Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit | Staatscourant 2023, 8520 | convenant |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit | Staatscourant 2023, 8520 | convenant |
DE VOLGENDE PARTIJEN:
1. De Nederlandse Oestervereniging (NOV) te Yerseke
2. De Zeeuwse Milieufederatie (ZMf) te Middelburg
3. Vereniging Natuurmonumenten te Amersfoort
4. De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) te Den Haag, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan en als vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden, te dezen vertegenwoordigd door de Directeur-Generaal Natuur en Visserij, drs. Ing. D.L.M. Slangen, hierna te noemen: LNV
5. Rijkswaterstaat Zee en Delta (RWS) te Middelburg
6. Gedeputeerde staten van Zeeland (GS Zeeland) te Middelburg
7. Nationaal Park Oosterschelde (NPO) te Middelburg
Hierna te noemen ‘deelnemers’,
DIE MET BETREKKING TOT OESTERKWEEK, DUURZAAMHEID EN NATUUR DE VOLGENDE SPECIFIEKE DOELEN KENNEN:
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV)
heeft als doel (i) het uitwerken van de visie op de Nationale Eiwitstrategie, waarin de potentie van maritieme eiwitten beter benut kan worden, (ii) het realiseren en behouden van een gezond en veerkrachtig marien ecosysteem, onder meer vanuit de doelen van de Vogel- en Habitatrichtlijn en (iii) het verduurzamen van gebruik dat past binnen de ecologische draagkracht van de Zeeuwse Delta.
De Nederlandse Oestervereniging (NOV)
heeft als doel de behartiging op sectoraal, provinciaal, landelijk en waar relevant Europees niveau, van de economische belangen van de leden en de door hen gevoerde ondernemingen met het oog op het behoud van continuïteit van de bedrijfsvoering en met inachtneming van basisprincipes gericht op een duurzame ontwikkeling van de oestersector (zowel visserij als kwekerij), natuur- en milieu en de sociaal-maatschappelijke omgeving waarbinnen de bedrijfstak haar activiteiten ontplooit, een en ander in de meest ruime zin des woords.
Rijkswaterstaat Zee en Delta (RWS)
is waterbeheerder van de grote deltawateren, waaronder de Oosterschelde, het Grevelingenmeer en het Veerse Meer. Voor activiteiten binnen deze wateren is in geval van het plaatsen van objecten doorgaans een vergunning vereist op grond van de Waterwet: de zogenaamde watervergunning. Binnen de genoemde wateren is Rijkswaterstaat tevens verantwoordelijk voor een vlotte en veilige afwikkeling van het scheepvaartverkeer. Naast deze beheerdersrollen is Rijkswaterstaat ook voortouwnemer van de Natura2000-beheerplannen; anno 2023 is dat het beheerplan Deltawateren. Voor de Deltawateren wordt in de jaren vanaf 2022 gewerkt aan nieuwe beheerplannen.
Rijkswaterstaat Zee en Delta neemt binnen deze intentieovereenkomst deel vanuit de verantwoordelijkheden die zij vanuit haar wettelijke (beheer)taken heeft voor de grote deltawateren. Deze intentieovereenkomst heeft geen betrekking op de Noordzee en de (beheer)taken die RWS ZD uitvoert op de Noordzee.
De Provincie Zeeland
heeft als doel (i) een economische en duurzame, natuurinclusieve ontwikkeling van de schelpdiersector, (ii) het behoud en de ontwikkeling van natuur als integraal onderdeel daarvan en (iii) de ontwikkeling van bijbehorende directe en indirecte werkgelegenheid.
De Zeeuwse Milieufederatie (ZMf)
werkt voor natuur, milieu en duurzaamheid in Zeeland. ZMf maakt zich sterk voor een mooie en duurzame provincie. Dit betekent opkomen voor belangrijke en kwetsbare natuur. We bouwen aan een evenwichtige toekomst door duurzame initiatieven aan te jagen en toe te werken naar een circulaire samenleving. Onze kracht zit hem in het verbinden van mensen en ideeën.
Vereniging Natuurmonumenten
zorgt voor meer dan 110.000 hectare natuur in Nederland. We verrijken Nederland met bestaande en nieuwe natuurgebieden. Wij werken niet alleen aan natuur in de gebieden die wij beheren, maar ook daarbuiten. We werken graag constructief samen met partijen.
Natuurmonumenten vraagt alle Nederlanders om samen nieuwe natuur te maken, te verzorgen en te beschermen.
Nationaal Park Oosterschelde (NPO)
wil een langdurige, duurzame en veilige instandhouding van de Oosterschelde en het omringende landschap waarborgen en werkt daarom actief samen met alle stakeholders in het gebied. De bijzondere Oosterscheldenatuur is de basis van alle gebruiksfuncties van en activiteiten in en om Nationaal Park Oosterschelde. Om draagvlak te creëren voor het behoud en de bescherming van de bijzondere natuurwaarden in en rondom de Oosterschelde staat het optimaal zichtbaar en beleefbaar maken van de natuur voor bezoekers en bewoners centraal.
