Aanwijzing van de Minister voor Medische Zorg van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 28 juni 2024, kenmerk 3861777-1067529-PZo, op grond van artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg, inzake de modulaire bekostiging van ziekenhuisopleidingen via de beschikbaarheidbijdrage

De Minister voor Medische Zorg

Gelet op artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg;

Na op 17 mei 2024 schriftelijk mededeling te hebben gedaan aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II 2023/24, 29 282, nr. 575) als bedoeld in artikel 8 van de Wet marktordening gezondheidszorg over het voornemen van modulaire bekostiging van ziekenhuisopleidingen via de beschikbaarheidbijdrage;

Besluit:

Artikel 1 Definities

In deze aanwijzing wordt verstaan onder:

a) beschikbaarheidbijdrage:

bijdrage als bedoeld in artikel 56a van de Wet marktordening gezondheidszorg;

b) besluit:

Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG;

c) bijlage:

bijlage behorende bij de artikelen 2 en 4 van het Besluit;

d) CZO:

College Zorgopleidingen;

e) EPA:

entrustable professional activity;

f) wet:

Wet marktordening gezondheidszorg;

g) zorgautoriteit:

Nederlandse Zorgautoriteit, genoemd in artikel 3 van de wet.

Artikel 2 Werkingssfeer

Deze aanwijzing is van toepassing op activiteiten verricht ten behoeve van ziekenhuisopleidingen als bedoeld in onderdeel B, aanhef, onder 1, sub c, en onderdeel C van de Bijlage.

Artikel 3 Verstrekken beschikbaarheidbijdrage

  • 1. De zorgautoriteit verstrekt jaarlijks beschikbaarheidbijdragen voor activiteiten als bedoeld in artikel 2 door daartoe erkende zorgaanbieders.

  • 2. De beschikbaarheidbijdrage wordt per kalenderjaar verstrekt, op basis van de EPA’s waarvoor een certificaat in dat kalenderjaar is afgegeven door het CZO.

  • 3. De zorgautoriteit kan bevoorschotting toepassen.

Artikel 4 Opdracht

  • 1. De zorgautoriteit stelt ter uitvoering van deze aanwijzing beleidsregels en waar nodig regels vast. Deze treden in werking met ingang van 1 januari 2025.

  • 2. De zorgautoriteit berekent de vergoedingsbedragen per EPA.

Artikel 5 Overgangsregeling

Voor zover het gaat om opleidingen die vóór 1 januari 2025 zijn gestart met reeds bekostigde ziekenhuisopleidingen zal een overgangsregeling gelden. Voor hen is bekostiging op basis van een afgerond diploma nog mogelijk.

Van deze aanwijzing wordt mededeling gedaan door plaatsing met de toelichting in de Staatscourant.

De Minister voor Medische Zorg, P.A. Dijkstra

TOELICHTING

Algemeen

In het Integraal Zorgakkoord (IZA) is afgesproken om te verkennen of de bekostiging van de ziekenhuisopleidingen via de beschikbaarheidbijdrage kan aansluiten bij het modulair opleiden. Dit blijkt mogelijk per 1 januari 2025.

Met deze aanwijzing krijgt de Nederlandse Zorgautoriteit (hierna: zorgautoriteit) daarom de opdracht om haar regelgeving aan te passen zodat de opleidingen voor gespecialiseerd verpleegkundigen en medisch ondersteunend personeel (hierna: ziekenhuisopleidingen) vanaf 1 januari 2025 modulair bekostigd kunnen worden via de beschikbaarheidbijdrage. Dit houdt in dat de zorgautoriteit niet langer een beschikbaarheidbijdrage per afgerond diploma verstrekt, maar per afgeronde Entrustable Professional Activity (hierna: EPA) waarvoor een certificaat is afgegeven door het College Zorgopleidingen (hierna: CZO) in het betreffende kalenderjaar. Ook de instroomvergoeding die voorheen gold voor de opleidingen tot operatieassistent, anesthesiemedewerker, radiodiagnostisch laborant, radiotherapeutisch laborant en klinisch perfusionist komt te vervallen omdat deze instroomvergoeding is verdisconteerd in de afzonderlijke EPA’s.

