Regeling van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 11 oktober 2023, nr. 2023-0000611687, houdende wijziging van de Uitvoeringsregeling WNT in verband met verduidelijking van enkele bezoldigingscomponenten in verband met modernisering en flexibilisering van de arbeidsvoorwaarden, de kenbaarheid van toepassing van de verantwoordingsvrijstelling en aanpassing van de regels over foutherstel

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Gelet op de artikelen 1.9, onderdeel a, en 4.1, eerste tot en met vierde lid, van de Wet normering topinkomens;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De Uitvoeringsregeling WNT wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan onderdeel b wordt toegevoegd ‘of een component die zich kenmerkt als vakantietoeslag’.

2. Aan onderdeel c wordt toegevoegd ‘of een component die zich kenmerkt als eindejaarsuitkering’.

3. In onderdeel y wordt ‘en tijdens vakantie’ vervangen door ‘, tijdens vakantie en tijdens wettelijk en bovenwettelijk zwangerschaps- en bevallingsverlof, adoptieverlof, pleegzorgverlof, kort verzuimverlof, geboorteverlof, kort- of langdurend zorgverlof of ouderschapsverlof als bedoeld in de artikelen 3:1 tot en met 3:2, 4:1 tot en met 4:2a, 5:1, 5;9 en 6:1 van de Wet arbeid en zorg’.

B

In artikel 5, eerste lid, derde en vierde lid, wordt ‘€ 1.900’ vervangen door ‘€ 2.100’.

C

Artikel 5b wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Een rechtspersoon of instelling als bedoeld in het eerste lid vermeldt in het financieel verslaggevingsdocument dat de openbaarmaking van de in de artikelen 5 en 5a bedoelde gegevens achterwege is gelaten in het boekjaar waarop het financieel verslaggevingsdocument betrekking heeft. Artikel 1.7 van de wet is niet van toepassing op de in de eerste volzin genoemde vermelding.

D

Onder verlettering van onderdeel c tot d wordt in artikel 5d, eerste lid, een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • c. inhoudende het onterecht vermelden in de verantwoording over het voorafgaande boekjaar van de in artikel 5 bedoelde gegevens die betrekking hebben op een functionaris die geen topfunctionaris is;.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2024.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, A.C. van Huffelen

TOELICHTING

1. Algemeen

Met de Wet normering topinkomens (hierna: WNT) wordt beoogd bovenmatige bezoldigingen en ontslaguitkeringen in de publieke en semipublieke sector tegen te gaan door deze aan een maximum te binden en bezoldigingen van topfunctionarissen openbaar te maken. Het bij die wet behorende normenkader, waar de Uitvoeringsregeling WNT (hierna: de regeling) deel van uitmaakt, wordt jaarlijks geactualiseerd mede op basis van ervaringen bij de uitvoering. Voor het kalenderjaar 2024 is ten eerste sprake van enkele aanpassingen van de omschrijving van bezoldiging bij functievervulling op grond van dienstbetrekking naar aanleiding van ontwikkelingen op het vlak van modernisering en flexibilisering van arbeidsvoorwaarden (artikel I, onderdeel A). Ten tweede is het bedrag van de totale bezoldiging als ondergrens voor de openbaarmakingsplicht van WNT-gegevens van topfunctionarissen in artikel 5, eerste lid, aanhef, derde en vierde lid, in overeenstemming gebracht met de hoogte van de vrijwilligersvergoeding in de sfeer van de loonbelasting in 2024 (artikel I, onderdeel B). Ten derde is in artikel 5b opgenomen dat de rechtspersoon of instelling mededeling doet in het financieel verslaggevingsdocument van het gebruik van de verantwoordingsvrijstelling voor de WNT (artikel I, onderdeel C). Tot slot is artikel 5d aangevuld zodat foutherstel ook wordt voorgeschreven ingeval een functionaris ten onrechte als topfunctionaris is verantwoord en zijn of haar WNT-gegevens zonder grondslag in de WNT openbaar zijn gemaakt in strijd met de AVG-voorschriften (artikel 1, onderdeel D).

2. Wijzigingen

2.1 Artikel I, onderdeel A (wijziging artikel 2, eerste lid, onderdelen b, c en y)

Ten eerste is de omschrijving van een tweetal bezoldigingscomponenten verduidelijkt en is een derde bezoldigingscomponent uitgebreid bij functievervulling op grond van dienstbetrekking. Dit naar aanleiding van ontwikkelingen op het vlak van modernisering en flexibilisering van arbeidsvoorwaarden. Dit behelst overigens geen nieuwe of ruimere uitleg dan tot op heden gehanteerd bij deze componenten, maar de formalisering van hoe deze componenten in de praktijk zijn en worden uitgelegd en toegepast. Hiermee wordt een grotere rechtszekerheid en duidelijkheid voor WNT-instellingen, topfunctionarissen en controlerende accountants beoogd.

