Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Inspectie Leefomgeving en Transport | Staatscourant 2024, 20707 | andere beschikking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Inspectie Leefomgeving en Transport | Staatscourant 2024, 20707 | andere beschikking |
Datum: 20 juni 2024
Nummer: ILT-2024/3302
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;
Gelezen het verzoek om ontheffing ontvangen op 28 mei 2024 van EASP AIR B.V., adres: Themiekstraat 52, 1117 BD Schiphol,
Overwegende dat:
• EASPAIR B.V. vluchten uitvoert als gedeclareerd overeenkomstig ORO.DEC.100 van verordening (EU) nr. 965/2012;
• het doel is het uitvoeren van trainingsvluchten benodigd voor de veilige uitvoering van foto- en verkenningsvluchten binnen de Amsterdam FIR die worden uitgevoerd voor het Europees Grens- en kustwachtagenschap Frontex en waarbij voorwerpen uit een luchtvaartuig verwijderd moeten worden;
• paragraaf SERA.3105 van verordening (EU) nr. 923/2012 de mogelijkheid biedt aan (nationale) bevoegde autoriteiten om toestemming te verlenen lager te vliegen dan de minimum vlieghoogten, zoals die voor VFR- vluchten zijn opgenomen in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012;
• aan de vrijstelling of ontheffing voorschriften kunnen worden verbonden;
• de vrijstelling of ontheffing onder beperkingen kan worden verleend;
• het maatschappelijk belang bij de uit te voeren vluchten zodanig is, dat de mogelijkheid wordt geboden deze uit te voeren onder de voorschriften en beperkingen gerelateerd aan SERA;
Gelet op paragraaf SERA.3105 van verordening (EU) nr. 923/2012 en de artikelen 10, vierde lid, en 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014;
BESLUIT:
Deze beschikking is van toepassing op het vliegtuig, vermeld op de eigen verklaring ‘Specialised Operations’ door EASP AIR B.V. ingediend bij de Inspectie Leefomgeving en Transport overeenkomstig ORO.DEC.100 van verordening (EU) nr. 965/2012 en waarvan de ontvangst van de verklaring is bevestigd door de Inspectie Leefomgeving en Transport overeenkomstig ARO.GEN.345. Beide documenten zijn gedurende de vlucht aan boord van het vliegtuig.
VERWIJDEREN VAN VOORWERPEN EN STOFFEN TIJDENS DE VLUCHT
Aan de gezagvoerder van het in artikel 1 genoemde vliegtuig wordt van 21 juni 2024 tot en met 21 juni 2025 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 10, eerste lid, van het Besluit luchtverkeer 2014 om tijdens een vlucht voorwerpen en stoffen uit het vliegtuig te verwijderen boven het water. Aan deze ontheffing zijn de volgende voorschriften en beperkingen verbonden:
a. de vlieghoogte tijdens het uitwerpen van voorwerpen of stoffen bedraagt minimaal 30 meter (100 voet) en maximaal 90 meter (300 voet) boven het water, of zoveel lager, indien dit noodzakelijk is om voorwerpen of stoffen uit te werpen voor de uitvoering van de taken;
b. de gezagvoerder heeft tijdens het uitwerpen van voorwerpen of stoffen voortdurend zicht op het water;
c. de gezagvoerder draagt ervoor zorg, dat overig luchtverkeer en personen geen hinder ondervinden van het uitwerpen van voorwerpen of stoffen, en zaken op het water niet worden beschadigd;
d. het vliegzicht voldoet aan de VFR-minima;
VFR-VLIEGEN BENEDEN DE MINIMUM VFR-VLIEGHOOGTE
Aan de gezagvoerder van het in artikel 1 genoemde vliegtuig wordt van 21 juni 2024 tot en met 21 juni 2025 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012, om VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte boven het water, gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 26,
eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van het Besluit luchtverkeer 2014, bedoelde luchtvaartgids met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:
a. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;
b. de minimum toegestane vlieghoogte bedraagt 90 meter (300 voet) boven het water, doch ten minste 30 meter (100 voet) boven de hoogste hindernis, gelegen binnen een afstand van 100 meter van de helikopter of 600 meter van het vliegtuig of zoveel lager, indien dit noodzakelijk is om voorwerpen of stoffen uit te werpen voor de uitvoering van de taken;
c. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen dat:
1°. overlast voor derden zoveel mogelijk wordt vermeden;
2°. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel mogelijk wordt beperkt;
d. er wordt niet bij voortduring laaggevlogen, doch slechts gedurende de periode dat dit voor het daadwerkelijk uitvoeren van de waarnemings-, onderzoeks of trainingsvluchten noodzakelijk is;
e. vluchtuitvoering vindt plaats overeenkomstig het gestelde in deel SPO van verordening (EU) nr. 965/2012;
f. voor en na de vlucht is de opdracht van de opdrachtgever ter inzage aanwezig zodat deze kan worden gecontroleerd door de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart, of de Inspectie Leefomgeving en Transport;
g. er worden geen passagiers vervoerd tijdens de vlucht, anders dan benodigd voor het uitvoeren van de trainingsvluchten;
h. voor de inzittenden zijn voldoende zwemvesten en reddingsmiddelen aanwezig;
i. tijdens het uitvoeren van de vlucht is een tweezijdige radioverbinding tot stand gebracht met de betrokken luchtverkeersleidingsdienst en wordt voortdurend op de aangewezen radiofrequentie geluisterd;
j. vóór de aanvang van de vlucht wordt ingelicht:
de meldkamer van de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart; tel. 088- 6623616; e-mail: luchtvaarttoezicht.landelijke-eenheid@politie.nlen
Inspectie Leefomgeving en Transport, e-mail aviation-approvals@ilent.nl; en worden de volgende gegevens verstrekt:
1°. naam gezagvoerder, registratie en model / type luchtvaartuigen;
2°. route en periode van de voorgenomen vlucht;
3°. het nummer van deze beschikking;
k. vóór aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd met de Operationele Helpdesk van de Luchtverkeersleiding Nederland, tel. 0320-4062201; e- mail: ops_helpdesk@lvnl.nl; aan de voorwaarden door deze gesteld wordt strikt de hand gehouden.