OVERWEGENDE DAT:
A. een goed functionerend en veerkrachtig ecosysteem aan DE BASIS staat van een gezonde leefomgeving en van duurzame voedselproductie. Door grote systeemveranderingen in de Zeeuwse Delta (ingrepen zoals de Deltawerken) in de afgelopen 100 jaar is er een tamelijk fragiel estuarien ecosysteem ontstaan. De Zeeuwse Delta staat onder druk en daarmee ook het kunnen blijven leveren van haar ecosysteemdiensten. De mogelijkheid tot het kweken van oesters is een zeer essentiële en duurzame regionale dienst die de Zeeuwse Delta levert;
B. er in een gezonde leefomgeving een optimale BALANS bestaat tussen economie en natuur;
C. de Zeeuwse Delta een belangrijke schakel vormt in het internationale natuurnetwerk NATURA 2000;
D. de NATUURDOELSTELLINGEN in de Zeeuwse Delta, zoals geformuleerd in de aanwijzingsbesluiten voor Natura 2000-gebieden en waarvoor acties zijn uitgewerkt in het Natura 2000 Beheerplan Deltawateren 2016–2022, grotendeels niet zijn gerealiseerd;
E. OESTERKWEEK sinds ruim 150 jaar plaatsvindt in de Zeeuwse Delta en circa 30 bedrijven hier actief in zijn en in directe en indirecte zin werk biedt aan circa 200 personen;
F. Oesters één van de bekendste EXPORTPRODUCTEN van de provincie Zeeland vormen en een positieve bijdrage leveren aan het IMAGO van de provincie Zeeland;
G. de oester een GEZOND product is1.Ook levert de oesterkweek een bijdrage aan de Nationale Eiwitstrategie die een verschuiving van terrestrische naar mariene eiwitproductie beoogt.2 En de oesterkweek gecertificeerd is in het kader van het Marine Stewardship Council (MSC) keurmerk;
H. oesterkweek een positieve impact kan hebben op KLIMAAT EN MILIEU. Schelpdieren, zoals de oester, hebben in vergelijking met andere voedselproducten een gunstige impact op het milieu, klimaat en de omgeving. Door de oestercultuur te stimuleren kan Zeeland uitgroeien tot een (internationaal) aantrekkelijke regio voor gezonde en klimaatvriendelijke voedselproducten.3 De inzet van oesters in de vorm van oesterbanken kan een bijdrage leveren aan de waterveiligheid en klimaatbestendigheid.4
I. het volume bodemkweek de afgelopen jaren drastisch is teruggelopen door ZIEKTES EN PLAGEN. Het betreft hier de aanwezigheid van de invasieve oesterboorder en het oesterherpesvirus waardoor er met name bij de jonge oesters een sterk verhoogde sterfte optreedt. Dit noodzaakt deels tot aanpassing van de kweekmethode (van bodem naar off-bottom) en tot aanpassing van het areaal met als uitgangspunt `niet meer, maar beter’;
J. de ZUURSTOFLOOSHEID in diepe delen van het Grevelingenmeer de laatste jaren toegenomen is, hetgeen negatieve gevolgen heeft voor het bodemleven. Ook de oesterkweek ondervindt hier negatieve gevolgen van;
K. de ecologische DRAAGKRACHT van de watersystemen in de Zuidwestelijke Delta, zoals ook verwoord zal worden in het nieuwe schelpdieren-beleid van de Minister van LNV, bepalend is voor de ruimte van nieuwe schelpdieren-initiatieven waaronder de oesterkweek;
L. SAMENWERKING tussen deelnemers kan leiden tot meerwaarde en synergie. Oesterkweek, duurzaamheid en natuurontwikkeling kunnen prima samengaan en elkaar door goede afstemming en concrete samenwerking tussen betrokken partners versterken;
SPREKEN HIERBIJ DE INTENTIE UIT:
A. in de periode 2023 tot en met 2027 gezamenlijk te werken aan de bevordering van zowel een duurzame oestercultuur als een veerkrachtige natuur in de Zeeuwse Delta, waardoor, binnen de mogelijkheden en verantwoordelijkheden waarover de partners beschikken, wordt bijgedragen aan de volgende doelen:
– het gezamenlijk optimaliseren (‘niet meer, maar beter’) van locatiekeuzes vanuit een gebiedsbrede benadering met als doel nieuwe locaties die gunstig zijn voor zowel oesterkweek als natuurontwikkeling;
– het bereiken van de natuurdoelstellingen in de Zeeuwse Delta en steunen van plannen die dit trachten te bewerkstelligen, zoals benoemd in het Uitvoeringsprogramma Oesterkweek, Duurzaamheid en Natuur;
– het positioneren van Zeeland als een (internationaal) aantrekkelijke regio voor gezonde en klimaatvriendelijke voedselproducten;
– het ontwikkelen van een omgeving waarin economische activiteiten bijdragen aan de aanpak van maatschappelijke uitdagingen, zoals klimaatverandering en herstel van biodiversiteit;
B. de aanpassingen en wijzigingen van het Beheerplan Deltawateren, die onder verantwoordelijkheid van Rijkswaterstaat zullen worden uitgevoerd, te zijner tijd in te brengen in de nader in te stellen Stuurgroep Oesterkweek, Duurzaamheid en Natuuropdat de Stuurgroep kan bepalen of en hoe deze evaluatie tot wijzigingen in het “Uitvoeringsprogramma Oesterkweek, Duurzaamheid en Natuur”zou moeten leiden.
SPREKEN HET VOLGENDE AF:
Het doel van deze intentieovereenkomst is om afspraken vast te leggen over de bevordering van zowel een duurzame oestercultuur als een veerkrachtige natuur in de Zeeuwse Delta.
1. Deelnemers spannen zich in om de beoogde acties en resultaten, zoals genoemd in het “Uitvoeringsprogramma Oesterkweek, Duurzaamheid en Natuur” te realiseren;
2. Deelnemers zullen hiertoe deelnemen aan de bijeenkomsten van de verschillende werkpakketten, zoals genoemd in het “Uitvoeringsprogramma Oesterkweek, Duurzaamheid en Natuur”;
3. Deelnemers informeren elkaar waar mogelijk proactief over alle relevante lopende en komende zaken in het kader van het “Uitvoeringsprogramma Oesterkweek, Duurzaamheid en Natuur”;
4. Specifiek hebben partijen de volgende inbreng bij de uitvoering van het “Uitvoeringsprogramma Oesterkweek, Duurzaamheid en Natuur”:
• De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV)
zal zich inspannen het uitvoeringsprogramma te effectueren door inzet van hun kennis, instrumenten, netwerk, innovatie in beleid en door ondersteuning bij het aanvragen van financiering. Het toetsen van aanvragen voor vergunningen vindt plaats conform wettelijke kaders en valt buiten de orde van deze intentieovereenkomst.
