Call for proposals Praktijkkennis voor Voedsel en Groen: Lectoraat kringlooplandbouw, Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

September 2025

Nationaal Regieorgaan

Praktijkgericht onderzoek SIA

(onderdeel van NWO)

Inhoud

1

Inleiding

1

 

1.1

Achtergrond

1

 

1.2

Beschikbaar budget

2

 

1.3

Indieningsdeadline

2

2

Doel

2

 

2.1

Doelstelling van het programma

2

 

2.2

Doelstelling van de regeling

2

 

2.3

Maatschappelijke impact

3

3

Voorwaarden voor aanvragers

4

 

3.1

Wie kan aanvragen

4

 

3.2

Wat kan aangevraagd worden

4

 

3.3

Het opstellen en indienen van de aanvraag

4

 

3.4

Indieningsvoorwaarden

5

 

3.5

Subsidievoorwaarden

5

 

3.6

Financiële voorwaarden

7

 

3.7

Aanvullende informatie

8

4

Beoordelingsprocedure

9

 

4.1

De San Francisco Declaration (DORA)

9

 

4.2

Procedure

10

 

4.3

Criteria

11

5

Subsidieverplichtingen

12

 

5.1

Uitvoering van het traject

12

6

Contact en overige informatie

14

 

6.1

Contact

14

 

6.2

ISAAC-helpdesk

14

 

6.3

Overige informatie

14

Bijlage: Profiel van de lector

15

1. Inleiding

In deze call for proposals leest u hoe de aanvraagprocedure is ingericht voor Praktijkkennis voor Voedsel en Groen: Lectoraat kringlooplandbouw, indieningsronde september 2025.

Deze call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA (Regieorgaan SIA). Regieorgaan SIA stimuleert de kwaliteit en de impact van het praktijkgericht onderzoek van hogescholen en is onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

U vindt in deze call for proposals achtereenvolgens informatie over het doel van de regeling (hoofdstuk 2), de voorwaarden voor de subsidieaanvraag (hoofdstuk 3) en hoe uw aanvraag wordt beoordeeld (hoofdstuk 4). Deze informatie heeft u nodig om een aanvraag voor subsidie te kunnen indienen. In hoofdstuk 5 vindt u de subsidieverplichtingen die van toepassing zijn in geval van toekenning, in hoofdstuk 6 vindt u contactgegevens.

1.1 Achtergrond

De subsidieregeling Lectoraat kringlooplandbouw is onderdeel van het programma Praktijkkennis voor Voedsel en Groen. Dit is een onderzoeksprogramma van Regieorgaan SIA en het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).

Deze call for proposals betreft de derde en tevens laatste subsidieronde van deze subsidieregeling.

Met het programma en de regeling wordt ingezet op praktijkgericht onderzoek van hogescholen dat bijdraagt aan handelingsperspectieven voor professionals die werken aan maatschappelijk relevante vraagstukken in het groene domein, zoals de vraagstukken rondom kringlooplandbouw. Dit sluit aan bij de strategische ambitie van Regieorgaan SIA om thematische onderzoeksprogramma’s te realiseren voor praktijkgericht onderzoek.

1.2 Beschikbaar budget

Het subsidieplafond voor deze call for proposals bedraagt € 400.000. Binnen deze call for proposals wordt naar verwachting maximaal 1 aanvraag toegekend.

Deze regeling wordt gefinancierd door het Ministerie van LNV in het kader van het programma Praktijkkennis voor Voedsel en Groen.

1.3 Indieningsdeadline

De sluitingsdatum voor het indienen van aanvragen is dinsdag 23 september 2025, voor 14:00:00 uur CET.

Bij het behandelen van de aanvragen wordt het principe van first come, first served gehanteerd. Als het beschikbare budget ontoereikend is om alle aanvragen met een positief oordeel te honoreren, is de volgorde van binnenkomst bepalend. Zie ook paragraaf 4.2.

Als de aanvrager de aanvraag heeft moeten aanpassen om te voldoen aan de indieningsvereisten (zie paragraaf 3.4), geldt het moment waarop de aanvraag volledig en juist is ingediend in ISAAC als het moment van binnenkomst.

Als het subsidieplafond voor dinsdag 23 september 2025 wordt bereikt, sluit de subsidieronde voortijdig. Dit besluit wordt in de Staatscourant bekend gemaakt. Regieorgaan SIA neemt dan geen aanvragen meer in behandeling.

Bij het indienen van uw aanvraag in ISAAC voert u online gegevens in. Begin ten minste één dag vóór de sluitingsdatum van deze call for proposals met het indienen van uw aanvraag. Aanvragen die na de sluitingsdatum worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

2. Doel

Dit hoofdstuk beschrijft de doelstelling van het programma, de doelstelling van de regeling en maatschappelijke impact.

2.1 Doelstelling van het programma

Het programma Praktijkkennis voor Voedsel en Groen roept hogescholen op tot het doen van thematisch onderzoek, met als doel het bevorderen van de bijdrage van hogescholen aan specifieke maatschappelijke opgaven in het groene domein.

Het uit te voeren praktijkgerichte onderzoek heeft drie doelen:

  • 1 Het levert nieuwe kennis op.

  • 2 Het levert een bijdrage aan de actualisatie van het onderwijs.

  • 3 Het zorgt voor doorwerking in de praktijk.

De nieuwe kennis die voortkomt uit het onderzoek bouwt voort op bestaande kennis. Deze nieuwe kennis kan ook een samenvoeging van (deels) bestaande kennis zijn, die in de nieuwe combinatie mogelijk nieuwe inzichten geeft.

De actualisatie van het onderwijs vindt bijvoorbeeld plaats door middel van verdere ontwikkeling van het curriculum van de onderwijsinstellingen. Ook inbedding van ontwikkelde kennis, training van docenten en het inzetten van opdrachten en afstudeertrajecten zijn voorbeelden van de actualisatie van het onderwijs.

Doorwerking van het onderzoek in de praktijk leidt tot concrete handelingsperspectieven, zodat professionals de kennis kunnen toepassen in hun beroepspraktijk. Daarbij is het essentieel dat er in het onderzoek steeds een wisselwerking is tussen praktijk en onderzoek: praktijkervaring komt terug in het onderzoek en onderzoeksresultaten worden toegepast in de praktijk, zodat de toepassing van kennis in de praktijk wordt verbeterd.

2.2 Doelstelling van de regeling

De overgang van gangbare naar duurzaam houdbare vormen van landbouw is een ingrijpende transitie die niet van de ene op de andere dag wordt gerealiseerd. Van veel actoren worden ingrijpende veranderingen gevraagd: van de financiering van investeringen in de dagelijkse praktijk op de bedrijven tot in de keuken van consumenten. Soms staan regelgeving en andere belemmeringen de gewenste verandering in de weg. In het Realisatieplan Visie LNV Op weg met nieuw perspectief (juni 2019) gaf de Minister van LNV aan dat hij in vijf experimenteergebieden experimenteerruimte wilde creëren binnen de wettelijke kaders. Binnen deze experimenteergebieden zou dan, onder voorwaarden, tijdelijk van wetten of algemene maatregelen van bestuur afgeweken kunnen worden, maar in de praktijk is gebleken dat de realisatie hiervan beperkt tot stand is gekomen.

De experimenteergebieden gaan verder, maar richten zich niet meer uitsluitend op het creëren van ruimte voor experimenten buiten wet- en regelgeving, maar op perspectief voor toekomstbestendige landbouw. Dit doen zij onder andere als onderdeel van het pilotnetwerk gebiedsgerichte fieldlabs (De Peel, Achterhoek, Twente, Noord-Nederland).

Vanwege de gewijzigde situatie ten opzichte van de tijd waarin de regelingen Lectoren kringlooplandbouw indieningsronde september 2020 en Lectoren kringlooplandbouw indieningsronde april 2022 open stonden is het géén verplichting meer om op een van de experimenteergebieden aan te sluiten. Wel moet er een focus zijn op een regio (of meerdere regio’s). Het lectoraat zal zich richten op een regionale (gebiedsgerichte) aanpak.

De vraag naar handelingsperspectieven voor de beroepspraktijk die wil overgaan naar een meer duurzame vorm van landbouw is onveranderd groot. Een uitdaging is nu om succesvolle innovaties breed toepasbaar te maken in de praktijk, zodat ze bijdragen aan het oplossen van de transitieopgaven in het landelijke gebied.

De regeling Lectoraat kringlooplandbouw indieningsronde september 2025 heeft als doel het versterken van de samenwerking tussen de lectoraten van hogescholen en de rest van de kennisketen die in de regio onderzoek doen naar de implementatie van kringlooplandbouw en andere vormen van duurzame landbouw zoals natuurinclusieve landbouw.

