de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens, dan zal de aanvraag met de hoogste score op het criterium “vraagarticulatie” als hoogste eindigen. Als de ex aequo-situatie daarmee niet wordt doorbroken, bepaalt de beoordelingscommissie met behulp van een (anonieme) meerderheidsstemming de prioritering (conform artikel 2.2.7, derde lid, sub a, onderdeel iv van de NWO Subsidieregeling 2017). Als ook stemming geen uitsluitsel biedt, of niet gewenst is, wordt de ex aequo-situatie doorgestuurd naar het bestuur van Regieorgaan SIA.
Besluitvorming
Tot slot toetst het bestuur van Regieorgaan SIA de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. Het bestuur besluit op basis van het advies van de beoordelingscommissie over het al dan niet toewijzen van subsidie.
Tijdpad
Hieronder vindt u het tijdpad voor deze call for proposals. Regieorgaan SIA kan het noodzakelijk achten om tijdens de lopende procedure nog aanpassingen in het tijdpad van deze call for proposals aan te brengen. Uiteraard ontvangt u hierover op tijd bericht.
|
Data |
Processtap |
|---|---|
|
19 november 2024, 14:00:00 uur CET |
Sluitingsdatum indiening aanvragen |
|
Januari 2025 |
Eerste vergadering beoordelingscommissie |
|
Februari 2025 |
Weerwoord |
|
Maart 2025 |
Tweede vergadering beoordelingscommissie |
|
April 2025 |
Vaststelling beoordeling door beoordelingscommissie en besluitvorming door bestuur Regieorgaan SIA |
|
Mei 2025 |
Bekendmaking besluit |
De aanvragen worden door de beoordelingscommissie beoordeeld aan de hand van drie beoordelingscriteria: vraagarticulatie, netwerkvorming en onderzoeksplan.
1. Vraagarticulatie
• De vraag is aantoonbaar afkomstig van (professionals werkzaam in) de publieke sector. Door middel van de beoogde doorwerking voorziet het antwoord op de vraag in een daadwerkelijke behoefte van de professionele praktijk.
• De aanvraag beschrijft duidelijk het proces waarlangs de vraagarticulatie plaatsgevonden heeft (workshops in het veld, surveys, verwijzingen naar presentaties, et cetera).
• De vraag is maatschappelijk relevant en gekoppeld aan een concrete uitdaging uit de professionele praktijk. Het is een meerwaarde als het gaat om een urgente vraag die uitnodigt tot het ontwikkelen van innovatieve kennis.
2. Netwerkvorming
• De betrokken consortiumpartners hebben een actieve rol in het onderzoek.
• Het consortium heeft aantoonbaar voldoende kennis en kwaliteit om het onderzoek uit te voeren.
• Het netwerk van personen of organisaties staat niet geïsoleerd, er zijn relaties in het kennisnetwerk en met relevante initiatieven op het vakgebied, in binnenland en/of buitenland.
• Het is een meerwaarde als het voor de aanvraag samengestelde consortium een uitbreiding van een bestaand netwerk betreft.
3. Onderzoeksplan
Het onderzoeksplan wordt beoordeeld op de volgende aspecten:
• een volledige maar beknopte weergave van de state-of-the-art-kennis in de professionele praktijk en wetenschap, binnen en buiten Nederland. Hiertoe behoort een literatuurreview met actuele studies over het onderwerp van de aanvraag. Dit vraagt ook om een overzicht van toonaangevende regionale, landelijke of internationale kennisagenda’s op dit onderwerp, de daaruit voortkomende initiatieven, de relevantie en de positie die de aanvraag hierin inneemt;
• de onderzoeksvraag is zorgvuldig geformuleerd, vormt een vertaling van de praktijkvraag en sluit aan bij de state-of-the-art-kennis;
• de beschrijving en onderbouwing van de voorgestelde methoden en analysetechnieken waarmee de onderzoeksvraag beantwoord zal worden. De methoden passen optimaal bij de aard van de vraagstelling. De methoden en analysetechnieken verlopen volgens een bepaalde systematiek en zijn daardoor inzichtelijk, reproduceerbaar en overdraagbaar;
• het activiteitenplan, dat meetbare (tussen)doelstellingen en te verwachten (tussen)resultaten bevat en waaruit zichtbaar wordt wie wat wanneer doet, waarom en wat het oplevert. De netwerkpartners komen in gezamenlijkheid tot kennisontwikkeling door zelf kennis in te brengen (kenniscirculatie). In het activiteitenplan staat helder beschreven welke rol praktijk-, onderzoeks- en onderwijspartners op zich nemen (bijvoorbeeld deelname focusgroepen, leerkringen, uitvoering van pilots);
• de beschrijving van de wijze waarop de doorwerking van de onderzoeksresultaten naar het onderwijs en onderzoeksgemeenschap wordt gerealiseerd;
• de haalbaarheid en uitvoerbaarheid. Hieronder wordt verstaan:
– de mate waarin de gevraagde financiële middelen in een redelijke verhouding staan tot de aard, omvang en verwachte impact van het projectvoorstel;
– de mate van personele bezetting en kwaliteit als ook de mate van beschikbare middelen en tijdsinvestering;
– de mate waarin sprake is van een duidelijk belegd en gekwalificeerd projectmanagement;
– de mate waarin het beroepenveld bereid is zelf substantieel bij te dragen aan de uitvoering van het project (zoals financieel, beschikbaar stellen van apparatuur, werkruimte, in tijd door begeleiding, projectdeelname en dergelijke, beschikbaar stellen van patenten, door middel van licenties, et cetera).
