Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Inspectie Leefomgeving en Transport | Staatscourant 2024, 15952 | andere beschikking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Inspectie Leefomgeving en Transport | Staatscourant 2024, 15952 | andere beschikking |
Datum: 7 mei 2024
Nummer: ILT-2024/2980
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;
Gelezen het verzoek om ontheffing van 11 april 2024, aangevuld met de e-mail van 30 april 2024, van HeliAir B.V., adres: Broekweg 5a1, 6732 GT Harskamp; telefoonnummer: +31 (0) 318 734120; e-mail info@heliair.nl;
Overwegende dat:
• HeliAir B.V. vluchten uitvoert als gedeclareerd overeenkomstig ORO.DEC.100 van verordening (EU) nr. 965/2012;
• de vereiste maatschappelijke relevantie blijkt uit de opdrachten voor het uitvoeren van observatievluchten in opdracht van Genscape;
• paragraaf SERA.3105 van verordening (EU) nr. 923/2012 de mogelijkheid biedt aan (nationale) bevoegde autoriteiten om toestemming te verlenen lager te vliegen dan de minimum vlieghoogten, zoals die voor VFR- vluchten zijn opgenomen in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012;
• aan de vrijstelling of ontheffing voorschriften kunnen worden verbonden;
• de vrijstelling of ontheffing onder beperkingen kan worden verleend;
• het maatschappelijk belang bij de uit te voeren vluchten zodanig is, dat de mogelijkheid wordt geboden deze uit te voeren onder de voorschriften en beperkingen gerelateerd aan SERA;
Gelet op paragraaf SERA.3105 van verordening (EU) nr. 923/2012 en artikel 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014;
BESLUIT:
Deze beschikking is van toepassing op de tweemotorige helikopter vermeld op de eigen verklaring ‘Specialised Operations’ door HeliAir B.V. ingediend bij de Inspectie Leefomgeving en Transport overeenkomstig ORO.DEC.100 van verordening (EU) nr. 965/2012 en waarvan de ontvangst van de verklaring is bevestigd door de Inspectie Leefomgeving en Transport overeenkomstig ARO.GEN.345. Beide documenten zijn gedurende de vlucht aan boord van de helikopter.
Aan de gezagvoerder van de in artikel 1 genoemde helikopter wordt van 7 mei 2024 tot en met 6 mei 2025 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012 om een VFR-vlucht uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte die plaatsvindt boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 26, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van het Besluit luchtverkeer 2014 bedoelde luchtvaartgids, met
inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:
a. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;
b. de minimum toegestane vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, bedraagt 150 meter (500 voet) doch ten minste 30 meter (100 voet) boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 100 meter van de helikopter;
c. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen dat:
1°. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;
2°. geluidsgevoelige objecten, zoals dierentuinen, ziekenhuizen, penitentiaire inrichtingen etc., worden gemeden;
3°. in geval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel mogelijk wordt beperkt;
d. de gezagvoerder stelt zich van tevoren op de hoogte met betrekking tot plaatsen die geschikt zijn voor het uitvoeren van een noodlanding;
e. er wordt niet beneden de minimale vlieghoogte gevlogen in de directe omgeving van affakkelinstallaties of locaties waarvan bekend is dat deze, in uitzonderlijke gevallen, onder hoge druk gassen de atmosfeer in kunnen blazen zoals aangegeven in de luchtvaartpublicatie AIS-Netherlands ENR 5.3 en ENR 5.4; de gezagvoerder stelt zich voorafgaand aan de vlucht op de hoogte van de locaties, meldt zich bij de eigenaar, vraagt of er nog bijzonderheden voor die dag zijn gepland en voert vervolgens de vlucht op een verantwoorde wijze uit zodanig dat deze geen risico vormt voor hemzelf of voor installaties of personen op de grond;
f. te allen tijde wordt de vlucht met een zodanige combinatie van hoogte en snelheid uitgevoerd dat de vlieger in staat is om, in geval van een motorstoring, van bebouwing of mensen te weg te vliegen;
g. de vlucht wordt zodanig uitgevoerd dat niet wordt gevlogen in het gevaarlijke gebied van het hoogtesnelheidsdiagram, aangegeven in het vlieghandboek van de in artikel 1 bedoelde helikopter;
