Call for proposals High Tech Systemen en Materialen (HTSM) 2024, Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

Toegepaste en Technische Wetenschappen

2024

Inhoudsopgave

1

Inleiding

1

 

1.1

Achtergrond

1

 

1.2

Beschikbaar budget

2

 

1.3

Indieningsdeadline

2

2

Doel

3

 

2.1

Doelstelling van het programma

3

 

2.2

Maatschappelijke impact

4

 

2.3

Human Capital

5

 

2.4

Samenwerking met hogescholen en TO2-instellingen

5

 

2.5

Internationale samenwerking

5

3

Voorwaarden voor aanvragers

6

 

3.1

Wie kan aanvragen

6

 

3.2

Wat kan aangevraagd worden

8

 

3.3

Het opstellen en indienen van de aanvraag

9

 

3.4

Indieningsvoorwaarden

10

 

3.5

Subsidievoorwaarden

10

4

Beoordelingsprocedure

15

 

4.1

De San Francisco Declaration (DORA)

15

 

4.2

Procedure

15

 

4.3

Criteria

18

5

Subsidieverplichtingen

20

 

5.1

Inhoudelijke monitoring

20

6

Contact en overige informatie

23

 

6.1

Contact

23

 

6.2

Overige informatie

23

7

Bijlagen

24

 

7.1

Toelichting op budgetmodules

24

 

7.2

Industrial en Societal Doctorates

30

1 Inleiding

In deze Call for proposals leest u hoe de aanvraagprocedure is ingericht voor de subsidieronde ‘HTSM 2024’. Deze Call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

U vindt in deze Call for proposals achtereenvolgens informatie over het doel van dit programma (hoofdstuk 2), de voorwaarden voor de subsidieaanvraag (hoofdstuk 3) en hoe uw aanvraag wordt beoordeeld (hoofdstuk 4). Deze informatie heeft u nodig om een aanvraag voor subsidie te kunnen indienen. In hoofdstuk 5 vindt u de subsidieverplichtingen die van toepassing zijn in geval van toewijzing. In hoofdstuk 6 staan de contactgegevens en in hoofdstuk 7 de bijlagen.

1.1 Achtergrond

Nederland staat voor grote maatschappelijke en economische uitdagingen. De hightech-sector speelt een cruciale rol in de urgente transities die hiervoor nodig zijn: de energietransitie, de circulaire transitie en de ontwikkeling van digitalisering en sleuteltechnologieën.

Topsector High Tech Systemen en Materialen (HTSM)

Holland High Tech is de topsector High Tech Systemen en Materialen (HTSM). In deze topsector werken teams van experts uit bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden intensief samen aan innovaties in publiek-private samenwerkingen. Vanuit 15 roadmaps worden innovaties in (sleutel)technologieën ontwikkeld die structurele oplossingen bieden voor de urgente transities.

Na de herijking van de sleuteltechnologielijst in 2023 werd dit jaar de Nationale Technologiestrategie (NTS)1 gepresenteerd, met daarin een focus op de volgende tien cruciale technologieën:

  • 1. Optica en geïntegreerde fotonica

  • 2. Quantum technologie

  • 3. Groene chemische productieprocessen

  • 4. Biotechnologie gericht op moleculen en cellen

  • 5. Beeldvormingstechnologie

  • 6. (Opto)mechatronica (industriële systemen/machines en apparaten)

  • 7. Kunstmatige intelligentie (AI) en data

  • 8. Energiematerialen

  • 9. Halfgeleiders

  • 10. Cybersecurity

Deze Nationale Technologiestrategie geeft de bouwstenen voor een strategisch technologiebeleid door sleuteltechnologieën te identificeren waar het Nederlandse kennisveld en het Nederlandse bedrijfsleven een positieve impact mee kan maken en waar een unieke Nederlandse positie op mogelijk is.

Samenwerking met impact

In de visie van NWO zijn de kansen op de beoogde veranderingen en de impact ervan het grootst als ingezet wordt op interdisciplinair onderzoek waarbij samenwerking wordt gezocht tussen verschillende disciplines en met relevante kennisinstellingen (inclusief hogescholen), publieke en private partners, inclusief het midden- en kleinbedrijf (mkb). Hoofdstuk 2 van deze Call for proposals licht toe hoe NWO de route van maatschappelijk probleem via onderzoek naar impact wil stimuleren en faciliteren.

Meer informatie met betrekking tot herijkte sleuteltechnologieën is te vinden via de website: Sleuteltechnologieën | NWO en Nationale Technologiestrategie | HighTechHolland

1.1.1 Holland High Tech

Holland High Tech, de topsector High Tech Systemen & Materialen (HTSM), ontwikkelt en produceert hoogwaardige eindproducten, halffabricaten, componenten en materialen voor klanten over de hele wereld. Nederlandse hightechproducten zijn intelligent, nauwkeurig en efficiënt. Ze worden wereldwijd toegepast in bijvoorbeeld medische apparatuur, halfgeleiderproductie, auto’s, logistieke systemen, vliegtuigen, satellieten en energiesystemen.

Holland High Tech initieert en stimuleert technologische oplossingen en draagt daarmee bij aan het missiegedreven innovatiebeleid van Nederland. Samen met het HTSM ecosysteem, komt men tot oplossingen voor de maatschappelijke uitdagingen. Holland High Tech geeft voor de hightech systemen en materialen-sector (HTSM-sector) invulling aan de PPS-innovatieregeling van de overheid. Het missiegedreven topsectorenbeleid en de urgente transities waar Nederland voor staat geven richting aan de ontwikkeling van kennis en innovaties en de activiteiten van Holland High Tech. De Nederlands hightech-sector kan bij uitstek bijdragen aan ontwikkelingen om de missies te realiseren.

Holland High Tech zet in haar visie voor 2030 de herijkte missies van het missiegedreven innovatiebeleid centraal, met extra aandacht voor de energietransitie, en circulaire economie en de ontwikkeling en toepassing van Digitalisering & Smart Industry en Sleuteltechnologieën. Gezamenlijk wordt er gewerkt aan een betere toekomst, het versnellen de urgente transities naar 2030 met de ontwikkeling van hightech-innovaties voor een breed toepassingsgebied.

1.2 Beschikbaar budget

Het subsidieplafond voor deze Call for proposals bedraagt in totaal € 7.500.000. Binnen deze Call for proposals worden naar verwachting maximaal 8 aanvragen toegewezen. Het beschikbare budget bestaat uit een bijdrage van de topsector Holland High Tech van 5 miljoen en een bijdrage van NWO van 2,5 miljoen.

1.3 Indieningsdeadline

De deadline voor het indienen van aanvragen is donderdag 10 oktober 2024, voor 14:00:00 CEST.

Bij het indienen van uw aanvraag in ISAAC dient u ook online nog gegevens in te voeren. Begin daarom ten minste één dag vóór de deadline van deze Call for proposals met het indienen van uw aanvraag. Aanvragen die na de deadline worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

2 Doel

Het doel van deze HTSM 2024 Call for proposals is om aan te sluiten bij het missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid, in het bijzonder de Nationale Technologie-strategie, door het financieren van wetenschappelijk onderzoek dat wordt uitgevoerd door kennisinstellingen, publieke en private partijen.

Dit hoofdstuk beschrijft de doelstelling van de HTSM 2024 Call for proposals, een samenwerking van NWO en Holland High Tech en beoogt een bijdrage te leveren aan twee cruciale sleuteltechnologieën.

2.1 Doelstelling van het programma

2.1.1 Doel

Deze HTSM 2024 Call for proposals is gericht op het stimuleren van excellent fundamenteel en toepassingsgericht onderzoek op het gebied van High Tech Systemen en Materialen in Nederland, om zodoende de internationale concurrentiepositie van Nederland op dit gebied te versterken. Belangrijk daarbij is de samenwerking tussen kennisinstellingen en het bedrijfsleven. De in te dienen aanvragen moeten een expliciete bijdrage leveren aan de NTS.

Deze HTSM 2024 Call for proposals richt zich op projecten die een expliciete bijdrage leveren aan een van de volgende prioritaire technologieën2:

  • Energy materials: de focus ligt op (door)ontwikkeling van compacte warmteopslag, waaronder warmteopslag in: 1) thermochemische materialen, 2) fasovergangmaterialen, 3) door redox principes. Dit zijn technieken voor kleinschalige warmteopslag. Warmteopslag in water en technieken voor grootschalige warmteopslag in bodem en vaten bevinden zich al in een redelijk hoog TRL niveau en vallen buiten de scope van deze Call for proposals.

  • Imaging technologies: de focus ligt op het begin van de imaging keten: van sensor/detector tot aan het beeld. Deze call beoogt (door)ontwikkeling van technologie(en) met toepassing binnen deze keten. Van image acquisition tot image reconstruction (source, detector, raw data handling, image post processing, image reconstruction). Daaropvolgende technieken in de keten zoals image processing (image visualization, segmentation/labelling, image storage, compression, image interpretation) vallen buiten de scope van deze Call for proposals.

Consortiumvorming: Privaat-publieke samenwerking

In dit programma worden onderzoeksvoorstellen verwacht waarin Energy materials of Imaging technologies centraal staan. Deze complexe uitdaging kan niet vanuit één wetenschapsdiscipline of vanuit alleen wetenschappelijk perspectief worden beantwoord. Door de actieve bijdrage van (private) partner(s) kunnen verschillende perspectieven en expertises al vanaf de onderzoeksformulering (co-design) worden meegenomen. Dit moet de ontwikkeling en implementatie van de cruciale technologie(ën) ten goede komen. Aanvragers dienen er daarom rekening mee te houden dat onderdeel van de beoordeling zal zijn welke (private) partners deel uitmaken van het consortium, en welke rol zij hebben in het ontwerp van en tijdens het project.

Stimulering onderzoekers in transitie

Als hoofdaanvrager worden nadrukkelijk onderzoekers uitgenodigd die zich in het stadium van hun transitie naar leiderschap bevinden, een eigen onderzoekslijn ontwikkelen, oprichten of uitbreiden en hun talent verder willen ontplooien. Dit is slechts bedoeld als stimulans voor onderzoekers in transitie.

2.2 Maatschappelijke impact

Nieuwe kennis en inzichten vanuit wetenschappelijk onderzoek kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken van vandaag én morgen. Denk aan de energietransitie, gezondheid en zorg, of klimaatverandering. Door interactie en afstemming tussen onderzoekers en mogelijke kennisgebruikers, neemt de kans op het toepassen van kennis toe en daarmee ook de kans op maatschappelijke impact. Via haar beleid op impact bevordert NWO de mogelijke bijdrage vanuit onderzoek aan maatschappelijke vraagstukken door het stimuleren van productieve interacties met maatschappelijke belanghebbenden. Zowel tijdens de ontwikkeling als in de uitvoering van het onderzoek. Dit doet zij op een manier die past bij het doel van het financieringsinstrument.

2.2.1 Impact op maat

Afhankelijk van het doel van het financieringsinstrument kiest NWO een bijbehorende benadering die de kans op maatschappelijke impact optimaal ondersteunt. Het primaire doel van het financieringsinstrument bepaalt de keuze voor de benadering die NWO inzet om kennisbenutting in verschillende fases van het project (aanvraag, uitvoering, na afloop) te bevorderen en de inspanning die van aanvrager(s) en partners gevraagd wordt.

In dit programma wordt de Impact Plan benadering toegepast. Hiermee faciliteert NWO de ontwikkeling van een geïntegreerde strategie door onderzoekers en partners om doelgericht de kans op de gewenste maatschappelijk impact te vergroten.

NWO biedt een e-learning module aan die geïnteresseerden op weg kan helpen via NWO Impact – Online workshops. Voor meer informatie over het kennisbenuttingsbeleid van NWO zie de website: Kennisbenutting | NWO.

