Regeling van de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen van 29 november 2023, nr. 2023-0000568764, tot wijziging van de Subsidieregeling financiële educatie voor mbo-instellingen in verband met verhoging van het subsidieplafond en enkele technische wijzigingen

De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen,

Gelet op de artikelen 3 en 5 van de Kaderwet SZW-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

De Subsidieregeling financiële educatie voor mbo-instellingen wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 komt de begripsomschrijving van het expertisepunt financiële educatie te luiden:

het expertisepunt financiële educatie: het expertisepunt van Wijzer in geldzaken;.

B

In artikel 4, eerste lid, wordt ‘€ 8.000.000,–’ vervangen door ‘€ 8.620.000,–’.

C

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt ‘het volgen van een opleiding’ vervangen door ‘het volgen van een door de Minister goedgekeurde opleiding’.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Het expertisepunt financiële educatie adviseert de Minister over opleidingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en toetst daarbij of het scholingsaanbod:

    • a. gericht is op zittende of aankomende leerkrachten in het primair onderwijs, docenten op het voortgezet onderwijs en mbo of het hele onderwijsteam;

    • b. specifiek gericht is op structureel inbedden van effectieve financiële educatie in het schoolcurriculum en de bestaande vakken;

    • c. gericht is op duurzame impact;

    • d. plaatsvindt onder begeleiding van een trainer of docent; en

    • e. niet uitsluitend door middel van e-learning wordt aangeboden.

3. De volgende leden worden toegevoegd:

  • 3. Van effectieve financiële educatie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, is sprake, indien:

    • a. sprake is van een structurele aanpak;

    • b. het aanbod aansluit op de belevingswereld van jongeren en situaties waar zij mee te maken kunnen krijgen;

    • c. het aanbod aansluit bij de cognitieve, sociale en psychologische ontwikkeling van de jongeren en een doorlopende leerlijn betreft;

    • d. onderwijsprofessionals bij het proces worden betrokken;

    • e. financiële vaardigheden worden geïntegreerd in andere thema’s;

    • f. de docenten worden getraind en indien nodig ouders worden betrokken bij het proces; en

    • g. rekening wordt gehouden met culturele factoren.

  • 4. Door de Minister goedgekeurde opleidingen worden opgenomen op www.geldlessen.nl.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt ten aanzien van artikel I, onderdeel B, terug tot en met 29 augustus 2023.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, C.J. Schouten

TOELICHTING

I ALGEMEEN DEEL

1. Inleiding

Deze regeling wijzigt de Subsidieregeling financiële educatie voor mbo-instellingen. In deze wijzigingsregeling is het subsidieplafond verhoogd en de verhouding tussen de bevoegdheden en de rollen van de Minister van Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen (hierna: de Minister) en het expertisepunt financiële educatie (hierna: het expertisepunt) verduidelijkt. Het scholingsaanbod voor de docenten van de mbo-scholen wordt door scholingsaanbieders ter goedkeuring ingediend bij het expertisepunt financiële educatie. Het expertisepunt is onderdeel van het Ministerie van Financiën. Het expertisepunt doet de toetsing van het aanbod en adviseert de Minister om het scholingsaanbod al dan niet goed te keuren. De Minister neemt een besluit en stuurt de beschikking. Vóór de inwerkingtreding van deze wijzigingsregeling hebben een aantal scholingsaanbieders reeds hun aanbod voorgelegd aan het expertisepunt. Dit aanbod is inmiddels opgenomen op www.geldlessen.nl. Echter, ook het thans opgenomen scholingsaanbod dient door de Minister worden goedgekeurd. Om deze reden zal het aanbod dat voor de inwerkingtreding van deze regeling op www.geldlessen.nl is opgenomen ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Minister.

2. Effectieve financiële educatie

Scholingsaanbod dat is goedgekeurd door de Minister en op geldlessen.nl wordt geplaatst moet aan een aantal voorwaarden voldoen. Deze voorwaarden zijn opgenomen in de regeling en behoeven op enkele punten nadere toelichting.

In de regeling is opgenomen dat het expertisepunt van Wijzer in geldzaken toetst of het scholingsaanbod:

  • a. gericht is op zittende of aankomende leerkrachten op het primair onderwijs, docenten op het voortgezet onderwijs en mbo of het hele onderwijsteam;

  • b. specifiek gericht is op het structureel inbedden van effectieve financiële educatie, als bedoeld in de bijlage, in het schoolcurriculum en de bestaande vakken;

  • c. gericht is op duurzame impact,

  • d. plaatsvindt onder begeleiding van een trainer of docent; en

  • e. niet uitsluitend door middel van e-learning wordt aangeboden.

