Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 18 november 2023, nr. WJZ/ 34271288, houdende wijziging van het Besluit uitzondering identificatieplicht half wilde paardachtigen in verband met een wijziging van aangewezen terreinen met populaties van half wilde paardachtigen

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op artikel 60 van verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren (Pb EU 2019, L 314) en artikel 4.8 van het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren;

Besluit:

ARTIKEL I

In de tabel in artikel 1 van het Besluit uitzondering identificatieplicht half wilde paardachtigen wordt na de rij die betrekking heeft op ‘Noordwaard‘ de volgende rij ingevoegd:

Oosterhoutse waard

Waaldijk

6678 Nijmegen

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2024.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 18 november 2023

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, P. Adema

Belanghebbenden kunnen bezwaar maken binnen zes weken na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het besluit wordt geplaatst. Het bezwaarschrift moet door de indiener zijn ondertekend en bevat ten minste zijn naam en adres, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en de gronden waarop het bezwaar rust. Dit bezwaarschrift moet worden gericht aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Afdeling Juridische Zaken, Postbus 40219, 8004 DE Zwolle.

TOELICHTING

In artikel 58 van gedelegeerde verordening (EU) 2019/20351 is bepaald dat exploitanten van paardachtigen ervoor zorgen dat elke paardachtige wordt geïdentificeerd met een injecteerbare transponder en een uniek levenslang geldig identificatiedocument (paardenpaspoort).

Op grond van artikel 60 van deze verordening kunnen lidstaten populaties van half in het wild levende paardachtigen aanwijzen die alleen geïdentificeerd hoeven te worden als ze uit die populatie worden gehaald.

De gehanteerde criteria waaraan een terrein met populaties van half in het wild levende paardachtigen moet voldoen om hiervoor te worden aangewezen zijn:

  • op de terreinen leven populaties van half in het wild gehouden paardachtigen;

  • het terrein bestrijkt een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 100 ha; en

  • de effectieve veedichtheid bedraagt op gemiddelde jaarbasis minder dan 0,5 dieren ouder dan twaalf maanden per hectare.

Met dit besluit wordt één terrein aan de bestaande lijst (opgenomen in het Besluit uitzondering identificatieplicht half wilde paardachtigen) toegevoegd.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, P. Adema


X Noot
1

Gedelegeerde verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren (Pb EU 2019, L 314).

Naar boven