Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Raad voor de Rechtspraak | Staatscourant 2024, 19454 | interne regeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Raad voor de Rechtspraak | Staatscourant 2024, 19454 | interne regeling |
Voor u ligt het Landelijk procesreglement verzoekschriftprocedures ten behoeve van de rechtbanken, afdelingen/teams voor handelszaken, met inbegrip van verzoekschriften gericht aan de voorzieningenrechter.
Dit procesreglement vindt zijn oorsprong in een initiatief vanuit het Landelijk Overleg Voorzitters van de Civiele Sectoren van de rechtbanken (LOVC). Bij de totstandkoming ervan is ook de Nederlandse Orde van Advocaten geconsulteerd. Op 22 september 2006 heeft het LOVC dit procesreglement goedgekeurd, waarna alle rechtbanken het reglement als eigen reglement hebben vastgesteld (eerste versie).
Het reglement wordt sindsdien onderhouden door een redactieraad die wijzigingen voorstelt ter goedkeuring aan het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel, Kanton (LOVCK). Hierna worden de wijzigingen ter vaststelling voorgelegd aan de gerechtsvergaderingen van alle rechtbanken. Daarna volgt publicatie in de Staatscourant.
Wijzigingen van het reglement en publicatie van het reglement in de Staatscourant:
• 1 september 2008 (tweede versie): aanpassing in verband met de afschaffing van het verplicht procuraat;
• 1 januari 2011 (derde versie): aanpassing in verband met de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) en regulier onderhoud;
• 1 april 2013 (vierde versie): aanpassing in verband met de invoering van de Herziening gerechtelijke kaart, de Reparatiewet Wgbz en regulier onderhoud.
• 1 januari 2014 (vijfde versie): regulier onderhoud;
• 1 januari 2015 (zesde versie): aanpassing in verband met invoering van de Wet Executieveiling, de EEX-Verordening, de Advocatenwet en het arbitragerecht, alsmede regulier onderhoud;
• 1 januari 2016 (zevende versie): aanpassingen in verband met wijziging van de Uitvoeringswet van de Verordening (EG) nr. 44/2001 omdat per 10 januari 2015 de Verordening (EU) nr. 2015/2012 betreffende de rechtelijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging in burgerlijke en handelszaken (Pb EU L351) in de plaats is gekomen van de Verordening (EG) nr. 44/2001;
• 1 januari 2017 (achtste versie): aanpassingen naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 17 april 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1078);
• 1 maart 2018 (negende versie): aanpassingen naar aanleiding van de wetswijziging m.b.t. artikel 30p Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv);
• 1 februari 2019 (tiende versie): aanpassingen in verband met AVG, invoeging gedetineerde op zitting en regulier onderhoud;
• 1 februari 2020 (elfde versie): aanpassingen in verband met de Wet van 3 juli 2019 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) tot intrekking van de verplichting om elektronisch te procederen bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland en tot verruiming van de mogelijkheden van de mondelinge behandeling in het civiele procesrecht, die per 1 oktober 2019 is ingevoerd, uniformering andere procesreglementen en met het oog op de voorbereidingen voor het opnemen van bepalingen over digitaal procederen, is in artikel 1.1.4 – vooruitlopend hierop – alvast een basisbepaling opgenomen voor het geval een rechtbank in bepaalde zaken de mogelijkheid heeft geopend om processtukken digitaal in te dienen. Daarnaast zijn er aanpassingen in verband met regulier onderhoud;
• 1 februari 2021 (twaalfde versie): aanpassingen in verband met het opnemen van bepalingen over digitaal procederen, waarover nadere regels te vinden zijn in het per 1 januari 2021 in werking getreden Besluit houdende regels voor het langs elektronische weg procederen in het civiele recht en het bestuursrecht (Besluit elektronisch procederen);
• 1 februari 2022 (dertiende versie): aanpassingen in verband met de uitfasering van de fax per 1 februari 2022 en de daarvoor met ingang van die datum in de plaats gekomen voorziening Veilig Mailen van de Rechtspraak.
• 1 januari 2024 (veertiende versie): aanpassingen in verband met de Omgevingswet. De regels in de Onteigeningswet en de regels over het voorkeursrecht uit de Wet voorkeursrecht gemeenten gaan over naar de Omgevingswet.
• 1 juli 2024 (vijftiende versie): wijzigingen in hoofdstuk 1 om de wijze van het indienen van stukken bij digitaal procederen te verduidelijken. Daarnaast zijn de bepalingen van artikel 2.1 (Verdragen en verordeningen) aangepast. Tot slot zijn er aanpassingen doorgevoerd in verband met regulier onderhoud.
Het LOVCK heeft de vijftiende versie in april 2024 goedgekeurd. De gerechtsvergaderingen van alle rechtbanken hebben dit gewijzigde reglement vastgesteld.
Indeling procesreglement: het procesreglement bestaat uit twee hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat regels met betrekking tot de verzoekschriftprocedure in het algemeen. In Hoofdstuk 2 zijn bijzondere regels voor de onderscheiden verzoekschriftprocedures opgenomen; dit hoofdstuk, waarin de verschillende verzoekschriftprocedures zo volledig mogelijk zijn opgenomen, geeft antwoord op de vraag of het desbetreffende verzoek bij de rechtbank of bij de voorzieningenrechter moet worden ingediend en vermeldt voorts welke bijlagen bij het verzoek dienen te worden gevoegd. Er is voor gekozen om niet inhoudelijk in te gaan op de eisen die aan verschillende verzoekschriften moeten worden gesteld.
Een gedrukte uitgave van het procesreglement wordt niet meer uitgegeven.
De gepubliceerde versie in de Staatscourant bevat géén hyperlinks en bijlagen. Op www.rechtspraak.nl/Procedures/Landelijke-regelingen/Pages/default.aspx onder het kopje Civiel recht wordt de versie gepubliceerd met de meest recente hyperlinks en bijlagen.
Vijftiende versie, 1 juli 2024
Dit reglement bevat regels voor verzoekschriftprocedures die worden behandeld door de afdeling/het team voor handelszaken en de voorzieningenrechter van die afdeling of dat team. Dit reglement geldt ook voor andere verzoeken dan de verzoeken bedoeld in Titel 3 van Boek 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), tenzij de aard of strekking van het verzoek zich daartegen verzet.
In dit reglement worden de begrippen uit de wet gebruikt.
Ter verduidelijking hiervan of in aanvulling hierop is de betekenis van onderstaande begrippen in dit reglement (in alfabetische volgorde) de volgende:
het koppelvlak bestemd voor digitaal verkeer tussen systemen van partijen dan wel hun advocaten of gemachtigden en de rechtbank;
degene tegen wie een verzoek in eerste aanleg is gericht of wiens rechten en verplichtingen rechtstreeks bij een verzoek zijn betrokken of die anderszins als belanghebbende moet worden aangemerkt;
een schriftelijke mededeling, niet zijnde een processtuk, tussen de rechtbank en een of meer partijen;
maandag tot en met vrijdag, met uitzondering van de dagen als bedoeld in artikel 3 van de Algemene Termijnenwet;
de door partijen en de rechtbank in het digitale systeem voor gegevensverwerking van de rechtbank in een zaak ingediende, geplaatste en verzonden berichten en processtukken;
het aanleveren van processtukken of bewijsstukken;
iedere belanghebbende met uitzondering van de indiener van het desbetreffende (proces)stuk;
een partij die is toegelaten stukken in te dienen;
ieder stuk van een partij waarin het standpunt van die partij naar voren wordt gebracht;
de voorziening van de Rechtspraak voor het verzenden en ontvangen van beveiligde e-mail naar en door de rechtbank {hyperlink naar uitleg en regels Veilig Mailen};
de partij tegen wie een verzoek is gericht en die tegen dit verzoek verweer voert;
de partij die een verzoek indient;
de beveiligde digitale omgeving waarin belanghebbenden, advocaten en andere (professionele) gemachtigden toegang hebben tot het digitale systeem van de rechtbank en het digitale dossier.
Digitaal procederen bij de rechtbank is alleen mogelijk in de gevallen genoemd in bijlage IV {hyperlink}. Digitaal procederen vindt plaats door in te loggen via het Aansluitpunt Rechtspraak – Digitale Toegankelijkheid (DT) (artikel 1.1.2 aanhef en onder a) of via het webportaal ‘Mijn Rechtspraak’ (artikel 1.1.2 aanhef en onder m). Dit zijn manieren van digitaal communiceren met de rechtbank.
Voor digitaal procederen geldt, naast wat hierover in dit procesreglement is opgenomen, tevens wat is bepaald in het Besluit elektronisch procederen en gelden de in het Reglement inzake de toegang tot en het gebruik van systeem DT rechtspraak (Reglement Digitale Toegang) {hyperlink} opgenomen regels.
Een belanghebbende heeft toegang tot het webportaal ‘Mijn Rechtspraak’ als hij beschikt over een inlogmiddel, zoals omschreven in het Reglement Digitale Toegang opgenomen regels.
Een belanghebbende heeft in het webportaal ‘Mijn Rechtspraak’ toegang tot het digitaal dossier in de aanhangige zaken waarin hij partij is. Een partij die niet zelf digitaal procedeert, kan de rechtbank verzoeken hem mee te delen op welke wijze hij inzage kan krijgen in het digitaal dossier.
De partij die digitaal procedeert, gaat ermee akkoord dat zij geen papieren afdrukken of kopieën van processtukken of berichten ontvangt behalve van de grosse (zie artikel 1.5.5).
Een partij die vrijwillig digitaal procedeert en voortaan niet meer digitaal wil procederen, of omgekeerd, verzoekt dit de rechtbank bij bericht.
Een wissel wordt in een procedure in beginsel maar één keer toegelaten.
De wissel is effectief vanaf de datum die in de bevestiging van de rechtbank wordt genoemd.
Een partij die wisselt naar digitaal procederen, krijgt ook digitaal toegang tot eerder gewisselde processtukken en berichten die in het digitaal dossier zijn opgeslagen.
De rechtbank kan een partij of de gemachtigde van die partij tijdelijk of blijvend uitsluiten van het gebruik van het digitale systeem, als zij aantoonbaar een gevaar vormt voor de integriteit van het digitale systeem of als zij het digitale systeem verstoort. De uitsluiting wordt medegedeeld bij bericht en heeft alleen betrekking op de procedure waarin de rechtbank deze beslissing heeft genomen.
Na de uitsluiting van het gebruik van het digitale systeem, wordt de procedure voortgezet volgens de regels die gelden voor niet-digitaal procederen.
