Regeling van de Minister van Buitenlandse Zaken van 28 oktober 2023, Min-BuZa.2023.20017-11, tot wijziging van de Regeling mandaat, volmacht en machtiging BZ 2021

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Gelet op de artikelen 10:3 en 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling mandaat, volmacht en machtiging BZ 2021 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het opschrift wordt ‘directeur Directie Consulaire Zaken en Visumbeleid’ vervangen door ‘hoofddirecteur Consulaire en Visumzaken’.

2. In het eerste lid wordt ‘directeur Directie Consulaire Zaken en Visumbeleid’ vervangen door ‘hoofddirecteur Consulaire en Visumzaken’.

B

In artikel 10, tweede lid, wordt ‘De Minister van Buitenlandse Zaken/in voorkomend geval een van de overige bewindspersonen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken,’ vervangen door ‘De Minister van Buitenlandse Zaken/in voorkomend geval een van de overige bewindspersonen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, namens deze,’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Buitenlandse Zaken, H.G.J. Bruins Slot.

TOELICHTING

De onderhavige wijziging van de Regeling mandaat, volmacht en machtiging BZ 2021 vloeit voort uit de herinrichting van het Haagse (departementale) consulaire domein van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Het departementale deel van het consulaire domein bestond voorheen uit de Directie Consulaire Zaken en Visumbeleid (DCV) en de Consulaire Service Organisatie (CSO). De herinrichting heeft tot doel de consulaire organisatie zodanig in te richten dat deze wendbaar blijft voor de toekomst, en mensen en middelen evenwichtig en flexibel kunnen worden ingezet, teneinde goede dienstverlening te kunnen blijven bieden. Het doel is te komen tot een consulaire organisatie in Den Haag die als één geheel opereert en waarbinnen de verschillende onderdelen goed op elkaar zijn aangesloten en op elkaar zijn ingespeeld.

DCV en CSO zijn daartoe omgevormd tot een Hoofddirectie Consulaire en Visumzaken (HDCV). Deze bestaat, naast een hoofddirecteur, een plaatsvervanger en een stafbureau, uit een beleidsafdeling, een afdeling consulaire bedrijfsvoering en twee uitvoeringsdirecties, te weten de Consulaire Service Organisatie (CSO) en Nederland Wereldwijd (NWW, voorheen een afdeling van DCV). Organisatorisch blijft HDCV, net als voorheen DCV en CSO, opgehangen onder de directeur-generaal Europese Samenwerking (DGES).

Artikelsgewijs

In de Regeling mandaat, volmacht en machtiging BZ 2021 (hierna: regeling) wordt aan de Secretaris-Generaal de opdracht gegeven om van zijn algemeen mandaat en volmacht, algemeen mandaat en volmacht te verlenen aan verschillende functionarissen. Tot deze functionarissen behoren ook de directeuren. Onder het begrip ‘directeuren’ vallen op grond van artikel 1, onderdeel f, van de regeling, ook de hoofddirecteuren. Artikel 3 en 4 van de regeling die over algemeen mandaat respectievelijk algemeen volmacht gaan, zijn dus ook van toepassing op de hoofddirecteur van HDCV en op de directeuren van de uitvoeringsdirecties CSO en NWW.

Artikel 9 van de regeling ziet op volmacht voor de specifieke P-bevoegdheid van enkele (hoofd)directeuren. De wijziging van artikel 9, eerste lid, van de regeling leidt ertoe dat de hoofddirecteur HDCV tevens P-bevoegd wordt ten aanzien van de consulaire functies en ten aanzien van de functionarissen met een consulaire functie (artikel I, onderdeel A).

De Minister van Buitenlandse Zaken, H.G.J. Bruins Slot.

Naar boven