De ambitie van Regieorgaan SIA en het Ministerie van LNV voor de lectoraten is hoog: de investering in lectoraten is gericht op een duurzame samenwerkingsrelatie tussen wetenschap, beleid en praktijk.

De ambitie voor de lectoraten is dat ze:

  • betrokken partijen helpen om naar het systeem als geheel te kijken en integraal en, waar mogelijk, cross-sectoraal te werken;

  • helpen bepalen wat de doelstellingen per regio worden met betrekking tot kringlooplandbouw of een andere vorm van duurzamere landbouw;

  • onderzoeken tegen welke struikelblokken ondernemers aanlopen, waardoor de doelen nog niet worden bereikt;

  • met behulp van praktijkgericht onderzoek oplossingen bieden, samen met ondernemers en andere stakeholders praktische aanpassingen testen, en leren welke stappen gezet kunnen worden met inachtneming van cross-sectorale en ketenaspecten;

  • verbinding leggen met meeting points van het mbo en publiek-private samenwerkingsverbanden (pps-en) in de regio;

  • kennis en kunde vanuit een bestaande kenniskring verbinden met de vraagstukken uit de praktijk;

  • kennisdoorstroom organiseren binnen het onderwijs (via kenniskringen) en leven lang leren;

  • doorwerking van kennis en innovaties faciliteren met ondernemers, overheden en kennisinstellingen.

Uitgangspunt is het Realisatieplan Visie LNV Op weg met nieuw perspectief. Er wordt nauw contact gehouden met relevante stakeholders die actief zijn in de betreffende regio, waaronder het Ministerie van LNV. Het lectoraat wordt aangemoedigd aan te sluiten bij de relevante programma’s onder de missie Landbouw, Water en Voedsel van het Missiegedreven Innovatiebeleid te zoeken.

Uit eerdere subsidierondes zijn twee lectoraten op het thema kringlooplandbouw gestart. Het lectoraat Gebiedsgerichte Transities naar Kringlooplandbouw bij Van Hall Larenstein University of Applied Sciences en het lectoraat Voedselproductie in een Circulaire Economie bij HAS green academy. Het nieuwe lectoraat moet qua focus een aanvulling zijn op deze twee bestaande lectoraten.

2.3 Maatschappelijke impact

De gangbare wijze waarop in Nederland land- en tuinbouw wordt bedreven, heeft een groot nadelig effect op onder andere de biodiversiteit en klimaatverandering. Het systeem is daarom in deze vorm niet vol te houden. Kringlooplandbouw, waarbij de biologische kringlopen binnen een bepaald gebied worden gesloten, is een vorm van land- en tuinbouw met veel minder nadelige effecten dan gangbare landbouw. Het overstappen van het ene systeem op het andere kent zowel technische als sociale en economische vraagstukken. Met het stimuleren van het lectoraat ondersteunt Regieorgaan SIA een grotere beweging van kennisontwikkeling. Met deze kennis kan de koppeling gemaakt worden tussen fundamenteel, beleidsgericht en praktijkgericht onderzoek, en tussen wetenschap, beleid en praktijk op het thema kringlooplandbouw. De beoogde impact op de maatschappij is dat kringlooplandbouw en andere vormen van duurzame landbouw niet alleen een goed onderzocht en technisch onderbouwd idee blijven, maar ook praktijk worden.

3. Voorwaarden voor aanvragers

Dit hoofdstuk bevat de voorwaarden die gelden voor uw subsidieaanvraag. Eerst wordt beschreven wie subsidie kan aanvragen (paragraaf 3.1) en hoeveel u kunt aanvragen (paragraaf 3.2). Vervolgens vindt u de voorwaarden voor het opstellen en indienen van de aanvraag (paragrafen 3.3 en 3.4), de subsidievoorwaarden (paragraaf 3.5), financiële voorwaarden (paragraaf 3.6) en aanvullende informatie (paragraaf 3.7).

3.1 Wie kan aanvragen

Alleen door de overheid bekostigde hogescholen kunnen een aanvraag indienen. Dit zijn hogescholen zoals bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW).

De persoon die de aanvraag indient in ISAAC wordt geacht hiertoe te zijn gemachtigd door het College van Bestuur van de aanvragende hogeschool.

3.2 Wat kan aangevraagd worden

In deze call for proposals kunt u maximaal € 400.000 aanvragen. De kosten die u kunt opvoeren in uw aanvraag vindt u in paragraaf 3.6.

3.3 Het opstellen en indienen van de aanvraag

U kunt uw aanvraag alleen indienen via ISAAC. Aanvragen die niet via ISAAC zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen.

Voor het opstellen van uw aanvraag doorloopt u de volgende stappen:

  • download het aanvraagformulier vanuit het online aanvraagsysteem ISAAC;

  • vul het aanvraagformulier in;

  • sla het aanvraagformulier op als één pdf en upload het in ISAAC;

  • vul de online in ISAAC gevraagde gegevens in.

Voorzie uw aanvraag van de volgende verplichte bijlagen door deze te uploaden in ISAAC:

  • het trajectvoorstel (pdf);

  • de begroting (excel) met aangevraagde subsidie, financiële bijdrage van partners en kostenonderbouwing;

  • een overzicht van betrokken projectgroepleden (excel) voor de toetsing van de Code omgang met persoonlijke belangen van NWO.

Andere bijlagen dan hierboven genoemd zijn niet toegestaan.

Het is verplicht uw aanvraag in het Nederlands of Engels op te stellen. Binnen het aanvraag- en beoordelingsproces correspondeert Regieorgaan SIA altijd in het Nederlands, ook als u uw aanvraag in het Engels opstelt.

U bent als aanvrager verplicht de aanvraag via uw ISAAC-account in te dienen. Heeft u nog geen ISAAC-account? Maak dan minimaal één werkdag voordat u de aanvraag indient een account aan. Zo kunnen eventuele problemen met aanmelden nog op tijd worden opgelost. Als de aanvrager al een account bij NWO heeft, hoeft deze geen nieuw account aan te maken om een nieuwe aanvraag in te dienen.

Voor vragen van technische aard verzoeken wij u contact op te nemen met de ISAAC-helpdesk.

Bekijk de volledige call for proposals in ISAAC.

3.4 Indieningsvoorwaarden

Formele voorwaarden voor indiening

Regieorgaan SIA toetst uw aanvraag aan onderstaande voorwaarden. Alleen als uw aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt deze in behandeling genomen. U wordt gevraagd om in de drie weken na het indienen van de aanvraag beschikbaar te zijn om eventuele administratieve correcties door te voeren en zo (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.

Deze voorwaarden zijn:

  • de aanvrager voldoet aan de in paragraaf 3.1 en 3.5 gestelde voorwaarden;

  • de aanvraag voldoet aan de DORA-richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.1;

  • het aanvraagformulier en de verplichte bijlagen zijn, na eventueel eenmalig verzoek tot aanvulling of wijziging, juist (conform het voorgeschreven format), compleet en volgens de instructies ingevuld en volgens de voorwaarden van deze call for proposals opgesteld en ingediend;

  • de aanvraag is ontvangen voor of op de gestelde sluitingsdatum;

  • de aanvraag is in het Nederlands of Engels opgesteld;

  • de beoogd lector voldoet aan de in paragraaf 3.5 gestelde voorwaarden;

  • de begroting is volgens de financiële voorwaarden van deze call for proposals opgesteld;

  • het traject heeft een looptijd van 48 maanden en start binnen 6 maanden na de besluitdatum.

3.5 Subsidievoorwaarden

Op alle aanvragen is de NWO Subsidieregeling 2017 van toepassing.

Inzet van de subsidie

De subsidie is bestemd voor de aanvragende hogeschool.

De looptijd van het traject is 48 maanden. Inzet van de subsidie buiten de looptijd is niet mogelijk.

Uitgesloten van subsidie zijn aanvragen die zich uitsluitend richten op deskundigheidsbevordering van personeel, het ontwikkelen van een nieuwe opleiding/nieuw curriculum voor de hogeschool en/of behoren tot reguliere activiteiten van een hogeschool.

Lector

De aanvraag is opgesteld onder verantwoordelijkheid van een lector, verbonden aan de aanvragende hogeschool.

Voorwaarden voor de beoogd lector

  • De aanvraag betreft een positie voor een nieuwe lector voor de periode van vier jaar dan wel een (nieuwe) positie voor een zittende lector die reeds een aanstelling heeft van kleiner dan of gelijk aan 0,2 fte aan een hogeschool.

  • De beoogd lector kan een docent-onderzoeker of senior onderzoeker bij een hogeschool zijn, maar kan ook een externe onderzoeker of expert zijn.