Indien niet-digitaal wordt geprocedeerd, geschiedt de indiening van het verzoekschrift, het verweerschrift en overige processtukken en berichten als volgt:
– door toezending per post – afhankelijk van de bevoegde rechter (zie Hoofdstuk 2 van dit reglement) – aan:
• de griffie van de rechtbank, afdeling/team voor handelszaken, rekestenadministratie www.rechtspraak.nl/Organisatie/Rechtbanken/Pages/default.aspx, dan wel
• de griffie van de voorzieningenrechter (handelszaken), rekestenadministratie www.rechtspraak.nl/Organisatie/Rechtbanken/Pages/default.aspx;
– door afgifte aan de Centrale Balie van de rechtbank www.rechtspraak.nl/Organisatie/Rechtbanken/Pages/default.aspx.
– door toezending via Veilig Mailen, mits het processtuk of het bericht, met eventuele bijlage(n), direct per post aan de griffie van de rechtbank wordt nagezonden of wordt afgegeven aan de Centrale Balie van de rechtbank, onder de uitdrukkelijke vermelding dat het reeds eerder via Veilig Mailen ingediende stukken betreft.
Voor toezending via Veilig Mailen gelden daarnaast de in Bijlage V vermelde regels {hyperlink regels voor het gebruik van Veilig Mailen}.
Verzendingen via Veilig Mailen die vóór 24.00 uur van de laatste dag van een lopende termijn zijn ontvangen, gelden als binnen de termijn ingediend, tenzij een termijn op een ander tijdstip op die dag eindigt.
De griffie is op werkdagen telefonisch bereikbaar van 8.30 tot 17.00 uur www.rechtspraak.nl/Organisatie/Rechtbanken/Pages/default.aspx.
In spoedeisende gevallen kan een aan de voorzieningenrechter gericht verzoekschrift buiten de openingstijden van de griffie aan deze ter hand worden gesteld. Bij een aantal rechtbanken gelden piketregelingen {hyperlink piketregelingen}.
Het verzoekschrift, het verweerschrift en overige processtukken en berichten worden ter griffie ingeschreven.
De rechtbank stuurt de verzoeker, de verweerder en iedere andere bekende belanghebbende een ontvangstbevestiging toe, met vermelding van het zaak- en rekestnummer, tenzij de rechter zich aanstonds onbevoegd verklaart of het verzoek toewijst.
Van de verzending van een via Veilig Mailen verzonden processtuk of bericht is een bevestiging van de ontvangst beschikbaar. De verzender kan deze bevestiging van ontvangst zelf inzien of ophalen bij de dienst Veilig Mailen die de verzender gebruikt.
Als tijdstip waarop de rechtbank een processtuk of een bericht via Veilig Mailen heeft ontvangen, geldt het tijdstip waarop het processtuk of het bericht een systeem voor gegevensverwerking heeft bereikt waarvoor de rechtbank verantwoordelijkheid draagt (ZIVVER). Dit tijdstip staat vermeld in de ontvangstbevestiging.
Indien digitaal wordt geprocedeerd, geschiedt de indiening van het verzoekschrift, verweerschrift en overige processtukken en berichten door toezending aan de griffie van de rechtbank via het Aansluitpunt Rechtspraak Digitale Toegankelijkheid of via het webportaal. Een partij die digitaal procedeert kan geen processtukken of berichten indienen via Veilig Mailen, behoudens het navolgende. Audio- en videobestanden worden wel verstuurd via Veilig Mailen. In ‘Mijn Rechtspraak’ moet dan een bericht worden geüpload waarmee de rechtbank hierover wordt geïnformeerd.
De griffie is op werkdagen telefonisch bereikbaar van 8.30 tot 17.00 uur www.rechtspraak.nl/Organisatie/Rechtbanken/Pages/default.aspx. In spoedeisende gevallen kan buiten de openingstijden van de griffie een aan de voorzieningenrechter gericht verzoekschrift aan deze ter hand worden gesteld op de wijze zoals door de voorzieningenrechter wordt aangegeven, onder gelijktijdige indiening via het Aansluitpunt Rechtspraak – Digitale Toegankelijkheid of via het webportaal ‘Mijn Rechtspraak.’ Bij een aantal rechtbanken gelden piketregelingen {hyperlink piketregelingen}.
De ontvangst van processtukken en berichten wordt automatisch bevestigd.
De rechtbank bericht partijen per brief, per telefoon, via Veilig Mailen of, als een partij digitaal procedeert, door plaatsing van een bericht in het door partijen te raadplegen digitale dossier in hun zaak.
Indien de rechtbank een processtuk, een uitspraak of een bericht in het digitale systeem heeft geplaatst, ontvangt iedere partij die digitaal procedeert en daarbij een e-mailadres heeft opgegeven, daarvan een kennisgeving (notificatie). Het tijdstip waarop deze kennisgeving wordt verstuurd, geldt als het tijdstip waarop het desbetreffende processtuk of bericht aan die partij bekend is gemaakt. Voor dit doel wordt bij de eerste keer dat een partij in een zaak inlogt in het webportaal, een e-mailadres gevraagd. Deze partij is te allen tijde verantwoordelijk voor de werking, de toegankelijkheid, de beschikbaarheid en de raadpleging van dit adres. Indien die partij geen e-mailadres verstrekt, geldt dit als een mededeling dat hij geen kennisgevingen wenst te ontvangen. Dit is voor rekening en risico van die partij.
Indien een partij laat weten geen kennisgevingen meer te willen ontvangen, geldt dit tot het tijdstip waarop deze partij laat weten weer wel kennisgevingen te willen ontvangen. Gedurende de periode(n) waarin die partij geen kennisgevingen heeft willen ontvangen, geldt als tijdstip van ontvangst van een processtuk of een bericht het tijdstip waarop dit in het digitale systeem is geplaatst.
Als gebruik wordt gemaakt van het Aansluitpunt Rechtspraak – Digitale Toegankelijkheid gelden andere regels voor de kennisgeving dan in dit reglement omschreven. Deze regels zijn te vinden in het Reglement Digitale Toegang {hyperlink}.
Op alle correspondentie met en van de rechtbank wordt het zaak- en rekestnummer vermeld.
Het overleggen van een vertaling van een bewijsstuk is in beginsel niet noodzakelijk indien het de bewijsstuk is gesteld in de Engelse, Duitse of Franse taal. De rechtbank kan een vertaling verlangen, indien het dat nodig of wenselijk acht voor de behandeling van de zaak, mede gelet op de belangen van de overige belanghebbenden.
Een vertaling is in beginsel wel noodzakelijk indien een bewijsstuk is gesteld in een andere buitenlandse taal dan in de Engelse, Duitse of Franse taal.
De rechtbank kan bepalen dat een vertaling wordt overgelegd die is opgemaakt en ondertekend door een beëdigd vertaler.
Indien voor de zaak een toevoeging of inkomensverklaring is verleend, wordt een afschrift daarvan bij het verzoek- of verweerschrift gevoegd.
Indien een toevoeging is aangevraagd maar nog niet of nog niet definitief is verleend, wordt een afschrift van de aanvraag bij het verzoek- of verweerschrift gevoegd en wordt in de kop daarvan vermeld dat een toevoeging is aangevraagd.
Als de toevoeging, inkomensverklaring of toevoegingsaanvraag is ingediend overeenkomstig het bepaalde in 1.1.16 heft de griffier het griffierecht voor onvermogenden.
Als de toevoeging, inkomensverklaring of toevoegingsaanvraag niet is ingediend overeenkomstig het bepaalde in 1.1.16 wordt het volledige griffierecht in rekening gebracht.
Als bij het bepalen van het griffierecht rekening is gehouden met een toevoegingsaanvraag, wordt de definitieve toevoeging of inkomensverklaring zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval voordat de einduitspraak is gedaan ingediend tenzij uitstel is verkregen voor het indienen van de toevoeging of de inkomensverklaring.
Als bij het bepalen van het griffierecht rekening is gehouden met een toevoegingsaanvraag maar de definitieve toevoeging niet tijdig is ingediend, wordt het griffierecht verhoogd tot het bedrag van het volledige griffierecht. De betreffende partij moet het verhoogde griffierecht binnen vier weken na de datum van de einduitspraak op de rekening van de rechtbank bijschrijven of ter griffie storten.
Als bij het bepalen van het griffierecht rekening is gehouden met een toevoeging, maar de toevoeging wordt geweigerd of ingetrokken, wordt het griffierecht eveneens verhoogd tot het bedrag van het volledige griffierecht. De betreffende partij moet het verhoogde griffierecht binnen vier weken na de intrekking of de weigering van de toevoeging op de rekening van de rechtbank doen bijschrijven of ter griffie storten.
Als bij het bepalen van het griffierecht geen rekening is gehouden met een toevoeging, inkomensverklaring of toevoegingsaanvraag maar de definitieve toevoeging of inkomensverklaring alsnog voordat de einduitspraak is gedaan wordt ingediend, wordt het griffierecht verlaagd tot het bedrag voor onvermogenden als op het tijdstip van het heffen van het griffierecht verschoonbaar geen toevoegingsaanvraag is ingediend.
Als de verzoeker zijn verzoek op zodanige wijze vermeerdert dat een hoger griffierechttarief van toepassing is, wordt het griffierecht verhoogd. Het griffierecht wordt niet verhoogd als op het tijdstip waarop het verzoek wordt vermeerderd de toevoeging, inkomensverklaring of toevoegingsaanvraag is overgelegd.
De verzoeker moet het verhoogde griffierecht binnen vier weken na het doen van de betreffende vermeerdering van het verzoek op de rekening van de rechtbank bijschrijven of ter griffie storten. Bij niet tijdige betaling van de verhoging van het griffierecht wordt geen toepassing gegeven aan het bepaalde in de leden 1 en 2 van artikel 282a Rv.
Partijen zijn gebonden aan de wijze en termijnen van procesvoering als in dit reglement voorzien. Bij niet naleving van een in dit reglement gegeven voorschrift verbindt de rechter daaraan het gevolg dat hem met het oog op de aard van het voorschrift en de ernst van het verzuim passend voorkomt.
Een verzoek wordt schriftelijk gedaan, tenzij de wet anders bepaalt.
Een verzoekschrift wordt ingediend en ondertekend door een advocaat, tenzij de wet een andere mogelijkheid biedt.
Indien verzoeker meerdere verzoeken wil doen die onvoldoende met elkaar samenhangen, dient hij per verzoek een apart verzoekschrift in.
Indien niet-digitaal wordt geprocedeerd, worden het verzoekschrift en de bijgevoegde stukken in meervoud ingediend: twee exemplaren voor de rechtbank en één exemplaar voor iedere belanghebbende.
Indien digitaal wordt geprocedeerd, worden het verzoekschrift en de bijgevoegde stukken in enkelvoud ingediend.
De verzoeker is bij indiening van een verzoekschrift griffierecht verschuldigd, tenzij anders is bepaald in de Wet griffierechten in burgerlijke zaken. Het griffierecht moet door verzoeker binnen vier weken na de indiening van het verzoekschrift op de rekening van de rechtbank zijn bijgeschreven of ter griffie zijn gestort.