De aanvulling van de onderdelen b en c van artikel 2, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling WNT vloeit voort uit de totstandkoming van individuele en collectieve afspraken over individuele keuzebudgetten (zoals het Individueel keuzebudget (IKB) bij de rijksoverheid en de decentrale overheden) en andere, vergelijkbare of soortgelijke arbeidsvoorwaarden. Kenmerk van deze arbeidsvoorwaarden is dat meerdere arbeidsvoorwaarden erin opgaan en voortaan worden samengevoegd in één budget. De wijziging van de vorm waarin deze arbeidsvoorwaarden worden betaald, betekent niet dat er naar aard en strekking geen sprake meer is van hetzij vakantietoeslag, hetzij eindejaarsuitkering. De aanvulling van de tekst van beide onderdelen strekt er daarom toe dat ook arbeidsvoorwaarden in geld onder een andere benaming (zoals het in de CAO rijksoverheid opgenomen IKB Budget), maar die naar aard en strekking gelijk zijn aan de vakantietoeslag of de eindejaarsuitkering, voor de WNT worden beschouwd als vakantietoeslag, onderscheidenlijk eindejaarsuitkering. Zo worden deze begrippen nu in de uitleg en toepassing van de WNT al gebezigd. Voor de formulering van de verduidelijking is aangesloten bij de toelichting op de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding1 bedoelde de vakantiebijslag en de vaste eindejaarsuitkering. Meer precies bij deze passage in die toelichting: ‘Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat niet bepalend is of dit looncomponent de exact in dit artikellid opgeschreven naam kent. Bepalend is of een looncomponent zich kenmerkt als een vaste eindejaarsuitkering.’

De aanvulling van artikel 2, eerste lid, onder y, van de Uitvoeringsregeling WNT is bedoeld om de WNT af te stemmen op de invoering van meerdere wettelijke verlofvormen op grond van de Wet arbeid en zorg. De hier opgenomen verlofvormen zijn in de Wet arbeid en zorg vastgelegd en daaruit overgenomen. Dit om buiten twijfel te stellen dat doorbetaling van bezoldigingscomponenten gedurende een van deze wettelijke verlofvormen voor de WNT als bezoldiging kwalificeert. Dit betreft, naast de genoemde wettelijke verlofvormen ook de bij cao overeengekomen (bovenwettelijke) aanvullingen op de betreffende wettelijke verlofvorm. Dit voor zover de betreffende cao-afspraak op de topfunctionaris van toepassing is verklaard, hetzij in de cao, hetzij in de arbeidsovereenkomst (door middel van een schakelbepaling). In de uitleg en de toepassing van de WNT worden deze verlofvormen nu al begrepen onder het huidige onderdeel y, maar dit is nu expliciet gemaakt.

2.2 Artikel I, onderdeel B (wijziging artikel 5)

Het in artikel 5, eerste, derde en vierde lid, van de regeling genoemde bedrag (thans € 1.900) is gekoppeld aan het bedrag van de maximale vrijwilligersvergoeding op jaarbasis in artikel 2, zesde lid, Wet op de loonbelasting 1964. Per 1 januari 2024 is dat bedrag € 2.100. Met de onderhavige wijziging is het in artikel 5, eerste, derde en vierde lid, van de regeling genoemde bedrag daarmee in overeenstemming gebracht.

