De hoofdingenieur-directeur van de Rijkswaterstaat in Oost-Nederland;
Gelet op artikel 1.06 en artikel 5.01 van het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) Staatsblad 1983, 682, nadien gewijzigd;
MAAKT BEKEND:
1. Minste waterdiepte
In de hierna genoemde riviervakken worden door de daartoe aangewezen ambtenaren van de Rijkswaterstaat systematisch peilingen verricht om te bepalen wat de minste waterdiepte in de vaargeul is. Het bekendmaken van de minst gepeilde waterdiepte (MGD) geschiedt dagelijks zodra en zolang deze op enig punt in de vaargeul van de Geldersche IJssel en Keteldiep tussen de IJsselkop en het Ketelmeer 300 cm of minder bedraagt. Het bekendmaken gebeurt door middel van internet en teletekst. De riviervakken waarvoor de minste waterdiepte wordt gepeild, zijn opgenomen in de volgende tabel:
|
Geldersche IJssel
|
Vakindeling
|
|
IJsselkop – Twenthekanalen
|
kmr. 878.600 – kmr. 931.100
|
|
Twenthekanalen – Zwolle-IJsselkanaal
|
kmr. 931.100 – kmr. 981.750
|
|
Zwolle-IJsselkanaal – Ketelmeer
|
kmr. 981.750 – kmr. 1006.000
|
Vaargeul, vaarwater en vaarwegmarkering
Met vaargeul wordt in deze Bekendmaking bedoeld het water met een breedte:
- van 40 meter op traject kmr. 878.600 – kmr. 931.100
- van 50 meter op traject kmr. 931.100 – kmr. 981.750
- van 60 meter op traject kmr. 981.750 – kmr. 1006.000,
en als zodanig aangegeven in de officiële elektronische binnenvaartkaarten die op nauwkeurige wijze de contouren van de rivier en van de vaargeul weergeven.
Met vaarwater wordt in deze Bekendmaking het water bedoeld tussen de denkbeeldige lijnen op 25 meter uit de bakens (vaste vaarwegmarkering) of vervangende drijvende vaarwegmarkering op de koppen van kribben, strekdammen en oevers.
De bevaarbare breedte in de buitenbochten van de riviervakken is opgenomen in de volgende tabel:
|
Geldersche IJssel
|
De bevaarbare breedte in de buitenbochten bedraagt ten minste
|
|
IJsselkop – Twenthekanalen
|
35 meter
|
|
Twenthekanalen – Zwolle-IJsselkanaal
|
45 meter
|
|
Zwolle-IJsselkanaal – Ketelmeer
|
55 meter
|
Ondiepten in het vaarwater worden gemarkeerd op de actuele MGD-stand ≤ 300 cm. Ondiepten bij remmingwerken, meerpalen en kaden worden in beginsel niet gemarkeerd. Drijvende markering, niet zijnde vervangende tonnen op de koppen van kribben, strekdammen en oevers, dient op ten minste 5 meter afstand gepasseerd te worden.
3. Grootste diepgang
De schipper dient op grond van artikel 1.04, 1.06 en 1.07 BPR, met inachtneming van alle omstandigheden in eigen verantwoordelijkheid de diepgang te bepalen en rekening te houden met de MGD zoals die door de Rijkswaterstaat wordt afgegeven.
Daarnaast kan door middel van een verkeersaanwijzing door de daartoe aangewezen ambtenaren van de Rijkswaterstaat op grond van artikel 1.19 BPR, het verder varen belet worden, als schepen zo diep geladen zijn dat ze de veiligheid of de goede orde van de scheepvaart in gevaar kunnen brengen.
4. Afwaaiing
Als gevolg van afwaaiing kan in het vak Twenthekanalen – Ketelmeer minder waterdiepte aanwezig zijn dan de bekendgemaakte MGD. Deze omstandigheden worden niet meegenomen in de bekendmaking en blijft derhalve een verantwoordelijkheid voor de schipper.
5. Verdere inlichtingen
Op www.vaarweginformatie.nl kunnen de actuele waterstanden en de MGD van de afzonderlijke riviervakken worden geraadpleegd. De gegevens worden dagelijks tussen 9.00 uur en 9.30 uur geactualiseerd.
6. Vervallen
De bekendmaking aan de Scheepvaart nr. 3/2006 is hiermee vervallen.
Arnhem, 26 februari 2023