Kennisgeving aanwijzing uitvoerder voor toewijzing zoekgebied Zoetermeer 2, Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat heeft op 30 mei 2024 een aanvoerder aangewezen voor de toewijzing zoekgebied Zoetermeer 2.

Aanvraag

Op 22 juni 2023 heeft de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (hierna: de Staatssecretaris) een aanvraag ontvangen voor een winningsvergunning voor aardwarmte en een verzoek om instemming met het pre-drill aardwarmte winningsplan Zoetermeer I, ingediend door IPS Geothermal Energy B.V. (hierna: IPS). Per 1 juli 2023 worden vanwege de wijziging van de Mijnbouwwet de aanvraag om een winningsvergunning aardwarmte en het verzoek om instemming met het winningsplan voor aardwarmte op grond van artikel 167h van de Mijnbouwwet van rechtswege tezamen beschouwd als een aanvraag startvergunning aardwarmte voor het gebied Zoetermeer I.

IPS heeft per e-mail van 7 november 2023 een verzoek ingediend om instemming met de aanwijzing van een uitvoerder aardwarmte als bedoeld in artikel 24z, derde lid van de Mijnbouwwet. IPS treedt zelf op als uitvoerder aardwarmte binnen de aangevraagde startvergunning voor het gebied Zoetermeer I. IPS is voornemens om vanaf de bestaande mijnbouwlocatie aan de A.H. Verheijweg in Berkel en Rodenijs een nieuw doublet te boren om aardwarmte te winnen uit het gebied van de aangevraagde startvergunning Zoetermeer I.

Op dit moment is de aanvraag startvergunning Zoetermeer I nog in behandeling, maar op grond van het overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de gewijzigde Mijnbouwwet op 1 juli 2023 heeft IPS het recht om op dit moment al binnen de huidige opsporingsvergunning Zoetermeer 2 boringen uit te voeren om aardwarmte op te sporen (artikel 167h, tweede lid, van de Mijnbouwwet).

Vanwege dit recht en de boorplanning van IPS wijst de Staatssecretaris nu al een uitvoerder aan, in afwachting van de beoordeling van de aanvraag startvergunning.

Wettelijk kader

Op grond van artikel 24o, tweede lid van de Mijnbouwwet, gaat een aanvraag om een startvergunning aardwarmte vergezeld van een aanvraag om instemming met de aanwijzing van een uitvoerder aardwarmte als bedoeld in artikel 24z, derde lid van de Mijnbouwwet.

De uitvoerder kan (een van) de vergunninghouder(s) zijn, maar ook een andere partij. Ook is het mogelijk om een andere partij dan de vergunninghouder als uitvoerder aan te wijzen, maar het is te allen tijde vereist dat de Staatssecretaris instemt met de aanwijzing van de uitvoerder.

Op basis van artikel 24s, eerste lid van de Mijnbouwwet, beslist de Staatssecretaris op een aanvraag om een startvergunning en het tegelijkertijd ingediende verzoek om instemming met de aanwijzing van een uitvoerder aardwarmte binnen 32 weken na de ontvangst daarvan.

Op grond van artikel 24z, eerste lid, van de Mijnbouwwet is het verrichten van feitelijke werkzaamheden in verband met de opsporing of winning van aardwarmte slechts toegestaan aan één, door de houder van de startvergunning of vervolgvergunning aardwarmte aangewezen uitvoerder aardwarmte. Naast de feitelijke werkzaamheden in verband met het opsporen of winnen van aardwarmte, gaat het hier ook om het verlenen van opdracht tot opsporen of winnen of het buiten gebruik stellen van het boorgat.

Op grond van artikel 24z, derde lid, van de Mijnbouwwet kan de Staatssecretaris aan de instemming met de uitvoerder aardwarmte voorschriften of beperkingen verbinden in verband met de technische en financiële capaciteiten waarover de uitvoerder beschikt. Dit artikel is nader uitgewerkt in artikel 29ab van het Mijnbouwbesluit.

Op grond van artikel 29aa, tweede lid, van het Mijnbouwbesluit betrekt de Staatssecretaris bij de beoordeling van de technische capaciteiten van de uitvoerder in ieder geval:

  • de ervaring met mijnbouwactiviteiten waarover de uitvoerder aardwarmte beschikt;

  • de kennis over mijnbouwactiviteiten waarover de uitvoerder aardwarmte beschikt;

  • de verantwoordelijkheidszin, waarvan de uitvoerder aardwarmte eerder blijk heeft gegeven bij feitelijke werkzaamheden met betrekking tot mijnbouwactiviteiten onder een eerdere vergunning.