  • Het lectoraat mag ingebed worden in een bestaand lectoraat, op voorwaarde dat de beoogd lector een zelfstandige onderzoekslijn krijgt.

  • De lector krijgt een dienstverband van minimaal 80% (0,8–1,0 fte).

  • Uitgesloten zijn lectoren die eerder subsidie via de regeling Lectoren kringlooplandbouw hebben ontvangen.

Als richtlijn voor het profiel van de lector verwijzen we naar het landelijk functieprofiel voor een lector. Dit profiel (zie Bijlage 1) moet gezien worden als een handreiking waarmee elke hogeschool en/of instituut richting kan geven aan het formuleren van kwaliteitseisen voor de eigen lector. Dit profiel wordt niet getoetst door Regieorgaan SIA.

Bij het indienen van de aanvraag moet er een beoogd lector bekend zijn. De beoogd lector dient uiterlijk binnen zes maanden na de datum van het subsidiebesluit te starten als lector. Dit dient te worden bevestigd door het college van bestuur van de aanvragende hogeschool in de vorm van een aanstellingsverklaring (zie paragraaf 5.1).

Datamanagement

Resultaten van wetenschappelijk onderzoek moeten kunnen worden gerepliceerd, geverifieerd en gefalsifieerd. In het digitale tijdperk betekent dit dat behalve publicaties ook onderzoeksdata zo veel mogelijk vrij toegankelijk moeten zijn.

Regieorgaan SIA verwacht dat de onderzoeksdata die voortkomen uit trajecten die door Regieorgaan SIA zijn gefinancierd zo veel mogelijk vrij beschikbaar komen voor hergebruik door andere onderzoekers. Regieorgaan SIA hanteert daarbij het principe: “zo open als mogelijk, beschermd indien nodig”.

Van onderzoekers wordt verwacht dat zij ten minste die data en/of niet-numerieke resultaten die ten grondslag liggen aan de conclusies van binnen het traject gepubliceerde werken openbaar maken, gelijktijdig met de publicatie zelf. Eventuele kosten die hiervoor worden gemaakt, kunnen worden meegenomen in de begroting.

Onderzoekers maken kenbaar hoe met data voortkomend uit het project wordt omgegaan aan de hand van de datamanagementparagraaf in de aanvraag, en eventueel het datamanagementplan na toekenning van subsidie.

Datamanagementparagraaf

De datamanagementparagraaf maakt deel uit van de aanvraag. Onderzoekers wordt gevraagd reeds voor aanvang van het onderzoek te bedenken hoe de verzamelde data geordend en gecategoriseerd moeten worden zodat zij vrij beschikbaar kunnen worden gesteld.

Vaak zullen al vóór het tot stand komen van de data en de analyse daarvan maatregelen getroffen moeten worden om opslag en deling later mogelijk te maken. Indien niet alle data voortkomende uit het traject openbaar gemaakt kunnen worden, bijvoorbeeld om redenen van privacy, ethiek of valorisatie, dient de aanvrager dit beargumenteerd kenbaar te maken in de datamanagementparagraaf.

De datamanagementparagraaf wordt niet beoordeeld en daarom ook niet meegewogen in de beslissing om een aanvraag al dan niet toe te kennen. De beoordelingscommissie kan wel advies geven met betrekking tot de datamanagementparagraaf.

Wetenschappelijke integriteit

Het traject dat Regieorgaan SIA financiert moet, conform de NWO Subsidieregeling 2017, uitgevoerd worden in overeenstemming met de nationaal en internationaal aanvaarde normen van wetenschappelijk handelen zoals neergelegd in de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit (2018). Met het indienen van de aanvraag committeert de aanvrager zich aan deze code.

In geval van (mogelijke) schending van deze normen bij een door Regieorgaan SIA gefinancierd traject, dient de aanvrager Regieorgaan SIA hiervan onverwijld op de hoogte te stellen en dient deze alle ter zake relevante documenten aan Regieorgaan SIA te overleggen. Meer informatie over de gedragscode en het beleid op het gebied van wetenschappelijke integriteit vindt u op de website: www.nwo.nl/integriteit.

Ethische verklaring of vergunning

Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde traject een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is. De aanvrager dient ervoor te zorgen dat deze tijdig wordt verkregen bij de relevante instelling of ethische commissie.

Bij toekenning wordt de subsidie verleend onder de voorwaarde dat de benodigde ethische verklaring of vergunning vóór de uiterste startdatum van het traject is verkregen.

Het traject kan pas starten nadat Regieorgaan SIA een kopie van de ethische verklaring of vergunning heeft ontvangen.

Nagoya Protocol

Het Nagoya Protocol zorgt voor een eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit het gebruik van genetische rijkdommen (Access and Benefit Sharing; ABS). Onderzoekers die voor hun onderzoek gebruikmaken van genetische bronnen in/uit het buitenland dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (www.absfocalpoint.nl). Regieorgaan SIA gaat ervan uit dat zij de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen.

Nationale leidraad kennisveiligheid

Wetenschap van wereldklasse kan profiteren van internationale samenwerking. De Nationale leidraad kennisveiligheid (hierna: de Leidraad) helpt kennisinstellingen ervoor te zorgen dat internationale samenwerking veilig kan plaatsvinden. Bij kennisveiligheid gaat het om ongewenste overdracht van gevoelige kennis en technologie die de nationale veiligheid aantast; om heimelijke beïnvloeding van onderwijs en onderzoek door statelijke actoren, en daarmee de academische vrijheid en de sociale veiligheid in gevaar brengt; en om ethische kwesties die kunnen spelen in de samenwerking met landen die de grondrechten niet respecteren.

Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of het traject in lijn is en blijft met de Leidraad. Met het indienen van de aanvraag committeert de aanvrager zich aan de overwegingen in deze Leidraad. In geval van het vermoeden van schending van de Leidraad bij een bij NWO ingediende aanvraag voor projectfinanciering of een door NWO gefinancierd project, kan NWO de aanvrager verzoeken om een risicoafweging te overleggen waaruit blijkt dat de overwegingen uit de Leidraad zijn gevolgd.

Indien de aanvrager niet aan het verzoek van NWO voldoet of als de risicoafweging klaarblijkelijk een schending van de Leidraad behelst, kan dit gevolgen hebben voor de subsidieverlening of vaststelling door NWO. Ook kan NWO in een voorkomend geval nadere voorwaarden opnemen in de toewijzingsbrief.

De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de Rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.

3.6 Financiële voorwaarden

Financiering van (deel)activiteiten die al zijn gefinancierd vanuit andere bronnen, is niet mogelijk.

Uitsluitend trajectspecifieke loon- en materiële kosten komen in aanmerking voor financiering en mogen dan ook worden opgenomen in de begroting. De aangevraagde subsidiebedragen per begrotingspost (loon- en materiële kosten) in de ingediende begroting gelden als maxima.

Toelichting op de begroting

De kosten die u kunt opvoeren in de begroting zijn loonkosten en materiële kosten. Alle op te voeren kosten zijn inclusief eventuele niet-verrekenbare btw.

Bij toewijzing van de subsidie geldt het tarief voor de loonkosten dat op het moment van toewijzing van toepassing is. Dat betekent dat Regieorgaan SIA zo nodig de ingediende begroting aanpast.

Een verandering ten opzichte van de voorgaande ‘Lectoren kringlooplandbouw’ subsidierondes is dat er nu ook andere kosten dan alleen de uren van de lector met subsidie kunnen worden gefinancierd. Dit betekent dat onder andere ook de uren van betrokken (docent-)onderzoekers, ondersteunend personeel en/of materiële kosten opgevoerd kunnen worden.

Loonkosten hogescholen

Voor de loonkosten worden de tarieven gehanteerd conform de Handleiding Overheidstarieven (HOT) die op het moment van toewijzing van toepassing is (tabel ‘Integrale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘uurtarief productieve uren, ex. btw’). Gebruik daarom de nieuwst beschikbare HOT tarieven (https://regieorgaan-sia.nl/financiering/projectfinanciën). Als de HOT tarieven wijzigen in de periode tussen het indienen en het toekennen van de aanvraag dan indexeert Regieorgaan SIA het subsidiebedrag eenmalig op basis van de nieuwste HOT tarieven.

Deze tarieven zijn integraal toepasbaar en u kunt deze tarieven zonder verdere onderbouwing toepassen. Het tarief van een medewerker wordt bepaald op basis van de inschaling van de betreffende medewerker uit de cao hoger beroepsonderwijs. Hogere tarieven dan de HOT zijn niet toegestaan.

