Per 1 januari 2023 geïndexeerde bedragen van de (onkosten)vergoeding en toelagen voor politieke ambtsdragers van gemeenten, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Publicatie op internet

Circulaires met betrekking tot de rechtspositie van politieke ambtsdragers worden uitsluitend bekend gemaakt op de site van de officiële bekendmakingen (Staatscourant) en op de website www.politiekeambtsdragers.nl. U kunt zich met een e-mail-attendering abonneren op deze site. Als er een circulaire op deze site wordt gepubliceerd, ontvangt u per mail een attendering.

1. Inleiding

1.1. Jaarlijkse indexatie

Ieder jaar worden de vergoedingen en toelagen voor politieke ambtsdragers en bestuurders geïndexeerd aan de hand van door het CBS vastgestelde indexatiecijfers. Voor bepaalde bedragen is bepaald dat zij jaarlijks worden herzien aan de hand van de consumentenprijsindex en voor een aantal andere bedragen is bepaald dat zij jaarlijks worden herzien aan de hand van het indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen.

Het doorvoeren van de wijzigingen in de bedragen in de regelgeving vergt tijd en is meestal pas gereed in de laatste weken van het jaar. Om deze reden was het staande praktijk dat u vooruitlopend op het formeel van kracht worden van die wijzigingen, door middel van een uitgebreide circulaire geïnformeerd werd over de aanstaande wijzingen voor burgemeesters, wethouders, raadsleden en commissieleden. U kon daardoor tijdig administratief de wijzigingen voorbereiden of doorvoeren. Sinds vorig jaar wordt ernaar gestreefd de ministeriële regeling tot wijzigingen van de betreffende bedragen, mede dankzij een wijziging in de indexatiemethode, eerder gereed te hebben. Hierdoor kan voor de nieuwe bedragen volstaan worden met een verwijzing naar de betreffende regeling. De ministeriële regeling waarmee de bedragen voor het jaar 2023 worden gewijzigd, is bijgevoegd. In deze circulaire wordt u om genoemde reden dan ook alleen nog geïnformeerd over de hoogte van de indexatie in zijn algemeenheid.

1.2. Wijzigingen in bedragen als gevolg van nieuwe CAO Rijk

Een aantal vergoedingen en toelagen voor politieke ambtsdragers en bestuurders wordt aangepast als voor de ambtenaren die krachten een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van BZK in een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) een wijziging van het loon is overeengekomen. De vakbonden en de werkgever van de sector Rijk hebben op 11 juli 2022 een akkoord bereikt over de Cao Rijk 2022-2024. De afspraken in dat akkoord zijn verwerkt in een nieuwe cao die geldt vanaf 1 april 2022 tot en met 30 juni 2023. Op grond van die cao is met ingang van 1 juli 2022 een salarisverhoging afgesproken van eerst 2,5% plus daarna een vast bedrag van € 75,–. Met ingang van 1 april 2023 geldt een salarisverhoging van 3% en met ingang van 1 januari 2024 een salarisverhoging van 1,5%. De bedragen die als gevolg hiervan moeten worden aangepast, zijn reeds middels een aparte ministeriële regeling gewijzigd.1 U bent hierover recent in een aparte circulaire geïnformeerd.2 Zij zijn om deze reden dan ook niet nogmaals meegenomen in bijgevoegde ministeriële regeling en onderhavige circulaire.