2.2.2 Impact Plan benadering

Binnen de NTS richten de agenda’s Energy materials en Imaging technologies zich op innovatief onderzoek met als doel samen met maatschappelijke partners oplossingen te ontwikkelen voor maatschappelijke vraagstukken en daarbij economische kansen te creëren. De programma’s streven naar maatschappelijke impact op zowel de kortere als de langere termijn.

Maatschappelijke impact is nooit alléén een resultaat van kennis en inzichten uit onderzoek. Om de kans op maatschappelijke impact van het onderzoek te vergroten is aantoonbare betrokkenheid nodig van belangrijke stakeholders3 vanaf de vorming van het consortium tot en met afronding van het project en daarna.

Maatschappelijke impact wordt immers vaak pas gerealiseerd in de jaren nádat een onderzoeksproject is afgesloten. Door vanaf het begin van de onderzoeksformulering (co-design) en gedurende de uitvoering van het onderzoek (co-creatie) te zorgen voor voortdurend afstemming tussen onderzoekers en mogelijke kennisgebruikers, neemt de kans op productieve interacties4, en uiteindelijk impact, toe.

Consortia stellen samen met stakeholders (gebruikers, zie ook paragraaf 5.1.4 Gebruikerscommissie) een Impact Plan op, als onderdeel van de volledige aanvraag. Dat Impact Plan beschrijft hoe het consortium verwacht tot maatschappelijke impact te komen en de rol die productieve interacties daarbij spelen.

Hieruit blijkt hoe het behalen van de beoogde impact geïntegreerd is in de onderzoeksopzet en welke rol consortiumpartners en stakeholders uit beleid, praktijk en bedrijfsleven daarin spelen (zie ook paragraaf 4.3.1. Inhoudelijke beoordelingscriteria).

2.3 Human Capital

Scholing en werken zijn essentiële factoren bij het in gang brengen van innovaties en het bereiken van impact. Onder human capital verstaan we het voorbereiden van professionals en studenten op een veranderende werkpraktijk en het zorgen dat er voldoende arbeidspotentieel aanwezig is. Ook binnen de huidige HTSM 2024 Call for proposals heeft human capital een belangrijke plek om het innovatiebeleid tot een succes te maken. Zie ook: Human Capital Roadmap | Topsectoren en Human Capital (hollandhightech.nl)

De maatschappelijke missies zullen de komende jaren een stevig beroep doen op het beschikbare arbeidspotentieel in de betrokken sectoren, waarbij de snelle maatschappelijke, economische en technologische ontwikkelingen vragen om een wendbare respons op de arbeidsmarkt. Door deel te nemen aan learning communities kunnen consortia versterking van het innovatiesysteem mogelijk maken. Learning communities zijn samenwerkingsverbanden tussen onderwijsinstellingen, kennisinstituten, bedrijven en/of maatschappelijke organisaties die leren, werken en innoveren dicht tegen elkaar aan organiseren. De verwachting is dat binnen deze learning communities studenten beter worden voorbereid op de veranderende werkpraktijk en professionals in staat worden gesteld tot leven lang ontwikkelen. Met fieldlabs, skillslab, centres of expertise, centra voor innovatief vakmanschap, lectoraten, practoraten, meeting points, living labs en andere vergelijkbare initiatieven worden learning communities in de praktijk vorm gegeven.

Bij het uitwerken van het Impact Plan worden aanvragers gevraagd te reflecteren op de rol van human capital en learning communities in het consortium en bij het faciliteren van de gewenste impact. Consortia worden daarom uitgenodigd om vanaf de eerste gedachtenvorming over een projectvoorstel, ook na te denken over de plaats die human capital zou kunnen innemen in de kennisontwikkeling en in de impact plan benadering. Consortia worden tevens uitgenodigd aan te geven met welke learning communities ze zijn verbonden. En hoe deze learning communities kunnen worden benut én zelf zouden kunnen profiteren van de kennisontwikkeling en impact plan benadering.

Industrial Doctorate / Societal Doctorate

Eén van de mogelijkheden bestaat uit het inzetten van onderzoekspersoneel dat een feitelijke en substantiële band heeft met de praktijk waar het onderzoek betrekking op heeft. Dit kan worden bereikt met de inzet van de promovendus budgetmodule die in samenwerking met een private of publieke partner wordt aangevraagd, een zogenaamde Industrial Doctorate of Societal Doctorate (zie paragraaf 7.2).

2.4 Samenwerking met hogescholen en TO2-instellingen

In de HTSM 2024 Call for proposals wordt het praktijkgerichte en toegepast onderzoek vanuit hogescholen en TO2-instellingen gezien als één van de methoden om impact te realiseren door een verbinding te leggen tussen onderzoek en praktijk. Ook onderzoekers van hogescholen en TO2-instellingen worden daarom uitgenodigd om in deze call als mede-aanvrager op te treden. Consortia worden daarbij uitgenodigd om te reflecteren op de mogelijkheden die samenwerking met hogescholen en TO2-instellingen biedt voor hun onderzoek, en waar relevant partners vanuit hogescholen en/of TO2-instellingen als medeaanvrager of samenwerkingspartner te betrekken bij hun project.

2.5 Internationale samenwerking

Het betrekken van buitenlandse onderzoekers en/of samenwerkingspartners kan consortia voorzien van de benodigde expertise om de gestelde innovatievragen en maatschappelijke uitdagingen te kunnen adresseren. Tevens kunnen buitenlandse samenwerkingspartners helpen de impact van projecten en de reikwijdte van onderzoeksuitkomsten te vergroten. Om die reden worden consortia uitgenodigd om, indien dit aansluit bij de doelstellingen van het onderzoeksvoorstel, gebruik te maken van de budgetmodules Internationalisering en Money follows Cooperation om internationale samenwerking een plek te geven in de projectopzet. Deze modules worden verder beschreven in paragraaf 7.1.

3 Voorwaarden voor aanvragers

Dit hoofdstuk bevat de voorwaarden die gelden voor uw subsidieaanvraag. Eerst wordt beschreven wie subsidie kan aanvragen (paragraaf 3.1) en waarvoor u subsidie kunt aanvragen (paragraaf 3.2). Vervolgens vindt u de voorwaarden voor het opstellen en indienen van de aanvraag (paragrafen 3.3 en 3.4) en specifieke subsidievoorwaarden (paragraaf 3.5).

3.1 Wie kan aanvragen

Volledige aanvragen worden ingediend door een hoofdaanvrager en één of meer medeaanvragers. Een aanvraag wordt opgesteld door een consortium, waarin naast de aanvragers ook andere deelnemers zijn betrokken.

Er worden vier categorieën van deelnemers aan een consortium onderscheden:

  • 1. Hoofdaanvrager

  • 2. Medeaanvrager(s)

  • 3. Cofinancier(s)

  • 4. Samenwerkingspartner(s)

3.1.1 Hoofd- en medeaanvragers

De hoofdaanvrager dient de aanvraag in via ISAAC, het elektronische indiensysteem van NWO. Tijdens het beoordelingsproces communiceert NWO met de hoofdaanvrager.

Na toewijzing van een aanvraag wordt de hoofdaanvrager projectleider en aanspreekpunt voor NWO. De kennisinstelling van de hoofdaanvrager is hoofdbegunstigde en wordt penvoerder.

Medeaanvragers hebben een actieve rol bij de uitvoering van het project. De (deel)projectleider(s) en begunstigde(n) zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele project.

Hoogleraren, universitair (hoofd)docenten, lectoren en andere onderzoekers met een vergelijkbare functie5 mogen als hoofd- of medeaanvrager optreden als zij in vaste dienst zijn (en derhalve een bezoldigd dienstverband voor onbepaalde tijd hebben6) of een tenure track overeenkomst hebben bij één van de onderstaande organisaties:

  • Universiteiten gevestigd in het Koninkrijk der Nederlanden;

  • Universitair medische centra;

  • KNAW- en NWO-instituten;

  • het Nederlands Kanker Instituut;

  • het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek te Nijmegen;

  • NCB Naturalis;

  • Advanced Research Centre for NanoLithography (ARCNL);

  • Prinses Máxima Centrum.

In aanvulling daarop kunnen medeaanvragers ook werkzaam zijn bij een van de volgende organisaties:

  • TO2-instellingen;

  • Hogescholen (zoals bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW)).

TO2-instellingen en Hogescholen kunnen geen cofinancier zijn. De aangevraagde subsidie voor TO2-instellingen en/of hogescholen die medeaanvrager zijn, bedraagt in totaal maximaal 50% van het totale bij NWO aangevraagde budget (zie bijlage 7.1).

Personen met een nuluren-arbeidsovereenkomst of met een dienstverband voor bepaalde tijd (anders dan een tenure track en de hierboven genoemde uitzondering voor lectoren) zijn uitgesloten van indiening.

Het kan voorkomen dat de tenure track overeenkomst van de aanvrager eindigt vóór de beoogde afrondingsdatum van het project waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, of dat vóór die datum het vaste dienstverband van de aanvrager eindigt wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. In dat geval voegt de aanvrager een verklaring van diens werkgever bij, waarin de betreffende organisatie garandeert dat het project en alle op het project werkzame personen voor wie subsidie wordt aangevraagd adequaat zullen worden begeleid voor de volledige duur van het project.

Aanvragers met een deeltijd dienstverband dienen garant te staan voor adequate begeleiding van het project en van alle op het project werkzame personen voor wie subsidie wordt aangevraagd.

Aanvullende voorwaarden:

  • De hoofd- en medeaanvrager(s) moeten het aangevraagde onderzoek uitvoeren binnen een consortium met daarin naast henzelf altijd één of meer cofinanciers, mogelijk aangevuld met één of meer samenwerkingspartners. Voor alle deelnemers in het consortium geldt dat zij een actieve rol dienen te spelen bij het formuleren van de onderzoeksvragen en bij de opzet en de uitvoering van het project.

  • Een hoofdaanvrager mag slechts één aanvraag binnen deze call indienen in de hoedanigheid van hoofdaanvrager. Een hoofdaanvrager mag daarnaast binnen deze call maximaal één keer als medeaanvrager deelnemen aan een ander consortium.

  • Een medeaanvrager mag binnen deze Call in maximaal twee consortia als medeaanvrager deelnemen.

3.1.2 Cofinanciers

Een cofinancier is een partij die deelneemt aan het consortium en cash en/of in kind bijdraagt aan het project. De rol die de cofinancier speelt bij de voorbereiding, uitvoering, en vertaling van het onderzoek naar de maatschappij dient in het onderzoeksvoorstel beschreven te worden.

Een cofinancier ontvangt geen subsidie van NWO op basis van deze Call for proposals. Ook is het niet mogelijk kosten te vergoeden door deze organisaties als derden in te huren via budgetmodules.

Organisaties waarvan medewerkers, conform artikel 3.1, als (hoofd- of mede)aanvrager mogen deelnemen, mogen in deze Call for propoals niet deelnemen als cofinanciers.

In deze Call for proposals is het verplicht om een of meer cofinanciers te laten deelnemen aan het project. De cofinanciers dienen gezamenlijk minimaal 20% van het totale budget voor de aanvraag bij te dragen, waarvan minstens de helft in cash (10% van het totale budget).

De bijdrage van de cofinancier wordt bekend gemaakt door middel van een verklaring cofinanciering en is een netto bijdrage aan het project. Voorts wordt er in deze Call for proposals onderscheid gemaakt tussen private en publieke cofinanciers. Voor definities daarvan en de verdere specifieke cofinanciersingsvoorwaarden die gelden in deze Call for proposals, zie paragraaf 3.5.6.

3.1.3 Samenwerkingspartner(s)

Een samenwerkingspartner is een partij die geen subsidie ontvangt en geen cofinanciering bijdraagt aan de aanvraag, maar wel nauw betrokken is bij de uitvoering van het onderzoek en/of de kennisbenutting. Hierbij kan gedacht worden aan bedrijven, publieke en private organisaties, en overige instellingen. De rol die deze partijen spelen bij de voorbereiding, uitvoering, en vertaling van het onderzoek naar de maatschappij dient in het onderzoeksvoorstel beschreven te worden.

