Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 4 oktober 2023, nr. 2023-0000522394, tot voortzetting van het recht op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet en de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen bij verblijf in Marokko vanwege persoonlijke betrokkenheid bij de aardbevingsramp of bij verblijf in Libië vanwege persoonlijke betrokkenheid bij de gevolgen van de storm Daniël

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 19, tiende lid, van de Werkloosheidswet, en 6, vijfde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen;

Besluit:

Artikel 1. Afwijking van artikel 19, eerste lid, onderdeel e, van de Werkloosheidswet m.b.t. Marokko

  • 1. In afwijking van artikel 19, eerste lid, onderdeel e, van de Werkloosheidswet heeft de werknemer die verblijft houdt in Marokko vanwege bijzondere persoonlijke betrokkenheid bij de gevolgen van de aardbeving aldaar van 8 september 2023 gedurende ten hoogste een periode van een maand recht op uitkering.

  • 2. De periode van een maand, bedoeld in het eerste lid, vangt aan op het tijdstip dat de werknemer, anders dan wegens vakantie, verblijf houdt in Marokko.

  • 3. Onder verblijf houden in Marokko als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt mede verstaan verblijf houden in het buitenland, anders dan Marokko, in verband met de reis naar en van Marokko.

Artikel 2. Afwijking van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen m.b.t. Marokko

  • 1. In afwijking van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen heeft de persoon die verblijf houdt in Marokko vanwege bijzondere persoonlijke betrokkenheid bij de gevolgen van de aardbeving aldaar van 8 september 2023, gedurende ten hoogste een periode van een maand recht op uitkering.

  • 2. De periode van een maand, bedoeld in het eerste lid, vangt aan op het tijdstip dat de persoon, anders dan wegens vakantie, verblijf houdt in Marokko.

  • 3. Onder verblijf houden in Marokko als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt mede verstaan verblijf houden in het buitenland, anders dan Marokko, in verband met de reis naar en van Marokko.

Artikel 3. Afwijking van artikel 19, eerste lid, onderdeel e, van de Werkloosheidswet m.b.t. Libië

  • 1. In afwijking van artikel 19, eerste lid, onderdeel e, van de Werkloosheidswet heeft de werknemer die verblijft houdt in Libië vanwege bijzondere persoonlijke betrokkenheid bij de gevolgen van de storm aldaar van 10 september 2023 gedurende ten hoogste een periode van een maand recht op uitkering.

  • 2. De periode van een maand, bedoeld in het eerste lid, vangt aan op het tijdstip dat de werknemer, anders dan wegens vakantie, verblijf houdt in Libië.

  • 3. Onder verblijf houden in Libië als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt mede verstaan verblijf houden in het buitenland, anders dan Libië, in verband met de reis naar en van Libië.

Artikel 4. Afwijking van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen m.b.t. Libië

  • 1. In afwijking van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen heeft de persoon die verblijf houdt in Libië vanwege bijzondere persoonlijke betrokkenheid bij de gevolgen van de storm aldaar van 10 september 2023, gedurende ten hoogste een periode van een maand recht op uitkering.

  • 2. De periode van een maand, bedoeld in het eerste lid, vangt aan op het tijdstip dat de persoon, anders dan wegens vakantie, verblijf houdt in Libië.

  • 3. Onder verblijf houden in Libië als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt mede verstaan verblijf houden in het buitenland, anders dan Libië, in verband met de reis naar en van Libië.

Artikel 5. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 8 september 2023, met uitzondering van de artikelen 3 en 4, die terugwerken tot en met 10 september 2023.

  • 2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 februari 2024.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, C.E.G. van Gennip

TOELICHTING

Het kabinet heeft met ontsteltenis kennisgenomen van de ernstige gevolgen van de aardbeving die Marokko op 8 september 2023 heeft getroffen en de storm die Libië op 10 september 2023 heeft getroffen. Het is van mening dat deze twee ernstige rampen tot bijzondere situaties hebben geleid, die net als eerder in Turkije (1999), Azië (2005) en Turkije en Syrië (2023) een uitzonderlijke benadering vragen van de Nederlandse overheid. Het kabinet heeft er begrip voor dat mensen die persoonlijk betrokken zijn bij de ernstige toestand in Marokko of Libië hun verblijf in die landen verlengen of naar Marokko of Libië reizen. Gelet op het uitzonderlijke karakter van de rampen die Marokko en Libië hebben getroffen, is het kabinet van mening dat wet- en regelgeving personen met een bijzondere persoonlijke betrokkenheid niet mag verhinderen uiting te geven aan hun betrokkenheid en medeleven, bijvoorbeeld door rouwplechtigheden bij te wonen of nabestaanden ter zijde te staan.

Werkloze werknemers die in verband met de gevolgen van de aardbeving respectievelijk de storm naar Marokko of Libië zijn gereisd, of hun verblijf daar hebben verlengd, verliezen zonder nadere voorziening echter hun recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) of de Wet Inkomensvoorziening Oudere Werklozen (IOW). Werkloze werknemers die – anders dan wegens vakantie – in het buitenland verblijven, hebben immers geen recht op uitkering op grond van de WW of de IOW. Indien het verblijf in de door de rampen getroffen gebieden wordt ingegeven door een bijzondere persoonlijke betrokkenheid van de WW- of IOW-gerechtigde bij slachtoffers van de rampen, acht het kabinet het verlies van het uitkeringsrecht op grond van de WW of de IOW evenwel onbillijk.

Onderhavige regeling maakt het mogelijk om af te wijken van de toepassing van artikel 19, eerste lid, onderdeel e, van de WW en artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de IOW. Deze regeling stelt WW- en IOW-gerechtigden met een bijzondere persoonlijke betrokkenheid bij de gevolgen van de rampen in staat om in 2023 één maand met behoud van het recht op een WW- of IOW-uitkering in Marokko of Libië te verblijven. WW- of IOW-gerechtigden die ten tijde van de rampen al in verband met vakantie in Marokko of Libië verbleven, kunnen hun verblijf met behoud van hun WW- of IOW-rechten met één maand verlengen. De regeling staat los van de op grond van artikel 19, negende lid, van de WW en de op grond van artikel 6, zesde lid, van de IOW gestelde regels met betrekking tot de periode gedurende welke de werknemer vakantie kan genieten met behoud van WW- of IOW-uitkering (de vakantieregeling). Het is voor de toepassing van onderhavige regeling derhalve niet nodig dat eerst een (volledig) beroep op de vakantieregeling wordt gedaan.

Het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat er geen gevolgen voor de regeldruk zijn.

Deze regeling geldt vanaf het moment van inwerkingtreding en werkt voor Marokko terug tot en met 8 september 2023. Dat is het moment waarop de aardbeving plaatsvond. Voor Libië werkt de regeling terug tot en met 10 september 2023. Dat is het moment waarop storm Daniël plaatsvond die geleid heeft tot zwaar noodweer en overstromingen. Het is, gelet op uitkeringsgerechtigden die ten tijde van de rampen al naar Marokko of Libië zijn gereisd, wenselijk om terugwerkende kracht toe te passen, zodat degenen voor wie deze regeling is bedoeld, gebruik kunnen maken van deze regeling.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, C.E.G. van Gennip

Naar boven