Projectmanagement

In de HOT zit al een opslag voor overhead. Voor projectmanagement mag de aanvrager maximaal 10% van de totale trajectkosten in de begroting als kosten opvoeren.

Kosten studenten

U mag studenten, verbonden aan de hogeschool, inzetten voor het traject. De kosten hiervan kunt u binnen het traject opvoeren.

Per subsidiejaar kunt u het volgende opvoeren:

  • de inzet van uren van studenten die als onderdeel van hun opleiding meewerken in het traject. Deze studenten krijgen in dit geval ook studiepunten voor hun werkzaamheden. Als kosten kunt u opvoeren de stagevergoeding zoals die binnen uw hogeschool gebruikelijk is met een maximum van € 25 per uur. U mag een student voor maximaal 1.650 uur inzetten en/of;

  • de inzet van uren van studenten die extra-curriculair meewerken in het traject. Per student kunt u maximaal 250 uur, met een maximum van € 25 per uur, als kosten opvoeren.

In beide situaties geldt: u kunt alleen de werkelijk aan de student uitbetaalde bedragen met een maximumuurtarief van € 25 opvoeren. Uren en uurtarieven boven de gestelde maxima kunt u niet opvoeren. Er is geen maximum gesteld aan het totale aantal studenten dat meewerkt in het traject.

Materiële kosten

Tot materiële kosten behoren onder andere verbruiksmaterialen, testopstellingen, publicaties (zie voor de voorwaarden paragraaf 5.1), inhuur derden, citizen science, (inter)nationale reis- en verblijfskosten (economy class), toegang tot grote (inter)nationale faciliteiten en kosten voor vergunningen, softwarelicenties, congressen, veldwerk, gastonderzoekers en datamanagement.

De aanschaf van apparatuur (investeringen) wordt niet tot de trajectkosten gerekend. Voor apparatuur kunnen slechts de aan het traject toe te rekenen afschrijvingskosten worden opgevoerd. Afschrijvingstermijnen worden berekend op basis van de historische aanschafprijs exclusief financieringskosten, een lineaire afschrijvingsmethode en een reële levensduur.

Opvoering van kosten voor gebruik van apparatuur ouder dan vijf jaar is dus niet mogelijk.

Niet subsidiabel zijn kosten die onder organisatie-infrastructuur en overhead vallen, zoals een volledig functionerende werkplek, kantoorautomatisering, andere afschrijvingen dan hierboven genoemd, huisvesting, verzekeringen, administratie en voorzieningen voor archivering.

Subsidiabele kosten van eventuele consortiumpartners

De kosten van eventuele consortiumpartners komen niet in aanmerking voor subsidie. Deze kosten worden beschouwd als cofinanciering.

Eigen financiële bijdrage

In deze regeling is cofinanciering vanuit de hogeschool en/of eventuele consortiumpartners niet verplicht maar wel toegestaan. Deze bijdrage kan zowel in cash als in kind plaatsvinden. De omvang van de bijdragen van alle partijen geeft u aan bij uw aanvraag in de begroting.

3.7 Aanvullende informatie

Op het aanvraagformulier vragen wij u aan te geven bij welke thema’s en beleidslijnen uw aanvraag aansluit. Deze informatie ondersteunt ons onder meer bij het maken van beleidskeuzes. Meer informatie hierover vindt u op onze webpagina Informatieverzameling en monitoring.

Aansluiting op ‘Thema’s met impact’ (VH) en Onderwijssectoren

Regieorgaan SIA wil graag geïnformeerd worden over hoe de aanvraag zich verhoudt tot de onderzoeksthema’s, gespecificeerd in Praktijkgericht onderzoek als kennisversneller, Strategische onderzoeksagenda hbo 2022 – 2025 van de Vereniging Hogescholen. Op het aanvraagformulier geeft u daarom aan bij welke thema’s uit deze onderzoeksagenda de activiteiten aansluiten.

Daarnaast wenst Regieorgaan SIA geïnformeerd te worden over de aansluiting van het traject bij de onderwijssectoren.

Bijdrage aan Missiegedreven Innovatiebeleid

Klimaatverandering, cybersecurity, vergrijzing: onze samenleving staat voor een aantal grote uitdagingen. Deze uitdagingen vragen om baanbrekende innovatieve oplossingen met impact. Dit biedt economische kansen voor publieke en private partijen om samen innovatieve oplossingen te ontwikkelen voor maatschappelijke vraagstukken.

Centraal in het nieuwe Missiegedreven Innovatiebeleid staan een achttal maatschappelijk belangrijke thema’s:

  • 1 Klimaat en Energie

  • 2 Circulaire Economie

  • 3 Landbouw, Water, Voedsel

  • 4 Gezondheid en Zorg

  • 5 Veiligheid

  • 6 Sleuteltechnologieën

  • 7 Digitalisering

  • 8 Maatschappelijk Verdienvermogen

Kijk voor meer informatie op onze webpagina over het Missiegedreven Innovatiebeleid. Indien van toepassing geeft u in de aanvraag aan bij welke Kennis- en Innovatieagenda (KIA) het project aansluit.

Topsectoren

Regieorgaan SIA wil, als dat van toepassing is, ook graag weten tot welke topsector of topsectoren uw project/traject zich verhoudt. Meer informatie over de topsectoren vindt u op topsectoren.nl.

Bijdrage aan NWA

Regieorgaan SIA zet zich actief in om hogescholen optimaal mee te laten doen met praktijkgericht onderzoek binnen de verschillende routes van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA). Indien van toepassing geeft u in de aanvraag daarom aan bij welke NWA-route het traject aansluit.

Aansluiting op de expertiseclusters van het Centre of Expertise Groen

Regieorgaan SIA wil graag geïnformeerd worden over hoe de aanvraag zich verhoudt tot de expertiseclusters, gespecificeerd op de webpagina van het Centre of Expertise Groen. Op het aanvraagformulier geeft u daarom aan bij welke expertiseclusters de activiteiten aansluiten.

4. Beoordelingsprocedure

Dit hoofdstuk beschrijft allereerst de beoordeling volgens de DORA-principes (paragraaf 4.1) en vervolgens hoe de beoordelingsprocedure verloopt (paragraaf 4.2). Tot slot leest u de criteria waaraan de beoordelingscommissie uw aanvraag toetst (paragraaf 4.3).

Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing (www.nwo.nl/code).

Regieorgaan SIA streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (www.nwo.nl/diversiteit-en-inclusie).

Regieorgaan SIA stimuleert leden van een beoordelingscommissie actief om zich bewust te worden van impliciete associaties en te proberen deze te minimaliseren. Regieorgaan SIA voorziet hen van informatie over concrete manieren om de beoordeling van een aanvraag te verbeteren.

4.1 De San Francisco Declaration (DORA)

NWO is ondertekenaar van de San Francisco Declaration on Research Assessment (DORA). DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld te verbeteren. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksinstellingen, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.

DORA richt zich op het terugdringen van het onkritisch gebruik van bibliometrische indicatoren en het wegnemen van onbewuste vooringenomenheid (unconscious bias) bij de beoordeling van onderzoek en onderzoekers. Overkoepelende filosofie van DORA is dat onderzoek moet worden beoordeeld op zijn eigen kwaliteiten en verdiensten in plaats van op basis van afgeleide indicatoren, zoals het tijdschrift waarin het onderzoek wordt gepubliceerd.

Voor Regieorgaan SIA betekent dit dat commissieleden verzocht wordt bij de beoordeling van aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de H-index. U mag deze niet in uw aanvraag vermelden. Wel mag u naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten te vermelden, zoals datasets, patenten, software en code, producten, tools, nieuwe handelingsperspectieven enzovoort.

Voor meer informatie over wat NWO doet om de principes van DORA te implementeren zie: www.nwo.nl/dora

4.2 Procedure

De aanvraagprocedure bestaat uit de volgende stappen:

  • Indiening van de aanvraag

  • In behandeling nemen van de aanvraag

  • Voorlopige schriftelijke beoordeling door de leden van de beoordelingscommissie

  • Interview

  • Vergadering van de beoordelingscommissie

  • Besluitvorming

Vanwege de in de beoordelingscommissie aanwezige expertise, heeft Regieorgaan SIA besloten om bij de beoordeling van de aanvragen gebruik te maken van de mogelijkheid gegeven in artikel 2.2.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling 2017, om de beoordelingsprocedure uit te voeren zonder referenten in te schakelen.

