Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 3 april 2024, nr. WJZ/ 45933277, houdende aanwijzing van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit als bevoegde autoriteit in de zin van artikel 2c van de Wet bescherming klokkenluiders (Aanwijzingsbesluit NVWA als bevoegde autoriteit in de zin van artikel 2c van de Wet bescherming klokkenluiders)

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, in overeenstemming met de Minister voor Medische Zorg,

Gelet op artikel 2c, subonderdeel 9, van de Wet bescherming klokkenluiders en gezien artikel 5, onder 14, en artikel 11 van de Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 (PbEU 2019, L 305);

Besluit:

Artikel 1

  • 1. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt aangewezen als bevoegde autoriteit op grond van artikel 2c, subonderdeel 9, van de Wet bescherming klokkenluiders.

  • 2. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit draagt zorg voor de ontvangst en opvolging van een melding als bedoeld in artikel 2c van de Wet bescherming klokkenluiders.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 3

Dit besluit wordt aangehaald als: Aanwijzingsbesluit NVWA als bevoegde autoriteit in de zin van artikel 2c van de Wet bescherming klokkenluiders.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 3 april 2024

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, P. Adema

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen zes weken na de dag van dagtekening van deze Staatscourant een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken en Klimaat, directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20401, 2500 EK Den Haag.

TOELICHTING

Artikel 11 van de Richtlijn (EU) 2019/1937 legt kortgezegd de verplichting neer voor lidstaten om een autoriteit aan te wijzen die bevoegd is voor het ontvangen en opvolgen van meldingen van een melder over inbreuken binnen de organisatie waar de melder werkt of heeft gewerkt. Artikel 5, onder 14, van die richtlijn geeft een definitie van wat een ‘bevoegde autoriteit’ is.

Artikel 2c van de Wet bescherming klokkenluiders vermeldt wie er in Nederland gelden als ‘bevoegde autoriteit’ in de zin van bovengenoemde richtlijn. Dit besluit wijst de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit aan als bevoegde autoriteit in de zin van artikel 2c, van de Wet bescherming klokkenluiders. De memorie van toelichting (Kamerstukken II 2020/21, 35 851, nr. 3, p. 28, 79-80) benoemt niet expliciet wie de AMvB of ministeriële regeling opstelt waarbij de betreffende autoriteit wordt aangewezen. De memorie van toelichting geeft enkele voorbeelden van wie heeft te gelden als de betreffende bevoegde autoriteit. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (hierna: NVWA) wordt in de memorie van toelichting als eerst genoemd. In het kader van de NVWA als bevoegde autoriteit wordt er vervolgens gesproken over de ambtenaren die de toezichthoudende taak van de NVWA moeten uitvoeren. Daartoe moeten deze ambtenaren door de desbetreffende Minister worden aangewezen. Indien de ambtenaren die het toezicht moeten uitoefenen door de desbetreffende Minister worden aangewezen, ligt het in de rede dat de bevoegde autoriteit zelf ook door diezelfde Minister wordt aangewezen. Dit betekent dat de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de NVWA kan aanwijzen als bevoegde autoriteit.

De NVWA heeft behalve de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, ook de Minister voor Medische Zorg als opdrachtgever. Daarom wordt dit besluit genomen in overeenstemming met de Minister voor Medische Zorg.

De aanwijzing geschiedt bij ministerieel besluit en niet bij ministeriële regeling, omdat er in dit besluit geen algemeen verbindende voorschriften worden gesteld.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, P. Adema

Naar boven