Call for proposals, RAAK-publiek, Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

Juni 2023

Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA (onderdeel van NWO)

Inhoud

1.

Inleiding

1

1.1

Achtergrond

1

1.2

Beschikbaar budget

2

1.3

Indieningsdeadline

2

2.

Doel

2

2.1

Doelstelling van het programma

2

2.2

Doelstelling van de regeling

2

2.3

Maatschappelijke impact

2

3.

Voorwaarden voor aanvragers

2

3.1

Wie kan aanvragen

2

3.2

Wat kan aangevraagd worden

3

3.3

Het opstellen en indienen van de aanvraag

3

3.4

Indieningsvoorwaarden

3

3.5

Subsidievoorwaarden

4

3.6

Financiële voorwaarden

6

3.7

Aanvullende informatie

8

4.

Beoordelingsprocedure

8

4.1

De San Francisco Declaration (DORA)

9

4.2

Procedure

9

4.3

Criteria

10

5.

Subsidieverplichtingen

11

5.1

Uitvoering van het project

11

6.

Contact en overige informatie

13

6.1

Contact

13

6.2

ISAAC-helpdesk

13

6.3

Overige informatie

13

1. Inleiding

In deze call for proposals leest u hoe de aanvraagprocedure is ingericht voor RAAK-publiek, indieningsronde juni 2023.

Deze call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA (hierna Regieorgaan SIA).

Regieorgaan SIA stimuleert de kwaliteit en de impact van het praktijkgericht onderzoek van hogescholen en is onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

U vindt in deze call for proposals achtereenvolgens informatie over het doel van de regeling (hoofdstuk 2), de voorwaarden voor de subsidieaanvraag (hoofdstuk 3) en hoe uw aanvraag wordt beoordeeld (hoofdstuk 4). Deze informatie heeft u nodig om een aanvraag voor subsidie te kunnen indienen. In hoofdstuk 5 vindt u de subsidieverplichtingen die van toepassing zijn in geval van toekenning, in hoofdstuk 6 vindt u contactgegevens.

1.1 Achtergrond

Met RAAK-publiek zet Regieorgaan SIA in op de professionalisering en kwaliteitsversterking van het praktijkgericht onderzoek van hogescholen. Dit past bij onze strategische uitgangspunten om netwerkvorming te bevorderen en hoogwaardig onderzoek van hogescholen met doorwerking in onderwijs en praktijk te stimuleren.

Samenwerken en innoveren

Het versterken van de innovatiekracht van de publieke sector en het mkb is een speerpunt in het nationale en Europese beleid. In ‘Houdbaar voor de toekomst’, de Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek 2019, stelt het kabinet dat het praktijkgericht onderzoek van hogescholen daarbij een essentiële schakel vormt.

Zeker op regionaal niveau is behoefte aan kennisinstellingen die intensief samenwerken met het veranderende werkveld en in continue verbinding staan met de maatschappij. Hogescholen zijn bij uitstek in staat om onderwijs, onderzoek en de (regionale) beroepspraktijk met elkaar te verbinden.

Gezamenlijk kunnen zij tot kennis en innovaties komen die bijdragen aan de oplossing van maatschappelijke vraagstukken.

1.2 Beschikbaar budget

Het subsidieplafond voor deze call for proposals bedraagt € 5,4 miljoen. Binnen deze call for proposals worden naar verwachting maximaal 18 aanvragen toegekend.

1.3 Indieningsdeadline

De sluitingsdatum voor het indienen van aanvragen is 20 juni 2023, voor 14:00:00 uur CEST.

Bij het indienen van uw aanvraag in ISAAC voert u online gegevens in. Begin ten minste één dag vóór de sluitingsdatum van deze call for proposals met het indienen van uw aanvraag. Aanvragen die na de sluitingsdatum worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

2. Doel

Dit hoofdstuk beschrijft de doelstelling van het programma, de doelstelling van de regeling en maatschappelijke impact.

2.1 Doelstelling van het programma

Met het RAAK-programma wil Regieorgaan SIA de samenwerking tussen hogescholen, het (inter)nationale kennisnetwerk en het beroepenveld van hbo- professionals die werkzaam zijn in de publieke sector of het mkb bevorderen. Regieorgaan SIA voert daartoe drie regelingen uit: RAAK-publiek, RAAK-mkb en RAAK-PRO.

2.2 Doelstelling van de regeling

De RAAK-publiek regeling richt zich specifiek op het bevorderen van samenwerking tussen hogescholen en het beroepenveld van hbo-professionals die werkzaam zijn in de publieke sector. Gestuurd door een vraag vanuit het beroepenveld wordt in netwerken van hogescholen, kennisinstellingen en het beroepenveld praktijkgericht onderzoek uitgevoerd.

Het resultaat van het onderzoek is praktisch toepasbare kennis voor de beroepspraktijk.

2.3 Maatschappelijke impact

Het onderzoek uitgevoerd met RAAK-publiek-financiering draagt bij aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. Zo worden bijvoorbeeld instrumenten en ontwerpprincipes voor duurzame steden ontwikkeld, of protocollen om misstanden in de zorg aan te pakken. Dit heeft een directe impact op mens en samenleving.