Op grond van artikel 29aa, derde lid, van het Mijnbouwbesluit betrekt de Staatssecretaris bij de beoordeling van de financiële capaciteiten van de uitvoerder in ieder geval:

  • de financiële omstandigheden van de uitvoerder aardwarmte;

  • afspraken tussen de aanvrager van de startvergunning of de houder van de startvergunning of vervolgvergunning en de uitvoerder aardwarmte over het dragen van de kosten voor de bij de opsporing of winning behorende aansprakelijkheden, indien deze zijn gemaakt.

In artikel 1.3b.3 van de Mijnbouwregeling is nader uitgewerkt welke gegevens een aanvraag om instemming met de aanwijzing van de uitvoerder aardwarmte moet bevatten.

Eindbeoordeling

  • Op grond van artikel 24z, eerste lid van de Mijnbouwwet is het verrichten van feitelijke werkzaamheden in verband met de opsporing of winning van aardwarmte waaronder het verlenen van opdracht daartoe of het buiten gebruik stellen van een boorgat slechts toegestaan aan één, door de houder van de startvergunning aardwarmte aangewezen, uitvoerder aardwarmte. De Staatssecretaris oordeelt dat IPS, als aanvrager van de startvergunning aardwarmte voor het gebied genaamd Zoetermeer I, zichzelf aanwijst als uitvoerder aardwarmte;

  • op grond van artikel 24z, derde lid, Mijnbouwwet behoeft de aanwijzing van de uitvoerder de instemming van de Staatssecretaris. De Staatssecretaris kan zijn instemming slechts weigeren in verband met de technische of financiële capaciteiten waarover de uitvoerder aardwarmte beschikt.

  • op grond van artikel 29aa, eerste lid, Mijnbouwbesluit, weigert de Staatssecretaris instemming met de aanwijzing van een uitvoerder aardwarmte, bedoeld in artikel 24z, derde lid, van de wet, indien de technische of financiële capaciteiten van de uitvoerder niet toereikend zijn voor een goede uitvoering van de feitelijke werkzaamheden met betrekking tot de mijnbouwactiviteiten. Op basis van de aanvraag en de adviezen oordeelt de Staatssecretaris dat de technische en financiële capaciteiten van IPS geen aanleiding geven tot het weigeren van de gevraagde instemming.

Gelet op:

Artikel 24z, eerste en derde lid, van de Mijnbouwwet en artikel 29aa, eerste lid, en artikel 29ab, eerste lid, van het Mijnbouwbesluit;

Besluit

Artikel 1

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat stemt in met de aanwijzing van IPS Geothermal Energy B.V. als uitvoerder aardwarmte binnen de toewijzing zoekgebied Zoetermeer 2 (kenmerk: DGKE-WO / V-176) door IPS Geothermal Energy B.V.

Artikel 2

De instemming treedt in werking met ingang van de dag na die waarop deze beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager.

Van deze beschikking wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, namens deze: J. Visser MT-lid Directie Transitie Diepe Ondergrond

Bezwaarprocedure

Tot en met donderdag 11 juli 2024 kunnen belanghebbenden, wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, bezwaar maken tegen de aanwijzing. In het bezwaarschrift moet duidelijk aangegeven zijn op welke vergunning en welke onderdelen van de vergunning u reageert en onderbouw uw bezwaarschrift met argumenten.

Uw brief kan alleen als bezwaarschrift in behandeling worden genomen als deze voorzien is van een datum en u ondertekent met uw naam en adres. U kunt uw bezwaarschrift schriftelijk indienen door een brief te sturen naar:

Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat

Directie Wetgeving en Juridische Zaken

Postbus 20401

2500 EK DEN HAAG

Wilt u meer weten?

Kijk op www.allesoveraardwarmte.nl, www.geothermie.nl, www.mijnbouwvergunningen.nl en op www.nlog.nl voor meer informatie over aardwarmte in Nederland en aardwarmte in uw regio.

Voor nadere informatie over de aardwarmtevergunningen in uw regio, de aanwijzing uitvoerder, en de procedure kunt u tijdens kantooruren contact opnemen met de heer M.E. Kuiper (telefoon: 070 378 68 14; e-mail: m.e.kuiper@minezk.nl).

Naar boven