Let op: voor personeel van organisaties die als samenwerkingspartner deelnemen aan het consortium kan geen subsidie voor salaris- of onderzoekskosten als medeaanvrager worden aangevraagd. Wel is het mogelijk kosten te vergoeden door deze organisaties als derden in te huren via de modules ‘materiele kosten’, ‘kennisbenutting’ of ‘projectmanagement (zie paragraaf 3.2 en bijlage 7.1).

3.2 Wat kan aangevraagd worden

Voor een aanvraag in deze Call for proposals kan minimaal € 600.000 en maximaal € 1.000.000 worden aangevraagd aan NWO-financiering. Daarmee financiert NWO maximaal 80% van de totale projectomvang; de rest van het projectbudget wordt ingebracht via de verplichte cofinanciering (zie paragraaf 3.5.6). NWO financiert nooit minder dan 50% van de totale projectomvang.

De maximale looptijd van het voorgestelde project is 6 jaar. De voor deze Call for proposals beschikbare budgetmodules (inclusief de maximum bedragen) staan vermeld in de tabel hieronder. Vraag alleen datgene aan wat essentieel is om het project uit te voeren. Een nadere toelichting op de budgetmodules vindt u in de bijlage bij deze Call for proposals (7.1).

Budgetmodule

Maximaal bedrag

Promovendus

Onbeperkt aantal posities, volgens UNL-tarieven of NFU-tarieven1

Engineering Doctorate degree (EngD)

Onbeperkt aantal posities, in combinatie met promovendi en/of postdoc(s), volgens UNL-tarieven of NFU-tarieven1

Postdoc

Onbeperkt aantal posities, volgens UNL-tarieven of NFU-tarieven1

Niet-wetenschappelijk personeel (NWP) bij universiteiten

Maximaal € 100.000 per promovendus/postdoc, volgens UNL-tarieven of NFU-tarieven1, in combinatie met promovendi en/of postdoc(s), tot een maximum van € 300.000 per aanvraag

Overig wetenschappelijk personeel (OWP) bij universiteiten

Maximaal € 100.000 per promovendus/postdoc, in combinatie met promovendus en/of postdoc

Personeel hogescholen, onderwijsinstellingen en overige organisaties (TO2)

Onbeperkt aantal posities (max 50% van het totale bij NWO aangevraagde budget), volgens de op het moment van het subsidieverleningsbesluit geldende tarieven uit tabel 2.2, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’ van de Handleiding Overheidstarieven Salaristabellen | NWO.

Materiële kosten

€ 15.000 per jaar per fte wetenschappelijke positie

Investeringen (t/m € 150.000)

Maximaal € 150.000

Kennisbenutting

Maximaal € 25.000

Internationalisering

Maximaal € 25.000

Money follows Cooperation

Minder dan 50% van het totale bij NWO aangevraagde budget

Projectmanagement

Maximaal 5% van het totale bij NWO aangevraagde budget

X Noot
1

Voor personeel in het buitenland worden de lokale tarieven vergoed. Er geldt echter een maximum, dat gebaseerd is op de UNL-tarieven verrekend met de waardes uit de NWO Country correction coefficients (CCC) tabel, zie Money Follows Cooperation | NWO.

3.3 Het opstellen en indienen van de aanvraag

Het is verplicht uw aanvraag in het Engels op te stellen.

Het indienen van een aanvraag kan alleen via het online aanvraagsysteem ISAAC. Aanvragen die niet via ISAAC zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen.

U bent als hoofdaanvrager verplicht een aanvraag via het eigen persoonlijke ISAAC-account in te dienen.

Het is belangrijk om tijdig te beginnen met uw aanvraag in ISAAC:

  • indien u nog geen ISAAC-account heeft, dient deze op tijd te worden aangemaakt om eventuele aanmeldproblemen te voorkomen;

  • nieuwe organisaties moeten eventueel nog door NWO toegevoegd worden aan ISAAC;

  • u moet ook online nog gegevens invoeren.

Aanvragen die na de deadline worden ingediend, neemt NWO niet in behandeling.

Voor vragen van technische aard verzoeken wij u contact op te nemen met de ISAAC-helpdesk, zie contact (hoofdstuk 6).

Werkt een hoofd- en/of medeaanvrager bij een organisatie die niet is opgenomen in de database van ISAAC? U kunt dit dan melden via relatiebeheer@nwo.nl zodat de organisatie kan worden toegevoegd. Hier zijn enige dagen voor nodig. Daarom is het van belang dit uiterlijk een week voor de deadline te melden.

NWO gaat er vanuit dat de aanvrager de organisatie waar zij/hij werkzaam is heeft geïnformeerd over het indienen van de aanvraag en dat de organisatie de subsidievoorwaarden van deze Call for proposals aanvaardt.

3.3.1 Opstellen van de volledige aanvraag

De hoofdaanvrager dient de volledige aanvraag in via ISAAC.

Voor het opstellen van uw volledige aanvraag doorloopt u de volgende stappen:

  • download het aanvraagformulier vanuit het online aanvraagsysteem ISAAC of vanaf de website van NWO (op de website van het betreffende financieringsinstrument);

  • vul het aanvraagformulier in;

  • sla het formulier op als pdf en dien het met de verplichte bijlagen in ISAAC in;

  • vul de online in ISAAC gevraagde gegevens in.

Verplichte bijlagen:

  • begroting;

  • verklaringen cofinanciering van cofinanciers (zie paragraaf 3.1.2 en 3.5.6);

  • garantstelling voor continuïteit in de projectbegeleiding (alleen indien van toepassing, zie paragraaf 3.1);

  • formulier ‘Statement and signature’.

De bijlage dient conform het door NWO aangeboden template opgesteld te worden. Bijlagen dienen los van de aanvraag in ISAAC geüpload te worden. Alle bijlagen, met uitzondering van de begroting, dienen als pdf-bestand (zonder beveiliging) te worden ingediend. De begroting moet als Excel-bestand worden ingediend in ISAAC.

Op het moment van indienen dient in de bijgesloten verklaringen cofinanciering de volledige vereiste cofinanciering te zijn toegezegd volgens de voorwaarden beschreven in paragraaf 3.5.6.

Andere bijlagen dan hierboven vermelde bijlagen zijn niet toegestaan.

3.4 Indieningsvoorwaarden

3.4.1 Formele voorwaarden voor indiening

NWO toetst uw aanvraag op onderstaande voorwaarden. Alleen als uw aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt deze toegelaten tot de beoordelingsprocedure. U wordt gevraagd om na indiening van een aanvraag beschikbaar te zijn om eventuele administratieve correcties door te voeren en zo (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.

Deze voorwaarden zijn:

  • de hoofdaanvrager en medeaanvrager(s) voldoen aan de in paragraaf 3.1 gestelde voorwaarden;

  • het aanvraagconsortium bevat tenminste één private partij, bedoelt als in een partij zoals in paragraaf 3.5.6 omschreven;

  • de aanvraag voldoet aan de DORA-richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.1;

  • het aanvraagformulier is, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, compleet en volgens de instructies ingevuld;

  • de vereiste cofinanciering is, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, correct en volledig toegezegd middels verklaringen cofinanciering (zie paragraaf 3.1.2 en 3.5.6,);

  • in het aanvraagformulier moeten minimaal vier gebruikers opgenomen worden die zitting zullen nemen in de gebruikerscommissie zoals beschreven in paragraaf 5.1.4. In de gebruikerscommissie moeten minimaal twee niet-academische partijen vertegenwoordigd zijn;

  • de aanvraag is ingediend via het ISAAC-account van de hoofdaanvrager;

  • de aanvraag is ontvangen voor de gestelde deadline;

  • de aanvraag is in het Engels opgesteld;

  • de aanvraagbegroting van de volledige aanvraag is volgens de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld.

  • het voorgestelde project heeft een looptijd van maximaal 6 jaar;

  • alle vereiste bijlagen zijn, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, compleet en volgens de instructies ingevuld en voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld en ingediend.

3.5 Subsidievoorwaarden

Op alle aanvragen zijn de NWO Subsidieregeling 2017 en het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek van toepassing.

3.5.1 Naleving Nationale leidraad kennisveiligheid

Wetenschap van wereldklasse kan profiteren van internationale samenwerking. De Nationale leidraad kennisveiligheid (hierna: de Leidraad) helpt kennisinstellingen ervoor te zorgen dat internationale samenwerking veilig kan plaatsvinden. Bij kennisveiligheid gaat het om ongewenste overdracht van gevoelige kennis en technologie die de nationale veiligheid aantast; om heimelijke beïnvloeding van onderwijs en onderzoek door statelijke actoren, en daarmee de academische vrijheid en de sociale veiligheid in gevaar brengt; en om ethische kwesties die kunnen spelen in de samenwerking met landen die de grondrechten niet respecteren.

Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of het project in lijn is en blijft met de Leidraad. Met het indienen van de aanvraag committeert de aanvrager zich aan de overwegingen in deze Leidraad. In geval van het vermoeden van schending van de Leidraad bij een bij NWO ingediende aanvraag voor projectfinanciering of een door NWO gefinancierd project, kan NWO de aanvrager verzoeken om een risicoafweging te overleggen waaruit blijkt dat de overwegingen uit de Leidraad zijn gevolgd. Indien de aanvrager niet aan het verzoek van NWO voldoet of als de risicoafweging klaarblijkelijk een schending van de Leidraad behelst, kan dit gevolgen hebben voor de subsidieverlening of vaststelling door NWO. Ook kan NWO in een voorkomend geval nadere voorwaarden opnemen in de toewijzingsbrief.

De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de Rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.

3.5.2 Datamanagement

Resultaten van wetenschappelijk onderzoek moeten kunnen worden gerepliceerd, geverifieerd en gefalsifieerd. In het digitale tijdperk betekent dit dat behalve publicaties ook onderzoeksdata zo veel mogelijk vrij toegankelijk moeten zijn. NWO verwacht dat de onderzoeksdata die voortkomen uit projecten die door NWO zijn gefinancierd zo veel mogelijk vrij beschikbaar komen voor hergebruik door andere onderzoekers.

NWO hanteert daarbij het principe: “zo open als mogelijk, beschermd indien nodig”. Van onderzoekers wordt verwacht dat zij ten minste die data en/of niet-numerieke resultaten die ten grondslag liggen aan de conclusies van binnen het project gepubliceerde werken openbaar maken, gelijktijdig met de publicatie zelf. Eventuele kosten die hiervoor worden gemaakt, kunnen worden meegenomen in de projectbegroting.

Onderzoekers maken kenbaar hoe met data voortkomend uit het project wordt omgegaan aan de hand van de datamanagementparagraaf in de volledige aanvraag, en het datamanagementplan na toewijzing van subsidie.

Datamanagementparagraaf

De datamanagementparagraaf maakt deel uit van de volledige aanvraag. Onderzoekers wordt gevraagd reeds voor aanvang van het onderzoek te bedenken hoe de verzamelde data geordend en gecategoriseerd moeten worden zodat zij vrij beschikbaar kunnen worden gesteld. Vaak zullen al vóór het tot stand komen van de data en de analyse daarvan maatregelen getroffen moeten worden om opslag en deling later mogelijk te maken.

Indien niet alle data voortkomende uit het project openbaar gemaakt kunnen worden, bijvoorbeeld om redenen van privacy, ethiek of valorisatie, dient de aanvrager dit beargumenteerd kenbaar te maken in de datamanagementparagraaf.

De datamanagementparagraaf wordt niet beoordeeld en daarom ook niet meegewogen in de beslissing om een aanvraag al dan niet toe te wijzen. Zowel de referenten als de beoordelingscommissie kunnen wel advies geven met betrekking tot de datamanagementparagraaf.

