Buiten toepassing laten rijkscoördinatieregeling Hoogspanningsstation Boxmeer, Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Datum 27 maart 2023

Nummer DGKE/ 26753857

DE MINISTER VOOR KLIMAAT EN ENERGIE,

overwegende:

  • dat TenneT TSO (hierna: TenneT) het voornemen heeft hoogspanningsstation Boxmeer 380 kV uit te breiden inclusief bovengrondse aansluiting op het bestaande landelijke hoogspanningsnet in de gemeente Land van Cuijk;

  • dat dit initiatief op grond van 20a van de Elektriciteitswet 1998, onder de rijkscoördinatieregeling valt, als bedoeld in artikel 3.35 van de Wet ruimtelijke ordening;

  • dat de rijkscoördinatieregeling, voor zover hier van belang, gelet op artikel 3.35, eerste lid, onder c, van de Wet ruimtelijke ordening met zich brengt dat voor het hiervoor bedoelde project een inpassingsplan kan worden vastgesteld door de Minister voor Klimaat en Energie, (hierna: K&E)1 en de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (hierna: VRO), en dat de voorbereiding en bekendmaking van het inpassingsplan door de Minister voor K&E worden gecoördineerd met de voorbereiding en bekendmaking met andere voor de uitvoering van het project benodigde besluiten;

  • dat de Minister voor K&E, in afwijking van het voorgaande, op grond van artikel 9b, vierde lid, van de Elektriciteitswet 1998 kan bepalen dat voor een bepaald project geen inpassingsplan wordt voorbereid en de voorbereiding en bekendmaking van andere besluiten niet door hem worden gecoördineerd;

  • dat deze bevoegdheid kan worden toegepast indien, in aanmerking genomen de omvang, aard en ligging van het desbetreffende net, alsmede het aantal voor de aanleg of uitbreiding van hoogspanningsstation Boxmeer benodigde besluiten, redelijkerwijze niet valt te verwachten dat toepassing van de rijkscoördinatieregeling, als bedoeld in artikel 3.35 van de Wet ruimtelijke ordening, de besluitvorming in betekenende mate zal versnellen of daaraan anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden;

  • dat deze situatie zich bij dit project voordoet, omdat reeds overleg heeft plaatsgevonden tussen TenneT, de gemeente Land van Cuijk en de provincie Noord-Brabant, de gemeente Land van Cuijk heeft toegezegd de uitbreiding van hoogspanningsstation Boxmeer 380 kV planologisch in te passen en de provincie Noord-Brabant heeft aangegeven hiermee in te stemmen;

  • dat er ook geen bijzondere belemmeringen zijn die in de weg staan aan een voorspoedig verloop van de benodigde procedures, zonder dat de rijkscoördinatieregeling wordt toegepast;

  • dat, gelet op het voorgaande, TenneT per email van 14 oktober 2022 formeel heeft verzocht de rijkscoördinatieregeling buiten toepassing te laten;

  • dat vervolgens de bij het project betrokken bestuursorganen – de provincie Noord-Brabant en de gemeente Land van Cuijk -zijn gehoord over het voornemen de rijkscoördinatieregeling buiten toepassing te laten;

  • dat de gemeente Land van Cuijk per brief van 28 oktober 2022 heeft aangegeven bereid te zijn de bevoegdheid over te nemen om de uitbreiding van hoogspanningsstation Boxmeer 380 kV inclusief bovengrondse aansluiting op het bestaande landelijke hoogspanningsnet planologisch in te passen;

  • dat provincie Noord-Brabant per brief van 16 december 2022 heeft aangegeven te kunnen instemmen met het voornemen.

Gelet op:

Artikel 20a, derde lid, onder a, van de Elektriciteitswet 1998;

Besluit:

Artikel 1

Geen van de procedures, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening is van toepassing op de besluitvorming inzake de voorziene uitbreiding van hoogspanningsstation Boxmeer 380 kV, voorzien in de gemeente Land van Cuijk.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking de dag na die waarop het bekend is gemaakt. Dit besluit wordt bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant.

De Minister voor Klimaat en Energie, namens deze: T.W.G.M.M. Albers MT-lid directie Realisatie Energietransitie

Tegen dit besluit staat geen bezwaar of beroep open (artikel 7.1 in samenhang met artikel 8.5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1 van hoofdstuk 1 van bijlage 2 bij deze zelfde wet).


X Noot
1

In artikelen 3:35, eerste lid, onder c van de Wet ruimtelijke ordening en 9b, vierde lid, van de Elektriciteitswet 1998 staan de Ministers van Economische Zaken en Klimaat en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties als bevoegde gezagen genoemd. Deze bevoegdheden zijn overgegaan op de Ministers voor K&E en voor VRO.

Naar boven