• De Nederlandse Oestervereniging (NOV)
zal zich inspannen het uitvoeringsprogramma te effectueren door inzet van haar kennis en netwerk, het formuleren van projecten en daarvoor in voorkomende gevallen mede financiering aanvragen. Tevens vraagt NOV de benodigde vergunningen aan bij de bevoegde instanties.
• Rijkswaterstaat Zee en Delta (RWS)
zal zich inspannen het uitvoeringsprogramma te effectueren door inzet van hun kennis, instrumenten en netwerk. Dit voorzover deelname door RWS aan de in “Uitvoeringsprogramma Oesterkweek, Duurzaamheid en Natuur” genoemde werkpakketten zijn in te passen in de reguliere werkzaamheden van RWS.
Het toetsen van aanvragen voor vergunningen, alsook het toezicht en de handhaving daarop, vindt plaats conform wettelijke kaders en valt buiten de orde van deze intentieovereenkomst.
• Vereniging Natuurmonumenten
zal zich, primair belanghebbend bij een goede staat van de natuur in de Delta, inspannen om win-win situaties voor natuurbescherming en -herstel én ontwikkelingen in de oesterkweek te creëren. We werken in onze eigen natuurgebieden én door beleidsbeïnvloeding aan het ontwikkelen van een voldoende robuust ecosysteem, waardoor de oestersector (naast andere gebruikers) blijvend gebruik kan maken van de diensten die onze rijke Delta biedt.
• Nationaal Park Oosterschelde
zal zich inspannen het uitvoeringsprogramma te effectueren door inzet van haar kennis en netwerk.
• De Provincie Zeeland
zal zich inspannen het uitvoeringsprogramma te effectueren door inzet van hun kennis, instrumenten, netwerk, innovatie in beleid en door ondersteuning bij het aanvragen van financiering. Het toetsen van aanvragen voor vergunningen vindt plaats conform wettelijke kaders en valt buiten de orde van deze intentieovereenkomst.
• De Zeeuwse Milieufederatie
zal zich inspannen door toe te zien op de borging van bescherming van natuurwaarden, alsook de combinatie natuur en aquacultuur binnen relevante (gebieds)ontwikkelingen te stimuleren.
1. Er is een Stuurgroep Oesterkweek, Duurzaamheid en Natuur (hierna: de Stuurgroep). Deze Stuurgroep bestaat uit vertegenwoordigers op bestuurlijk of managementniveau van de zeven partijen van deze overeenkomst;
2. Het voorzitterschap en het secretariaat van de Stuurgroep worden vervuld door de NOV;
3. De Stuurgroep bepaalt zijn eigen werkwijze en stelt zo nodig een huishoudelijk reglement op;
4. Elke partij zal uiterlijk 6 weken na ondertekening van deze overeenkomst zijn vertegenwoordiger kenbaar maken aan de secretaris van de Stuurgroep.
1. De in het Uitvoeringsprogramma genoemde actiepunten zullen worden opgepakt en uitgevoerd door partijen, zoals vermeld bij het betreffende actiepunt;
2. Ieder actiepunt kent een ‘trekker’ die in coördinerende zin verantwoordelijk is voor de voortgang van de uitvoering van het betreffende actiepunt. Deze ‘trekkers’ brengen twee maal per jaar verslag uit aan de Stuurgroep Oesterkweek, Duurzaamheid en Natuur.
1. De deelnemers komen overeen dat uit deze Intentieovereenkomst geen in rechte afdwingbare rechten of verplichtingen voor de deelnemers voortvloeien.
2. Uitvoering van deze Intentieovereenkomst geeft geen garanties op het zeker kunnen verkrijgen van vergunningen (in het kader van bijvoorbeeld Visserijwet, Waterwet en Natura 2000). Vergunningsprocessen moeten autonoom worden doorlopen, met onder meer toetsing op wet- en regelgeving en een belangenafweging.
1. De deelnemers besluiten gezamenlijk over toetreding van mogelijke nieuwe deelnemers;
2. Een toetredende partij maakt haar verzoek tot toetreding schriftelijk bekend aan de secretaris van de stuurgroep;
3. Zodra alle zeven deelnemers schriftelijk hebben ingestemd met het verzoek tot toetreding, ontvangt de toetredende partij de status van partij van de Intentieovereenkomst en gelden voor die partij de voor haar uit de Intentieovereenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen.
1. Een deelnemer kan deze Intentieovereenkomst met een opzegtermijn van minimaal zes maanden schriftelijk opzeggen;
2. De Intentieovereenkomst blijft voor de overige deelnemers in stand in het geval van opzegging voor zover de inhoud en de strekking ervan zich daartegen niet verzetten;
3. De schriftelijke opzegging is met gegronde redenen omkleed.
1. Elke partij kan de andere partij(en) schriftelijk verzoeken de Intentieovereenkomst te wijzigen;
2. De wijziging behoeft de schriftelijke instemming van alle partijen. Partijen treden in overleg binnen twee maanden nadat een partij de wens daartoe aan de andere partij(en) schriftelijk heeft meegedeeld.
1. Deze Intentieovereenkomst is gesloten voor de duur van vijf jaar (2023-2027).
2. Het treedt in werking met ingang van de dag na ondertekening. Partijen treden uiterlijk 1 juli 2026 in overleg over voortzetting van deze Intentieovereenkomst.
1. In 2025 wordt een evaluatie uitgevoerd over de onderlinge samenwerking en de voortgang van de Intentieovereenkomst.
2. Uiterlijk aan het eind van 2025 wordt van de evaluatie een schriftelijk verslag uitgebracht aan de deelnemende partijen;
3. De resultaten van de Intentieovereenkomst worden door de stuurgroep jaarlijks en aan het eind van de looptijd van deze Intentieovereenkomst geïnventariseerd, vastgelegd en aan partijen aangeboden.