Als het verzoekschrift na indiening wordt ingetrokken of de rechter toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in artikel 282a lid 2 Rv, blijft de verzoeker griffierecht verschuldigd.
Het verzoekschrift vermeldt (artikel 278 Rv):
– voornamen, naam en woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats in Nederland, het werkelijk verblijf van de verzoeker, alsmede
– naam, adres en woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats in Nederland, het werkelijk verblijf van iedere belanghebbende, voor zover bij de verzoeker bekend, alsmede
– een duidelijke omschrijving van het verzoek en de gronden waarop het berust, waaronder de gronden voor de relatieve bevoegdheid van de rechter, alsmede
– de naam en het telefoonnummer van de behandelend advocaat.
In de kop van het verzoekschrift wordt de aard van het verzoek vermeld en de wetsbepaling waarop het berust.
Bij verzoekschriften aan de voorzieningenrechter waarop deze in het algemeen zonder mondelinge behandeling beschikt en waarbij de beschikking op het verzoekschrift zelf wordt aangetekend, wordt tevens, na de handtekening van de advocaat, de inhoud van de gevraagde beschikking vermeld, waaronder indien het gaat om een verzoek als bedoeld in artikel 37 van de Wet tarieven in burgerlijke zaken de uitvoerbaarheid op de minuut, gevolgd door de datering, onder openlating van de dag en een ruimte voor de handtekening van de voorzieningenrechter en de griffier.
Indien de verzoeker meent dat het verzoek een zodanig spoedeisend karakter heeft, dat een afwijking van de in dit reglement opgenomen procesregels gerechtvaardigd is, wordt dit gemotiveerd in het verzoekschrift vermeld. Ook alle overige toelichting op het verzoek wordt in het verzoekschrift zelf vermeld.
Bij het verzoekschrift worden, afhankelijk van de aard van het verzoek, de in Hoofdstuk 2 van dit reglement vermelde stukken gevoegd. Als het verzoekschrift een bijlage of bijlagen bevat, wordt daarnaar in het verzoekschrift uitdrukkelijk verwezen. De bijlagen worden voorzien van de verkorte partijnaam, gevolgd door een volgnummer. In een eventueel volgend processtuk van een partij wordt bij de nummering van de bijlagen uit het vorige processtuk van die partij aangesloten.
Indien het gaat om 10 of meer bijlagen, levert een partij die niet-digitaal procedeert deze gescheiden in met behulp van een uitstekend tabblad, bij voorkeur van karton of papier en wordt bovendien een overzicht bijgevoegd.
Een partij die digitaal procedeert levert de bijlagen als afzonderlijke digitale bestanden aan. Hierbij worden volgnummers met de nummers 1 tot en met 9 voorafgegaan door de cijfers 00, volgnummers met de cijfers 10 tot en met 99 worden voorafgegaan door het cijfer 0 en volgnummers vanaf 100 worden niet voorafgegaan door enig cijfer. De aanduiding van de verkorte partijnaam, het volgnummer en de korte aanduiding van de inhoud in het bewijsstuk geschiedt in kleine letters en zonder gebruikmaking van spaties (bijvoorbeeld pietersen001verzoekschrift).
De rechter kan om toezending van aanvullende stukken verzoeken.
Bij het verzoekschrift dat zich richt tot een buiten de Europese Unie gevestigde of woonachtige belanghebbende waarvan aannemelijk is dat die de Nederlandse taal niet machtig is, wordt, ten behoeve van de oproeping van die belanghebbende, tevens een exemplaar van het verzoekschrift, en de bijgevoegde stukken, ingediend in een taal die is bepaald in de toepasselijke verdragen, zoals artikel 5 van het Haags betekeningsverdrag.
Het verzoekschrift wordt ter griffie ingeschreven. Hieraan worden een zaak- en rekestnummer toegekend.
Een partij die haar verzoek of de gronden daarvan vermeerdert of verandert, vermeldt dit op duidelijk kenbare wijze in de titel van haar processtuk.
Een wederpartij die bezwaar wenst te maken tegen een vermeerdering of verandering van het verzoek of van de grondslag daarvan en op dit bezwaar een beslissing wil verkrijgen alvorens verder te procederen, maakt dit bezwaar zo spoedig mogelijk kenbaar.
Bij verbetering, aanvulling of verduidelijking van het verzoekschrift wordt een herziene versie van het verzoekschrift ingediend, onder vermelding van het oorspronkelijke zaak- en rekestnummer en de datum van ontvangst ter griffie van het oorspronkelijke verzoekschrift, voor zover bekend. In de kop van het verzoekschrift wordt tevens vermeld dat het een herziene versie betreft. Als datum van indiening geldt de datum waarop het oorspronkelijke verzoekschrift is ingediend.
Een schriftelijk stuk dat een verweer of een zelfstandig verzoek bevat, wordt aangemerkt als een verweerschrift, ongeacht de vorm die eraan is gegeven. Onder een zelfstandig verzoek wordt mede begrepen een reconventioneel of tegenverzoek. Op een zelfstandig verzoek is het bepaalde in 1.3.2 van overeenkomstige toepassing.
Een verweerschrift wordt ingediend door een advocaat, tenzij de wet een andere mogelijkheid biedt. Een belanghebbende die uitsluitend mondeling verweer voert, hoeft geen advocaat te stellen.
In het belang van een goede voorbereiding van de zaak wordt een verweerschrift bij voorkeur vijf werkdagen vóór de mondelinge behandeling ingediend.
Als niet-digitaal wordt geprocedeerd, worden het verweerschrift en de bijgevoegde stukken in meervoud ingediend: twee exemplaren voor de rechtbank en één exemplaar voor iedere verzoeker en iedere andere belanghebbende.
Als digitaal wordt geprocedeerd, worden het verweerschrift en de bijgevoegde stukken in enkelvoud ingediend.
Als het verweerschrift een bijlage of bijlagen bevat, wordt daarnaar in het verweerschrift uitdrukkelijk verwezen. De bijlagen worden genummerd. In een eventueel volgend processtuk van een partij wordt bij de nummering van de bijlagen uit het vorige processtuk van die partij aangesloten. Indien het gaat om 10 of meer bijlagen worden deze met behulp van tabbladen of op andere wijze van elkaar gescheiden en wordt bovendien een overzicht bijgevoegd.
De belanghebbende is bij indiening van een verweerschrift griffierecht verschuldigd, tenzij anders is bepaald in de Wet griffierechten in burgerlijke zaken. Het griffierecht moet door belanghebbende binnen vier weken na de indiening van het verweerschrift op de rekening van de rechtbank zijn bijgeschreven of ter griffie zijn gestort. Indien het verweerschrift na indiening wordt ingetrokken of de rechter toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in artikel 282a lid 3 Rv, blijft de belanghebbende het griffierecht verschuldigd.
Een belanghebbende die geen advocaat heeft gesteld, kan alleen in persoon, en niet bij gemachtigde, op de mondelinge behandeling verschijnen. Een rechtspersoon wordt vertegenwoordigd door een bestuurder of een andere daartoe in de statuten aangewezen persoon.
Als mondeling verweer wordt gevoerd, worden de stukken waarop de verweerder zich beroept overgelegd op de wijze zoals vermeld in artikel 1.4.5. Bewijsstukken worden in meervoud ingediend: twee exemplaren voor de rechtbank en één exemplaar voor alle overige partijen.
De rechter bepaalt dag en tijdstip van de mondelinge behandeling, tenzij hij zich aanstonds onbevoegd verklaart of het verzoek toewijst. De artikelen 87 tot en met 90 Rv zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard van de zaak of de procedure zich hiertegen verzet.
Een verzoek kan zonder mondelinge behandeling door de rechter worden afgedaan:
– als dit uit de wet voortvloeit;
– in procedures zonder belanghebbende;
– als alle partijen (de verzoeker en de belanghebbende(n)) de rechter schriftelijk hebben verzocht om zonder mondelinge behandeling te beslissen;
– als aan de belanghebbende(n) de mogelijkheid is geboden mee te delen of zij gehoord wenst/wensen te worden en hij/zij daarvan geen gebruik heeft/hebben gemaakt.
De rechtbank kan voorafgaand aan de mondelinge behandeling partijen nadere aanwijzingen of bevelen onder meer geven over:
– de vraagpunten of onderwerpen die de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling wil bespreken;
– door partijen of belanghebbenden nader in te dienen stukken, waaronder eventuele vertalingen van bewijsstukken als bedoeld in artikel 1.1.15;
– door partijen mee te brengen getuigen of partijdeskundigen.
Voor de mondelinge behandeling van het verzoek wordt de bij de rechtbank gebruikelijke tijd gereserveerd {hyperlink naar gebruikelijke tijden}.
Als een partij voorziet dat de voor hem bestemde spreektijd niet voldoende is, kan zij bij de opgave van de verhinderdata om een langere spreektijd verzoeken.
Een partij die tijdens de mondelinge behandeling nog een proceshandeling wenst te verrichten of stukken in het geding wenst te brengen, zorgt ervoor dat de rechtbank en iedere andere partij zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen de in artikel 279 lid 6 jo 87 lid 6 Rv genoemde termijn (10 dagen), een afschrift van het in te dienen processtuk of de in het geding te brengen bewijsstukken hebben ontvangen.
Op stukken die nadien worden overgelegd en op stukken waarvan tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat zij niet door alle belanghebbenden zijn ontvangen worden, als tegen overlegging daarvan bezwaar is gemaakt, geen acht geslagen, tenzij de rechtbank ter mondelinge behandeling of daarna, na toepassing van hoor en wederhoor, anders beslist.
Omvangrijke stukken die zonder noodzaak op of vlak voor de in artikel 87 lid 6 Rv genoemde termijn (10 dagen) worden overgelegd, kunnen als in strijd met de goede procesorde buiten beschouwing worden gelaten.
Als niet-digitaal wordt geprocedeerd en de mondelinge behandeling meervoudig wordt gehouden, dient deze partij het in te dienen processtuk of de in het geding te brengen bewijsstukken in viervoud in.
Als digitaal wordt geprocedeerd, dient de partij het in te dienen processtuk of de in het geding te brengen bewijsstukken in enkelvoud in.
Partijen kunnen op de mondelinge behandeling een korte pleitnotitie voordragen en overleggen.
Een verzoek om uitstel van de mondelinge behandeling wordt schriftelijk gedaan, onder vermelding van de verhinderdata van alle betrokkenen.
Indien de datum voor de mondelinge behandeling door de rechter is bepaald nadat partijen in de gelegenheid zijn geweest verhinderdata op te geven, wordt alleen uitstel verleend:
– op eenstemmig verzoek van alle partijen, tenzij uitstel zou leiden tot onredelijke vertraging van het geding;
– op verzoek van een partij op grond van klemmende redenen.