Indiening van de aanvraag

Voor indiening van de aanvraag zijn standaardformulieren beschikbaar in ISAAC. In uw aanvraag moet u zich houden aan de vragen die in deze formulieren staan en aan de werkwijze die in de toelichting staat. Ook moet u zich houden aan de voorwaarden voor het maximale aantal woorden en pagina’s. Uw volledig ingevulde aanvraagformulier en de verplichte bijlagen moeten voor de sluitingsdatum via ISAAC zijn ontvangen (zie paragraaf 1.3). Na de sluitingsdatum kunt u geen aanvraag meer indienen. De aanvrager ontvangt na indiening van de aanvraag een ontvangstbevestiging.

In behandeling nemen van de aanvraag

Zo snel mogelijk en uiterlijk binnen 15 werkdagen nadat u uw aanvraag hebt ingediend, hoort u of Regieorgaan SIA uw aanvraag in behandeling neemt. We bepalen dit aan de hand van de criteria zoals aangegeven in paragraaf 3.4. Alleen als uw aanvraag hieraan voldoet, kan Regieorgaan SIA deze in behandeling nemen. U wordt gevraagd om gedurende drie weken na indiening van de aanvraag beschikbaar te zijn om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.

U krijgt één keer de gelegenheid om de correcties door te voeren, hiervoor krijgt u vijf werkdagen de tijd. Als blijkt dat de nieuw ingediende stukken wederom niet volledig en/of juist zijn, nemen wij uw aanvraag niet in behandeling.

De aanvragen worden verwerkt op volgorde van binnenkomst: first come, first served. Indien de aanvraag al direct in behandeling is genomen, geldt het moment van indiening in ISAAC voor de volgorde van binnenkomst. Als u de aanvraag heeft moeten aanpassen om te voldoen aan vormvereisten en volledigheid, geldt het moment waarop u de aanvraag volledig en juist heeft ingediend in ISAAC als het moment van binnenkomst.

Voorlopige schriftelijke beoordeling door een beoordelingscommissie

Wanneer een aanvraag in behandeling is genomen, wordt de aanvraag zo snel als mogelijk voorgelegd aan een onafhankelijke beoordelingscommissie. De beoordelingscommissie bestaat uit experts uit de onderzoekswereld en uit de praktijk. De beoordelingscommissie beoordeelt elke aanvraag afzonderlijk. De beoordelingscommissie beoordeelt op basis van de beoordelingscriteria zoals genoemd in paragraaf 4.3. De leden van de beoordelingscommissie komt voor elke aanvraag tot een voorlopige beoordeling.

De vragen en kritische opmerkingen van de leden van de beoordelingscommissie worden schriftelijk zonder scores gedeeld met de aanvragers in voorbereiding op het interview.

Interview

De aanvrager ontvangt een uitnodiging voor een interview. De aanvrager wordt in de gelegenheid gesteld om te reageren op de gedeelde vragen en kritische opmerkingen van de beoordelingscommissie. Tijdens het interview heeft de beoordelingscommissie ook de gelegenheid om aanvullende of andere vragen te stellen. De aanvrager kan hier tijdens het interview in de discussie met de commissie op reageren. Daarnaast kan de aanvrager er ook voor kiezen om andere onderdelen van de aanvraag te verduidelijken. Op deze wijze wordt hoor- en wederhoor toegepast. Het interview is een belangrijk onderdeel van de beoordeling en kan leiden tot bijstelling van de beoordeling en de score van de aanvraag tot dan toe. De uitnodiging sturen wij naar de contactpersoon in het aanvraagformulier.

Vergadering van de beoordelingscommissie

De aanvraag, de antwoorden van de aanvrager op de vragen en opmerkingen van de beoordelingscommissie, de voorlopige beoordeling van de leden van de beoordelingscommissie en het interview fungeren als startpunt voor de plenaire bespreking van de aanvragen door de beoordelingscommissie.

De commissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan het bestuur van Regieorgaan SIA. Het advies komt tot stand op basis van het oordeel van de aanvraag (getoetst aan de beoordelingscriteria zoals genoemd in paragraaf 4.3), en het maximaal beschikbare budget (subsidieplafond) voor deze call for proposals.

Als een aanvraag een positief oordeel heeft en het subsidieplafond nog niet is bereikt, dan zal de beoordelingscommissie aan het bestuur van Regieorgaan SIA adviseren om de gevraagde subsidie toe te kennen.

Besluitvorming

Tot slot toetst het bestuur van Regieorgaan SIA de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. Het bestuur besluit op basis van het advies van de beoordelingscommissie over het al dan niet toewijzen van subsidie. Als het beschikbare budget ontoereikend is om alle aanvragen met een positief oordeel te honoreren, is de volgorde van binnenkomst bepalend. Hierbij wordt het principe van first come, first served gehanteerd.

Dit wil zeggen dat aanvragen die eerder in behandeling zijn genomen ook eerder in aanmerking komen voor subsidie.

Het subsidiebesluit sturen we aan het college van bestuur, de indiener in ISAAC en de contactpersoon uit het aanvraagformulier. Voordat wij het subsidiebesluit versturen, ontvangt de contactpersoon uit het aanvraagformulier een kennisgevingsbericht.

Tijdpad

De bekendmaking van het besluit wordt binnen drie maanden na het moment van het in behandeling nemen van de aanvraag verstrekt.

Regieorgaan SIA kan het noodzakelijk achten om tijdens de lopende procedure nog aanpassingen in het tijdpad van deze call for proposals aan te brengen. Uiteraard ontvangt u hierover op tijd bericht.

4.3 Criteria

De aanvragen worden beoordeeld aan de hand van drie beoordelingscriteria: passendheid binnen de thematische afbakening, inbedding en trajectplan. Deze criteria worden hieronder toegelicht.

Criterium 1: Passendheid binnen de thematische afbakening

  • De aanvraag sluit aan bij de thematische afbakening zoals beschreven in paragraaf 2.2 in deze call for proposals.

  • Het beoogde lectoraat is qua focus een aanvulling op de gekozen focus van de twee bestaande lectoraten genoemd in paragraaf 2.2 van deze call for proposals.

Criterium 2: Inbedding

  • Het thema sluit voldoende aan op de lopende onderzoeksactiviteiten van de hogeschool.

  • Het beoogde lectoraat staat niet op zichzelf, maar sluit aantoonbaar aan bij andere relevante lectoraten van de hogeschool.

Criterium 3: Trajectplan

  • De beoogde onderzoekslijn(en) is/zijn helder uitgewerkt en onderbouwd vanuit een aantoonbare behoefte uit de beroepspraktijk.

  • In het geval dat het beoogde lectoraat wordt ingebed in een bestaand lectoraat, wordt aangetoond dat het om een zelfstandige onderzoekslijn gaat.

  • Het beoogde lectoraat kent een duidelijk onderbouwde doelstelling.

  • Het voorgestelde trajectplan maakt de beoogde doelstelling haalbaar en uitvoerbaar en is coherent en duidelijk geschreven.

  • Het beoogde lectoraat heeft een duidelijke visie op doorwerking van de resultaten van het traject richting onderwijs, praktijk en onderzoeksgemeenschap.

Elk van de drie hoofdcriteria wordt door de beoordelingscommissie beoordeeld met een voldoende of onvoldoende. Ieder beoordelingscriterium weegt even zwaar mee. Om een positief oordeel te krijgen en daarmee voor subsidie in aanmerking te komen, dient een aanvraag op alle hoofdcriteria met een voldoende te zijn beoordeeld.

5. Subsidieverplichtingen

In dit hoofdstuk worden de verschillende subsidieverplichtingen toegelicht die – in aanvulling op de in paragrafen 3.5 en 3.6 genoemde voorwaarden – van toepassing zijn na toekenning.

5.1 Uitvoering van het traject

Penvoerder

De aanvrager is verantwoordelijk voor de uitvoering van het traject en treedt op als penvoerder.

De penvoerder is ook verantwoordelijk voor het maken van afspraken met eventuele consortiumpartners over de toegang tot en de rechten op onderzoeksresultaten en, indien van toepassing, over intellectueel eigendom. Daarnaast moeten afspraken worden gemaakt over datamanagement en open access publicaties, zoals hieronder weergegeven.

Nieuwe financiering lectoraat bij NWO of Regieorgaan SIA

Financiering van (deel)activiteiten in andere nieuwe aanvragen bij NWO of Regieorgaan SIA die al zijn gefinancierd vanuit de Lectoraat kringlooplandbouw-subsidie is niet mogelijk. Deze uren mogen ook niet als eigen bijdrage opgevoerd worden in deze nieuwe aanvragen. Deze uren kunnen alleen tegen een nultarief worden opgevoerd in nieuwe aanvragen.

Voor de (deel)activiteiten die niet gefinancierd zijn vanuit de Lectoraat kringlooplandbouw- subsidie kan wel via andere instrumenten subsidie aangevraagd worden bij bijvoorbeeld NWO en/of Regieorgaan SIA.