3. Voorwaarden voor aanvragers

Dit hoofdstuk bevat de voorwaarden die gelden voor uw subsidieaanvraag. Eerst wordt beschreven wie subsidie kan aanvragen (paragraaf 3.1) en hoeveel u kunt aanvragen (paragraaf 3.2). Vervolgens vindt u de voorwaarden voor het opstellen en indienen van de aanvraag (paragrafen 3.3 en 3.4), de subsidievoorwaarden (paragraaf 3.5), financiële voorwaarden (paragraaf 3.6) en aanvullende informatie (paragraaf 3.7).

3.1 Wie kan aanvragen

Alleen door de overheid bekostigde hogescholen kunnen een aanvraag indienen. Dit zijn hogescholen zoals bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW).

De persoon die de aanvraag indient in ISAAC wordt geacht hiertoe te zijn gemachtigd door het College van Bestuur van de aanvragende hogeschool.

3.2 Wat kan aangevraagd worden

In deze call for proposals kunt u maximaal € 300.000 aanvragen. De kosten die u kunt opvoeren in uw aanvraag vindt u in paragraaf 3.6.

3.3 Het opstellen en indienen van de aanvraag

U kunt uw aanvraag alleen indienen via ISAAC. Aanvragen die niet via ISAAC zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen.

Voor het opstellen van uw aanvraag doorloopt u de volgende stappen:

  • download het aanvraagformulier vanuit het online aanvraagsysteem ISAAC;

  • vul het aanvraagformulier in;

  • vul het consortiumpartnerformulier in;

  • sla het aanvraagformulier en het consortiumpartnerformulier op als één pdf en upload het in ISAAC;

  • vul de online in ISAAC gevraagde gegevens in.

Voorzie uw aanvraag van de volgende verplichte bijlagen:

  • het projectvoorstel (pdf);

  • de begroting (excel) met aangevraagde subsidie, cofinanciering en kostenonderbouwing;

  • een overzicht van betrokken projectgroepleden (excel) in het kader van de Code omgang met persoonlijke belangen van NWO.

Andere bijlagen dan hierboven genoemd zijn niet toegestaan.

In het geval Regieorgaan SIA templates beschikbaar heeft gesteld voor de verplichte bijlagen, moet u deze templates gebruiken voor uw aanvraag. De bijlagen moeten los van de aanvraag geüpload worden in ISAAC.

Het is verplicht uw aanvraag in het Nederlands of Engels op te stellen. Binnen het aanvraag- en beoordelingsproces correspondeert Regieorgaan SIA altijd in het Nederlands, ook als u uw aanvraag in het Engels opstelt.

U bent als aanvrager verplicht de aanvraag via uw ISAAC-account in te dienen. Heeft u nog geen ISAAC-account? Maak dan minimaal één werkdag voordat u de aanvraag indient een account aan. Zo kunnen eventuele problemen met aanmelden nog op tijd worden opgelost. Als de aanvrager al een account bij NWO heeft, hoeft deze geen nieuw account aan te maken om een nieuwe aanvraag in te dienen.

Voor vragen van technische aard verzoeken wij u contact op te nemen met de ISAAC-helpdesk.

Bekijk de volledige call for proposals in ISAAC (directe link).

3.4 Indieningsvoorwaarden

Formele voorwaarden voor indiening

Regieorgaan SIA toetst uw aanvraag aan onderstaande voorwaarden. Alleen als uw aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt deze in behandeling genomen. U wordt gevraagd om twee weken na de sluitingsdatum van de call

beschikbaar te zijn om eventuele administratieve correcties door te voeren en zo (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.

Deze voorwaarden zijn:

  • de aanvrager voldoet aan de in paragraaf 3.1 gestelde voorwaarden;

  • het aanvraagformulier en de verplichte bijlagen zijn, na eventueel eenmalig verzoek tot aanvulling of wijziging, juist, compleet en volgens de instructies ingevuld;

  • de aanvraag is ingediend via het ISAAC-account van de persoon die hiertoe gemachtigd is door de aanvragende instelling;

  • de aanvraag is ontvangen voor of op de gestelde deadline van dinsdag 20 juni 2023, voor 14:00:00 uur CEST;

  • de aanvraag is in het Nederlands of Engels opgesteld;

  • de begroting is volgens de financiële voorwaarden van deze call for proposals opgesteld;

  • het beoogde project (verder project) heeft een looptijd van minimaal 18 en maximaal 24 maanden en start vanaf 1 februari 2024, met een uiterste startdatum van 1 juni 2024;

  • alle vereiste bijlagen zijn ingediend.

3.5 Subsidievoorwaarden

Op alle aanvragen is de NWO Subsidieregeling 2017 van toepassing.

Inzet van de subsidie

De subsidie is bestemd voor de aanvragende hogeschool.

De looptijd van het project is maximaal 24 maanden. Inzet van de subsidie buiten de looptijd is niet mogelijk.

Uitgesloten van subsidie zijn aanvragen die zich uitsluitend richten op deskundigheidsbevordering van personeel, het ontwikkelen van een nieuwe opleiding/nieuw curriculum voor de hogeschool en/of behoren tot reguliere activiteiten van een hogeschool.

Consortium

Het consortium bestaat naast de aanvrager uit minimaal twee publieke partijen. De consortiumpartners bevestigen hun deelname aan het consortium door middel van een handtekening op het aanvraagformulier van de subsidieaanvraag.