2. Indexatie vergoedingen en toelagen

2.1. Consumentenprijsindex

Zoals hiervoor opgemerkt, en u ook in eerdere circulaires is medegedeeld, is de indexatiemethode dus recent gewijzigd. Dit is gebeurd met de komst van het nieuwe rechtspositiebesluit voor decentrale politieke ambtsdragers per 1 januari 2019. Voor die tijd werden voor de indexering van de bedragen bepaalde indexcijfers gebruikt die door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waren vastgesteld voor de maand september van het voorgaande kalenderjaar. Aangezien dit voorlopige cijfers waren die later nog door het CBS konden worden bijgesteld, is in het nieuwe rechtspositiebesluit aansluiting gezocht bij indexcijfers die wel tijdig definitief zijn. Gekozen is voor in beginsel dezelfde indexcijfers, maar dan zoals die één jaar daarvoor golden (met andere woorden van de maand september in het tweede voorafgaande kalenderjaar). Deze gekozen werkwijze heeft thans echter wel tot gevolg dat de onvoorziene prijsstijgingen van de afgelopen periode nog niet zichtbaar zijn in de indexatie van de bedragen voor komend jaar, maar wel in de aanpassingen voor het daaropvolgende jaar.

Voor een aantal bedragen is in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (hierna: het rechtspositiebesluit) bepaald dat zij jaarlijks worden herzien aan de hand van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar. Voor de indexering met ingang van 1 januari 2023 betekent dit het volgende. De consumentenprijsindex voor september 2021 was vastgesteld op 110,79. Voor september 2020 is het indexcijfer vastgesteld op 107,88. Procentueel is dat een verhoging van 2,7. Dit betekent dat deze bedragen met ingang van 1 januari 2023 worden verhoogd met 2,7%.

Het gaat om de volgende bedragen:

  • Ambtstoelage burgemeester (artikel 3.2.6, eerste lid);

  • Onkostenvergoeding wethouder (artikel 3.2.6, tweede lid);

  • Ambtstoelage waarnemende wethouder (artikel 3.2.6, tweede lid);

  • Onkostenvergoeding raadsleden (artikel 3.1.6, eerste lid).

De hiervoor per 1 januari 2023 vastgestelde bedragen zijn in de ministeriële regeling opgenomen in de tabel onder artikel I, waarnaar ik u kortheidshalve verwijs. In de tabel wordt verwezen naar de genoemde artikelen uit het rechtspositiebesluit.

2.2. Indexatie op basis van CAO-lonen overheid

Voor een aantal andere bedragen in het rechtspositiebesluit is bepaald dat zij jaarlijks worden herzien aan de hand van het indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar. Voor de indexering voor het jaar 2023 betekent dit het volgende. Het indexcijfer CAO-lonen overheid inclusief bijzondere beloningen voor september 2021 is vastgesteld op 120,5. Voor september 2020 is dit indexcijfer vastgesteld op 118,8. Procentueel is dat een verhoging van 1,4. Dit betekent dat deze bedragen met ingang van 1 januari 2023 worden verhoogd met 1,4%.

Het gaat om de volgende bedragen:

  • Vergoeding raadsleden (artikel 3.1.1, eerste lid);

  • Vergoeding commissieleden (artikel 3.4.1, eerste lid).

De hiervoor per 1 januari 2023 vastgestelde bedragen zijn in de ministeriële regeling opgenomen in de tabel onder artikel I, waarnaar ik u kortheidshalve verwijs. In de tabel wordt verwezen naar de genoemde artikelen uit het rechtspositiebesluit.

3. Vragen en informatie op internet

Informatie die betrekking heeft op politieke ambtsdragers kunt u vinden op de volgende internetsite: www.politiekeambtsdragers.nl. Op deze site vindt u alle actuele wet- en regelgeving, circulaires en brochures over politieke ambtsdragers voor het Rijk, de provincie, de gemeente, de waterschappen en ook voor het Koninkrijk en de BES-eilanden voor zover deze afkomstig is van het Ministerie van BZK. U vindt hier dus niet de modelverordeningen van de VNG of de gemeentelijke verordeningen.

Voor eventuele nadere vragen kunt u ook contact opnemen met het Ministerie van BZK via postbus.helpdeskpa@minbzk.nl.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voor deze, E. van Doorne, Directeur Democratie en Bestuur


X Noot
1

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 2 september 2022, nr. 2022-0000455249, tot wijziging van enige wetten en besluiten in verband met de arbeidsvoorwaardenovereenkomst voor het personeel in de sector Rijk 2022-2024.

Naar boven