Verklaring van aanstelling

Uiterlijk binnen zes maanden na de datum van het subsidiebesluit start de beoogd lector als lector. Dit dient te worden bevestigd door een aanstellingsverklaring ondertekend door het college van bestuur van de aanvragende hogeschool.

Overdracht projectgegevens aan Ministerie van LNV

Het Ministerie van LNV is financier in deze call for proposals en houdt graag overzicht van alle onderzoeken en trajecten waarbij het betrokken is. Regieorgaan SIA deelt daarom van de gehonoreerde subsidieaanvraag binnen deze call for proposals onderdelen van het trajectvoorstel, de voortgangs- en eindrapportage en de naam, het e-mailadres en het telefoonnummer van de contactpersoon van het traject met het Ministerie van LNV.

Medewerkers van het Ministerie van LNV hebben uitsluitend recht van inzage in deze documenten. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de penvoerder van het traject mogen zij geen mededelingen doen aan derden over inhoud die op basis van de publiek beschikbare samenvatting niet bekend is. De naam, het e-mailadres en het telefoonnummer van de contactpersoon worden mogelijk gebruikt om contact op te nemen.

Intellectueel eigendom

Indien van toepassing, maakt u ook afspraken over intellectueel eigendom. Met betrekking tot de intellectuele eigendom (IE) geldt het NWO IE-beleid. Het NWO IE-beleid kunt u vinden in hoofdstuk 4 van de NWO Subsidieregeling 2017. Regieorgaan SIA streeft na dat onderzoeksresultaten toepassing kunnen vinden bij de partners die bij het traject zijn betrokken. Regieorgaan SIA beoogt enerzijds dat de onderzoeksresultaten van door haar gefinancierde projecten publiek toegankelijk zijn en anderzijds stimulatie van verdere ontwikkeling van de onderzoeksresultaten, door partijen de mogelijkheid te bieden om deze te exploiteren. Daarbij kan het wenselijk zijn om intellectuele eigendomsrechten over te dragen of een licentie te verlenen aan (een van) de bij het traject betrokken private partijen.

Het uitgangspunt is dat alle onderzoeksresultaten kunnen worden gepubliceerd met inachtneming van afspraken over publicatieprocedures.

Indien van toepassing maakt u afspraken over intellectueel eigendom en publicatie met inachtneming van de NWO Subsidieregeling 2017.

Maatschappelijk verantwoord licentiëren

Uit het traject kan kennis voortkomen die geschikt is voor toepassing in de maatschappij. Bij het aangaan van afspraken over licentie en/of overdracht van onder deze call for proposals ontwikkelde onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de tien principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, zoals opgenomen in het NFU rapport “Maatschappelijk Verantwoord Licenseren”.

Open Access

NWO heeft de Berlin Declaration (2003) ondertekend en is lid van cOAlitie S (2018) en zet zich in om de resultaten van wetenschappelijk onderzoek dat door NWO gefinancierd wordt vrij toegankelijk te maken via internet (Open Access). Daarmee geeft NWO invulling aan het beleid van de Nederlandse regering om al het publiek gefinancierde onderzoek Open Access beschikbaar te maken.

Wetenschappelijke publicaties van onderzoek dat is gefinancierd op basis van toekenningen voortvloeiend uit deze call for proposals dienen daarom Open Access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access.

Wetenschappelijke artikelen

Voor wetenschappelijke artikelen geldt dat zij direct op het moment van publicatie (zonder embargo) Open Access beschikbaar gesteld moeten worden via één van de volgende routes:

  • publicatie in een volledig open access tijdschrift of platform dat is geregistreerd in de DOAJ;

  • publicatie in een abonnementstijdschrift en het deponeren van tenminste de auteursversie van het artikel in een Open Access repository die is geregistreerd in OpenDOAR;

  • publicatie in een tijdschrift waarvoor een transformatieve Open Access overeenkomst beschikbaar is tussen de VSNU en een uitgever. Zie daarover: www.openaccess.nl.

Boeken

Voor boeken, boekhoofdstukken en bundels gelden afwijkende voorwaarden. Zie daarover de Beleidsregel Open Access op www.nwo.nl/openscience.

CC BY licentie

Met het oog op een optimale verspreiding van publicaties moet tenminste een Creative Commons (CC BY) licentie worden toegepast. Bij de aanwezigheid van zwaarwegende belangen kan de auteur verzoeken om te publiceren onder toepassing van een CC BY-ND licentie. Voor boeken, bundels en boekhoofdstukken staat de keuze van een CC BY licentie vrij.

Groen Kennisnet

De onderzoeksresultaten, tot stand gekomen met een programma Praktijkkennis voor Voedsel en Groen-subsidie, moeten ook via Groen Kennisnet openbaar worden gemaakt. De penvoerder wordt uitgenodigd om gebruik te maken van de verschillende mogelijkheden die dit platform biedt in het publiceren van kennis. Neem hiervoor contact op met Groen Kennisnet.

Kosten

Eventuele kosten voor publiceren in volledig Open Access tijdschriften kunnen worden begroot in de begroting onder de post materiële kosten. Kosten voor publicaties in hybride tijdschriften komen niet in aanmerking voor vergoeding door NWO. Voor Open Access boeken kan een beroep gedaan worden op het aparte NWO Open Access boekenfonds.

Voor een nadere toelichting op het open access beleid van NWO zie: www.nwo.nl/openscience.

Monitoring

Is uw aanvraag toegekend? Dan houdt u Regieorgaan SIA op de hoogte van de voortgang van uw project. Na afloop van het project informeert u ons over de resultaten. In het subsidiebesluit leest u op welke manier u ons op de hoogte houdt van de voortgang en de resultaten.

6. Contact en overige informatie

6.1 Contact

Op de webpagina Praktijkkennis voor Voedsel en Groen: Lectoraat kringlooplandbouw op de website van Regieorgaan SIA vindt u de meest recente informatie over deze call for proposals. U vindt hier ook contactgegevens van de programmamanager.

6.2 ISAAC-helpdesk

Bij technische problemen met ISAAC neemt u contact op met de ISAAC-helpdesk. Raadpleeg voordat u contact opneemt eerst de handleiding van ISAAC.

De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 10:00 uur tot 17:00 uur, met uitzondering van feestdagen.

Telefoonnummer: 070 – 344 06 00. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen: isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.

6.3 Overige informatie

Regieorgaan SIA verwerkt de persoonsgegevens die wij in het kader van deze subsidieronde ontvangen conform onze privacyverklaring.

Regieorgaan SIA kan aanvragers mogelijk benaderen voor een evaluatie van de procedure en deze subsidieronde.

Bijlage: Profiel van de lector

Dit profiel moet gezien worden als een handreiking waarmee elke hogeschool en/of elk instituut richting kan geven aan het formuleren van kwaliteitseisen voor de eigen lector. Dit profiel wordt niet getoetst door Regieorgaan SIA. Dit profiel is opgesteld door de Vereniging van Lectoren.

De functie van lector

De kerntaken van de lector zijn gerelateerd aan onderzoek, onderwijs en de beroepspraktijk. De lector is verantwoordelijk voor het initiëren, ontwikkelen en uitvoeren van praktijkgericht onderzoek. In wisselwerking met de beroepspraktijk en in verbinding met het onderwijs stimuleert de lector kennisinnovatie en het professionaliseren van docenten.

Het praktijkgericht onderzoek op hogescholen is onlosmakelijk verbonden met het onderwijs. Het onderzoek is gericht op het verhogen van de kwaliteit van studenten, het aansluiten van het onderwijs op actuele ontwikkelingen in de praktijk en het invoeren van innovatie in de (beroeps)praktijk. Daarom vindt het onderzoek altijd plaats in de driehoek van onderzoek, onderwijs en werkveld. De lector heeft een spilfunctie in deze driehoek. Afhankelijk van het vakgebied kan de invulling die lectoren geven aan hun werkzaamheden binnen de driehoek onderling verschillen.