Het verzoek om uitstel op grond van klemmende redenen wordt gemotiveerd.
De om uitstel verzoekende partij zendt zijn verzoek tegelijkertijd aan de overige partijen.
De beslissing op het verzoek om uitstel wordt schriftelijk aan partijen meegedeeld.
Indien een partij of een als belanghebbende opgeroepen persoon op de voor de mondelinge behandeling bepaalde dag en tijdstip is gedetineerd en deze partij of de als belanghebbende opgeroepen persoon zijn aanwezigheid op de mondelinge behandeling gewenst acht, verzoekt hij de rechtbank tijdig schriftelijk zijn aanwezigheid op de mondelinge behandeling te bevorderen.
Dit verzoek bevat tenminste de volgende gegevens:
– de voor- en achternamen van de gedetineerde (voluit);
– de geboortedatum van de gedetineerde;
– de geslacht en nationaliteit van de gedetineerde; en
– de huidige verblijfplaats van de gedetineerde.
Als een partij of een belanghebbende de Nederlandse taal niet (voldoende) machtig is, draagt zij zorg voor een tolk. De kosten van deze tolk komen voor rekening van die partij of belanghebbende.
De hiervoor vermelde artikelen in deze paragraaf zijn van overeenkomstige toepassing op andere zittingen dan de mondelinge behandeling, waaronder begrepen het (voorlopige) getuigenverhoor, het horen van een (partij)deskundige ter zitting, de (voorlopige) gerechtelijke plaatsopneming of bezichtiging, tenzij de aard van de bepaling zich daartegen verzet.
Een uitspraak kan schriftelijk worden gedaan of op de mondelinge behandeling kan mondeling uitspraak worden gedaan als bedoeld in artikel 29a Rv.
De schriftelijke uitspraak wordt gedaan op een vaste dag {hyperlink naar de vaste dagen}, tenzij de rechter anders bepaalt.
Tenzij op de mondelinge behandeling mondeling uitspraak is gedaan, wordt in beginsel uitspraak gedaan op een termijn van zes weken. In zaken waarin een mondelinge behandeling plaatsvindt, wordt de dag van de uitspraak tijdens de mondelinge behandeling aan partijen meegedeeld.
De rechtbank laat berichten van een partij, anders dan bedoeld in artikel 283 Rv, die haar bereiken nadat uitspraak is bepaald buiten beschouwing, tenzij blijkt dat de wederpartij en de eventuele overige belanghebbenden ermee hebben ingestemd dat het bericht ter kennis van de rechtbank wordt gebracht.
Aanhouding van de uitspraak wordt schriftelijk onder vermelding van een nieuwe datum aan partijen meegedeeld.
Als niet-digitaal wordt geprocedeerd, wordt de beschikking aan partijen toegezonden. Indien digitaal wordt geprocedeerd, wordt de uitspraak digitaal ter beschikking gesteld.
In bijzonder spoedeisende gevallen kan een afschrift van een verkorte uitspraak worden afgegeven, dat zo spoedig mogelijk wordt gevolgd door afgifte van een afschrift van de uitgewerkte versie daarvan. Als digitaal wordt geprocedeerd, wordt een afschrift van een verkorte uitspraak digitaal ter beschikking gesteld.
Van de uitspraak wordt aan de partij die daarbij belang heeft, een voor tenuitvoerlegging bestemd afschrift (grosse) verstrekt. Deze wordt altijd op papier verstrekt.
Voor mondelinge uitspraken geldt het bepaalde in artikel 29a Rv.
Op de website van het Europees e-justitieportaal (e-justice.europa.eu/155/NL/online_forms) staan formulieren opgenomen die kunnen worden gebruikt voor een aanvraag bij de rechtbank van verschillende waarmerkingen/goedkeuringen met betrekking tot grensoverschrijdende zaken.
Het betreft onder andere de formulieren voor een Europees betalingsbevel (Verordening (EG) nr. 1896/2006), voor geringe vorderingen in grensoverschrijdende zaken (Verordening (EG) nr. 861/2007), inzake de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Verordening (EU) nr. 1215/2012 en Verordening (EG) nr. 44/2001), inzake de Europese executoriale titel (Verordening 805/2004), inzake een Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen (Verordening (EU) nr. 655/2014) en formulieren betreffende de wederzijdse erkenning van beschermingsmaatregelen (Verordening (EU) nr. 606/2013).
De nadere regels met betrekking tot deze verzoeken staan hieronder opgenomen. Voor het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen wordt verwezen naar de beslagsyllabus, onderdeel G12.2.
Bevoegde rechter:
de rechtbank Den Haag (Stb. 2015, 98).
Over te leggen stukken:
– formulier A, (bijlage I van de EBB-verordening).
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van het Nederlandse gerecht dat de beslissing heeft gegeven waarvan de waarmerking wordt gevraagd. Betreft het een beslissing van een kantonrechter, dan wordt het verzoek gedaan aan de kantonrechter. Betreft het een beslissing van een gerechtshof, dan wordt het verzoek gedaan aan het gerechtshof.
Over te leggen stukken:
– een authentiek afschrift van de beslissing waarvan de waarmerking wordt gevraagd;
– het procesinleidend stuk dat tot de beslissing heeft geleid;
– de gegevens die de rechter nodig heeft om de beslissing volgens bijlage I bij de verordening als Europese executoriale titel te kunnen waarmerken.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van het Nederlandse gerecht dat de beslissing heeft gegeven waarvan de waarmerking wordt gevraagd. Betreft het een beslissing van een kantonrechter, dan wordt het verzoek gedaan aan de kantonrechter. Betreft het een beslissing van een gerechtshof, dan wordt het verzoek gedaan aan het gerechtshof.
Over te leggen stukken:
– een authentiek afschrift van de beslissing waarop het verzoek betrekking heeft;
– het procesinleidend stuk dat tot de beslissing heeft geleid;
– de gegevens die de rechter nodig heeft om het bewijs volgens bijlage IV bij de verordening af te kunnen geven.
Bevoegde rechter:
het gerecht dat het bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel heeft verstrekt.
Over te leggen stukken:
– het formulier, bedoeld in artikel 10 derde lid van de EET-verordening;
– het (zo mogelijk originele) bewijs van waarmerking en de bij het verkrijgen daarvan overgelegde stukken.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van de rechtbank waarvoor de schikking is getroffen. Betreft het een voor een kantonrechter getroffen schikking, dan wordt het verzoek gedaan aan de kantonrechter. Betreft het een voor een gerechtshof getroffen schikking, dan wordt het verzoek gedaan aan dat gerechtshof.
Over te leggen stukken (artikel 6 juncto artikel 2 Uitvoeringswet):
– het formulier, bedoeld in artikel 24 lid 1 van de EET-verordening;
– een authentiek afschrift van de gerechtelijke schikking waarvan de waarmerking wordt gevraagd;
– het procesinleidend stuk dat tot de gerechtelijke schikking heeft geleid.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van de rechtbank van de plaats van vestiging van de notaris die de authentieke akte heeft verleden.
Over te leggen stukken (artikel 7 juncto artikel 2 Uitvoeringswet):
– het formulier, bedoeld in artikel 25 lid 1 van de EET-verordening;
– een afschrift van de authentieke akte waarvan de waarmerking wordt gevraagd.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een expeditie van de beslissing (artikel 53 lid 1 EEX-verordening 2001/EVEX-verdrag 2007), of, indien de wetgeving van het betrokken land in de afgifte daarvan niet voorziet, een grosse, of
– de authentieke akte (artikel 57 EEX-verordening 2001/EVEX-verdrag 2007), of de gerechtelijke schikking (artikel 58 EEX-verordening 2001/EVEX-verdrag 2007), en
– het originele certificaat (artikel 53 lid 2 juncto artikel 54 EEX-verordening 2001/EVEX-verdrag 2007).
Bevoegde rechter:
de rechtbank van welke de voorzieningenrechter op het verzoek om verlof tot tenuitvoerlegging heeft beschikt (artikel 4 lid 1 Uitvoeringswet).
Over te leggen stukken:
– een afschrift van de uitspraak (art. 53 lid 1 EEX-Verordening 2001/EVEX-verdrag 2007), of
– een afschrift van de authentieke akte (art. 57 lid 4 EEX-Verordening 2001/EVEX-verdrag 2007), of
– een afschrift van de gerechtelijke schikking (art. 58 EEX-Verordening 2001/EVEX-Verdrag 2007), en een volledig en authentiek afschrift van de beslissing op het verzoek tot uitvoerbaarverklaring;
– een afschrift van het verzoek tot uitvoerbaarverklaring en de in dat kader overgelegde stukken.
Bevoegde rechter:
het gerecht waar de uitspraak is gedaan.
Over te leggen stukken:
– een afschrift van de uitspraak (art. 53 lid 1 EEX-Verordening/EVEX-verdrag 2007), of
– een afschrift van de gerechtelijke schikking (art. 58 EEX-Verordening/EVEX-verdrag 2007), en
– indien het een uitspraak betreft die bij verstek is gewezen: een stuk waaruit blijkt wanneer het stuk dat het geding heeft ingeleid, aan de verweerder tegen wie verstek werd verleend is betekend of is meegedeeld.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een afschrift van de beslissing dat aan de voorwaarden voldoet om de echtheid ervan te kunnen vaststellen, en
– het krachtens artikel 53 afgegeven certificaat, zo nodig voorzien van een vertaling daarvan.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een afschrift van de beslissing dat aan de voorwaarden voldoet om de echtheid ervan te kunnen vaststellen, en
– het in overeenstemming met artikel 53 afgegeven certificaat, zo nodig voorzien van een vertaling daarvan, waaruit blijkt dat de beslissing uitvoerbaar is en dat een uittreksel van de beslissing bevat, alsook, in voorkomend geval, relevante informatie over de invorderbare kosten van de procedure en de berekening van rente, en
Indien in de beslissing voorlopige en bewarende maatregelen zijn gelast:
– een afschrift van de beslissing dat aan de voorwaarden voldoet om de echtheid ervan te kunnen vaststellen;
– het overeenkomstig artikel 53 afgegeven certificaat, zo nodig voorzien van een vertaling daarvan, dat een beschrijving van de maatregel bevat en waaruit blijkt dat:
i) het gerecht bevoegd is om van het bodemgeschil kennis te nemen;
ii) de beslissing in de lidstaat van herkomst uitvoerbaar is, en
Indien de maatregel werd gelast zonder dat de verweerder was opgeroepen:
– het bewijs dat de beslissing hem is betekend.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– het krachtens artikel 53 afgegeven certificaat, zo nodig voorzien van een vertaling daarvan, en
Indien de betekening aan de persoon jegens wie om de tenuitvoerlegging wordt verzocht nog niet heeft plaatsgevonden:
– een afschrift van de beslissing dat aan de voorwaarden voldoet om de echtheid ervan te kunnen vaststellen.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter (artikel 2 Uitvoeringswet EEG-Executieverdrag).
