Regeling van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 7 mei 2024, nummer 5430372, houdende wijziging van de Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2023

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

Gelet op de artikelen 3 en 4 van de Kaderwet overige JenV-subsidies en artikel 2, eerste lid, van het Kaderbesluit overige JenV-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

De Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2023 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt ‘tweede lid’ vervangen door ‘eerste lid’.

2. Onderdeel d komt te luiden:

  • d. die zich niet bij de Internationale Organisatie voor Migratie dan wel DT&V heeft ingeschreven voor ondersteuning van het feitelijk vertrek;

B

In artikel 8 wordt, onder vernummering van het tweede tot en met het negende lid naar het derde tot en met het tiende lid, een nieuw lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Een subsidieaanvraag dient per post of per e-mail te worden ingediend.

C

Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Projecten worden uitgevoerd in nauw overleg met een lokale afdeling van DT&V. Tijdens het startgesprek wordt door de Minister bepaald welke lokale DT&V-afdeling het aanspreekpunt voor de samenwerking is. De subsidieontvanger en de lokale DT&V-afdeling maken afspraken over hoe deze samenwerking wordt vormgegeven’.

2. Het vierde lid, tweede volzin, komt te luiden:

Er is in beginsel geen uitzicht op zelfstandig vertrek als een deelnemer zich niet bij IOM dan wel DT&V heeft ingeschreven voor ondersteuning van het feitelijk vertrek.

D

In artikel 21 wordt ’1 augustus 2023 tot en met 30 november 2023’ vervangen door ‘1 februari 2024 tot en met 31 juli 2024.’

ARTIKEL II

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 februari 2024.

  • 2. Op subsidies die voor 1 februari 2024 zijn aangevraagd blijft de Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2023, zoals die luidde voor inwerkingtreding van deze regeling, van toepassing.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

‘s-Gravenhage, 7 mei 2024

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, E. van der Burg

TOELICHTING

ALGEMEEN

Deze regeling tot wijziging van de Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2023 bevat onder andere de opening van nieuw aanvraagtijdvak voor projecten op het gebied van ondersteuning bij het zelfstandig vertrek uit Nederland en herintegratie van vertrekplichtige vreemdelingen onder categorie A.

Voor de projecten op het gebied van ondersteuning bij het zelfstandig vertrek uit Nederland van categorie B wordt geen nieuw aanvraagtijdvak geopend. Reden hiervoor is dat met ingang van 1 januari 2024 er een tweejarig project is gestart dat zich richt op het bieden van terugkeerondersteuning voor categorie B. Het betreft feitelijk een verlenging van een terugkeerproject voor EU-onderdanen dat reeds meerdere jaren wordt uitgevoerd. Op basis van eerdere ervaringen met de uitvoerende ngo en de historische terugkeercijfers is aannemelijk geacht dat er voor het lopende kalenderjaar geen verdere behoefte is om aanvullende terugkeerprojecten voor deze doelgroep uit te laten voeren.

Naast de opening van een nieuw aanvraagtijdvak voor projecten die ondersteuning bieden aan categorie A wordt in de onderhavige wijzigingsregeling, vooruitlopend op de invoering van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer welke naar verwachting op 1 juli 2024 in werking zal treden, de expliciete mogelijkheid geboden om een aanvraag digitaal, per e-mail, in te dienen.

Tevens worden in de onderhavige wijziging een aantal tekstuele aanpassingen en correcties doorgevoerd.

ARTIKELSGEWIJS

Artikel I

Onderdeel A (artikel 3, tweede lid, aanhef en onder d)

De aanpassing in artikel 3, tweede lid, aanhef betreft een correctie omdat in de oorspronkelijke regeling abusievelijk onjuist werd verwezen naar het tweede lid in plaats van het eerste lid.

De aanpassing in artikel 3, tweede lid, onder d betreft een tekstuele wijziging waardoor dat onderdeel beter aansluit bij de werkelijkheid. De wijziging heeft inhoudelijk geen gevolgen. Terugkeerprojecten die volgens deze subsidieregeling worden uitgevoerd, dienen voor de uitvoering van het feitelijk vertrek uit Nederland ingeschreven te staan bij de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) of de DT&V. IOM maakt bij de organisatie van het feitelijk vertrek gebruik van het REAN-programma. De DT&V regelt het feitelijk vertrek zelf, of maakt hiervoor gebruik van diensten van Frontex.

