Beschikking van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, houdende ontheffing voor HeliCentre B.V. van het verbod VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte buiten gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, Inspectie Leefomgeving en Transport

Datum 8 december 2023

Nummer ILT-2023/4260

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;

Gelezen het verzoek om ontheffing van 5 december 2023, van HeliCentre B.V., adres: Emoeweg 12, 8218 PC Lelystad; telefoonnummer: 06-15093333; e-mail: info@helicentre.nl;

Overwegende dat:

  • HeliCentre B.V. vluchten uitvoert als gedeclareerd overeenkomstig ORO.DEC.100 van verordening (EU) nr. 965/2012;

  • de vereiste maatschappelijke relevantie blijkt uit de opdracht van de Koninklijke Luchtmacht voor het uitvoeren van laagvliegactiviteiten ten behoeve van obstakelverkenningen, navigatietrainingen en vliegoefeningbegeleidingen zowel binnen de militaire laagvlieggebieden GLV’s, als de overige delen van de Amsterdam FIR;

  • de ontheffing zich beperkt tot gebieden buiten aaneengesloten bebouwing, omdat de betrokken helikopters 1-motorig zijn;

  • paragraaf SERA.3105 van verordening (EU) nr. 923/2012 de mogelijkheid biedt aan (nationale) bevoegde autoriteiten om toestemming te verlenen lager te vliegen dan de minimum vlieghoogten, zoals die voor VFR- vluchten zijn opgenomen in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012;

  • aan de vrijstelling of ontheffing voorschriften kunnen worden verbonden;

  • de vrijstelling of ontheffing onder beperkingen kan worden verleend;

  • het maatschappelijk belang bij de uit te voeren vluchten zodanig is, dat de mogelijkheid wordt geboden deze uit te voeren onder de voorschriften en beperkingen gerelateerd aan SERA;

Gelet op paragraaf SERA.3105 van verordening (EU) nr. 923/2012 en artikel 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014;

BESLUIT:

Artikel 1

Deze beschikking is van toepassing op de 1-motorige helikopters, vermeld op de eigen verklaring ‘Specialised Operations’ door HeliCentre B.V. ingediend bij de Inspectie Leefomgeving en Transport overeenkomstig ORO.DEC.100 van verordening (EU) nr. 965/2012 en waarvan de ontvangst van de verklaring is bevestigd door de Inspectie Leefomgeving en Transport overeenkomstig ARO.GEN.345. Beide documenten zijn gedurende de vlucht aan boord van de helikopter.

Artikel 2

Aan de gezagvoerders van de in artikel 1 bedoelde luchtvaartuigen wordt van 11 december 2023 tot en met 10 december 2024 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012, om VFR-vluchten uit te voeren, beneden de minimum VFR- vlieghoogte, maar niet boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, zowel binnen als buiten een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied, gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 26, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van het Besluit luchtverkeer 2014, bedoelde luchtvaartgids met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:

  • a. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;

  • b. de minimum toegestane vlieghoogte bedraagt 150 ft AGL, doch ten minste 100 ft boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 600 m van het luchtvaartuig;

  • c. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen dat:

    • 1°. overlast voor derden zoveel mogelijk wordt vermeden;

    • 2°. vee niet wordt verstoord;

    • 3°. geluidsgevoelige objecten, zoals dierentuinen, ziekenhuizen, penitentiaire inrichtingen etc., worden gemeden;

    • 4°. in geval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel mogelijk wordt beperkt;

  • d. er wordt niet bij voortduring laaggevlogen, doch slechts gedurende de periode dat dit voor het daadwerkelijk uitvoeren van de verkenningsvluchten noodzakelijk is;

  • e. voor en na de vlucht is de opdracht van de opdrachtgever ter inzage aanwezig zodat deze kan worden gecontroleerd door de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart, of de Inspectie Leefomgeving en Transport;

  • f. vluchtuitvoering vindt plaats overeenkomstig het gestelde in deel SPO van verordening (EU) nr. 965/2012;

  • g. er worden geen passagiers vervoerd tijdens de vlucht; alleen flight crew en taakspecialisten als bedoeld in verordening (EU) nr. 965/2012 zijn toegestaan;

