Besluit van de raad van bestuur van het Fonds Podiumkunsten tot wijziging van de Podiumregeling Fonds Podiumkunsten en de Toelichting Podiumregeling Fonds Podiumkunsten

Het bestuur van het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten

Gelet op artikel 10 lid 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid en artikel 2 van het Algemeen Reglement van het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten

Besluit:

ARTIKEL I

De Podiumregeling Fonds Podiumkunsten wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1.3 komt te luiden:

Subsidie wordt verstrekt voor een periode van vier jaren.

B

Artikel 2.6 komt te luiden:

Het bestuur informeert de aanvrager binnen 26 weken na de uiterlijke indiendatum schriftelijk over zijn besluit. Als voor de motivering van het besluit wordt verwezen naar een over de aanvraag uitgebracht advies wordt de tekst van het advies aan de aanvrager toegezonden.

C

Artikel 4.4 komt te luiden:

De subsidiehoogte van de productiebijdrage bedraagt 29.400 euro per jaar.

D

Artikel 5.2 komt te luiden:

De subsidieontvanger stuurt gedurende de periode waarvoor het subsidie is verleend jaarlijks een verantwoording in over de verrichte activiteiten in de daaraan voorafgaande periode. Hiermee kan worden aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden.

E

De Toelichting Podiumregeling Fonds Podiumkunsten komt te luiden:

Inleiding

Met de Podiumregeling draagt het Fonds bij aan de spreiding van een kwalitatief en veelzijdig podiumkunstenaanbod over Nederland. De ondersteunde podia dragen met hun programmering bij aan een zo groot mogelijk maatschappelijk bereik van dat aanbod. De regeling biedt podia de gelegenheid om te investeren in de kwaliteit van hun programmering en de manier waarop ze daarbij publiek weten te betrekken. Podia spelen ook een belangrijke rol in het lokale podiumkunstenklimaat. Zij zijn verbonden met lokale makers en podiumkunstenaars. Ook in die rol wil het Fonds investeren. Gezamenlijk spelen alle ondersteunde podia een belangrijke rol in het tonen van podiumkunsten in het hele land. De wijzigingen in de regeling moeten worden bezien vanuit de wens om de regeling meer in lijn te brengen met de overige meerjarige regelingen binnen het Fonds en daarmee mede tegemoet te komen aan de wensen uit het veld.

Op basis van de regeling kunnen podia subsidie aanvragen voor een periode van vier jaar.

Algemeen

Het Fonds Podiumkunsten wil met deze regeling een goed gespreid netwerk van podia ondersteunen, die zowel landelijk als in hun eigen omgeving onderscheidend zijn. Het Fonds ziet voor zichzelf een verantwoordelijkheid voor kleine en grote podia verspreid door het land. Het kan gaan om een kleiner poppodium of vlakkevloerzaal buiten de Randstad, maar ook om een schouwburg of concertpodium in een van de grote steden. Podia spelen een belangrijke rol in het tonen van een kwalitatief en veelzijdig aanbod en weten daar in de eigen omgeving een publiek voor te vinden. Ze dragen bij aan het goed spreiden van het aanbod en aan het publieksbereik van dat aanbod. Podia staan niet op zichzelf, maar maken deel uit van circuits waarin (een bepaald type) aanbod wordt getoond. Dat gaat gepaard met een lokale verantwoordelijkheid als podium van de stad/regio. In het speelveld waarin het landelijk belang samen wordt gebracht met de lokale functie komt de programmering tot stand.

Met deze regeling wil het Fonds podia ondersteunen die een landelijk relevante positie hebben verworven. Het kan gaan om podia als presentatieplek met een breed profiel zoals schouwburgen, maar ook om nichepodia gericht op (de ontwikkeling van) een genre of discipline zoals een poppodium. Wat deze podia gemeenschappelijk hebben, is dat zij vaak ook een belangrijke schakel in de lokale of regionale culturele infrastructuur vormen.