Onderdeel B (artikel 8, tweede lid (nieuw))

Met het invoegen van het tweede lid (nieuw) wordt, vooruitlopend op de invoering van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer welke naar verwachting op 1 juli 2024 in werking zal treden, de expliciete mogelijkheid geboden om een aanvraag ook digitaal, per e-mail via subsidie@dtv.minvenj.nl, in te dienen.

Onderdeel C (artikel 18, eerste en vierde lid)

De Dienst Terugkeer en Vertrek is door de Minister aangewezen om de regie te voeren over het vertrekproces van vreemdelingen die Nederland moeten verlaten. Het uitgangspunt van het beleid van de Minister is dat de voorkeur uitgaat naar zelfstandig vertrek boven gedwongen vertrek. Een aanzienlijk deel van de doelgroep waarop deze actie zich richt, zal in de caseload van de DT&V zitten. Om te voorkomen dat het traject van de zelfstandige terugkeer, het traject van gedwongen terugkeer doorkruist, is nauwe samenwerking met een lokale DT&V-afdeling cruciaal.

Zoals onder onderdeel B reeds beschreven, is deelname aan een terugkeerproject volgens deze subsidieregeling verbonden aan een inschrijving bij IOM of de DT&V, voor de organisatie van het feitelijk vertrek. Indien een potentiële terugkeerder zich niet bij IOM of DT&V heeft ingeschreven, is er ook geen sprake van uitzicht op zelfstandig vertrek en kan niet deelgenomen worden aan een terugkeerproject. De aanpassing in artikel 3, tweede lid, onder d, betreft een tekstuele wijziging die beter aansluit bij de werkelijkheid, maar heeft geen inhoudelijke gevolgen.

Onderdeel D (artikel 21)

In de OZV 2023 werd een aanvraagtijdvak opengesteld dat van augustus tot en met november 2023. Enkele projecten die vallen onder categorie A lopen af. Met het openen van een nieuw aanvraagtijdvak in artikel 21 kunnen de stichtingen die deze projecten uitvoerden nieuwe aanvragen doen. Het nieuwe aanvraagtijdvak voor categorie A biedt daarnaast de kans om ook nieuwe projecten die zich richten op het bevorderen van het zelfstandig vertrek en de herintegratie van vertrekplichtige vreemdelingen uit Nederland te kunnen subsidiëren.

Het nieuwe aanvraagtijdvak loopt (met terugwerkende kracht) van 1 februari 2024 tot en met 31 juli 2024.

De kosten om de (nieuwe) projecten te kunnen subsidiëren vallen binnen het budget dat DT&V beschikbaar heeft voor terugkeerprojecten. Daarbij is het beschikbare budget voor 2024 gelijk aan het in 2023 beschikbaar gestelde budget, te weten van € 2.700.000. Om die reden behoeft de tekst in artikel 22 geen wijziging. Voor het nieuwe aanvraagtijdvak in 2024 geldt derhalve ook een subsidieplafond van € 2.700.000.

Artikel II

Eerste lid

De invoeringstermijn bedraagt minder dan twee maanden en de inwerkingtreding valt niet op een vast verandermoment. Daarmee wijkt de inwerkingtreding af van het systeem van vaste verandermomenten. Deze regeling betreft een aantal begunstigende aanpassingen, waarvoor afwijking is toegestaan, omdat de betreffende doelgroep daarbij gebaat is.

Tweede lid

Op subsidies die voor 1 februari 2024 zijn aangevraagd – derhalve voor het nieuwe aanvraagtijdvak – dient de Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2023, zoals die luidde voor inwerkingtreding van deze regeling, van toepassing te blijven. Dit overgangsrecht heeft tot gevolg dat de wijzigingen van deze regeling alleen van toepassing zijn op aanvragen die op of na 1 februari 2024 zijn gedaan.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, E. van der Burg

Naar boven