1. De volgende bij deze Intentieovereenkomst behorende bijlagen maken integraal onderdeel uit van deze overeenkomst:
1. Beschrijving huidige activiteiten oesterkweek
2. Overzicht huidige locaties oesterkweek Oosterschelde
3. Probleemanalyse Oesterkweek
4. Vigerend beleid
2. Ingeval van strijdigheid tussen het bepaalde in een bijlage en de Intentieovereenkomst prevaleert de Intentieovereenkomst.
Om te komen tot een natuurinclusieve oesterkweek in de Zeeuwse Delta is het noodzakelijk dat vanuit verschillende sporen wordt toegewerkt naar de realisatie van de hiervoor onder ‘Intentie A’ genoemde doelen. Deze sporen betreffen verschillende tijdspaden en handelingsperspectieven waarbinnen uitvoering gegeven kan worden aan de actiepunten.
Het Uitvoeringsprogramma is onderverdeeld in drie werkpakketten. De onder deze werkpakketten genoemde actiepunten zijn gerangschikt naar één van de drie zwaartepunten van de “Intentieovereenkomst Oesterkweek, Duurzaamheid en Natuur”. De samenhang tussen de werkpakketten is gelegen in het gegeven dat elk actiepunt in meer of mindere mate kan bijdragen aan of van invloed is op de hierboven onder `Intentie A’ genoemde doelen.
In 2023 wordt gestart met een onderzoek naar gebieden in de Oosterschelde, buiten de Kom, die geschikt zijn voor bodem-oesterkweek en/of off-bottom oesterkweek. Het doel is met elkaar vast te stellen of, waar en onder welke condities het mogelijk is te komen tot locaties die gunstig zijn voor de bodem- en/of off-bottom oesterkweek. Dit proces van eventueel aanleggen van proeflocaties buiten de Kom en het, na gebleken geschiktheid, ingeven van percelen in de Kom zal een gunstig effect hebben op ontwikkeling van de natuur in de Kom.
De Kom is een aanmerkelijk ondieper gedeelte van de Oosterschelde dan gebieden daarbuiten, mede daardoor is de Kom een belangrijke plaats voor foeragerende vogels. Een lagere bezetting van percelen in de Kom heeft een gunstige uitwerking op de natuur. Wellicht kan door oesterkweek buiten de Kom van de Oosterschelde ook het risico op TTX-besmetting worden tegengegaan vanwege de spreiding van activiteiten.
Verder wordt door de eventuele aanleg van proefpercelen op droogvallende platen en het creëren van oesterriffen aan de randen van deze platen de biodiversiteit van die locaties verhoogd; deze riffen zijn tevens een middel tegen de zandhonger in de Oosterschelde.
Het verkennen van nieuwe locaties voor de off-bottom oesterkweek binnen de Kom wordt ook opgepakt.
Tot deze onderzoeken behoort zowel een economische als een ecologische analyse van de huidige en gewenste locaties. Ten behoeve van deze onderzoeken zal een werkgroep worden ingesteld. De werkgroep benoemt een onafhankelijk voorzitter. Door de onafhankelijk voorzitter zal aan de werkgroep een plan van aanpak worden voorgelegd.
Bij dit onderzoek kan ook het kennisproject `EFMZV Rendementsverbetering Oesterproductie’ worden betrokken.
Trekker: NOV
Betrokken deelnemers: NOV, ZMf, Natuurmonumenten, LNV, RWS, Provincie Zeeland
Actie: Onderzoek locaties bodemkweek en off-bottom kweek starten
Sinds mensenheugenis worden oesters en andere schelpdieren geraapt in de Zeeuwse Delta. Dit gebeurt door particulieren (zogenaamde ‘recreatieve rapers’) die maximaal 10 kilogram schelpdieren per persoon per dag voor eigen gebruik mogen rapen. Daarnaast loopt sinds 2017 een pilot om te bezien of het beroepsmatig rapen van oesters in de Zeeuwse wateren mogelijk en wenselijk is. In de komende periode kan door middel van een betere regulering, zoals zonering, alsmede handhaving de verstoring van vooral vogels verminderen.
Trekker: Provincie Zeeland.
Betrokken deelnemers: Provincie Zeeland, RWS, Ministerie LNV, ZMF, Natuurmonumenten, NOV, NPO
Actie: Provincie Zeeland formuleert nieuw beleid voor het rapen van schelpdieren. Voor wat betreft het recreatief rapen van schelpdieren zal een relatie gelegd worden met de actualisatie van het Beheerplan Deltawateren.
De zuurstofloosheid in diepe delen van het Grevelingenmeer heeft ervoor gezorgd dat de omstandigheden voor oesterkweek in het Grevelingenmeer de laatste jaren zijn verslechterd. De kwekers in dit gebied worden geconfronteerd met een uiterst somber economisch perspectief.
Voor het Grevelingenmeer wordt middels het Project Getij Grevelingen toegewerkt naar een verbetering van de waterkwaliteit. De insteek is om middels de realisatie van een doorlaatmiddel beperkt getij terug te brengen op het Grevelingenmeer. Een exacte planning van de realisatie van een dergelijk doorlaatmiddel is bij het aangaan van deze overeenkomst nog niet bekend. Daarom zal vanaf 2023 worden onderzocht welke mogelijkheden er zijn om op enigerlei wijze aan de zorgen van de kwekers in het Grevelingenmeer tegemoet te komen.
Trekker: Provincie Zeeland.
Betrokken deelnemers: NOV, RWS, LNV, provincie Zeeland. Ook zullen Staatsbosbeheer en de Werkgroep nieuwe kansen Grevelingen worden uitgenodigd om deel te nemen aan dit onderzoek.