Het Fonds legt met deze regeling meer nadruk op de rol die podia in de regionale infrastructuur spelen vanwege de inbedding van podia in die omgeving en de bijbehorende betekenis die zij hebben voor het publiek. Deze rol wordt medebepaald door hoe de omgeving eruit ziet (denk aan de aanwezigheid van andere podia, festivals, gezelschappen, productiehuizen etc.). In de beoordeling spelen deze regionale context en de rol die een podium in de omgeving vervult een grotere rol.

De regeling kent niet één centrale adviescommissie, maar zes adviescommissies, te weten een per landsdeel. Aanvragen worden behandeld in de adviescommissie die hoort bij het landsdeel waar het podium is gevestigd. Daarnaast kent de regeling twee soorten subsidie. Podia kunnen in eerste instantie aanspraak maken op een bijdrage in de programmeringskosten. Voor een aantal podia is daarnaast een bijdrage beschikbaar ten behoeve van andere functies die podia vervullen. Dit betreft de rol die podia spelen als (co)producent voor het creëren van nieuw podiumkunstenaanbod of op het gebied van talentontwikkeling. In beide gevallen gaat het om een aanvulling op het te presenteren aanbod op het eigen podium.

Aanvraag

Voor wie

Een aanvraag kan worden gedaan door een rechtspersoon die artistiek en financieel eindverantwoordelijk is voor de programmering van een of meer theater- en/of concertzalen in een gebouw.

Aanvragen is alleen mogelijk als de aanvrager rechtspersoonlijkheid bezit. Voor zover hier relevant, gaat het om stichtingen en verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid.

In beginsel kan per rechtspersoon een aanvraag worden ingediend. Uitgangspunt is dat een aanvrager beschikt over een gebouw waarin een of meer theater- en/of concertzalen aanwezig zijn. Een aanvraag wordt ingediend voor de programmering in de zalen van het gebouw. Voor de situatie waarin een podium programmeert buiten het eigen gebouw (‘satellietlocaties‘) geldt dat ook de programmering op die locaties wordt meegenomen in dezelfde aanvraag. Hierop bestaat een uitzondering. In het geval dat een rechtspersoon verantwoordelijk is voor meerdere podia in verschillende gemeenten kan per podium een aanvraag worden ingediend. Hierbij geldt dat de aanvragen toegespitst moeten zijn op de activiteiten van het specifieke podium in de betreffende gemeente.

Om in aanmerking te komen voor het subsidie is toepassing en naleving van de Governance Code Cultuur, Fair Practice Code en Code Diversiteit & Inclusie een voorwaarde. Aanvragers verklaren bij het indienen van hun aanvragen dat ze de codes toepassen. In de aanvraag wordt aanvragers gevraagd te reflecteren op hun rol en de manier waarop ze de principes uit de codes toepassen in de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Denk dan onder andere aan de manier waarop het podium de programmering samenstelt, welke principes of uitgangspunten daarbij gehanteerd worden en hoe het podium in het kader van Fair Pay omgaat met de eigen rol als werkgever, als opdrachtgever en als programmerende partij richting producenten, artiesten en andere uitvoerenden.

Waarvoor

Een aanvraag kan worden gedaan voor de programmering van theater- en/of concertzalen. Het subsidie is een bijdrage voor de programmeringskosten voor vier jaar. Een aanvrager kan ervoor kiezen zijn gehele programmering ter subsidiëring voor te dragen, maar kan ook aangeven met het subsidie specifieke onderdelen van de programmering te willen versterken.

Hoogte subsidie

Bijdrage programmeringskosten

De hoogte van het subsidie is afhankelijk van het aantal concerten en voorstellingen dat wordt geprogrammeerd en de kosten voor de professionele programmering. Naarmate er meer wordt geprogrammeerd of het aanbod financieel risicovoller is, is het subsidie hoger. Aanvragen worden onderverdeeld in categorieën op basis van deze gegevens, waarbij per categorie een subsidiebedrag wordt vastgesteld. Het subsidiebedrag is minimaal 14.700 euro per jaar en maximaal 58.450 euro per jaar.