1. De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder en de andere bemanningsleden en taakspecialisten bekend zijn met de inhoud van deze beschikking.
2. Overtreding van de voorschriften van deze beschikking levert een strafbaar feit op.
3. Bij het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften en beperkingen, genoemd in deze beschikking, kan deze ontheffing worden ingetrokken.
De aanvrager voert bij de voorbereiding van de vluchten een veiligheidsanalyse uit. Daarbij wordt in kaart gebracht welke risico’s er zijn als gevolg van het uitvoeren van VFR-vluchten beneden de minimum VFR-vlieghoogte. Vervolgens worden risicobeperkende maatregelen in kaart gebracht en toegepast op een zodanige wijze dat de vlucht verantwoord kan worden uitgevoerd.
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT, namens deze, Inspecteur Luchthavens en luchtruim, Afdeling Vergunningverlening rail en luchtvaart.
Bezwaarmogelijkheid
Indien u het niet eens bent met deze beslissing, kunt u hiertegen op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden, schriftelijk bezwaar aantekenen.
Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:
– de naam en het adres van de indiener;
– de dagtekening;
– een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;
– de gronden van het bezwaar.
Tevens ontvangen wij graag uw telefoonnummer dan wel e-mailadres.
Het bezwaarschrift kunt u richten aan:
Inspectie Leefomgeving en Transport Afdeling Juridische zaken
Postbus 16191
2500 BD DEN HAAG
U kunt uw bezwaarschrift ook per e-mail verzenden aan: bezwarenilt@ilent.nl.
Paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012, geeft de minimum vlieghoogte voor VFR-verkeer. Op basis van paragraaf SERA.3105 van verordening (EU) nr. 923/2012 en artikel 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014 kan ontheffing worden verleend van de voorgeschreven minimum vlieghoogten voor VFR-verkeer.
Daarnaast stelt paragraaf SERA.3115 van verordening (EU) nr. 923/2012 dat het uitwerpen van voorwerpen uit een luchtvaartuig valt onder Nationale wetgeving, waarvoor, op basis van artikel 10, derde lid van het Besluit luchtverkeer 2014, de Regeling verwijderen van voorwerpen is opgesteld. Voor voorwerpen die niet kunnen voldoen aan de voorschriften en beperkingen uit deze regeling bestaat er daarnaast onder artikel 10, vierde lid van het Besluit luchtverkeer 2014 een mogelijkheid om ontheffing te verlenen.
EASP AIR B.V. voert in opdracht van de Europees Grens- en kustwachtagenschap Frontex fotovluchten uit waarbij levensreddende voorwerpen uit een luchtvaartuig verwijderd moeten worden. Voor zowel het uitwerpen van levensreddende voorwerpen als het uitvoeren van fotovluchten moet hierbij beneden de minimale vlieghoogte gevlogen worden. Verder voldoen de levensreddende voorwerpen niet aan de voorschriften en beperkingen zoals opgenomen onder de Regeling verwijderen van voorwerpen. Deze ontheffing maakt het mogelijk om trainingsvluchten binnen de Amsterdam FIR uit te voeren.
Omdat er gedurende het gehele jaar getraind wordt om aan de kwalificatie eisen te kunnen voldoen, is de Inspectie van mening dat het gerechtvaardigd is om een ontheffing voor een jaar af te geven.
Door de voorschriften en beperkingen zoals opgenomen in deze beschikking wordt vluchtuitvoering beneden de minimale vlieghoogte, hieronder begrepen het verwijderen van voorwerpen, boven water als verantwoord geacht.
Bij het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften of beperkingen kan deze ontheffing worden ingetrokken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-20707.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.