Het begrip effectieve financiële educatie wordt hieronder uiteengezet.

Effectieve financiële educatie

Financiële educatie heeft alles te maken met financiële geletterdheid. Financiële geletterdheid wordt beschreven als de kennis van financiële begrippen en producten, maar ook de vaardigheid om deze kennis toe te passen om financiële beslissingen te nemen. Financiële geletterdheid heeft vier componenten:

1. kennis en begrip van financiën;

2. attitude (houding) ten opzichte van geld en geldzaken;

3. geloof in eigen kunnen in geldzaken; en

4. bewust en onbewust financieel gedrag.

 

Financiële educatie is het onderwijzen van deze vier componenten1, ofwel, alle activiteiten die erop gericht zijn om de financiële competenties waaronder vaardigheden van burgers te vergroten. Hieronder vallen lessen op school, cursussen en workshops.

 

Financiële educatie moet effectief zijn. Financiële educatie binnen een mbo-instelling is effectief indien:

• er sprake is van een structurele aanpak. Eenmalige of kortdurende interventies zijn niet genoeg;

• het aanbod aansluit op de beleveniswereld van jongeren en bij situaties in het echte leven die op dat moment spelen. Wanneer specifieke onderwerpen worden behandeld en die meteen in de praktijk kunnen worden gebracht, neemt de effectiviteit toe;

• het aanbod aansluit bij de cognitieve, sociale en psychologische ontwikkeling van de jongeren en een doorlopende leerlijn aanbieden;

• er onderwijsprofessionals worden betrokken bij het proces;

• financiële vaardigheden worden geïntegreerd in andere thema’s;

• de docenten worden getraind en indien nodig ouders worden betrokken bij het proces; en,

• er rekening wordt gehouden met culturele factoren.

 

Voor een uitgebreidere toelichting op ‘effectieve financiële educatie’ wordt verwezen naar het rapport ‘Effectieve manieren om verantwoord gezond gedrag te bevorderen’ van het Nibud en Wijzer in Geldzaken, met name p. 6 en 72, en naar de overzichtspagina van Wijzer in Geldzaken3. Daarnaast wordt verwezen naar de leidraad van het Nibud4 waarin de kernconcepten voor financiële educatie per leeftijdsfase en onderwijsniveau in concrete leerdoelen worden uitgewerkt.

X Noot
1

Aisa Amagir (2020): ‘You can’t just spend all the money you have’. Financial literacy education among young students in the Netherlands.

X Noot
2

Rapport ‘Effectieve manieren om verantwoord financieel gedrag te bevorderen’ (2017)

Het voorgaande vertaalt zich in de voorwaarden waar scholing aan moet voldoen en wordt aan de hand hiervan door het expertisepunt financiële educatie vooraf getoetst. Indien een aanbod voldoet aan de voorwaarden, wordt het aanbod goedgekeurd door de Minister en gepubliceerd op de website www.geldlessen.nl. De mbo-instellingen hebben de vrijheid om vervolgens hieruit een opleiding naar eigen voorkeur te selecteren.

Aanbieders die het formulier hebben ingevuld en voldoen aan deze voorwaarden worden na de goedkeuring van de Minister door het team van geldlessen.nl opgenomen in het scholingsaanbod.

In het formulier wordt gevraagd zoveel mogelijk relevante gegevens aan te leveren. Het is van belang dat hieraan duidelijk wordt aangegeven wat het aanbod is en welke doelgroep het aanbod op gericht is. Het uitgangspunt van het online aanbod op geldlessen.nl is dat onderwijsinstellingen zelf bepalen wat voor hen waardevol is. Het team van geldlessen.nl houdt gedurende de subsidieperiode zicht op de kwaliteit van het aanbod en de ervaring van deelnemende onderwijsinstellingen van het aanbod, door deelnemende scholen te vragen een korte evaluatie in te vullen. Wanneer uit de evaluatie van deelnemende scholen blijkt dat het aanbod in de praktijk niet voldoet aan de gestelde voorwaarden, adviseert geldlessen.nl de Minister om het aanbod van de website te verwijderen. Hiervoor zal eerst contact met de aanbieder over worden opgenomen.