In het kader van RAAK-publiek worden tot publieke partijen gerekend die organisaties die wettelijke taken uitvoeren en/of een uitgesproken publiek belang dienen en (grotendeels) worden gefinancierd door de overheid. Hiertoe behoort onder andere de dienstverlening rondom zorg en welzijn, kunst en cultuur, veiligheid, volkshuisvesting en onderwijs.

Ook kunnen private partijen, kennisinstellingen, koepel- of brancheorganisaties, en beroepsverenigingen in het consortium zitting nemen. Buitenlandse partners kunnen ook deel uitmaken van het consortium.

De consortiumpartners worden opgenomen in de begroting. Het is mogelijk om ook anderen aan te laten sluiten bij het consortium. Partijen die niet op de begroting staan kunt u aangeven in het aanvraagformulier onder overige betrokken partijen.

Lector

De aanvraag is opgesteld onder verantwoordelijkheid van een lector, verbonden aan de aanvragende hogeschool. De lector of een senior onderzoeker kan als projectleider optreden.

Datamanagement

Resultaten van wetenschappelijk onderzoek moeten kunnen worden gerepliceerd, geverifieerd en gefalsifieerd. In het digitale tijdperk betekent dit dat behalve publicaties ook onderzoeksdata zo veel mogelijk vrij toegankelijk moeten zijn.

Regieorgaan SIA verwacht dat de onderzoeksdata die voortkomen uit projecten die door Regieorgaan SIA zijn gefinancierd zo veel mogelijk vrij beschikbaar komen voor hergebruik door andere onderzoekers. Regieorgaan SIA hanteert daarbij het principe: “zo open als mogelijk, beschermd indien nodig”.

Van onderzoekers wordt verwacht dat zij ten minste die data en/of niet- numerieke resultaten die ten grondslag liggen aan de conclusies van binnen het project gepubliceerde werken openbaar maken, gelijktijdig met de publicatie zelf. Eventuele kosten die hiervoor worden gemaakt, kunnen worden meegenomen in de begroting.

Onderzoekers maken kenbaar hoe met data voortkomend uit het project wordt omgegaan aan de hand van de datamanagementparagraaf in de aanvraag, en eventueel het datamanagementplan na toekenning van subsidie.

Datamanagementparagraaf

De datamanagementparagraaf maakt deel uit van de aanvraag. Onderzoekers wordt gevraagd reeds voor aanvang van het onderzoek te bedenken hoe de verzamelde data geordend en gecategoriseerd moeten worden zodat zij vrij beschikbaar kunnen worden gesteld.

Vaak zullen al vóór het tot stand komen van de data en de analyse daarvan maatregelen getroffen moeten worden om opslag en deling later mogelijk te maken. Indien niet alle data voortkomende uit het project openbaar gemaakt kunnen worden, bijvoorbeeld om redenen van privacy, ethiek of valorisatie, dient de aanvrager dit beargumenteerd kenbaar te maken in de datamanagementparagraaf.

De datamanagementparagraaf wordt niet beoordeeld en daarom ook niet meegewogen in de beslissing om een aanvraag al dan niet toe te kennen. De beoordelingscommissie kan wel advies geven met betrekking tot de datamanagementparagraaf.

Wetenschappelijke integriteit

Het project dat Regieorgaan SIA financiert moet, conform de NWO- Subsidieregeling 2017, uitgevoerd worden in overeenstemming met de nationaal en internationaal aanvaarde normen van wetenschappelijk handelen zoals neergelegd in de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit (2018). Met het indienen van de aanvraag committeert de aanvrager zich aan deze code.

In geval van (mogelijke) schending van deze normen bij een door Regieorgaan SIA gefinancierd project, dient de aanvrager Regieorgaan SIA hiervan onverwijld op de hoogte te stellen en dient deze alle ter zake relevante documenten aan Regieorgaan SIA te overleggen. Meer informatie over de gedragscode en het beleid op het gebied van wetenschappelijke integriteit vindt u op de website: www.nwo.nl/integriteit.

Ethische verklaring of vergunning

Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of voor de uitvoering van het project een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is. De aanvrager dient ervoor te zorgen dat deze tijdig wordt verkregen bij de relevante instelling of ethische commissie.

Bij toekenning wordt de subsidie verleend onder de voorwaarde dat de benodigde ethische verklaring of vergunning vóór de uiterste startdatum van het project is verkregen. Het project kan pas starten nadat Regieorgaan SIA een kopie van de ethische verklaring of vergunning heeft ontvangen.

Nagoya Protocol

Het Nagoya Protocol zorgt voor een eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit het gebruik van genetische rijkdommen (Access and Benefit Sharing; ABS). Onderzoekers die voor hun onderzoek gebruikmaken van genetische bronnen in/uit het buitenland dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (www.absfocalpoint.nl). Regieorgaan SIA gaat er vanuit dat zij de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen.

Nationale leidraad kennisveiligheid

Wetenschap van wereldklasse kan profiteren van internationale samenwerking. De Nationale leidraad kennisveiligheid (hierna: de Leidraad) helpt kennisinstellingen ervoor te zorgen dat internationale samenwerking veilig kan plaatsvinden. Bij kennisveiligheid gaat het om ongewenste overdracht van gevoelige kennis en technologie die de nationale veiligheid aantast; om heimelijke beïnvloeding van onderwijs en onderzoek door statelijke actoren, en daarmee de academische vrijheid en de sociale veiligheid in gevaar brengt; en om ethische kwesties die kunnen spelen in de samenwerking met landen die de grondrechten niet respecteren.

Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of het project in lijn is en blijft met de Leidraad. Met het indienen van de aanvraag committeert de aanvrager zich aan de overwegingen in deze Leidraad. In geval van het vermoeden van schending van de Leidraad bij een bij NWO ingediende aanvraag voor projectfinanciering of een door NWO gefinancierd project, kan NWO de aanvrager verzoeken om een risicoafweging te overleggen waaruit blijkt dat de overwegingen uit de Leidraad zijn gevolgd.

Indien de aanvrager niet aan het verzoek van NWO voldoet of als de risicoafweging klaarblijkelijk een schending van de Leidraad behelst, kan dit gevolgen hebben voor de subsidieverlening of vaststelling door NWO. Ook kan NWO in een voorkomend geval nadere voorwaarden opnemen in de toewijzingsbrief.

De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.

3.6 Financiële voorwaarden

Financiering van (deel)activiteiten die al zijn gefinancierd vanuit andere bronnen, is niet mogelijk.

Uitsluitend project specifieke loon- en materiële kosten in aanmerking komen voor financiering en mogen dan ook worden opgenomen in de begroting. De aangevraagde subsidiebedragen per begrotingspost (loon- en materiële kosten) in de ingediende begroting gelden als maxima.

Toelichting op de begroting

De kosten die u kunt opvoeren in de begroting zijn loonkosten en materiële kosten. Alle op te voeren kosten zijn inclusief eventuele niet-verrekenbare btw.

Bij toewijzing van de aanvraag geldt het tarief voor de loonkosten dat op het moment van toewijzing van toepassing is. Dat betekent dat Regieorgaan SIA zo nodig de ingediende begroting aanpast.

Loonkosten hogescholen

Voor de loonkosten van personeel van hogescholen worden de uurtarieven gehanteerd conform de Handleiding overheidstarieven (HOT) 2023, tabel 2: integrale loonkosten per salarisschaal, kolom uurtarief productieve uren, excl. btw. Deze tarieven kunt u tijdens de gehele looptijd toepassen.

Schaal

Uurtarief productieve uren

1

47

2

49

3

52

4

54

5

57

6

59

7

63

8

67

9

72

10

78

11

86

12

97

13

108

14

118

15

127

16

136

17

146

18

158

Deze tarieven zijn integraal toepasbaar en u kunt deze tarieven zonder verdere onderbouwing toepassen.

Het tarief van een medewerker wordt bepaald op basis van de inschaling van de betreffende medewerker onder de cao hbo (hoger beroepsonderwijs). Hogere tarieven dan de HOT zijn niet toegestaan.

Projectmanagement

In de HOT zit al een opslag voor overhead. Voor projectmanagement mag de aanvrager maximaal 10% van de totale projectkosten in de begroting als kosten opvoeren.

Kosten studenten

U mag studenten, verbonden aan de hogeschool, inzetten voor het project. De kosten hiervan kunt u binnen het project opvoeren.

Per subsidiejaar kunt u het volgende opvoeren:

  • De inzet van uren van studenten die als onderdeel van hun opleiding meewerken in het project. Deze studenten krijgen in dit geval ook studiepunten voor hun werkzaamheden. Als kosten kunt u opvoeren de stagevergoeding zoals die binnen uw hogeschool gebruikelijk is met een maximum van € 25 per uur. U mag een student voor maximaal 1.650 uur inzetten en/of;

  • De inzet van uren van studenten die extra-curriculair meewerken in het

project. Per student kunt u maximaal 250 uur, met een maximum van € 25 per uur, als kosten opvoeren.

In beide situaties geldt: u kunt alleen de werkelijk aan de student uitbetaalde bedragen met een maximumuurtarief van € 25 opvoeren. Uren en uurtarieven boven de gestelde maxima kunt u niet opvoeren. Er is geen maximum gesteld aan het totale aantal studenten dat meewerkt in het project.

Loonkosten universitaire onderzoekers

Bij de loonkosten van promovendi, postdocs en niet-wetenschappelijk personeel aan universiteiten en overige kennisinstellingen wordt uitgegaan van de werkelijke brutosalarissen en de opslagen zoals opgenomen in het meeste recente Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek (www.nwo.nl/salaristabellen). Voor overige wetenschappelijke functies gelden dezelfde tarieven als voor hogescholen, dus de HOT-tabel.

Loonkosten buitenlandse kennisinstellingen

Kosten voor personeel van buitenlandse kennisinstellingen worden beschouwd als loonkosten. Meer informatie over de voorwaarden hiervan vindt u op de website van NWO.

Loonkosten andere consortiumpartners

Voor overige onderwijsinstellingen, TO2-instellingen, overheden en overige door de rijksoverheid gefinancierde instellingen gelden dezelfde tarieven als voor hogescholen.

Het uurtarief van de overige consortiumpartners, waaronder mkb- ondernemingen, is vrij te bepalen met een maximum van € 130 per uur, exclusief btw.

Materiële kosten

Tot materiële kosten behoren onder andere verbruiksmaterialen, testopstellingen, publicaties (zie voor de voorwaarden paragraaf 5.1), inhuur derden, citizen science, (inter)nationale reis- en verblijfskosten (economy class), toegang tot grote (inter)nationale faciliteiten en kosten voor vergunningen, softwarelicenties, octrooien, congressen, veldwerk, gastonderzoekers en datamanagement.