2.3 Artikel I, onderdeel C (wijziging artikel 5b)

Op dit moment is een WNT-instelling niet verplicht om in het financieel verslaggevingsdocument te vermelden dat in enig kalenderjaar gebruik is of wordt gemaakt van de in artikel 5b vastgelegde vrijstelling van de verantwoordingsplicht. In de praktijk kan daardoor onduidelijkheid en onzekerheid ontstaan bij de gebruikers van en geïnteresseerden in de jaarrekening of de WNT-gegevens bewust of niet bewust, opzettelijk of niet opzettelijk ontbreken in de jaarrekening. Ook is het voor de toezichthouder op de WNT niet mogelijk om uit het financieel verslaggevingsdocument te achterhalen dat gebruik is gemaakt van de verantwoordingsvrijstelling en daardoor is het ook lastig en bewerkelijk om, zonder uitvraag, te controleren of van die mogelijkheid gebruik is of wordt gemaakt. Daardoor is het niet transparant dat gebruik van de vrijstellingsmogelijkheid is of wordt gemaakt. Daarom is in het nieuwe tweede lid van artikel 5b van de Uitvoeringsregeling WNT de verplichting opgenomen voor WNT-instellingen die gebruikmaken van de verantwoordingsvrijstelling om van dat feit mededeling te doen in het financieel verslaggevingsdocument over het betreffende kalenderjaar. Vanwege de herkenbaarheid en de terugvindbaarheid ligt het voor de hand dat deze mededeling opgenomen wordt op de plek in het financieel verslaggevingsdocument waar anders, zonder toepassing van artikel 5b, de WNT-gegevens openbaar zouden worden gemaakt. Als meerdere jaren achtereen van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, wordt deze mededeling ieder jaar opnieuw in het financieel verslaggevingsdocument gedaan. Daarmee is de toepassing en het gebruik van de verantwoordingsvrijstelling zowel transparant als controleerbaar. De mededeling van het bedoelde feit hoeft niet veel meer in te houden dan die mededeling. De mededeling hoeft niet te worden onderbouwd, maar als de instelling de behoefte heeft om te beargumenteren waarom aan de voorwaarden voor de verantwoordingsvrijstelling wordt voldaan, staat dat de instelling vrij. Ook zonder die toelichting vormt de mededeling op zich voldoende basis voor eventueel onderzoek door de toezichthouder of al dan niet terecht gebruik is gemaakt van de verantwoordingsvrijstelling. De hier bedoelde mededeling is geen openbaarmaking van WNT-gegevens zoals bedoeld in artikel 4.1 WNT en is daarmee ook niet gelijk te stellen. Om die reden en om te voorkomen dat regeldrukeffecten en administratieve lastenverzwaring zou kunnen optreden vanwege deze wijziging, is voor de duidelijkheid aan de bepaling toegevoegd dat de in artikel 1.7 WNT voorgeschreven accountantscontrole niet van toepassing is op deze mededeling.

De voordelen van de mededeling van het bedoelde feit in het financieel verslaggevingsdocument voor de vertegenwoordigende organen van de rijksoverheid en de decentrale overheden, pers en publiek en toezichthouders in termen van transparantie en openbaarheid overtreffen de zeer geringe regeldrukeffecten die hierdoor zullen optreden voor de betrokken WNT-instellingen (zie voor meer informatie ter zake paragraaf 3).

2.4 Artikel I, onderdeel D (artikel 5d, eerste lid, onder c (nieuw))

In artikel 5d, eerste lid, onder c (nieuw), is de spiegelbeeldsituatie van het huidige onderdeel b toegevoegd aan de opsomming. Namelijk de situatie waarin een rechtspersoon of instelling in een eerdere WNT-verantwoording ten onrechte een functionaris heeft opgenomen als zijnde een topfunctionaris, terwijl deze dat niet is of blijkt te zijn. In de praktijk komt dit niet of bijna niet voor, maar in het enkele geval waarin dit daadwerkelijk voorkomt of is voorgekomen, is de WNT onjuist toegepast en kunnen de gevolgen voor de betrokken functionaris, mede doordat informatie bijna niet van het internet te verwijderen is, aanzienlijk zijn. In dat geval zijn de naam-, functie- en bezoldigingsgegevens van betrokkene (achteraf bezien) immers ten onrechte openbaar gemaakt, wat in strijd met de artikel 4.1 WNT komt, en ook een schending oplevert of kan opleveren van het recht van betrokkene op privacy, door de eventuele beeldvorming die deze onterechte vermelding veroorzaakt of oproept. Dit in het bijzonder als ten onrechte melding is gemaakt van een onverschuldigde betaling die achteraf dus niet onverschuldigd was betaald, want niet in strijd met de WNT-normen. Gelijk aan de andere in dit artikel opgenomen fouten, dient dit in voorkomend geval, om principiële redenen, zo spoedig mogelijk te worden hersteld in de eerstvolgende WNT-verantwoording. Vanuit herstel van de foutieve openbaarmaking bezien, heeft de betrokken functionaris er belang bij dat deze fout expliciet wordt rechtgezet. Ook als dit betekent dat zijn of haar naam dan misschien opnieuw wordt gemeld.

2.5 Consultatie Ex Ante Uitvoeringstoets panel (EAUT-panel)

Net als in voorgaande jaren, is ook dit keer een concept van de regeling tot wijziging van de regeling voor een ex ante uitvoeringstoets voorgelegd aan het zogenaamde EAUT-panel (bestaande uit deskundigen uit het veld van onder meer WNT-instellingen, accountantskantoren en advocaten). Aan het EAUT-panel is, volgens vast gebruik, separaat teruggekoppeld of en, zo ja, op welke wijze hun opmerkingen, vragen en aanbevelingen zijn verwerkt in de voorliggende wijzigingsregeling.