De aanvragen krijgen per criterium een score in hele getallen, oplopend van 1 tot en met 6, waarbij 6 de hoogste score is.
De kwaliteit van het onderzoeksplan weegt 50% mee in de beoordeling. De criteria vraagarticulatie en netwerkvorming wegen elk 25% mee in de beoordeling.
Alle aanvragen ontvangen een gewogen gemiddelde totaalscore en worden op basis van deze score in rangorde gezet. Alleen aanvragen die op elk criterium een 4.00 of hoger scoren worden voorzien van een positief oordeel. Alleen aanvragen met een positief oordeel kunnen in aanmerking komen voor subsidie.
In dit hoofdstuk worden de verschillende subsidieverplichtingen toegelicht die – in aanvulling op de in paragrafen 3.5 en 3.6 genoemde voorwaarden – van toepassing zijn na toekenning.
Penvoerder
De aanvrager is verantwoordelijk voor de uitvoering van het project en treedt op als penvoerder.
De penvoerder is ook verantwoordelijk voor het maken van afspraken met de consortiumpartners over de toegang tot en de rechten op onderzoeksresultaten en, indien van toepassing, over intellectueel eigendom. Daarnaast moeten afspraken worden gemaakt over datamanagement en open access publicaties, zoals hieronder weergegeven.
Verklaring de-minimissteun
De verklaring de-minimissteun maakt onderdeel uit van de aanvraag. Indien de penvoerder op enig moment constateert dat de de-minimisdrempel voor een consortiumpartner wordt overschreden, dient de projectleider dit te melden bij Regieorgaan SIA. Het overschrijden van de de-minimisdrempel kan gevolgen hebben voor de subsidie.
Datamanagement
Na toekenning van een aanvraag dient de penvoerder de datamanagementparagraaf uit te werken tot een datamanagementplan. Penvoerders kunnen hierbij gebruik maken van een eventueel advies van de referenten en beoordelingscommissie met betrekking tot de datamanagementparagraaf.
De penvoerder beschrijft in het plan of gebruikgemaakt wordt van bestaande data of dat het om een nieuwe dataverzameling gaat en hoe de dataverzameling dan FAIR: vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar gemaakt wordt. Het datamanagementplan dient voor indiening te zijn afgestemd met een data steward of vergelijkbare functionaris van de organisatie waar het project wordt uitgevoerd.
Uiterlijk vier maanden na toekenning van de aanvraag moet dat plan via ISAAC zijn ingediend bij Regieorgaan SIA. Regieorgaan SIA beoordeelt het plan zo snel mogelijk. Goedkeuring van het datamanagementplan door Regieorgaan SIA is voorwaarde voor de subsidieverlening. Het plan kan tijdens het onderzoek worden bijgesteld.
Meer informatie over het datamanagementprotocol van NWO staat op: www.nwo.nl/datamanagement.
Intellectueel eigendom
Met betrekking tot de intellectuele eigendom (IE) geldt het NWO IE-beleid. Het NWO IE-beleid kunt u vinden in hoofdstuk 4 van de NWO Subsidieregeling 2017.