De aanschaf van apparatuur (investeringen) wordt niet tot de projectkosten gerekend. Voor apparatuur kunnen slechts de aan het project toe te rekenen afschrijvingskosten worden opgevoerd. Afschrijvingstermijnen worden berekend op basis van de historische aanschafprijs exclusief financieringskosten, een lineaire afschrijvingsmethode en een reële levensduur. Opvoering van kosten voor gebruik van apparatuur ouder dan vijf jaar is dus niet mogelijk.

Niet subsidiabel zijn kosten die onder organisatie-infrastructuur en overhead vallen, zoals een volledig functionerende werkplek, kantoorautomatisering, andere afschrijvingen dan hierboven genoemd, huisvesting, verzekeringen, administratie en voorzieningen voor archivering.

Subsidiabele kosten van de consortiumpartners

Ten hoogste 25% van het subsidiebedrag mag worden besteed aan de kosten van de consortiumpartners, die geen hogescholen zijn.

Financiële bijdrage

De consortiumpartners dragen via een financiële bijdrage bij aan de uitvoering van het project. Deze bijdrage is ten minste 50% van de totale projectkosten.

De bijdrage kan in cash en/of in kind (op geld waardeerbare zaken als materiële kosten en uren) plaatsvinden.

De omvang van de in cash en/of in kind bijdrage geeft u bij uw aanvraag aan in de begroting.

Rekenvoorbeeld:

Bij een gevraagde subsidie van € 300.000 bedragen de totale projectkosten minimaal € 600.000. De minimale bijdrage hierbij is € 300.000.

3.7 Aanvullende informatie

Op het aanvraagformulier vragen wij u aan te geven bij welke thema’s en beleidslijnen uw aanvraag aansluit. Deze informatie ondersteunt ons onder meer bij het maken van beleidskeuzes. Meer informatie hierover vindt u op onze webpagina Informatieverzameling en monitoring.

Aansluiting op ‘Thema’s met impact’ (VH) en Onderwijssectoren

Regieorgaan SIA wil graag geïnformeerd worden over hoe de aanvraag zich verhoudt tot de onderzoeksthema’s, gespecificeerd in Praktijkgericht onderzoek als kennisversneller, Strategische onderzoeksagenda hbo 2022 - 2025van de Vereniging Hogescholen. Op het aanvraagformulier geeft u daarom aan bij welke thema’s uit deze onderzoeksagenda de activiteiten aansluiten.

Daarnaast wenst Regieorgaan SIA geïnformeerd te worden over de aansluiting van het project bij de onderwijssectoren.

Bijdrage aan Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid

Klimaatverandering, cybersecurity, vergrijzing: onze samenleving staat voor een aantal grote uitdagingen. Deze uitdagingen vragen om baanbrekende innovatieve oplossingen met impact. Dit biedt economische kansen voor publieke en private partijen om samen innovatieve oplossingen te ontwikkelen voor maatschappelijke vraagstukken.

Centraal in het nieuwe Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid staan een viertal maatschappelijk belangrijke thema’s:

  • Energietransitie & duurzaamheid

  • Landbouw, water & voedsel

  • Gezondheid & zorg

  • Veiligheid

Deze thema’s zijn uitgewerkt in 25 missies die concrete ambities bevatten. Daarnaast wordt ingezet op:

  • Sleuteltechnologieën

  • Maatschappelijk verdienvermogen

Kijk voor meer informatie op onze webpagina over het Missiegedreven Topsectoren en Innovatiebeleid . Indien van toepassing geeft u in de aanvraag aan bij welke Kennis- en Innovatieagenda (KIA) het project aansluit.

Topsectoren

Regieorgaan SIA wil, als dat van toepassing is, ook graag weten tot welke topsector of topsectoren uw project zich verhoudt. Meer informatie over de topsectoren vindt u op topsectoren.nl.

Bijdrage aan NWA

Regieorgaan SIA zet zich actief in om hogescholen optimaal mee te laten doen met praktijkgericht onderzoek binnen de verschillende routes van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) . Indien van toepassing geeft u in de aanvraag daarom aan bij welke NWA-route het project aansluit.

4. Beoordelingsprocedure

Dit hoofdstuk beschrijft de San Francisco Declaration (paragraaf 4.1) en vervolgens hoe de beoordelingsprocedure verloopt (paragraaf 4.2). Tot slot leest u de criteria waaraan de beoordelingscommissie uw aanvraag toetst (paragraaf 4.3).

Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing (www.nwo.nl/code).

Regieorgaan SIA streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (www.nwo.nl/diversiteit-en-inclusie).

Regieorgaan SIA stimuleert leden van een beoordelingscommissie actief om zich bewust te worden van impliciete associaties en te proberen deze te minimaliseren. Regieorgaan SIA voorziet hen van informatie over concrete manieren om de beoordeling van een aanvraag te verbeteren.

4.1 De San Francisco Declaration (DORA)

NWO is ondertekenaar van de San Francisco Declaration on Research Assessment (DORA). DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld te verbeteren. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksinstellingen, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.

