Beschikking van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, houdende ontheffing voor HeliAir B.V. van het verbod VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen

Datum: 21 juni 2024

Nummer: ILT-2024/3304

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;

Gelezen het verzoek om ontheffing van 15 mei 2024 van HeliAir B.V., adres: Broekweg 5a1, 6732 GT Harskamp; telefoonnummer: +31 (0) 318 734120; e- mail: caa@heliair.nl;

Overwegende dat:

  • HeliAir B.V. vluchten uitvoert als gedeclareerd overeenkomstig ORO.DEC.100 van verordening (EU) nr. 965/2012;

  • het doel van de vlucht is het maken van beeldopnames voor een reclamecampagne te Maastricht;

  • paragraaf SERA.3105 van verordening (EU) nr. 923/2012 de mogelijkheid biedt aan (nationale) bevoegde autoriteiten om toestemming te verlenen lager te vliegen dan de minimum vlieghoogten, zoals die voor VFR- vluchten zijn opgenomen in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012;

  • aan de vrijstelling of ontheffing voorschriften kunnen worden verbonden;

  • de vrijstelling of ontheffing onder beperkingen kan worden verleend;

  • het maatschappelijk belang bij de uit te voeren vluchten zodanig is, dat de mogelijkheid wordt geboden deze uit te voeren onder de voorschriften en beperkingen gerelateerd aan SERA;

Gelet op paragraaf SERA.3105 van verordening (EU) nr. 923/2012 en artikel 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014;

BESLUIT:

Artikel 1

Deze beschikking is van toepassing op de tweemotorige helikopter vermeld op de eigen verklaring ‘Specialised Operations’ door HeliAir B.V. ingediend bij de Inspectie Leefomgeving en Transport overeenkomstig ORO.DEC.100 van verordening (EU) nr. 965/2012 en waarvan de ontvangst van de verklaring is bevestigd door de Inspectie Leefomgeving en Transport overeenkomstig ARO.GEN.345. Beide documenten zijn gedurende de vlucht aan boord van de helikopter.

Artikel 2

Aan de gezagvoerder van de in artikel 1 bedoelde helikopter wordt van 22 juni 2024 tot en met 31 juli 2024 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012, om een VFR-vlucht uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte die plaatsvindt boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 26, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van het Besluit luchtverkeer 2014, bedoelde luchtvaartgids met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:

  • a. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;

  • b. de minimum toegestane vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, bedraagt 150 meter (500 ft) boven de grond of het water, doch ten minste 30 meter (100 ft) boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 100 m van het luchtvaartuig;

  • c. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen dat:

    • 1°. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;

    • 2°. er niet wordt gevlogen beneden de minimum VFR-vlieghoogte over vogelreservaten, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids;

    • 3°. vee niet wordt verstoord;

    • 4°. geluidsgevoelige objecten, zoals dierentuinen, ziekenhuizen, penitentiaire inrichtingen etc., worden gemeden, en

    • 5°. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel mogelijk wordt beperkt;

  • d. de gezagvoerder stelt zich van tevoren op de hoogte van plaatsen die geschikt zijn voor het uitvoeren van een noodlanding;

  • e. elke vlucht wordt uitgevoerd met een zodanige combinatie van hoogte en snelheid dat de vlieger in staat is om, in geval van een motorstoring, van bebouwing of mensen weg te vliegen;

  • f. de vlucht wordt zodanig uitgevoerd dat niet wordt gevlogen in het gevaarlijke gebied van het hoogtesnelheidsdiagram, aangegeven in het vlieghandboek van de in artikel 1 bedoelde helikopter;

  • g. er wordt niet bij voortduring laaggevlogen, doch slechts gedurende de periode dat dit voor het uitvoeren van de vlucht noodzakelijk is en slechts op het traject zoals dat van tevoren aan de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart, is doorgegeven;

  • h. voor en na de vlucht is de opdracht van de opdrachtgever ter inzage aanwezig zodat deze kan worden gecontroleerd door de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart, of de Inspectie Leefomgeving en Transport;

  • i. er worden geen passagiers vervoerd tijdens de vlucht; alleen de gezagvoerder en taakspecialisten als bedoeld in verordening (EU) nr. 965/2012 zijn toegestaan;

  • j. vluchtuitvoering vindt plaats overeenkomstig het gestelde in deel SPO van verordening (EU) nr. 965/2012;

  • k. er dient, na het ingediende vliegplan, eerst een klaring te zijn verkregen van de betrokken plaatselijke luchtverkeersleidingsdienst voor vluchten die plaatsvinden binnen het plaatselijke luchtverkeersleidingsgebied;