Regieorgaan SIA streeft na dat onderzoeksresultaten toepassing kunnen vinden bij de partners die bij het project zijn betrokken. Regieorgaan SIA beoogt enerzijds dat de onderzoeksresultaten van door haar gefinancierde projecten publiek toegankelijk zijn en anderzijds stimulatie van verdere ontwikkeling van de onderzoeksresultaten, door partijen de mogelijkheid te bieden om deze te exploiteren. Daarbij kan het wenselijk zijn om intellectuele eigendomsrechten over te dragen of een licentie te verlenen aan (een van) de bij het project betrokken private partijen.
Het uitgangspunt is dat alle onderzoeksresultaten kunnen worden gepubliceerd met inachtneming van afspraken over publicatieprocedures.
Indien van toepassing maakt u afspraken over intellectueel eigendom en publicatie met inachtneming van de NWO Subsidieregeling 2017.
Maatschappelijk verantwoord licentiëren
Uit het project kan kennis voortkomen die geschikt is voor toepassing in de maatschappij. Bij het aangaan van afspraken over licentie en/of overdracht van onder deze call for proposals ontwikkelde onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de tien principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, zoals opgenomen in het NFU rapport “Maatschappelijk Verantwoord Licenseren”.
Open Access
NWO heeft de Berlin Declaration (2003) ondertekend en is lid van cOAlitie S (2018) en zet zich in om de resultaten van wetenschappelijk onderzoek dat door NWO gefinancierd wordt vrij toegankelijk te maken via internet (Open Access). Daarmee geeft NWO invulling aan het beleid van de Nederlandse regering om al het publiek gefinancierde onderzoek Open Access beschikbaar te maken.
Wetenschappelijke publicaties van onderzoek dat is gefinancierd op basis van toekenningen voortvloeiend uit deze call for proposals dienen daarom Open Access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access.
Wetenschappelijke artikelen
Voor wetenschappelijke artikelen geldt dat zij direct op het moment van publicatie (zonder embargo) Open Access beschikbaar gesteld moeten worden via één van de volgende routes:
publicatie in een volledig open access tijdschrift of platform dat is geregistreerd in de DOAJ;
publicatie in een abonnementstijdschrift en het deponeren van tenminste de auteursversie van het artikel in een Open Access repository die is geregistreerd in OpenDOAR;
publicatie in een tijdschrift waarvoor een transformatieve Open Access overeenkomst beschikbaar is tussen de VSNU en een uitgever. Zie daarover: www.openaccess.nl.
Boeken
Voor boeken, boekhoofdstukken en bundels gelden afwijkende voorwaarden. Zie daarover de Beleidsregel Open Access op www.nwo.nl/openscience.
CC BY licentie
Met het oog op een optimale verspreiding van publicaties moet tenminste een Creative Commons (CC BY) licentie worden toegepast. Bij de aanwezigheid van zwaarwegende belangen kan de auteur verzoeken om te publiceren onder toepassing van een CC BY-ND licentie. Voor boeken, bundels en boekhoofdstukken staat de keuze van een CC BY licentie vrij.
Kosten
Eventuele kosten voor publiceren in volledig Open Access tijdschriften kunnen worden begroot in de begroting onder de post materiële kosten. Kosten voor publicaties in hybride tijdschriften komen niet in aanmerking voor vergoeding door NWO. Voor Open Access boeken kan een beroep gedaan worden op het aparte NWO Open Access boekenfonds.
Voor een nadere toelichting op het open access beleid van NWO zie: www.nwo.nl/openscience.
Monitoring
Is uw aanvraag toegewezen? Dan houdt u Regieorgaan SIA op de hoogte van de voortgang van uw project. Na afloop van het eerste jaar dient u een voortgangsrapportage in. Na afloop van het tweede jaar informeert u ons over de resultaten via een eindrapportage. In het subsidiebesluit leest u op welke manier u ons op de hoogte houdt van de voortgang en de resultaten.
Op de webpagina RAAK-publiek op de website van Regieorgaan SIA vindt u de meest recente informatie over deze call for proposals. U vindt hier ook contactgegevens van de programmamanager.
Bij technische problemen met ISAAC neemt u contact op met de ISAAC-helpdesk. Raadpleeg voordat u contact opneemt eerst de handleiding van ISAAC.
De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 10:00 uur tot 17:00 uur, met uitzondering van feestdagen.
Telefoonnummer: 070 – 344 06 00. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen: isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.
Regieorgaan SIA verwerkt de persoonsgegevens die wij in het kader van deze call for proposals ontvangen conform onze privacyverklaring.
Regieorgaan SIA kan aanvragers mogelijk benaderen voor een evaluatie van de procedure en/of de regeling.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-21990.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.