Actie: Uitvoeren onderzoek naar perspectieven oesterkwekers Grevelingen
De oesterkweek in de Oosterschelde, het Grevelingenmeer en het Veerse Meer is gebaseerd op reeds jaren bestaande technieken. De sector staat voor grote uitdagingen, bijvoorbeeld op het gebied van klimaatambities (zeespiegelstijging, CO2-uitstoot, stikstof) en de politieke en maatschappelijke opvattingen ten aanzien van visserij en dieren-/vissenwelzijn. Ook op het gebied van digitalisering en
automatisering zijn er ontwikkelingen. Bestaande (kweek)technieken verbeteren en er kunnen daardoor nieuwe mogelijkheden ontstaan. In veel gevallen innoveren de individuele bedrijven zelfstandig. Toch zijn er voldoende redenen om ook als sector op dit gebied actief te zijn. Te denken valt aan:
− het stimuleren van de innovatiebereidheid;
− het bevorderen van samenwerking;
− het organiseren van innovatiemiddelen;
− het creëren van ruimte om innovaties en experimenten toe te staan.
Daarbij is de inzet van onderzoek en wetenschap nodig.
In 2023 zal een Werkgroep `Innovatie en nieuwe technieken’ worden opgezet.
De werkgroep zal met name aan de slag gaan met de volgende vragen: welke eisen worden er gesteld aan de oesterkweker in de toekomst? Wat heeft de oesterkweker nodig om aan die eisen te voldoen? Zijn er samenwerkingsmogelijkheden in de keten? Op welke manier kunnen nieuwe technieken (fotosynthese bijvoorbeeld) worden ingezet? Hoe kunnen Big Data en Artificial Intelligence worden ingezet? Welke innovatieve kweektechnieken kunnen worden onderzocht voor toepassing in de Oosterschelde, bijvoorbeeld in een combinatie van kweek, natuur en waterveiligheid (Living Breakwaters).
Trekker: NOV
Betrokken deelnemers: Nader te bezien op basis plan van aanpak
Actie: Instellen werkgroep, opstellen plan van aanpak.
Oestervisserij en -kweek vindt uitsluitend plaats in of nabij Natura-2000 gebieden. Dit biedt zowel voor- als nadelen voor deze gebieden. Enerzijds leggen de oesterschelpen stikstof vast, anderzijds leidt de aandrijving van de schepen tot uitstoot van stikstof en koolstofdioxide. Om deze uitstoot te reduceren, en daarmee de netto natuurwinst te vergroten, dient gezocht te worden naar mogelijkheden om de aandrijving van de schepen te verduurzamen. Hierbij doen zich verschillende mogelijkheden voor, variërend van het aanpassen van de huidige motoren naar strengere normen voor gereduceerde emissie, tot het ombouwen naar dieselelektrische aandrijving voor gereduceerde emissie, uitrusten met ULEv technologie of de ombouw naar elektrisch met accu’s of waterstof (i.c.m. brandstofcel) als energieopslag voor een volledig emissievrije aandrijving. De verschillende mogelijkheden zullen de komende jaren worden onderzocht.
Deze ontwikkelingen staan echter nog in de kinderschoenen. Gelet op de hoge kosten die (onderzoek naar) aanpassing van de aandrijfsystemen met zich meebrengen, zal waar mogelijk aangesloten worden bij lopende trajecten om de mogelijkheden te verkennen en zullen parallel daaraan subsidiemogelijkheden worden onderzocht.
Reductie van de uitstoot van stikstof en koolstofdioxide, en daarmee vereenvoudiging van vergunningverlening, is het uiteindelijke doel.
Trekker: Provincie Zeeland
Betrokken deelnemers: NOV, Provincie Zeeland
Actie: Onderzoeken van de mogelijkheden voor de verduurzaming van de aandrijving van schepen. Verschillende opties zullen worden onderzocht, de kosten zullen in beeld worden gebracht en mogelijke financieringsbronnen zullen worden benoemd.
In de strijd tegen de natuurlijke vijanden (zoals de oesterboorder en oester herpesvirus) is de off-bottom kweek ontstaan en is het belang van off-bottom kweek gegroeid. Vandaar (zie punt 1 van dit Uitvoeringsprogramma) dat in 2023 wordt gestart met een onderzoek naar de optimalisatie van oesterkweek percelen.
Tegelijkertijd dient meer kennis te worden verworven over de mogelijkheden om de natuurlijke vijanden van oesters te bestrijden. In 2023 wordt daarom geïnventariseerd welke resultaten de wetenschappelijke studies naar de strijd tegen de natuurlijke vijanden tot dusver hebben opgeleverd. Aan de hand hiervan wordt bepaald of nieuwe studies en/of experimenten zinvol zijn en welke vervolgacties er nodig zijn.
Trekker: NOV, zo mogelijk in samenwerking met HZ University of Applied Sciences
Betrokken deelnemers: Een werkgroep met vertegenwoordigers van NOV, HZ University (zo mogelijk), LNV, Provincie Zeeland.
Actie: Werkgroep instellen, inventarisatie opbrengsten bestaande studies, bepalen of nieuwe studies en/of experimenten zinvol zijn.
In 2023 zullen onder leiding van de NOV de activiteiten met betrekking tot het opruimen van kwijtgeraakte off-bottom kweekmaterialen worden geïntensiveerd. Bezien zal worden of een relatie gelegd kan worden met het Samenwerkingsconvenant Schone Schelde.
Trekker: NOV
Betrokken deelnemers: NPO, ZMF, Natuurmonumenten, RWS, provincie Zeeland en LNV
Actie: Actualiseren Plan van Aanpak
In 2023 zal een werkgroep van de NOV onderzoeken hoe het gebruik van biologisch afbreekbare materialen binnen de oestersector kan worden bevorderd. In het ontwikkelen van deze voorstellen zal de werkgroep gebruik maken van de kennis en kunde van ZMf, Natuurmonumenten, NPO, Provincie Zeeland, LNV en RWS. Innovatieprojecten, vormgegeven in een bepaalde experimenteerruimte, maken bij voorkeur deel uit van het plan om duurzame materialen te bevorderen. De ideeën zullen worden vastgelegd in een meerjarig plan van aanpak.