Over te leggen stukken:
– een volledig en authentiek afschrift van de beslissing waarvoor verlof tot tenuitvoerlegging wordt gevraagd (artikel 46 aanhef sub 1 EEX-verdrag);
– indien de beslissing waarvoor verlof tot tenuitvoerlegging wordt gevraagd bij verstek is gewezen: het origineel of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het document waaruit blijkt dat het stuk dat het geding heeft ingeleid of een gelijkwaardig stuk aan de niet-verschenen partij is betekend of is meegedeeld en wel regelmatig en zo tijdig als met het oog op zijn verdediging nodig was (artikel 46 aanhef sub 2 EEX-verdrag juncto artikel 27 aanhef sub 2 EEX-verdrag);
– een document waaruit kan worden vastgesteld dat de beslissing waarvoor verlof tot tenuitvoerlegging wordt gevraagd, volgens de wet van de Staat van herkomst uitvoerbaar is en betekend is geworden (artikel 47 aanhef sub 1 EEX-verdrag);
– voor zoveel nodig, een document waaruit blijkt dat de verzoeker in de Staat van herkomst vergunning heeft verkregen om kosteloos of tegen verminderd tarief te procederen;
– een voor eensluidend afschrift gewaarmerkte vertaling van bovengenoemde stukken (artikel 48 lid 2 EEX-verdrag juncto artikel 22 Rv).
Vereisten:
zie hiervoor bij het EEX-verdrag.
Bevoegde rechter:
de rechtbank (artikel 2 lid 1 Uitvoeringswet Bewijsverkrijgingsverordening).
Over te leggen stukken:
– formulier A (verzoek aan het bevoegde gerecht van een andere lidstaat om bewijsverkrijging), of
– formulier L (verzoek om rechtstreekse bewijsverkrijging in een andere lidstaat), en
– stukken die naar het oordeel van het verzoekende gerecht noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het verzoek en derhalve moeten worden toegevoegd, gaan vergezeld van een vertaling van de stukken in de taal waarin het verzoek is gesteld.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het handelsregister van de opgerichte rechtspersoon;
– een kopie van (het concept van) de notariële akte van oprichting van de rechtspersoon.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het handelsregister van de rechtspersoon waarvan een orgaan het te vernietigen besluit heeft genomen;
– een kopie van de huidige statuten van deze rechtspersoon;
– een kopie van het besluit waarop de voorgenomen vordering tot vernietiging betrekking heeft.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het handelsregister van de rechtspersoon waarvan een orgaan het te vernietigen besluit heeft genomen;
– een kopie van de huidige statuten van deze rechtspersoon;
– een kopie van het besluit waarop de voorgenomen vordering tot vernietiging betrekking heeft.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het handelsregister van de om te zetten rechtspersoon;
– een kopie van de huidige statuten van de om te zetten rechtspersoon;
– de notariële (ontwerp)akte met daarin de statuten van de rechtspersoon, zoals deze na omzetting zullen luiden, met daarbij gevoegd de wettelijk voorgeschreven bijlagen;
– een kopie van het besluit tot omzetting;
– een kopie van het besluit tot statutenwijziging.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het handelsregister van de te ontbinden rechtspersoon;
– een kopie van de huidige statuten van de te ontbinden rechtspersoon;
– indien de verklaring wordt gevraagd op grond van artikel 19 lid 1 onder d BW:
– stukken waaruit blijkt dat leden ontbreken.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het handelsregister van de te ontbinden rechtspersoon;
– een kopie van de huidige statuten van de te ontbinden rechtspersoon.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het handelsregister van de te ontbinden rechtspersoon;
– een kopie van de huidige statuten van de te ontbinden rechtspersoon.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het handelsregister van de te vereffenen rechtspersoon;
– een kopie van de huidige statuten van de te vereffenen rechtspersoon.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een kopie van de rekening en verantwoording;
– een kopie van het plan van verdeling;
– bewijs van de mededeling van het verzet.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het handelsregister van de vereffende rechtspersoon;
– een kopie van de laatste statuten van de vereffende rechtspersoon.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het handelsregister van de te ontbinden NV;
– een kopie van de huidige statuten van de te ontbinden NV.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een kopie van de statuten van de rechtspersoon;
– een actueel uittreksel uit het handelsregister van de vennootschap;
– een kopie van het aandeelhoudersregister of andere stukken waaruit blijkt dat de verzoeker houder is onderscheidenlijk dat de verzoekers gezamenlijk houder zijn van tenminste 10% van het geplaatste aandelenkapitaal van de vennootschap;
– een kopie van het verzoek aan het bestuur en de raad van commissarissen tot bijeenroeping van een algemene vergadering, mede inhoudende een nauwkeurige opgave van de te behandelen onderwerpen.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het handelsregister van de te ontbinden BV;
– een kopie van de huidige statuten van de te ontbinden BV.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het handelsregister van de stichting;
– een kopie van de huidige statuten van de stichting;
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het handelsregister van de stichting;
– een kopie van de huidige statuten van de stichting;
– een kopie van het besluit tot statutenwijziging;
– de tekst van de voorgestelde wijziging.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het handelsregister van de stichting;
– een kopie van de huidige statuten van de stichting.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het handelsregister van de stichting;
– een kopie van de huidige statuten van de stichting;
– een bereidverklaring van de voorgestelde te benoemen bestuurder.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het handelsregister van de stichting;
– een kopie van de huidige statuten van de stichting.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het handelsregister van de te fuseren rechtspersonen;
– een kopie van de huidige statuten van de te fuseren rechtspersonen;
– een kopie van het voorstel tot fusie;
– een kopie van de aankondiging van de nederlegging van het voorstel tot fusie;
– een kopie van de notariële (ontwerp)akte van fusie.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het handelsregister van de te fuseren rechtspersonen;
– een kopie van de huidige statuten van de te fuseren rechtspersonen;
– een kopie van het voorstel tot fusie;
– een kopie van de aankondiging van de nederlegging van het voorstel tot fusie;
– een kopie van het besluit tot fusie;
– een kopie van de notariële (ontwerp)akte van fusie.
Bevoegde rechter:
de rechtbank die ter zake van een vordering tot verdeling bevoegd zou zijn of voor wie een zodanige vordering reeds aanhangig is.
Over te leggen stukken:
– indien er sprake is van een huwelijksgemeenschap: een kopie van de echtscheidingsbeschikking;
– bewijs van inschrijving van de beschikking in de registers van de burgerlijke stand;
– bij een onroerende zaak:
– recent taxatierapport (waarde in vrije staat per datum taxatie);
– eigendomsbewijs;
– recent kadastraal en (uitgebreid) hypothecair uittreksel;
– indien van toepassing: bewijsstuk van een schuld die voor rekening van de gemeenschap komt.
Bevoegde rechter:
de rechtbank of de voorzieningenrechter die ter zake van een vordering tot verdeling bevoegd zou zijn of voor wie een zodanige vordering reeds aanhangig is.
Over te leggen stukken:
– echtscheidingsbeschikking;
– bewijs van inschrijving van de beschikking in de registers van de burgerlijke stand;
– bij een onroerende zaak:
– recent taxatierapport (waarde in vrije staat per datum taxatie);
– eigendomsbewijs;
– recent kadastraal en (uitgebreid) hypothecair uittreksel;
– bewijsstuk van een schuld die voor rekening van de gemeenschap komt of waarvan het aangaan geboden is voor het behoud van een goed van de gemeenschap.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een kopie van de uitspraak waarbij de verdeling is bevolen.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een kopie van de akte waarbij het pand- of hypotheekrecht is gevestigd.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een kopie van de pandakte waarbij het pandrecht is gevestigd.
– een recent taxatierapport (niet ouder dan zes maanden) met betrekking tot de onderhandse verkoopwaarde en de executiewaarde van het pand.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een recent taxatierapport (niet ouder dan zes maanden) met betrekking tot de onderhandse verkoopwaarde en de executiewaarde van het pand.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een kopie van een niet langer dan één maand tevoren door een deurwaarder aan de huurder c.q. onderhuurder uitgebracht exploot, waarbij aan de huurder of onderhuurder wordt betekend de aanzegging of de overneming van de executie door de hypotheekhouder bedoeld in artikel 544 Rv en aan de huurder of onderhuurder wordt aangezegd dat het beding jegens de huurder zal worden ingeroepen (artikel 549 lid 1 Rv);
– afschriften van alle relevante hypotheekaktes en eventueel van toepassing zijnde algemene voorwaarden, waarnaar bij het huurbeding wordt verwezen;
– een recent taxatierapport (niet ouder dan zes maanden en in beginsel geen geveltaxatie) dat de waarde in bewoonde en in onbewoonde staat van het registergoed vermeldt;
– een opgave van de schuld op het moment (ongeveer) van indiening van het verzoekschrift;
– indien uit de hypotheekakte niet blijkt dat het registergoed ten tijde van de hypotheekstelling niet was verhuurd: een uittreksel uit de BRP van het adres van de woning met betrekking tot het tijdstip van hypotheekstelling;
– een kopie van de huurovereenkomst(en) of uittreksel(s) uit de BRP van het adres van de woning waaruit blijkt dat de huur is ingegaan nadat het huurbeding werd gemaakt;
– het aanzeggingsexploot aan de eigenaar.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een kopie van de hypotheekakte (inclusief eventuele van toepassing zijnde algemene voorwaarden).