DORA richt zich op het terugdringen van het onkritisch gebruik van bibliometrische indicatoren en het wegnemen van onbewuste vooringenomenheid (unconscious bias) bij de beoordeling van onderzoek en onderzoekers. Overkoepelende filosofie van DORA is dat onderzoek moet worden beoordeeld op zijn eigen kwaliteiten en verdiensten in plaats van op basis van afgeleide indicatoren, zoals het tijdschrift waarin het onderzoek wordt gepubliceerd.

Voor Regieorgaan SIA betekent dit dat commissieleden verzocht wordt bij de beoordeling van aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de H-index. Aanvragers mogen deze in hun aanvragen ook niet vermelden.

Bij het beoordelen van het wetenschappelijk track record van kandidaten gaat Regieorgaan SIA uit van een brede definitie van wetenschappelijke output.

Naast publicaties worden aanvragers gestimuleerd ook andere wetenschappelijke producten te vermelden, zoals datasets, patenten, software en code, producten, tools, nieuwe handelingsperspectieven enzovoort.

Voor meer informatie over wat NWO doet om de principes van DORA te implementeren zie: www.nwo.nl/dora

4.2 Procedure

De aanvraagprocedure bestaat uit de volgende stappen:

  • Indiening van de aanvraag

  • In behandeling nemen van de aanvraag

  • Eerste vergadering van de beoordelingscommissie

  • Weerwoord

  • Tweede vergadering van de beoordelingscommissie

  • Besluitvorming

Vanwege de in de beoordelingscommissie aanwezige expertise heeft Regieorgaan SIA besloten om bij de beoordeling van de aanvragen gebruik te maken van de mogelijkheid gegeven in artikel 2.2.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling 2017, om de beoordelingsprocedure uit te voeren zonder referenten in te schakelen.

Indiening van de aanvraag

Voor indiening van de aanvraag zijn standaardformulieren beschikbaar in ISAAC. In uw aanvraag moet u zich houden aan de vragen die in deze formulieren staan en aan de werkwijze die in de toelichting staat. Ook moet u zich houden aan de voorwaarden voor het maximale aantal woorden en pagina’s. Uw volledig ingevulde aanvraagformulier en de verplichte bijlagen moeten voor de sluitingsdatum via ISAAC zijn ontvangen (zie paragraaf 1.3). Na dit tijdstip kunt u geen aanvraag meer indienen. De aanvrager ontvangt na indiening van de aanvraag een ontvangstbevestiging.

In behandeling nemen van de aanvraag

Zo snel mogelijk nadat u uw aanvraag hebt ingediend, hoort u of Regieorgaan SIA uw aanvraag in behandeling neemt. We bepalen dit aan de hand van de criteria zoals aangegeven in paragraaf 3.4. Alleen als uw aanvraag hieraan voldoet, kan Regieorgaan SIA deze in behandeling nemen. U wordt gevraagd om gedurende twee weken na de sluitingsdatum beschikbaar te zijn om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. U krijgt één keer de gelegenheid om de correcties door te voeren, hiervoor krijgt u vijf werkdagen de tijd. Als blijkt dat de nieuw ingediende stukken wederom niet volledig en/of juist zijn, nemen wij uw aanvraag niet in behandeling.

Eerste vergadering van de beoordelingscommissie

Wanneer een aanvraag in behandeling is genomen, wordt de aanvraag voorgelegd aan een onafhankelijke beoordelingscommissie. De commissie bestaat uit experts uit de onderzoekswereld en uit de praktijk.

De beoordelingscommissie beoordeelt elke aanvraag afzonderlijk. De commissie beoordeelt op basis van de beoordelingscriteria zoals genoemd in paragraaf 4.3. De commissie komt voor elke aanvraag tot een voorlopige beoordeling.

Weerwoord

De voorlopig inhoudelijke beoordeling wordt schriftelijk onderbouwd en per e- mail aan de aanvrager medegedeeld. De aanvrager heeft, vanuit het principe van hoor en wederhoor, de gelegenheid hier schriftelijk op te reageren. U krijgt tien werkdagen de tijd om uw weerwoord op het commissieoordeel per e-mail in te dienen. Als Regieorgaan SIA uw weerwoord na de deadline ontvangt, wordt het niet meegenomen in de verdere procedure. Mocht u besluiten de aanvraag in te trekken, dan doet u dit zo snel mogelijk per e-mail aan het bureau en door de aanvraag in ISAAC in te trekken.

Tweede vergadering van de beoordelingscommissie

De voorlopige inhoudelijke beoordeling en het eventuele weerwoord fungeren als startpunt voor de tweede bespreking van de aanvragen door de beoordelingscommissie.

De commissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan het bestuur van Regieorgaan SIA. Het advies komt tot stand op basis van het oordeel van de aanvraag (getoetst aan de beoordelingscriteria zoals genoemd in paragraaf 4.3), de plaats in de rangorde en het maximaal beschikbare budget (subsidieplafond) voor deze call.

Besluitvorming

Tot slot toetst het bestuur van Regieorgaan SIA de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. Het bestuur besluit op basis van het advies van de beoordelingscommissie over het al dan niet toekennen van subsidie.

Tijdpad

Hieronder treft u het tijdpad aan voor deze call for proposals. Regieorgaan SIA kan het noodzakelijk achten om tijdens de lopende procedure nog aanpassingen in het tijdpad van deze call for proposals aan te brengen.