3. Gegevensverwerking

Het voornoemd proces vereist een samenwerking tussen het expertisepunt en de Minister. Deze samenwerking gaat gepaard met verwerking van persoonsgegevens en uitwisselen van persoonsgegevens. De grondslag voor de verwerking van persoonsgegevens voor de uitvoering van de subsidieregeling is de naleving van een wettelijke verplichting als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna AVG). Voor de uitwisseling tussen de Minister en het expertisepunt wat onderdeel is van het Ministerie van is de grondslag gerechtvaardigd belang, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder f, van de AVG van toepassing. De gegevensuitwisseling met het expertisepunt is immers noodzakelijk om de scholen effectief te ondersteunen en hen in staat te stellen de doelstellingen van de subsidieregeling te bereiken, namelijk het verstrekken van informatie, advies en leersessies. Om de gegevens te kunnen delen met het expertisepunt, is een verwerkersovereenkomst afgesloten met de verwerker, het Ministerie van Financiën. In deze overeenkomst zijn de voorwaarden en verplichtingen met betrekking tot de gegevensverwerking gespecificeerd. Er is in de overeenkomst ook expliciet vastgesteld welk doel wordt nagestreefd met de gegevensuitwisseling met het Ministerie van Financiën en het expertisepunt. Enkel de gegevens die die relevant zijn voor het doel van de ondersteuning worden gedeeld met het expertisepunt. Dit betekent dat alleen de benodigde contactgegevens worden gedeeld, zonder overbodige informatie. De betrokkenen worden op de hoogte gesteld van de uitwisseling om transparantie in het proces te waarborgen. Ook worden er passende beveiligingsmaatregelen genomen om de vertrouwelijkheid van gedeelde gegevens te waarborgen.

4. Verhoging subsidieplafond

De wijziging ziet verder op de verhoging van het subsidieplafond. Het subsidieplafond was € 8.000.000,–. Er zijn meer aanvragen gedaan dan verwacht. Het geeft aan dat deze subsidieregeling aansluit bij een behoefte op scholen om aan de slag te gaan met financiële educatie. Daarom wordt graag gebruik gemaakt van de energie, tijd en moeite die is gestoken in de aanvraag en wordt mogelijk gemaakt dat de scholen ook subsidie toegekend krijgen om dit te kunnen uitvoeren. De voorgestelde ophoging zal niet leiden tot extra uitvoeringskosten.

De wijzigingen zijn breed gecommuniceerd aan alle betrokken partijen.

5. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Er wordt afgeweken van de vaste verandermomenten zoals neergelegd in aanwijzing 4.17 van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Het is noodzakelijk om de wijziging zo snel mogelijk in werking te laten treden, zodat het besluitvormingsproces op de juiste manier kan plaatsvinden en de aanvragers nog een aanspraak kunnen maken op de subsidie dankzij het verhoogd subsidieplafond. Daarbij werkt artikel I, onderdeel B, dat de verhoging van het subsidieplafond regelt, terug tot en met 29 augustus 2023, het moment waarop de Subsidieregeling financiële educatie voor mbo-instellingen in werking trad. Dat is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat alle subsidieaanvragen kunnen worden toegekend.

II Artikelsgewijs deel

Artikel I, onderdeel A

In de begripsomschrijving van ‘het expertisepunt financiële educatie’ werd per abuis naar een niet-bestaande bijlage verwezen. Dat wordt met dit onderdeel hersteld.

Artikel I, onderdeel B

Dit artikel regelt de verhoging van het subsidieplafond.

Artikel I, onderdeel C

Voor het creëren, ontwikkelen en bevorderen van structurele aandacht voor financiële educatie binnen een mbo-instelling is het nodig om de docenten van de betreffende opleidingen op te leiden, zodat ze deze elementen kunnen toepassen. Dat betekent dat het opleidingsaanbod voor docenten moet voldoen aan een vooraf opgesteld kader. Het kader moet ervoor zorgen dat het scholingsaanbod financiële educatie ook effectief is. Deze voorwaarden staan in artikel 7, tweede en derde lid, en nader toegelicht in paragraaf 2 van het algemene deel van deze toelichting. Na de toetsing van het expertisepunt wordt het scholingsaanbod voorgelegd aan de Minister. De Minister neemt een besluit over het al dan niet goedkeuren van het scholingsaanbod.

Overigens zal scholingsaanbod op www.geldlessen.nl gedurende het project worden aangevuld. De aanbieders kunnen derhalve nieuw aanbod via geldlessen.nl gedurende het project ook aanmelden.

De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, C.J. Schouten

Naar boven