Trekker: NOV
Betrokken deelnemers: NPO, ZMF, Natuurmonumenten, RWS, Provincie Zeeland en LNV
Actie: Opstellen plan van aanpak.
Schelpdieren, zoals de oester, hebben in vergelijking met andere voedselproducten, een gunstige impact op het klimaat en de omgeving. Oesterkweek is ook in het belang van de Nationale Eiwitstrategie, welke een verschuiving van terrestrische naar mariene eiwitproductie beoogt. De oester kan dus bijdragen aan een gezonde en duurzame samenleving. Om deze maatschappelijke bijdrage te vergroten dient echter te worden bevorderd dat (A) er meer systematische kennis wordt ontwikkeld (waarom is de oester een maatschappelijk relevant product), (B) deze kennis onder de aandacht wordt gebracht van beleidsmakers en public opinion leaders en (C) deze kennis ook wordt vertaald in promotiecampagnes.
Door dit alles kan Zeeland uitgroeien tot een (internationaal) aantrekkelijke regio voor gezonde en klimaatvriendelijke voedselproducten.
In 2023 zal NOV deze acties oppakken. Daarbij kan NOV gebruik maken van de kennis en kunde en, indien van toepassing, het instrumentarium van ZMf, Natuurmonumenten, NPO, Provincie Zeeland, LNV, RWS en kennisinstellingen.
Het Europese project Meer doen voor Mosselen en Oesters kan worden betrokken in deze acties.
Trekker: NOV
Betrokken deelnemers: Nader te bezien
Actie: Bevorderen dat kennis over de oester als een gezond en duurzaam product wordt ontwikkeld en verspreid
Aan de randen van de Oosterschelde komt alles samen. De toekomst van de Oosterschelde wordt bepaald door hoe we met klimaatuitdagingen omgaan, voor de dijken, op de dijken en achter de dijken. Het is van belang die uitdagingen in samenhang aan te pakken. Dat kan door de randen van de Oosterschelde te zien als een brede zone, een (klimaat) adaptief landschap en een duurzame leefomgeving.
Vanaf 2023 zal worden onderzocht in welke mate en op welke wijze de oestersector kan worden betrokken bij het project Klimaat Adaptieve Waterkerende Landschappen. Daardoor kan ook worden vastgesteld welke kansen er voor de oestersector liggen om bij te dragen aan de economische, ecologische en maatschappelijke opbrengsten van dit project.
Doel van dit project is om gebiedsgericht en samen met lokale stakeholders, gebruikers en experts nieuwe kennis, concepten en bouwstenen voor brede waterkerend landschappen te ontwerpen met meerwaarde voor natuur, recreatie en voedselproductie en op lange termijn meer veiligheid.
In het onderzoek zal ook kunnen worden onderzocht welke mogelijkheden er binnen het concept van een waterkerend landschap zijn om een natuurinclusieve en duurzame oesterkweek op te zetten in de aan de Oosterschelde grenzende polders.
In het project Klimaat Adaptieve Waterkerende Landschappen participeren onder meer: RWS, ZMf, Natuurmonumenten, provincie Zeeland.
Trekker: Kennis Community Oosterschelde (KCO) in afstemming met RWS en ZMf.
Betrokken deelnemers: Deelnemers Kennis Community Oosterschelde (KCO).
Actie: Het uitnodigen van de oestersector om deel te nemen in op te zetten gebiedscoalities.
De Ministers van Infrastructuur en Waterstaat en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit werken samen met regionale overheden en maatschappelijke organisaties aan de versterking van de grote wateren waarin een klimaatbestendige en robuuste waternatuur samengaat met een krachtige economie. Aan deze ambitie wordt invulling gegeven met de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). De suppletie van de Galgenplaat en omgeving maakt onderdeel uit van de PAGW. De aanleg is gepland in de periode 2025–2028. In de tweede helft van 2022 is RWS, in samenwerking met de provincie en Natuurmonumenten, gestart met de planuitwerking. De planuitwerking resulteert in 2024 in een ontwerp van de suppleties.
Een van de ontwerpopgaves is om na te gaan in hoeverre erosieremmende schelpdierbanken kunnen bijdragen aan het habitat behoud voor steltlopers en levensduurverlenging van de suppleties. Het planuitwerkingsteam van RWS pakt de opgave op in overleg met onder andere de oesterkwekers.
Trekker: RWS
Betrokken deelnemers: Alle partijen die deze overeenkomst ondertekenen.
Actie: Uitwerken plan Galgeplaat en omgeving.
Vogelbescherming, met steun vanuit de Coalitie Delta Natuurlijk (CDN), stelt op het moment van aangaan van deze Intentieovereenkomst een actieplan op om een versnelling van natuurherstel te bevorderen. Dit Actieplan Deltanatuur is vooral gericht op de vogelsoorten in de zuidwestelijke delta. Actieplan Deltanatuur streeft de realisatie van concrete en snel uitvoerbare maatregelen na om knelpunten op te lossen. Op termijn moeten deze maatregelen leiden tot het ombuigen van de negatieve trend bij veel vogelsoorten in de Delta. Hoewel dit een zelfstandig traject is, zullen de resultaten van het actieplan worden aangeboden aan de Stuurgroep Oesterkweek, Duurzaamheid en Natuur. De Stuurgroep zal bezien in hoeverre deze resultaten leiden tot aanscherping of bijstelling van het Uitvoeringsprogramma.
Trekker: ZMf & Natuurmonumenten (als partner in CDN).
Betrokken deelnemers: Nader te bezien.
Actie: Na afronding Actieplan Deltanatuur de resultaten ervan bespreken in de Stuurgroep Oesterkweek, Duurzaamheid, Natuur.
