Wijziging van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden in verband met de invoering van een tijdslimiet voor de mondelinge toelichting in fiscale zaken

Op 25 maart 2024 heeft de gerechtsvergadering van de Hoge Raad de onderstaande wijziging van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden vastgesteld. De wijziging treedt op 1 april 2024 in werking.

Onderdeel 5.1.7. van paragraaf 5.1 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden luidt als volgt:

  • 5.1.7. Schriftelijke en mondelinge toelichting

  • 5.1.7.1. Op verzoek van een partij kan gelegenheid worden geboden tot het geven van een schriftelijke of mondelinge toelichting door een advocaat.

  • 5.1.7.2. Een verzoek van een partij om een schriftelijke of mondelinge toelichting door een advocaat dat wordt gedaan naar aanleiding van het verweerschrift van de wederpartij, of naar aanleiding van de zienswijze van de wederpartij in het incidentele beroep in cassatie, moet zijn ingediend binnen twee weken nadat de griffier een afschrift van het verweerschrift of de zienswijze heeft verzonden.

  • 5.1.7.3. Bij inwilliging van het verzoek om schriftelijke toelichting stelt de griffier partijen in kennis van de termijn waarbinnen de schriftelijke toelichting moet worden ingediend. Deze termijn is in beginsel vier weken, te rekenen vanaf de datum van de kennisgeving.

  • 5.1.7.4. Nadat de schriftelijke toelichtingen van alle partijen zijn ingediend, stelt de griffier partijen in kennis van de door de wederpartij ingediende schriftelijke toelichting. Hierbij wordt gelegenheid gegeven binnen twee weken op de schriftelijke toelichting van de wederpartij te reageren. Van die reactie van een partij stelt de griffier de wederpartij in kennis.

  • 5.1.7.5. Indien slechts één van partijen een schriftelijke toelichting indient, stelt de griffier de wederpartij in kennis van die schriftelijke toelichting na het verstrijken van de termijn voor het indienen van de schriftelijke toelichting. Hierbij wordt gelegenheid gegeven binnen twee weken op de schriftelijke toelichting van de wederpartij te reageren door een advocaat. Op deze mogelijkheid wijst de griffier al in het bericht dat een schriftelijke toelichting kan worden ingediend.

  • 5.1.7.6. Indien gelegenheid wordt geboden tot het geven van een mondelinge toelichting, wordt de datum in beginsel vastgesteld op een woensdag op een termijn van bij voorkeur vier weken. Na overleg met de procureur-generaal en na informatie te hebben ingewonnen bij de betrokken advocaten over de bepaling van dag en tijdstip stelt de griffier partijen in kennis van dag en uur van de zitting.

  • 5.1.7.7 Voor de mondelinge toelichting is voor elke partij twintig minuten gereserveerd. Indien de verwachting bestaat dat meer tijd nodig zal zijn, dient daartoe uiterlijk een week voor de datum van de zitting onder opgave van reden toestemming te worden gevraagd aan de voorzitter van de zetel ten overstaan waarvan de mondelinge toelichting wordt gegeven.

    Partijen krijgen tijdens de zitting elk tien minuten de gelegenheid voor mondelinge repliek en dupliek.

  • 5.1.7.8. Indien van de gelegenheid tot het geven van een mondelinge toelichting gebruik wordt gemaakt en daarbij een pleitnota wordt overgelegd, plaatst de griffier een afschrift van die pleitnota in het webportaal.

  • 5.1.7.9. Van de zitting waarop een mondelinge toelichting wordt gegeven, wordt proces-verbaal opgemaakt. Uiterlijk op de datum van toezending van het arrest wordt een afschrift van dat proces-verbaal in het webportaal geplaatst.

De griffier van de Hoge Raad der Nederlanden, A.M. Wolffram-van Doorn

Naar boven