De subsidiehoogte wordt aan de hand van het volgende overzicht bepaald:

Programmerings-kosten →

40.000 tot 100.000

100.000 tot 400.000

400.000 tot 1.000.000

1.000.000 +

Professionele concerten en voorstellingen ↓

30 tot 100

14.700

22.050

29.400

36.750

100 tot 200

22.050

29.400

36.750

44.100

200 tot 400

29.400

36.750

44.100

51.450

400 +

36.750

44.100

51.450

58.450

Productiebijdrage

De hoogte van het subsidie bedraagt 29.400 euro per jaar.

Voorwaarden om aan te kunnen vragen

Voorwaarden programmeringsbijdrage

Het indienen van een aanvraag is alleen mogelijk als de aanvrager kan aantonen dat in de peiljaren zoals vermeld in het aanvraagformulier het bedrag aan programmeringskosten gemiddeld minimaal 40.000 euro per jaar bedroeg. Programmeringskosten zijn de kosten in de vorm van uitkoopsommen, honoraria en gages voor de professionele podiumkunstprogrammering. Kosten die in ieder geval niet onder programmeringskosten vallen, zijn locatiekosten, reis- en transportkosten, marketing- en educatiekosten en kosten voor tijdelijk personeel, zoals programmeurs en curatoren.

Verder moet een aanvrager kunnen aantonen dat in dezelfde periode gemiddeld minimaal 30 professionele concerten en/of voorstellingen per jaar hebben plaatsgevonden. Het moet gaan om openbaar toegankelijke concerten en/of voorstellingen door professionele podiumkunstenaars die plaatsvinden op een podium voor een publiek. Een activiteit kan ook als onderdeel van een festival of op een alternatieve locatie worden gepresenteerd, zolang de aanvrager artistiek en financieel eindverantwoordelijk is voor de programmering.

Het Fonds toetst strikt of een aanvrager voldoet aan de instapeisen. In beginsel leidt het niet voldoen aan de instapeisen tot een afwijzing. Het Fonds kan een uitzondering maken indien een aanvrager in beperkte mate niet voldoet aan de instapeisen, maar kan dan verplichtingen verbinden aan het besluit tot honorering van de aanvraag.

Voorwaarden productiebijdrage

Aanvragers komen alleen in aanmerking voor de productiebijdrage indien de adviescommissie positief heeft geadviseerd over de aanvraag voor de programmeringsbijdrage. De aanvraag moet dus een A- of B-advies hebben gekregen.

Een aantal podia komt niet in aanmerking voor een productiebijdrage. Indien er vanuit een podium structureel wordt geproduceerd door een instelling die een instellingssubsidie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of een meerjarige productiesubsidie van het Fonds Podiumkunsten ontvangt, komt dat podium niet in aanmerking voor de productiebijdrage. Ook podia met een BIS-ontwikkelfunctie kunnen geen productiebijdrage aanvragen. Voor beide situaties geldt dat wordt gekeken naar de feitelijke situatie. Dat deze subsidies worden verkregen door verschillende rechtspersonen is niet doorslaggevend voor de vraag of een podium in aanmerking komt voor de productiebijdrage.

Criteria

Om vast te kunnen stellen welke aanvragen het beste passen bij de doelstellingen van het Fonds Podiumkunsten in het algemeen en deze regeling in het bijzonder worden alle aanvragen die voldoen aan de formele eisen beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

  • a) artistieke positie;

  • b) publieksfunctie;

  • c) inbedding.

Bij deze beoordeling staat de aanvraag centraal, maar er wordt ook gekeken naar de resultaten uit het (recente) verleden, omdat die een indicatie geven voor de toekomst.

a. artistieke positie

Bij criterium a wordt gekeken naar de artistieke positie die de aanvrager als uitgangspunt neemt bij het samenstellen van zijn programmering. Het gaat dus om een plaatsbepaling, het antwoord dat de aanvrager geeft op de vraag waar hij in artistieke zin voor staat. Het gaat daarbij om vragen als:

  • Heeft de aanvrager een overtuigende artistieke visie?