Onderstaande partijen, rechtsgeldig vertegenwoordigd door hun vertegenwoordigers, spreken hierbij uit hun medewerking zoals bovenstaand te verlenen aan de realisering van het Uitvoeringsprogramma dat integraal deel uitmaakt van deze Intentieovereenkomst:
MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT, te dezen vertegenwoordigd door de Directeur-Generaal Natuur en Visserij, D.L.M. Slangen
Den Haag, 7 maart 2023
D.L.M. Slangen Functie: Directeur-Generaal Natuur en VisserijRijkswaterstaat Zee en Delta
Middelburg, 6 maart 2023
W. Dekker Functie: Hoofdingenieur-Directeur Zee en Delta Vereniging Natuurmonumenten
Middelburg, 6 maart 2023
R. Trompetter Functie: Provinciaal Ambassadeur Zeeland gedeputeerde staten van Zeeland
Middelburg, 6 maart 2023
J. de Bat gedeputeerde gedeputeerde staten van Zeeland
Middelburg, 6 maart 2023
A. Pijpelink Functie: gedeputeerde Vereniging Zeeuwse Milieufederatie
Middelburg, 6 maart 2023
I.P.J. von Harras Functie: Directeur Nationaal Park Oosterschelde
Middelburg, 6 maart 2023
K.J. Provoost Functie: Voorzitter Nederlandse Oestervereniging
Middelburg, 6 maart 2023
C. van Beveren Functie: Voorzitter
De Oosterschelde, het Grevelingenmeer en het Veerse Meer vormen de enige locaties in Nederland waar oesters worden gekweekt. Hierbij gaat het vrijwel alleen om de Japanse oester (Crassostrea gigas). De platte Zeeuwse oester (Ostrea edulis) is als gevolg van de ziekte Bonamia grotendeels verdwenen in de Zeeuwse Delta, al is deze wel aan het terugkomen.
In de Oosterschelde vinden de volgende activiteiten plaats met betrekking tot oestervisserij en -kweek.
De visserij op de vrije gronden vindt plaats op basis van vergunningen in het kader van de Visserijwet 1963 en de Wet natuurbescherming op de niet verhuurde gronden in de Oosterschelde, met uitzondering van de permanent voor visserij gesloten gebieden zoals de Noordelijke Tak. De oestervisserij is op grond van vergunningsvoorwaarden (Wnb) uitsluitend toegestaan in het sublitoraal. In de Kom van de Oosterschelde is wel visserij op de droogvallende platen toegestaan.
Gevist wordt op consumptie-oesters en oesterbroed. Voor het vissen van oesters op de vrije gronden zijn in totaal 36 visvergunningen uitgegeven. De oestervisserij kan jaarrond plaatsvinden. De visserij op broed vindt voornamelijk plaats in de periode maart t/m mei. Op consumptie oesters wordt vooral in de periode november– december gevist.
De afgelopen jaren werd naar schatting jaarlijks ca. 100 ton oesters (netto) van de vrije gronden opgevist.
In totaal is er 2.077 ha perceelgrond voor oesterkweek in de Oosterschelde aangelegd, waarvan 1.500 ha is verhuurd.
De bodemcultuur is de afgelopen jaren drastisch teruggelopen door twee recentelijk opgetreden bedreigingen: de sterfte veroorzaakt door oesterboorders en een oester herpesvirus waardoor er met name bij de jonge oesters een sterk verhoogde sterfte optreedt.
Zie voor alle beschikbare statistische informatie het Factbook Oesters van Herman Braat https://oesters.dedatawerkplaats.nl
Sinds 2012 wordt met wisselend succes geëxperimenteerd met off-bottom oesterkweek op diverse locaties in de Oosterschelde. Doordat de dichtheid van de oesters in een off-bottomsysteem beter te reguleren is en de oesters buiten het bereik van de oesterboorder worden opgekweekt, is de ervaring dat de oestersterfte minder is dan bij kweek op de bodem. Een deel van de kwekers ziet in de off-bottom kweek de oplossing voor de problemen die de oesterboorder veroorzaakt.
Ten slotte heeft er van 2017–2020 een experiment plaatsgevonden met het commercieel handmatig rapen van oesters. Het experiment is in 2020 verlengd waarbij degenen die gebruik hebben gemaakt van de vergunning en opgave van de geraapte hoeveelheden hebben gedaan bij de Provincie Zeeland een nieuwe, tijdelijke vergunning gekregen hebben. Medio 2022 is het experiment opnieuw verlengd met twee jaar.
Sinds de vergunningen in 2017 werden verleend zijn tot begin 2022 1.114 raapdagen gemaakt en is daarbij in totaal 340.299 kg aan oesters geraapt (gemiddeld genomen 300 kg oesters per raapdag.
In het Grevelingenmeer vindt oesterkweek plaats op bodempercelen. In totaal wordt 550 hectare percelen door oesterkwekers gehuurd van de Staat. De kweekomstandigheden in de Grevelingen zijn de laatste jaren sterk afgenomen door een verminderde waterkwaliteit. Een gebrek aan doorstroming is hier debet aan.
Alleen aan de oostzijde van het Grevelingenmeer vindt wateruitwisseling plaats met andere wateren. Over een waterdoorlaat aan de westzijde van het Grevelongmeer wordt al lange tijd gesproken. Het realiseren van een doorlaat in de Brouwersdam (waardoor wateruitwisseling met de Noordzee plaatsvindt) zal naar verwachting niet voor 2027 gerealiseerd zijn.
Sinds 2016 worden op beperkte schaal oesters gekweekt in het Veerse Meer. Hier is 20 hectare aan bodempercelen gerealiseerd.
Hierbij gaat het vrijwel alleen om de Japanse oester (Crassostrea gigas). De platte Zeeuwse oester (Ostrea edulis) is als gevolg van de ziekte Bonamia grotendeels verdwenen in de Zeeuwse delta, al is deze wel aan het terugkomen.