3.5.3 Wetenschappelijke integriteit

Het project dat NWO financiert moet, conform de NWO Subsidieregeling 2017, uitgevoerd worden in overeenstemming met de nationaal en internationaal aanvaarde normen van wetenschappelijk handelen zoals neergelegd in de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit (2018). Met het indienen van de aanvraag committeert de aanvrager zich aan deze code. In geval van (mogelijke) schending van deze normen bij een door NWO gefinancierd project, dient de aanvrager NWO hiervan onverwijld op de hoogte te stellen en dient deze alle ter zake relevante documenten aan NWO te overleggen. Meer informatie over de gedragscode en het beleid op het gebied van wetenschappelijke integriteit vindt u op de website: Wetenschappelijke integriteit | NWO.

3.5.4 Ethische verklaring of vergunning

Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde project een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is. De aanvrager dient er voor te zorgen dat deze tijdig wordt verkregen bij de relevante instelling of ethische commissie. Het wel of niet hebben van een ethische verklaring of vergunning op het moment van het aanvraagproces heeft geen invloed op de beoordeling van de aanvraag. Bij toewijzing wordt de subsidie verleend onder de voorwaarde dat de benodigde ethische verklaring of vergunning vóór de uiterste startdatum van het project is verkregen. Het project kan pas starten nadat NWO een kopie van de ethische verklaring of vergunning heeft ontvangen.

3.5.5 Nagoya Protocol

Het Nagoya Protocol zorgt voor een eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit het gebruik van genetische rijkdommen (Access and Benefit Sharing; ABS). Onderzoekers die voor hun onderzoek gebruikmaken van genetische bronnen in/uit het buitenland dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (Home | ABS Focal Point). NWO gaat er vanuit dat zij de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen.

3.5.6 Cofinanciering

Cofinancieringseis:

Dit onderzoeksprogramma vereist minimaal 20% van het totale budget van de aanvraag als cofinanciering op projectniveau.

Deze cofinanciering mag zowel in cash als in kind geleverd worden, waarbij minimaal de helft in cash moet zijn. Minimaal 50% van de totale cofinanciering moet van private oorsprong zijn. Voor de definitie van private cofinanciering: zie hieronder bij Definitie private cofinanciering. De toegezegde cofinanciering is het netto bedrag dat de aanvrager ontvangt. Als voor toegezegde cofinanciering BTW van toepassing is komt deze bovenop het toegezegde bedrag.

Definitie private cofinanciering

De definitie van private (co)financiering is afgeleid van de definitie zoals gehanteerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (Definities PPS-toeslag Onderzoek en Innovatie (rvo.nl)). Een private bijdrage is daarmee gedefinieerd als een cash of in kind bijdrage die niet direct of indirect afkomstig is van een onderzoeksinstelling of openbaar lichaam. Alleen ingebrachte cofinanciering die aan deze definitie voldoet, kan als een private bijdrage worden aangemerkt. Ingebrachte cofinanciering door een onderzoeksinstelling of een openbaar lichaam geldt als een publieke bijdrage.

Algemene definities:

  • Totale projectkosten: benodigde financiële middelen plus in natura (in kind) bijdragen;

  • Cofinanciering: financiële (in cash) en/of in natura bijdrage(n);

  • In natura (in kind) bijdragen: gekapitaliseerde personele en/of materiële bijdragen van gebruikers.

  • Gebruiker: natuurlijke personen of rechtspersonen (nationaal of internationaal) die de resultaten van het onderzoek kunnen toepassen en kunnen bijdragen aan het bereiken van wetenschappelijke en/of maatschappelijke impact (zie paragraaf 5.1.4);

  • Cofinancier: een organisatie die cofinanciering bijdraagt aan het project.

Voor cofinanciering gelden de volgende uitgangspunten:

  • NWO is hoofdfinancier in de projecten. Projectaanvragen waarbij de cofinanciering van de gebruikers meer dan 49% van de totale projectkosten bedraagt, worden niet in behandeling genomen;

  • NWO gaat ervan uit dat verstrekkers van cofinanciering een belang hebben als gebruiker.

    Cofinanciers en gebruikers nemen altijd deel aan de gebruikerscommissie (zie paragraaf 5.1.4);

  • Er mogen geen voorwaarden gesteld zijn aan de levering van de cofinanciering. Ook mag de levering van de cofinanciering niet afhankelijk zijn van het al dan niet bereiken van een bepaald stadium in het onderzoeksplan (bijv. go/no-go moment).

  • Financiële bijdragen worden gebruikt ter dekking van een deel van de totale projectkosten en vormen samen met de NWO-bijdrage de benodigde financiële middelen;

Facturatie in cash cofinanciering

NWO factureert na toewijzing van de aanvraag de private of publieke partij die zich met een in-cash bijdrage heeft gecommitteerd.

Na ontvangst worden deze middelen door NWO toegewezen op het project.

Toelaatbaar als in-kind cofinanciering:

  • Personele inzet en materiële bijdragen, op voorwaarde dat de waarde ervan bepaald wordt en dat deze bijdragen volledig onderdeel uitmaken van het project.

  • Diensten en knowhow mogen bij de kennisinstellingen(en) van de aanvrager niet reeds beschikbaar of voorhanden zijn.

  • In kind bijdragen worden alleen geaccepteerd onder de voorwaarde dat het gedeelte dat door de cofinancier wordt ingebracht integraal onderdeel is van het werkplan en als identificeerbare inspanning kan worden gevolgd of aangemerkt.

Waardebepaling in-kind cofinanciering

  • Personele inzet wordt gewaardeerd op basis van uren x tarief. Het uurtarief dient bepaald te worden aan de hand van de Handleiding Overheidstarieven (HOT). Van cofinancierende organisaties wordt verlangd dat zij het best bij de werkelijke loonkosten passende tarief uit deze handleiding kiezen. De tarieven uit HOT gelden eveneens als maximum in geval de werkelijke loonkosten hoger zijn. Bij de bepaling van het uurtarief wordt uitgegaan van een standaard productief aantal uur van 1.400 per jaar. Voor de tarieven, zie tabel 2.1 in paragraaf 2.2, de kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’ van de meest recente HOT op de NWO website (www.nwo.nl/salaristabellen);

  • De waarde voor materiële in kind bijdragen wordt bepaald op basis van kostprijs voor verbruiksgoederen.

    De waarde van investeringen/apparatuur wordt bepaald op basis van reguliere afschrijvingen, rekening houdend met intensiteit van gebruik en de reeds gedane afschrijvingen volgens van toepassing zijnde verslaggrondslagen;

  • Voor in kind bijdragen in de vorm van diensten of knowhow (kennis, software, toegang tot databases of cellijnen) geldt dat de waarde in het economisch verkeer vastgesteld moet zijn en dat alleen de werkelijke kosten die direct toe te rekenen zijn aan het project mogen worden meegeteld als cofinanciering. Dit is te allen tijde zonder winstopslag. Daarnaast geldt dat de dienst of knowhow niet al bij de aanvrager beschikbaar of voorhanden is. Cofinanciers dienen de opbouw en hoogte van de opgevoerde in kind-bijdragen incl. de uurtarieven te motiveren in de verklaring cofinanciering. NWO kan verzoeken om onderbouwing en bewijsstukken van de gehanteerde tarieven en eveneens om aanpassing.

Niet toelaatbaar als cofinanciering (zowel in cash als in kind):

  • door NWO toegekende financiering7;

  • PPS-innovatie gelden;

  • cofinanciering mag niet afkomstig zijn van partijen die op grond van deze Call for proposals een subsidieaanvraag bij NWO kunnen indienen;

  • kortingen op commerciële tarieven, o.a. op materialen, apparaten en diensten;

  • kosten m.b.t. overhead, begeleiding, consultancy en/of deelname aan de gebruikerscommissie (zie paragraaf 5.1.4);

  • kosten voor diensten die voorwaardelijk zijn. Er worden geen voorwaarden gesteld aan de levering van de cofinanciering. De levering van de cofinanciering is niet afhankelijk van het al dan niet bereiken van een bepaald stadium in het onderzoeksplan (bijvoorbeeld go/no-go moment);

  • kosten die volgens de Call for proposals niet worden vergoed;

  • kosten van apparatuur indien een van de (hoofd)doelen van de aanvraag is verbetering/meerwaarde te creëren van deze apparatuur.

Verantwoording in kind cofinanciering

De hoofdaanvrager rapporteert aan NWO over de in kind en cash cofinanciering die hij of zij van een cofinancier heeft ontvangen. De hoofdaanvrager legt conform de NWO Subsidieregeling 2017 jaarlijkse verantwoording af. Wanneer een cofinancier zijn verplichtingen niet of niet geheel nakomt aan de hoofdaanvrager en/of NWO kan dit gevolgen hebben voor de subsidievaststelling.

Verklaring cofinanciering deelnemende cofinanciers

In een verklaring cofinanciering spreekt de cofinancier zowel inhoudelijke als financiële steun uit aan het project en bevestigt deze de toegezegde cofinanciering. Ook verklaart de cofinancier in de verklaring cofinanciering of de toegezegde bijdrage een private of een publieke bijdrage is. Verklaringen cofinanciering van cofinanciers genoemd in de aanvraag zijn verplichte bijlagen bij de volledige aanvraag. Deze moeten zijn ondertekend door een tekenbevoegd persoon van de cofinancier. NWO zal een verplicht format voor de verklaring cofinanciering beschikbaar stellen.

In geval van toewijzing dient de cofinancier zijn bijdrage(n) te bevestigen in de consortiumovereenkomst (o.a. ter facturering in geval van in cash). In deze overeenkomst worden ook verdere afspraken gemaakt tussen de cofinancier(s), de aanvrager(s) en NWO (zie paragraaf 5.1.2).

4 Beoordelingsprocedure

Dit hoofdstuk beschrijft allereerst de beoordeling volgens de DORA-principes (paragraaf 4.1) en hoe de beoordelingsprocedure verloopt (paragraaf 4.2). Vervolgens somt het de criteria op waaraan de beoordelingscommissie uw aanvraag toetst (paragraaf 4.3).

Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken NWO-medewerkers is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing (Code persoonlijke belangen | NWO).

NWO streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (Diversiteit en inclusie | NWO). NWO stimuleert referenten en leden van een beoordelingscommissie actief om zich bewust te worden van impliciete associaties en te proberen deze te minimaliseren. NWO voorziet hen van informatie over concrete manieren om de beoordeling van een aanvraag te verbeteren.

4.1 De San Francisco Declaration (DORA)

NWO is ondertekenaar van de San Francisco Declaration on Research Assessment (DORA). DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld te verbeteren. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksinstellingen, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.

DORA richt zich op het terugdringen van het onkritisch gebruik van bibliometrische indicatoren en het wegnemen van onbewuste vooringenomenheid (unconscious bias) bij de beoordeling van onderzoek en onderzoekers. Overkoepelende filosofie van DORA is dat onderzoek moet worden beoordeeld op zijn eigen kwaliteiten en verdiensten in plaats van op basis van afgeleide indicatoren, zoals het tijdschrift waarin het onderzoek wordt gepubliceerd.

NWO gaat bij het beoordelen van het wetenschappelijk track record van aanvragers uit van een brede definitie van wetenschappelijke output.

NWO verzoekt commissieleden en referenten bij de beoordeling van aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de h-index. U mag deze niet vermelden in uw aanvraag. Wel mag u naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten te vermelden, zoals datasets, patenten, software en code enzovoort.

Voor meer informatie over wat NWO doet om de principes van DORA te implementeren zie: DORA | NWO.

4.2 Procedure

De aanvraagprocedure bestaat uit de volgende stappen:

  • Matchmaking;

  • Indiening van de volledige aanvraag;

  • In behandeling nemen van de aanvraag;

  • Peer review door referenten;

  • Weerwoord;

  • Vergadering van de beoordelingscommissie;

  • Besluitvorming.