{hyperlink aanbeveling behandeling verzoek voor onderhandse verkoop}
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een volledig (ondertekende) koopakte (artikel 548 lid 2 Rv);
– kopieën van alle gedane biedingen, dan wel een verklaring van de behandelend notaris dat geen biedingen zijn gedaan (artikel 548 lid 2 Rv);
– een lijst van de in artikel 544 Rv bedoelde belanghebbenden (hypotheekgever, schuldenaar en degenen wier recht of beslag uit de registers blijkt en wier recht door de executoriale verkoop zal tenietgaan of vervallen);
– een kadastraal en hypothecair uittreksel met betrekking tot de onroerende zaak en de daarop gelegde beslagen, allebei niet ouder dan één week;
– een recent taxatierapport (niet ouder dan zes maanden en niet van latere datum dan de eerste onderhandse bieding en in beginsel geen geveltaxatie) met betrekking tot de onderhandse verkoopwaarde en de executiewaarde van de onroerende zaak;
– een kopie van de hypotheekakte.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een verklaring van de eerste hypotheekhouder van hetgeen hem van de opbrengst toekomt krachtens de door de eerste hypotheek verzekerde vordering of andere vorderingen die eveneens door hypotheek zijn verzekerd en in rang onmiddellijk bij de eerste aansluiten, met vermelding van schuldeisers wier vordering boven de zijne rang neemt;
– een kopie van de hypotheekakte;
– een kopie van het deurwaardersexploot waarbij de executie is aangezegd;
– een kopie van het proces-verbaal van veiling en akte van gunning ingeval de verkoop in het openbaar heeft plaatsgevonden;
– een kopie van de beschikking van de voorzieningenrechter ingeval de uitwinning door middel van een onderhandse verkoop is gebeurd;
– voor zover dat niet reeds uit vorenstaande stukken kan blijken: bescheiden waaruit blijkt wanneer de betaaldag is.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een kopie van een door de bewaarder van het kadaster en de openbare registers af te geven kadastraal uittreksel inzake hypotheken als bedoeld in artikel 100 lid 1 Kadasterwet, waarin de inschrijving en de boekingen in het register van voorlopige aantekeningen die voor de aanwijzing van de in artikel 551 Rv bedoelde belanghebbenden van belang zijn, worden vermeld;
– een kopie van een door de notaris af te geven staat van de schuldeisers die beslag hebben gelegd op de opbrengst van de executie of hun vordering ontlenen aan artikel 3:264 lid 7 BW.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een kopie van het proces-verbaal van veiling of een afschrift van de akte van levering en, indien gemaakt, voorzien van een aantekening als bedoeld in artikel 15 Kadasterwet;
– een bewijsstuk waaruit blijkt dat door de koper de koopprijs aan de notaris is betaald;
– een kadastraal uittreksel.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– de uiterste wilsbeschikking waarin het bewind is ingesteld.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een kopie van de akte van overlijden, een uittreksel uit de BRP van de overledene of een uittreksel uit het register OM van de overledene;
– een kopie van het testament van de overledene (indien opgemaakt) of een gewaarmerkte verklaring uit het testamentenregister (dat geen testament is opgemaakt);
– een kopie van de akte verwerping nalatenschap (indien opgemaakt);
– een kopie van de akte van beneficiaire aanvaarding nalatenschap (indien opgemaakt);
– een opgave door de notaris van de namen en adressen van de bekende erfgenamen.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen het rechtsgebied waar de aflevering plaatsvindt of moet plaatsvinden.
Over te leggen stukken:
– bewijs van de vervoerovereenkomst;
– bewijs van het recht op aflevering (vrachtbrief of cognossement);
– de naw-gegevens van de vervoerder, afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen het rechtsgebied waar de aflevering plaatsvindt of moet plaatsvinden.
Over te leggen stukken:
– bewijs van de expeditieovereenkomst;
– bewijs van het recht op aflevering (vrachtbrief of cognossement);
– de naw-gegevens van de vervoerder, afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het scheepsregister;
– bewijs van deelname in de eigendom van het schip;
– de naw-gegevens van de leden en – indien een ander dan de boekhouder het verzoek doet – van de boekhouder van de rederij;
– bewijs van de datum van beëindiging van de betrekking van de boekhouder.
Bevoegde rechter:
de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het scheepsregister;
– bewijs van deelname in de eigendom van het schip;
– de naw-gegevens van de leden en van de boekhouder van de rederij;
– bewijs van de datum van beëindiging van de betrekking van de boekhouder;
– bewijs van de datum van kennisgeving van het verlangen tot overneming aan de overige leden der rederij.
Bevoegde rechter:
de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het scheepsregister;
– bewijs van deelname in de eigendom van het schip;
– de naw-gegevens van de leden en – indien van toepassing – van de boekhouder van de rederij.
Bevoegde rechter:
de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het scheepsregister;
– bewijs van deelname in de eigendom van het schip;
– de naw-gegevens van de leden en – indien van toepassing – van de boekhouder van de rederij.
Bevoegde rechter:
de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het scheepsregister;
– bewijs van deelname in de eigendom van het schip;
– de naw-gegevens van de leden en – indien van toepassing – van de boekhouder van de rederij.
Bevoegde rechter:
de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het scheepsregister van het schip;
– een actueel uittreksel uit het scheepsregister van eventuele hypotheken of beslagen;
– een kopie van een geldig legitimatiebewijs van iedere aanvrager;
– indien de aanvrager een rechtspersoon is: een actueel uittreksel uit het handelsregister;
– indien doorhaling wordt verzocht door een gevolmachtigde: een kopie van de volmacht;
– stukken waaruit de gestelde reden van de doorhaling blijkt;
– indien het schip is vergaan, gesloopt of blijvend ongeschikt is geworden: stukken ter staving van de gegrondheid daarvan.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– een kopie van het cognossement;
– de naw-gegevens van de vervoerder, geadresseerde en ‘notify party’.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– bewijs van de overeenkomst van zeevervoer;
– bewijs van het recht op aflevering (cognossement);
– de naw-gegevens van de vervoerder, afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– bewijs van de vervoerovereenkomst (cognossement);
– bewijs van de reden voor het opslaan, het onder zich houden of andere maatregelen;
– bewijs van kennisgeving van de aankomst van het schip aan de rechthebbende;
– de naw-gegevens van de afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– bewijs van de vervoerovereenkomst (cognossement);
– bewijs van de reden voor het opslaan, het onder zich houden of andere maatregelen;
– bewijs van de kennisgeving van de voorgenomen verkoop (artikel 8:491 lid 2 BW);
– de naw-gegevens van de afzender/bevrachter, geadresseerde, ‘notify party’ en bewaarnemer.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– bewijs van de vervoerovereenkomst of van het recht op aflevering (cognossement);
– de naw-gegevens van de vervoerder, afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– bewijs van de vervoerovereenkomst of van het recht op aflevering (cognossement);
– de naw-gegevens van de vervoerder, afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– bewijs van oproeping van de eigenaar of rechthebbende op het schip of de zaak waaraan hulp is verleend;
– de naw-gegevens van de eigenaar of rechthebbende op het schip of de zaak waaraan hulp is verleend, van de bewaarnemer en van de hulpverlener.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– bewijs van de vervoerovereenkomst (cognossement);
– bewijs van de avarij-grosse handeling;
– de naw-gegevens van de vervoerder, afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.
Bevoegde rechter:
de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– de dispache en – indien van toepassing – het bewijs van depot daarvan;
– de naw-gegevens van de vervoerder, afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.
Bevoegde rechter:
de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– de dispache en – indien van toepassing – het bewijs van depot daarvan;
– de naw-gegevens van de vervoerder, afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– de dispache;
– de naw-gegevens van de vervoerder, afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.
Bevoegde rechter:
de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het scheepsregister of ander bewijs van de inschrijving van het schip in het betreffende buitenlandse scheepsregister;
– een actuele meetbrief;
– de naw-gegevens van alle bij het voorval betrokken partijen of van alle bekende schuldeisers.
Bevoegde rechter:
de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het scheepsregister of ander bewijs van de inschrijving van het schip in het betreffende buitenlandse scheepsregister;
– een actuele meetbrief;
– de naw-gegevens van alle bij het voorval betrokken partijen of van alle bekende schuldeisers.
Bevoegde rechter:
de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het scheepsregister van het schip;
– een actueel uittreksel uit het scheepsregister van eventuele hypotheken of beslagen;
– een kopie van een geldig legitimatiebewijs van iedere aanvrager;
– indien de aanvrager een rechtspersoon is: een actueel uittreksel uit het handelsregister;
– indien doorhaling wordt verzocht door een gevolmachtigde: een kopie van de volmacht;
– stukken waaruit de gestelde reden van de doorhaling blijkt;
– indien het schip is vergaan, gesloopt of blijvend ongeschikt is geworden: stukken ter staving van de gegrondheid daarvan.
Bevoegde rechter:
de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het scheepsregister;
– een actueel uittreksel uit het scheepsregister betreffende hypotheken en beslagen;
– een notariële akte van huurkoop;
– indien van toepassing: bewijs van inschrijving van de huurkoop in het scheepsregister.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– een kopie van het cognossement;
– de naw-gegevens van de vervoerder, geadresseerde en ‘notify party’.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– bewijs van de vervoerovereenkomst;
– bewijs van het recht op aflevering (cognossement);
– de naw-gegevens van de vervoerder, afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– bewijs van de vervoerovereenkomst (cognossement);
– bewijs van de reden voor het opslaan, het onder zich houden of andere maatregelen;
– bewijs van de oproeping van de rechthebbende;
– de naw-gegevens van de afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– bewijs van de vervoerovereenkomst (cognossement);
– bewijs van de reden voor het opslaan, het onder zich houden of andere maatregelen;
– bewijs van de oproeping van de rechthebbende;
– de naw-gegevens van de afzender/bevrachter, geadresseerde, ‘notify party’ en bewaarnemer.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– bewijs van de vervoerovereenkomst of van het recht op aflevering (cognossement);
– de naw-gegevens van de vervoerder, afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– bewijs van de vervoerovereenkomst of van het recht op aflevering (cognossement);
– de naw-gegevens van de vervoerder, afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.
Bevoegde rechter:
de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het scheepsregister of ander bewijs van de inschrijving van het schip in het betreffende buitenlandse scheepsregister;
– een actuele meetbrief;
– de naw-gegevens van alle bij het voorval betrokken partijen of van alle bekende schuldeisers.
Bevoegde rechter:
de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het scheepsregister of ander bewijs van de inschrijving van het schip in het betreffende buitenlandse scheepsregister;
– een actuele meetbrief;
– de naw-gegevens van alle bij het voorval betrokken partijen of van alle bekende schuldeisers.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen het rechtsgebied waar de zaken zich bevinden.
Over te leggen stukken:
– bewijs van de vervoerovereenkomst of de expeditieovereenkomst;
– bewijs van het recht op aflevering (vrachtbrief);
– de naw-gegevens van de vervoerder, afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– bewijs van de vervoerovereenkomst (vrachtbrief);
– bewijs van de reden voor het opslaan, het onder zich houden of andere maatregelen;
– bewijs van de oproeping van de rechthebbende;
– de naw-gegevens van de afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen het rechtsgebied waar de zaken zich bevinden.
Over te leggen stukken:
– bewijs van de vervoerovereenkomst (vrachtbrief);
– bewijs van de reden voor het opslaan, het onder zich houden of andere maatregelen;
– bewijs van de oproeping van de rechthebbende;
– de naw-gegevens van de afzender/bevrachter, geadresseerde, ‘notify party’ en bewaarnemer.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen het rechtsgebied waar de zaken zich bevinden.
Over te leggen stukken:
– bewijs van de vervoerovereenkomst of van het recht op aflevering (vrachtbrief);
– de naw-gegevens van de vervoerder, afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.
Over te leggen stukken:
– bewijs van de vervoerovereenkomst (vrachtbrief);
– bewijs van de reden voor het opslaan, het onder zich houden of andere maatregelen;
– bewijs van de oproeping van de rechthebbende;
– de naw-gegevens van de afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van de rechtbank, binnen het rechtsgebied waar de zaken zich bevinden.
