Besluit van de directeur-generaal Belastingdienst van 24 mei 2024 (2024-286730) houdende de verlening van mandaat, volmacht en machtiging op grond van de Wet politiegegevens aan de algemeen directeuren van de organisatieonderdelen Grote Ondernemingen, Midden- en Kleinbedrijf en Particulieren (Besluit van de directeur-generaal Belastingdienst houdende de verlening van mandaat, volmacht en machtiging op grond van de Wet politiegegevens aan de algemeen directeuren van de organisatieonderdelen Grote Ondernemingen, Midden- en Kleinbedrijf en Particulieren)

De directeur-generaal Belastingdienst,

Gelet op:

  • de artikelen 4 en 5 van het Mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2020;

  • artikel 7 van het Mandaatbesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021;

  • de artikelen 10:3, 10:9 en 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • artikel 46 van de Wet politiegegevens;

  • artikel 4:2 van het Besluit politiegegevens;

  • de artikelen 1 en 2 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst 2020;

  • artikel 5 van het Besluit van de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst, houdende de verlening van mandaat, volmacht en machtiging op grond van de Wet politiegegevens aan de

  • directeur-generaal Belastingdienst.

Besluit:

Artikel 1. Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. mandaat:

de bevoegdheid om in naam van de minister besluiten te nemen;

b. de minister:

de Minister van Financiën;

c. de directeur-generaal:

de directeur-generaal Belastingdienst;

d. de algemeen directeur:

een algemeen directeuren van de organisatieonderdelen Grote Ondernemingen, Midden- en Kleinbedrijf en Particulieren;

e. de functionarissen:

de functionarissen van de organisatieonderdelen Grote Ondernemingen, Midden- en Kleinbedrijf en Particulieren

f. het verwerken van politiegegevens:

het verwerken van politiegegevens als bedoeld in artikel 1, onder a en c, en artikel 2, van de Wet politiegegevens.

Artikel 2. Mandaat, volmacht en machtiging

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:

  • a. volmacht om in naam van de minister privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten; en

  • b. machtiging om in naam van de minister handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel 3. Mandaat

Aan de algemeen directeur wordt ondermandaat verleend om de aan de directeur-generaal toekomende bevoegdheden uit de Wet politiegegevens, het Besluit politiegegevens en het Besluit politiegegevens buitengewoon opsporingsambtenaren uit te oefenen.

Artikel 4. Verantwoordingsplicht

De algemeen directeur is gehouden de directeur-generaal te informeren met betrekking tot:

  • a. politiek gevoelige zaken;

  • b. uitgevoerde (interne) audits;

  • c. gegevensverwerkingen waarbij uit een gegevensbeschermingseffectbeoordeling blijkt dat daaraan hoge restrisico's zijn verbonden, omdat daarvoor geen afdoende mitigerende maatregelen kunnen worden getroffen;

  • d. datalekken waarbij sprake is van een maatschappelijk hoog risico.

Artikel 5. Voorbehouden aan de algemeen directeur

Aan de algemeen directeur is voorbehouden:

  • 1. het besluiten over het treffen van passende technische en organisatorische maatregelen, als bedoeld in de artikelen 4a; 4b; 23, vierde lid; 23a, derde lid; en 24, derde lid, van de Wet politiegegevens;

  • 2. het vaststellen van een systeem van autorisaties en de procedure voor het autoriseren van personen als bedoeld in artikel 6 van de Wet politiegegevens;

  • 3. het vastleggen van de bij of krachtens artikel 13, vierde lid, van de Wet politiegegevens bepaalde gegevens met betrekking tot de verwerking van politiegegevens ter ondersteuning van de politietaak, bedoeld in artikel 13, leden 1, 2 en 3, van de Wet politiegegevens;

  • 4. het afzien van het vernietigen van gegevens op basis van artikel 14, vierde lid, van de Wet politiegegevens;

  • 5. het verstrekken van politiegegevens voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang, zoals bedoeld in artikel 19 van de Wet politiegegevens;

  • 6. het periodiek doen controleren van de naleving van de bij of krachtens de Wet politiegegevens gegeven regels, door middel van het periodiek doen verrichten van privacy-audits, als bedoeld in artikel 33 van de Wet politiegegevens;

  • 7. het benoemen van een privacyfunctionaris, als bedoeld in artikel 34, eerste lid, van de Wet politiegegevens.

Artikel 6. Ondermandaat

  • 1. De algemeen directeur kan ondermandaat verlenen aan de onder hem ressorterende functionarissen van Grote Ondernemingen, Midden- en Kleinbedrijf en Particulieren, behoudens de op grond van artikel 5 van dit besluit aan de algemeen directeur voorbehouden bevoegdheden.

  • 2. In een ondermandaat wordt de omvang ervan aangegeven.

Artikel 7. Ondertekening

Besluiten die worden genomen op grond van dit mandaatbesluit, worden als volgt ondertekend:

De Minister van Financiën,

namens deze,

[naam],

[functie van de (onder)gemandateerde functionaris]

Artikel 8. Verslag

Van de krachtens dit besluit genomen besluiten wordt door de algemeen directeur verslag gedaan als onderdeel van het jaarverslag of eerder zodra daartoe aanleiding is.

Artikel 9. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 oktober 2023.

Artikel 10. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit van de directeur-generaal Belastingdienst houdende de verlening van mandaat, volmacht en machtiging op grond van de Wet politiegegevens aan de algemeen directeuren van de organisatieonderdelen Grote Ondernemingen, Midden- en Kleinbedrijf en Particulieren.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De directeur-generaal Belastingdienst, P.H. Smink

TOELICHTING

In de Wet politiegegevens staat een aantal verplichtingen voor de verwerkingsverantwoordelijke.

De Minister van Financiën is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van politiegegevens door buitengewoon opsporingsambtenaren (hierna: boa’s) die ressorteren onder de organisatieonderdelen Grote Ondernemingen, Midden- en Kleinbedrijf en Particulieren van de Belastingdienst. De werkgever verleent de opsporingsbevoegdheid aan de boa’s bij de Belastingdienst. De Staat der Nederlanden is de werkgever van de boa’s bij de Belastingdienst. De Staat der Nederlanden wordt in dezen vertegenwoordigd door de Minister van Financiën.

De Minister van Financiën is verwerkingsverantwoordelijke zowel voor de verwerking van persoonsgegevens onder het regime van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, als voor de verwerking van politiegegevens onder het regime van de Wet politiegegevens door de Belastingdienst.

In het Besluit van de Minister van Financiën houdende de verlening van mandaat, volmacht en machtiging op grond van de Wet politiegegevens aan de directeur-generaal Belastingdienst zijn de bevoegdheden van de minister gemandateerd aan de directeur-generaal Belastingdienst met betrekking tot de uitvoering van taken door Belastingdienst.

De Minister van Financiën is de verwerkingsverantwoordelijke. De minister heeft de staatssecretarissen van Financiën belast met verschillende taken. Op grond van deze taakverdeling is de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst de interne verwerkingsverantwoordelijke voor het gebruik van persoonsgegevens door de Belastingdienst.

Voor de dagelijkse uitvoering van de taken op grond van de Wet politiegegevens is het noodzakelijk dat de directeur-generaal Belastingdienst bevoegdheden mandateert aan de algemeen directeuren van de organisatieonderdelen Grote Ondernemingen, Midden- en Kleinbedrijf en Particulieren. Met dit besluit wordt daarin voorzien.

De directeur-generaal Belastingdienst, P.H. Smink

Naar boven