Beoordelingscommissie

Voor deze Call for proposals wordt een externe, onafhankelijke beoordelingscommissie ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers uit de wetenschap en de praktijk met kennis van het vakgebied. De taak van de beoordelingscommissie is om de ingediende aanvragen en de daarop betrekking hebbende stukken in onderlinge samenhang en op eigen merites te beoordelen op basis van de gegeven selectiecriteria in deze Call for proposals.

4.2.1 Matchmaking

In de periode voorafgaand aan de deadline (tussen juni en okt 2024) faciliteert NWO matchmakingsactiviteiten voor deze call. Deelname aan deze activiteiten wordt aanbevolen maar is niet verplicht. Matchmaking heeft als doel om onderzoekers uit verschillende disciplines en professionals uit het publieke en private domein bij elkaar te brengen en te verbinden, om zo tot vernieuwende onderzoeksvoorstellen te komen. Verdere informatie over de invulling en planning van matchmakingsactiviteiten zal bekend worden gemaakt via de website en de NWO nieuwsbrieven.

4.2.2 Indiening van een aanvraag

Voor indiening van de aanvraag is een standaardformulier beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NWO website. In uw aanvraag moet u zich houden aan de vragen die in dit formulier staan en aan de werkwijze die in de toelichting staat. Ook moet u zich houden aan de voorwaarden voor het maximale aantal woorden en pagina’s.

Uw volledig ingevulde aanvraagformulier moet voor de deadline via ISAAC zijn ontvangen (zie paragraaf 1.3). Na dit tijdstip kunt u geen aanvraag meer indienen. De hoofdaanvrager ontvangt na indiening van de volledige aanvraag een ontvangstbevestiging.

4.2.3 In behandeling nemen van de aanvraag

Zo snel mogelijk nadat u uw aanvraag heeft ingediend, hoort u of NWO uw aanvraag in behandeling neemt. NWO bepaalt dit aan de hand van een aantal administratief-technische criteria (zie de formele voorwaarden voor indiening, paragraaf 3.4). Alleen als uw aanvraag hieraan voldoet, kan NWO deze in behandeling nemen. Houdt er rekening mee dat NWO u binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. U krijgt één keer de gelegenheid om de correcties door te voeren, hiervoor krijgt u vijf werkdagen de tijd.

4.2.4 Peer review door referenten

Voordat de beoordelingscommissie zich over uw aanvraag buigt, vraagt NWO eerst input van tenminste twee externe referenten. Dit zijn onafhankelijke adviseurs die deskundig zijn op het onderwerp van de aanvraag. Zij beoordelen de aanvraag op basis van de in de Call for proposals genoemde beoordelingscriteria (paragraaf 4.3).

Het is mogelijk om (maximaal drie) non-referenten op te geven. Aanvragers kunnen deze non-referenten opgeven in ISAAC. NWO zal deze non-referenten niet benaderen om als externe referent de aanvraag te beoordelen.

4.2.5 Weerwoord

De hoofdaanvrager ontvangt geanonimiseerde referentenrapporten. U heeft daarna de gelegenheid om een weerwoord te formuleren. U krijgt vijf werkdagen de tijd om uw weerwoord via ISAAC in te dienen. Mocht u besluiten de aanvraag in te trekken, dan dient u dit zo snel mogelijk per e-mail aan het bureau te melden en de aanvraag in ISAAC in te trekken. Indien NWO uw weerwoord na de deadline ontvangt, wordt het niet meegenomen in de verdere procedure.

4.2.6 Vergadering van de beoordelingscommissie

De beoordelingscommissie maakt op basis van het beschikbare materiaal een eigen afweging. Hierbij geldt dat de referentenrapporten in belangrijke mate richtinggevend zijn voor de uiteindelijke beoordeling, maar niet per se onverkort worden overgenomen door de beoordelingscommissie. De commissie weegt de argumenten van de referenten (ook onderling) en bekijkt of in het weerwoord een goede reactie is geformuleerd op de kritische opmerkingen uit de referentenrapporten. De commissie heeft bovendien, anders dan de referenten, zicht op de kwaliteit van de overige ingediende aanvragen en weerwoorden. Dit brengt met zich mee dat de commissie tot een andere beoordeling kan komen dan de referenten

De commissie stelt naar aanleiding van de bespreking van de aanvragen tijdens de beoordelingsvergadering een schriftelijk advies op aan de raad van bestuur van NWO over de kwaliteit en prioritering van de aanvragen. Dit advies baseert zij op de beoordelingscriteria. De aanvraag als geheel moet tenminste de kwalificatie ’zeer goed’ krijgen om in aanmerking te komen voor de subsidie. Daarnaast moet de aanvraag tevens op elk van de afzonderlijke beoordelingscriteria tenminste een score van 4,0 (of beter) krijgen.

Scorebereik

Kwalificatie

1.0–1.4

Excellent

1.5–3.4

Zeer goed

3.5–5.4

Goed

5.5–9.0

Ontoereikend

Voor meer informatie over de kwalificaties zie NWO | Financiering aanvragen, hoe werkt dat?.

Als na de prioritering van de aanvragen blijkt dat twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen totaalscore niet van elkaar te onderscheiden zijn, dan is er sprake van een ex aequo-situatie (zie paragraaf over ex aequo).

4.2.7 Ex aequo

Onder ex aequo verstaat NWO de situatie waarin twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen score niet van elkaar te onderscheiden zijn. Een ex aequo situatie is relevant rondom de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Of er sprake is van een ex aequo situatie wordt als volgt bepaald. Het uitgangspunt is de door de commissie opgestelde prioritering, met eindscores afgerond op twee decimalen. De referentiescore is de score van de laagst geprioriteerde aanvraag binnen de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Alle aanvragen met een score die 0,05 of minder van de referentiescore afliggen, worden in overweging genomen. Zo worden de aanvragen geselecteerd die binnen 0,10 gelijk zijn. Indien een ex aequo situatie zich voordoet op de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens, dan worden de scores voor criterium 1 en 2 (zie paragraaf 4.3.1) bij elkaar opgeteld. De aanvraag met de laagste som van de scores voor criterium 1 en 2 wordt als hoogste geprioriteerd. Als ook dan aanvragen gelijk eindigen, wordt de ex aequo-situatie doorgestuurd naar het besluitnemend orgaan. Het besluitnemend orgaan kan er vervolgens voor kiezen om alle ex aequo geëindigde aanvragen toe te wijzen, of om alle ex aequo geëindigde aanvragen af te wijzen. Dit kan in voorkomende gevallen een afwijking van het in paragraaf 1.2 genoemde toewijzingsaantal met zich meebrengen.

4.2.8 Besluitvorming

Tot slot toetst het bestuur van NWO-domein TTW de gevolgde procedure van de commissie. Vervolgens stelt het de definitieve kwalificaties vast en besluit over toe- en afwijzing van de volledige aanvragen.

4.2.9 Tijdpad

Hieronder treft u het tijdpad aan voor deze Call for proposals. Het kan zijn dat NWO het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure nog aanpassingen in het tijdpad van deze Call for proposals aan te brengen.

Uiteraard ontvangt u hierover op tijd bericht.

Juni/Juli 2024

Matchmaking

Donderdag 10 oktober 2024 14:00:00uur CEST

Deadline aanvragen

November 2024 – Januari 2025

Raadplegen referenten

Januari – Februari 2025

Aanvragers kunnen een weerwoord indienen

Maart 2025

Vergadering beoordelingscommissie

Voorjaar 2025

Besluit bestuur

4.3 Criteria

4.3.1 Inhoudelijke beoordelingscriteria

De aanvragen die binnen deze Call for proposals worden ingediend worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

  • 1. Probleemstelling en -analyse (20%)

  • 2. Verwachte impact en route naar impact (20%)

  • 3. Kwaliteit van het consortium (30%)

  • 4. Kwaliteit van het onderzoek (30%)

Binnen de vier beoordelingscriteria worden de volgende aspecten onderscheiden:

  • 1. Probleemstelling en -analyse

    • Helder geformuleerde probleemstelling en resulterende kennis/onderzoeksvragen.

    • De onderzoeksvragen zijn logisch gerelateerd en bijdragend aan de doelstelling van de call.

    • Tenminste een van de twee geprioriteerde sleuteltechnologieën (Energy materials of Imaging technologies) is onderwerp van onderzoek en onderzoeksvragen vallen binnen de scope van deze call.

    • Maatschappelijke en wetenschappelijke urgentie en relevantie van de probleemstelling.

  • 2. Verwachte impact en route naar impact

    • De beoogde wetenschappelijke en maatschappelijke impact is helder gedefinieerd en volgt logisch uit het/de geïdentificeerde probleem of vraag.

    • De Impact pathway beschrijft een heldere route richting de maatschappelijke, inclusief economische, impact, inclusief de rol van de betrokken partners.

    • Passende strategische activiteiten ten behoeve van het bereiken van de impact, zoals stakeholder engagement, communicatie, monitoring en evaluatie en capaciteitsontwikkeling, en inzet en gebruik van Human Capital.

  • 3. Kwaliteit van het consortium

    • Samenstelling van het consortium sluit logisch aan bij het beoogde project: betrokkenheid van één of meerdere relevante private partner(s) op het gebied van high-tech sector en overige stakeholders.

    • Kwaliteit van de consortiumpartners voor wat betreft benodigde kennis, vaardigheden en expertise voor de uitvoering van het project.

    • Actieve betrokkenheid van de partners bij de ontwikkeling van het project (co-design), vanaf de articulatie van de probleemstelling en de kennisvragen, en bij de uitvoering (co-creatie).

    • Heldere taak- en rolverdeling binnen het consortium bij uitvoering van het onderzoek en de governance.

  • 4. Kwaliteit van het onderzoek

    • De wetenschappelijke vraagstelling volgt logisch uit de probleemanalyse en is origineel en vernieuwend voor de betrokken disciplines.

    • De voorgestelde aanpak en methodologie zijn geschikt om de concreet geformuleerde doelstellingen te behalen en de vraagstelling te beantwoorden.

    • Opzet van het voorgestelde onderzoeksplan: 1) helder omschreven werkpakketten in logische samenhang; 2) passende, goed gemotiveerde, begroting; 3) risico analyse en eventueel een back-up plan.

5 Subsidieverplichtingen

In dit hoofdstuk worden de verschillende subsidieverplichtingen toegelicht die – in aanvulling op de in paragraaf 3.5 genoemde subsidievoorwaarden – van toepassing zijn na toewijzing.

5.1 Inhoudelijke monitoring

Start van het project

Het project start nadat de benodigde ondertekende documenten zijn ontvangen door NWO en er aan alle gestelde toewijzingsvoorwaarden is voldaan. Het project dient binnen twaalf maanden na de datum van de toewijzing te starten. De werkelijke startdatum van het project is de datum waarop de projectleider een eerste uitgave van de toegekende financiering voor het project heeft gedaan of de datum van de eerste aanstelling van personeel op het project.

Verantwoording tijdens het project

Gedurende het project zal de hoofdaanvrager verantwoordelijk zijn voor halfjaarlijkse inhoudelijke en financiële rapportages over het project, die gedeeld zullen worden met de gebruikerscommissie (zie paragraaf 5.1.4). Nadien komt de gebruikerscommissie bijeen om de voortgang van het project te bespreken. Bij uitzondering – te besluiten door NWO – kan de frequentie van de bijeenkomsten van de gebruikerscommissie lager zijn.

Afsluiting van een project

Bij afronding van een project zullen inhoudelijke en financiële eindrapportages worden opgevraagd. Daarna wordt de hoogte van de subsidie vastgesteld door NWO (zie art 3.5.2 van de NWO subsidieregeling 2017). Daarnaast zal de verantwoording worden opgevraagd en gedeeld met de topsector High Tech Holland en daarmee aan de RVO (de huidige call is gedeeltelijk gefinancierd vanuit PPS middelen, zie paragraaf 1.1.1).