Over te leggen stukken:
– bewijs van de vervoerovereenkomst (vrachtbrief);
– bewijs van de reden voor het opslaan, het onder zich houden of andere maatregelen;
– bewijs van de oproeping van de rechthebbende;
– de naw-gegevens van de afzender/bevrachter, geadresseerde, ‘notify party’ en bewaarnemer.
Bevoegde rechter:
de rechtbank van de gekozen woonplaats.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het nationaliteitsregister van het luchtvaartuig;
– een kopie van een geldig legitimatiebewijs van iedere aanvrager;
– indien de aanvrager een rechtspersoon is: een actueel uittreksel uit het handelsregister;
– indien teboekstelling wordt verzocht door een gevolmachtigde: een kopie van de volmacht;
– een verklaring van de Inspectie Verkeer en Waterstaat inzake de maximaal toegelaten massa;
– een verklaring van de eigenaar in de zin van artikel 8:1303 lid 4 BW.
Bevoegde rechter:
de rechtbank van de gekozen woonplaats.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het nationaliteitsregister van het luchtvaartuig;
– een kopie van een geldig legitimatiebewijs van iedere aanvrager;
– indien de aanvrager een rechtspersoon is: een actueel uittreksel uit het handelsregister;
– indien doorhaling wordt verzocht door een gevolmachtigde: een kopie van de volmacht;
– een verklaring van de Inspectie Verkeer en Waterstaat inzake de maximaal toegelaten massa;
– indien het luchtvaartuig niet of niet meer de hoedanigheid van Nederlands luchtvaartuig heeft: een door de Minister van Verkeer en Waterstaat afgegeven verklaring, dat de inschrijving van het luchtvaartuig in het Nederlandse register voor burgerluchtvaartuigen, bedoeld in artikel 3.3 van de Wet luchtvaart, is doorgehaald;
– in een geval als bedoeld in artikel 8:1304 lid 1 onder b onderdelen 1°, 2° of 3° BW: een door de Minister van Verkeer en Waterstaat afgegeven verklaring, dat de inschrijving van het luchtvaartuig in het Nederlandse register voor burgerluchtvaartuigen, bedoeld in artikel 3.3 van de Wet luchtvaart, is doorgehaald;
– in een geval als bedoeld in artikel 8:1304 lid 1 onder b onderdeel 4° BW: een door de bevoegde autoriteit afgegeven bewijsstuk van teboekstelling of een uittreksel uit het verdragsregister waaruit blijkt dat het luchtvaartuig aldaar te boek staat;
– in andere gevallen: bescheiden, waaruit de gestelde feiten blijken.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen het rechtsgebied waar de zaken zich bevinden.
Over te leggen stukken:
– bewijs van de vervoerovereenkomst (cognossement);
– bewijs van de reden voor het opslaan, het onder zich houden of andere maatregelen;
– bewijs van de oproeping van de rechthebbende;
– de naw-gegevens van de afzender/bevrachter, geadresseerde, ‘notify party’ en bewaarnemer.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een kopie van de brief van de griffier, inzake de (gehele of gedeeltelijke) weigering om aan het verzoek tot het geven van een afschrift te voldoen (artikel 29 lid 6 Rv).
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een kopie van de concept-dagvaarding.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een kopie van de concept-dagvaarding.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Bevoegde rechter:
de rechter die het vonnis heeft gewezen.
Over te leggen stukken:
– een kopie van het vonnis waarin de kostenveroordeling is uitgesproken;
– indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden: het exploot van betekening en de brief waarbij de wederpartij is aangeschreven om alsnog in der minne aan het gewezen vonnis te voldoen.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een kopie van de executoriale titel.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een kopie van het stuk waaruit blijkt dat de beslaglegger de executant schriftelijk een redelijke termijn heeft gesteld om alsnog tot verkoop over te gaan (artikel 459 lid 2 Rv);
– een kopie van de aanzeggingen van de beslaglegger aan de executant en de geëxecuteerde dat hij de executie wil overnemen (artikel 459 lid 1 Rv);
– een kadastraal uittreksel waaruit blijkt of er meer beslagleggers met een executoriale titel zijn (degene die het oudste executoriale beslag heeft gelegd is bevoegd tot overneming, tenzij de voorzieningenrechter van de rechtbank op verzoek van de meest gerede partij anders beslist (artikel 459 lid 3 Rv).
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een kopie van het deurwaardersexploot waarbij de pandhouder aan de beslaglegger aanzegt dat hij de executie overneemt, met opgave van de termijn binnen welke hij tot verkoop zal overgaan.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een kopie van het deurwaardersexploot, waarbij de executie is aangezegd.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een kopie van het deurwaardersexploot, waarbij de executie is aangezegd.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een kopie van het deurwaardersexploot, waarbij de executie is aangezegd;
– een concept van de veilcondities.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een actueel uittreksel uit het handelsregister van de vennootschap op wiens aandelen beslag is gelegd;
– een kopie van de huidige statuten van de vennootschap op wiens aandelen beslag is gelegd;
– de titel (vonnis, (verlof-)beschikking, gerechtelijke schikking of akte) op grond waarvan beslag is gelegd;
– een kopie van de betekening van de titel aan debiteur;
– een kopie van het exploot van beslaglegging;
– een kopie van het exploot waarbij van het beslag mededeling is gedaan aan de geëxecuteerde;
– zo mogelijk: de mededeling als bedoeld in artikel 474f Rv;
– een voorstel met betrekking tot de wijze van verkoop (bv. de termijn, onderhands of bij veiling).
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– staat van alle in artikel 480 Rv bedoelde belanghebbenden (waaronder de executant en de geëxecuteerde) met vermelding van hun woonplaatsen, opgemaakt door de deurwaarder.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een kopie van de pandakte waarbij het pandrecht is gevestigd.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een kopie van het stuk waaruit blijkt dat verzoeker de oudere beslaglegger schriftelijk een redelijke termijn heeft gesteld om alsnog tot verkoop over te gaan.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een kopie van het deurwaardersexploot als bedoeld in artikel 544 Rv, houdende de aanzegging door de hypotheekhouder van de executie of de overneming daarvan.
Vereisten:
Zie hiervoor bij artikel 3:268 BW.
Vereisten:
Zie hiervoor bij artikel 3:271 BW.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een kopie van het verzoekschrift datumbepaling (artikel 571 Rv);
– een kopie van het verzoekschrift krantenaankondiging (artikel 575 Rv);
– de veilingvoorwaarden;
– een staat van geschatte kosten;
– een akte van depot (artikel 575 lid 3 Rv);
– een kopie van het procesdossier.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Bevoegde rechter:
de rechtbank binnen het rechtsgebied waar het luchtvaartuig zich dan bevindt.
Over te leggen stukken:
– afschrift van het proces-verbaal van inbeslagneming;
– uittreksel uit de registratie voor luchtvaartuigen als bedoeld in artikel 102 lid 1 van de Kadasterwet (dan wel een soortgelijk uittreksel uit het verdragsregister), dat in ieder geval de volgende gegevens bevat:
• identiteit eigenaar of beperkt gerechtigde:
naw-gegevens van de eigenaar van, beperkt gerechtigde met betrekking tot, of beslaglegger op een luchtvaartuig of, ingeval die eigenaar, gerechtigde of beslaglegger een rechtspersoon is, de rechtsvorm;
• wettelijke naam beperkte rechten en beslagen:
de wettelijke benaming van de beperkte rechten waaraan de luchtvaartuigen onderworpen zijn, en van de beslagen die op die luchtvaartuigen of beperkte rechten zijn gelegd, als ook of die luchtvaartuigen of beperkte rechten onder bewind staan, alsmede of ten aanzien daarvan zijn ingeschreven;
○ een beding als bedoeld in artikel 6:252 BW, en
○ de voorrechten als bedoeld in artikel 8:1317 BW;
• nationaliteits- en inschrijvingskenmerk:
• het nationaliteitskenmerk en het inschrijvingskenmerk, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de Wet luchtvaart;
• gegevens fabrikant en luchtvaartuig zelf:
de naam en woonplaats van de fabrikant, het type, jaar en plaats van de bouw, het serienummer, zo het luchtvaartuig dat heeft, met de aanduiding van de plaats waar dit nummer is aangebracht, het aantal motoren, het type, vermogen en de fabrikant van elke motor, alsmede het fabrieksnummer daarvan met de aanduiding van de plaats waar dit nummer is aangebracht;
• maximaal gewicht en laadvermogen:
de maximaal toegelaten startmassa;
• boekingsnummer op grond van artikel 22 lid 1 onder d Kadasterwet:
de dagtekening van de teboekstelling en het boekingsnummer, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel d Kadasterwet;
• elk register waarin het luchtvaartuig ooit heeft teboekgestaan:
voor zover op een luchtvaartuig een recht van hypotheek rust, ten minste de gegevens, genoemd in artikel 48, tweede lid, onderdeel i Kadasterwet;
• de gegevens omtrent niet doorgehaalde voorlopige aantekeningen.
Vereisten:
zie hiervoor bij de artikelen 8:491, 957, 1133 en 1198 BW.
Vereisten:
Zie hiervoor bij artikelen 8:494, 495, 959, 960 en 1135 BW.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een kopie van het bevel tot bewaring waarbij de bewaarder is benoemd.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– volledig en authentiek afschrift van de beslissing;
– stukken waaruit blijkt dat tegen de beslissing geen gewoon rechtsmiddel openstaat in de staat van herkomst en dat de beslissing daar uitvoerbaar is;
– bij verstek: het origineel of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het stuk waarmee het geding is ingeleid aan de partij tegen wie het verstek is verleend, is betekend of is meegedeeld;
– een voor eensluidend gewaarmerkte vertaling van bovengenoemde stukken.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– volledig en authentiek afschrift van de beslissing die ten uitvoer wordt gelegd;
– stukken waaruit blijkt dat tegen de beslissing geen gewoon rechtsmiddel openstaat in het land van herkomst en dat de beslissing aldaar uitvoerbaar is;
– bij verstek: het origineel of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het stuk waarmee het geding is ingeleid aan de partij tegen wie het verstek is verleend, is betekend of is meegedeeld;
– een voor eensluidend gewaarmerkte vertaling van bovengenoemde stukken.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– de te legaliseren titel.
Bevoegde rechter:
de kantonrechter/rechtbank (afhankelijk van de vermoedelijke bevoegdheid in de zaak ten principale.