Het EAUT heeft kritische kanttekeningen geplaatst bij de noodzaak en wenselijkheid van de aanpassingen van de artikel 5b en 5d. Het EAUT heeft opgemerkt dat vermelding van de verantwoordingsvrijstelling niet aan de orde is als de instelling in kwestie niet verplicht is om het financieel verslaggevingsdocument te publiceren. In reactie daarop kan worden gesteld dat dit in de publieke en semipublieke sector slechts voor een zeer gering aantal instellingen zal gelden. Het EAUT heeft over artikel 5d opgemerkt dat het foutherstel ertoe leidt dat de naam van de betrokken topfunctionaris opnieuw gepubliceerd wordt. Dat is juist, maar dat vindt plaats in de context van het foutherstel en heeft voor betrokkene dus een positieve connotatie. Om de hiervoor in paragrafen 2.3 en 2.4 vermelde beleidsmatige en principiële redenen zijn deze aanpassingen gehandhaafd. Naar aanleiding van de inbreng van het EAUT is in het nieuwe tweede lid van artikel 5b bepaald dat de betreffende mededeling in het financieel verslaggevingsdocument niet door de accountant hoeft te worden gecontroleerd. Ten aanzien van artikel 5d is de toelichting aangevuld op het vlak van de primair in de WNT gelegen redenen voor invoering van foutherstel bij onterechte vermelding als topfunctionaris in de WNT-verantwoording.

3. Regeldrukeffecten

Naar verwachting leidt alleen de wijziging van artikel 5b (artikel I, onderdeel C) tot (beperkte) structurele extra regeldrukeffecten. Deze vloeien voort uit de verplichting tot mededeling in het financieel verslaggevingsdocument dat de instelling in een kalenderjaar gebruik maakt of heeft gemaakt van de verantwoordingsvrijstelling. Deze mededeling moet voor ieder kalenderjaar waarin sprake is van verantwoordingsvrijstelling voor de WNT worden opgenomen. Naar verwachting kost het een WNT-instelling maximaal 15 minuten (eenmaal per jaar, ieder jaar) om deze mededeling in de tekst van het financieel verslaggevingsdocument op te nemen. Dit komt extra boven op de al bestaande regeldrukeffecten van het toetsen of de instelling aan de voorwaarden voor verantwoordingsvrijstelling voldoet. Bij de invoering van artikel 5b is uitgegaan van ongeveer 175 WNT-instellingen die gebruik zouden kunnen maken van de verantwoordingsvrijstelling. De geschatte meerkosten per instelling zullen naar verwachting in totaal maximaal € 14 bedragen (op basis van 15 minuten bij een intern uurtarief 2020 voor een hoogopgeleide medewerker van € 54) en voor de 175 instellingen tezamen in totaal € 2.450. Vermoedelijk zal dit een overschatting zijn omdat deze werkzaamheden niet overal door hoogopgeleide medewerkers, maar door administratieve medewerkers zullen worden verricht.

De wijziging van artikel 5d (artikel I, onderdeel D) betreft naar verwachting een enkel geval tot hooguit een paar gevallen per jaar. Tot nu toe is het namelijk slechts enkele keren voorgekomen bij toezicht en handhaving dat een functionaris ten onrechte als topfunctionaris is verantwoord. De meerlasten van de wijziging zijn dan ook verwaarloosbaar, terwijl de redenen voor de wijziging principieel van aard en strekking zijn, en daarom is geen berekening van de regeldrukeffecten opgenomen.

3.2 Regeldrukeffecten voor controlerende accountants (out-of-pocket kosten voor WNT-instellingen)

De voorgestelde wijzigingen strekken zoals gezegd in de kern tot verduidelijking van de bestaande regelgeving. Het gaat om zaken die in de huidige praktijk over het algemeen al op deze manier worden uitgelegd en toegepast, ook in de accountantscontroles op de WNT. Die praktijk is voor het overgrote deel niet uitgebreid of verruimd door de voorgestelde verduidelijkingen. Naar verwachting vloeien uit het overgrote deel van de wijzigingen voor de accountants en daarmee indirect voor de instellingen geen structurele extra controlelasten voort. Incidenteel zullen de accountants naar verwachting een tot enkele uren nodig hebben om de wijzigingen van de regeling tot zich te nemen en te verwerken in hun protocollen, processen en controles. Dit vormt onderdeel van de jaarlijkse aanpassingen die elke accountantsorganisatie die WNT-controles uitvoert moet doen aan de wijzigingen van de wet- en regelgeving.

3.3 Advisering door het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR)

De ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.

4. Inwerkingtreding

De regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2024. Daarmee is voldaan aan de vaste verandermomenten. Tevens is voldaan aan de eis van publicatie twee maanden voorafgaand aan inwerkingtreding.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, A.C. van Huffelen


X Noot
1

Stb. 2014, 538.

Naar boven