  • Kan de aanvrager beschrijven welke keuzes hij maakt vanuit zijn artistieke visie en hoe deze keuzes tot stand komen?

  • Weet de aanvrager deze keuzes overtuigend te vertalen in zijn activiteiten?

  • Kan de aanvrager overtuigend uitleggen hoe hij omgaat met nieuwe soorten aanbod of aanbod van nieuw talent?

  • Heeft de aanvrager duurzame relaties met producenten, makers of groepen of met andere podia en festivals die bijdragen aan de artistieke positie?

b. publieksfunctie

Bij criterium b wordt gekeken naar de rol van de aanvrager ten opzichte van het publiek. Daarbij wordt zowel gekeken naar het publiek in de eigen omgeving (lokaal publiek) als naar een meer algemeen publiek (publiek uit andere delen van het land of vakgenoten). Het gaat daarbij om vragen als:

  • Heeft de aanvrager een goed beeld van publieksgroepen in zijn eigen omgeving?

  • Omschrijft de aanvrager helder op welke publieksgroepen hij zich richt en waarom?

  • Legt de aanvrager overtuigend uit hoe hij deze publieksgroepen benadert?

  • Kan de aanvrager uitleggen hoe zijn publieken zich verhouden tot publieksgroepen die door andere presentatieplekken in zijn omgeving worden aangesproken?

  • Weet de aanvrager uit te leggen hoe hij zijn publieksfunctie vertaalt naar zijn programmering en wat hij programmeert voor welk publiek?

c. inbedding

Dit criterium heeft betrekking op de rol die een aanvrager speelt in zijn directe omgeving. Dit kan gaan om bijdragen van relaties of concrete resultaten van samenwerkingsverbanden met:

  • andere podia, festivals, podiumkunstgezelschappen, kunstvakopleidingen;

  • scholen, onderwijsinstellingen, educatie-instellingen;

  • maatschappelijke organisaties, verenigingen, clubs, inwoners;

  • sponsors, bedrijfsleven.

Bij dit criterium wordt ook gekeken of de aanvrager in zijn omgeving een rol speelt in lokale maatschappelijke en sociale vraagstukken. Verder wordt gekeken naar financiële relaties die de inbedding zichtbaar maken.

Beoordeling en budget

Centraal in de beoordeling aan de hand van de hiervoor beschreven criteria staat het oordeel van deskundige adviseurs (‘peer review’). Het Fonds faciliteert het proces waarin deze deskundigen een oordeel geven over ingediende aanvragen aan de hand van het kader uit deze regeling. Het Huishoudelijk reglement van het Fonds Podiumkunsten is van toepassing; dit bevat het procedurele kader waarbinnen de advisering door de deskundige adviseurs plaatsvindt en verzekert op die manier dat het proces eerlijk, zorgvuldig en op transparante wijze verloopt.

Alle aanvragen die voldoen aan de formele eisen worden voorgelegd aan een adviescommissie. Per landsdeel wordt een adviescommissie samengesteld. Er zijn in totaal zes commissies die aanvragen beoordelen uit de volgende landsdelen: Noord (Groningen, Friesland, Drenthe), Oost (Overijssel en Gelderland), Midden (Utrecht en Flevoland), Zuid (Zeeland, Noord-Brabant en Limburg), West (Noord-Holland en Zuid-Holland) en het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden. Per landsdeel wordt een subsidiebudget vastgesteld. De adviescommissies werken onafhankelijk van elkaar.

Alle aanvragers kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage in de programmeringskosten. Daarnaast kan een beperkt aantal aanvragers in aanmerking komen voor een productiebijdrage. De beoordeling kent twee stappen.

Verdeling programmeringsbijdrage

Allereerst worden alle aanvragen per criterium beoordeeld. Het oordeel wordt vervolgens vertaald in een waardering. Omdat het Fonds een groot aantal aanvragen verwacht dat niet allemaal kan worden gehonoreerd, wordt gewerkt met een systeem waarin de waardering per criterium wordt omgezet naar een cijfer. Zowel de waardering als het cijfer staan op zichzelf; aanvragen worden niet direct met elkaar vergeleken.