Benoemingseisen lector

Een lector:

  • beschikt over bewezen wetenschappelijke kwalificaties en is gepromoveerd;

  • heeft actuele kennis en ervaring op het terrein van wetenschappelijk (praktijkgericht) onderzoek;

  • beschikt over theoretisch en praktisch gefundeerde kennis van een bepaald domein;

  • verricht onderzoek binnen de kaders die gesteld zijn in de Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit (vanaf 1 oktober 2018);

  • geeft leiding aan onderzoek dat geworteld is in de praktijk van werkveld en de samenleving en in het onderwijs;

  • maakt een vertaalslag van de generieke kennis uit eigen of door anderen verricht wetenschappelijk onderzoek naar toepassingen in de praktijk;

  • beschrijft en innoveert systematisch werkwijzen en ontwikkelingen binnen de praktijk, vertaalt deze in concepten en methodieken en komt op die manier tot generieke kennis. Deze kennis komt weer ten goede aan de praktijk en het hbo;

  • maakt doelgroepgericht de resultaten van onderzoek bekend in de vorm van publicaties in zowel de wetenschappelijke literatuur als in de beroepsgerichte vakliteratuur, lezingen, workshops, demonstraties, modellen, et cetera (ook wel doorwerking);

  • draagt bij aan het ontwikkelen van een onderzoekscultuur, zowel binnen de hbo-instelling als geheel, als binnen het onderwijs en de beroepspraktijk;

  • heeft kennis van het ontwikkelen en uitvoeren van onderwijsactiviteiten;

  • beschikt over een zekere ‘pioniersmentaliteit’ om het praktijkgericht onderzoek op de kaart te zetten;

  • is een autoriteit op zijn vakgebied en is een visionair én realistisch denker;

  • heeft zicht op de ontwikkelingen in het eigen vakgebied en zet van daaruit lijnen uit naar de toekomst;

  • ziet het belang en de toegevoegde waarde van praktijkgericht onderzoek op diens vakgebied.

Taken en verantwoordelijkheden van een lector betreffende onderzoek

Een lector:

  • voert het onderzoek zoveel mogelijk uit in samenwerking met het werkveld en de samenleving, waarbij erop moet worden gelet dat het hier vaak geen specifieke kennisontwikkeling voor een enkel bedrijf betreft. Kennisontwikkeling en onderzoeksresultaten worden bij voorkeur ontwikkeld en komen meerdere partijen, casi of situaties ten goede. Daarbij is ook de doorwerking naar en samenwerking met het onderwijs van hogescholen een van de karakteristieken van lectoraatsonderzoek;

  • draagt bij aan de verbetering en innovatie van de praktijk binnen de samenleving en bepaalde werkvelden. De lector heeft hierbij veelal een boegbeeldfunctie;

  • maakt door middel van vraagarticulatie een (latente) vraag in de praktijk expliciet. De ‘praktijk’ is afhankelijk van het vakgebied: het kan gaan om professionals (en hun beroepsorganisaties), bedrijven (inclusief mkb en de achterliggende brancheorganisaties), de overheid (lokaal, provinciaal, landelijk), de samenleving, et cetera;

  • richt zich naast het ontwikkelen van kennis ook op het implementeren en evalueren van verbeter- en innovatietrajecten in de beroepspraktijk. Vaak in tegenstelling tot fundamenteel onderzoek maakt praktijkgericht onderzoek gebruik van onderzoeksstrategieën zoals design (based) research en maakt het gebruik van methoden zoals actie-onderzoek, ateliers, labs enzovoort.

Interdisciplinair en transdisciplinair praktijkgericht onderzoek

Een lector:

  • analyseert, onderzoekt en lost vraagstukken op in interdisciplinaire en transdisciplinaire samenwerkingsverbanden, waar dat nuttig en nodig is. Omdat lectoren met het praktijkgericht onderzoek op drie niveaus bijdragen aan de ontwikkeling van het onderwijs (namelijk op bachelor, master en PD/PhD-niveau) kan een onderscheid worden gemaakt tussen interdisciplinair en transdisciplinair onderzoek:

    • bachelorniveau: de mate van disciplinariteit is evenredig met het niveau van het onderwijs, de context is constant en redelijk voorspelbaar (puzzels);

    • masterniveau: is vaak interdisciplinair, heeft vaak een hoge complexiteit in meer vakgebieden en een dynamische context (complexe problemen);

    • PD-niveau: transdisciplinair, heeft een hoge complexiteit in meer praktische vak- en wetenschapsgebieden, een hoge dynamische context (wicked problems);

    • PhD-niveau: transdisciplinair, een hoge complexiteit in meer theoretische wetenschapsgebieden en hoge dynamische context (new theories).

Taken en verantwoordelijkheden van een lector betreffende onderwijs

Een lector:

  • draagt bij aan de verhoging van de kwaliteit van het hbo ten aanzien van vakinhoud én onderzoeksvaardigheden, en richt zich daarbij vooral op docenten die als multiplicators naar de studenten toe fungeren;

  • laat de bijdrage aan het onderwijs op verschillende manieren tot uiting komen, zoals door het ontwikkelen van curriculum(onderdelen), doceren, begeleiden, coachen, betrekken van studenten(groepen) in het lectoraatsonderzoek en is daarbij met name gericht op het borgen van onderzoeksvaardigheden, het vergroten van het onderzoekend vermogen van de studenten en het verkrijgen van een kritische reflectie door bijvoorbeeld het invlechten van onderzoeksleerlijnen in curricula;

  • heeft een verbindende rol naar het onderwijs door studenten te laten participeren in het onderzoek via onderzoeksopdrachten en afstudeeropdrachten, door de onderzoeksresultaten op te nemen in het onderwijs en vernieuwingen voor te stellen in curricula (doorwerking);

  • spant zich in om studenten en docenten in het hbo zowel inhoudelijk te scholen op hun vakgebied als bij hen onderzoekskennis, onderzoeksvaardigheden en een onderzoekende houding te ontwikkelen, en hen bij het doen van onderzoek te begeleiden. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan de gewenste ontwikkeling van hbo-professionals naar reflective practitioners.

Taken en verantwoordelijkheden van een lector betreffende kennisontwikkeling en de ontwikkeling van onderzoekseenheden/lectoraten

Een lector:

  • ontwikkelt een samenhangend onderzoeksprogramma en draagt zorg voor de uitvoering daarvan door middel van het uitwerken van onderzoekslijnen naar inhoud, doelen, methodologie en begroting aansluitend op actuele ontwikkelingen in het werkveld;

  • draagt zorg voor de ontwikkeling van nieuwe kennis, producten, processen en diensten leidend tot beroepsinnovatie, curriculumvernieuwing, verder onderzoek, publicaties, presentaties en strategische positionering;

  • ontwikkelt in samenspraak met beroepspraktijk en onderwijs een relevant, aantrekkelijk, uitdagend en herkenbaar onderzoeksprogramma, al dan niet ingebed in een grotere onderzoekseenheid zoals een expertisecentrum, met voldoende massa en focus;

  • bewaakt en verbetert op een systematische wijze de kwaliteit van de activiteiten;

  • richt voor zover het tot de taak van de lector behoort een onderzoeksteam in, ontwikkelt die verder en draagt zorg voor de effectieve en efficiënte realisatie van de doelen van dit onderzoeksteam;

  • heeft in toenemende mate ook managementtaken die de eigen onderzoekseenheid, de onderzoeksgroep of het instituut/de academie waar de lector aan is verbonden betreffen;

  • geeft leiding aan het onderzoeksteam.

Taken en verantwoordelijkheden van een lector betreffende disseminatie van kennis, implementatie van verbeter- en innovatietrajecten, en valorisatie

Een lector:

  • geeft handvatten, tools en adviezen over de manier waar mogelijk en relevant, de ontwikkelde kennis in het onderwijs en de praktijk kan worden geïmplementeerd;

  • doet waar mogelijk onderzoek naar de doorwerking en effecten van geïmplementeerde oplossingen in de praktijk en ontwikkelt deze waar nodig en mogelijk verder;

  • handelt waar mogelijk en wenselijk als adviseur en als veranderingsmanager;

  • een lector is gesprekpartner voor het ontplooien van nieuw of op elkaar voortbouwend praktijkgericht onderzoek dat mogelijk positieve effecten op de maatschappij en of economie heeft.

Taken en verantwoordelijkheden van een lector betreffende acquisitie

Acquisitie door lectoren is geen doel op zichzelf. Het team waar de lector deel van uitmaakt is verantwoordelijk voor de acquisitie. In het alledaagse werk zien we dat deze taak vaak alleen bij de lector wordt neergelegd omdat er verschillende vaardigheden, kennis en ervaring nodig zijn om derde geldstroom te acquireren. Docenten en docent-onderzoekers hebben hier veelal onvoldoende ervaring mee. Het team functioneert optimaal door gebruik te maken van de sterke kanten van de individuele lectoren.

Een lector:

  • draagt bij aan de verwerving van (betaalde) (inter)nationale opdrachten van derden die bijdragen aan de mogelijkheden om meer onderzoek te doen aan de hogeschool;

  • draagt bij aan de verwerving van subsidies en fondsen voor onderzoek- en onderwijsvernieuwing.

