Besluit van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport van 5 oktober 2023, kenmerk 3696914-1053774-Z, houdende vaststelling van een nadere aanwijzing voor de besteedbare middelen ter dekking van de beheerskosten Wlz 2023 (Nadere aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2023)

De Minister voor Langdurige Zorg en Sport,

Gelet op artikel 4.3 van het Besluit Wfsv;

Besluit:

Artikel 1

Voor het jaar 2023 is voor de beheerskosten Wlz van de Wlz-uitvoerders en de Sociale verzekeringsbank € 2,731 miljoen meer beschikbaar dan geregeld in artikel 1 van de Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2023.

Artikel 2

Van het bedrag in artikel 1 genoemd van € 2,731 miljoen is € 2,506 miljoen bestemd voor de taken, bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg, en € 0,225 miljoen voor de overige bij of krachtens die wet geregelde taken van Wlz-uitvoerders.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2023.

Artikel 4

Dit besluit wordt aangehaald als: Nadere aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2023.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Langdurige Zorg en Sport, C. Helder

TOELICHTING

Algemeen

In de onderhavige nadere aanwijzing wordt het bedrag van de voor 2023 beschikbaar gestelde middelen voor de beheerskosten van Wlz-uitvoerders en voor de uitvoering van de Wet langdurige zorg (Wlz) door de Sociale verzekeringsbank (SVB), verhoogd met € 2,731 miljoen. Die verhoging resulteert in een totaalbedrag van € 306,377 miljoen.

Artikelsgewijs

Artikel 1

Dit artikel voorziet in de verhoging van het beschikbare bedrag voor de beheerskosten van Wlz-uitvoerders en voor de uitvoeringskosten van de SVB, met € 2,731 miljoen.

Artikel 2

Artikel 2 bevat de op basis van artikel 4.3, tweede lid, van het Besluit Wfsv, vereiste onderverdeling van het bedrag van € 2,731 miljoen. Een bedrag van € 2,506 miljoen is bestemd voor zorgkantoortaken van Wlz-uitvoerders (artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wlz). Een bedrag van € 0,225 miljoen is bestemd voor de overige bij of krachtens de Wlz geregelde taken van Wlz-uitvoerders. Er volgt nu een onderbouwing van de aanpassingen.

1. Aanpassingen op het terrein van de taken als bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz
1.1 Mutatie PGB

In de Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2023 is uitgegaan van 57.000 PGB-ers. Inmiddels wordt geraamd dat de stand ultimo 2023 uitkomt op 61.500. Deze structurele bijstelling betekent dat voor de uitvoering van het persoonsgebonden budget (PGB) een opwaartse correctie op de besteedbare middelen plaatsvindt. Deze structurele opwaartse correctie is € 1,112 miljoen. Voor 2023 wordt rekening gehouden met € 247,07 per PGB-houder. Dit is het bedrag voor 2022 (€ 230,09) gecorrigeerd voor de voorziene loon- en prijsontwikkelingen 2023 (7,38%).

1.2 Huisbezoeken

Vanaf 2015 wordt in het beheerskostenbudget rekening gehouden met uitvoeringskosten voor zorgkantoren, voortkomend uit huisbezoeken aan PGB-ers. Daarbij is rekening gehouden met € 629,63 per huisbezoek. Het verwachte aantal huisbezoeken voor dit jaar is opwaarts bijgesteld met 1.500, zodat nu gerekend wordt met totaal 20.500. Deze structurele bijstelling betekent een opwaartse correctie op de beschikbaar gestelde middelen. Deze opwaartse correctie bedraagt € 0,944 miljoen. De bijstelling is gelijk aan het te laag geraamde aantal gesprekken (1.500) vermenigvuldigd met € 629,63.

1.3 Bewuste keuzegesprekken

Vanaf 2015 wordt in het beheerskostenbudget rekening gehouden met uitvoeringskosten voor zorgkantoren, voortkomend uit bewuste keuzegesprekken aan PGB-ers. Daarbij is rekening gehouden met € 327,46 per gesprek. Het verwachte aantal bewuste keuzegesprekken voor dit jaar is opwaarts bijgesteld met 1.375, zodat nu gerekend wordt met totaal 15.375. Deze structurele bijstelling betekent een opwaartse correctie op de beschikbaar gestelde middelen. Deze opwaartse correctie bedraagt € 0,450 miljoen. De bijstelling is gelijk aan het te laag geraamde aantal gesprekken (1.375) vermenigvuldigd met € 327,46.

2. Aanpassingen in verband met de taken van Wlz-uitvoerders anders dan zorgkantoortaken
2.1 Plan van aanpak passende langdurige ggz

Medio 2023 zijn er bestuurlijke afspraken gemaakt over passende langdurige zorg voor mensen met een psychische stoornis. Dit moet leiden tot minder instroom naar de Wlz. Een onderdeel binnen deze afspraken is de regio-aanpak en het komen tot een beeld rondom de ggz-Wlz en een plan van aanpak. De zorgkantoren vervullen vanuit hun verantwoordelijkheden in de Wlz een belangrijke rol om dit concreet op te starten. Om dat waar te kunnen maken wordt het beheerskostenbudget dit jaar incidenteel met € 0,075 miljoen opgehoogd.

2.2 Alternatief voor overheveling behandeling

In de Kamerbrief van 4 juli 2022 inzake het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WoZo) is aangegeven dat gekozen wordt voor een alternatieve invulling voor de in het Coalitieakkoord beoogde overheveling van behandeling (van Wlz naar Zvw). Het alternatief is gericht op het verbeteren van de toegankelijkheid en organiseerbaarheid van medisch generalistische zorg (mgz) voor Wlz-cliënten. Veldpartijen zijn aan de slag gegaan met de beoogde verbetering. Om inhoudelijk onafhankelijkheid te borgen en voldoende sturing op voortgang van de afspraken te hebben is daarbij een externe projectleider ingezet. De kosten voor deze projectleider worden vergoed door incidenteel € 0,150 miljoen toe te voegen aan het beheerskostenbudget. In 2022 is met dezelfde reden incidenteel € 0,075 miljoen toegevoegd aan het beheerskostenbudget. Dit gaat om een voortzetting van het destijds gestarte project.

Artikel 3

Deze nadere aanwijzing resulteert in een verhoging van het bedrag van de voor het jaar 2023 beschikbare middelen voor de beheerskosten ter uitvoering van de Wlz. Dit besluit werkt daarom terug tot en met 1 januari 2023.

De Minister voor Langdurige Zorg en Sport, C. Helder

Naar boven