Wijziging Regeling wapens en munitie krijgsmachtpersoneel 1997

21 december 2023

Nr: BS2023038967

De Staatssecretaris van Defensie

Gelet op artikel 3a, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling wapens en munitie krijgsmachtpersoneel 1997 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt onder verlettering van onderdeel f tot g een nieuw onderdeel f ingevoegd, luidende:

  • f. civiele contractspartijen, voor zover deze door de Minister van Defensie zijn belast met explosievenspring- of schietinstructie;

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vijfde lid komt als volgt te luiden:

  • 5. De categorie van personen, genoemd in artikel 1, onder d, is voor zover de uitoefening van de dienst zulks vereist en zij in het bezit zijn van een door de Minister van Defensie afgegeven vergunning in het kader van trainingsdoeleinden gerechtigd tot:

    • a. het vervoeren of voorhanden hebben van wapens of munitie van de categorieën I, onder 3°, voor zover het betreft een geluidsdemper, I, onder 7°, voor zover het betreft voorwerpen die een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens of voor ontploffing bestemde voorwerpen, II en III;

    • b. het dragen van wapens van de categorieën I, onder 3°, voor zover het betreft een geluidsdemper, I, onder 7°, voor zover het betreft voorwerpen die een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens of voor ontploffing bestemde voorwerpen, II, III en IV.

    Het gestelde in dit lid geldt voor zover de wapens, munitie en voorwerpen op defensieterrein blijven.

2. Onder vernummering van de leden zeven en acht tot acht en negen wordt een nieuw zevende lid ingevoegd, luidende:

  • 7. De categorie van personen, genoemd in artikel 1, onder f, is voor zover zij in het bezit zijn van een door de Minister van Defensie afgegeven vergunning in het kader van trainingsdoeleinden gerechtigd tot:

    • a. het vervoeren of voorhanden hebben van wapens of munitie van de categorieën I, onder 3°, voor zover het betreft een geluidsdemper, I, onder 7°, voor zover het betreft voorwerpen die een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens of voor ontploffing bestemde voorwerpen, II en III;

    • b. het dragen van wapens van de categorieën I, onder 3°, voor zover het betreft een geluidsdemper, I, onder 7°, voor zover het betreft voorwerpen die een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens of voor ontploffing bestemde voorwerpen, II, III en IV.

    Het gestelde in dit lid geldt voor zover de wapens, munitie en voorwerpen op defensieterrein blijven.

C

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt "artikel 2, derde tot en met vijfde lid” vervangen door “artikel 2, derde, vierde, vijfde, zevende en achtste lid”.

2. In het tweede lid wordt “artikel 2, vijfde lid” vervangen door “artikel 2, zesde lid”.

3. Onder vernummering van lid zes tot zeven wordt een nieuw zesde lid ingevoegd, luidende:

  • 6. Bevoegd tot het namens de Minister van Defensie verstrekken van de vergunning, bedoeld in artikel 2, zevende lid, is de commandant zeestrijdkrachten, de commandant landstrijdkrachten, de commandant luchtstrijdkrachten of de commandant Koninklijke marechaussee ten aanzien van het ten behoeve van hun operationeel commando ingehuurde personeel. De functionarissen, bedoeld in de vorige volzin, kunnen de bevoegdheid tot het verstrekken van de vergunning geheel of gedeeltelijk schriftelijk doormandateren aan een onder hem ressorterende functionaris.

4. In het zevende lid (nieuw) wordt “artikel 2, zevende lid” vervangen door “artikel 2, achtste lid”.

ARTIKEL II

Wapenvergunningen afgegeven op basis van artikel 2, vijfde en zevende lid van de Regeling wapens en munitie krijgsmachtpersoneel 1997, zoals genoemde bepalingen voorafgaand aan inwerkingtreding van deze wijzigingsregeling luidden, blijven voor de duur van hun geldigheid van kracht.

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

’s-Gravenhage, 21 december 2023

De Staatssecretaris van Defensie, C. A. van der Maat

TOELICHTING

In de Regeling wapens en munitie krijgsmachtpersoneel 1997 (Rwmk 1997) wordt bepaald in hoeverre een aantal (verbods-)bepalingen van de Wet wapens en munitie niet van toepassing zijn op categorieën van personen die van de krijgsmacht deel uitmaken of daarvoor werkzaam zijn. Het hoofdelement van de onderhavige wijzigingsregeling betreft de toevoeging van de categorie “civiele contractspartijen, voor zover deze door de Minister van Defensie zijn belast met explosievenspring- of schietinstructie” (artikel 1, onderdeel f nieuw).

De krijgsmacht heeft een tekort aan militaire schietinstructeurs. In 2022 heeft een verruiming van de Rwmk plaatsgevonden die het mogelijk maakte om onder voorwaarden gebruik te kunnen maken van oud-militairen met zo’n achtergrond en waarbij een van de voorwaarden was dat deze dan als burgerambtenaar zouden worden aangesteld. Er is binnen de krijgsmacht echter schaarste blijven bestaan aan schietinstructeurs en er is dientengevolge binnen de krijgsmacht behoefte om beroep te doen op civiele inhuur.

Door toevoeging van een nieuwe categorie in artikel 1, onderdeel f nieuw wordt in de Rwmk de ruimte gecreëerd om gebruik maken van civiele instructiecapaciteit en wordt hen toegestaan op defensieterreinen bepaalde handelingen te verrichten met de in de wijziging genoemde categorieën wapens en munitie van defensie onder voorwaarden.

Deels vloeien die voorwaarden voort uit bestaande regelgeving. Zo dient op grond van de Algemene Beveiligingseisen voor Defensieopdrachten (ABDO) het te gaan om bedrijven die geautoriseerd zijn ingevolge die ABDO. Voorts dient het personeel te beschikken over een ingevolge de Wet veiligheidsonderzoeken afgegeven verklaring van geen bezwaar (VGB). Daarnaast geldt als voorwaarde dat instructie wordt gegeven met wapens van Defensie die op de defensieterrein blijven. Omdat deze laatste voorwaarde direct betrekking heeft op de omgang met de betreffende wapens is deze voorwaarde in de Rwmk opgenomen.

De andere aanpassingen betreffen wijzigingen van technische aard. In artikel 3, tweede lid, wordt abusievelijk naar het vijfde lid van artikel 2 verwezen in plaats van het zesde lid. In onderdeel C, tweede lid, van de onderhavige wijzigingsregeling wordt deze omissie hersteld.

Voorts wordt de tot de categorie I-wapens behorende geluidsdemper toegevoegd aan artikel 2, vijfde lid, dat ziet op Defensie-burgerambtenaren werkzaam als explosievenspring- of schietinstructeur, zodat de formulering van dit artikellid overeenkomt met het nieuwe artikel 2, zevende lid. Omwille van de leesbaarheid is het aangepaste vijfde lid van artikel 2 integraal in deze wijzigingsregeling opgenomen (onderdeel B, eerste lid).

Vanwege de gewenste snelle invoering van de wijzigingsregeling en het feit dat de betrokken defensieonderdelen op de hoogte zijn van de voorgenomen wijzigingen, is afgezien van een invoeringstermijn en wordt dan ook niet aangesloten bij de systematiek van de vaste verandermomenten.

’s-Gravenhage, 21 december 2023

De Staatssecretaris van Defensie, C. A. van der Maat

Naar boven