Netwerkvorming in de driehoek

Een lector:

  • beschikt over een relevant (inter)nationaal en regionaal netwerk in de onderzoekswereld en de praktijk en weet per project de juiste mensen en organisaties bij elkaar te brengen;

  • staat open voor gezamenlijke initiatieven en is bereid om samen te werken in interdisciplinaire en transdisciplinaire onderzoeksverbanden of -themavelden.

Ambities & ontwikkeldoelen

Ambities voor de ontwikkeling van praktijkgericht onderzoek

Alle hogescholen ontwikkelen zich in toenemende mate van onderwijsinstellingen naar kennisinstellingen die vanuit hun kracht, namelijk samenwerking en verbinding, kiezen voor het doen van praktijkgericht onderzoek.

Zowel private als publieke partijen werken op grote schaal samen met hogescholen en investeren mede in praktijkgericht onderzoek. Praktijkgericht onderzoek wordt beoordeeld op zijn eigen merites; de kaders, criteria en kennisproducten kennen voor praktijkgericht onderzoek een eigen uitwerking ten opzichte van andere vormen van onderzoek. De tweede geldstroom voor praktijkgericht onderzoek is in balans met de eerste geldstroom; er is voldoende omvang om effect te hebben op de eerste geldstroom. De tweede geldstroom heeft een regiefunctie en is gericht op het bevorderen van kwaliteit en thematische coördinatie.

Daardoor worden verbindingen tussen hogescholen onderling en tussen hogescholen en haar publieke en private partners regionaal, nationaal en internationaal gerealiseerd. Daarmee versterkt de tweede geldstroom samenwerking in consortia, en borgt ze dat er geen versnippering, witte vlekken of juist te veel overlap plaatsvindt. Ten slotte komt de samenwerking van hogescholen met praktijkpartners ook tot uiting in significante investeringen van de praktijkpartners in het onderzoek van hogescholen (derde geldstroom).

Praktijkgericht onderzoek heeft een sleutelpositie in het regionale, nationale en internationale kennisecosysteem; het vormt een relevante schakel tussen het bedrijfsleven, (lokale) overheden, publieke organisaties en andere kennis- en onderwijsinstellingen. Daarmee dragen hogescholen bij aan kennisverdieping, verbreding en verspreiding in de regio. Op nationaal niveau dragen lectoraten vooral bij aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken in samenwerking met universiteiten, onderzoeksorganisaties (zoals TO2, RKI’s) en nationale overheden. Daarnaast is de hogeschool ook goed aangesloten op de internationale kennisinfrastructuur en levert hieraan een actieve bijdrage. Dit is belangrijk omdat natuurlijke kennispartners van hogescholen zoals universiteiten, het mkb, multinationals en andere organisaties die zo cruciaal zijn voor de vraagarticulatie, het werkterrein al vaak verbreed hebben naar buiten onze landsgrenzen.

Internationalisering van het praktijkgerichte onderzoek is daarom een vehikel voor innovatie.

Ontwikkeldoelen op het terrein van praktijkgericht onderzoek voor de komende jaren

  • Samenwerkingsverbanden (bijvoorbeeld de platformen van Regieorgaan SIA) hebben een duurzaam karakter en hogescholen participeren of zijn penvoerend in meer regionale en nationale consortia.

  • Hogescholen spelen een belangrijke en verbindende rol in onderzoeksconsortia in het kader van de NWA-routes en in de missiegedreven programma’s van de topsectoren.

  • Hogescholen zijn zich bewust van het ten doel stellen en evalueren (van effecten) van doorwerking van hun onderzoek op onderwijs, wetenschap en praktijk.

  • Hogescholen zijn een zeer gewaardeerde partner voor andere kennisinstellingen vanwege hun expertise op het gebied van realiseren van doorwerking van kennis naar de regio en het bijzonder het mkb. Kennis zou in het meest ideale geval moeten leiden tot het oplossen van (regionale, nationale of internationale) wicked problems, waarbij de lector naast de toepassing van kennis ook de correcte aanwending in en op het werkveld toetst, deze test, monitort en waar nodig aanpast.

  • Hogescholen participeren vaker in Europese onderzoeksprogramma’s en zijn daarin vaker penvoerend. Hiermee geven ze meer internationale ruchtbaarheid aan het praktijkgericht onderzoek van hogescholen, voor zover dit bijdraagt aan de doelstelling van praktijkgericht onderzoek.

  • De synergie tussen de verschillende fysieke samenwerkingsplekken (campussen, living labs, fieldlabs, Centers of Expertise) wordt ten volle benut.

  • Er is meer organisatorische samenwerking tussen kennisinstellingen, bijvoorbeeld via dubbelaanstellingen (onder andere lectoren in instituten, lector-hoogleraren en practor-lector) waardoor de verbinding in het kennisecosysteem wordt versterkt.

  • Lectoraten maken van onderwijsinstellingen in toenemende mate kennisinstellingen. De rol, functie en mogelijkheden die een samenwerking met lectoraten voor externe partijen biedt moet nog meer regionaal, nationaal en internationaal bekend worden.

Ontwikkeldoelen op het terrein van lectoraten voor de komende jaren

  • Collega-onderzoekers in lectoraten (kenniskring, onderzoeksteams, onderzoeksprogramma’s, kenniscentra en center of expertise) zijn minimaal voor 0,4 fte verbonden aan onderzoekseenheden opdat voldoende focus en uitvoeringscapaciteit beschikbaar is en blijft voor de uitvoering van praktijkgericht onderzoek en de activiteiten die daartoe ten dienste staan.

  • Lectoren worden op professionele wijze ondersteund in hun werkzaamheden door een professionele staf op het gebied van project- en financieel management, omgevingsmanagement, interne en externe communicatie, regelingen voor financiering en subsidiëring, intellectueel eigendom, human resource.

  • Lectoren worden professioneel ondersteund in aanschaf, onderhoud en operationaliteit van software en hardware, laboratoria en fieldlabs.

  • Lectoraten werken onder Common Creative en open source.

  • Lectoren publiceren open source en onder Common Creative.

  • Lectoren worden ondersteund in het veilig vergaren, opslaan en bewerken van data uit praktijkgericht onderzoek.

  • Lectoren worden ondersteund in het verkrijgen, creëren en werken met intellectueel eigendom.

  • De rol van lectoren in de derde cyclus moet worden verstevigd en verder worden uitgebouwd en er moet een duidelijke route komen, waarin er niet meer van een afhankelijkheid van hogescholen naar universiteiten maar van een gelijkwaardige samenwerking in een derde cyclus kan worden gesproken.

  • Onderzoek binnen hogescholen moet in toenemende mate een mogelijke carrière-optie voor afgestudeerden en aan lectoraten verbonden onderzoekers zijn (doorlopende onderzoeksleerlijnen).

  • Lectoraten en onderzoekslijnen/-thema’s van onderzoekseenheden moeten duurzamer worden en minder trendgevoelig worden opgezet. Een lectoraatslooptijd van vier tot zes jaar voor de opbouw van onderzoeksgroepen en thema’s is te kort om het vertrouwen van regionale, nationale en internationale kennis-, onderzoeks-, bedrijven- en/of overheidspartners te verkrijgen.

  • Lectoren en lectoraten moeten (afhankelijk van de regio waarin ze zich bevinden en het thema) veel rollen vervullen. Door middel van BKO-standaarden wordt op alle rollen even zwaar getoetst. Er kan in toekomst over een differentiatie nagedacht worden en lectoraten kunnen bijvoorbeeld zwaartepunten van activiteiten aangeven.

  • Er moeten factoren worden vastgesteld (of moeten worden onderzocht) die bepalend zijn voor het stevig of robuust maken van lectoraten. Daarbij moeten vragen worden gesteld als: Welke randvoorwaarden zijn er nodig om een lectoraat goed te laten functioneren? Wat zijn de meest significante rollen of functies van en eisen aan lectoren/lectoraatsonderzoekers om een lectoraat stevig te maken en goed te verankeren in een triple-helix samenwerking? Hoe kan de positie van lectoraten nog verder worden versterkt, zowel intern als extern?

Bronnen

  • Visiedocument Ontwikkeling van het lectoraat. Vereniging Hogescholen. December 2020

  • Advies werkgroep kwaliteit van praktijkgericht onderzoek en het lectoraat. Den Haag, januari 2017

  • Brancherapport praktijkgericht onderzoek 2019. CEKO, Juli 2020

  • Lectoraten in het hoger beroepsonderwijs 2001–2008. Eindevaluatie van de stichting kennisontwikkeling hbo. 2008

  • Verkenning praktijkgericht onderzoek op hogescholen. OCW, SIA, VH. 2019

  • Vereniging van Lectoren, dr. Mariska van der Giessen voorzitter en dr.drs.ir. Christoph Maria Ravesloot secretaris, oktober 2020

Naar boven