Over te leggen stukken:
– processtukken en beslissing in een eventueel eerder verzoek ex art. 1019w Rv.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een kopie van de arbitrageovereenkomst.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een kopie van de arbitrageovereenkomst;
– een kopie van het besluit of de beschikking waarbij de arbiter(s) is/zijn benoemd;
– een kopie van de schriftelijke kennisgeving tot wraking.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een kopie van het arbitraal vonnis, waarbij het getuigenverhoor is bepaald;
– een kopie van het proces-verbaal van de weigering.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– indien het arbitraal vonnis ter griffie is nedergelegd: een kopie van het arbitraal vonnis en een kopie van de akte van nederlegging van het arbitraal vonnis;
– indien het arbitraal vonnis niet ter griffie is nedergelegd: een origineel afschrift van het arbitraal vonnis;
– en indien het een arbitraal vonnis betreft tegen een consument:
(i) de overeenkomst,
(ii) de algemene voorwaarden (indien van toepassing),
(iii) een toelichting over de wijze waarop de consument duidelijke en transparante informatie heeft ontvangen over de verschillen tussen de arbitrageprocedure en de gewone gerechtelijke procedure en
(iv) indien het arbitrale beding de consument ten minste een maand gunt om te kiezen voor beslechting van het geschil door de rechter, één of meer stukken waaruit volgt dat de consument daadwerkelijk de in dat beding opgenomen termijn van ten minste een maand is gegund, maar alleen voor zover dit niet uit het arbitrale vonnis blijkt.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een kopie van de arbitrageovereenkomst;
– een kopie van het arbitrale vonnis;
– stukken met betrekking tot het depot van het arbitrale vonnis;
– een kopie van het verlof tot tenuitvoerlegging van het arbitrale vonnis;
– een kopie van de betekening van het verlof aan de debiteur;
– het zaaknummer waaronder de procedure tot vernietiging van het arbitrale vonnis bij de rechtbank bekend is.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een gelegaliseerd origineel van de uitspraak of een gewaarmerkt afschrift daarvan (artikel IV Verdrag van New York);
– een gelegaliseerd origineel van de arbitrageovereenkomst of een gewaarmerkt afschrift daarvan (artikel IV juncto artikel II lid 2 Verdrag van New York);
– een voor eensluidend gewaarmerkte vertaling van bovengenoemde stukken.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– de originele uitspraak of een gewaarmerkt afschrift daarvan;
– de originele arbitrageovereenkomst of een gewaarmerkt afschrift daarvan.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter te Den Haag.
Over te leggen stukken:
– de originele uitspraak of een gewaarmerkt afschrift daarvan;
– de originele arbitrageovereenkomst of een gewaarmerkt afschrift daarvan.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– de stukken als bedoeld in artikel 54a lid 2 OW:
a. een uitgewerkt plan met uitvoerige kaarten van het werk en met grondtekeningen, waarop de te onteigenen onroerende zaken en de onroerende zaken waarop te onteigenen rechten rusten, met vermelding van hun kadastrale aanduiding zijn aangewezen;
b. een lijst van de te onteigenen onroerende zaken aangeduid met hun kadastrale aanduiding met vermelding van:
1) de grootte volgens de basisregistratie kadaster van elk der desbetreffende percelen en, indien een te onteigenen onroerende zaak een gedeelte van een perceel uitmaakt, bovendien de grootte van dat gedeelte;
2) de namen van de eigenaars van elk dier zaken, volgens de basisregistratie kadaster;
c. bij afzonderlijke onteigening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, een lijst van de te onteigenen rechten met vermelding van de kadastrale aanduiding van de zaken waarop zij rusten, en de namen van de rechthebbenden op die rechten volgens de basisregistratie kadaster;
d. het bewijs als bedoeld in artikel 23 onder 2º OW: een door de burgemeester van de gemeente, waar de betrokken onroerende zaken zijn gelegen, afgegeven bewijs dat de uitgewerkte plannen met de daarbij behorende kaarten en grondtekeningen binnen de betrokken gemeente ter inzage gelegen hebben;
e. een opgave van de hypotheekhouders of van hen, die beslag hebben gelegd met betrekking tot hetgeen onteigend moet worden, voor zover zij zijn vermeld in de openbare registers.
Bij een verzoek in een onteigeningsprocedure op basis van Titel IV Onteigeningswet:
– de stukken als bedoeld in artikel 80 aanhef en onder b OW:
a. een afschrift van het koninklijk besluit;
b. een bewijs dat terinzagelegging overeenkomstig artikel 3:44, eerste lid, onderdeel a, van de AWB heeft plaats gehad;
c. een opgave van de hypotheekhouders of van hen, die beslag hebben gelegd met betrekking tot hetgeen onteigend moet worden, voor zover zij zijn vermeld in de openbare registers.
Bij beide verzoeken:
– de stukken als bedoeld in artikel 54b lid 1 OW:
• bij betekening van een afschrift van het verzoekschrift: een gewaarmerkt afschrift van het exploit van betekening waaruit blijkt dat een afschrift van het verzoekschrift binnen een week na indiening daarvan is betekend;
• bij verzending van een afschrift van het verzoekschrift bij aangetekende brief: stukken waaruit blijkt dat de aangetekende brief binnen een week na indiening daarvan is verzonden aan degenen die in het verzoekschrift zijn vermeld, alsmede waaruit (de wijze van) uitreiking van de brief blijkt.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een afschrift van het vonnis tot onteigening;
– een verklaring van de griffier, dat het vonnis gezag van gewijsde heeft verkregen;
– een afschrift van het proces-verbaal van de opneming door de deskundigen, indien deze opneming heeft plaats gevonden overeenkomstig artikel 54j, lid 1 of lid 3 OW;
– het bewijs, dat de schadeloosstelling of het voorschot, bedoeld in artikel 54i OW, is betaald dan wel het bewijs van consignatie in de gevallen van de artikelen 3, 58 en 59 OW.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een gewaarmerkt afschrift van het verzoek van de vervreemder dat de rechter zal worden verzocht om een oordeel over de prijs te geven.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– de opgave van voorgenomen vervreemding als bedoeld in artikel 11 Wvg.
Bevoegde rechter:
de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de zaak geheel of grotendeels ligt.
Over te leggen stukken:
• een afschrift van de onteigeningsbeschikking;
• stukken waaruit blijkt dat de onteigeningsbeschikking op de in artikel 16.33d van de Omgevingswet voorgeschreven wijze is bekendgemaakt: publicatie, toezending en terinzagelegging;
• Opgave van:
– naam, adres en vestigingsplaats van de onteigenaar;
– wat de onteigenaar wil onteigenen;
– naam, adres en woon- of vestigingsplaats van de eigenaren;
– naam, adres en woon- of vestigingsplaats van alle eventuele belanghebbenden;
– het schadeloosstellingsvoorstel dat door de onteigenaar aan elk van de belanghebbenden wordt aangeboden;
• (na indiening van het verzoekschrift) een bewijs dat de onteigende en belanghebbenden het verzoekschrift hebben ontvangen.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een afschrift van de onteigeningsakte;
– een bewijs van inschrijving van de onteigeningsakte.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een gewaarmerkt afschrift van het verzoek van de vervreemder dat de rechter
zal worden verzocht om een oordeel over de prijs te geven (artikel 7.3 Omgevingsbesluit);
– een bewijs waaruit blijkt dat verzoeker een afschrift van het verzoek aan de vervreemder heeft toegezonden (artikel 7.4 Omgevingsbesluit).
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een bewijs waaruit blijkt dat verzoeker een afschrift van het verzoek aan het bevoegd gezag heeft toegezonden (artikel 7.4 lid 2 Omgevingsbesluit);
– een bewijs waaruit blijkt dat het bevoegd gezag afziet van de koop door:
(i) het afwijzen van het verzoek van de vervreemder om een prijsvaststellingsprocedure te starten, of
(ii) stilzwijgend de termijn voor het starten van die procedure te laten verstrijken, of
(iii) tussentijds de prijsvaststellingsprocedure te beëindigen.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Geen advocaat vereist
Over te leggen stukken:
– een kopie van het verzoek als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 22 van de AVG;
– een kopie van het antwoord van de verwerkingsverantwoordelijke op het ingediende verzoek of de mededeling dat de verwerkingsverantwoordelijke niet op het verzoek heeft geantwoord.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een kopie van de door de Raad voor de Rechtsbijstand verleende toevoeging.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– een aan de notaris ter legalisatie aangeboden stuk, met daarop of op een daaraan gehecht stuk een door hem gedagtekende en ondertekende verklaring waarin hij de echtheid van de handtekening bevestigt.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een kopie van het dwangbevel.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een kopie van de griffierechtrekening (een rekening-courantoverzicht of een nota);
– bewijs van de betaling van het griffierecht of de verschotten.
Bevoegde rechter:
de voorzieningenrechter.
Over te leggen stukken:
– de beschikking van de griffier.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een kopie van een geldig legitimatiebewijs;
– een kopie van de bul, zoals bedoeld in artikel 2 Advocatenwet;
– een gewaarmerkte verklaring omtrent het gedrag, niet ouder dan drie maanden;
alsmede, indien de verzoeker voor de eerste keer wordt beëdigd:
– een kopie van de cijferlijst;
alsmede, indien de verzoeker in een ander arrondissement als advocaat ingeschreven staat of stond:
– een verklaring, afgegeven door de Raad van Toezicht aldaar, waaruit blijkt dat de advocaat niet tuchtrechtelijk is veroordeeld en niet in staat van faillissement heeft verkeerd.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een kopie van een geldig legitimatiebewijs;
– een uittreksel uit de BRP, niet ouder dan drie maanden;
– een kopie van het besluit van het college van burgemeester en wethouders waarbij de ambtenaar is benoemd.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een kopie van een geldig legitimatiebewijs;
– een kopie van het Koninklijk Besluit waarbij de verzoeker tot deurwaarder is benoemd respectievelijk waarbij toestemming is verleend tot aanwijzing van de kandidaat-deurwaarder tot toegevoegd kandidaat-deurwaarder.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een kopie van een geldig legitimatiebewijs;
– een kopie van het bestuursbesluit waarbij de reclasseringswerker als zodanig is aangewezen.
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een bewijs van inschrijving in het door het de Raad voor Rechtsbijstand te ’s-Hertogenbosch, Bureau beëdigde tolken en vertalers, aangehouden Register beëdigde tolken en vertalers (Rbtv).
Bevoegde rechter:
de rechtbank.
Over te leggen stukken:
– een kopie van een geldig legitimatiebewijs;
– een kopie van het Koninklijk Besluit.
Bevoegde rechter:
de rechtbank van het arrondissement waarin de kamer voor het notariaat is gevestigd waaronder de te vervangen notaris zijn plaats van vestiging heeft.
Dit gewijzigde reglement is door het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel Kanton (LOVCK) in april 2024 vastgesteld.
Dit reglement treedt in werking op 1 juli 2024.
Bij dit reglement horen bijlagen. De bijlagen zijn te vinden in de digitale versie die wordt gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-19454.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.