Besluit van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 16 april 2024, nr. IENW/BSK-2024/117432, tot wijziging van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging RDW voor de uitvoering van de Wet vrachtwagenheffing

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op artikel 10:3, eerste lid, 10:4, eerste lid, 10:9, eerste lid en 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht;

Gezien de schriftelijke instemming van de Dienst Wegverkeer van 28 maart 2024, kenmerk JBZ.24.0010737;

BESLUIT:

ARTIKEL I

Het Besluit mandaat, volmacht en machtiging RDW voor de uitvoering van de Wet vrachtwagenheffing wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 3 wordt na ‘waaronder begrepen’ de zinsnede toegevoegd: ‘het informeren van houders van wie geen dienstverleningsovereenkomst is geregistreerd en’.

B

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, wordt na ‘een besluit’ ingevoegd ‘met uitzondering van een besluit als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder b,’.

2. In het tweede en derde lid, wordt na ‘dan wel ondermandaat’ ingevoegd ‘met uitzondering van een besluit als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder b,’.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, M.G.J. Harbers

Mededeling

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden een bezwaarschrift indienen tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop dit is bekendgemaakt. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, ter attentie van Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken, afdeling Algemeen Bestuurlijk-Juridische Zaken, postbus 20901, 2500 EX Den Haag.

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste te bevatten:

  • a. naam en adres van de indiener;

  • b. de dagtekening;

  • c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt (datum en nummer of kenmerk);

  • d. een opgave van de redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen;

  • e. zo mogelijk een afschrift van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt.

Het niet voldoen aan deze eisen kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaarschrift.

Een bezwaarschrift kan uitsluitend per gewone post en niet per e-mail worden ingediend.

Machtigt u iemand om namens u bezwaar te maken? Stuur dan ook een kopie van de machtiging mee. Bij indiening van een bezwaarschrift namens een rechtspersoon, dient u documenten mee te sturen (origineel uittreksel uit het handelsregister en/of een kopie van de statuten van de rechtspersoon) waaruit blijkt dat u bevoegd bent namens de rechtspersoon op te treden.

TOELICHTING

Met het Besluit mandaat, volmacht en machtiging RDW voor de uitvoering van de Wet vrachtwagenheffing (hierna: het mandaatbesluit) wordt aan de Dienst Wegverkeer (hierna: RDW) de opdracht verleend om tolhefferstaken en -handelingen in het kader van de Wet vrachtwagenheffing (hierna: de wet) uit te oefenen namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW).

Met deze wijziging wordt een aantal bepalingen van het mandaatbesluit gewijzigd.

Het betreft allereerst een wijziging van artikel 3 waardoor nu expliciet is opgenomen dat RDW bevoegd is tot het informeren van houders van wie geen dienstverleningsovereenkomst is geregistreerd. Vanaf de start van de heffing is een houder verplicht een dienstverleningsovereenkomst te sluiten voor elke vrachtwagen die op de weg is. Indien een vrachtwagen wordt waargenomen op de weg, zonder dat er voor die vrachtwagen een dienstverleningsovereenkomst is gesloten, kan een boete worden opgelegd.

Daarnaast is artikel 11, eerste lid, van het mandaatbesluit gewijzigd. In dit artikel is geregeld op welk briefpapier besluiten, privaatrechtelijke rechtshandelingen en andere handelingen moeten plaatsvinden. In het huidige mandaatbesluit is bepaald dat deze uitingen geschieden op het briefpapier van het Ministerie van IenW. Uit communicatief oogpunt is besloten dat boetebeschikkingen (artikel 2, onderdeel b) geschieden op het briefpapier van het CJIB. Deze wijziging van het mandaatbesluit maakt dit mogelijk. In het Besluit mandaat, volmacht en machtiging CJIB voor de uitvoering van de Wet vrachtwagenheffing is geregeld dat het CJIB de boetebeschikkingen kan opmaken en versturen. Met het CJIB is afgesproken dat zij in de boetebeschikking opnemen dat deze beschikking namens de Minister van IenW in de hoedanigheid van bestuursorgaan, overeenkomstig artikel 10:10 van de Algemene wet bestuursrecht, door een functionaris van de RDW is opgelegd.

Tot slot wordt artikel 11, eerste tot en met derde lid, van het mandaatbesluit gewijzigd. Concreet betekent dit dat de ondertekeningen zoals opgenomen in artikel 11, eerste, tweede en derde lid, van dit mandaatbesluit niet van toepassing zijn op de ondertekening van boetebeschikkingen.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, M.G.J. Harbers

Naar boven