5.1.1 Datamanagement

Na toewijzing van een aanvraag dient de aanvrager de datamanagementparagraaf uit te werken tot een datamanagementplan. Aanvragers kunnen hierbij gebruik maken van het advies van de referenten en beoordelingscommissie. De aanvrager beschrijft in het plan of gebruik gemaakt wordt van bestaande data of dat het om een nieuwe dataverzameling gaat en hoe de dataverzameling dan FAIR: vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar gemaakt wordt. Het datamanagementplan dient voor indiening te zijn afgestemd met een data steward of vergelijkbare functionaris van de organisatie waar het project wordt uitgevoerd. Uiterlijk vier maanden na toewijzing van de aanvraag moet dat plan via ISAAC zijn ingediend bij NWO. NWO beoordeelt het plan zo snel mogelijk. Goedkeuring van het datamanagementplan door NWO is voorwaarde voor de subsidieverlening. Het plan kan tijdens het onderzoek worden bijgesteld.

Meer informatie over het datamanagementprotocol van NWO staat op: Research datamanagement | NWO.

5.1.2 Intellectueel eigendom en consortiumovereenkomst

Met betrekking tot de intellectuele eigendom (IE) geldt het NWO IE-beleid. Het NWO IE-beleid is te vinden in hoofdstuk 4 van de NWO Subsidieregeling 2017.

Aanvragers moeten een door NWO gefinancierd project uitvoeren in de tijd dat ze voor de kennisinstelling werken. Indien een aanvrager of een door NWO gefinancierde onderzoeker bij meerdere werkgevers is aangesteld, dient de andere werkgever ten behoeve van de aanvrager afstand te doen van eventuele IE-rechten die uit het project voortvloeien.

NWO streeft na dat onderzoeksresultaten toepassing kunnen vinden bij de partners die bij het project zijn betrokken. NWO beoogt enerzijds dat de onderzoeksresultaten van door haar gefinancierde projecten publiek toegankelijk zijn, en anderzijds dat de verdere ontwikkeling van de onderzoeksresultaten wordt gestimuleerd door partijen de mogelijkheid te bieden om deze te exploiteren. Daarbij kan het wenselijk zijn om intellectuele eigendomsrechten over te dragen of een licentie te verlenen aan (een van) de bij het project betrokken private partijen. Het uitgangspunt is dat alle onderzoeksresultaten kunnen worden gepubliceerd met inachtneming van afspraken over publicatieprocedures.

Het afsluiten van een consortiumovereenkomst na toewijzing van de aanvraag is één van de voorwaarden voor de start van het project. In deze overeenkomst worden afspraken gemaakt over intellectueel eigendom en publicatie, kennisoverdracht, geheimhouding, betalingen van cofinanciering en voortgangs- en eindverslagen en de rol en werkwijze van de gebruikerscommissie. Uploaden in ISAAC is noodzakelijk voordat een project kan starten.

De (model) consortiumovereenkomst die NWO beschikbaar stelt op de financieringspagina voor deze Call for proposals dient hiervoor gebruikt te worden. Deze modelovereenkomst is opgesteld conform de NWO Subsidieregeling 2017. NWO ondertekent de overeenkomst zelf niet.

5.1.3 Maatschappelijk verantwoord licentiëren

Uit het project kan kennis voortkomen die geschikt is voor toepassing in de maatschappij. Bij het aangaan van afspraken over licentie- en/of overdracht van onder deze Call for proposals ontwikkelde onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de tien principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, zoals opgenomen in het NFU rapport “NFU-19.3793 Maatschappelijk Verantwoord Licenseren CMYK 7.indd”.

5.1.4 Gebruikerscommissie

Na toewijzing van het project zal een gebruikerscommissie conform artikel 3.3.2.a van de NWO Subsidieregeling 2017 worden ingesteld, die het project volgt en over de voortgang adviseert. Meer informatie over deze commissie volgt in de toewijzingsbrief.

Om te bevorderen dat de kennis uit het onderzoek ook daadwerkelijk en effectief aan gebruikers wordt overgedragen, stelt NWO, op basis van de in het projectplan voorgestelde gebruikers, in overleg met de projectleider, per onderzoeksproject een gebruikerscommissie in.

Definities:

  • Gebruikers: natuurlijke personen of rechtspersonen (nationaal of internationaal) die de resultaten van het onderzoek kunnen toepassen en kunnen bijdragen aan het bereiken van wetenschappelijke en/of maatschappelijke impact;

  • Academische gebruikers: dit zijn bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend, hoogleraren, universitair (hoofd)docenten en andere onderzoekers met een vergelijkbare functie, die geïnteresseerd zijn in het beoogde onderzoek en die zelf geen actieve rol hebben in de uitvoering van het onderzoek;

  • Niet-academische gebruikers: onder andere bedrijven, klinieken, (patiënten)verenigingen, stichtingen, maatschappelijke of publieke organisaties en overheidsinstellingen8.

Voor de gebruikerscommissie gelden de volgende uitgangspunten:

  • Er moeten minimaal vier gebruikers zitting hebben in de gebruikerscommissie, welke reeds in de onderzoeksaanvraag opgenomen dienen te worden;

  • In de gebruikerscommissie moeten minimaal twee niet-academische partijen vertegenwoordigd zijn. Deze gebruikers hoeven geen financiële bijdrage te leveren, maar dienen wel deel te nemen aan de gebruikerscommissie;

  • Gebruikers mogen uit zowel Nederland als het buitenland komen en werkzaam zijn aan een Nederlandse of buitenlandse organisatie, instituut, kennisinstelling, universiteit en/of bedrijf. Buitenlandse universiteiten en kennisinstellingen mogen cofinanciering leveren zolang ze geen aanvrager zijn via Money follows Cooperation (zie bijlage 7.1.6);

  • Het is expliciet de bedoeling dat potentiële technologiegebruikers en eindgebruikers buiten de eigen kring en buiten het onderzoeksgebied van de aanvragende onderzoekers van het begin tot het eind bij het project worden betrokken. De gebruikers moeten de kennis uit het onderzoek op de (middel)lange termijn kunnen toepassen;

  • Kennisbenutting van de onderzoeksresultaten is een vast agendapunt van de gebruikerscommissievergaderingen. Hieronder vallen samenwerking met gebruikers, kennisbescherming en commercialisering van de kennis.

5.1.5 Open Access

NWO heeft de Berlin Declaration (2003) ondertekend en is lid van cOAlitie S (2018) en zet zich in om de resultaten van wetenschappelijk onderzoek dat door NWO gefinancierd wordt vrij toegankelijk te maken via internet (Open Access). Daarmee geeft NWO invulling aan het beleid van de Nederlandse regering om al het publiek gefinancierde onderzoek Open Access beschikbaar te maken. Wetenschappelijke publicaties van onderzoek dat is gefinancierd op basis van toewijzingen voortvloeiend uit deze Call for proposals dienen daarom Open Access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access.

Wetenschappelijke artikelen

Voor wetenschappelijke artikelen geldt dat zij direct op het moment van publicatie (zonder embargo) Open Access beschikbaar gesteld moeten worden via één van de volgende routes:

  • publicatie in een volledig open access tijdschrift of platform dat is geregistreerd in de DOAJ;

  • publicatie in een abonnementstijdschrift en het deponeren van tenminste de auteursversie van het artikel in een Open Access repository die is geregistreerd in OpenDOAR;

  • publicatie in een tijdschrift waarvoor een transformatieve Open Access overeenkomst beschikbaar is tussen de UNL en een uitgever. Zie daarover: Home | Open Access.

Boeken

Voor boeken, boekhoofdstukken en bundels gelden afwijkende voorwaarden. Zie daarover de Beleidsregel Open Access op Open Science | NWO.

CC BY licentie

Met het oog op een optimale verspreiding van publicaties moet tenminste een Creative Commons (CC BY) licentie worden toegepast. Bij de aanwezigheid van zwaarwegende belangen kan de auteur verzoeken om te publiceren onder toepassing van een CC BY-ND licentie. Voor boeken, bundels en boekhoofdstukken staat de keuze van een CC BY licentie vrij.

Kosten

Eventuele kosten voor publiceren in volledig Open Access tijdschriften kunnen worden begroot in de projectbegroting door gebruikmaking van de budgetmodule ‘materieel’. Kosten voor publicaties in hybride tijdschriften komen niet in aanmerking voor vergoeding door NWO. Voor Open Access boeken kan een beroep gedaan worden op het aparte NWO Open Access boekenfonds.

Voor een nadere toelichting op het Open Access beleid van NWO zie: Open Science | NWO.

6 Contact en overige informatie

6.1 Contact

6.1.1 Inhoudelijke vragen

Voor inhoudelijke vragen over deze Call for proposals neemt u contact op met:

Dr. Marleen Vonder

NWO domein Toegepaste Technische Wetenschappen (TTW)

HTSM2024@nwo.nl

+31 703494694

Of

Dr. Frans van der Wel

NWO domein Toegepaste Technische Wetenschappen (TTW)

HTSM2024@nwo.nl

+31 306001286

6.1.2 Technische vragen over het elektronisch aanvraagsysteem ISAAC

Bij technische vragen over het gebruik van ISAAC kunt u contact opnemen met de ISAAC-helpdesk. Raadpleeg eerst de handleiding voordat u de helpdesk om advies vraagt. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.

6.2 Overige informatie

NWO verwerkt persoonsgegevens die zij in het kader van deze ronde ontvangt conform de NWO privacyverklaring, Privacyverklaring | NWO.

NWO kan aanvragers mogelijk benaderen voor een evaluatie van de procedure en/of het onderzoeksprogramma.

7 Bijlagen

7.1 Toelichting op budgetmodules

Toelichting op budgetmodule Personeel

Voor personeel dat een substantiële bijdrage levert aan het onderzoek kan subsidie voor de salariskosten worden aangevraagd. Subsidiëring van deze salariskosten is afhankelijk van het type aanstelling en de organisatie waar het personeel is/wordt aangesteld.

  • Voor universitaire instellingen worden salariskosten gefinancierd conform de op het moment van subsidieverlening geldende UNL-salaristabellen (Salaristabellen | NWO).

  • Voor universitair medisch centra worden salariskosten gefinancierd conform de op het moment van subsidieverlening geldende NFU-salaristabellen (Salaristabellen | NWO).

  • Voor personeel van hogescholen, onderwijsinstellingen en overige organisaties worden salariskosten gefinancierd op basis van de cao-inschaling van de betreffende medewerker conform de op het moment van subsidieverlening geldende tarieven uit tabel 2.2, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’ van de Handleiding Overheidstarieven (Salaristabellen | NWO).

  • Voor de Nederlandse Cariben geldt dat de Rijksoverheid in Caribisch Nederland ambtenaren op de BES-eilanden onder andere voorwaarden in dienst neemt dan in Europees Nederland.

    Arbeidsvoorwaarden | Werken bij Rijksdienst Caribisch Nederland | Rijksdienst Caribisch Nederland (rijksdienstcn.com).

NWO past eenmalig een ambtshalve indexering van de salariskosten9 toe met betrekking tot:

  • UNL-tarieven: op aanvragen die voor 1 juli worden ingediend en na 1 juli worden toegewezen;

  • NFU-tarieven: op aanvragen die voor 1 augustus worden ingediend en na 1 augustus worden toegewezen;

  • HOT-tarieven: op aanvragen die voor 1 januari worden ingediend en na 1 januari worden toegewezen.

Ambtshalve indexering heeft geen invloed op de hoogte van het subsidieplafond of op de maximum hoogte van het subsidiebedrag per aanvraag. De hoogte van het subsidieplafond en de maximum hoogte van het subsidiebedrag blijven ongewijzigd tijdens de beoordelingsprocedure. De ambtshalve indexering wordt toegepast na afronding van de besluitvorming over toe- en afwijzing over de aanvragen.

Indien cofinanciering is vereist dan wel toegestaan, heeft de ambtshalve indexering geen gevolgen voor de cofinancieringseis, noch voor de IE-rechten die uit de cofinanciering kunnen voortvloeien.