Om de subsidiehoogte te kunnen bepalen worden de aanvragen per landsdeel na de beoordeling aan de hand van de criteria verdeeld in:

  • A: honoreren;

  • B: honoreren voor zover het budget dat toelaat; en

  • C: niet honoreren.

Bij de indeling in A, B en C is de hoogte van het beschikbare budget per landsdeel leidend. Aan de hand van de puntentotalen worden de aanvragen met een zogenaamd B-advies (’honoreren voor zover het budget dat toelaat’) op volgorde gezet. Aanvragen met hetzelfde puntentotaal worden nader geordend op basis van de criteria. Op basis van de rangorde per landsdeel wordt het budget verdeeld dat in dat landsdeel voor de programmeringsbijdrage beschikbaar is.

In het geval aanvragen ex aequo (’gelijk’) eindigen, maar niet allemaal gehonoreerd kunnen worden, worden de aanvragen aan de hand van de criteria op volgorde gezet. De volgorde wordt bepaald op basis van de bijdrage die de aanvragers met hun programmering leveren aan de pluriformiteit en de geografische spreiding binnen het landsdeel. Uitgangspunt is dat in elk landsdeel een redelijk gespreid circuit van podia ontstaat voor verschillende soorten disciplines en genres.

Verdeling productiebijdrage

Aanvragers kunnen in aanmerking komen voor een productiebijdrage. Hiervoor moet een apart plan worden ingediend. Aanvragers kunnen voor twee soorten activiteiten aanvragen voor een productiebijdrage. Er kan een productiebijdrage worden aangevraagd indien de aanvrager kan aantonen dat het podium intensief samenwerkt met producenten bij de ontwikkeling van nieuw professioneel aanbod of dat het podium zelf professioneel aanbod ontwikkelt ten behoeve van de presentatie ervan op het eigen podium. Daarnaast kan worden aangevraagd indien de aanvrager kan aantonen dat het podium een substantiële bijdrage levert aan talentontwikkeling, waarbij het podium niet alleen een presenterende, maar tevens een (co)producerende rol vervult.

Een beperkt aantal podia komt in aanmerking voor de productiebijdrage. De adviescommissies dragen per landsdeel het aantal podia voor waarvoor een productiebijdrage beschikbaar is. De adviescommissies doen hun voordracht op basis van de mate waarin een podium van betekenis is voor de lokale maakcultuur. De podia die op basis van het ingediende plan het best voldoen aan dit criterium komen in aanmerking voor de productiebijdrage. Van aanvragers wordt verwacht dat met de (co)producerende activiteiten een impuls wordt gegeven aan het opbouwen en bereiken van een specifiek publiek en/of in een specifieke omgeving in een leemte wordt voorzien in de lokale maakcultuur.

Indiening

Aanvragen moeten worden ingediend met behulp van een aanvraagformulier. De activiteiten moeten worden beschreven aan de hand van een aantal door het Fonds Podiumkunsten geformuleerde vragen. De richtlijnen voor het indienen van de aanvraag zijn te vinden op de website van het Fonds Podiumkunsten. De aanvraag en de daarbij behorende informatie is leidend voor de beoordeling of de aanvrager in aanmerking komt voor subsidie. Het is dus van belang dat de aanvraag helder is en een goed beeld geeft van de activiteiten die een aanvrager wil ondernemen.

Alleen als de aanvraag op tijd is ingediend, het aanvraagformulier juist is ingevuld en alle gevraagde informatie is bijgesloten, kan de aanvraag in behandeling worden genomen. Om alle aanvragers gelijke kansen te geven, wordt de uiterste indiendatum strikt gehanteerd. Nagezonden informatie wordt om die reden niet meegenomen in de beoordeling. Verder vraagt het Fonds Podiumkunsten geen informatie op als de aanvraag onvoldoende helder is. Hierop worden geen uitzonderingen gemaakt.