  • h. vogelreservaten (bird sanctuaries), zoals vermeld in het AIP, en

    Natura 2000-gebieden, zoals genoemd in de opdracht van de Koninklijke Luchtmacht, zullen worden vermeden;

  • i. er dient, na het ingediende vliegplan, eerst een klaring te zijn verkregen van de betrokken plaatselijke luchtverkeersleidingsdienst voor vluchten die plaatsvinden binnen het plaatselijke luchtverkeersleidingsgebied; de plaatselijke luchtverkeersleidingsdienst is niet verantwoordelijk voor het vrij blijven van bebouwing;

  • j. tijdens het uitvoeren van de vlucht is een tweezijdige radioverbinding tot stand gebracht met de betrokken luchtverkeersleidingsdienst en wordt voortdurend op de aangewezen radiofrequentie uitgeluisterd;

  • k. een uur voor de aanvang van de vlucht wordt ingelicht:

    de meldkamer van de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart, tel. 088- 6623616; e-mail luchtvaarttoezicht.landelijke-eenheid@politie.nl) en Inspectie Leefomgeving en Transport; e-mail aviation-approvals@ilent.nl; en worden de volgende gegevens verstrekt:

    • 1°. naam gezagvoerder(s), registratie en model/type helikopter;

    • 2°. route en periode van de voorgenomen vlucht;

    • 3°. het nummer van deze beschikking;

  • l. een uur voor aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd met de dienstdoend officier van het Operatie en Coördinatie Centrum van het Defensie Helikopter Commando (OCC DHC); tel. 0161-296770; aan de voorwaarden door hem gesteld wordt strikt de hand gehouden;

  • m. na het beëindigen van de vlucht wordt de vlucht zo spoedig mogelijk afgemeld bij de dienstdoend officier van het OCC DHC.

Artikel 3

  • 1. De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder en taakspecialist als bedoeld in deel SPO van verordening (EU) nr. 965/2012 bekend zijn met de inhoud van deze beschikking.

  • 2. Overtreding van de voorschriften van deze beschikking levert een strafbaar feit op.

  • 3. Bij het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften en beperkingen, genoemd in deze beschikking, kan deze ontheffing worden ingetrokken.

Artikel 4

De aanvrager voert bij de voorbereiding van elk project een veiligheidsanalyse uit. Daarbij wordt in kaart gebracht welke risico’s er zijn als gevolg van het uitvoeren van VFR-vluchten beneden de minimum VFR-vlieghoogte. Vervolgens worden risicobeperkende maatregelen in kaart gebracht en toegepast, zodanig dat de vlucht op een verantwoorde wijze kan worden uitgevoerd.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 11 december 2023 en vervalt met ingang van 11 december 2024, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT, namens deze, Inspecteur Luchtvaart infra en luchtruim, Afdeling Vergunningverlening rail en luchtvaart.

Bezwaarmogelijkheid

Indien u het niet eens bent met deze beslissing, kunt u hiertegen op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden, schriftelijk bezwaar aantekenen.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

  • de gronden van het bezwaar.

Tevens ontvangen wij graag uw telefoonnummer dan wel e-mailadres.

Het bezwaarschrift kunt u richten aan:

Inspectie Leefomgeving en Transport

Afdeling Juridische zaken Postbus 16191

2500 BD

DEN HAAG

TOELICHTING

Paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012, geeft de minimum vlieghoogte voor VFR-verkeer. Op basis van paragraaf SERA.3105 van verordening (EU) nr. 923/2012 en artikel 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014 kan ontheffing worden verleend van de voorgeschreven minimum vlieghoogten voor VFR-verkeer.

De Koninklijke Luchtmacht heeft HeliCentre B.V. verzocht om laagvliegactiviteiten uit te voeren ten behoeve van onder andere obstakelverkenningen, navigatietrainingen en vliegoefeningbegeleidingen. Deze laagvliegactiviteiten worden uitgevoerd zowel binnen de militaire laagvlieggebieden GLV’s, als de overige delen van de Amsterdam FIR. Voor het uitvoeren van deze vluchten is een laagvliegontheffing noodzakelijk.

Bij het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften of beperkingen kan deze ontheffing worden ingetrokken.

Naar boven