h. er wordt niet bij voortduring laaggevlogen, doch slechts gedurende de periode dat dit voor het uitvoeren van de vlucht noodzakelijk is en slechts op het traject zoals dat van tevoren aan de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart, is doorgegeven;
i. voor en na de vlucht is de opdracht van de opdrachtgever ter inzage aanwezig zodat deze kan worden gecontroleerd door de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart, of de Inspectie Leefomgeving en Transport;
j. er worden geen passagiers vervoerd tijdens de vlucht; alleen de gezagvoerder en taakspecialisten als bedoeld in verordening (EU) nr. 965/2012 zijn toegestaan;
k. vluchtuitvoering vindt plaats overeenkomstig het gestelde in deel SPO van verordening (EU) nr. 965/2012;
l. er dient, na het ingediende vliegplan, eerst een klaring te zijn verkregen van de betrokken plaatselijke luchtverkeersleidingsdienst voor vluchten die plaatsvinden binnen het plaatselijke luchtverkeersleidingsgebied;
m. tijdens het uitvoeren van de vlucht is een tweezijdige radioverbinding tot stand gebracht met de betrokken luchtverkeersleidingsdienst en wordt voortdurend op de aangewezen radiofrequentie geluisterd;
n. vóór de aanvang van de vlucht worden ingelicht:
de meldkamer van de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart, tel. 088- 6623616; e-mail: luchtvaarttoezicht.landelijke-eenheid@politie.nlen Inspectie Leefomgeving en Transport; e-mail: aviation-approvals@ilent.nl; en worden de volgende gegevens verstrekt:
1°. naam gezagvoerder, registratie en model / type helikopter;
2°. route en periode van de voorgenomen vlucht;
3°. Het nummer van deze beschikking;
1. De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder en taakspecialist als bedoeld in deel SPO van verordening (EU) nr. 965/2012 bekend zijn met de inhoud van deze beschikking.
2. Overtreding van de voorschriften van deze beschikking levert een strafbaar feit op.
3. Bij het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften en beperkingen, genoemd in deze beschikking, kan deze ontheffing worden ingetrokken.
De aanvrager voert bij de voorbereiding van elk project een veiligheidsanalyse uit. Daarbij wordt in kaart gebracht welke risico’s er zijn als gevolg van het uitvoeren van VFR-vluchten beneden de minimum VFR-vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen. Vervolgens worden risicobeperkende maatregelen in kaart gebracht en toegepast, zodanig dat de vlucht op een verantwoorde wijze kan worden uitgevoerd.
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT, namens deze, Inspecteur Luchthavens en luchtruim, Afdeling Vergunningverlening rail en luchtvaart.
Bezwaarmogelijkheid
Indien u het niet eens bent met deze beslissing, kunt u hiertegen op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden, schriftelijk bezwaar aantekenen.
Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:
– de naam en het adres van de indiener;
– de dagtekening;
– een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;
– de gronden van het bezwaar.
Tevens ontvangen wij graag uw telefoonnummer dan wel e-mailadres.
Het bezwaarschrift kunt u richten aan:
Inspectie Leefomgeving en Transport
Afdeling Juridische zaken
Postbus 16191
2500 BD DEN HAAG
U kunt uw bezwaarschrift ook per e-mail verzenden aan: bezwarenilt@ilent.nl
Paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012, geeft de minimum vlieghoogte voor VFR-verkeer. Op basis van paragraaf SERA.3105 van verordening (EU) nr. 923/2012 en artikel 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014 kan ontheffing worden verleend van de voorgeschreven minimum vlieghoogten voor VFR-verkeer.
HeliAir voert, in opdracht van Genscape, observatievluchten uit in het havengebied van Rotterdam waarbij voorraad monitoring en analyses uitgevoerd worden voor de petrochemische industrie. Deze laagvliegontheffing maakt het mogelijk om vluchten beneden de minimale vlieghoogte, zoals vastgelegd in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f) van verordening (EU) nr. 923/2012, uit te voeren boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, of boven mensenverzamelingen. Vanwege het gebruik van een tweemotorige helikopter kan vluchtuitvoering, onder de voorschriften en beperkingen zoals opgenomen in deze beschikking verantwoord uitgevoerd worden.
Bij het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften of beperkingen kan deze ontheffing worden ingetrokken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-15952.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.