De tarieven voor alle budgetmodules zijn verwerkt in het begrotingsformat bij het aanvraagformulier. Voor de budgetmodules ‘Promovendus’, ‘EngD’ en ‘Postdoc’ komt bovenop de salariskosten een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 ter stimulering van de wetenschappelijke carrière van de door NWO gefinancierde projectmedewerker. Vergoedingen voor promotiestudenten/beursalen aan een Nederlandse universiteit komen niet in aanmerking voor subsidie van NWO.

Hieronder volgt een toelichting op de beschikbare budgetmodules.

Promovendus (inclusief MD-PhD)

Een promovendus wordt 48 maanden voor 1,0 fte aangesteld. Het equivalent van 48 voltijdsmaanden, bijvoorbeeld een aanstelling van 60 maanden voor 0,8 fte, is ook mogelijk. Indien voor de uitvoering van het voorgestelde onderzoek een afwijkende aanstellingsduur noodzakelijk wordt geacht, kan, mits goed gemotiveerd, hier van afgeweken worden. De aanstellingsduur moet wel altijd minimaal 48 maanden zijn.

In lijn met de NWO-strategie worden onder deze categorie ook Industrial en Societal Doctorates verstaan. De voorwaarden hiervoor staan beschreven in paragraaf 7.2.

Engineering Doctorate degree (EngD)

Financiering voor de aanstelling van een EngD kan alleen aangevraagd worden als er ook financiering voor een promovendus of postdoc wordt aangevraagd.

De aanstelling van een EngD-positie is maximaal 1,0 fte voor 24 maanden. De EngD-trainee is in dienst van de aanvragende instelling en kan voor bepaalde tijd werkzaamheden binnen het onderzoek bij een industriële partner uitvoeren. Bij toewijzing van de aanvraag moet met de betrokken industriële partner(s) een overeenkomst afgesloten worden. In de subsidieaanvraag dient het achterliggende ‘Technological Designer Programme’ beschreven te worden.

Postdoc

De omvang van de aanstelling van een postdoc is minimaal 6 voltijdsmaanden en maximaal 48 voltijdsmaanden. De inzet kan naar eigen inzicht worden ingericht, maar is altijd minstens 0,5 fte óf de looptijd is minstens 12 maanden. Het product van fte x looptijd dient altijd minimaal 6 voltijdsmaanden te zijn.

Voor een beperktere inzet van een postdoc staat het materieel budget ter beschikking.

Niet-wetenschappelijk personeel (NWP) bij universiteiten

Financiering voor de aanstelling van niet-wetenschappelijk personeel dat noodzakelijk is voor de uitvoering van het project kan alleen worden aangevraagd als er ook financiering voor een promovendus of postdoc wordt aangevraagd. Voor NWP kan per aangevraagde promovendus of postdoc maximaal € 100.000 aangevraagd worden, tot een maximum van€ 300.000 per aanvraag. Het kan gaan om student-assistenten, programmeurs, technisch assistenten of analisten. Afhankelijk van het functieniveau kan worden gekozen uit de salaristabellen NWP MBO, NWP HBO en NWP Academisch.

De omvang van de aanstelling is minimaal 6 voltijdsmaanden en maximaal 48 voltijdsmaanden. De inzet kan naar eigen inzicht worden ingericht, maar is altijd minstens 0,5 fte óf de looptijd is minstens 12 maanden. Het product van fte x looptijd dient altijd minimaal 6 voltijdsmaanden te zijn.

Voor een beperktere inzet van NWP staat het materieel budget ter beschikking.

Overig wetenschappelijk personeel (OWP) bij universiteiten

Financiering voor de aanstelling van overig wetenschappelijk personeel (OWP), zoals AIOS (arts in opleiding tot specialist), ANIOS (arts niet in opleiding tot specialist), of mensen met een universitaire master of de titel drs. of ir., kan alleen aangevraagd worden als er ook financiering voor een promovendus of postdoc wordt aangevraagd. Hiervoor kan per aangevraagde promovendus of postdoc maximaal € 100.000 aangevraagd worden.

De omvang van de aanstelling is minimaal 6 voltijdsmaanden en maximaal 48 voltijdsmaanden. De inzet kan naar eigen inzicht worden ingericht, maar is altijd minstens 0,5 fte óf de looptijd is minstens 12 maanden. Het product van fte x looptijd dient altijd minimaal 6 voltijdsmaanden te zijn.

Personeel hogescholen, onderwijsinstellingen en overige organisaties

Kosten voor de financiering van personeel werkzaam bij een hogeschool, onderwijsinstelling (m.u.v. personeel dat valt onder UNL of NFU) of bij overige organisaties worden vergoed conform tabel 2.2, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’ van de Handleiding Overheidstarieven. (Salaristabellen | NWO).

Bij berekening dient te worden uitgegaan van het aantal productieve uren genoemd in de geldende jaargang van de Handleiding Overheidstarieven.

Toelichting op budgetmodule Materieel

Per fte aangevraagde wetenschappelijke positie (promovendus, postdoc, EngD) kan per jaar van de aanstelling maximaal € 15.000 materieel budget worden aangevraagd. Materieel budget voor kleinere aanstellingen wordt naar rato aangevraagd en door NWO beschikbaar gesteld. Per 0,2 fte aangevraagde wetenschappelijk medewerker aan een hogeschool (met een minimale aanstelling van 0,2 fte gedurende 12 maanden) kan per jaar van de aanstelling maximaal € 15.000 materieel budget worden aangevraagd.

De verdeling van het totaalbedrag aan materieel budget over de door NWO gesubsidieerde personeelsposities ligt bij de aanvrager. Het aan te vragen materieel budget is gespecificeerd naar de onderstaande drie posten:

Projectgebonden goederen/diensten

  • verbruiksgoederen (glaswerk, chemicaliën, cryogene vloeistoffen, etc.);

  • meet- en rekentijd (bijv. supercomputertoegang, etc.);

  • kosten voor aanschaf of gebruik van dataverzamelingen (bijv. van het CBS), waarvoor het totaalbedrag niet meer dan € 25.000 per aanvraag bedraagt;

  • toegang tot grote (inter)nationale faciliteiten (bijv., cleanroom, synchrotron, etc.);

  • werk door derden (bijv. laboratoriumanalyses, dataverzameling, citizen science, etc.);

  • personele kosten voor een aanstelling van een postdoc en/of niet-wetenschappelijk personeel voor een kleinere omvang dan aangeboden onder deze personele budgetmodules.

Reis- en verblijfskosten ten behoeve van de aangevraagde personeelsposities

  • reis- en verblijfskosten;

  • congresbezoek (maximaal 2 per jaar per aangevraagde wetenschappelijke personeelspositie);

  • veldwerk;

  • werkbezoek.

Uitvoeringskosten

  • zelf te organiseren binnenlands symposium/conferentie/workshop;

  • kosten voor Open Access-publiceren (uitsluitend in full gold Open Access tijdschriften, geregistreerd in de ‘Directory of Open Access Journals’ Directory of Open Access Journals – DOAJ);

  • kosten datamanagement;

  • kosten voor vergunningaanvragen (bijv. dierproeven);

  • auditkosten (alleen voor instellingen die niet onderworpen zijn aan het onderwijsaccountantsprotocol van OCW), maximaal € 5.000 per aanvraag; voor projecten van drie jaar of korter maximaal € 2.500 per aanvraag.

Niet aangevraagd kunnen worden:

  • basisvoorzieningen binnen de instelling (bijvoorbeeld laptop, kantoormeubilair etc.);

  • onderhouds- en verzekeringskosten.

  • kosten gerelateerd aan organisatie/deelname gebruikerscommissie.

Indien het maximumbedrag niet toereikend is voor het uitvoeren van het onderzoek, kan, mits goed gemotiveerd in de aanvraag, daarvan afgeweken worden. Een eventuele uitzondering kan alleen gemaakt worden voor het uitvoeren van experimenten op grote schaal waarbij de inzet van specifieke, kostbare infrastructuur en/of installaties vereist is.

Aanvullende voorwaarden op deze uitzondering zijn:

  • Het gebruik van de infrastructuur en/of installaties dient niet al op voorhand gefinancierd te zijn via (NWO) subsidies.

  • Het gebruik van deze infrastructuur en/of installaties dient werkelijk doorbelast te worden naar de onderzoeksgroep.

Citizen science

Het betrekken van burgers, ‘citizen science’ of ‘burgerwetenschap’ genoemd, kan bijdragen aan de kwaliteit van de wetenschap. Met behulp van burgers kunnen data en inzichten verkregen worden die anders niet beschikbaar zouden zijn voor onderzoek. NWO financiert ook citizen science. Via de budgetmodule ‘materieel, projectgebonden goederen/diensten-werk door derden’, kunnen aanvragers een vergoeding aanvragen voor het betrekken van burgers bij projecten. De budgetmodule biedt een mogelijkheid, niet een verplichting.

Aanvragers kunnen zelf besluiten of het zinvol is burgers te betrekken bij het project en waaraan zij dit budget precies besteden (bijvoorbeeld onkostenvergoeding voor burgers, vaardigheidstrainingen voor burgers of technische hulpmiddelen voor participerende burger).

Toelichting op budgetmodule Investeringen (t/m € 150.000)

In deze budgetmodule kan financiering worden aangevraagd tot maximaal € 150.000 voor investeringen in apparatuur, dataverzamelingen en/of software (bijv. lasers, specialistische computers of computerprogramma's).

Niet-subsidiabel zijn:

  • kosten voor infrastructurele voorzieningen die tot de gebruikelijke infrastructuur gerekend kunnen worden;

  • dataverzamelingen en eventuele bijbehorende software en bibliografieën die reeds op andere wijze beschikbaar zijn;

  • overige personeelskosten, waaronder personeelskosten voor de exploitatie en het uitvoeren van onderzoek met de faciliteit;

  • kosten voor onderhoud en gebruik van de apparatuur op een project. De kosten voor het gebruik van apparatuur op een project kunnen via het materieel budget aangevraagd worden.

Toelichting op budgetmodule Kennisbenutting

Het doel van deze budgetmodule is het bevorderen van de benutting van de uit het onderzoek voortkomende kennis10. Het aangevraagde budget mag niet hoger zijn dan € 25.000.

Kennisbenutting kent in de verschillende wetenschapsgebieden zeer veel verschillende vormen. Te denken valt aan het maken van een lespakket, een haalbaarheidsstudie naar toepassingsmogelijkheden, kosten voor het indienen van een octrooiaanvraag, of een business developer. Het is aan de aanvrager om in de aanvraag te specificeren welke kosten nodig zijn.

In het kader van de Impact Plan benadering kunnen aanvragers binnen deze module kosten begroten voor de volgende activiteiten:

  • Specifieke activiteiten om kennisbenutting te bevorderen naar (intermediaire) partijen die niet in de projecten gefinancierd worden, zoals bijvoorbeeld kennisplatforms. Deze activiteiten omvatten onder andere gezamenlijke leeractiviteiten, trainingen en communicatie-activiteiten.

  • Belanghebbenden (‘Stakeholders’)11 betrekken: activiteiten georganiseerd door het consortium gericht op het betrekken van stakeholders, zoals consultatie workshops, expert meetings, ronde tafel bijeenkomsten e.d.

  • Communicatie: activiteiten georganiseerd door het consortium zoals (internationale) learning events, ontwikkeling van video’s, blogs, nieuwsbrieven en andere media uitingen. Het inhuren van communicatie expertise kan hier ook onder vallen.

  • Ontwikkeling van vaardigheden: Activiteiten gericht op het ontwikkelen van vaardigheden die verder gaan dan de niveaus van de individuele studenten, promovendi of postdocs, zoals het ontwikkelen van cursussen voor stakeholders of masterstudenten.