Bovenstaande wijziging hangt samen met de mogelijkheid om vanaf januari 2023 ziekenhuisopleidingen modulair te volgen. Opleidingen met een vast curriculum en resulterend in een diploma zijn opgeknipt in losse modules: EPA’s. Het afronden van een EPA leidt tot een certificaat dat wordt afgegeven door CZO. Het modulair opleiden draagt bij aan het oplossen van het arbeidsmarktvraagstuk in de zorg. Niet alleen doordat zorgpersoneel sneller bevoegd wordt om bepaalde werkzaamheden te verrichten en daardoor sneller en flexibeler kan worden ingezet, maar ook doordat op deze manier zorgpersoneel wordt gestimuleerd zich te blijven ontwikkelen door hen de kans te bieden om verkorte modules te volgen. De snellere inzetbaarheid en de nieuwe carrièreperspectieven die met dit systeem worden geboden, kunnen bijdragen aan het behoud van personeel en een grotere instroom in (delen van) vervolgopleidingen.

Artikelsgewijs

Artikel 2

In dit artikel wordt verwezen naar de ziekenhuisopleidingen die modulair bekostigd zullen worden. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG (hierna: Besluit) worden de afzonderlijke modules behorend bij de betreffende ziekenhuisopleidingen opgesomd.

Artikel 4

De zorgautoriteit berekent de vergoedingsbedragen per EPA gebaseerd op de opgave van de Minister van VWS van de vergoedingsbedragen met betrekking tot de onderscheiden opleidingen dan wel gebaseerd op een kostenonderzoek.

Artikel 5

Voor een soepele overgang tussen het bekostigen op basis van diploma’s en op basis van EPA’s zal een overgangsregeling gaan gelden. Deze overgangsregeling geldt alleen voor de vijftien ziekenhuisopleidingen die voorheen ook via de beschikbaarheidbijdrage werden bekostigd.1 De overgangsregeling is niet van toepassing op de twaalf ziekenhuisopleidingen die per 1 januari 2025 aan het Besluit worden toegevoegd en daarmee voor bekostiging via de beschikbaarheidbijdrage in aanmerking komen.2 De overgangsregeling voorziet erin dat bekostiging op basis van een afgerond diploma nog mogelijk is voor opleidingen die vóór 1 januari 2025 zijn gestart met een reeds bekostigde ziekenhuisopleiding met instroom- en diplomavergoeding of reeds bekostigde ziekenhuisopleiding met alleen diplomavergoeding. Deze situatie duurt voort totdat de laatste opleiding het diploma heeft behaald. Dit duurt ten minste tot december 2027.

De Minister voor Medische Zorg, P.A. Dijkstra


X Noot
1

Het gaat om de opleidingen tot IC-verpleegkundige, IC-neonatologieverpleegkundige, IC-kinderverpleegkundige, kinderverpleegkundige, dialyseverpleegkundige, oncologieverpleegkundige, SEH-verpleegkundige en obstetrie-verpleegkundige en gipsverbandmeester, operatieassistent, anesthesiemedewerker, radiodiagnostisch laborant, radiotherapeutisch laborant, klinisch perfusionist en deskundige infectiepreventie.

X Noot
2

Het gaat om de opleidingen tot cardiaccareverpleegkundige, mediumcareverpleegkundige, recoveryverpleegkundige, highcare-neonatologieverpleegkundige, highcare-kinderverpleegkundige, dialyse assistent, geriatrieverpleegkundige, neurologieverpleegkundige, endoscopieverpleegkundige, medewerker operatieve zorg, sedatiepraktijkspecialist, medewerker interventiecardiologie.

Naar boven