De Nederlandse oesterkweek wordt bedreigd door enerzijds het oesterherpesvirus en anderzijds de oesterboorder, een invasieve exoot. Dit leidt tot een significante afname van de productie en daarmee tot economische problemen voor de bedrijven. Het oesterherpesvirus (‘Ostreid herpesvirus 1; OsHV-1’) werd voor het eerst in Europa waargenomen in hatcheries in Frankrijk in 1992 en op kweeklocaties in 1994. Sinds 2008 is een nieuwe variant van oesterherpesvirus aanwezig in Europa: OsHV-1 uvar. Deze variant geeft hoge sterfte onder Japanse oesters (‘creuses’) en heeft zich in korte tijd verspreid naar de belangrijkste kweekgebieden van Europa. Vanaf 2010 is de variant ook aangetroffen in de Nederlandse kweekgebieden. Sterfte als gevolg van oesterherpesvirus kan oplopen tot 70 à 80%, terwijl op dieper gelegen percelen sterfte kan voorkomen van meer dan 90% (leeftijdsklasse oesters 0 tot 18 maanden). Het virus wordt actief bij een watertemperatuur vanaf 16 à 17 graden – dus voornamelijk in de zomermaanden – en is alleen actief op creuses en niet op de platte oesters.
De oesterboorder, een roofslak die massaal aanwezig is in de Deltawateren, komt in twee varianten voor, te weten de Japanse oesterboorder (‘Ocinebrellis inornatus’) en de Amerikaanse oesterboorder (‘Urosalpinx cinera’). Met name de Japanse oesterboorder heeft zich de laatste jaren op grote schaal weten te vestigen in de Kom van de Oosterschelde, waar de oesterpercelen in de Oosterschelde zijn gesitueerd. Zowel de platte oester als de creuse vormt een prooi voor de oesterboorder. Door een gaatje in de schelp te boren wordt de inhoud van deze schelp opgegeten of de oester gaat dood, omdat de schelp niet meer intact is.
De aanwezigheid van het herpesvirus, de in grote getale voorkomende oesterboorder én de drastisch afnemende waterkwaliteit in het Grevelingenmeer leiden tot een sterke afname van de productie. In 2016 hebben de Nederlandse oestervereniging, het (toenmalige) Ministerie van Economische Zaken en de Provincie Zeeland het `Plan van Aanpak Oesterproblematiek’ opgesteld om de problemen te hoofd te bieden. Dit plan van aanpak bevatte een tiental concrete actiepunten die in de afgelopen jaren grotendeels zijn uitgevoerd. Zo is onder andere een begin gemaakt met de off-bottom kweek van oesters. Hiermee is perspectief geboden aan de sector en is de basis gelegd voor deze Intentieovereenkomst Oesterkweek, Duurzaamheid en Natuur.
Het Nederlandse visserijbeleid voor de schelpdiervisserij en -cultuur is beschreven in het beleidsbesluit Schelpdiervisserij 2005–2020: Ruimte voor een zilte oogst. Naar verwachting zal de Minister van LNV in 2023 nieuw beleid inzake schelpdiervisserij vaststellen.
De hoofdlijnen voor dit nieuwe beleid zijn:
• Robuust beleid met toekomstperspectief;
• Verduurzaming van economische activiteiten is nodig voor het ontwikkelen van werkgelegenheid en inkomen in combinatie van een verbetering van de natuurkwaliteit van de ecosystemen;
• Vereenvoudiging van beleid en regelgeving, onder meer door het huidige ingewikkelde systeem van voedselreservering af te schaffen;
• Meer verantwoordelijkheid bij het bedrijfsleven;
• Innovatie is noodzakelijk om klaar te staan voor de beleidsopgaven van de toekomst.
Er wordt derhalve ingezet op een scheldiervisserijbeleid dat perspectief biedt op een economisch gezonde bedrijfstak met productiemogelijkheden, die de natuurwaarden respecteert en waar mogelijk versterkt. De inpasbaarheid van de visserij in de betreffende ecosystemen is leidend voor het toekomstig economisch perspectief.
Oestervisserij en-kweek vinden plaats in kust- en binnenwateren die zijn aangewezen in het kader van het Natura-2000 beleid. Alle economische activiteiten die plaatsvinden in gebieden die zich kwalificeren in het kader van de Natura-2000 regelgeving, dienen te worden getoetst aan de instandhoudingsdoelen zoals geformuleerd voor de betreffende gebieden. Reeds bestaande activiteiten zijn opgenomen in Beheerplannen, nieuwe activiteiten of activiteiten die afhankelijk zijn van jaarlijks wisselende omstandigheden, dienen een vergunning te verkrijgen in het kader van de Wet natuurbescherming. De provincies zijn bevoegd gezag voor de verlening van vergunningen op grond van de Wet natuurbescherming, met uitzondering van een aantal specifiek in de wet genoemde economische sectoren of activiteiten. De mechanische schaal- en schelpdiercultuur is één van deze uitzonderingen. Hiervoor is de Minister voor Natuur en Stikstof het bevoegd gezag.
In het kader van de Waterwet worden de mogelijke gevolgen van werken in, op, over of onder watersystemen beoordeeld. Het bevoegd gezag in het kader van deze wet is de Minister van Infrastructuur & Waterstaat, namens wie in de praktijk Rijkswaterstaat optreedt. Voor onder andere de systemen voor off-bottom kweek of invang van oesterbroed dient een vergunning in het kader van de Waterwet verkregen te worden.
A. Smaal e.a., Het Oesterboek, 2022, p. 244–247. Verder: Kennis Op Maat (WUR) factsheet, De milieukosten van schelpdierproductie, 2020; IMARES, Biobouwers als optimalisatie van waterveiligheid in de Zuidwestelijke Delta, 2013; Wageningen Environmental Research e.a., Nederland inrichten met het principe van natuurlijke klimaatbuffers, 2019
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2023-8520.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.