  • Monitoring en evaluatiemomenten waarin kennisbenutting onderwerp van discussie is: zoals bijvoorbeeld de tussentijdse evaluaties en de bijeenkomsten van de gebruikerscommissie (zie ook paragraaf 5.1.5).

Reiskosten voor cofinanciers zijn expliciet niet subsidiabel in deze module, reiskosten van samenwerkingspartners en externe partijen in de praktijk van het project wel. Het aangevraagde budget dient in de aanvraag adequaat gespecificeerd te worden.

Indien de kennisbenuttingsactiviteiten door een partij buiten het consortium worden uitgevoerd, dient bij de offerteprocedure tot het selecteren van een dergelijke partij rekening gehouden te worden met de inkoopregels van de overheid en waar nodig een Europese aanbestedingsprocedure te worden gevolgd.

Toelichting op budgetmodule Internationalisering

Met budget voor internationalisering wordt het stimuleren van internationale samenwerking beoogd. Het aangevraagde budget mag niet hoger zijn dan € 25.000. Het aangevraagde bedrag moet worden gespecificeerd. Indien het maximumbedrag niet toereikend is voor het uitvoeren van het onderzoek, kan, mits goed gemotiveerd in de aanvraag, daarvan afgeweken worden.

Subsidiabel zijn:

  • reis- en verblijfskosten voor zover het om directe projectkosten gaat voortvloeiende uit de internationale samenwerking en additionele kosten voor internationalisering die niet op een andere manier – bijvoorbeeld vanuit de benchfee – worden gedekt;

  • reis- en verblijfskosten voor buitenlandse gastonderzoekers;

  • kosten voor de organisatie van internationale workshops/ symposia / wetenschappelijke bijeenkomsten.

Toelichting op budgetmodule Money follows Cooperation (MfC)

De budgetmodule Money follows Cooperation geeft de mogelijkheid om een deel van het project aan een kennisinstelling met een publieke taak buiten Nederland uit te voeren.

De aanvrager moet overtuigend onderbouwen op welke wijze de onderzoeker van de buitenlandse kennisinstelling specifieke expertise aan het project bijdraagt die in Nederland niet op het voor het project noodzakelijke niveau beschikbaar is.

Deze voorwaarde geldt niet wanneer NWO een bilaterale overeenkomst omtrent Money follows Cooperation heeft gesloten met de nationale onderzoeksfinancier van het land waar de buitenlandse kennisinstelling zich bevindt. Op Money Follows Cooperation | NWO leest u met welke onderzoeksfinanciers NWO een dergelijke overeenkomst heeft gesloten.

Het aangevraagde budget binnen deze budgetmodule bedraagt minder dan 50% van het totale aangevraagde budget.

De medeaanvrager van de participerende buitenlandse kennisinstelling dient aan de in paragraaf 3.1 van deze Call for proposals gestelde vereisten voor medeaanvragers te voldoen, met uitzondering van de voorwaarde dat de medeaanvrager binnen het Koninkrijk der Nederlanden gevestigd dient te zijn.

De tarieven voor de personele kosten van onderzoekers aan de buitenlandse kennisinstelling worden berekend aan de hand van de tabel NWO Country Correction Coefficients (CCC). De tabel is te vinden op Money Follows Cooperation | NWO.

De hoofdaanvrager ontvangt de subsidie en is verantwoordelijk voor het overmaken aan de buitenlandse kennisinstelling en het verantwoorden van het MfC-deel van de subsidie. Het MfC-deel van de verantwoording zal onderdeel uitmaken van de totale financiële eindverantwoording van het project.

Het wisselkoersrisico ligt bij de aanvragers. Baten of lasten door wisselkoersen zijn derhalve niet subsidiabel. De aanvrager is verantwoordelijk voor:

  • de financiële verantwoording van alle kosten in zowel euro’s als de lokale munteenheid, waarbij moet de gehanteerde wisselkoers zichtbaar zijn;

  • een redelijke vaststelling van de hoogte van de wisselkoersen. Op aanvraag van NWO moet de aanvrager een beschrijving van deze redelijke vaststelling te allen tijde kunnen geven.

Als binnen deze budgetmodule meer dan € 125.000 wordt aangevraagd, dan dient de financiële eindverantwoording vergezeld te gaan met een controleverklaring.

NWO verstrekt geen subsidie aan medeaanvragers die vallen onder (inter-)nationale sanctiewet- en regelgeving. De EU Sanctions Map (EU Sanctions Map) is hiervoor richtinggevend.

Toelichting op budgetmodule Projectmanagement

De budgetmodule Projectmanagement geeft de mogelijkheid om een post voor projectmanagement aan te vragen tot maximaal 5% van het totale bij NWO aangevraagde budget. Deze post kan uitsluitend activiteiten betreffen die zuiver ondersteunend zijn aan het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd. De aanvrager moet deze post adequaat motiveren.

Onder projectmanagement wordt onder andere verstaan het optimaal vormgeven van de organisatiestructuur van het consortium, ondersteuning van het consortium en de hoofdaanvrager, het bewaken van de samenhang, voortgang en eenheid van het project, en de afstemming tussen de deelprojecten binnen het project. Deze taken mogen ook door externe partijen worden uitgevoerd voor zover niet beschikbaar op de kennisinstelling van de hoofd- en/of medeaanvrager(s). Kennisinstellingen dienen bij de offerteprocedure tot het selecteren van een derde partij rekening te houden met de inkoopregels van de overheid en waar nodig een Europese aanbestedingsprocedure te volgen. De werkzaamheden van de hoofdaanvrager en medeaanvragers zelf in het kader van het project(management) mogen niet bekostigd worden uit deze budgetmodule.

Het voor projectmanagement aan te vragen budget kan bestaan uit materiële- of uitvoeringskosten en personele kosten. Voor personele kosten kan een maximaal tarief van € 121,– per uur worden opgevoerd. Het uurtarief van het aan te stellen personeel dient te zijn gebaseerd op een kostendekkend tarief en wordt berekend op basis van het gehanteerde standaard productief aantal uur van de organisatie. Het kostendekkend tarief omvat:

  • (gemiddeld) brutoloon behorende bij de functie van de medewerker die zal bijdragen aan het project (op basis van de cao-inschaling van de betreffende medewerker);

  • vakantiegeld en 13e maand (indien van toepassing in de geldende cao) naar rato van de inzet in fte;

  • sociale lasten;

  • pensioenlasten;

  • overhead.

Het is toegestaan om taken in het kader van projectmanagement door externe partijen te laten uitvoeren, maar het deel van (commerciële) uurtarieven dat voornoemde tarieven overschrijdt, is niet subsidiabel en kan derhalve niet worden opgenomen in de begroting.

7.2 Industrial en Societal Doctorates

Onder de budgetmodule Promovendus kunnen ook Industrial en Societal doctorates (ID/SD) aangevraagd worden. Onder Industrial en Societal doctorates (ID/SD) wordt verstaan promovendi die hun onderzoek zowel bij een kennisinstelling als organisatie niet zijnde (mede)aanvrager gaan uitvoeren. Wanneer een organisatie en kennisinstelling nauw met elkaar samenwerken vergroot dit de kans dat de kennis daadwerkelijk zijn weg vindt naar de praktijk. Het onderzoek dient integraal onderdeel te zijn van het project. In geval van aanstelling van een Industrial of Societal Doctorate dient de private of publieke organisatie die betrokken is bij de doctorate zorg te dragen voor minimaal 25% van de salariskosten. Deze bijdrage mag onderdeel uitmaken van de minimale vereiste cofinanciering, en dient in dat geval altijd in cash te zijn.

De beoogd promovendus mag in dienst zijn van de kennisinstelling en de organisatie. De activiteiten uitgevoerd door de doctorate moeten vallen onder fundamenteel of industrieel onderzoek. De salariskosten van de promovendus worden vergoed conform het geldende UNL tarief. Hiervan subsidieert NWO maximaal 75% en wordt minimaal 25% bijgedragen door de organisatie niet zijnde (mede)aanvrager. Eventuele surplus salariskosten – door een werkelijk loon dat boven het UNL tarief ligt – dienen door de werkgever te worden gedekt en mogen als in kind cofinanciering in het project worden ingebracht. Voor het berekenen van een surplus wordt uitgegaan van werkgeverslasten minus UNL tarieven voor eenzelfde omvang in aanstelling. Er mag geen steun/subsidie worden doorgezet naar de organisatie niet zijnde (mede)aanvrager.

Indien er een ID/SD-promovendus wordt aangevraagd, dienen de partijen afspraken te maken over eventuele IE-rechten die door de betreffende promovendus worden gegenereerd. Daarbij houden zij rekening met eventuele toegang tot de onderzoeksresultaten door andere projectdeelnemers tegen FRAND (fair, reasonable and non-discriminatory) voorwaarden.

De NWO subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan de kennisinstelling ten behoeve van het promotie-onderzoeksproject. In dit verband is relevant te vermelden dat, conform de van toepassing zijnde NWO subsidieregeling 2017, alle onderzoeksresultaten zo spoedig mogelijk Open Access moeten worden gepubliceerd, en daarmee het algemeen belang dienen. Tevens gelden alle overige bepalingen uit hoofdstuk 5, zoals die genoemd in paragraaf 5.1.3 (Intellectueel eigendom en consortiumovereenkomst).


X Noot
1

Zie de beleidsnota van januari 2024: De Nationale Technologiestrategie | Beleidsnota | Rijksoverheid.nl

X Noot
2

De Nationale Technologiestrategie voor Energy materials en Imaging technologies geldt als uitgangspunt. Dit betekent dat de ontwikkeling van deze twee cruciale technologieën centraal staat en methodologieën hierop een aanvullend onderwerp van onderzoek kunnen zijn. Zie de beleidsnota van januari 2024: De Nationale Technologiestrategie | Beleidsnota | Rijksoverheid.nl

X Noot
3

Een stakeholder of belanghebbende is elke persoon of groep die het bereiken van doelen kan beïnvloeden of daardoor wordt beïnvloed.

X Noot
4

Onder ‘productieve interacties’ verstaat NWO uitwisseling tussen onderzoekers onderling en met andere belanghebbenden waarin kennis wordt gegenereerd en gewaardeerd die zowel wetenschappelijk robuust als maatschappelijk relevant is.

X Noot
5

Onder een vergelijkbare functie wordt verstaan dat een onderzoeker aantoonbaar een vergelijkbaar aantal jaren ervaring heeft met het doen van wetenschappelijk onderzoek en het begeleiden van andere onderzoekers als een hoogleraar c.q. universitair (hoofd)docent.

X Noot
6

Voor lectoren in dienst van een hogeschool geldt dat zij ook als medeaanvrager mogen indienen met een bezoldigd dienstverband voor bepaalde tijd.

X Noot
7

Onder door NWO toegewezen financiering wordt verstaan financiering welke verkregen is door toewijzing van een aanvraag bij NWO. Hierbij is het niet relevant in welk programma deze financiering verkregen is, of wie de ontvanger van de subsidie is.

X Noot
8

Overheidsinstellingen kunnen diverse rollen spelen binnen NWO-projecten, te weten: (1) als onderzoekspartner (zonder recht op NWO-financiering), (2) als uitvoerder van een specifieke opdracht (conform markttarief) of (3) als gebruiker. Overheidsinstellingen kunnen als gebruiker optreden onder dezelfde voorwaarden als private gebruiker

X Noot
9

De data van 1 juli, 1 augustus respectievelijk 1 januari zijn de data waarop de desbetreffende tarieven in de regel worden aangepast, bij indexering wordt uitgegaan van de datum van daadwerkelijk jaarlijkse aanpassing.

X Noot
10

In deze budgetmodule wordt aangesloten bij de definitie voor “kennisoverdracht” die de Europese Commissie hanteert in de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (PbEU 2014, C 198).

X Noot
11

Een stakeholder of belanghebbende is elke persoon of groep die het bereiken van doelen kan beïnvloeden of daardoor wordt beïnvloed.

Naar boven