Verplichtingen en verantwoording

Alle veranderingen die wezenlijk zijn voor de subsidiëring moeten worden gemeld. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als bepaalde activiteiten komen te vervallen, als er sprake is van wijzigingen ten aanzien van de artistiek verantwoordelijken of als er aanzienlijke veranderingen zijn in de financiering van de activiteiten. Ook kan in het subsidiebesluit een verplichting zijn opgenomen op grond waarvan specifieke zaken gemeld moeten worden.

Als achteraf blijkt dat er sprake is van een wezenlijke verandering die niet is gemeld, of niet is voldaan aan enige voorwaarde van deze regeling of enige aan het subsidie verbonden verplichting, kan het Fonds Podiumkunsten het subsidie intrekken, ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen of lager vaststellen. Dit is geheel voor risico van de aanvrager. In geval van twijfel kan een aanvrager contact opnemen met het Fonds Podiumkunsten om te bepalen of sprake is van een wezenlijke wijziging.

Uitgangspunt is dat het plan zoals dat is ingediend, wordt uitgevoerd. De periode van vier jaar geldt als een geheel. De beoordeling of een instelling aan de eisen heeft voldaan, wordt pas aan het einde van die periode in een keer uitgevoerd.

Subsidies dienen verantwoord te worden. De verantwoording gebeurt jaarlijks en bestaat uit een kort verslag met specifiek een uitwerking van hoe de programmeringssubsidie en, in het geval daarvan sprake is, de productiebijdrage in het voorgaande jaar is ingezet. Onderdeel van de verantwoording is een prestatieoverzicht en beschrijving van de met de subsidie gerealiseerde concerten en/of voorstellingen van artiesten/gezelschappen/ensembles/bands. Daarnaast zijn aanvragers verplicht om te reflecteren op de toepassing van de Code Diversiteit & Inclusie en de Fair Practice Code waaronder specifiek de toepassing van fair pay in zowel de eigen organisatie als bij de uitbetaling van gages, honoraria en uitkoopsommen. Richtlijnen voor het opstellen van de verantwoording worden gepubliceerd op de website van het Fonds Podiumkunsten.

Tot slot

Deze toelichting moet worden gelezen in combinatie met de Podiumregeling Fonds Podiumkunsten. Als u vragen hebt of meer informatie wilt, kunt u contact met het Fonds opnemen.

ARTIKEL II

Artikel I treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 juni 2024.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Vastgesteld in de vergadering van de Raad van Bestuur d.d. 13 juni 2024

Het bestuur van het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten, namens deze, V. van Hulst, directeur-bestuurder

TOELICHTING OP WIJZIGING VAN DE PODIUMREGELING FONDS PODIUMKUNSTEN EN DE TOELICHTING PODIUMREGELING FONDS PODIUMKUNSTEN

Artikel I

In dit artikel wordt geregeld dat het subsidie binnen de Podiumregeling Fonds Podiumkunsten verstrekt wordt voor een periode van vier jaar. De wijziging komt voort uit de constatering dat podia voor het versterken van de programmering en het investeren in producties en talentontwikkeling in de eigen omgeving gebaat zijn bij een toekenning voor langere tijd. Dat bevordert de continuïteit en geeft de gelegenheid om in langere lijnen te denken en te ontwikkelen. Ook wordt geregeld dat de beslistermijn wordt verlengd naar 26 weken. Deze wijziging komt voort uit de constatering dat bij de laatste aanvraagronde de beslistermijn van 15 weken niet haalbaar was. Om podia nog beter in staat te stellen om aanvullende activiteiten als (co)producent en/of talentontwikkelaar te ontplooien wordt tevens geregeld dat de subsidiehoogte voor de productiebijdrage wordt verhoogd. Deze wijziging komt voort uit de wens overal in het land een gunstiger klimaat voor makers te creëren. Tot slot wordt geregeld dat de Toelichting Podiumregeling Fonds Podiumkunsten wordt geactualiseerd waarin ook de bedragen voor de bijdrage voor de programmeringskosten zijn geïndexeerd.

Naar boven