Uiteraard ontvangt u hierover op tijd bericht.

Data (tijd CEST)

Processtap

20 juni 2023, 14:00:00 uur

Sluitingsdatum indiening aanvragen

September 2023

Vergadering beoordelingscommissie

September en oktober 2023

Hoor en wederhoor

November en december 2023

Vergadering beoordelingscommissie

December 2023

Vaststelling beoordeling door beoordelingscommissie en besluitvorming door bestuur Regieorgaan SIA

Januari 2024

Bekendmaking besluit

4.3 Criteria

De aanvragen worden door de beoordelingscommissie beoordeeld aan de hand van drie beoordelingscriteria: vraagarticulatie, netwerkvorming en onderzoeksplan.

Vraagarticulatie

  • De vraag is aantoonbaar afkomstig van (professionals werkzaam in) de publieke sector. Door middel van de beoogde doorwerking voorziet het antwoord op de vraag in een daadwerkelijke behoefte van de professionele praktijk.

  • De aanvraag beschrijft duidelijk het proces waarlangs de vraagarticulatie plaatsgevonden heeft (workshops in het veld, surveys, verwijzingen naar presentaties, et cetera).

  • De vraag is maatschappelijk relevant en gekoppeld aan een concrete uitdaging uit de professionele praktijk. Het is een meerwaarde als het gaat om een urgente vraag die uitnodigt tot het ontwikkelen van innovatieve kennis.

Netwerkvorming

  • Betrokken organisaties uit de publieke sector hebben een actieve rol in het onderzoek.

  • Het consortium heeft aantoonbaar voldoende kennis en kwaliteit om het onderzoek uit te voeren.

  • Het netwerk van personen of organisaties staat niet geïsoleerd, er zijn relaties met relevante initiatieven in het vakgebied, in het binnenland en/of buitenland.

  • Het is een meerwaarde als het consortium een uitbreiding van een bestaand netwerk betreft.

Onderzoeksplan

Het onderzoeksplan wordt beoordeeld op de volgende aspecten:

  • een volledige maar beknopte weergave van de state-of-the-art-kennis in de professionele praktijk en wetenschap, binnen en buiten Nederland. Hiertoe behoort een literatuurreview met actuele studies over het onderwerp van de aanvraag. Dit vraagt ook om een overzicht van toonaangevende regionale, landelijke of internationale kennisagenda’s op dit onderwerp, de daaruit voortkomende initiatieven, de relevantie en de positie die de aanvraag hierin inneemt;

  • de onderzoeksvraag. Deze onderzoeksvraag is zorgvuldig geformuleerd, vormt een vertaling van de praktijkvraag en sluit aan bij de state-of-the-art- kennis;

  • de beschrijving en onderbouwing van de voorgestelde methoden en analysetechnieken waarmee de onderzoeksvraag beantwoord zal worden. De methoden passen optimaal bij de aard van de vraagstelling. De methoden en analysetechnieken verlopen volgens een bepaalde systematiek en zijn daardoor inzichtelijk, reproduceerbaar en overdraagbaar;

  • het activiteitenplan, dat meetbare (tussen)doelstellingen en te verwachten (tussen)resultaten bevat en waaruit zichtbaar wordt wie wat wanneer doet, waarom en wat het oplevert. De netwerkpartners komen in gezamenlijkheid tot kennisontwikkeling door zelf kennis in te brengen (kenniscirculatie). In het activiteitenplan staat helder beschreven welke rol praktijk-, onderzoeks- en onderwijspartners op zich nemen (bijvoorbeeld deelname focusgroepen, leerkringen, uitvoering van pilots);

  • de beschrijving van de wijze waarop de doorwerking van de onderzoeksresultaten naar het onderwijs en onderzoeksgemeenschap wordt gerealiseerd;

  • de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van het onderzoeksplan. Hieronder wordt verstaan:

    • de mate waarin de gevraagde financiële middelen in een redelijke verhouding staan tot de aard, omvang en verwachte impact van het projectvoorstel;

    • de mate van personele bezetting en kwaliteit als ook de mate van beschikbare middelen en tijdsinvestering;

    • de mate waarin sprake is van een duidelijk belegd en gekwalificeerd projectmanagement;

    • de mate waarin het beroepenveld bereid is zelf substantieel bij te dragen aan de uitvoering van het project (zoals financieel, beschikbaar stellen van apparatuur, werkruimte, in tijd door begeleiding, projectdeelname en dergelijke, beschikbaar stellen van patenten, door middel van licenties, et cetera).

De aanvragen krijgen per criterium een score in hele getallen, oplopend van 1 tot en met 6, waarbij 6 de hoogste score is.

De kwaliteit van het onderzoeksplan weegt 50% mee in de beoordeling. De criteria vraagarticulatie en netwerkvorming wegen elk 25% mee in de beoordeling.

Alle aanvragen ontvangen een gewogen gemiddelde totaalscore en worden op basis van deze score in rangorde gezet. Alleen aanvragen die op elk criterium een 4.00 of hoger scoren worden voorzien van een positief oordeel. Alleen aanvragen met een positief oordeel kunnen in aanmerking komen voor subsidie.

5. Subsidieverplichtingen

In dit hoofdstuk worden de verschillende subsidieverplichtingen toegelicht die – in aanvulling op de in paragrafen 3.5 en 3.6 genoemde voorwaarden – van toepassing zijn na toekenning.