  • l. tijdens het uitvoeren van de vlucht is een tweezijdige radioverbinding tot stand gebracht met de betrokken luchtverkeersleidingsdienst en wordt voortdurend op de aangewezen radiofrequentie geluisterd;

  • m. vóór de aanvang van de vlucht wordt ingelicht:

    de meldkamer van de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart, tel. 088 6623616; e-mail: luchtvaarttoezicht.landelijke-eenheid@politie.nlen de Inspectie Leefomgeving en Transport; e-mail: aviation-approvals@ilent.nl; en worden de volgende gegevens verstrekt:

    • 1°. naam gezagvoerder, registratie en model / type helikopter;

    • 2°. route en periode van de voorgenomen vlucht;

    • 3°. Het nummer van deze beschikking;

  • n. vóór aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd met de Operationele Helpdesk van de Luchtverkeersleiding Nederland, tel. +31 (0)20-4062201; e-mail: ops_helpdesk@lvnl.nl; aan de voorwaarden door deze gesteld wordt strikt de hand gehouden;

  • o. voorafgaand aan de vlucht besteedt de aanvrager in de plaatselijke media aandacht aan de uit te voeren vlucht, waarbij ten minste het volgende wordt aangegeven:

    • 1°. het doel van de vlucht;

    • 2°. een zo exact mogelijke omschrijving van de locatie;

    • 3°. de dag en het tijdstip van aanvang en de verwachte duur van de vlucht; en

    • 4°. dat klachten kunnen worden gemeld bij de ontheffinghouder en bij de Inspectie Leefomgeving en Transport, tel. +31 (0)88-4890000; e-mail: ILTDocumentManagement@ILenT.nl.

    De aanvrager doet deze bekendmaking in de plaatselijke media en stuurt een kopie onder vermelding van het kenmerk van deze ontheffing per e-mail (ILTDocumentManagement@ILenT.nl) aan de Inspectie Leefomgeving en Transport.

Artikel 3

  • 1. De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder en taakspecialist, als bedoeld in deel SPO van verordening (EU) nr. 965/2012, bekend zijn met de inhoud van deze beschikking.

  • 2. Overtreding van de voorschriften van deze beschikking levert een strafbaar feit op.

  • 3. Bij het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften en beperkingen, genoemd in deze beschikking, kan deze ontheffing worden ingetrokken.

Artikel 4

De aanvrager voert bij de voorbereiding van elk project een veiligheidsanalyse uit. Daarbij wordt in kaart gebracht welke risico’s er zijn als gevolg van het uitvoeren van VFR-vluchten beneden de minimum VFR-vlieghoogte. Vervolgens worden risicobeperkende maatregelen in kaart gebracht en toegepast, zodanig dat de vlucht op een verantwoorde wijze kan worden uitgevoerd.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 22 juni 2024 en vervalt met ingang van 1 augustus 2024, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, namens deze, Inspecteur Luchthavens en luchtruim, Afdeling Vergunningverlening rail en luchtvaart

Bezwaarmogelijkheid

Indien u het niet eens bent met deze beslissing, kunt u hiertegen op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden, schriftelijk bezwaar aantekenen.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

  • de gronden van het bezwaar.

Tevens ontvangen wij graag uw telefoonnummer dan wel e-mailadres.

Het bezwaarschrift kunt u richten aan:

Inspectie Leefomgeving en Transport

Afdeling Juridische zaken

Postbus 16191

2500 BD DEN HAAG

U kunt uw bezwaarschrift ook per e-mail verzenden aan: bezwarenilt@ilent.nl.

TOELICHTING

Paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012, geeft de minimum vlieghoogte voor VFR-verkeer. Op basis van paragraaf SERA.3105 van verordening (EU) nr. 923/2012 en artikel 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014 kan ontheffing worden verleend van de voorgeschreven minimum vlieghoogten voor VFR-verkeer.

HeliAir voert, in opdracht, een foto- en filmvluchten boven Maastricht ten behoeve van het vastleggen van beeldmateriaal voor een reclamecampagne. Deze laagvliegontheffing maakt het mogelijk om vluchten beneden de minimale vlieghoogte, zoals vastgelegd in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f) van verordening (EU) nr. 923/2012, uit te voeren boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, of boven mensenverzamelingen. Vanwege het gebruik van een tweemotorige helikopter kan vluchtuitvoering, onder de voorschriften en beperkingen zoals opgenomen in deze beschikking verantwoord uitgevoerd worden.

Omdat omwonenden overlast kunnen ervaren als gevolg van deze foto- en filmvluchten moet de aanvrager voorafgaand aan de vluchtuitvoering in de plaatselijke media bekendmaken wat zij gaat doen en waar men eventueel een klacht kan indienen.

Bij het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften of beperkingen kan deze ontheffing worden ingetrokken.

Naar boven