5.1 Uitvoering van het project

Penvoerder

De aanvrager is verantwoordelijk voor de uitvoering van het project en treedt op als penvoerder.

De penvoerder benoemt de (beoogde) contactpersoon.

De penvoerder is ook verantwoordelijk voor het maken van afspraken met de consortiumpartners over de toegang tot en de rechten op onderzoeksresultaten en, indien van toepassing, over intellectueel eigendom. Daarnaast moeten afspraken worden gemaakt over datamanagement en open access publicaties, zoals hieronder weergegeven.

Monitoring

Is uw aanvraag toegekend? Dan houdt u Regieorgaan SIA op de hoogte van de voortgang van uw project. Na afloop van het project informeert u ons over de resultaten. In het subsidiebesluit leest u op welke manier u ons op de hoogte houdt van de voortgang en de resultaten.

Datamanagement

Na toekenning van een aanvraag dient de penvoerder de datamanagementparagraaf uit te werken tot een datamanagementplan. De penvoerder kan hierbij gebruik maken van een eventueel advies van de beoordelingscommissie met betrekking tot de datamanagementparagraaf.

De penvoerder beschrijft in het plan of gebruik gemaakt wordt van bestaande data of dat het om een nieuwe dataverzameling gaat en hoe de dataverzameling dan FAIR: vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar gemaakt wordt. Het datamanagementplan dient voor indiening te zijn afgestemd met een data steward of vergelijkbare functionaris van de organisatie waar het project wordt uitgevoerd.

Uiterlijk vier maanden na toekenning van de aanvraag moet dat plan via ISAAC zijn ingediend bij Regieorgaan SIA. Regieorgaan SIA beoordeelt het plan zo snel mogelijk. Goedkeuring van het datamanagementplan door Regieorgaan SIA is voorwaarde voor de subsidieverlening. Het plan kan tijdens het onderzoek worden bijgesteld.

Meer informatie over het datamanagementprotocol van NWO staat op: www.nwo.nl/datamanagement.

Intellectueel eigendom

Indien van toepassing maakt u ook afspraken over intellectueel eigendom.

Open Access

NWO heeft de Berlin Declaration (2003) ondertekend en is lid van cOAlitie S (2018) en zet zich in om de resultaten van wetenschappelijk onderzoek dat door NWO gefinancierd wordt vrij toegankelijk te maken via internet (Open Access). Daarmee geeft NWO invulling aan het beleid van de Nederlandse regering om al het publiek gefinancierde onderzoek Open Access beschikbaar te maken.

Wetenschappelijke publicaties van onderzoek dat is gefinancierd op basis van toekenningen voortvloeiend uit deze call for proposals dienen daarom Open Access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access.

Wetenschappelijke artikelen

Voor wetenschappelijke artikelen geldt dat zij direct op het moment van publicatie (zonder embargo) Open Access beschikbaar gesteld moeten worden via een van de volgende routes:

publicatie in een volledig open access tijdschrift of platform dat is geregistreerd in de DOAJ;

publicatie in een abonnementstijdschrift en het deponeren van tenminste de auteursversie van het artikel in een Open Access repository die is geregistreerd in OpenDOAR;

publicatie in een tijdschrift waarvoor een transformatieve Open Access overeenkomst beschikbaar is tussen de VSNU en een uitgever. Zie daarover: www.openaccess.nl.

Boeken

Voor boeken, boekhoofdstukken en bundels gelden afwijkende voorwaarden. Zie daarover de Beleidsregel Open Access op www.nwo.nl/openscience.

CC BY licentie

Met het oog op een optimale verspreiding van publicaties moet tenminste een Creative Commons (CC BY) licentie worden toegepast. Bij de aanwezigheid van zwaarwegende belangen kan de auteur verzoeken om te publiceren onder toepassing van een CC BY-ND licentie. Voor boeken, bundels en boekhoofdstukken staat de keuze van een CC BY licentie vrij.

Kosten

Eventuele kosten voor publiceren in volledig Open Access tijdschriften kunnen worden begroot in de begroting onder de post materiële kosten. Kosten voor publicaties in hybride tijdschriften komen niet in aanmerking voor vergoeding door NWO. Voor Open Access boeken kan een beroep gedaan worden op het aparte NWO Open Access boekenfonds.

Voor een nadere toelichting op het open access beleid van NWO zie: www.nwo.nl/openscience.

6. Contact en overige informatie

6.1 Contact

Op de webpagina RAAK-publiek op de website van Regieorgaan SIAvindt u de meeste recente informatie over deze call for proposals. U vindt hier ook contactgegevens van de programmamanager.

6.2 ISAAC-helpdesk

Bij technische problemen met ISAAC neemt u contact op met de ISAAC- helpdesk. Raadpleeg voordat u contact opneemt eerst de handleiding van ISAAC.

De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 10:00 uur tot 17:00 uur, met uitzondering van feestdagen.

Telefoonnummer: 070 – 344 06 00. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen: isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.

6.3 Overige informatie

Regieorgaan SIA verwerkt de persoonsgegevens die wij in het kader van deze call for proposals ontvangen conform onze privacyverklaring.

Regieorgaan SIA kan aanvragers mogelijk benaderen voor een evaluatie van de procedure en/of deze call for proposals.

Naar boven